Ga op pad met onze City Walks!

Ovidius’ Metamorfosen voor kinderen

Al rondstruinend op de boekenbeurs in Bologna stuitte ik op een geweldig leuke uitgave voor kinderen: een bewerking van de Metamorfosen van de Romeinse dichter Ovidius. Zijn wonderlijke verhalen over gedaanteveranderingen inspireerden door de eeuwen heen tal van kunstenaars.

De Vlaming Michael De Cock herschreef de verhalen van deze beroemde dichter voor jonge lezers, waarbij hij de verhalen verweeft met wetenswaardigheden uit het leven van Ovidius. Om bij te dromen, te huiveren, te rillen, te lachen en te blozen. Bij zijn verhalen maakte Gerda Dendooven schitterende illustraties.

Naso moet na een ruzie met de koning zijn huis en stad verlaten. Hij komt terecht in het allerlaatste dorp van het rijk, waar de wereld eindigt. Daar schrijft hij, elke dag een nieuw verhaal. Over iemand die anders wordt, en anders wordt, en anders wordt.

Hij schrijft over koning Midas die ezelsoren kreeg en over de onvoorzichtige jager Actaon die door Diana in een hert wordt veranderd. Hij vertelt het ontroerende liefdesverhaal van Orpheus en Euridike en laat je kennismaken met twee zussen die vogels worden. Ook vertelt hij het verhaal van Philemon en Baucis:

‘Aan het einde van het dorp woonden twee stokoude mensjes. Een man en een vrouw. Hij heette Philemon. Zij heette Baucis. Soms noemde zij hem Mon, omdat het korter was, en ook omdat ze dat zo lief kon zeggen. En hij noemde haar vaak Bauke, omdat dat zacht klonk, als honing in zijn mond.

Hoe oud Philemon en Baucis precies waren, kon niemand vertellen. Maar samen waren ze zeker meer dan tweehonderd jaar. Dat kon je zien aan de rimpels op het voorhoofd van Philemon. Of aan de huid van Baucis, die aan haar dunne polsen gerimpeld was als perkament en nog dunner dan de bladeren die in de herfst van de bomen tuimelen.

Philemon en Baucis woonden aan het einde van een lange weg. Geen vijftig meter verder begon het bos. Het was een vreemde plek, op de rand van twee werelden. Aan de ene kant, de weg met huizen. Aan de andere kant, het bos, dat zo groot was dat niemand echt leek te weten waar het precies eindigde.

De mensen in het dorp van Philemon en Baucis spraken nooit met elkaar. Ze waren bang voor alles wat vreemd was en draaiden elke avond hun deur driedubbel op slot. Ooit moeten de dorpelingen wel met elkaar gepraat hebben. Maar dat was intussen al zo lang geleden dat niemand zich nog kon herinneren waar dat gesprek dan precies over ging.

Veel bezoek kwam er dan ook niet in het dorp van Philemon en Baucis. Niemand voelde zich er welkom. Tot er op een dag wel heel bijzondere gasten langskwamen.

Het gebeurde op een middag. Het was koud. De wind jankte als een oude hond en joeg de herfst door de straten. Het was die tijd van het jaar dat de dagen korter worden en dat de zon er langer over doet om naar boven te klimmen en vroeger dan in de zomer achter de bomen op de heuvel verdwijnt.

Philemon stond in de voortuin aan het hek te timmeren. Het deurtje van het hek was losgekomen door de wind. Baucis had een schopje in haar hand. Haar rug was krom. Ze leunde met één hand in haar zij, terwijl ze met haar andere hand moeizaam de aarde schoffelde.

Ze rechtte haar rug en wierp een blik op de hemel.
‘Ik denk dat er regen in de lucht hangt, Mon’, zei ze.
‘Dat denk ik ook’, antwoordde Philemon en hij keek op zijn beurt naar de donkere hemel boven zijn hoofd.
“Kom, we gaan naar binnen.’
‘Eerst het hek nog afmaken.’
‘Wat is er met het hek?’
‘Het sluit niet goed meer. Ik heb het vorige week al hersteld. Maar het blijft maar openwaaien. Alsof we elk moment bezoek kunnen verwachten.’
‘Bezoek, Mon’, lachte Baucis, ‘dat zou wel heel erg vreemd zijn. Hoe lang is het geleden dat iemand nog ons dorp heeft bezocht?’
‘En toch denk ik dat er bezoek komt.’

Baucis lachte. ‘Jij gekke, oude man!’ Er komt al jaren geen bezoek meer over de vloer. Al onze vrienden zijn gestorven Zo oud zijn we. En we hebben niets… We wonen in een klein, armetierig huisje aan de rand van het dorp. Onze kachel is nauwelijks groot genoeg om op herfstdagen de kamer warm te stoken. Wie zou er bij ons aankloppen?’
‘Je zal wel gelijk hebben’, zei Philemon, en met een hamer sloeg hij op het hek. ‘Zo. Dit waait in geen honderd jaar meer open.’
En toch was het net die middag dat Philemon en Baucis bezoek kregen. En geen gewoon bezoek.’

Wil je weten wie er bij Philemon en Baucis op bezoek kwam? Lees en luister dan verder met

Diep in het woud – verzamelde verhalen van Ovidius
(met luistercd met muziek van Brussels Jazz Orchestra)
Michael de Cock & Gerda Dendooven (ill.)
ISBN 9789059083929
€ 24,95
uitgeverij Davidsfonds

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *