Ga op pad met onze City Walks!

Met Louis Couperus naar het theater

header Week van de Klassieken

Vandaag gaat de Week van de Klassieken van start, die dit jaar als thema heeft gekozen voor het theater in de oudheid. Er zijn verschillende activiteiten, waaronder een prachtige tentoonstelling over Louis Couperus in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Maar voor we daar een kijkje gaan nemen, laten we ons verrassen door de woorden van Louis Couperus zelf, over theaterbezoek in Italië:

‘Er flâneeren enkele nachtzoekers. Zij doen als wij: uit gegaan, omdat zij niet thuis bleven, staren zij elkander aan en denken – als wij – ‘waarheen?’. En blijven mediteeren voor de aanplakbiljetten. Wat is er te doen van avond…?

Wel, er is meestal wel wàt te doen. Maar er is nooit als bij u, de opera, de komedie. Er zijn geen vaste troepen in bezoldigde theaters, er zijn die zelfs niet te Rome en, ik geloof, zelfs niet te Milaan. Maar er is wel een opera-troep, die is gekomen met Aïda en Gioconda; er is een Napolitaansche troep, er is een circus…Wij hebben maar te kiezen. Wij moèten ook kiezen, want als we niet in de modder willen blijven of willen gaan plakken in een café vol Duitschers…wat dan?? Willen we naar Aïda gaan? Maar ge kent Aïda…Des te beter. Dan zijn we als de Florentijnen. Zij kennen, als wij, Aïda uit hun hoofd. Dat is juist het ware, weet ge: naar een opera gaan, die we uit het hoofd kennen. Kom, kom meê…

Welke plaatsen we nemen? Maar denkt ge, dat daar over te twijfelen is?? Wij nemen twee ‘loggione’, dat is het paradijs van het Teatro Massimo…Of ik naar den engelenbak ga?? Natuurlijk. Ik ga nooit ergens anders. Of ja, toch wel, als ik met mijn vriend Orlando uit ga, gaan we in een loge. Maar ik ga of in een loge, of in den engelenbak. Of in mijn rok, of met bemodderde schoenen.

Geen gulden middenweg. In gala, of incognito. Ik ga heden met u, o lezer, incognito. Door een aparte ingang. Vele steenen trappen op; géen brandgevaar. Wij hebben éen franc, ieder hoor, betaald. Ik was nóoit in den engelenbak van de Haagsch Opera. Ik betreur het nu bijna. De leeftijd is voorbij, dat ik dacht altijd deftig te moeten zijn. Ik ben o zoo weinig deftig meer en wees verzekerd: kom ik weêr eens in Holland, ik ga dadelijk een ondeftige, vergelijkende studie maken tusschen Nederlandsche en Italiaansche engelenbakken…

De loggione is een amfitheater en voor twee soldi kunnen we een kussen erlangen om op de harde, houten bank te leggen. Net als in de Oudheid! Het is er meestal vol en het publiek, o aristocratische lezeres, is er héel erg gemengd! Maar amuzanter dan beneden, in die vervelende fauteuils, waar je naast je buren zit als hond en kat.

Hier komt de verbroedering spoedig tot stand. Loggione-bezoekers zijn meestal beminnelijk. Zij schuiven nooit langs je heen, zonder je toe te glimlachen: pazienza, wat bijna beduidt: pardon…Waar je soms zit tegen de knieën van je achterbuur (als in de Oudheid, lees er Ovidius maar op na), worden nog andere pazienza’s geglimlacht. Overjas ligt op overjas en dopje schuift over dopje: zoo nauw moet je het niet nemen: pazienza… Toen ik voor den eersten keer een Hollandschen vriend in den loggione bracht, trof hij het ongelukkig. Naast hem zat een dik boezemige dame, die sina’s-appelen at en hem telkens met het sap van hare schijfjes in het gezicht spoot: pazienza… Achter hem zat een magere prikkebeen, met ongecapitonneerde knieën, die daarbij knoflook gegeten had. Vóor hem zat een virtuoos in het kringetje-spugen. Flùp… rechts; flùp… links; flup, tusschen links en rechts… en dat heele kringetje tusschen zijne voorburen heen, zónder hen ook maar even te bedauwdroppelen… Probeer het maar eens, o lezer. Ge zult zien, dat ge oefening noodig hebt. Mijn vriend was héel ongelukkig, arme… wij verwisselden met vele pazienza’s van plaats, en toen, toen werd hij genesteld tusschen drie charmante Florentijnsche midinetjes, met madonna-gezichtjes… en de leukert deed nog, of hij eigenlijk héel ongelukkig zat…Maar ik had hem wel in de gaten: hij deed maar als-of, begrijp je en wàs in het Paradijs…’

Vanenoveralleseniedereen

Bron: Louis Couperus, Van en over alles en iedereen (eds. H.T.M. van Vliet, J.B. Robert, Oege Dijkstra en M. Boelhouwer). Uitgeverij L.J. Veen, Utrecht/Antwerpen 1990. De volledige tekst is te lezen via de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *