Ga op pad met onze City Walks!

O mia bella Madonnina

Zoals ik gisteren al schreef, vervolgen we vandaag onze kennismaking met Milaan door een bezoek aan de Duomo, de grote kathedraal in het hart van de stad, die officieel de Santa Maria Nascente heet.

De bouw van de Duomo begon in 1386 in opdracht van bisschop Antonio da Saluzzo. De kathedraal werd in 1418 gewijd, maar de bouw werd pas afgerond onder het bewind van Napoleon, die zich op 26 mei 1805 in de Duomo tot koning van Italië liet kronen.

Bisschop Da Saluzzo maakte hertog Gian Galeazzo Visconti verantwoordelijk voor de bouwwerkzaamheden. Om de Duomo te kunnen realiseren, riep hij het jaar 1390 uit tot een jubeljaar. Hij spoorde de Milanese bevolking aan om een flink steentje bij te dragen in de vorm van geld of mankracht.

In eerste instantie was het de bedoeling om de kathedraal te bouwen van baksteen, zoals opgravingen in de noordelijke sacristie duidelijk maakten. Al snel na de eerste werkzaamheden eiste hertog Gian Galeazzo Visconti echter dat er marmer zou worden gebruikt. En niet zomaar marmer, nee, hij stond erop dat er Candoglia-marmer gebruikt werd, dat naar de bouwplaats werd vervoerd over de Navigli-kanalen. De platen marmer werden voorzien van een zegel met de letters AUF (ad usum fabricae). Zo hoefde men geen invoerrechten te betalen.

Het resultaat van bijna 500 jaar werkzaamheden mag er zijn. Er staat nu een kathedraal van formaat: met een lengte van 157 meter en een breedte van ruim 90 meter zijn alleen de Sint Pieter en de kathedraal van Sevilla groter. En dan de versieringen: overal waar je kijkt zie je pinakels, beelden en waterspuwers. Volgens een van de toezichthouders bij de ingang van de dom staan er ruim 2300 beelden op de façade, de zijmuren en het dak.

Voor het bekendste beeld moet je echter helemaal naar boven. Nu is dat geen straf (voor wie geen tig treden wil beklimmen, tegen betaling van iets extra’s kun je gebruik maken van de lift): vanaf het dak van de Duomo heb je een prachtig uitzicht op Milaan en omgeving. Bij helder weer zie je zelfs de Alpen!

Maar ook het dak zelf is prachtig, het is één groot beeldenpark! Op het dak staat een heel woud aan pinakels, waarvan de oudste uit 1404 stamt. Op de hoogste pinakel troont een letterlijk schitterend gouden Mariabeeld, dat is ontworpen door Giuseppe Perego en Giuseppe Bini en sinds december 1774 de hoogste top van de Duomo siert.

La Madonnina, de kleine Madonna, zoals het beeld liefkozend wordt genoemd, is inmiddels het symbool van Milaan geworden, religieus of niet. Als de Milanezen het hebben over hun stad, hoor je ze meer dan eens de uitdrukking all’ombra della Madonnina gebruiken – in de schaduw van de kleine Madonna.

Hoewel de Milanezen het beeld La Madonnina noemen, is deze Maria zo klein nog niet: ze meet ruim vier meter! Hiermee reikt het hoogste punt van de Duomo precies 108,5 meter de lucht in. De traditie wil dat geen enkel gebouw in Milaan hoger mag zijn dan de Madonna. Hoewel deze wet in eerste instantie niet officieel van kracht was, hield iedere architect zich er zonder morren aan. In de jaren dertig werd deze door iedere inwoner van Milaan onderschreven regel opgetekend in een officieel document. Zo werd voorkomen dat de Torre Branco in het Parco Sempione (108 meter) en de Torre Velasca (106 meter) boven de Madonna zouden uittorenen.

Toch is er inmiddels een wolkenkrabber die zich boven de Madonna verheft. Il Pirellone, zoals het gebouw dat is ontworpen door Pirelli wordt genoemd, en dat 127 meter hoog is, huisvest de het bestuur van de regio Lombardije. Dat zij zich boven de Madonna stellen, schoot bij veel Milanezen in het verkeerde keelgat. Om de regel dat geen enkel gebouw hoger mag zijn dan de Madonnina toch na te leven, liet het bestuur een kopie maken van de Madonnina. Dankzij deze tweede gouden Maria blijft de regel toch van kracht. In 2010 verhuisde het bestuur van Lombardije naar een nieuw gebouw, dat met 161 meter nog hoger is. Ook hier werd een kopie van de Madonnina geplaatst, zodat er nu drie gouden Maria’s over de stad waken.

De Milanezen zelf dragen hun Madonnina zoals gezegd een warm hart toe. Zolang ze regelmatig een glimp opvangen van het schitterende gouden beeld, voelen ze zich thuis. Meer nog dan de Duomo zelf maakt de Madonnina de Milanezen trots op hun stad. Giovanni D’Anzi vertaalde deze trots in 1935 in een inmiddels zeer bekend lied over de kleine Madonna, Oh mia bela Madunina oftewel: Oh mia bella Madonnina:

‘O mia bela Madunina, che te brilet de luntan
tüta d’ora e piscinina, ti te dominet Milan
sota ti se viv la vita, se sta mai coi man in man
canten tucch ‘luntan de Napoli se moeur’
ma poe vegnen chi a Milan.’

Voor wie het dialect nog een beetje moeilijk is, hierbij ook de Italiaanse versie:

‘O mia bella Madonnina che brilli da lontano
tutta d’oro e piccolina, tu domini Milano
sotto di te si vive la vita, non si sta mai con le mani in mano
tutti cantano ‘lontano da Napoli si muore’
ma poi vengono qui a Milano.’

En ten slotte de vertaling in het Nederlands:

‘O mijn mooie kleine Madonna, die ons vanuit de verte tegemoet schittert,
Helemaal van goud en zo klein, jij waakt over Milaan
onder jou leven we het leven, is er altijd iets te doen
iedereen zingt ‘ver van Napels ga je dood’
maar daarna komen ze hier naar Milaan.’

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Een reactie

  1. Als ik het goed begrepen heb heeft ook de eerste toren die hoger was dan de dom een Madonnina-kopie, de Torre Breda, eveneens in de buurt van het centraal station….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *