Ga op pad met onze City Walks!

De Vesuvius, de vulkaan der vulkanen

In ontelbaar veel brieven, gedichten en reisdagboeken is de Vesuvius beschreven, en op veel schilderijen en tekeningen is hij afgebeeld. Zo zag Johann Wolfgang Goethe vlak voor zijn vertrek uit Napels op 2 juni 1787 ‘was man in seinem Leben nur einmal sieht’. Kijkend uit een raam van het slot van de gravin Giovane zag hij de lava in de avondzon van de berghelling stromen, en de wolken goudachtig opgloeien, ‘…Meer und Erde, Fels und Wachstum deutlich in der Abenddämmerung, klar, friedlich, in einer zauberhaften Ruhe.’

De eerste getuigenis van de uitbarsting van de Vesuvius zelf wordt beschreven in een brief die Plinius de Jongere schreef aan Tacitus. Plinius vertelt in deze brief over de dood van zijn oom, Plinius de Oude. ‘Hij haastte zich in de richting waar vandaan de anderen vluchtten, recht op het gevaar af en zó geheel zonder angst, dat hij aan zijn secretaris opdroeg alle stadia en vormen van het onheil op te schrijven. Reeds viel er as op de schepen, steeds heter en dichter naarmate zij dichterbij kwamen en al spoedig viel er ook puimsteen en zwarte, halfverkoolde en door het vuur gebarsten stenen, de zee week plotseling terug en de oever werd door rotsblokken van de berg onbegaanbaar (…). Ondertussen lichtten van de Vesuvius op meerdere plaatsen grote brandhaarden en hoge vuurzuilen op, wier stralende lichten in de donkere nacht nog beter uitkwamen.’

In de nabijheid van de Vesuvius wonen nu zo’n 3 miljoen mensen. Hoewel de Vesuvius een constante bedreiging voor hen vormt, zijn ze er zelf nogal laconiek over. Op mijn vraag of ze niet bang waren op een dag door de vulkaan te worden verrast, antwoordde een restauranthouder laconiek: ‘Maar waar woon jij dan, in Nederland, toch? Dat is pas onveilig, zo diep onder de zeespiegel. Een paar hoge golven en half Nederland bestaat niet meer.’ Ik grijnsde en kon hem niet anders dan gelijk geven.

Toch is het voor de bewoners van de Vesuvius iets gevaarlijker dan voor de gemiddelde inwoner van Amsterdam. Onder de vulkaan bevinden zich namelijk grote magmakamers en op grote diepte schuren tektonische platen langs elkaar heen. Het besef dat de Vesuvius ooit tot een enorme uitbarsting kan komen, leeft daarom wel. De vulkaan wordt om die reden dan ook 24 uur per dag bewaakt door het in 1851 opgerichte Observatorio Vesuviano, het oudste vulkanologische observatiestation ter wereld. Met behulp van seismografische apparatuur houden vulkanologen de berg continu in de gaten. Het is bijna zeker dat de berg weer zal uitbarsten: de vraag is alleen wanneer.

Sir William Hamilton koesterde een bijzondere belangstelling voor de Vesuvius en andere vulkanen in het zuiden van Italië. In 1764 reisde hij als buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister van de Engelse koning George III af naar Napels. In The Volcano Lover beschrijft Susan Sontag zijn werk als volgt: ‘En nu wist hij (Hamilton, SB) wat hem te doen stond wanneer hij de berg beklom. Hij verzamelde monsters afkoelende lava in een met lood gevoerde leren tas, hij vulde flesjes met zouten en zwavelverbindingen die hij uit de hete scheuren in de kratertop haalde.’ Zonder enige opleiding op geologisch gebied ontwikkelde Hamilton zich tot een van de grootste kenners van het vulkanisme in het zuiden van Italië. Hij verbleef ruim 37 jaar in Napels en beklom meer dan zestig keer de Vesuvius, vaak vergezeld door de kunstenaar Pietro Fabris. Hamiltons observaties en Fabris’ aquarellen werden uiteindelijk gebundeld in het mooiste boek dat ooit over vulkanen is verschenen: Campi Phlegraei (inmiddels een zeer gewild verzamelobject en bijna niet meer te krijgen).

In 1767 bouwde Hamilton een apparaat waarmee hij de uitbarstingen van de Vesuvius aanschouwelijk kon maken voor een breed publiek. Het instrument wordt voor het eerst beschreven in een brief aan de president van de Royal Society, James Douglas. De brief, gedateerd 29 december 1767, bevat een verslag van een uitbarsting in datzelfde jaar en een beschrijving van het apparaat: ‘I have also accompanied that collection with a view of a current of lava from Mount Vesuvius; it is painted with transparant colours, and, when lighted up with lamps behind it, gives a much better idea of Vesuvius…’

Hamilton stuurde een transparante schildering naar het British Museum, en daar werd in een van de zaaltjes een opstelling gemaakt. Sir John Pringle, de latere president van de Royal Society, schreef dat het schouwspel zo levendig was ‘that there seemed to be nothing wanting in us distant spectators but the fright that everybody must have been fired with who was so near.’ Het moet een prachtig gezicht geweest zijn. Maar niet zo mooi als zijn ‘live-uitbarsting’ van de Vesuvius zelf. Het mechanisme bestond uit een roterende cilinder die was geperforeerd. Door de openingen scheen licht dat afkomstig was van een lamp die in de cilinder stond. Het geheel stond in een kist met een transparante plaat aan de voorzijde, die precies voor de draaiende cilinder was geplaatst. Door de rotatie van de cilinder werd een constante stroom licht op de lavastroom van de schildering geworpen. Hierdoor werd de indruk gewekt dat de lavastroom constant in beweging was, net als bij een echte uitbarsting.

In de lange periode van 1631 tot 1944 die de Vesuvius actief was, kwamen veel reizigers naar Napels en omstreken. Samen met de opgravingen te Herculaneum en Pompeji vormde de vulkaan een onmisbaar onderdeel voor degenen die de ‘grand tour’ maakten, een reis langs de hoogtepunten van de Europese beschaving die deel uitmaakte van de opvoeding van aristocratische jongeren in de 18de en 19de eeuw. Stiekem hoopten reizigers een uitbarsting van de Vesuvius mee te maken. Jan Teding van Berkhout, een van de eerste Nederlanders die tijdens zijn reis (1739-41) Herculaneum bezocht, stelde echter teleurgesteld vast dat ‘de vulkaan zo rustig was als de duinen bij Scheveningen’.

De periode waarin de Vesuvius zeer actief was, begon met een grote uitbarsting in 1631. Hevige asregens, een wolk met een geschatte hoogte van zo’n 40 kilometer, brede lavastromen, gloeiende asstromen, modderstromen, vloedgolven en waarschijnlijk een enkele gloedwolk maakten de helse taferelen tijdens deze maanden durende uitbarsting compleet. Ter herinnering aan de ramp van 1631 plaatste men in het dorp Portici een plaquette. De inscriptie luidt, vertaald: ‘…de baarmoeder van deze berg is zwanger van bitumen, ijzer, goud, zilver, nitriet en waterfonteinen. Vroeger of later zal zijn vriendelijkheid… Als u verstandig bent, luister naar deze sprekende steen, vergeet uw huiselijke zorgen, uw spullen en laat u niet ophouden! Vlucht!’

Toch gaf lang niet iedereen gehoor aan deze serieuze oproep; de Vesuvius blijft trekken. Ook vandaag de dag kunnen toeristen en kunstenaars de roep van de vulkaan niet weerstaan, maar daarover morgen meer!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *