Ga op pad met onze City Walks!

Blauwe demonen

Op 4 april verschijnt (hoe heerlijk!) weer een nieuwe thriller van David Hewson! Vandaag op Ciao tutti alvast een voorproefje om de spanning op te bouwen.

David Hewson woonde jarenlang in Rome en werd wereldberoemd met zijn Nic Costa-thrillers, die zich allemaal in de Italiaanse hoofdstad afspelen. Actie, symboliek en de duistere ‘andere’ kant van Rome zijn het handelsmerk van Hewson. Dit keer staan de mysterieuze Blauwe Demonen centraal, een groep die twintig jaar geleden een serie lugubere misdaden pleegden uit naam van de oude Etrusken. Als tijdens een G8-top in Rome een politicus ritueel vermoord wordt, vermoedt inspecteur Nic Costa dat de Blauwe Demonen weer aan het werk zijn. Costa moet diep in het verleden graven en stuit daarbij op een reeks zeer duistere zaken.

Na het lezen van het eerste hoofdstuk hieronder zit je er al helemaal in, dus wees gewaarschuwd: dat worden slapeloze nachten tot 4 april!

‘De man in de zilveren wapenrusting beende met grote passen over het kiezelpad. De tuin van het Quirinale leek wel een oven. Hij zweette hevig in het officiële borstschild en wollen uniform.

In zijn rechterhand hield hij stevig het lange, bebloede zwaard vastgeklemd dat zojuist een man van het leven beroofd had. Over niet al te lange tijd zou hij de Italiaanse president vermoorden. En dan? Dan werd hij zelf omgelegd. Dat was nu eenmaal het lot van huurmoordenaars door de eeuwen heen, van Pausanius van Orestis, die de vader van Alexander de Grote, Philippus, vermoord had, tot de moordenares van Marat, Charlotte Corday en Kennedy’s wreker, Lee Harvey Oswald.

De dolk, het geweer van de sluipschutter… De wapens waren een reflectie van de man of vrouw die ze gebruikte. Zo werden dader en slachtoffer verenigd in één gezamenlijk offer aan het lot, en het was nooit anders geweest, vanaf het moment waarop de mens over anderen had willen heersen en zijn verlangens had uitgedrukt, zijn levensduur had laten inperken door de suffe restricties van de conventie. Petrakis had in de loop der jaren veel gelezen, veel gedacht, voorbereidingen getroffen, zichzelf vergeleken met zijn soortgenoten. De laatste voorstelling waarin rondreizend acteur John Wilkes Booth had opgetreden voor hij een kogel door de schedel van Abraham Lincoln joeg was Julius Caesar geweest, al was door een merkwaardig toeval zijn rol die van Caesars vriend en verdediger, Marcus Antonius, geweest en niet van Brutus zoals de geschiedenis wilde.

Toen hij de gestalte in het prieeltje naderde, merkte Petrakis dat hij bij het zien van de grijze, gerimpelde gedaante die daar diep over een boek gebogen zat, de zin mompelde die Wilkes Booth zo’n anderhalve eeuw eerder uitgesproken moest hebben.

O, grote Caesar, lig jij daar nu zo?
Zijn al je macht, roem, buit en zegetochten,
Tot deze maat teruggebracht?

Een lang, wit gezicht met droevige, vermoeide ogen keek op van de bladzijde. Petrakis besefte dat hij hardop had gesproken en hij vroeg zich af waarom deze dood, na al die andere, hem zo moeilijk viel.

‘Dat kon ik niet helemaal verstaan,’ zei Dario Sordi op kalme, vaste toon, terwijl hij zijn blik op het lange, bebloede blad gericht hield.

De officier in uniform kwam dichterbij, bleef staan, herhaalde de versregel en hield het zwaard boven de oudere man, die zich daar in de schaduw van een beeld van Hermes ophield.

De president keek op, wierp een blik om zich heen en vroeg: ‘Over welke overwinningen heb je het, Andrea? Welke buit? Een tijdelijk verblijf in een tuin die eerder bij een paus past? Ik ben een gepensioneerde man in een uitermate luxueus bejaardenhuis. Is dat nou echt zo moeilijk te vatten?’

Het lange, zilvergrijze wapen trilde in Petrakis’ hand. Zijn handpalm voelde vettig aan. Hij wist niet wat hij daarop moest antwoorden.
Achter hem klonken stemmen. Geschreeuw. Rumoer.
Dario Sordi had een sigaret in zijn hand. Hij trilde zelfs niet.
‘Je zou bang moeten zijn, oude man.’
Weer dat droge lachje.

‘Ik ben achterna gezeten door nazi’s.’ Het grijze, strakke gezicht keek hem nors aan. Sordi trok aan de sigaret en blies een rookwolk uit. ‘Ik heb meer dan een halve eeuw lang Russische roulette gespeeld met de tabak en de druif. Heb mensen beledigd – belangrijke mensen – die vinden dat ik eens een lesje zou moeten leren, wat waarschijnlijk wel klopt.’ Hij priemde met een lange, bleke vinger in de avondlucht. ‘En nu wil jij dat ik naar de pijpen van iemand anders ga dansen? Op de knieën ga voor een of andere sukkel?’

Dat zou het in ieder geval gemakkelijker maken.
Petrakis dacht aan zo veel dingen tegelijk. Hij dacht aan voorbije tijden, lome dagen onder de Afghaanse zon waarin hij NAVOtroepen had proberen te ontwijken, en hij dacht aan verre, bijna vergeten ogenblikken in het vochtige duister van een Etruskische tombe, toen hij het met zijn vader over het leven en de wereld had gehad, over hoe een man daar zijn eigen weg in moest vinden en niet mocht toestaan dat een ander zijn toekomst bepaalde.

En de oorsprong van dat alles lag in de Maremmen, in de gefluisterde ontdekking dat daar een paradijs van de wil opgeofferd was aan het cliché en het alledaagse, aan de dringende eisen van de politiek. Andrea Petrakis wist dat deze koers al op zeer jeugdige leeftijd voor hem was uitgezet, door zijn geboorte, door zijn erfgoed.

Zijn gedachten werden volledig in beslag genomen door de herinnering aan de tombe met de spookachtige figuren die op de muren geschilderd waren en de verschrikkelijke, onsterfelijke verschijning van de Blauwe Demon die hen een voor een opvrat. In de loop van tientallen jaren had hij vooral het volgende geleerd over de vrijheid die de reeds lang gestorven mannen en vrouwen hadden genoten. Twee millennia na dato dansten ze nog steeds onder de grijze grond van Tarquinia. Hun vrijheid, echter, was een eendagsvlieg, even vluchtig en uitsluitend echt door het voorbijgaande karakter ervan. Leven en dood zijn maatjes, twee zijden van een medaille. Om elke ademtocht te kunnen proeven, elke hartenklop te voelen moest je weten dat ze je allebei ieder moment afgenomen konden worden. Zijn vader had hem dat geleerd, lang voordat de Afghanen en de Arabieren hem hetzelfde hadden proberen duidelijk te maken.

Andrea Petrakis herinnerde zich de les nu nog zuiverder, nu in een onzichtbare zandloper het zand voor Dario Sordi en zijn moordenaar wegliep.
In de zoele avondlucht was een scherp, hard geluid te horen. Het leek of er een onzichtbare, strakgespannen draad knapte. Een deel van het standbeeld van Hermes, de rechtervoet, spatte voor zijn ogen in duizend stukjes uiteen alsof hij ontploft was van pure woede.
Eindelijk dook Dario Sordi weg in de schaduw, en probeerde zich te verstoppen.’

Het vervolg lees je vanaf 4 april in

Blauwe demonen
David Hewson
vertaald door Janine van der Kooij
ISBN 9789026128950
€ 18,95
Uitgeverij De Fontein

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *