Ga op pad met onze City Walks!

Wit als melk, rood als bloed

Nee, vandaag gaat het even niet over ijs, al zou de titel van vandaag wel een mooie beschrijving zijn van de smaken yoghurt en granaatappel die ik gisteren at.

Wit als melk, rood als bloed is de debuutroman van Alessandro d’Avenia, docent Italiaans op een middelbare school in Milaan. Met zijn verhaal over Leo, een doodgewone zestienjarige jongen, en het meisje van zijn dromen, Beatrice, wist Alessandro de harten van de Italianen te veroveren en het land weer te doen geloven in de kracht van dromen.

Leo zwerft in eerste instantie liever over straat met zijn vrienden dan dat hij op school zit. Alleen om een glimp op te vangen van Beatrice, het meisje waar hij stiekem verliefd op is, wil hij nog wel een dag op school doorbrengen. Dat verandert als de klas van Leo een nieuwe docent filosofie krijgt, die van Leo na de eerste les de bijnaam de Dromer krijgt toegewezen.

‘De ogen van de leraar schitteren terwijl hij praat over de daden van kleine mensen die groot werden dankzij hun droom, dankzij hun vrijheid. Het raakt me, maar het raakt me nog meer dat ik zit te luisteren naar die idioot. ”Alleen als de mens vast gelooft in iets wat buiten zijn bereik ligt – dat is een droom – zet de mensheid stappen voorwaarts die haar helpen om in zichzelf te geloven.”

Geen slechte zin, maar ik vind het typisch een zin voor een jonge, dromerige leraar. Ik wil jou over een jaar nog wel eens zien, met je dromen! Daarom heb ik hem de Dromer genoemd. Leuk hoor, om dromen te hebben, leuk om in te geloven.

‘Meneer, het lijkt mij allemaal maar geklets.’

Ik wil erachter komen of hij het echt meent, of dat hij gewoon een heel eigen wereld heeft verzonnen om zijn mislukte leven te verhullen. De Dromer kijkt me recht aan en vraagt na een korte stilte: ‘Waar ben je bang voor?’

Dan redt de bel mijn gedachten, die plotseling stil en wit zijn geworden.

Hoewel Leo en zijn klasgenoten eerst niet veel moeten hebben van deze invaller, weet de Dromer zijn passie langzamerhand op hen over te brengen. Hij leert ze intens te leven en hun dromen na te jagen.

‘De Dromer heeft weer eens een aparte les bedacht buiten het boekje om; dat zijn altijd de leukste!

Hij begint met het voorlezen van een fragment uit een boek dat hem heeft geraakt, dat hij bestudeert of waar hij zich in verdiept uit persoonlijke interesse. Hij leest het met schitterende ogen, als iemand die zijn blijdschap wel móét delen met de eerste de beste voorbijganger op straat. Zoals wanneer ik per ongeluk hardop ‘Beatrice’ zeg, of wanneer ik aan iedereen wil vertellen dat mijn overhoring goed gegaan is, wat zelden voorkomt…

Deze keer leest hij ons een verhaal voor uit het boek Lotswendingen, over drie belegeringen en drie plunderingen.

‘Rome, Alexandrië en Byzantium. Drie steden overladen met schatten, schoonheid, kunst. Drie steden met bibliotheken vol boeken,waarin de geheimen van eeuwen en eeuwen literatuur en onderzoek bewaard lagen. Gebouwen gevuld met perkamentrollen en codices waarop de dromen van alle mensen waren vastgelegd, en die van nut konden zijn voor de dromen van nog veel meer toekomstige mensen. Maar die dromen zijn in rook opgegaan door de vlammende slagen van de barbaren, de Arabieren, de Turken. Met één vurig gebaar vernietigden ze hele verdiepingen aan papieren die de geheimen van het leven bevatten. Ze verbrandden de geest en zijn vleugels. Ze verhinderden hem uit te vliegen zoals hij eeuwenlang had gedaan, ontsnappend uit de gevangenissen van de geschiedenis. Het papier van de boeken brandde zoals in die fantastische roman van Bradbury die jullie echt moeten lezen…’

Dat zei de Dromer allemaal. Ik weet niet wat het allemaal precies betekent, maar het klinkt goed, ook al heb ik nog nooit van die Bradbury gehoord.

Aan het eind van zijn hartstochtelijk pleidooi vroeg de Dromer ons: ‘Waarom?’ Niemand wist iets te zeggen. Hij zei dat we er maar eens over na moesten denken en dat we daar thuis een opstel over moesten schrijven. De Dromer is gek. Hij denkt dat wij in staat zijn om dergelijke gedachten te hebben. Wij moeten veel simpelere, concretere vraagstukken oplossen. Duidelijke en nuttige: van wie kun je de vertaling Grieks overschrijven, hoe kun je een afspraakje maken met die leuke meid, hoe zorg je dat je het geld krijgt om je beltegoed op te waarderen nadat je je saldo in twee dagen hebt opgebruikt aan allemaal sms’jes van vijf, zes woorden… Dat soort dingen. We zijn niet gewend om van die problemen op te lossen waar de Dromer mee aankomt. Op sommige dingen is je hoofd gewoon niet ingesteld. Je hebt geen idee waar je de antwoorden vandaan moet halen.’

Leo kan eigenlijk maar aan één iets denken, of beter gezegd aan één iemand. Leo’s droom heet Beatrice, het meisje dat met ‘haar blik de poorten naar het paradijs kan openen’. Leo is helemaal in de zevende hemel als hij haar op school voorbij ziet komen, maar hij durft niet voor zijn gevoelens uit te komen. Liever houdt hij het bij dromen. Tot Beatrice opeens niet meer op school verschijnt. Al snel hoort Leo waarom: ze is ongeneeslijk ziek. Leo is geschokt en zijn onbezorgde leven schudt op zijn grondvesten.

Want wat doe je als je mooiste droom verandert in een nachtmerrie? Ineens moet Leo volwassen beslissingen nemen. Hij leert een heel andere kant van zichzelf kennen als hij beetje bij beetje toenadering zoekt tot de doodzieke Beatrice. Langzamerhand groeien ze dichter naar elkaar toe. Ze durven samen te dromen, ook al weten ze allebei dat het bij dromen zal blijven…

In Wit als melk, rood als bloed gunt Alessandro D’Avenia je een indringende blik in het hoofd van een puber – de intense emotie, de honger naar het leven en de nieuwsgierigheid naar de liefde. Misschien wel het mooiste Italiaanse boek van dit jaar!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *