Ga op pad met onze City Walks!

Cultuur, strand en natuur: een rondreis door Calabrië

In oktober trokken Joep Otten en Jan Pieter Rondeltap vanaf Podere Cerale, hun boerenhoeve en bed & breakfast in Toscane, richting Zuid-Italië om Calabrië te ontdekken. Wat ze ervan konden verwachten, wisten ze niet. Deze in de ‘teen van de laars’ gelegen regio was voor hen nog totaal onbekend gebied. Joep had er spaarzaam informatie over gevonden op internet. Ze waren in ieder geval op zoek naar natuur, cultuur en ontspanning. En dat vonden ze er ook, zoals je hieronder kunt lezen in het reisverslag dat Joep voor Ciao tutti schreef:

Joep: ‘Om te beginnen met de natuur: eigenlijk dachten we door ruig, dor en onherbergzaam gebied te zullen gaan rijden… Dat bleek maar gedeeltelijk waar. De natuur is echt heel verrassend. Calabrië is van een mooie ruige schoonheid, maar ook ongelooflijk groen. Wát een verschillende soorten vegetatie: naaldbossen, maar vooral ook veel prachtige berken- en beukenbossen. Telkens weer mooie vergezichten, prachtige bergen en heuvels, de zee in de verte en veel olijf- en citrusbomen.

ruig-Calabrië-Joep-Ottenzo hadden we het landschap in Calabrië voorgesteld: van een mooie ruige schoonheid
berkenbos-Calabrië-Joep-Ottenverrassend mooi zijn de vele bossen waar je doorheen rijdt

Het Parco Nazionale del Monte Pollino beslaat zo’n beetje het noorden van Calabrië. Naar het schijnt een mooie omgeving met dorpen als Morano Calabro en Mormanno. Maar helaas hebben we er niets van gezien. Het was die dag noodweer in Italië en zelfs in het zuiden viel sinds lange tijd una bomba d’acqua naar beneden, afgewisseld met een dikke mist, waardoor we niets, maar dan ook niets van de omgeving zagen.

Die middag werd het ruimschoots goedgemaakt toen we richting zuiden doorreden en in het prachtige landschap van het Parco Nazionale della Sila terechtkwamen. Groots en hoog met prachtige vergezichten. Richting Rossano aan de kust vonden we bij verrassing het stil in de natuur gelegen klooster van Santa Maria del Patire.

Santa-Maria-del-Patire-Calabrië-Joep-Ottenhet klooster Santa Maria del Patire
(met dank aan de Byzantijnen die het hebben gebouwd)

Van natuur naar cultuur: ook op dit gebied is Calabrië verrassend. Niet van een enorme rijkdom, zoals de renaissance die heeft voortgebracht in Midden- en Noord-Italië, maar wel van een kleinschalige schoonheid die er door de inwoners is achtergelaten. Voor elk wat wils, want de oude Grieken hebben er handelsposten gesticht, daarna hebben de Romeinen het ingelijfd en na de val van het West-Romeinse rijk is het gebied in Byzantijnse handen gevallen. Vergeet verder de Noormannen niet, die er via Normandië kwamen en er hun sporen hebben achtergelaten, of de Albanezen. En dan heb ik het alleen over de tijd tot aan het einde van de vijftiende eeuw.

Er zijn tal van mooie plaatsjes, maar in tegenstelling tot het rijke deel van Italië zie je vooral aan de woongebieden dat het hedendaagse Calabrië een zeer arme regio is, die vrijwel niet op toerisme is ingesteld. De grootste stoorzender is de enorme hoeveelheid afval die je overal ziet liggen. In dorpen of natuur: het maakt niet. Overal waar mensen zijn, zie je wel vuilniszakken of zwerfvuil.

De bebouwing is veelal scharrig en arm. We zagen veel skeletbouw: onafgebouwde huizen waar dan slechts een verdieping van was bewoond. Niet echt om vrolijk van te worden. Vergaap je je in Toscane en Umbrië regelmatig aan mooie boerenhoeves: tijdens onze rondreis hebben we ze niet gezien.

Na het Parco Nazionale della Sila kwamen we na lang zoeken in de stad Acri terecht, een voorbeeld van een lelijke, weinig interessante stad. Zo aan het begin van de vakantie waren we even bang dat dit toonaangevend zou zijn voor de hele regio. Gelukkig niet, want de dag erop kwamen we in Stilo. Een mooi en sfeervol historisch plaatsje waar we een paar dagen besloten te blijven.

In het centrum, tegenover de bar, vonden we een prettige B&B in het Palazzo Stillitano (Via 21 Aprile 18), waar we het meteen naar onze zin hadden, alhoewel kosten noch moeite waren gespaard om het ongezellig te maken en ondanks de piepende boiler (niet te vaak doortrekken s.v.p.). Ja, zelfs ondanks het ‘grandioze’ ontbijt dat geserveerd werd aan de bar aan de overkant. Italianen hebben niet veel met ontbijt. Toen de koffie en servetjes op tafel werden gezet, dachten we toch: nu komt er misschien een lekkere verse cornetto. Nee dus! We mochten een voorverpakt cakeje uit het rek pakken. Maar in de zon op het terras op een leuke plek: ach, dan maakt het ook niet uit!

Het begin van de dag stond in het teken van een rondwandeling door stille middeleeuwse stegen en straatjes, waarna we boven in het dorp de Cattolica bezochten. Dit Byzantijnse kerkje uit de tiende eeuw is heel klein, maar zeer de moeite waard, met binnen een aantal mooie fresco’s.

Cattolica-Stilo-Calabrië-Joep-Ottende Cattolica met met uitzicht op het plaatsje Stilo en de ruige Calabrische omgeving

Stilo heeft overigens meer Byzantijnse geschiedenis. Op de hellingen van de Monte Consolino vestigden zich rond de tiende eeuw kluizenaars van Byzantijnse oorsprong in kleine grotten. Wij bezochten die van Madonna della Pastorella, een klein kerkje, dat je kunt bereiken via een smal bergpad met aan een zijde een prachtig vergezicht, maar ook met een diepe afgrond en een gammele afrastering.

Aan het eind van de ochtend zijn we nog naar het plaatsje Bivongi gereden, naar de San Giovanni Therestis, en even dachten we dat we in Griekenland waren terechtgekomen. Want dit bleek een Grieks-Orthodox klooster te zijn. Het enige overigens in Italië dat nog in gebruik is.

Na een dag orthodoxe kerkjes kwamen we in het dorp Monasterace in een heuse katholieke processie terecht. En omdat de priester heel vriendelijk naar ons zwaaide, zijn we maar een stukje meegelopen.

Grieks-Orthodoxe-kerk-Calabrië-Joep-Otteneen beeld dat je niet vaak ziet in het overwegend katholieke Italië:
een Grieks-Orthodoxe kerk 

De tweede dag reden we opnieuw naar Bivongi om daar in de buurt de watervallen van Marmarico te bezoeken. Aangezien niet duidelijk stond aangegeven hoe we er moesten komen, liepen we meteen al fout. Geen probleem, want daardoor hebben we een prachtige wandeling hoog in de bergen gemaakt.

Na deze flinke tocht besloten we daarom – ondanks de verbodsborden – de waterval met de auto te bezoeken. Hoe bedoel je eigenwijs… We reden over een huiveringwekkend smal pad met een enorme afgrond en zonder vangrail. Wel spannend, maar na flink wat kilometers werd het ons toch wat te gortig en konden we gelukkig op een wat breder stuk keren. Eerlijk is eerlijk: een trekkinggids die toevallig langskwam met zijn jeep heeft ons daarbij geholpen. De watervallen hebben we dus uiteindelijk niet meer gezien. Mijn advies: loop erheen via de goede weg of huur een gids met jeep. Wel zo gemakkelijk!

Le-Cascate-del-Marmarico-watervallen-Calabrië-Paul-JanssenLe Cascate del Marmarico – we zijn er helaas niet gekomen en daarom een geleende foto van dit natuurspektakel (met aan dank aan Paul Janssen)

De laatste dagen van ons verblijf wilden we doorbrengen aan het strand. Ook om nog te genieten van misschien de laatste ‘zomerse’ dagen in oktober. Aan de oostkant – aan de Ionische Zee – vonden we de kust niet zo aanlokkelijk. Met de mooie Toscaanse kust in ons achterhoofd vonden we deze te weids en het achterland niet mooi. Wellicht speelde de tijd van het jaar – het einde van het toeristenseizoen – daarin een rol, want de weinige hotels en restaurants waren al gesloten.

Daarom besloten we naar Tropea te gaan. Over deze badplaats aan de Tyrreense zee hadden we goede verhalen gehoord. Dat kwam goed uit in de planning, want we wilden ook weleens het Parco Nazionale d’Aspromonte zien. Het eenzame berggebied waar stadjes en begaanbare wegen vrijwel ontbreken, en de plek waar de beruchte ‘ndrangheta zich schuilhield. Met natuurschoon en vergezichten van wederom een grote schoonheid. Onderweg bezochten we het aan de voet ervan gelegen mooie en gezellige plaatsje Gerace. En wat ik niet onvermeld wil laten: we genoten bij Bar del Tocco (aan het Piazza del Tocco) van een heerlijke cannellone: een knapperig deegrolletje met zoete ricottavulling.

Tropea bleek een uitstekende keuze. Het is een sfeervolle plaats waarvan het historische gedeelte op een klif is gebouwd. Vanaf die klif heb je een prachtig weids uitzicht over de zee. Het centrum met zijn smalle straatjes nodigt uit om lekker doorheen te slenteren, om een aperitivo te drinken op een van de vele terrassen en om lekker te eten. Onze favoriet was La Lamia (aan het Largo Vulcano). Voor Calabrese normen niet goedkoop, maar erg goed!

Beneden aan het strand liggen mooie baaitjes met wit zand en glashelder water. We namen daar een appartement in een vakantiepark, meteen aan het strand. Onze stoelen en parasol stonden al klaar. De zee was spiegelglad. Al met al een heerlijke nazomer in oktober!

Tropea-Calabrië-Paul-Janssenhet uitzicht vanaf Tropea over zee met als blikvanger de op een rots gebouwde kerk Santa Maria dell’Isola (met dank aan Paul Janssen voor de foto)

Mocht je Calabrië willen bezoeken, dan moet je er rekening mee houden dat het binnenland en de oostkust niet echt op toerisme zijn ingesteld. Het is erg leuk om een rondreis te maken, maar een leuk hotel vinden is niet altijd even gemakkelijk.

Door het ontbreken van toeristen, en misschien ook omdat de gemiddelde Calabrees geen geld heeft om buiten de deur te eten, zijn er maar weinig restaurants – en als je die al vindt dan zijn het pizzeria’s. Wij aten ’s middags vaak iets kleins in de plaatselijke bar. Het eten is goedkoop (waar vind je nog een pizza voor vier euro?), maar wij waren niet altijd even enthousiast over de kwaliteit. Tot we in Tropea kwamen… daar hebben we heerlijk gegeten!

De westkust is aanzienlijk toeristischer. Niet storend overigens toen wij er waren, maar gezien de hoeveelheid restaurants en souvenirwinkels in Tropea kun je er in het zomerseizoen over de hoofden lopen. De aantrekkingskracht zijn natuurlijk de mooie stranden en baaien in combinatie met de goede bereikbaarheid. In Lamezia Terme is een vliegveld en vandaaruit ben je al snel in Tropea of in de iets verder gelegen badplaats Capo Vaticano.

In de maand juli en augustus zijn het vooral Italianen die hun vakantie in Calabrië doorbrengen. Buitenlandse toeristen zie je er dan niet veel. Die komen in het voor- en najaar. Dat zal ook met de hitte in de zomer te maken hebben.

De regio Calabrië is ons in oktober erg goed bevallen! We komen zeker terug en nemen dan onderweg Basilicata nog ‘even’ mee.’

Uiteraard vragen wij Joep en Jan Pieter dan weer verslag te doen!

2x per week Italiaanse inspiratie

Meld je aan voor de Ciao tutti nieuwsbrief - en ontvang de digitale editie van onze City Walk Klassiek Rome als cadeautje:

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *