Ga op pad met onze City Walks!

Ruzie in de herberg

Wees gerust, we gedragen ons netjes in ons berghotel 😉 Maar terwijl wij vandaag door de sneeuw worden getrokken in een hondenslee, sneeuw happen tijdens een spontaan sneeuwballengevecht en opwarmen met warme chocolademelk, zijn in Nederland gisteren de Voorleesdagen van start gegaan. Een ideaal moment om jullie de nieuwe bundel van Arend van Dam te presenteren, met als titel Avé, Caesar!

Ave-Caesar-verhalen-over-de-Romeinen-in-Nederland

Avé, Caesar! staat vol verhalen over de Romeinen, met supergrappige tekeningen van Georgien Overwater. Zo komt de Romeinse tijd tot leven op een manier die je nog nooit hebt gezien! De verhalen spelen zich af op plekken als de herberg in Nijmegen, het badhuis van Heerlen en de arena van Alphen aan den Rijn. Je maakt kennis met alle beroemde legerleiders en keizers die ons grondgebied van toen bezochten. Een heerlijke reis terug in de tijd, naar onze Romeinse roots!

Een fragment:

‘Een zomerse middag net buiten Nijmegen. Tijd voor gezelligheid. Maar het wil niet echt gezellig worden op het terras bij het legerkamp. Twee mannen praten met elkaar op een ruziënde toon.
‘En ik zeg je: onze legerleider Trajanus is pas echt Caesar als hij in Rome is ingehuldigd. Tot die tijd is hij gewoon de opperbevelhebber van ons leger.’
‘Hoe kun je dat nu zeggen? Keizer Nerva heeft Ulpius Trajanus geadopteerd als zijn zoon. Nu de keizer dood is, is zijn zoon de nieuwe keizer. Dat hij voorlopig hier blijft, maakt niks uit.’

Iedereen kijkt naar de twee mannen. De ene man is de weldoorvoede herbergier. Hij staat wijdbeens met zijn handen in de zij. De andere is een welgestelde koopman, een handelaar in barnsteen, gereedschappen, sieraden, ijzererts, eigenlijk in alles.

‘Had u de lijster Belgica besteld?’ Een meisje brengt een groot dienblad waarop schaaltjes staan met lekkere hapjes: gevogelte, vijgen, druiven, olijven en natuurlijk een kruikje vissaus. De koopman knikt en kijkt naar de schaaltjes die het meisje voor hem op tafel zet. Hij trekt zijn neus op en zegt: ‘Die saus stinkt naar rotte vis. Kan er niet iemand komen voorproeven?’

‘Laat mij maar,’ zegt een gerimpeld mannetje dat eigenlijk veel te oud lijkt om nog in soldatenkleren rond te lopen. Voor de koopman ‘nee’ kan zeggen, schuift de grijsaard aan en verdwijnt de helft van het eten in zijn tandenloze mond. ‘Lekker, niks mis mee. Vis moet rotten. Zeg, hoor ik jullie over een dode keizer praten? Er is toch niets gebeurd met keizer Caligula?’
‘Caligula?’ vraagt de koopman verbaasd. ‘Die is al jaren dood.’
‘Laat die ouwe maar,’ zegt de herbergier. ‘We noemen hem Dementus. Hij is niet meer van deze tijd.’

‘Heb je het over mij?’ roept Dementus boos. ‘Ik ben helemaal niet vergeetachtig. Vraag maar wat en ik geef antwoord.’
De koopman lacht gemeen en vraagt: ‘Waar zijn we hier eigenlijk?’
‘Dat weet ik heus wel, snotneus,’ zegt Dementus. ‘Ik woonde hier al toen keizer Caligula op bezoek kwam.’
‘Nou?’ houdt de koopman vol.
‘Batavorum? Fectio? Albanianum?’ probeert de oude man.
‘Ulpia Noviomagus, goede vriend,’ zegt de koopman. ‘De nieuwe markt van Ulpius. De stad die hier wordt gebouwd, krijgt de naam van onze nieuwe keizer.’
‘Een nieuwe Caesar?’ roept Dementus verbaasd uit. ‘Is de oude dood dan?’
De herbergier maakt een en-nu-ophoepelen-gebaar. Maar de oude man blijft zitten waar hij zit. Hij laat zich de lijster goed smaken.

Ave-Caesar

Even later ploffen een centurion en een legionair vermoeid neer op een van de banken. Het meisje schept twee kommen bier vol en zet ze voor hen neer.
‘Moe van het vechten, jongens?’ vraagt de koopman nieuwsgierig.
‘Vechten? Was het maar waar,’ zegt de legionair. ‘Er is hier al in geen dertig jaar gevochten,’ vult de centurion hem aan.

‘Wij komen net uit de steenbakkerij,’ zegt de legionair. ‘Dakpannen maken voor de nieuwe stad.’
‘Vroeger was alles beter,’ zegt Dementus met een zucht. ‘Ik heb onder Caligula gevochten tegen de Chauken. Maar nu ik bijna vijfentwintig jaar in dienst ben, ga ik met pensioen. Het is tijd om terug te gaan naar mijn geboorteplaats Pompeï.’
‘Zou je dat wel doen, ouwe?’ roept de koopman lachend uit. ‘Na de uitbarsting van de Vesuvius twintig jaar geleden is er van Pompeï helemaal niets meer…’

‘Laat die oude man toch!’ Alle ogen gaan naar de priesteres die het terras betreedt.
‘Ken ik u niet ergens van?’ vraagt Dementus beleefd.
‘Ja, vader, u kent mij,’ zegt de priesteres. ‘Ik ben uw dochter.’
‘Het moet niet gekker worden,’ moppert de oude man. ‘Straks blijkt deze dikkerd hier nog mijn zoon te zijn.’
De koopman springt boos op. ‘Punt I, ik ben niet dik. Punt II, ik ben handelaar. Ik doe aan inkoop en verkoop. Haar bijvoorbeeld, daar is veel vraag naar bij de pruikenmakers
in Rome. Zeg, meisje, kom eens hier!’

De serveerster komt naar de tafel en begint af te ruimen.
‘Wat een prachtig blond haar heb je.  Daar kan ik je wel een paar sestertiën voor bieden. Rome zit te springen om lang, blond haar.’
‘Ho, ho, dat gaat zomaar niet,’ bromt de herbergier. ‘Livia is mijn beste slavin. Haar haar is niet te koop.’
‘O, nee?’ vraagt de koopman. ‘Nou, dan koop ik haar toch helemaal! Ik handel in slaven, in haar, in barnsteen, in ijzererts, nou ja, eigenlijk in alles.’

Plotseling springt de jonge legionair tussen beiden. Hij balt zijn vuisten en zegt: ‘Jullie blijven allemaal van Livia af. Ze is mijn meisje. Zodra ik geld genoeg heb, koop ik haar vrij.’
‘Wat krijgen we nou?’ roept de centurion. ‘Stiekem verliefd worden is er hier niet bij. Soldaten hebben geen meisjes. En anders moet ik je ontslaan.’
Verhitte koppen, woeste armbewegingen… Het draait werkelijk uit op ruzie op het terras. Boven al het gekrakeel uit klinkt de stem van het meisje: ‘Ik ben van helemaal niemand. Als ik vrij ben, ga ik voor mezelf beginnen.’

Het is de priesteres die de boel weet te sussen. Zacht duwt ze iedereen voor zich uit in de richting van de tempel. ‘Kom,’ zegt ze. ‘De goden weten altijd raad. Onze godin Nehalennia houdt van alle reizigers, zeelieden en handelaars. Kom, vader, u hoort er ook bij.’
‘Ik? Ik geloof niet dat ik u eerder heb gezien. Laat me met rust.’ Mopperend sluit de oude man toch achteraan in de rij. Hoofdschuddend mompelt hij: ‘Het is hoog tijd om met pensioen te gaan.’

Lees nog veel meer verhalen over de Romeinen in Nederland in

Ave-Caesar-verhalen-over-de-Romeinen-in-Nederland

Avé, Caesar!
Arend van Dam
met illustraties van Georgien Overwater
ISBN 9789000329847
€ 10,-
Val Holkema & Warendorg

Bestel Avé, Caesar! via deze link bij bol.com

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Een reactie

  1. Wat een leuk boek, ben gek op Kinderboeken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *