Ga op pad met onze City Walks!

Vango – Tussen hemel en aarde

Een onverschrokken held, onverwachte ontsnappingen, een vleugje romantiek, humor en een zeppelin – allemaal ingrediënten van de nieuwe roman van Timothée de Fombelle, Vango – Tussen hemel en aarde.

Het verhaal begint in 1918. Vango spoelt met zijn kindermeisje aan op een van de Eolische eilanden. Hij is drie jaar, kan zich niets meer herinneren en het kindermeisje weigert te spreken over wat hun is overkomen. Vango groeit op het eiland op, maar het verlangen naar avontuur en vragen over zijn afkomst doen hem al jong besluiten eropuit te trekken.

Hij stapt als keukenhulp aan boord van een zeppelin. Daar ontmoet hij Ethel, een beeldschone miljonairsdochter uit Schotland, die verliefd op hem wordt. Zij is ook degene die Vango helpt als hij in Parijs, waar hij intussen beland is, bedreigd wordt door duistere figuren. Zijn het Russische spionnen? Wat willen ze van hem?

Ook de Franse politie maakt jacht op Vango, hij wordt zelfs beschuldigd van moord… Vango kan niet anders dan vluchten. Zijn vlucht voert hem van Parijs naar de Bodensee en uiteindelijk – via Brazilië – naar Schotland. Vango beleeft een adembenemend avontuur, tegen de achtergrond van de belangrijke historische gebeurtenissen in de roerige jaren dertig.

Een fragment, dat zich afspeelt op Salina, een van de Eolische eilanden, in oktober 1918:

‘Ze duwden de deur open en de stormwind waaide met hen naar binnen.
Ze waren met z’n vieren. Vier mannen die een levenloze, in een rood bootzeil gewikkelde vrouw droegen. Iedereen stond op. Tonino, de waard van de herberg, maakte voor de broodoven een tafel vrij en riep zijn dochters. Ze legden het lichaam op het houten blad neer.
‘Leeft ze nog?’ vroeg Tonino.

Zijn oudste dochter sloeg de rode stof opzij, scheurde de doorweekte jurk open en legde haar oor op het hart van de vrouw. De gasten van de herberg, de waard, de vissers die het lichaam hadden meegenomen, de hele gelagkamer wachtte.
Carla luisterde een hele poos.
‘En, Carlotta?’ riep Tonino ongeduldig.
‘Sst…’ antwoordde ze.

Ze wist het niet zeker. Buiten huilde de wind. Een tak van een bougainvillestruik sloeg tegen het luik. Niets is zo licht als een hartslag. Vergeleken bij een storm is het een belletje dat het tegen een fanfare moet opnemen.
Uiteindelijk stond Carla op en glimlachte.
‘Ze leeft.’

Haar zusje kwam al met doeken aanzetten om het lichaam af te drogen. Ze pakte een paar grote keien die bij het vuur lagen op te warmen, wikkelde die in een stuk stof en legde ze als kruiken tegen de natte huid. De mannen, die gebiologeerd naar die blote schouders staarden, werden met grote gebaren door de zusjes weggestuurd.
‘Ciao, signori! Ciao!’

Ze spanden een laken om zich af te zonderen en de vrouw uit te kleden. Tonino gaf iedereen iets te drinken.
‘Waar komt ze vandaan?’ vroeg hij.
Er waren een stuk of twintig mensen in de herberg van Malfa.
‘Slecht weer, goede zaken.’ Dat had de waard die ochtend, toen de lucht donker werd, gezegd. En inderdaad was de gelagkamer die ochtend vol.

Toch had het eiland niet veel bewoners meer. In enkele tientallen jaren tijd was de bevolking met een factor zes verminderd. De mensen vertrokken met hele bootladingen tegelijk om hun fortuin in Amerika of Australie te gaan zoeken. Ze lieten spookdorpen achter,

‘We hebben haar op het stenen pad boven het strand aan Scario gevonden.’
Dat zei Pippo Troisi. Hij was geen visser. Hij verbouwde kappertjes en hij had een kleine wijngaard, maar als het hard waaide werd hij ingehuurd om de sloepen te verzwaren.
Hij had de vrouw het eerst gezien en het was voor hem een persoonlijke zaak geworden. De trots van zijn leven. Af en toe keek hij met een bezittersblik naar het schimmenspel dat zich achter het laken afspeelde.

‘Waar komt ze vandaan?’ vroeg Tonino.
‘Niemand kent haar,’ antwoordde Pippo.
Daar hadden ze niks op te zeggen en het bleef een poos stil. Op een eiland kent iedereen elkaar. En al ontmoetten ze wel eens onbekende schippers in de havens, ze hadden nog nooit een onbekende, beeldschone vrouw op een pad bij de klif opgeraapt.

‘Je kon haar uitwringen,’ voegde Pippo eraan toe. ‘Ze moet een poos in de regen hebben gelegen.’
‘Waar komt ze nou vandaan?’ ging de herbergier maar door, terwijl hij in zijn glas keek.
De wind speelde nu met de schoorsteen op de fluit.
‘Ze komt van zee,’ antwoordde een stem vanachter het laken. Dat was Carla. Ze stak haar hoofd om de hoek en zei: ‘Deze vrouw is net zo gezouten als een ton van jouw kappertjes, Pippo Troisi.’

Ze keken elkaar zwijgend aan. De zee had hun alles gegeven, ze liet hen leven, soms sterven, ze bezorgde hun verrassingen – een gestrande walvis, wrakken of zeven kisten bananen die vorige zomer uit een schip waren gevallen – maar nog nooit had ze een vrouw als een vliegende vis halverwege de klif bij het strand van Scario geworpen.

‘Ze doet haar ogen open!’
Ze snelden naar voren. Carla en haar zus hielden hen in bedwang, ze hadden beslist niet een stap verder durven zetten.
De vrouw lag onder een dikke laag sjaals en dekens. De meisjes hadden het degelijk aangepakt. Een non was er niks bij, geen enkel stukje huid was zichtbaar. Zelfs haar haren waren in een lap stof gewikkeld. Het enige wat je kon zien, was haar hoofd dat op een wollen kussen steunde.

Ze was veel minder jong dan ze hadden gedacht, maar door de kou leek haar gezicht opgemaakt, alsof ze naar een bal ging: een bleke huid, paarse lippen en donker omrande ogen. Doordat ze opwarmde, kleurden haar wangen poederroze. Ze staarde een hele poos met open ogen voor zich uit, en toen zei ze één woord: ‘Vango.’

Ze vonden het jongetje een uur later, tussen twee rotsen op het strand. Hij was twee of drie jaar oud. Hij heette Vango. Hij droeg een blauwe zijden pyjama. Zijn haar viel in krullen voor zijn ogen. Hij leek niet bang te zijn. In zijn hand hield hij een geborduurde zakdoek als een bal in elkaar gefrommeld. Hij keek naar al die mensen om zich heen.’

Hoe het de kleine Vango verder vergaat en hoe hij in Parijs terecht komt, waar zijn avontuur pas echt begint, lees je in

Vango – Tussen hemel en aarde
Timothée de Fombelle
vertaling Eef Gratema
ISBN 9789045111490
€ 16,95
uitgeverij Querido

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *