Ga op pad met onze City Walks!

Avontuur in de catacomben

In de winkel van de Friezenkerk trof ik een voor kinderen erg leuk boekje aan over de catacomben in Rome, geschreven door Irene Stellingwerff. Irene woont al jaren in Italië en vertaalt haar opgedane kennis graag voor de jongste Italië-bezoekers. Dat doet ze niet op een saaie, belerende manier, maar aan de hand van een soort stripverhaal, waarin twee kinderen uit de moderne tijd in een spannend avontuur achter de geschiedenis van – in dit geval – de catacomben komen.

Tijdens een wandeling over de Via Appia vinden Robin en Martha in een ondergrondse gang de geheime kamer van de monnik Sebastiaan. Met hem dwalen ze door de catacomben en komen ze terecht in de wereld van de oude Romeinen, met heidense tempels, interessante inscripties en offerplaatsen voor verschillende goden. Van het 24 pagina’s tellende (strip)verhaal zal ik verder niet al te veel meer verklappen, dat is veel leuker om samen met kinderen te lezen en te bekijken.

Naast het verhaal bevat het boek ook nog wat achtergrondinformatie over religie tijdens de Romeinse tijd in het algemeen en de catacomben in het bijzonder. Niet alleen interessant voor kinderen, maar zeker ook voor hun ouders!

‘In de Romeinse tijd, zeg maar zo’n 2000 jaar geleden, was het gebruikelijk de mensen te verbranden. De as werd in een vaas naar een begraafplaats buiten de stad gebracht. De rijke families lieten grote grafmonumenten bouwen en langs alle wegen zag je eindeloze rijen gedenkstenen en tombes, zodat de reiziger steeds omringd werd door de doden die door de levenden herdacht wilden worden.

De christenen wilden hun overledenen niet verbranden. De dood werd gezien als een rustpauze in afwachting van de wederopstanding, en om op te staan heb je een lichaam nodig. Maar om al die christenen te kunnen begraven was er veel ruimte nodig. Dit probleem werd in Rome opgelost door de catacomben.

Niet ver van de stad ligt een berg die lang geleden een actieve vulkaan was, waaruit lange stromen lava tot aan Rome vloeiden, die, eenmaal hard geworden, tufsteen werden. Tufsteen is een zacht soort rots, makkelijk uit te hakken, maar toch stevig. De christenen deden daarom het volgende.

De gegoede families schonken een stukje grond aan de gemeenschap en daarin werden onder de grond gangenstelsels uitgehakt. In de gangen werden langs de zijwanden horizontale nissen uitgehakt, de een boven de ander, die loculi genoemd werden. Elke dode christen werd in lakens gewikkeld en in zo’n loculus gelegd, met een open flesje parfum erbij, en dan werd de nis afgesloten door een marmeren plaat of door bakstenen.

Er werden ook halfronde graven uitgehakt, die arcosolium genoemd werden, en af en toe verbreedde de gang zich tot een vierkante ruimte, een cubiculum, met nissen voor een hele familie. Als alle gangen vol waren, maakten ze een gat in de bodem en dan hakten ze nieuwe gangenstelsels uit op een lager niveau.

Om licht en lucht binnen te laten werden er verticale openingen, de zogeheten lucernari, uitgehakt, maar het was daar beneden toch wel erg donker. Alleen een paar kleine olielampjes die bij de graven brandden en hier en daar waren opgehangen zorgden voor een zwak en beverig licht. Op deze manier werden er onder Rome over meer dan 100 kilometer ondergrondse gangenstelsels uitgegraven.

Als heel Rome zich uiteindelijk tot het christendom heeft bekeerd, is het Romeinse Rijk uiteengevallen. De stad heeft aanvallen en plunderingen van de barbaren moeten doorstaan en het aantal inwoners, dat in de eerste eeuw nog het miljoen overtrof, is verminderd tot nog maar 20.000. Men ging nog wel op bedevaart naar de graven buiten de stad, maar de inwoners van Rome werden steeds banger dat de vijanden de relieken van de martelaren zouden meenemen. Daarom hebben ze de graven geopend en dat wat over was van de eerste christenen naar de stad gebracht en begraven onder de vloeren van de kerken.

Enkele catacomben, zoals die van San Sebastiaan, bleven door de eeuwen heen een bedevaartplaats, maar de andere werden helemaal vergeten. In 1848 vond de archeoloog Giovanni Battista De Rossi een marmeren plaat met de naam van een paus uit de derde eeuw, van wie men wist dat hij begraven was in de catacomben van San Callisto. De Rossi was daar al tijden naar op zoek en wilde gelijk beginnen met opgravingen op de plek waar hij de gedenksteen vond, maar de grond was niet van hem. Daarom overtuigde hij eerst paus Pius IX om de grond op te kopen. Na enige weken kreeg hij zijn zin en, belangrijker nog, bleek dat hij inderdaad de catacomben van San Callisto had gevonden!’

Tegenwoordig kun je in Rome de volgende catacomben bezoeken:

*catacomben van San Sebastiano (Via Appia Antica)
*catacomben van San Callisto (Via Appia Antica)
*catacomben van Priscilla (Via Salaria)
*catacomben van Domitilla (Via delle Sette Chiese)
*catacomben van Sant’Agnese (Via della Nomentana)

In het kader van het thema van de Kinderboekenweek, beeldtaal en illustraties, is het volgende ook heel interessant:

‘In de catacomben zijn veel inscripties gevonden die interessante dingen vertellen over de vroege christenen. Zo weten we bijvoorbeeld dat ze het over de dood hebben als over een rustpauze, een tijd van vrede voor de wederopstanding. Vaak is er een duif afgebeeld met een olijventakje als symbool voor de vrede. Dit symbool gebruiken we nu nog steeds.

Soms zijn de tekeningen acroniemen, dat zijn een soort rebussen. In plaats van het woord Christus tekenden ze een vis, want het woord vis in het Grieks is ΙΧΘΥC, gevormd door de eerste letters van de Griekse woorden voor Jezus Christus, Zoon van God, Redder. Of je ziet een X bovenop een P, ook dat is Grieks. De X en de P zijn de eerste letters van het Griekse woord Xριστόσ, Christus.

Het bootje staat symbool voor de christen die aan het einde van zijn leven terechtkomt in een veilige haven, het paradijs, dat vaak wordt voorgesteld door een vuurtoren. Het anker is het symbool voor de hoop en het lam is de christen die deel uitmaakt van de kudde waarvan Jezus de goede herder is.’

Zo zie je dat illustraties ons vaak heel veel kunnen vertellen over het leven van de mensen die lang voor ons in Rome woonden en werkten. Neem dus zeker een schetsboek mee als je naar Rome gaat, wie weet wie over duizenden jaren jouw tekeningen onder ogen krijgt!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *