Ga op pad met onze City Walks!

In de voetsporen van De’ Medici

In mijn vorige bijdrage voor Florens 2012 (over smart traveling) opperde ik een idee voor een virtuele beleving van een stad (met een prachtig voorbeeld uit New York en een suggestie voor Florence). Vraag is echter wie zulke nieuwe, digitale ontwikkelingen zou moeten initiëren – en wie ze moet bekostigen. De aanbieder (in het geval van mijn suggestie de stad Florence) of de gebruiker (de toerist die dan een flink bedrag moet neertellen voor een virtuele beleving van de stad)?

Ik denk dat we de laatste optie beter meteen kunnen schrappen. Als bezoeker wil je gratis gebruik kunnen maken van de virtuele ervaringen, zonder al te veel administratieve rompslomp rondom registratie. De stad Florence zal dus budget vrij moeten maken voor nieuwe digitale initiatieven, net als De’ Medici ooit deden voor nieuwe kunstwerken van grote meesters.

De vraag is alleen of dit haalbaar is. Ik heb natuurlijk geen inzicht in de Florentijnse financiën, maar ik kan me zo voorstellen dat er onder de huidige omstandigheden geen grote zak met geld voor nieuwe projecten beschikbaar is. En als er al geld is voor cultuur, wordt dat waarschijnlijk eerder besteed aan broodnodige restauraties dan aan nieuwe projecten. Begrijpelijk natuurlijk, maar hoe wordt dan de grote stap vooruit gezet? Hoe zorgen we ervoor dat het huidige culturele erfgoed goed wordt onderhouden, maar dat er daarnaast zowel nieuwe initiatieven worden ontplooid, ondersteund en ondernomen?

Culturele instanties kunnen natuurlijk hun toevlucht zoeken in sponsoring door derden. Zo wordt de renovatie van het Colosseum bekostigd door Diego della Valle, eigenaar van schoenenmerk Tod’s. Aan de ene kant een geweldige kans voor de gemeente Rome, want nu kan de al jarenlang geplande renovatie eindelijk van start gaan. Tod’s doet het echter niet voor niets; Della Valle heeft bedongen dat hij het amfitheater mag gebruiken voor reclame-uitingen.

De keerzijde van de sponsormedaille en dus een noodzakelijk kwaad, of toch not done, enorme billboards op en rond dit eeuwenoude monument? Is Diego della Valle eigenlijk niet een soort moderne Lorenzo de’ Medici, die beroemde kunstenaars betaalde voor grootser dan grootse kunstwerken – waarop hij zichzelf en zijn familie vaak genoeg liet afbeelden?

Terwijl ik daar over nadenk tijdens mijn verblijf in Florence, valt mijn oog op het doek dat boven de ingang van het MNAF (Museo Nazionale Alinari della Fotografia) hangt:

Een goede stelling, al heeft het volgens mij minder met smaak te maken dan met een heel andere kijk op kunst en cultuur. We leven immers niet meer in de renaissance, en dat heeft zeker ook zijn voordelen. Kunstenaars van nu zijn vrijer, onafhankelijker en niet langer verbonden aan een hof of een familie. Dat geeft enerzijds wellicht beperkingen, maar anderzijds ook een – voor kunstenaars in de tijd van De’ Medici – ongekende vrijheid.

De oplossing heb ik niet in een paar honderd woorden voor handen, maar laten we om te beginnen niet bang zijn om de banden tussen cultuur en economie aan te halen. Cultureel erfgoed kan de economie van een willekeurige stad (zeker in Italië) zeker draaiende houden, dus laten we investeren in dit erfgoed, door het goed te onderhouden en aantrekkelijk(er) te presenteren.

Om dit te kunnen realiseren moeten we ons wellicht opstellen als moderne Medici en de band tussen cultuur en economie verder versterken, onder andere door sponsors te zoeken voor grote culturele projecten. Een spannend traject, dat hopelijk cultuur en economie verenigt en het erfgoed van zowel De’ Medici als moderne kunstenaars veilig stelt voor nieuwe generaties.

Deze blog is mijn derde bijdrage aan de blog contest van Florens 2012 (zie ook mijn introductiepost over deze wedstrijd). Ik hoop in november vanuit Florence nog meer speciale Florens 2012-blogs te schrijven, over de conferentie zelf, de interessante discussies die gevoerd zullen worden en alle nieuwe vragen die daar zullen worden opgeworpen. Keep you posted!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *