Ga op pad met onze City Walks!

Pistoia in Dantes ‘Inferno’

Pistoia

Net als Rome ontbreekt ook Pistoia niet in Dantes Inferno. In de zevende Kloof van het Kwaad, bevolkt door dieven en rovers, komt een van Pistoia’s inwoners ter sprake. Wanneer Dante en Vergilius de kloof betreden, klinken diep onder hen onheilspellende geluiden, maar het is zo donker dat de twee reizigers niets kunnen zien voor ze de kloof binnentreden. Wanneer ze weer iets kunnen zien, merken ze dat de zondaars hier worden bewaakt door monsterslangen, die de rovers en dieven bijten of (deels) verorberen:

‘Pal onder ons heeft zo’n serpent er een
Beslopen en zich door hem heen gedreven,
Tussen het halsbeen en het schouderbeen.’
Inferno, canto 24, 97-99

Dante en Vergilius zien een ziel als een feniks uit zijn eigen as herrijzen. Het is Vanni Fucci uit Pistoia, die zoals hij zelf zegt roofde uit een van de kerken – een misdaad waarvan een ander vals beschuldigd werd. Fucci behoorde tot de Zwarte Welfen en voorspelt Dante dat in Florence de Witten het onderspit zullen delven:

‘Pistoia brengt de Zwarten eerst ten val;
Dan kiest Florence nieuwe magistraten.
Daarna zorgt Mars vanuit het Magradal
Voor een donker omwolkte bliksemstraal, en
Campo Piceno lijdt het meest van al
Door woeste stormen die hij neer laat dalen,
Totdat een donderslag de nevel klieft
Die alle Witten duur moeten betalen.’
Inferno, canto 24, 143-150

Fucci houdt Dante een tijdje bezig met zijn verhaal en voorspelling. Hij laat hem pas met rust als de centaur Cacus opduikt, maar niet voordat hij richting de god aan wie hij zijn plek in de hel te danken heeft het gebaar van le fiche (een gebalde vuist waarbij de duim tussen wijs- en middelvinger naar buiten steekt) heeft gemaakt – een wijdverbreid Italiaans gebaar dat duidelijk blijk geeft van minachting.

Vanni-Fucci

In de Duomo van Pistoia is een schilderij te zien waarop de roof wordt afgebeeld. Vanni Fucci is de man rechts, met de donkerrode mantel en het zwaard.

Een aantrekkelijker aandenken aan Pistoia’s voorkomen in Dantes hel is het restaurant La Degna Tana, vernoemd naar de laatste woorden van de regels 122-126 uit Dantes Inferno:

‘Io piovvi di Toscana,
poco tempo è, in questa gola fiera.
Vita bestial mi piacque e non umana,
sì come a mul ch’i’ fui; son Vanni Fucci
bestia, e Pistoia mi fu degna tana.’
Inferno, canto 24, 122-126

– in vertaling –

‘Uit Toscane ben ik dezer dagen
Terneergestort naar deze barbarij.
Ik, Vanni Fucci, heb mij graag gedragen,
Bij leven, als een beest, een bastaarddier;
Pistoia was mijn hol.’

La Degna Tana 1La Degna Tana 2La Degna Tana 3

Wie in dit stukje van Dantes Inferno wil binnentreden, gaat naar het Piazza della Sala 1 in Pistoia, waar je vanaf het terras heerlijk kunt uitkijken over de marktkraampjes die overdag het plein kleuren of over de pistoiesi die naarmate de avond vordert het plein omtoveren tot een groot openluchtcafé.

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *