Ga op pad met onze City Walks!

Op de kaart

Niets heerlijkers dan onbekende bestemmingen bestuderen op een landkaart. Welke pareltjes liggen er langs de route? Waarvoor moeten we even van de gebaande paden afwijken? Waar zou dat gekke weggetje heen leiden? We kunnen ons uren verliezen in de landkaart van Toscane, lekker wegdromen bij de vele wegen die naar Rome leiden en steeds opnieuw de leukste routes in Puglia bedenken…

Vandaag verschijnt een boek waar we ons dan ook al maanden op verheugen. Een boek waarin wordt uitgelegd hoe de wereld in kaart werd gebracht – een must have voor liefhebbers van kaarten, atlassen en reizen:

Op-de-kaart-Garfield

Simon Garfield stelde een onweerstaanbare zoektocht samen, rijk geïllustreerd en vol vermakelijke anekdotes, naar waar we waren, waar we zijn en waar we naartoe gaan. Zijn belangstelling voor kaarten werd gewekt toen hij als kind dagelijks de metrokaart van de Londense metro bestudeerde. Zijn fascinatie is sindsdien alleen maar toegenomen.

In Op de kaart onderzoekt Garfield hoe kaarten, vanaf de eerste schetsen van de oude Grieken tot aan Google Maps, onze geschiedenis hebben gemaakt en beïnvloed. Hij verhaalt over de onmogelijke opdracht om Afrika in kaart te brengen, over het maken van de perfecte globe, over Ptolemeus en Johannes Blaeu, over de ontdekkers van de Zuidpool en de ‘Star Maps’ in Hollywood.

Een klein voorproefje, over de geschiedenis van de reisgids:

‘Veel mensen beleven hun eerste ervaring met een landkaart als ze in het buitenland zijn — op de pagina’s van een reisgids. Dat is een eeuwenoud verschijnsel. Reisgidsen zijn bijna even oud als kaarten. De Romeinen hadden periplus documenten, waarop havensteden en herkenningspunten op de kust stonden aangegeven, en een itinerarium, waarop pleisterplaatsen onderweg stonden vermeld. En in de tweede eeuw stelde Pausanias een indrukwekkend complete gids van de interessantste bezienswaardigheden in het oude Griekenland samen.

Maar de eerste reisgids die deze naam waardig was, stamt uit het jaar 330, toen een anonieme reiziger op pelgrimstocht ging en daarover een verslag schreef: Itinerarium van Bordeaux naar Jeruzalem. Het was tevens de eerste saaie ansichtkaart, een lange opsomming van plaatsen waar hij had overnacht en hoe lang hij van de ene naar de andere plaats onderweg was geweest. De schrijver had bijgehouden hoe vaak hij was overgestapt, en had ontdekt dat je Europa kon verkennen met twee of drie ezels per dag.

Op de eerste etappe, van Bordeaux naar Constantinopel, had hij onderweg 112 overnachtingsplaatsen of ‘haltes’ aangedaan, had hij 230 keer een verse ezel gekregen en had hij 3574 kilometer afgelegd. Hoe dichter hij bij zijn bestemming kwam, hoe opgetogener hij werd. Zijn aantekeningen werden gezwollener, de bezienswaardigheden die hij opnoemde werden steeds mooier en zijn verhalen steeds sterker: vlak na Judea zag hij de berg Syna, ‘waar een fontein staat, en als een vrouw daarin baadt, raakt ze in verwachting’. Het manuscript bevatte geen kaarten, maar de beschrijvingen van ‘A naar B naar C’ dienen als illustraties. Langs de Romeinse wegen stonden mijlpalen, en pelgrims die in de voetsporen van onze reiziger volgden, zouden geen enkele reden hebben om te verdwalen.

De toerist raadpleegde al kaarten lang voordat het begrip toerisme in zwang raakte (het woord is afgeleid van het Griekse tour, beweging rond een cirkel; met andere woorden, een reis die eindigt waar die is begonnen). De Hereford Mappa Mundi dient als zowel geografische als spirituele tour voor pelgrims, terwijl de strookkaarten van John Ogilby al in de zeventiende eeuw reizigers begeleidden door Engeland en hen ook wezen waar de dichtstbijzijnde herbergen en kerken stonden. Maar de reisgids zoals we die vandaag de dag kennen, heeft een andere oorsprong en is ontstaan als reactie op de goedkope draagbare reisgids en de beginjaren van vakantiereizen in het negentiende-eeuwse Europa.

[…]

John Murray III, de laatste telg uit een goedlopende Londense uitgeefdynastie (zijn vader had door het uitgeven van Lord Byron en Jane Austen de reputatie van het bedrijf opgebouwd), reisde tegen 1830 vaak door Europa. Het was hem opgevallen dat er geen enkel boek bestond waarin stond beschreven wat er ter plaatse te doen was. In Italië kwam een boek door Mariana Starke hem goed van pas (Starke werd ook door zijn vader uitgegeven), maar elders merkte Murray dat hij na aankomst met de pas uitgevonden stoomtrein of de postkoets niet wist wat hij ter plekke moest doen. Dus besloot hij zelf maar iets te gaan schrijven, een boek waarin hij zijn goede en slechte ervaringen deelde. Hij beschreef aan welke eisen de gidsen moesten voldoen om succesvol te zijn: ze moesten feiten beschrijven, niet te bloemrijk zijn en selectief zijn. ‘Toen ik in Berlijn aankwam, moest ik zelf op zoek gaan naar de bezienswaardigheden,’ legde hij uit. Hij zou dus een reisgids schrijven, en geen encyclopedie, want hij wilde ‘de lezers niet overvallen met alles wat maar de moeite waard was’. Het boek was de vroeg-negentiende-eeuwse variant op de What’s Hot-lijst en werd met gejuich ontvangen door lezers die niet konden wachten om erop uit te trekken in het nieuwe Europa, waarin reizen zo’n 25 jaar bijna onmogelijk was geweest als gevolg van de Franse revolutie en de Napoleontische Oorlogen.

Murray schreef de eerste gidsen zelf, over Nederland, België, Duitsland, Zwitserland en Frankrijk. Door de dood van zijn vader was hij gedwongen om terug te keren naar Londen om zich met de uitgeverij bezig te houden, waardoor hij niet kon werken aan de gids over Italië. Hij schakelde andere schrijvers in, van wie de meesten al experts waren op de gebieden waarover ze zouden schrijven.’

Lees en ontdek meer over de wereld op de kaart in

Op-de-kaart-Garfield

Op de kaart
Simon Garfield
vertaald door Tracey Drost-Plegt & Bert Meelker
ISBN 9789057595714
€ 29,90
uitgeverij Podiumreize

Bestel Op de kaart via deze link bij bol.com

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *