Ga op pad met onze City Walks!

In het geheime archief van de pausen

De tentoonstelling Lux in Arcana geeft je een kijkje in een klein stukje van het Vaticaans Archief. Maar wat is dit archief nu precies, en wat is er zo geheimzinnig aan? Het recent verschenen boek De verborgen geschiedenis van de pausen geeft antwoord op die vraag.

‘Het idee van een archief van alle pauselijke documenten dook voor het eerst op bij de oprichting van de Biblioteca Vaticana onder Sixtus IV. Het was echter wachten tot 1593 voor Clemens VIII een eigenstandig depot voor bullen, breven, brieven, encyclieken en oorkonden in het leven riep. Al dit archiefmateriaal werd opgeslagen in grote houten kasten in een salon in de Engelenburcht. Kardinaal Bartolomeo Cesi, het eerste hoofd van dit Archivium Arcis Sancti Angeli, had de titel van prefect; Domenico Rinaldi, die hem na korte tijd opvolgde, staat genoteerd als ‘archivaris’.

Het archief was aanvankelijk zeer fragmentarisch. Wilde men een archief die naam waardig, dan moest men alles bijeenzoeken wat her en der in de pauselijke vertrekken – en daarbuiten – verspreid lag en het netjes catalogeren. Op 25 januari 1606 gaf Paulus V daartoe de aanzet met de breve Apostolicae Sedis: ieder die geschriften van de Heilige Stoel bezat, of hij nu binnen dan wel buiten het Vaticaan verbleef, moest die binnen zes dagen overhandigen aan de beheerders van het archief van de Engelenburcht, op straffe van excommunicatie.

Toen de paus later de Engelenburcht inspecteerde, moest hij vaststellen dat de lokalen van het archief in een erbarmelijke toestand verkeerden: de documenten zaten onder een dikke laag stof en waren aangevreten door de muizen. Dus besliste hij – met de breve Cum nuper van 31 januari 1612 – dat het archief een nieuw onderkomen moest krijgen, en wel in het Apostolisch Paleis […], drie kamers vlak naast de Sixtijnse Salon van de Biblioteca Vaticana. […]

Met de apostolische constitutie Maxima vigilantia van 14 juni 1727 bepaalde Benedictus XIII dat alle materiaal dat verspreid was in kerkelijke archieven op Italiaans grondgebied, naar het centrale archief moest worden overgebracht. In 1783 werd dit uitgebreid met alle pauselijke documenten die zich nog in Avignon bevonden. In 1798 kwam ook de documentatie over de gevangenissen vanuit de Engelenburcht naar hier.

1798-1810 waren crisisjaren: op bevel van Napoleon verhuisde een groot deel van het archief naar Parijs, waar het werd ondergebracht in het Hôtel de Souvise, samen met die van andere staten die Napoleon had veroverd. In de jaren 1815-1817 keerde dit archiefmateriaal beetje bij beetje naar Rome terug, maar niet zonder aanzienlijke verliezen en beschadigingen […].

Het archief moest geheim blijven en dat was terecht, want zoals Leo XIII zei ‘diende het eerst en vooral voor de paus en de curie, dat wil zeggen voor de Heilige Stoel’. Toch besliste diezelfde paus in 1880 de archiefdocumenten tot en met jet jaar 1815 toegankelijk te maken voor wetenschappelijk onderzoek. Daarna werd het limietjaar verscheidene keren opgeschoven. In 1985 werden alle documenten tot 1922 beschikbaar gesteld.

In 1939 liet Pius XI de vertrekken rechts van de Belvedere-binnenplaats, waar zich reeds de pinacotheek bevond, zo inrichten dat het archief meer ruimte kreeg. Pius XII nam ook de zolderkamers boven de Kaartengalerij in de Vaticaanse Musea voor het archief in beslag. In 1980 werden twintig meter onder de Pijnappel-binnenplaats twee verdiepingen aangelegd waar 54 kilometer documenten in optimale omstandigheden kunnen worden bewaard.

De documenten waren nu goed beveiligd. Men kon ze raadplegen, maar de naam ‘geheim archief’ was nog steeds terecht, want wie ze wilde consulteren, kon dat alleen ‘mits een aanbeveling en als hij kon bewijzen dat het nodig was voor zijn wetenschappelijk onderzoek’[…].Wie er uiteindelijk binnen raakte, dreigde verloren te lopen in het labyrint van ‘raadsels die alleen voor deskundigen enigszins inzichtelijk worden’. Om het materiaal dat men wilde raadplegen te ontsluiten, kon men dus moeilijk zonder de knowhow van de archivaris.’

In De verborgen geschiedenis van de pausen lees je meer over de geheime archieven.

Het pausambt was lange tijd de meest geambieerde positie ter wereld, en een ongekende bron van malversaties. In De verborgen geschiedenis van de pausen zijn de verhalen die zich hebben afgespeeld in de kantlijn van het leven van de pausen, van het begin van onze tijdrekening tot nu, verzameld. De geheimen en de passies, de deugden en de ondeugden van de pausen – van de heilige Petrus tot Benedictus XVI – zoals ze naar voren komen uit legenden, historische documenten, kronieken en volksverhalen. Verhalen uit tijden van de catacomben en de vervolgingen van de eerste christenen, uit tijden van de duistere middeleeuwen, toen tegenpausen door keizers werden gemanipuleerd. Uit tijden toen kruistochten twijfelachtige doelen dienden, over Jodenvervolging en de Heilige Inquisitie, tot de hedendaagse Camorra-activiteiten.

De verborgen geschiedenis van de pausen
Claudio Rendina
vertaald door Wouter Meeus
ISBN 9789086794232
€24,95
Uitgeverij Roularta Books

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Een reactie

  1. Ik heb het boek “Hitlers paus” gelezen. Ook op basis van archieven uit het Vaticaan en daar wordt je niet vrolijk van. Wel interessant. Ciao!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *