Ga op pad met onze City Walks!

De Siciliaan – het lot van de Godfather en de familie Corleone

Op Sicilië zijn veel films opgenomen (we schreven eerder al over de erfenis van Giuseppe Tornatore) en er spelen zich veel boeken af, vaak met een hoofdrol die is weggelegd voor de maffia of andere misdaad. We namen jullie al eens mee in de voetsporen van commissario Montalbano, de meesterlijke creatie van Andrea Camilleri. Vandaag nemen we jullie mee naar Montelepre, een klein stadje ten westen van Palermo.

Sicilie-MontelepreMontelepre

Montelepre is de geboorteplaats van Salvatore Giuliano, de Siciliaanse Robin Hood. Hij ging vaak op pad om geld en bezittingen van de rijke eilandbewoners te stelen, die hij vervolgens verdeelde onder de arme inwoners van Montelepre.

Het ging mis toen hij na het stelen van twee zakken graan werd aangehouden door de carabinieri. Hij moest zijn identiteitsbewijs afgeven en werd onder schot gehouden. Giuliano raakte in paniek, schoot de agent neer en vluchtte. Zonder identiteitsbewijs – een kleine vergissing die hem voor altijd zou achtervolgen. Hij werd sindsdien gezocht door de Siciliaanse politie en kende geen rust meer – tot hij door een goede vriend verraden werd en tijdens een vuurgevecht met de politie overleed.

Giuliano’s leven is verfilmd in de film Salvatore Giuliano van regisseur Francesco Rosi (1961), maar veel levendiger is het boek De Siciliaan van Mario Puzo, waarin je als het ware echt in Giuliano’s huid kruipt.

De-Siciliaan-Mario-Puzo

Michael Corleone heeft, in 1950, zijn ballingschap in Sicilië bijna uitgezeten en is klaar om terug te keren naar Amerika. Dan geeft de Godfather hem de opdracht de jonge Siciliaanse gangster Salvatore Guiliano mee te nemen naar America. Opeens ziet Michael Corleone zijn lot verbonden met deze gevaarlijke man: strijder, minnaar, en de ultieme Siciliaan.

Een fragment:

‘De rit van Palermo naar Montelepre duurde niet langer dan een uur. Maar in dat uur kwamen Michael en Andolini vanuit de beschaving van een stad terecht in de primitieve cultuur van het Siciliaanse platteland. Stefan Andolini bestuurde de kleine Fiat. Beschenen door de namiddagzon zetten de ontelbare puntjes van zijn rode baardgroei zijn gladgeschoren kin en wangen in een felle gloed. Hij reed voorzichtig en langzaam, zoals alle mannen die pas op latere leeftijd hebben leren chaufferen. Terwijl ze omhoog slingerden, het hoge, woeste gebergte door, pufte de Fiat en leek het of hij ademnood had.

Op vijf achtereenvolgende plaatsen werden ze tegengehouden door wegversperringen van de nationale politie, pelotons van minimaal twaalf man ondersteund door een pantserwagen met talloze machinegeweren. Met Andolini’s papieren kwamen ze erlangs.

Het kwam Michael vreemd voor dat het landschap op zo’n korte afstand van een grote stad als Palermo zo wild en primitief kon worden. Ze passeerden dorpjes met stenen huizen die zich op hachelijke wijze op steile hellingen in evenwicht hielden. Op die hellingen lagen ook keurig bijgehouden, terrasgewijs aangelegde smalle tuinen, waaruit overal keurige rijen stakerige groene planten omhoog priemden. Kleine heuvels lagen bezaaid met ontelbare grote witte zwerfkeien, gedeeltelijk overwoekerd door mos en stengels. Vanuit de verte deden ze denken aan uitgestrekte begraafplaatsen met grillig gevormde grafstenen.

Op gezette afstanden stonden langs de weg kapelletjes: van hangsloten voorziene bamboekleurige, houten huisjes, waarin beelden prijkten van de Maagd of van een speciale patroonheilige. Bij een van die kapelletjes zag Michael een vrouw op haar knieën zitten, biddend, terwijl haar man op hun wagen een fles wijn achteroversloeg. De kop van de ezel voor de wagen hing omlaag als het hoofd van een martelaar.’

Lees verder in

De-Siciliaan-Mario-Puzo

De Siciliaan
Mario Puzo
vertaald door Bert Mebius
ISBN 9789401601504
€ 14,95
Xander Uitgevers

Bestel De Siciliaan via deze link bij bol.com

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *