Ga op pad met onze City Walks!

De smaken van Italië: Romeinse supplì

De stapel boeken die ik gisteren mee naar Rome heb gesjouwd en in de trein heb zitten lezen, bevatte ook het nieuwe kookboek De smaken van Italië – 300 authentieke recepten uit alle streken. Zoals de naam al zegt bevat dit boek recepten uit alle Italiaanse regio’s. Bovendien worden van elke regio de typische lokale producten, tradities en gerechten besproken.

Gelukkig zou ik op tijd in Rome aankomen om nog boodschappen te kunnen doen en ik bladerde dan ook direct door naar het hoofdstuk Latio, de Italiaanse regio waarin Rome ligt. Voor het eerst was ik blij dat de reis bijna oneindig lang duurde; ik kon gewoon niet kiezen.

De gefrituurde courgettebloemen zijn op zichzelf al een reden om naar Rome te reizen, maar de mozzarelline in carozza (gefrituurde mozzarellatosti’s) zouden wat sneller klaar zijn en ook heerlijk smaken… Ook qua pasta biedt Latio keuze genoeg: bucatini all’amatriciana (pasta met tomatensaus en spek), spaghetti alla carbonara (met spek en ei), pasta e fagioli (pasta met bonen), strozzapreti al pomodoro

De naam van dit laatste pastagerecht doet me altijd een beetje gniffelen. Strozzapreti betekent namelijk priesterwurgers – de vorm van deze pasta doet erg denken aan de strakke priesterboordjes, vandaar. De twee Romeinse nonna’s met wie ik de coupé deel, kijken nieuwsgierig mee en geven ongezouten hun mening. Als ik nu nog helemaal naar Rome moet en dan nog boodschappen moet doen, kan ik volgens hen die strozzapreti wel vergeten. Die maak je immers zelf – en dat drogen duurt wel even.

Terwijl de dames in een hevige discussie losbarsten over de beste manier om zelf pasta te maken, blader ik stiekem verder naar de secondi, met allereerst saltimbocca alla romana (kalfsvlees met ham en salie). Dan rinkelt mijn telefoon; mijn gastvrouw in Rome wil even weten of de trein volgens het spoorboekje rijdt. Voor het geval ik met veel vertraging aankom, heeft ze nog een restje risotto voor me bewaard, dat kan ik dan even opwarmen zodat ik er niet meer uit hoef.

De dames tegenover me stokken hun gesprek en wijzen met glinsterende oogjes op de pagina waar mijn boek tijdens het telefoneren is opengevallen. Enthousiast knik ik hen toe. Ja, die gedachte schoot al door mijn hoofd: supplì, oftewel gefrituurde risottoballetjes. De rest van de reis gaat in een roes voorbij; onze coupé droomt op het ritme van de deinende wagons over risottoballetjes en een glas witte wijn.

Voor wie ook een restje risotto in de koelkast heeft het recept:

Ingrediënten (voor 6 tot 8 personen): 80 gram boter | 1 ui, fijngesneden | 100 gram rauwe ham, fijngehakt | 50 gram champignons, in plakjes | 50 gram kiporgaanvlees, fijngehakt | 50 gram kalfsvlees, fijngehakt | 50 gram lamszwezerik, fijngehakt | zout en peper | 175 ml witte wijn | een restje van 500 gram risotto | 5 eetlepels bloem | 1 ei, losgeklopt | 4 eetlepels paneermeel | zonnebloemolie, om te frituren

Smelt de boter in een grote koekenpan en fruit de ui tot hij zacht is. Voeg de rauwe ham, champignons, orgaanvlees en zwezerik toe. Bestrooi alles met zout en peper en giet de wijn erbij. Laat het mengsel koken tot de wijn is ingekookt en voeg eventueel een beetje bloem toe om de saus te binden.

Vorm met twee lepels balletjes van het restje risotto. Maak een opening in het midden, doe daar een eetlepel vleessaus in en druk het balletje weer dicht, zodat de vulling in het midden zit.

Doe de bloem, het losgeklopte ei en het paneermeel in drie diepe borden. Verhit de olie in een grote braadpan. Doop elk risottoballetje eerst in de bloem, dan in het ei en vervolgens in het paneermeel en frituur ze in porties goudbruin en gaar. Laat ze uitlekken op keukenpapier en serveer ze als ze nog lekker warm zijn.

De Romeinse nonna’s wisten me overigens nog te vertellen dat de echte originele Romeinse versie van deze risottoballetjes werd gemaakt met een vulling van een blokje mozzarella in plaats van vleessaus. Als je dan een hap nam van de risottoballetjes, ontstonden er lange kaasdraden, die deden denken aan de ouderwetse telefoondraden. Vandaar dat dit gerecht bij de Romeinen ook wel bekend staat als supplì al telefono.

Die moet ik morgen maar bij een van hen thuis komen eten, besluiten de dames. Met deze uitnodiging op zak en een enorme honger na al deze culinaire gesprekken, verlaat ik de chaos van Termini, om een maand lang rond te struinen in Rome.

Ontdek onze droomplekken in Italië!

2 reacties

  1. peter housmans

    Jamjam……….

  2. leuk, zo’n boek waarin ook de plaatselijke tradities en produkten aan de orde komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *