Ga op pad met onze City Walks!

Spaccanapoli

De meest bijzondere bezienswaardigheid van Napels is natuurlijk de stad zelf. De nauwe straatjes met de gekleurde was die tussen de huizen hangt, de Napolitaanse mamma’s die hun oudere bovenburen al schreeuwend overhalen om een teiltje te laten zakken waar de boodschappen in kunnen, de vele huisaltaartjes, het lawaai en de chaos, de geur van sterke espresso’s en gefrituurde groenten, de voetballende jongetjes…

Het centrum van Napels wordt letterlijk in tweeën gespleten door de Spaccanapoli, een lange nauwe sliert van opeenvolgende straten. Vanaf de top van de Vomero-heuvel zie je duidelijk hoe deze straten het oude centrum in twee helften verdelen. De naam Spaccanapoli is dan ook overduidelijk de enige juiste aanduiding voor deze straat: het betekent ‘gespleten Napels’. De Spaccanapoli maakte al deel uit van het vroegere Romeinse stratenplan, dat nog goed terug te vinden is in de kaarsrechte straten en steegjes in het centrum. De Spaccanapoli volgt nu de Via Pasquale Scura, de Via Capitelli, de Via Benedetto Croce, de Via San Bagio dei Librai, de Vicara Vecchia, de Via Giudecca Vecchia en de Via Tupputi.

Via deze straten loop je regelrecht het Napolitaanse leven in. De kleine winkeltjes stallen hun koopwaar gewoon op straat uit, waardoor je echt tussen de mensen, de motorino’s en de kooplui moet laveren. Groente en fruit in alle soorten en maten, versgevangen vis, duizenden rode pepertjes (daarover later deze maand meer), figuurtjes voor in de kerststal, de beeldjes van Pulcinella, de harlekijn uit de commedia dell’arte, enorme zakken pasta, flesjes limoncello… in deze straat concentreert het echte Napels zich op een paar vierkante meter. Alleen direct na de lunch, als de zon hoog aan de hemel staat en er bijna geen schaduw te vinden is, daalt er een weldadige stilte neer tussen de hoge huizen. Maar niet voor lang, want al gauw sissen de eerste espressoapparaten weer en beginnen de eerste buren elkaar luidruchtig te begroeten.

Naast een blik op de Napolitaanse cultuur biedt de Spaccanapoli ook veel bezienswaardigheden. Wanneer je vanaf de Vomero afdaalt, kom je allereerst op het Piazza del Gesù Nuovo. De kerk waar het plein zijn naam aan ontleent, is een van de mooiste barokkerken van Napels. Van binnen althans, want aan de buitenkant is de kerk nauwelijks als zodanig te herkennen. De façade van de kerk was oorspronkelijk de gevel van het Palazzo Sanseverino, geheel voorzien van grijze piperno-stenen. In 1584 werd het paleis door de jezuïeten omgebouwd tot een rijk gedecoreerde kerk, met ontelbare fresco’s en veel marmer. Het duurde maar liefst 40 jaar voordat elk stukje muur bedekt werd door een beeld, een fresco of een schildering. Tijdens de aardbeving van 1688 stortte de hele koepel in, waarna een groot aantal pilaren werd neergezet om het dak te ondersteunen. De kerk maakte op mij grote indruk vanwege de dagelijkse devotie die de bezoekers uitstralen. Bijna geen enkele Napolitaan verlaat de kerk zonder gebiecht te hebben. Soms staan er zelfs lange rijen voor een biechtstoel: absolutie vragen is blijkbaar een populaire bezigheid in een stad waar de verleiding op elke straathoek op de loer ligt…

Even verderop ligt de veel rustigere Santa Chiara, een gotische kerk die bij toeristen vooral bekend is vanwege de bijzondere kloostertuin. De 72 achthoekige zuilen en de bankjes die daartussen zijn gebouwd, zijn van boven tot beneden betegeld met majolica. De majolicategels vertellen verhalen uit een ver verleden, met vergane landschappen. Daartussen strengelen druivenranken, bloemen en olijven om de zuilen. Ook de kloostertuin zelf is een oase van groen, met zijn wijnranken, sinaasappel- en citroenbomen.

De fresco’s op de muren van de kloostergang en een fonteintje maken de tuin helemaal af en bieden het perfecte decor voor de honderden bruidsreportages die hier worden geschoten. Geniet maar even van de weldadige rust, want zodra je je op weg begeeft naar de volgende kerk word je overspoeld door de chaos van de Spaccanapoli.

Het mooiste gedeelte van de Spaccanapoli loopt misschien wel vanaf de Via Benedetto Croce naar de kruising met de Via Duomo. Aan het begin van de Via Benedetto Croce, op nummer 12, bevindt zich het Palazzo Filomarino, een van de vele onderkomens van de Napolitaanse aristocratie en tot in 1952 het onderkomen van Benedetto Croce, de filosoof en historicus naar wie de straat is vernoemd. Ondanks het feit dat deze palazzi nu vaak in een erbarmelijke staat verkeren, straalden ze in de glorietijd van Napels een enorme macht uit.

Op de kruising met het Piazza San Domenico Maggiore staat hoog boven op een zuil een bronzen standbeeld van de heilige Dominicus. De kerk op het plein is eveneens aan San Domenico gewijd. Karel I van Anjou liet de kerk bouwen voor de steeds belangrijker wordende dominicaanse orde (zie ook het stukje van 28 maart). In de middeleeuwen bood het klooster onderdak aan de invloedrijke filosoof en theoloog Thomas van Aquino. In de kerk hing tot een aantal jaren geleden Caravaggio’s Flagellazione di Cristo (De geseling van Christus), die nu een paar kilometer verderop in het museum van Capodimonte te bewonderen is. In de San Domenico hangt uiteraard nog een kopie die in de 17de eeuw door Andrea Vaccaro werd gemaakt.

Niet direct aan de Spaccanapoli, maar te mooi om niet te noemen, is de Cappella Sansevero. De kapel is in 1590 gebouwd als grafkapel voor de leden van de familie Sangro, in opdracht van prins Raimondo di Sangro. Deze Raimondo was tevens een vrijmetselaar en alchemist, hetgeen duidelijk in de kapel is terug te zien. Zo worden aan hem twee macabere experimenten toegeschreven waarvan de resultaten in een zijruimte van de kapel worden tentoongesteld. De prins zou twee proefpersonen een speciale conserverende vloeistof hebben laten drinken, dat het totale vlechtwerk van hun aderen mummificeerde – en waaraan ze dus overleden. Het meest spectaculaire dat in de Cappella Sansevero te zien is, is echter de Cristo Velato (Gesluierde Christus) van de hand van de Napolitaanse beeldhouwer Giuseppe Sanmartino. Met een onwaarschijnlijke verfijning is het dode lichaam van Christus afgebeeld onder een flinterdunne sluier. De gelaatstrekken en de armspieren zijn nog heel goed onder de sluier te zien, waardoor het net lijkt alsof het beeld later is toegedekt. Ongelooflijk dat iemand zo’n levend kunstwerk uit één blok marmer kan creëren…

Eenmaal terug in de Spaccanapoli wacht je de Piazzetta Nilo, maar daarover (en over het vervolg van de straat) dinsdag meer!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *