Ga op pad met onze City Walks!

La dolce vita in Veneto

Vandaag een reisverslag van Johan Meeus, die dit jaar tijdens de paasvakantie (om precies te zijn van 26 april tot 7 mei) een bezoek aan Noord-Italië bracht. Hij laat jullie – en mij! – meegenieten van de streek tussen de voet van de Dolomieten en de lagune van Venetië, zowel met zijn verhaal als met de prachtige pentekeningen.

‘Een rondje door Veneto is ongeveer 400 kilometer lang. Daar trekken we in totaal twaalf dagen voor uit, tien op de fiets en twee voor citytrips. De route start in Vicenza, om richting de heuvels in het noorden te gaan. Vervolgens dwars door de vlakte rond Treviso. De pont zet ons over naar het eiland Lido, het strand van Venetië en de vissersplaats Pellestrina, gelegen in de lagune. Langs de rivier Brenta weer terug naar Padua en Vicenza.

Mijn vrouw neemt haar rol als fietsmaatje uiterst serieus. Bij het bestuderen van de kaart leiden alle wegen rechtstreeks naar Rome. Al zwervend blijven we ons verbazen. Dijken met bomen erop houden de rivier in toom, terwijl villas de vlakte beheersen. Om de verwondering van onbekend terrein vast de houden, probeer ik het landschap te tekenen. Lekker eten maakt de vakantie compleet.

Het is prima vakantieweer. Veel bomen en struiken staan in bloei, de gewassen komen net boven de grond en de zon schijnt schuchter, zonder de bleke huid te schroeien. Met een gemiddelde middagtemperatuur van 20 graden en een verkoelend windje vanuit de bergen of de zee is het aangenaam fietsen. We verlaten de gebaande paden en zoeken naar karakteristieke landerijen en landhuizen uit de 16e eeuw. Tientallen villas uit de Renaissance hebben de tijd doorstaan en geven Veneto een rijke uitstraling. Daarnaast genieten we van het mensenwerk op het land en in de tuin. Landschappen liegen niet, ze vormen een spiegel van de samenleving, vertellen iets over de geschiedenis en verwijzen naar de wijdere omgeving. Daardoor ontstaat eenheid in verscheidenheid, harmonie of contrast. Net zoals in middeleeuwse steden kronkelige karrensporen in de straatstenen zijn uitgehouwen, zo zijn villas uit de Renaissance herkenbaar aan kaarsrechte lijnen en complete cirkels, die door toenmalige architecten werden ontleend aan hun Romeinse voorgangers.

Op een Italiaans ontbijt van een croissant, aangevuld met koek en cake, fiets je niet ver. Minuscule broodjes hamsteren bij het buffet van het hotel kan niet voorkomen dat de hongerklop toeslaat. Vaak komen we aan het eind van de ochtend bij een bakker terecht, waar koffie met koek wordt geserveerd. Na een lange fietstocht veren we op bij een glaasje prosecco. Agriturismo’s serveren streekgerechten, netjes verdeeld in primo en secondo. Vooral verse groenten uit eigen tuin vallen in de smaak.

Voordat we ons overgeven aan la dolce vita moeten we de kakofonie van het Italiaanse verkeer en de verspreide verstedelijking zien te overwinnen. De snelweg Milaan-Venetië sluit bij Verona aan op de Brennerpas door de Alpen en vormt de ruggengraat van een langgerekte stadsrand. Daartussen liggen relicten van Romeinse wegen, middeleeuwse steden en monumenten uit Renaissance en Barok. De regio Veneto beslaat een areaal van 150 bij 100 kilometer, ruwweg tussen de rivieren Adige, Brenta en Paive, de Middellandse zee en de Dolomieten. Er wonen bijna zes miljoen mensen in dit sterk geïndustrialiseerde gebied. Tussen de ring- en uitvalswegen staan fabriekshallen en billboards van giganten als Benetton, Diesel en Indesit. Werkplaatsen, landbouwkavels en woonbuurten worden afgewisseld met braaklandjes en bouwterreinen. Dat wordt ‘città diffusa’ genoemd en doet denken aan de streek tussen Breda en Eindhoven, Antwerpen en Gent en de voorsteden rond Parijs.

Brenta vallei, Bassano del Grappa

Om niets van de onbekende omgeving te hoeven missen, staan alle zintuigen scherp afgesteld. In het winterbed van de rivieren worden populieren geteeld en het talud van de dijk is beplant met acacia’s. Vergeleken met Hollandse polders is het landschap rijk aan opgaand hout. Geen landbouwkavel of irrigatiekanaal of er staan struiken, bomen of wijnranken langs. De kavels bestaan uit vette klei met een bol maaiveld, doorsneden door diepe greppels. Intensief beteelde velden, braaklandjes en bouwterreinen wisselen elkaar af. Rivieren worden afgetapt om rijstvelden te bevloeien en vruchtbomen en tuinbouwgewassen aan het infuus te leggen. Irrigatiekanalen maken het geluid van kabbelende beekjes. Witbloeiende acacia’s verspreiden een indringende, weeïge geur. Klaprozen voorzien de bermen van roodgroene contrastkleuren. Moestuinen, wijngaarden en boomgaarden ontbreken op geen enkel boerenerf. Vrijwel alle wegen op het platteland zijn in gebruik als uitvalswegen voor steden. Vaak komen we op de fiets tussen luid toeterende vrachtwagen terecht. Jaagpaden langs kanalen, rivieren, dijken en heuvels verlevendigen het overwegend vlakke land.

Agrarisch landschap, Grantortino

Villa Rotonda bij Vicenza zet met klassieke architectuur een tempel op de top van de heuvel. Tijdens de renaissance vond er vanuit Venetië een tweede ontginning van Veneto plaats, die al door de Romeinen was ingezet met de aanleg van heerwegen en de eerste drooglegging van moerassen. In de 16e eeuw werd de streek opnieuw gekoloniseerd, nu door Venetiaanse aristocraten, die er zomerverblijven lieten bouwen. De architect Andrea Palladio (1508-1580) bouwde tientallen soortgelijke villas in Veneto, omgeven door omvangrijke boomgaarden, tuinen en landerijen. In Fansolo en Malcontenta vallen de villas Emo en Foscari op door hun kloeke afmetingen en voorname uitstraling.

Villa Barbaro, Masèr

Daniele Barbaro, de opdrachtgever van de gelijknamige villa, bundelde de antieke geschriften, waarin Vitruvius de Romeinse bouwkunst beschreef en bestudeerde Romeinse ruïnes, om inspiratie op te doen voor het ontwerp van zijn landhuis. Villa’s van Palladio zijn zowel robuust als frivool en bestaan uit geometrische vormen, zoals rechtstanden, kubussen, bollen en driehoeken, die via symmetrie en hiërarchie zijn geschakeld. Vanuit de eerste verdieping zijn de landerijen te overzien. Paarden houden het gazon van villa Barbaro kort en drinken uit de eeuwenoude fontein.

Villa Rotonda bij Vicenza en villa Barbaro in Masèr zijn uitgegroeid tot iconen van een tijdperk, waarin de antieke Romeinse idealen werden opgepoetst. Zeven van de bijna twintig nog bestaande villas van Palladio hebben we kunnen bezichtigen, waarvan een drietal (villa Barbaro, Emo en Foscari) extra uitgebreid, inclusief het interieur en de omgeving.

Villa Emo imponeert, doordat brede zijgebouwen, stevige standbeelden en lange lanen de wijde omgeving in hun greep houden. Villa Foscari vormt een uitroepteken aan het naastgelegen kanaal. Elk half uur legt er een boot toeristen uit Venetië aan, om na een bliksembezoek weer snel te vertrekken. Beeldhouwwerken en muurschilderingen benadrukken de relatie tussen binnen en buiten. Aardkleuren overheersen zowel op de buitenmuren als op de gewelven van de zalen, die met fresco’s zijn versierd: veel lichtgeel, rozerood en gebroken wit. In de tuin en op de dakrand staan standbeelden. Fronton, pilaren en arcades maken een landhuis tot klassieke villa; beelden, tuinen en fresco’s verbeelden het goede leven op het land, waarbij natuur en cultuur hand in hand gaan.

Villa Foscari, Malcontenta

De villatuinen zijn minder uitgesproken dan de gebouwen. Grasvelden en terrassen worden omgeven door hagen en lanen, die de velden doorsnijden. Daarmee wordt de blik van de landheer tot ver in en over de landerijen geleid.

Villa Emo, Fansolo

Het mooiste plekje dat we in Veneto tegenkomen is de botanische tuin van Padua. Daniele Barbaro, de bouwheer van de gelijknamige villa en de uitgever van boeken van Vitruvius, was in 1545 ook opdrachtgever van deze unversiteitstuin. Een cirkelvormige muur beschermt de meest fragiele planten en vormt een kader voor bloembedden, vergelijkbaar met de lijst om een schilderij. De plantencollectie, voorzien van bordjes met Latijnse namen, soort bij soort, is bedoeld voor onderzoek en educatie. Tuinmannen passen met passie op de planten, geven ze water en beheren de collectie, alsof het om juwelen gaat, die in een vitrine liggen te schitteren. Studenten luisteren naar de uitleg van de gids, voelen aan bladeren, ruiken aan bloemen en bestuderen op aanschouwelijke wijze de biodiversiteit. Net als de villas op het platteland demonstreert deze stadstuin dat het ideaal van de integratie van natuur en cultuur uit de Renaissance springlevend is.

Botanische tuin, Padua

In Veneto is La dolce vita minder doordrenkt van decadente fratsen dan de film van Fellini uit 1960, die zich afspeelt rondom Via Veneto te Rome. Je hoeft geen aristocraat, landheer of architect te zijn, om geraakt te worden door klassieke landhuizen en landerijen. Villas en tuinen uit de Renaissance blijven bijzonder en kunnen rekenen op verwondering. Ze tekenen is als proeven van onbekende gerechten. Wie wil er op vakantie niet verrast worden?’

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *