Ga op pad met onze City Walks!

Dingen die niemand weet

De veertienjarige Margherita worstelt met dezelfde vragen, angsten en geheimen als haar leeftijdsgenootjes. Haar wereld stort in als ze na een roerige schooldag thuiskomt en op het antwoordapparaat een bericht van haar vader vindt. Hij gaat het gezin voorgoed verlaten.

De docent Latijn en Italiaans biedt Margherita houvast met zijn verhalen over klassieke mythologie, en vooral met de verhalen over Odysseus. Langzaam leert Margherita weer op zichzelf vertrouwen en haar pijn om te zetten in liefde.

Een fragment:

‘Haar vader zet het roer vast en sluipt van achteren naar Margherita toe, hij pakt haar onverwacht vast en tilt haar op. Het licht dringt overal binnen, door haar huid, tot diep in haar lijf. De sterke armen van haar vader, bedekt dor een wit overhemd waarvan de mouwen tot de ellebogen zijn opgerold, omklemmen haar.

De warme, droge geur van zijn aftershave vermengt zich met die van de zee. Hij legt zijn neus tegen de hals van zijn dochter en geeft haar een kus. Samen met haar staart hij naar de horizon, en zij voelt de gêne van haar onrustige, nieuwe lichaam, dat ze bijna als een schuld ervaart. Maar met haar vader naast zich is de streep die de hemel en de zee in tweeën splijt niet beangstigend meer en gaat ze hem tegemoe6t, om hem af te leggen, te verkennen, te doorklieven met de boeg, alsof het een kartonnen decor is.

‘Jij bent het mooiste meisje van de wereld. Mijn pareltje. Proficiat!’ zegt hij, en hij geeft haar nog een kus. Hij noemt haar zo omdat haar naam, Margherita, in het Latijn ‘parel’ betekent. Dat heeft hij haar al heel vaak verteld. ‘Ik was goed in Latijn,’ zegt hij er altijd bij.

‘We zouden ook een keer naar Sicilië kunnen varen. Ik wil het gele huis zien waar oma het altijd voer heeft, en de tuin met de vijgcactussen en de jasmijn die tegen de gevel aan klimt,’ zegt Margherita terwijl ze de stem van haar oma imiteert, en bedenkt dat vruchten in het echt nooit zo felrood, knalgeel en sneeuwwit kunnen zijn als in de verhalen van haar oma.
‘Dat gaan we een keer doen.’
‘Beloofd?’
‘Beloofd.’

De golven spoelen langs de flanken van de Parel, zo heet namelijk ook de boot.
‘Waarom hebben boten altijd vrouwelijke namen?’
Haar vader antwoord niet meteen, hij denkt zwijgend na en trekt de woorden omhoog alsof hij ze op de bodem van een put heeft gevonden. Hij weet altijd alles, haar vader.

‘In mijn lievelingsboek als kind stond een tekening van de boot van Odysseus, en daarop stond de naam Penelope. Elke zeeman heeft een haven, een huis om naar terug te keren, omdat hij een vrouw heeft die daar op hem wacht, en de naam van zin boot herinnert hem aan de reden waarom hij over zee vaart…’

Hij kan goed met woorden overweg, haar vader. Hij is een dichter, als hij wil.
‘Net als mama voor jou?’
Haar vader knikt.
‘Papa, ik ben bang… om op het lyceum te beginnen. Ik weet niet of ik het wel kan, of ik het wel red, of ik wel leuke klasgenoten krijg… Of ik ooit iemand zal worden… Of ik wel een vriendje zal vinden… Ik ben bang voor Latijn, ik ben anders dan jij…’
‘Ik ben ook bang voor Latijn, weet je… Ik droom nog steeds dat ik een overhoring krijg over de paradigma’s van de werkwoorden en dat ik er niets meer van weet…’
‘Paradigma’s? Wat zijn dat?’

‘Nou, bijvoorbeeld…’ Hij wil aan een van zijn ellenlange verklaringen beginnen, maar zij valt hem meteen in de rede. ‘Papa, ik ben bang…’ Tranen wellen op in haar ogen.
‘Wat er ook gebeurt, ik ben er voor je.’
‘Dat weet ik, maar daardoor ben ik niet minder bang.’
‘Dat betekent dat je leeft.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Als je bang bent, is dat een teken dat het leven je als een gelijke begint te beschouwen. Je wordt een vrouw, Margherita.’

Ze zwijgt en bekijkt dat woord van alle kanten: vrouw. Ze vindt het eng. Het geeft te veel licht.
Haar vader houdt haar nog steviger vast.
De Golf van Genua achter hen versterkt de omhelzing van haar vader in de vorm van rotsen, kusten, bergen, continenten, zich eindeloos vermenigvuldigend, alsof het hele universum haar omhelst door middel van haar vader.

Margherita snuift zijn frisse geur op, die haar tot bedaren weet te brengen en haar ervan weet te overtuigen dat ze op de wereld is om die te ontdekken, net zoals tijdens de duikcursus die ze deze zomer heeft gedaan.

Geruisloos doorsnijdt de parel de zee, waarna die zich heelt met licht schuim. Tranen van blijdschap zijn niet anders dan tranen van angst. Op Margherita’s gezicht wassen die van blijdschap die van angst weg, en de hele wereld is het cadeau dat een vader zijn dochter geeft op haar verjaardag.
Haar vader veegt haar tranen weg met zijn gebogen wijsvinger, die nu lijkt op een bloemsteel met dauwdruppels erop. Hij laat er een aan Margherita zien, hij schittert als een parel.

Hij legt uit: ‘Ik heb eens gedroomd over een beeldschone vrouw in een witte mantel. Ze keek me glimlachend aan. Ik vroeg: ‘Waar komt jouw schoonheid vandaan?’ En de vrouw antwoordde me: ‘Toen jij een keer huilde heb ik mijn gezicht ingewreven met jouw tranen.’’ Hij is even stil. Dan voegt hij eraan toe: ‘Het komt allemaal goed, Margheriat, het komt allemaal goed…’

Margherita heeft vertrouwen in die woorden, ze heeft vertrouwen in die armen. Ze kan niet weten dat het helemaal niet goed zal komen, misschien dat ze daarom blijft huilen van blijdschap en verdriet tegelijk, zonder te weten welke van de twee de boventoon voert in de chemische samenstelling van de parels die haar ogen voortbrengen. Ze zou het aan haar vader willen vragen, maar ze houdt zich in.
Dat zijn dingen die niemand weet.’

Lees al die prachtige zinnen die zich ontrollen tot een nog prachtiger verhaal in

Dingen die niemand weet
Alessandro D’Avenia
vertaald door Manon Smits
ISBN 9789023474630
€ 18,90
uitgeverij Cargo

Lees ook mijn blog over D’Avenia’s eerste boek, met de titel Wit als melk, rood als bloed

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *