Ga op pad met onze City Walks!

Mysterium

Het Romeinse Rijk, de Griekse beschaving en het oude Egypte komen slechts voort uit de verbeelding van een groep middeleeuwse monniken. Plato, Aristoteles, Julius Caesar en Cicero zijn fantasma’s en hun werken zijn eeuwen na Christus vervalst. Tegenwoordig leven we niet in 2011, maar omstreeks 1700, of misschien nog wel rond het jaar 1000 na Christus.

Nee, ik verzin dit niet. Mysterium, de nieuwe roman van de Italiaanse auteurs Monaldi & Sorti, is gebaseerd op bovenstaande theorie. Samen met een team van tien personen (vijf grafologie-experts, twee vertalers, twee documentalisten in Rome en Parijs en de bekende Nederlandse biblist Ruben Verhasselt) hebben zij drie jaar onderzoek gedaan naar het materiaal voor Mysterium.

In de appendix van hun nieuwe boek lezen we: ‘De man die de hypothese lanceerde dat geschiedenis, literatuur en filosofie uit de Oudheid producten zijn van de verbeelding, was een controversiële jezuïetenpater, Jean Hardouin (1636-1729). Hardouin beweerde dat hij een soort ‘geheime code’ had ontdekt, die tussen de dertiende en veertiende eeuw door monnikenvervalsers was uitgewerkt, en die achter alle werken uit de Oudheid schuil zou gaan. Omdat die code vol verwijzingen naar het christendom zat, zou dit bewijzen dat de antieke teksten een middeleeuwse oorsprong hebben. De meesterwerken van bijvoorbeeld Vergilius en Lucretius, of van Plato en Aristoteles, zouden niet vóór Christus geschreven zijn maar eeuwen daarna. Briljante vermoedens of waanzin?

De theorie is uiteraard door de officiële wetenschap afgewezen en Hardouin is door de moderne historici bestempeld als een ongeneeslijke gek. Maar zijn manuscripten (die bewaard worden in de Nationale Bibliotheek te Parijs) zijn nooit door een expert bestudeerd. Monaldi & Sorti hebben Hardouins beweringen onderzocht en verrassend genoeg geconstateerd dat de ‘geheime code’ inderdaad lijkt op te duiken in bepaalde teksten, bijvoorbeeld van Plato.

Nog verontrustender is volgens Monaldi & Sorti het corrupte gedrag van de beroemde Frans-Italiaanse geleerde Josephus Scaliger (1540-1609). Scaliger, de maker van de chronologietabellen waarop de universele geschiedenis is gebaseerd, vervalste een paar Griekse teksten om bepaalde feiten te verfraaien. Hoewel hij nu nog steeds wordt beschouwd als de grondlegger van de tijdrekenkunde, is hij volgens Monaldi & Sorti een ordinaire oplichter, de schepper van de Verzonnen Tijd. Dan kun je er moeilijk onderuit om Hardouin tenminste een kans te geven: zelfs Isaac Newton meende dat de antieke geschiedenis met een paar eeuwen was ‘opgeblazen’, en wijdde zijn laatste werk aan dit thema. In Engeland, Duitsland en Rusland worden al eeuwen verhitte (maar door de media vergeten) discussies gevoerd tussen geleerden die de ‘officiële geschiedenis’ aanvallen dan wel verdedigen: men kwam zelfs tot het voorstel om de moderne tijd met ongeveer tien eeuwen in te korten, waarmee de geboorte van Jezus werd vastgelegd op het jaar 1053.

De twee Italiaanse auteurs reserveren in Mysterium ook nog een paar krachtige dolksteken voor een illustere landgenoot van hen, Galileo Galilei. De Toscaanse wetenschapper was volgens hen allerminst het onschuldige slachtoffer van de pauselijke censuur, zoals de geschiedenisboeken ons leren. Integendeel, Galilei deed er alles aan om paus Urbanus VIII, die zijn vriend en aanhanger was, te irriteren. Na een reactie van Urbanus te hebben uitgelokt en zonder één dag in de cel te hebben doorgebracht, werd Galilei door een bekwame, machtige, tegenwoordig vergeten raadsman bijgestaan, die als een modern persbureau de zaak Galilei in heel Europa liet ‘opkloppen’. De Italiaanse wetenschapper kon zo de heldenrol spelen en zijn boeken, die tot dan toe in de opslagplaatsen lagen weg te schimmelen, waren niet meer aan te slepen. Galilei’s theorieën bleken in de moderne tijd zowel uit experimenteel als methodisch oogpunt niet steekhoudend te zijn.

Atto Melani (1626-1714), castraatzanger en geheim agent, speelt de hoofdrol in Mysterium. Atto, amper twintig, is door De Medici’s uit Florence naar Parijs gestuurd om in een opera te zingen waarvan niemand, merkwaardig genoeg, titel en onderwerp kent. Hij wordt vergezeld door zijn trouwe, rijpere secretaris, die met vaardige hand en in de eerste persoon de dramatische gebeurtenissen beschrijft waarvan hij getuige is. De jonge castraat Atto Melani lijdt met zijn reisgezelschap schipbreuk. Ze stranden op een vergeten eiland, waar Melani in een verlaten fort de sporen aantreft van een Slavonische monnik en de schat waar de castraat, net als zijn reisgenoten, naar op zoek was: een aantal verloren gewaande literaire meesterwerken uit de Oudheid. Tijdens de speurtocht die hierop volgt, ontdekt Melani een verband tussen de meesterwerken en een vijf jaar eerder gepleegde, mysterieuze moord waarvan de dader onvindbaar is. Langzaam ontrafelt zich het grote geheim achter de eeuwenoude geschriften.

Mysterium is geen geschiedkundig traktaat, het is vooral een historische roman vol spanning en suspense. Centraal in de intrige staat een bloedige moord die zich meer dan 350 jaar geleden in het echt heeft afgespeeld in Rome. Monaldi & Sorti hebben deze moord met al zijn duistere achtergronden gereconstrueerd.

Op de avond van 20 maart 1641 wordt Jean-Jacques Bouchard, de secretaris van de familie van de paus, bruut aangevallen en afgetuigd op het Sint-Pietersplein. Vijf maanden later, na een langzame doodsstrijd, sterft hij. Bouchard (1606-1641) was een jonge, briljante graecus uit Parijs die naar Rome was getogen om zich te wijden aan de bestudering van een al eeuwen verloren gewaand handschrift omtrent de oorsprong van de wereld. Hij ambieerde het ambt van bisschop. De vermeende opdrachtgever van de moord, de Franse ambassadeur in Rome, ontliep een proces dankzij zijn privileges als diplomaat. De moord bleef onbestraft.

Verrassend genoeg werd er bij de papieren die het slachtoffer had nagelaten aan de beroemde geleerde Cassiano dal Pozzo, een intiem dagboek ontdekt, vol gênante details over zijn seksleven, met name over zelfbevrediging, homoseksualiteit en impotentie. Het schandaal verspreidde zich onmiddellijk tot aan Parijs, en het veroordeelde de arme Bouchard tot de vergetelheid. Sindsdien is hij alleen nog bekend als de auteur van die ziekelijk intieme bekentenissen, zijn filologische werken werden vergeten. Maar zou een aspirant-bisschop aan het nageslacht een dagboek willen nalaten dat al zijn zonden onthult?

Achterdochtig geworden lieten Monaldi & Sorti dit dagboek analyseren door een team van grafologen. De uitslag: het handschrift van Bouchard vertoont in de erotische gedeelten de kenmerken van dwang. Bouchard is dus misschien wel gedwongen om de gedeelten te schrijven die voorgoed zijn naam hebben geschonden. Dit doet denken aan de tragedie rondom Aldo Moro. Moro, de Italiaanse staatsman die in 1978 werd ontvoerd en vermoord door de Rode Brigades, schreef tijdens zijn gevangenhouding enkele dramatische getuigenissen en brieven aan familie en vrienden, waarvan de raadselachtige inhoud nog steeds onderwerp van discussie is in Italië.

Wie heeft Bouchard gedwongen om te schrijven wat hij niet wilde? Wie heeft, behalve zijn dood, ook de vernietiging van zijn nagedachtenis beraamd? Wat mocht er uit zijn vele werken niet bekend worden?

Monaldi & Sorti leiden de lezer naar een mogelijk antwoord: het handschrift omtrent de oorsprong van de wereld waar Bouchard zich mee bezighield, was op vrij verdachte wijze in Parijs ontdekt door uitgerekend Josephus Scaliger, die er zijn voordeel mee deed. Het is niet eenvoudig om na drieëenhalve eeuw bewijzen te vinden en de moordenaar van Bouchard aan te wijzen. Doch elke romancier beschikt over bijzondere wapens. De auteurs gebruiken als opdracht in Mysterium een beroemd j’accuse van Pier Paolo Pasolini, dat dateert van een paar jaar voor de ontvoering van Aldo Moro:

IK WEET

Ik weet de namen van de verantwoordelijken.
Ik weet de namen van de ‘top’ die heeft gemanoeuvreerd.
Ik weet de namen van hen die hebben geleid.
Ik weet de namen van de groep machthebbers.
Ik weet de namen van degenen die…
Ik weet de namen van de echt belangrijke mensen.
Ik weet al die namen en ik weet al die feiten.
Ik weet. Maar ik heb geen bewijzen.

Ik weet, omdat ik een schrijver ben die alles wat men niet weet of verzwijgt,
probeert te raden of af te leiden; die ook vage feiten rangschikt, die de overhoopgehaalde,
fragmentarische stukken van een volkomen coherent politiek
plaatje weer bijeenbrengt, die de logica herstelt waar willekeur, waanzin en
mysterie lijken te heersen. Alles wat hoort bij mijn vak en bij het instinct van
mijn vak. Ik geloof dat het onwaarschijnlijk is dat het ‘romanproject’ ernaast
zit, dat het geen verband met de werkelijkheid houdt, en dat zijn verwijzingen
naar werkelijke feiten en personen inexact zijn.
Ik geloof dat veel andere romanschrijvers weten wat ik als romanschrijver
weet.
Want de reconstructie van de waarheid is ook weer niet zo moeilijk…

(Uit: Pier Paolo Pasolini, ‘Cos’ e questo golpe?’ [Wat is dit voor staatsgreep?],
Corriere della Sera, 14 november 1974)

Mysterium is verbonden met een ander recent werk van het Italiaanse auteursduo: voor de Maand van het Spannende Boek schreven Monaldi & Sorti het geschenkboekje Versluiering. Wie Versluiering heeft gelezen, zal veel antwoorden op zijn vragen vinden in Mysterium, en vice versa. De twee boeken vormen een ‘verhaal met twee kanten’. Ook de volgende titels van de cyclus over Atto Melani zullen vergezeld gaan van korte romans die de geheime kant ervan zullen ontsluieren. Goed nieuws voor de liefhebbers dus; we zijn voorlopig nog niet uitgelezen!

Mysterium
Monaldi& Sorti
vertaling Jan van der Haar
ISBN 9789023463504
€ 24,90
uitgeverij Cargo

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *