Ga op pad met onze City Walks!

Rubens in Rome

Vorige week verhuisden heel wat schilderijen van Rubens van de Hermitage in Sint Petersburg naar Amsterdam. In de Hermitage is sinds afgelopen weekend namelijk een grote tentoonstelling over deze en andere Vlaamse schilders te zien.

De zalen in de Hermitage tonen een magistraal overzicht van 75 schilderijen en circa 20 tekeningen, waaronder talrijke meesterwerken van de grote drie van de Antwerpse school: Peter Paul Rubens, Anthonie van Dyck en Jacob Jordaens, aangevuld met werken van diverse eveneens bekende tijdgenoten. Een van de hoogtepunten is de beroemde Kruisafname van Rubens.

Deze uitgelezen collectie komt voor het eerst naar Nederland. Veel van de werken in de tentoonstelling zijn in de achttiende eeuw verworven door Catharina de Grote. Ze behoorden tot excellente verzamelingen als die van Crozat en Brühl, door Catharina in hun geheel opgekocht. Oorspronkelijk hingen veel van de schilderijen in kerken en kloosters in Antwerpen en in andere steden in Europa.

Met 17 schilderijen en veel tekeningen krijgt Peter Paul Rubens (1577–1640) extra veel aandacht in de tentoonstelling. Hij was immers de belangrijkste, begaafdste en meest invloedrijke zeventiende-eeuwse Vlaamse schilder. Bovendien gold hij als een beminnelijk edelman, diplomaat en verzamelaar en was zijn atelier een goed geoliede onderneming. Hij was een fenomeen in zijn tijd, een homo universalis. Zowel zijn religieuze als zijn profane werken illustreren Rubens’ ongeëvenaarde talent.

Een van Rubens’ werken die te zien zijn, is Venus en Adonis. Het onderwerp van Venus die de schone jongeling Adonis tracht te weerhouden van de jachtpartij die hem noodlottig zou worden, was zeer wijdverbreid in de beeldende kunst (Ovidius, Metamorphosen X, 529–559). Rubens heeft het thema meerdere keren gebruikt.

Peter Paul Rubens – Venus en Adonis (ca. 1614)
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Kort na zijn terugkeer uit Italië, waar hij van 1600 tot 1608 had vertoefd, schilderde Rubens een monumentaal doek naar dit onderwerp (Museum Kunst Palast, Düsseldorf, 276 x 183 cm). De Leidse hoogleraar Dominicus Baudius (1561–1613) bezong dit werk geestdriftig in een gedicht dat hij Rubens toestuurde in een brief van 11 april 1611. Het schilderij had inderdaad veel succes, wat indirect wordt bevestigd door een groot aantal navolgingen op kabinetformaat. Dergelijke schilderijen werden in de regel vervaardigd in Rubens’ atelier.

Rubens heeft ook zijn sporen in Italië nagelaten. Wie de komende tijd naar Rome reist, moet zeker een bezoek brengen aan de Chiesa Nuova, officieel de Santa Maria in Vallicella geheten. Deze kerk, vlak bij Piazza Navona, herbergt maar liefst drie kunstwerken van deze Vlaamse meester. Rubens schilderde ze alle drie in 1608, zijn laatste jaar in Italië. Hij was pas dertig, en erg vereerd met deze opdracht.

In een van zijn brieven schrijft hij: ‘De grootste en mooiste opdracht van heel Rome in een van de drukst bezochte kerken in het centrum van de stad, met kunstwerken van de belangrijkste schilders van Italië.’ Rubens schilderde er een drieluik met in het midden een Madonna te midden van engelen, omringd door de heiligen Domitilla, Nereus en Achilleus aan de ene zijde en de heiligen Gregorius, Maurus en Papianius aan de andere zijde. Samen vormen deze doeken een prachtig afscheidscadeau aan de stad Rome en haar inwoners…

In de biografie die Marie-Anne Lescourret over het leven en het werk van Rubens schreef, worden alle details over dit werk uit de doeken gedaan. Een klein inkijkje in Rubens’ Romeinse periode:

‘Het tweede grote religieus werk, de triptiek van de Chiesa Nuova, is indrukwekkend, monumentaal. Rubens behandelt zijn personages hier als een beeldhouwer, in de stijl van Veronese. De engeltjes zijn dikker geworden. De heiligen Gregorius en Domitilla lijken vooral dankzij hun strakke kleding rechtop te blijven staan. Met de glanzende zijde en het reliëf in het borduurwerk worden de stoffen zeer verfijnd en rijk weergegeven. De lichte kastanjebruine haren zijn netjes gladgestreken.

In de kolossale figuren schuilt de dynamiek van het geheel. Dit is puur decoratieve schilderkunst. De panelen boven en aan weerszijden van het hoofdaltaar vertonen erg academische composities ter ere van de heiligen die worden vereerd. De contrasterende kleuren, licht voor de kleding en de alben, donker voor de achtergrond, roepen de strenge stijl op van de Carracci’s, maar zonder de uitstraling van een Caravaggio.

Behalve de indrukwekkende lichaamsbouw van de mannelijke of vrouwelijke personages vertonen die werken niet één gemeenschappelijk kenmerk waardoor men ze met absolute zekerheid aan dezelfde kunstenaar zou kunnen toeschrijven. Rubens maakt nog geen gebruik van zijn eigen kleurenpalet. Hij probeert: verschillende soorten wit, groen à la Veronese of Giulio Romano, oker zoals bij Titiaan, donkere kleuren zoals bij Carracci…

Zijn meesterschap komt vooral tot uiting in de kwaliteit van de tekening, de weergave van de stoffen en veeleer in de beschrijving dan in de interpretatie van de wereld. De lyrische visie waardoor hij zich later zal onderscheiden, is nog niet zichtbaar aanwezig. Hij is nog niet de schilder van de levensdrang.

  

Volgens de legende zou de elegante en koude Guido Reni in die tijd in Rome vol bewondering gestaan hebben voor de manier waarop zijn collega uit het Noorden het lichaamsvlees weergaf: het was zo levend dat hij vermoedde dat de Vlaming bloed in zijn kleuren vermengde om het te schilderen. En Reni kende nog niet eens de rijpe Rubens…

Maar als men inderdaad de zuivere lijnen, de gladde tekening van de ledematen, de met schaduw nauwkeurig afgebakende been- en armspieren, de amper dikkere en donkerdere penseelstreek van Reni bekijkt, dan is het contrast met de bochtige naakten van Rubens erg opvallend.

Sommigen zien in dit overdadige gebruik van de gebogen lijn niets anders dan vetkussentjes. Zijn ze niet veeleer het resultaat van de onderzoekende blik van een schilder die zijn reliëf aan de beeldhouwkunst ontleent en alle middelen van het penseel, het subtiele werk van de kleine penseelstreken en de kleurschakeringen aanwendt om de trilling van de spieren en de circulatie van het bloed onder de huid weer te geven: kortom, om leven te geven aan sculpturele volumes?’

Rubens intentie zullen we nooit achterhalen, maar zijn werken stralen nog altijd die onuitputtelijke levensdrang uit. Zeker de moeite waard om te bekijken, zowel in de Hermitage in Amsterdam als in de Chiesa Nuova in Rome!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Een reactie

  1. Nu voel ik mij toch een beetje trots. Onze Rubens in Rome.
    Dank je wel voor de interessante informatie. Ik deelde het met mijn vrienden van Facebook.
    Groetjes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *