Ga op pad met onze City Walks!

De laatste rustplaats van Cecilia Metella

De enorme tombe van Cecilia Metella, die tijdens een wandeling langs de Via Appia niet aan je aandacht kan ontsnappen, is in meerdere opzichten intrigerend. Een enorm mausoleum voor een vrouw, dat is in het oude Rome een unicum. Wie was ze? Welke functie bekleedde ze? Waarom was ze zo belangrijk dat haar laatste rustplaats een grafmonument met een diameter van ongeveer dertig meter moest worden?

We zullen het nooit weten, maar de vragen spoken al jaren door het hoofd van reizigers die de kantelen van het grafmonument in hun geheugen hebben gegrift. Zo ook Lord Byron, die geïnspireerd door deze geheimzinnige vrouw het volgende gedicht optekende:

‘Een sterke, ronde toren uit vervlogen tijden,
zo stevig als een vesting, met een haag van steen,
een die een legermacht verbijstert en doet talmen.
Hij staat er eenzaam met kantelen half bewaard
en met klimop die al tweeduizend jaren groeit,
de krans van eeuwigheid, waar over alles groen
van lover golft en tijd alles heeft overwoekerd; –
wat was die sterke toren ooit? En welke schat
ligt diep verscholen in zijn kuil? Een vrouwengraf.

Maar zeg tegen mij wie ze was, de dame van de dode,
in een paleis begraven. Was zij kuis en mooi?
Een koning waardig, zelfs het bed van een Romein?
Welk ras van leiders en van helden bracht zij voort?
En welke dochter heeft haar schatten toen geërfd?
Hoe was haar leven, liefde en haar dood? Zij was
toch hooggeacht, zij viel toch op te midden van
geringe dingen die verval niet moeten tarten,
en wijst haar plaats niet op een meer dan sterflijk lot?

Hield zij, zoals een ander, van haar man of had
zij mannen lief van anderen? Zelfs in de Oudheid
gebeurde dat, zo zegt ons de kroniek van Rome.
Was zij een dame als Cornelia of licht
zoals Egyptes elegante koningin,
een vat van vreugde – of bestreed zij dat, verstokt
in deugdzaamheid? Koos zij de lichte zijde van
haar hart of weerde zij de liefde wijselijk
in haar verdriet? – zo raken mensen aangedaan.

Misschien stierf zij nog jong, wellicht ging zij gebukt
onder veel zwaarder leed nog dan de logge tombe
die op haar zachte asse woog, over haar schoonheid
trok mogelijk een wolk en in haar donker oog
een somberheid, voorbode van de ondergang
– een vroege dood – geschenk voor gunstelingen van
de hemel. Rond haar spreidde avondrood zijn tover,
verlicht met hectisch licht, de Avondster der doden,
het herfstig bladrood van haar wegkwijnende wang.

Misschien stierf zij al oud en overleefde allen,
verwanten, minnaars, kinderen – haar lange lokken
vol zilverplekken, die wellicht haar even nog
de dag deden herinneren waarop haar haren
gevlochten waren, en haar fiere stoet en haar
verrukkelijk figuur door Rome werd gezien,
geprezen en benijd – waarheen leidt elk Vermoeden?
Wij weten slechts één ding: Metella is gestorven,
Romes rijkste vrouw: kijk naar haar trots of liefde!’

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *