Ga op pad met onze City Walks!

La mia Olanda – Denkend aan Holland

Op een van de mooiste plekjes in Amsterdam, aan het Entrepotdok, vind je een klein stukje Amsterdam dat eigenlijk geen Amsterdam is. Althans, voor ingewijden niet. Op nummer 26 waan je je namelijk even helemaal in Italië.

Wanneer je door de deur van nummer 26 binnenstapt, vergeet je op slag waar je al fietsend door de stad nog over nadacht. Boodschappenlijstjes, dingen die je echt niet moet vergeten, mensen die je nog moet bellen… alles blijft buiten wachten, op de stoep voor nummer 26. Tenminste, als je net zo gefascineerd bent door Italië en door boeken en woorden zoals ik. Want op nummer 26 huist Libreria Bonardi, de enige Italiaanse boekwinkel van Nederland.

Binnen vind je een keur aan boeken over of uit Italië: de laatste nieuwe literaire successen uit Italië, zowel in het Italiaans als in het Nederlands, boeken over de geschiedenis van Italië, over de cultuur, over bijzondere fenomenen die mensen buiten Italië steeds weten te boeien, kookboeken, gedichtenbundels, Italiaanse klassiekers, luisterboeken, tijdschriften…

Ik heb me zelf een rantsoen opgelegd: ik mag niet vaker dan vier keer per jaar langs deze boekhandel fietsen, want de verleiding is te groot. Ik kom er altijd met een enorme stapel boeken vandaan, terwijl ik eigenlijk alleen een boek voor mijn studie Italiaans nodig had (want van studie- en grammaticaboeken hebben ze uiteraard ook een hele kast). Het verhaal van vandaag was echter een goede reden om dit rantsoen niet helemaal na te leven en een extra bezoekje aan Bonardi te brengen.

Na een uurtje heerlijk te hebben rondgeneusd en, ja ik geef het toe, een stapeltje nieuwe boeken te hebben verzameld, vroeg ik Marina Wanders, de eigenaresse, of ze nog een leuke tip had voor mijn stukjes over Italiaans Amsterdam. Marina vroeg of ik de verhalenbundel kende die Libreria Bonardi ter ere van haar 25-jarig bestaan had uitgebracht, La mia Olanda – Denkend aan Holland, met verhalen van Italiaanse schrijvers over Nederland en Amsterdam, zowel in het Italiaans als in het Nederlands. Daar was ik natuurlijk wel nieuwsgierig naar, dus mijn stapeltje groeide nog wat verder uit.

Eenmaal thuis dook ik meteen in de Italiaanse verhalen over Amsterdam. Het is grappig hoe je de stad al snel alleen nog maar door de ogen van de Italianen ziet, alsof je er zelf nooit eerder rondwandelde. Met Valerio Aiolli sta je te wachten voor het huis van Rembrandt, Aldo Gianolio neemt je mee naar NEMO, immers het werk van een Italiaan, en Giulio Mozzi ontroert met zijn prachtige symfonie van woorden die Amsterdam treffender weergeven dan een ansichtkaart of foto zou kunnen doen.

Ook echt Amsterdamse verschijnselen blijven niet onvermeld. Bij het lezen van het verhaal Aringa – Haring van Mauro Covacich moest ik denken aan de reactie van het zoontje (7) van een Italiaanse vriendin toen ik vertelde over de specialiteiten van de Nederlandse keuken. Pannenkoeken, dat leek hem nog wel wat, zeker als ontbijt, maar bij stamppot keek hij al wat twijfelachtiger en bij haring kon hij me alleen nog maar vol ongeloof aanstaren. ‘Maar, eten jullie dan rauwe vis?,’ stamelde hij, ondertussen zijn stoel een beetje verder van me afschuivend. Amsterdam leek hem ineens niet zo leuk meer, en ik evenmin. Gelukkig won zijn nieuwsgierigheid het al snel van zijn afkeer (hij zat immers ook fijn thuis in Italië, veilig voor die rare gewoonten in die gekke stad) en vol trots verkondigde hij aan iedereen die het maar horen wilde dat ik, zijn vriendin in Amsterdam woonde, waar ze scheve huizen hebben en rauwe vis eten…

Inmiddels word ik zo standaard door hem geïntroduceerd, en ik kan natuurlijk niet wachten op het moment dat ik hem die scheve huizen kan laten zien en een stukje haring kan laten proeven. Ik heb na het verslinden van La mia OlandaDenkend aan Holland dan ook gelijk het verhaal over haring overgetikt en naar zijn moeder gemaild, zodat ze hem al een beetje kan voorbereiden… Ook voor jullie een klein stukje:

‘Ik besluit onmiddellijk ook een fiets te huren – oranje, glimmend chroom, perfecte remmen, zadel zacht als een sofa, tien euro per dag – en sluip het feest binnen. Meteen bij de eerste meters voel je het plezier opkomen. Waarschijnlijk komt dat door hoe de wereld om je heen beweegt, dat bruisende waarmee de huizen en de bomen voorbij flitsen, heel even op je netvlies tintelen, om vervolgens achter je te verdwijnen.

Dagenlang fiets ik rond, zo’n twintig, vijfentwintig kilometer per uur, in een stad waar het huisvuil wordt weggestopt in ondergrondse containers, waar Caribische, Indonesische en blinde autochtone jongeren in de parken vrolijk in groepjes staan te lachen zoals ik alleen in reclames heb gezien, waar geen enkel, maar dan ook echt geen enkel huis een beeldintercom heeft, noch rolluiken, en waar de ramen nooit kleiner zijn dan een pingpongtafel en met halogeenlampen verlichte interieurs laten zien waarin altijd iemand onverstoorbaar onder de blikken van de voorbijgangers leest, werkt of eet.

Ik fiets door de volksbuurten – zoals de wijk ten zuiden van het Oosterpark, die voornamelijk door moslims wordt bewoond – waar de parken lijken op botanische tuinen. Af en toe verdwaal ik en dan vraag ik de weg. Er is altijd wel iemand die me met een vrolijke kwinkslag behulpzaam is. Het zijn opgewekte, hartelijke mensen, die je niet verwacht in een westerse hoofdstad (probeer bijvoorbeeld maar eens iemand in Parijs de weg te vragen). Urenlang dwaal ik rond en doe ik niets anders dan mijn ogen vullen met gezichten. […]

Ik dwaal door de arbeidersbuurt de Jordaan, werp een blik op de beroemde vlooienmarkt, ga een boekwinkel binnen waar naast de fauteuils waar je kunt gaan zitten om boeken in te kijken, thermoskannen met thee en een doos met tientallen leesbrillen staan.’

Verderop in het verhaal stelt Mauro Marina voor van land te ruilen: ‘Misschien moeten we van land ruilen. Eens kijken, we zouden een proeftijd kunnen instellen van één regeringsperiode van vijf jaar. Wij gaan allemaal naar Nederland, we wonen dan in straten waar het huisvuil in ondergrondse containers ligt en oranje fietsen rondrijden, en jullie gaan allemaal – bijna allemaal want er zal toch iemand moeten blijven om stages te geven – genieten van de zon, onze heerlijke zon, en worden lekker opgezadeld met onze kantoren, onze banken, onze ministeries, onze faldoni… nooit van gehoord, hè? van die kolossale archiefmappen van ons… kortom, al onze toestanden die op een oplossing wachten. Jullie kennen al vierhonderd jaar onafhankelijkheid en democratie, wij niet. Volgens mij kan het jullie lukken.

Marina kijkt me even aan. Het is duidelijk dat ze zou willen zeggen dat de zaken veel gecompliceerder liggen, ik weet dat ze zou willen zeggen dat het in Holland ook niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Maar nee, ze wil haar gast niet tegenspreken en zegt daarom ten slotte: ‘Nou, dat lijkt ons wel wat. Wie houdt er niet van zon en pizza? Maar zouden jullie dan bereid zijn om haring te eten?’ En ze pakt een haring bij de staart vast en reikt me die aan.

Haring is niet hetzelfde als sushi. Het is wel rauw, maar het is een hele vis, alleen de kop is eraf gesneden. Marina pakt er een vast, haalt hem door de uitjes, laat hem boven haar mond bungelen, hapt erin en bijt er bijna de helft vanaf. Ik kijk naar de haring tussen mijn vingers. De haring, denk ik. Een probleem waar ik nog niet aan had gedacht.’

Ik weet zeker dat jullie, net als mijn Italiaanse vriendin, zullen genieten van de verhalen in La mia Olanda – Denkend aan Holland. Ik ga in elk geval snel nog een keer afwijken van mijn rantsoen om bij Libreria Bonardi een paar exemplaren te halen voor vrienden in Italië. Dan kunnen ze alvast een beetje wennen aan die gekke Nederlanders met hun haring…

Ontdek onze droomplekken in Italië!

3 reacties

  1. weer zo’n aardig stukje! ieder artikel van je lees ik
    en iedere keer is mijn hart verwarmd en mijn geest verrijkt.
    alle goeds, hans wellink

  2. La mia Olanda vind ik een prachtig boek. Als je het niet helemaal kunt volgen kijk je op de pagina er naast en je weet wat er in het
    Italiaans staat. Zo ook de opvolger Giro d’Italia!

  3. Wat een goede tip La mia Olanda. Zeker vanwege mijn cursus Italiaans.
    Ik denk dat in de kerstvakantie maar eens naar Bonardi afreis.
    Mille grazie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *