Ga op pad met onze City Walks!

1001 Italianen

Vandaag, op de Dag van de Arbeid, wil ik even stilstaan bij al die Italianen dankzij wie we vandaag de dag overal in Nederland Italiaans kunnen eten of een echte, volgens traditioneel recept bereide gelato kunnen kopen. Deze Italiaanse immigranten worden extra in de schijnwerpers gezet met het project 1001 Italianen, een initiatief van Daniela Tasca.

Daniela is geboren op Sicilië en kwam in 1989 als Erasmus-student naar Nederland, waar ze onder andere meewerkte aan het Van Dale woordenboek Nederlands-Italiaans. Na werkervaring te hebben verworven als redacteur van de publieke omroep, rondde ze een opleiding tot programmamaakster af bij Studio Bromet. In 2007-2009 verscheen haar succesvolle project De Spaghettiflat, Little Italy in de polder. Het project, dat ze heeft gerealiseerd in samenwerking met Tonino Boniotti/Arcobaleno Media Producties, bestaat uit drie delen: de documentaire, het boek en de webspecial op www.vijfeeuwenmigratie.nl – een succesvolle voorloper van 1001 Italianen.

Daniela Tasca: ‘Deze 1001 Italianen staan symbool voor alle Italianen die vanaf de jaren veertig naar Nederland kwamen. Ze leefden hier en trouwden hier. Ze braken hun plechtig voornemen om terug te keren naar de familie in het vaderland.

Immigratie is een drastisch en een dramatisch middel. Zeker voor de betrokkenen en hun families. Het gastland heeft meestal weinig boodschap aan dat drama. Beste Nederlanders, weten we bij benadering hoeveel Italianen destijds de verhuizing naar ons land aandurfden? Hoeveel hier bleven? Beseffen we dat deze groep Italianen de eerste groep georganiseerde arbeidsmigranten in Nederland was?

De mijlpaal in deze zaak was de wervingsovereenkomst die de regeringen van Nederland en Italië met elkaar aangingen op 6 augustus 1960, tweeënhalf jaar na de ondertekening van het Verdrag van Rome. Nederland zat te springen om arbeidskrachten, veel jonge Italianen zaten in een uitzichtloze situatie zonder werk. De overeenkomst was niet de eerste van deze aard tussen de beide landen, wel de eerste in EEG-verband. Deze ‘gastarbeiders’ kwamen als pioniers naar Nederland. Ze zijn de wegbereiders van de grote mediterrane migratie, stonden aan de wieg van onze multiculturele samenleving. Ook vandaag vestigen zich nog steeds Italianen in Nederland.

Het meerjarenproject 1001 Italianen stelt zich ten doel de 50-jarige Italiaanse aanwezigheid in Nederland in kaart te brengen en breed toegankelijk te maken. Wie zijn de Italianen van Nederland? Hoe verging het de pioniers en hun nazaten? Wat is hun bijdrage aan de Nederlandse geschiedenis, wat bindt hen vandaag de dag aan Nederland?’

Speciaal voor het project 1001 Italianen is er op de website van het Verhalenarchief plek ingeruimd voor verhalen van Italiaanse migranten. Sandra di Bortolo, waar ik 10 november 2010 al over schreef, vertelt het verhaal van haar vader, die als 13-jarige te voet uit Italië vertrekt om zich uiteindelijk als terrazzowerker in Zwolle te vestigen. Ontroerend is ook het verhaal van Martha en Gino:

‘Als de twintigjarige Amsterdamse Martha op een zondagmiddag in 1958 gaat vrijdansen bij Cosey Corner op de Middenweg, valt haar een groepje luidruchtige Italianen op. Een van hen vraagt haar ten dans. Het is de dan 33-jarige Gino, haar toekomstige echtgenoot.

Martha vindt het Italiaanse groepje wel interessant: ze zijn wat lawaaiig en roepen in het Italiaans van alles naar elkaar. Martha verstaat ze natuurlijk niet. Na het dansen met Gino weet ze niet goed wat ze met de situatie aan moet en besluit naar huis te gaan. Met een omweg via het toilet hoopt ze ongezien weg te komen. Maar bij de garderobe staat Gino ineens bij haar.

Hij brengt haar met de tram naar de De Lairessestraat, waar zij kinderverzorgster is. Bij het afscheid geeft Gino Martha een hand – juist dat bescheiden gebaar maakt indruk. Een week later zien ze elkaar weer, bij Cosey Corner. Vanaf dan is het aan.

Gino komt uit de streek Emilia-Romagna. In 1957 komt hij naar Nederland, nadat hij een aantal jaar in Marseille heeft gewerkt. Hij gaat bij Fiat in Amsterdam aan de slag als autospuiter / kleurmenger. Gino is trots op zijn vak. Hij noemt zichzelf nadrukkelijk géén gastarbeider. Hij is immers op eigen initiatief naar Nederland gekomen. Dat is anders dan de Italianen die later ‘onder contract’ naar Nederland zouden komen.

Gino Briganti in de Fiat Fabriek, Amsterdam.
Collectie: Martha Briganti-Witte
©
www.hetverhalenarchief.nl

Vanaf het eerste moment is Gino ervan overtuigd dat hij en Martha zullen trouwen. Na vijf maanden gaat hij voor het eerst mee naar haar ouders. Bij de eerste ontmoeting zegt Gino:’Dag pappie. Dag mammie’. Martha vindt het een beetje genant, maar haar ouders vinden het prachtig. Martha’s moeder heeft een grote pan ‘macroni’ gemaakt met stukjes Smac, uien en tomaten. Martha’s vader blijkt een aardig woordje Frans te spreken. Gino is meteen welkom.

Gino en Martha settelen zich in Amsterdam. Even leek het erop dat ze zich in Italië zouden vestigen. Drie maanden zijn ze er geweest, in 1961. Gino begint daar met zijn broer een verfspuiterij, maar hij blijkt het Italiaanse leven te zijn ontgroeid. Ze keren terug naar Amsterdam. Hun eerste huisje staat in de Commelinstraat, daarna verhuizen ze achtereenvolgens naar Nieuwendam-Noord en de wijk Banne in Amsterdam-Noord. Samen krijgen ze twee zoons.

Een belangrijke ontmoetingsplaats voor Italianen in Amsterdam is in die tijd de Milano Bar in de Leidsestraat. Daar kunnen ze het Italiaanse gebruik weer oppakken om na het middageten rustig een espresso te drinken en elkaar te ontmoeten. Op zaterdag en zondag gaat Gino daar ook vaak een paar uurtjes heen. Niet iedereen begrijpt deze gewoonte. De ouders van Martha vinden het bijvoorbeeld maar een beetje vreemd.

Gino Briganti met vrienden voor de Milano Bar, Leidsestraat Amsterdam.
Collectie: Martha Briganti-Witte
©
www.hetverhalenarchief.nl

Heel wat Nederlands-Italiaanse relaties zijn stukgelopen door de Milano Bar. Niet alle vrouwen kunnen er tegen dat hun mannen ook iets voor zichzelf ‘hadden’. Vrouwen komen vrijwel niet in de Milano Bar, het is er echt een mannenwereld. Op luide toon worden er vrouwen, auto’s en eten besproken. Martha vindt het geen probleem dat haar man er regelmatig heen gaat.

Gino’s bezoekjes aan de Milano Bar worden in de loop der jaren wat minder. Zijn zoons voetballen op zaterdag en hij is daarbij actief betrokken. Bovendien komen er na 1960 steeds meer en meer Italianen naar de Milano Bar: gastarbeiders die na het wervingsverdrag van 1960 naar Nederland komen. De sfeer is er niet meer zoals eerst.

In 1978 overlijdt Gino op 53-jarige leeftijd. Van hun nieuwe woning in Banne kan hij slechts een jaar genieten…’

Kijk voor meer verhalen op www.hetverhalenarchief.nl/italiaanse-gastarbeiders. Meer informatie over het project 1001 Italianen vind je op www.1001italianen.nl

Ontdek onze droomplekken in Italië!

2 reacties

  1. Wat een ontroerend verhaal Ik krijg er de tranen van in de ogen Het verhaal is ongeveer hetzelfde voor de Italianen in België.
    Wat ik mij afvraag of je ook goede boeken kent voor Italiaanse mensen die Nederlands willen leren. Ik kreeg graag tips.
    Dank voor de immer interessante informatie. Italië blijft aldus geen vreemd land meer voor ons. Prettige zondag.

  2. Wat een bijzonder triest verhaal! Het lijkt wel een film script.En Martha..

    Ik ga zo de rest vd verhalen ook lezen.
    Bedankt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *