Ga op pad met onze City Walks!

Deze laatste zomer

‘Ik ging écht naar Rome. […] Ik kende de stad al en ik hield van haar alsof ze een mens was, met diezelfde begeerte, met diezelfde angst om haar kwijt te raken, de angst om haar niet volledig te bezitten, die nu eenmaal bij de liefde horen. Ik verlangde nu al naar de dag waarop de hartstocht overgaat in kalme genegenheid, die dag waarop ik zozeer deel van haar zou uitmaken dat ik me net als alle werkelijke bewoners zou beklagen over haar gebreken en haar ongemakken.

Wat ik in die tijd nodig had was óf een kluizenaarsgrot om me in terug te trekken, óf een grote stad om me in te verstoppen.
Gecamoufleerd als een kameleon op een boomblaadje, voelde ik me eindelijk vrij. Vrij van de banden, de valstrikken, de praatjes die je altijd achtervolgen in je geboortestad, die eigenlijk juist verplicht zou moeten zijn, net als een moeder, om onvoorwaardelijk van je te houden.

Die twee supplì die ik als lunch at, typisch Romeinse gefrituurde rijstballetjes met mozzarella erin, waren voor mij het verrukkelijkste gerecht dat ik ooit had geproefd, en telkens als ik in mijn eentje op zoek ging naar een straat, een pleintje of een steegje voelde dat als een avontuur in de jungle.

‘Er komt nooit een eind aan Rome,’ verzuchtte Leopardi al struikelend over de kinderkopjes. Hij moest niets van de stad hebben, maar voor mij klonken die woorden juist als een belofte: er zou altijd iets overblijven om te ontdekken, een inscriptie om te ontcijferen, een spook om te verjagen. Kortom, een eindeloos feest, de sprookjestaart waarvan altijd een stukje overblijft. Voor mensen die van eenzaamheid houden is het een zeldzame vreugde om op een plek te zijn waar niemand je precies kan plaatsen: misschien schuilt daarin ook het grote genoegen van reizen.

Heel af en toe werd ik geplaagd door een soort wroeging; maar het was een snobistische wroeging omdat ik de open, gemakkelijke schoonheid van Rome had verkozen boven die van Venetië, wat immers een killere, meer gesloten stad is, en waar, ondanks alle lof en bewondering, dan ook niemand zou willen wonen.

Tussen Piazza Navona en de Via Giulia, in de Via del Mascherone, bevindt zich een gedenksteen met een hartverscheurende tekst, gewijd aan een dichter die alleen bekendheid geniet onder kenners: ‘De dichter Wilhelm Friedrich Waiblinger vertrok uit zijn geboorteland Duitsland en vond in dit Eeuwige Rome het vaderland van zijn dromen. Hier pas gelukkig. Hij stierf, 25 jaar oud, in dit huis op 17 januari 1830.’ Hier echt gelukkig.

Het Rome aan het eind van de jaren vijftig had nog verlangens en behoeftes die wellicht niet basaal, maar in elk geval eenvoudig waren.
De werkplaatsen van de ambachtslui deelden nog zon en schaduw met de gebouwen in de binnenstad, een binnenstad die het nog niet nodig vond zichzelf als ‘historisch’ te bestempelen. De bakkers leefden naast de fourniturenverkopers, maar ook naast de juweliers. Overal vond je delicatessenzaken, groentewinkeltjes en slagers. Een enkele varkensslachter had nog een dubbele vergunning, zodat hij zich ’s zomers transformeerde tot verkoper van strohoeden en strandartikelen, vanwege het oude vooroordeel dat ondanks de komst van de koelkasten in zwang bleef, dat varkensvlees in de warme maanden schadelijk was.
De Romeinen hadden twee armen en twee benen omdat ze zich nog niet hadden omgeturnd tot dat volk van duizendpoten en veelarmige godinnen dat een overvloed aan schoenwinkels en kledingwinkels nodig heeft, god weet waarom allemaal naast elkaar.

Je had de huisbewaarsters uit het zuiden van Lazio met hun slaperige mannen die tegen je zeiden, als je net aankwam terwijl ze in de portiersloge zaten te eten: ‘Wilt u ook een hapje eten?’ Dan stond ik altijd paf, informeerde wat er op het menu stond en soms ging ik erop in, tot me werd uitgelegd dat het enkel een oude beleefdheidsfrase was waarop de gepaste reactie diende te zijn: ‘Dank u, ik heb al gegeten.’
De rosticceria’s waren een soort snackbars die enkel het domein van mannen en alleenstaande vrouwen vormden, al waren er ook wel luie moeders die ervan profiteerden.
Daar leerde ik die befaamde supplì kennen, met hun verbazend lange kaasdraden die ‘telefoondraden’ werden genoemd, en de mozzarella in carozza, mozzarellatosti’s met een verrassende ansjovis erin, en gefrituurde courgettebloemen waar de olie vrolijk vanaf droop. De braadkippetjes draaiden er aan het spit in de etalage, een gerecht dat toen nog voor speciale dagen was, totdat ons van hogerhand werd opgelegd dat we het vaker moesten eten om de nationale economie te stimuleren: sindsdien is het dan ook een banale spijs geworden waar we niet meer warm of koud van worden.’

Openhartig blikt Cesarina Vighy in Deze laatste zomer terug op haar leven, op haar jeugd in Venetië en Padua, haar tijd in Rome, het langzaam ouder worden. Vighy herinnert zich zowel de goede als de slechte dingen uit haar leven en maakt je op een indringende manier deelgenoot van de gevoelens die deze herinneringen oproepen.

Vighy heeft niet zomaar besloten haar herinneringen op zo’n late leeftijd (in Italië verscheen Deze laatste zomer toen ze ruim 73 was) aan het papier toe te vertrouwen. Ze werd getroffen door een zeldzame neurologische aandoening die haar leven aanzienlijk snel zou doen eindigen. Wat doe je als je lichaam niet meer luistert naar je geest, als je weet dat je binnenkort niet meer zult kunnen lopen of praten? Vighy besloot ‘met ironie afscheid te nemen van het leven’ door haar levensverhaal op te tekenen. ‘Ik doorbreek een taboe, en de literatuur heeft me daarbij geholpen en me geleerd ermee om te gaan,’ aldus de schrijfster.

Deze laatste zomer werd in Italië enthousiast ontvangen. Het boek werd bekroond met de Premio Campiello Opera Prima en genomineerd voor de Premio Strega, de twee belangrijkste literaire prijzen in Italië. De jury van de Premio Campiello Opera Prima verwoordde haar oordeel als volgt: ‘Een prachtige beschouwing over oud worden. Een boek dat indringend, in droge bewoordingen, vol zelfspot maar tegelijkertijd zeer ontroerend, een heel leven beschrijft. Dit is het op waarheid gebaseerde verhaal van een vrouw die vecht tegen ziekte en het einde van haar leven. Een uniek en intens boek.’ Dat het boek ook in het buitenland een steeds groter succes wordt, kan Cesarina Vighy helaas niet meer met eigen ogen zien. Ze overleed op 1 mei 2010 in haar woonplaats Rome. Haar dood sloeg in Italië in als een bom, de media berichtten dagenlang over haar boek – maar vooral over haar leven, dat ze zo open en oprecht beschrijft dat het voor ieder van ons wel iets herkenbaars bevat. Voor een onvergetelijke zomer!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

2 reacties

  1. Die geweldige liefde Saskia die jij in al je vezels voor Rome voelt, die voel ik voor Venezia de stad waarvan jij denkt dat niemand er zou willen wonen. Venezia is niet kil, althans zo voel ik het niet. Voor mij is het een feest om in Venezia te zijn en ik zou er heel graag een tijdje willen wonen. Als ik er niet ben knaagt er iets in mij dat verlangen dat steeds groter wordt en zo groot kan worden dat ik er heen moet. Buiten Piazza San Marco en il Ponte Rialto waar de meeste toeristen zich ophouden, kan je verdwalen in stilte en steeds weer verrast zijn als je een hoek omgaat. En dan het water waarover je eindeloos kunt varen op de vaporetti. Tot een jaar geleden met een eigen linea tre voor de inwoners waarvan ik door mijn Carta Venezia dankbaar gebruik kon maken. Helaas is die vaporetto weg bezuinigd. Ik ben net weer terug en ondanks de vele regen die mijn deel was, is het verlangen weer tijdelijk gestild!

  2. Ciao Kitty,

    volgens mij wil iedereen wel in Venezia wonen; ik schreef geen persoonlijke mening maar gebruikte voor vandaag een fragment uit ‘Deze laatste zomer’ van Cesarina Vighy die het in Rome veel beter naar haar zin had dan in haar geboortestad Venetie. Wel een aanrader hoor, ook – of misschien juist – als je je hart verpand hebt aan Venetie. En om alvast naar uit te kijken: in september een hele maand lang extra aandacht voor Venezia op Ciao tutti!

    Saluti,
    Saskia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *