Ga op pad met onze City Walks!

Als de dood

‘Eén moment denk ik dat het niet echt is gebeurd, dat ik midden in een van mijn nachtmerries zit, waaruit ik uiteindelijk gillend wakker word. Dan zit ik ergens klem, terwijl duistere schimmen met armen als vleeshaken traag en dreigend op me afkomen. Of ik verdrink, in troebel water waarin ik mezelf naar de bodem getrokken voel worden, met uitpuilende ogen. Op het nippertje ontsnap ik dan aan mijn gruwelijke lot, en het enige wat overblijft is een van angstzweet doorweekte pyjama.

Maar dit is geen droom. Mijn lange jas wappert in de wind, en de koude, ijle lucht beneemt me de adem. Geen droom. Het ene moment keek ik nog in haar ogen, hield ik haar vast, en het volgende was ze weg, alsof ze nooit naast me had gestaan, aan mijn arm had gehangen, zich aan me vastklampend. Als ik wakker word zal niet blijken dat ze er nog gewoon is; nee, ze is weg. Voorgoed weg.

Terwijl de bergtoppen langzaam verkleuren in de avondzon, realiseer ik me dat ik het daadwerkelijk heb gedaan. Mijn jarenlange frustratie, woede en onmacht heb ik verzameld in die ene duw. Kort maar krachtig, een fractie van een onomkeerbare seconde. Nooit, nooit had ik verwacht dat ik het zou doen. Ik heb erover gefantaseerd, over een leven zonder haar. Weg met het bezwaarde gevoel als ik er niet voor haar was, terwijl ik wist dat ze me nodig had. Allemachtig, ze is echt weg.

Ik zou me verlicht moeten voelen. Vrij. De verwachte sensatie van opluchting blijft echter uit. In plaats daarvan realiseer ik me dat als ik het vertel, mensen me zullen nawijzen, me veroordelen. In vroeger tijden hadden ze me vast gelyncht of gevierendeeld. Ik heb het gedaan, ik heb haar over het randje geduwd, een daad die ik met geen mogelijkheid kan goedpraten. Ik zal er nooit met iemand over mogen praten. Maar ach, zwijgen moet me weinig moeite kosten, het is een dubieuze gave die ik met de paplepel ingegoten heb gekregen.

In gedachten hoor ik het weer. Het ongelooflijke geluid, en niet te vergeten die echo, van het hoge gegil, langzaam wegstervend in de diepte. Ik merk dat ik mijn schouders heb opgetrokken. Een slechte houding, volgens mijn moeder. Ma… O god, is het waar? Heb ik het echt gedaan?

Na het vreselijke geluid is er geen opluchting, nee, er is nu slechts stilte. Geen vogels, geen auto’s, geen stemmen. Niets. Een stilte die onverdraaglijk is, en ik heb de neiging om te gaan schreeuwen, mijn stem in de ruimte te laten galmen, al was het alleen maar om te merken dat niet alles hier dood is.

Ik heb honger. Is dat niet raar, om op zo’n moment aan eten te denken? Zou ze niet halverwege ergens zijn blijven hangen? Misschien heeft ze zich kunnen vastklampen aan een tak… Vastklampen, dat was toch niet voor niets een van haar meest ontwikkelde eigenschappen. Ik buig me voorzichtig iets naar voren. Alles om me heen is wit. Wit in ontelbare schakeringen, donker in de diepte, zilverachtig van dichtbij.

Wat heeft ons in godsnaam bezield om naar dit elitaire oord af te reizen, waar niets anders te vinden is dan sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw, terwijl niemand in de familie van skiën houdt, noch van die belachelijk lage, onmenselijke temperaturen?

Ik ga op mijn buik in de verse sneeuw liggen en schuif langzaam met mijn lichaam naar voren, tot mijn hoofd over de rand uitsteekt. Mijn hartslag versnelt uit pure angst voor wat ik mogelijk zal zien, en ik voel een stekende pijn in mijn ijskoude vingertoppen. Er is geen enkel stipje rood van haar jas te bespeuren, zo ver mijn blik reikt. Ze is weg, ze is echt weg. Nooit meer de verplichte wandelingen op de zondagmiddag, nooit meer die klagende stem. Heb ik eigenlijk wel een handje geholpen? Is ze niet zelf gesprongen? Ik heb het noodlot hooguit een zetje gegeven, misschien. Ik kan mezelf bijna wijsmaken dat het een ongeluk was. Bijna.

Gisteren zijn we naar het openluchtmuseum Museo della Grande Guerra sul Piccolo Lagazuoi geweest, op een van de bergtoppen waar in de Eerste Wereldoorlog flink is gestreden. Dat uitje, dat ik slechts in de letterlijke zin van het woord beschouw als een hoogtepunt, zal ongetwijfeld het laatste zijn geweest.

‘Je had me gewoon met rust moeten laten, begrijp je?’ schreeuw ik ineens. ‘Ik werd er gek van. Ik werd knettergek van je!’ En dat je nooit eens echt iets zei, denk ik erbij, dat was eigenlijk het ergste. Nooit liet ze iemand toe, nooit wist ik wat ik aan haar had. Praten over onbenulligheden, alledaagse onzin, tot vervelens toe, maar verder… Ik spuug over de rand, terwijl bittere tranen de huid van mijn wangen straktrekken.

De gevaarlijke rand jaagt me angst aan, nodigt tegelijk uit om naar voren te schuiven zodat ik nog iets beter de diepte in kan kijken. Het is een kwestie van balans. En van zwaartekracht, niet te vergeten. Een flinke beweging naar voren en ik schiet geheid het ravijn in, haar achterna. Zou dat niet de beste oplossing zijn? Kom dan… De diepte trekt aan me zoals een magneet ijzer aantrekt, als ik te dichtbij kom is er geen houden meer aan. Een fluisterende stem wil me verleiden. Kijk eens wat een verlokkelijke zachte tinten, en die rust… Een centimeter naar voren, dat kan makkelijk. Twee ook nog. Waar ligt het kritieke punt? De doodsangst komt eerder, denk ik. Nog een klein stukje?

Ineens schuif ik snel naar achteren. Mijn hart bonkt in mijn keel. Vrieskou veroorzaakt vreemde kronkelingen in het menselijk brein, het wordt hoog tijd dat ik terugga. Pas als ik opsta en wegloop, merk ik dat ik mijn lip tot bloedens toe kapot heb gebeten.’

Zo begint Als de dood, de nieuwe roman van Corine Hartman, die zich afspeelt in Cortina d’Ampezzo, een luxe skioord in het noorden van Italië. Een thriller die je zelfs tijdens de warme Italiaanse zomer de koude rillingen bezorgt…

Desiree runt samen met haar partner Thomas een befaamd sterrenrestaurant in Bergen. Wat de culinaire gasten niet weten is dat ‘La belle vie’ op de rand van de afgrond balanceert, en dat de eigenaars ten einde raad zijn. Desirees moeder nodigt hen uit voor een week vakantie in het mondaine Cortina d’Ampezzo in de Dolomieten, waar de familie al generaties lang een huis bezit.

Desiree wil weigeren, ze heeft absoluut geen zin om een week te bivakkeren in het beklemmende huis dat haar vroeger al deed griezelen, maar tot haar verbazing gaat Thomas op het aanbod in. Bergbeklimmen is een passie van de chef-kok, maar is dat de reden dat hij een week wil spenderen in gezelschap van zijn schoonmoeder, die hij anders amper een blik waardig gunt? En waarom zwerft Paolo Moretti, een werkloze, agressieve local, rond het familiehuis?

Angstaanjagende gebeurtenissen zetten de verhouding tussen Thomas, Desiree en haar moeder op scherp, en wat een ontspannen sneeuwvakantie had moeten worden, mondt uit in een ijzingwekkende nachtmerrie met dodelijke gevolgen…

Als de dood
Corine Hartman
ISBN 9789061126768
€ 15,00
Karakter Uitgevers

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *