mei 01

Herman Gorter bezong de maand mei in 1889 als volgt:

‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
dat ik vaak hoorde voor een zomernacht,
in een oud stadje, langs de watergracht –
in huis was ‘t donker, maar de stille straat
vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
nog licht, er viel een gouden blanke schijn
over de gevels van mijn raamkozijn.

Dan blies een jongen als een orgelpijp,
de klanken schudden in de lucht zoo rijp
als jonge kersen, wen een lentewind
in ‘t boschje opgaat en zijn reis begint.
Hij dwaald’ over de bruggen, op den wal
van ‘t water, langzaam gaande, overal
als ‘n jonge vogel fluitend, onbewust
van eigen blijheid om de avondrust.

En menig moe man, die zijn avondmaal
nam, luisterde, als naar een oud verhaal,
glimlachend, en een hand die ‘t venster sloot,
talmde een pooze wijl de jongen floot.’

Larissa Bertonasco, illustratrice van het prachtige kookboek La cucina verde (waarover ik eerder dit stukje schreef), maakte een vrolijke Italiaanse versie van dit meigevoel:

Met deze vrolijke geluiden luiden we ook op Ciao tutti een nieuwe maand in. Een maand die we deels doorbrengen in Florence, deels in Nederland (rondom mijn boekpresentatie op 10 mei) en deels in het zuiden van la bella Italia. De meimaand staat daarnaast in het teken van lezen. In Italië is mei namelijk uitgeroepen tot Il Maggio dei Libri

Net als de natuur in deze maand tot volle bloei komt, ontwaakt in de mens de passie voor lezen, aldus de gedachte van Il Maggio dei Libri. Deze passie voor lezen leidt tot persoonlijke groei van de lezer, waarvoor de groei van nieuw leven symbool staat. Daarom zullen we op Ciao tutti nog meer dan anders Italiaanse boeken in het zonnetje zetten. Op een mooie meimaand vol boeken dus!

Getagd met:
mrt 25

De populaire Italiaanse zanger Lucio Dalla overleed 1 maart jongstleden op 68-jarige leeftijd in Zwitserland. De avond voor zijn dood trad hij nog op en leek hij in goede gezondheid, maar na het ontbijt kreeg hij een hartaanval die hij helaas niet overleefde. Lucio Dalla was bij veel Italianen geliefd. De president van Italië, Giorgio Napolitano, reageerde dan ook geschokt op zijn overlijden. ‘Dalla was een sterke en authentieke stem die heeft bijgedragen aan het vernieuwen en bevorderen van het Italiaanse lied in de hele wereld,’ zo zei hij.

Lucio Dalla

Daar is niets te veel mee gezegd; dat blijkt alleen al uit het feit dat van Caruso wereldwijd negen miljoen exemplaren verkocht. ‘De liedjes van Lucio Dalla zijn de soundtrack van het leven van iedere Italiaan,’ zo schreef Anne Bambergen in De Groene Amsterdammer. En van iedere Italiëliefhebber, zou ik daaraan toe willen voegen.

Aangezien we vandaag na de lente ook de zomertijd mogen begroeten, vind ik deze zondag een goede gelegenheid om Lucio Dalla nog eens in het zonnetje te zetten. En hoe kan dat beter dan met zijn lied Le rondini, de zwaluwen, de vogels die in Italië – volgens een iets andere versie van het ons bekende spreekwoord – de lente aankondigen.

Voor wie dat nog niet eerder hoorde een korte toelichting. De Italianen hanteren het spreekwoord ‘Una rondina non fa primavera’ – ‘Eén zwaluw maakt nog geen lente’. In Nederland en Vlaanderen zeggen we ‘Eén zwaluw maakt nog geen zomer’ – de zwaluwen arriveren hier immers wat later dan in la bella Italia… Gelukkig weten het begin van de lente en van de zomertijd vandaag beide spreekwoorden te verenigen.

Het woord is aan Lucio Dalla, met zijn prachtige lied over de zwaluwen. Via deze link een schitterende registratie met hieronder de tekst om mee te kunnen zingen:

‘Vorrei entrare dentro i fili di una radio
e volare sopra i tetti delle città
incontrare le espressioni dialettali
mescolarmi con l’odore del caffè
fermarmi sul naso dei vecchi mentre leggono i giornali
e con la polvere dei sogni volare e volare
al fresco delle stelle, anche più in là.

Sogni, tu sogni nel mare dei sogni…

Vorrei girare il cielo come le rondini
e ogni tanto fermarmi qua e là
aver il nido sotto i tetti al fresco dei portici
e come loro quando è la sera chiudere gli occhi con semplicità.
Vorrei seguire ogni battito del mio cuore
per capire cosa succede dentro
e cos’è che lo muove,
da dove viene ogni tanto questo strano dolore.

Vorrei capire insomma che cos’è l’amore,
dov’è che si prende, dov’è che si dà…

Sogni, tu sogni nel cielo dei sogni…’

Getagd met:
mrt 21

Het valt niet mee De naam van de roos te benoemen. Is het een middeleeuwse kroniek, een detective, een ideologische sleutelroman of een allegorie? Wie één oog dichtknijpt en in het boek kijkt als in een ver verwijderde spiegel, zal in elk geval gemakkelijk de monnikskappen en kardinaalsmijters uit de middeleeuwse dagen verwarren met de moderne tekens van macht.

De naam van de roos verscheen precies dertig jaar geleden. Het wordt beschouwd als Umberto Eco’s oerwerk; de roman vormde het begin van een subliem schrijverschap. Nu, na drie decennia, vond Eco het tijd om zijn meesterwerk weer eens opnieuw woord voor woord na te lopen, en te voorzien van de nodige aanvullingen en uitbreidingen. Zoals hij het zelf zegt:

‘In deze herziene, gecorrigeerde uitgave van mijn roman van dertig jaar geleden veranderen de wijzigingen die ik her en der in de oorspronkelijke tekst heb aangebracht noch de narratieve structuur, noch de stijl, die geen andere kan zijn dan die van een middeleeuwse chroniqueur. Ik heb een aantal termen die ik een paar bladzijden van elkaar herhaal verwijderd, en veel ingrepen hebben te maken met het ritme, want je hoeft maar een bijvoeglijk naamwoord weg te halen of een tussenzin te schrappen en de hele zin wordt luchtiger. Ik ben te werk gegaan als een tandarts die een prothese heeft aangebracht bij een patiënt, en die patiënt heeft het gevoel dat hij een steen in zijn mond heeft: hij haalt er even de boor overheen en de tanden staan meteen beter op elkaar.

Ik heb er een paar foutjes uitgehaald die te wijten waren aan een haastige vertaling van de middeleeuwse bronnen; ik was bijvoorbeeld in een herbarium uit die tijd cicerbita tegengekomen (wat een soort cichorei is) en had daar cucurbita van gemaakt, waardoor het een pompoen werd, en pompoenen kenden ze nog niet in de Middeleeuwen. Die kwamen pas later naar Europa, uit Noord- en Zuid-Amerika. Zo had ik ook onterecht melding gemaakt van paprika’s en een violino – een viool –, die in die tijd niets anders kon zijn dan een viella, een vedel.

Op een bepaald moment zegt Adson dat hij iets in een paar seconden heeft gedaan, terwijl de seconde als tijdseenheid in de Middeleeuwen niet bestond. Je zou – gezien het feit dat het verhaal een vertaling lijkt van een negentiende-eeuwse Franse versie van een middeleeuwse tekst – natuurlijk kunnen zeggen dat die seconden best aan mijn abt Vallet konden worden toegeschreven, en dat ik me dus niet druk had hoeven maken. Maar als je eenmaal hebt besloten te herzien en te corrigeren, word je pietluttig. De grootste veranderingen (maar het gaat nog steeds om weinig regels) betreffen de beschrijving van het gezicht van de bibliothecaris, waarin ik een al te ostentatieve verwijzing naar de neogotiek wilde schrappen, en sommige Latijnse citaten.

Het Latijn was en blijft van wezenlijk belang om de lotgevallen een kloosterlijk tintje te geven en bepaalde verwijzingen naar ideeën uit die tijd geloofwaardig en authentiek te doen overkomen. Anderzijds wil ik mijn lezer altijd enige tucht opleggen. Maar ik vond het vervelend dat een aantal lezers mij vertelden dat ze zich voor sommige citaten genoodzaakt zagen een Latijns woordenboek te raadplegen. Dat ging me wat al te ver, zo raakten ze uit het verhaal. Mijzelf stoorde het niet, en stoort het nog steeds niet dat er Latijnse citaten in staan, vooral niet als het alleen maar boektitels zijn; ze helpen om afstand tot het heden te creëren. Maar in een aantal gevallen merkte ik dat als je het citaat niet snapte, je niet goed kon begrijpen wat ik vertelde.

[…]

Voor het overige zijn de veranderingen, zoals ik al zei, niet aangebracht ten faveure van de lezer, maar ten faveure van mijzelf als herlezer, om me stilistisch meer op mijn gemak te voelen daar waar het vertoog mij enigszins hijgerig leek.’

Eco’s herziening maakt De naam van de roos nog virtuozer, en vooral: nog altijd actueel in tijden waarin macht in elk leven verweven is. Een goede reden dus om het verhaal nog eens heerlijk te herlezen!

De naam van de roos
Umberto Eco
vertaald door Jenny Tuin & Pietha de Voogd
ISBN 9789044620443
€ 19,95
uitgeverij Prometheus

feb 19

Na ruim 750 blogstukjes leek het me aardig weer eens iets nieuws te doen, waardoor jullie tijdens het lezen van Ciao tutti nog meer het gevoel hebben van achter je computer even in Italië beland te zijn. Ik blog namelijk wel elke dag over Italië en Italiaanse zaken, maar nooit in het Italiaans. En dat terwijl het zo’n heerlijke taal is, met een prachtige klank die je gelijk meevoert naar Toscaanse wijnboeren, Napolitaanse pizzabakkers en Venetiaanse gondeliers.

Vandaar dat het me leuk leek om af en toe ook wat kleine stukjes Italiaans aan jullie voor te schotelen. Om al een beetje te oefenen voor de komende reis naar Italië, om te genieten van die prachtig uitgebreide frasen die Italianen bezigen of simpelweg om je kennis op peil te houden.

We beginnen met een paar teksten uit het boek Venezia è un pesce van Tiziano Scarpa, die in 2009 de prestigieuze Premio Strega won voor Stabat mater. Zijn boek over Venetië, dat al in 2000 verscheen maar dat ik onlangs tegenkwam in een nieuwe druk uit 2010, laat op het omslag al zien dat Venetië inderdaad veel weg heeft van een vis, vanuit de lucht gezien.

Hij neemt je mee op reis door het Venetië zoals zijn ogen dat zien, zoals zijn voeten het belopen, zoals zijn hart het heeft omsloten. In negen hoofdstukken laat hij evenveel lichaamsdelen de revue passeren, die allemaal hun herinneringen aan Venetië onthullen.

Een stukje uit Scarpa’s inleiding:

‘Venezia è un pesce. Guardala su una carta geografica. Assomiglia a una sogliola colossale distesa sul fondo. Corne mai questo animale prodigioso ha risalito l’Adriatico ed è venuto a rintanarsi proprio qui? Poteva scorrazzare ancora, fare scalo un po’ dappertutto, secondo l’estro; migrare, viaggiare, spassarsela corne le è sempre piaciuto: questo fine settimana in Dalmazia, dopodomani a Istanbul, l’estate prossima a Cipro. Se si è ancorata da queste parti, un motivo ci deve essere. I salmoni si sfiancano controcorrente, si arrampicano sulle cascate per andare a fare l’amore in montagna. Balene, sirene e polene vanno a morire nel mar dei Sargassi.

Gli altri libri sorriderebbero di quello che ti sto dicendo. Ti raccontano la nascita dal nulla della città, la sua strepitosa fortuna commerciale e militare, la decadenza: fiabe. Non è cosi, credimi. Venezia è sempre esistita corne la vedi, o quasi. È dalla notte dei tempi che naviga; ha toccato tutti i porti, ha strusciato addosso a tutte le rive, le banchine, gli approdi: sulle squame le sono rimaste attaccate madreperle mediorientali, sabbia fenicia trasparente, molluschi greci, alghe bizantine. Un giorno però ha sentito tutto il gravame di queste scaglie, questi granelli e schegge accumulati sulla pelle un poco per volta; si è resa conto delle incrostazioni che si stava portando addosso. Le sue pinne sono diventate troppo pesanti per sgusciare fra le correnti. Ha deciso di risalire una volta per tutte in una delle insenature più a nord del Mediterraneo, la più tranquilla, la più riparata, e di riposare qui.’

Het mooist is misschien wel het verhaal van de benen, die het in Venetië zwaar te verduren krijgen:

‘Una faticaccia: le case sono vecchie, pochissime hanno l’ascensore; non c’era proprio posto nella tromba delle scale. Per la strada, ogni cinquanta, cento metri salta fuori un ponte: almeno una ventina di gradini da salire e scendere. Poche malattie di cuore, a Venezia. Tanti acciacchi alle ossa, reumatismi provocati dall’umidità.

Continuerai a satire e a scendere anche nelle calli: Venezia non è mai piatta, è un continuo dislivello, tutta groppe, dossi, gnocchi, schiene gibbose, avval­lamenti, depressioni, displuvi; le fondamente digradano verso i rii, i campi sono trapuntati dai tombini come bottoni affondati nei gonfiori di una poltrona. Questo capitolo, oltre alle gambe, è dedicato per­tanto anche al labirinto: o meglio, alla coppia di labirinti corporei, le due chiocciole in fondo alle orecchie che ti danno il senso dell’equilibrio.

Io non so quanto sia vera questa storia, te la rivendo cosi come me l’hanno raccontata: conta le colonne del palazzo Ducale, sul lato esposto verso il bacino san Marco, di fronte all’isola di san Giorgio. Cominciando dall’angolo, arriva alla quarta colonna. noterai che è leggermente fuori allineamento rispetto alle altre, si sporge in avanti di pochi centimetri. Se appoggi la schiena alla colonna e cerchi di strisciare addosso alla sua circonferenza, dalla parte esterna del colonnato, non potrai fare a mena di cadere dal microscopico gradino di marmo bianco che si alza sulle pietre grigie della riva. Prova e riprova, ti sbilancerai e cadrai dal gradino anche se ti schiacci contro la colonna o allunghi di lato una gamba per slanciarti oltre l’orlo e superare il punto critico.

Da bambino ci provavo sempre, era molto più di una sfida o un gioco, mi procurava un brivido vero: mi avevano detto che ai condannati a morte veniva offerta quest’ultima possibilità di salvezza, una specie di ordalia equilibrista, un giudizio di Dio per acrobati; se fossero riusciti a strisciare attorno alla colonna senza poggiare i piedi sulle pietre grigie avrebbero ricevuto misericordia all’ultimo momento. Crudelissima illusione, che si potrebbe chiamare supplizio della speranza, come il racconto perfido di uno scrittore francese dell’Ottocento. Ad ogni modo, mi piace questa rappresentazione della morte profonda pochi centimetri, invece del solito abisso: non è un’immagine ampollosa ed è molto più spaventevole. Forse morire sarà così: forza, il gradino è minuscolo, non si precipita affatto in un baratro, guarda, sono soltanto tre centimetri, su, basta uno sforzo minimo, nessuno ti sta spingendo, dai, un po’ di equilibrio, è facile…’

Het advies van Scarpa is wel om van je benen in Venetië het uiterste te vergen:

‘Preparati a salire in vaporetto (batèo, battello), aspetta in piedi sui pontili d’imbarco (gli imbarcadèri): il vaporetto accosta, ti dà uno scossone che ti prende di sorpresa come una spinta a tradimento. Monta sul battello e, anche lì, non sederti, resta in piedi sulla plancia, sotto la tettoia esterna; senti con le gambe il tremolio del motore nella pancia del vaporetto che ti fa vibrare i polpacci, il rollio che ti costringe a spostare continuamente il peso del corpo da una gamba all’altra, ti fa tendere e rilasciare muscoli che non sapevi nemmeno di avere.’

Voor wie het Italiaans machtig is, is deze unieke stadsgids van Scarpa echt een aanrader. In de stad die als een vis in het water ligt voel je je dankzij zijn verhalen, beschouwingen en tips zelf al snel als een vis in het water en wandel je door de stad zonder te verdrinken in de mensenmassa.

Getagd met:
feb 12

Overmorgen is het Valentijnsdag – een dag waarop je je geliefde uiteraard verrast met een Italiaans etentje, al dan niet in Italië. Maar waar neem je je amore mee naartoe? Naar een heus ristorante, een trattoria of gewoon gezellig naar een pizzeria? En wat is het verschil eigenlijk?

De kleine Italiaans voor Dummies zet de verschillende Italiaanse eetgelegenheden voor je op een rijtje, zodat je goed beslagen ten ijs komt:

‘Voordat je in Italië je honger gaat stillen, moet je bepalen waar je dat gaat doen. Het grote aanbod restaurants in Italie maakt de keuze er niet makkelijker op. Je kunt kiezen uit:

bar (bar): een Italiaanse bar met allerlei drankjes en kleine hapjes.

paninoteca (pa-nie-no-te-ka): hier kun je allerlei warme en koude broodjes krijgen.

osteria (os-te-rie-ja): een kleine eetgelegenheid waar je een eenvoudige, maar smakelijke hap kunt krijgen. De prijzen zijn meestal laag.

trattoria (trat-to-rie-ja): een trattoria houdt het midden tussen een osteria en een restaurant. De prijzen zijn gemiddeld.

taverna (ta-ver-na): de kwaliteit van het eten en drinken is iets lager dan in een trattoria.

ristorante (ries-to-ran-te): Italië kent uitstekende restaurants, maar de prijzen variëren nogal. De beste strategie: bekijk eerst de prijzen en beslis daarna.

pizzeria (piet-tse-rie-ja): de meeste verkopen veel verschillende pizza’s. Pizza’s zijn altijd goed in Italië. Je kunt hier ook pasta en salade krijgen.

tavola calda (ta-vo-la kal-da): een soort fastfoodrestaurant of afhaalrestaurant, waar je warme gerechten kunt krijgen.’

Tja, hier moet ik als Italiëkenner toch even ingrijpen in de tekst van De kleine Italiaans voor dummies. Vooral bij de pizzeria. De echte Italiaanse pizzeria verkoopt namelijk maar een paar soorten pizza: de margherita, de marinara en soms nog een variant als extra margherita (met extra mozzarella). Dus niks geen veel verschillende pizza’s; dat doen ze puur voor de toeristen. En dus eigenlijk ook geen pasta en salade. Bovendien: bij pizza drink je cola of bier, een uitgebreidere keuze is er vaak niet.

Nu kun je bij de laatst genoemde eetgelegenheid meer dan lekker eten – het gaat misschien zo snel als fast food, maar je mag je bord volscheppen met de lekkerste pasta’s, groentegerechten en gebraden vlees. Maar of het geschikt is voor Valentijnsdag, met zijn tl-licht, gehaaste obers, plastic stoeltjes en allesbehalve romantische sfeer? Ik weet het nog zo net niet…

Ik geloof dat ik toch het meest verrast word door een romantisch gedekte tafel thuis, met kaarsen en niet al te ingewikkelde Italiaanse heerlijkheden. Maar of mijn Valentijn dat nu ook zo’n goed idee vindt?

Wie daarom toch graag een tafeltje in een Italiaanse setting reserveert, kan met De kleine Italiaans voor Dummies in elk geval uit de voeten, zowel voor de keuze van een soort restaurant als voor de reservering. Voor een ingewikkelde liefdesverklaring zou ik echter de grote broer aanschaffen, want met deze kleine versie kom je op dat gebied niet zo ver. Of kijk bij de liefdesverklaringen die ik twee jaar geleden op mijn blog zette of bij de mooi vormgegeven Valentijnswens van vorig jaar. Maar natuurlijk mag je mij ook altijd mailen – kleine Valentijnswensen op maar worden nog voor Cupido met zijn pijlen gaat schieten vertaald!

 

De kleine Italiaans voor Dummies
Francesca Roman Onofri & Karen Antje Moller
ISBN 9789043023245
€ 7,95
Pearson Education

feb 08

Toen ik afgelopen weekend het stukje over Saint Amour Italia schreef en de azuurblauwe achtergrond van de festivalbanner zag, moest ik denken aan de tip die ik een paar maanden geleden van Suzanne, een van de trouwe lezers van Ciao tutti, kreeg. Zij liet mij kennis maken met het liedje Azzurro van Adriano Celentano, een zomerhit eind jaren zestig.

Het liedje is geschreven door niemand minder dan Paolo Conte, die de thema’s van liefde, eenzaamheid en zomer in een Italiaanse stad samen met Vito Pallavicini en Michele Virano speciaal voor Celentano optekende. Via deze link kun je deze versie beluisteren, maar de versie die het Italiaanse voetbalteam ooit zong is veel vrolijker…

Wie mee wil zingen en alvast de zomer wil verwelkomen, in elk geval in zijn hoofd en hart, vindt hieronder de tekst:

Cerco l’estate tutto l’anno e all’improvviso eccola qua
Lei è partita per le spiagge e sono solo quassù in città
Sento fischiare sopra i tetti un aeroplano che se ne va

Azzurro, il pomeriggio è troppo azzurro e lungo per me
Mi accorgo di non avere più risorse senza di te
E allora io quasi quasi prendo il treno e vengo, vengo a te
Il treno dei desideri nei miei pensieri all’incontrario và

Sembra quand’ero all’oratorio, con tanto sole, tanti anni fa
Quelle domeniche da solo in un cortile, a passeggiar
Ora mi annoio più di allora, neanche un prete per chiacchierar

Azzurro, il pomeriggio è troppo azzurro e lungo per me
Mi accorgo di non avere più risorse senza di te
E allora io quasi quasi prendo il treno e vengo, vengo a te
Il treno dei desideri nei miei pensieri all’incontrario và

Cerco un pò d’Africa in giardino, tra l’oleandro e il baobab
Come facevo da bambino, ma qui c’è gente, non si può più
Stanno innaffiando le tue rose, non c’è il leone, chissà dov’è

Azzurro, il pomeriggio è troppo azzurro e lungo per me
Mi accorgo di non avere più risorse senza di te
E allora io quasi quasi prendo il treno e vengo, vengo a te
Il treno dei desideri nei miei pensieri all’incontrario va

Voor de liefhebber ook een paar YpuTube-filmpjes van dit lied:

*Azzurro in de originele uitvoering van Adriano Celentano

*Azzurro in de uitvoering van gli Azzurri, het Italiaanse voetbalelftal

*Azzurro in de uitvoering van de Duitse band Die Toten Hosen, die er een punkversie van maakten

jan 01

Voor jullie allemaal een heel gelukkig nieuwjaar! We luiden 2012 in met een Italiaanse nieuwjaarswens van Gianni Rodari, een Italiaans kinderboekenschrijver die opgroeide bij het Lago d’Orta en een heel fantasierijk oeuvre heeft nagelaten.

‘Indovinami, indovino,
tu che leggi nel destino:
l’anno nuovo come sarà?
Bello, brutto o metà e metà?
Trovo stampato nei miei libroni
che avrà di certo quattro stagioni,
dodici mesi, ciascuno al suo posto,
un carnevale e un ferragosto,
e il giorno dopo il lunedì
sarà sempre un martedì.
Di più per ora scritto non trovo
nel destino dell’anno nuovo:
per il resto anche quest’anno
sarà come gli uomini lo faranno.’

Maak er dus allemaal een heel bijzonder jaar van, vol mooie momenten en natuurlijk met elke dag een klein stukje bella Italia!

Cari saluti,

Saskia Balmaekers
www.ciaotutti.nl

dec 28

Nee hoor, mijn leven telt nog geen 18.000 dagen, maar dat van de Italiaanse singer/songwriter Gianmaria Testa wel. Met deze 18.000 dagen drukt hij vijftig jaar van zijn leven uit. Zelf zegt hij hierover: ‘Een vriend van mij zei eens, dat het uitdrukken van je leven in dagen je perspectief verandert. En hij heeft gelijk: alles wordt korter en kleiner. Een dag is een minimale dimensie, een die bijna gemeten kan worden in ademhalingen.’ Dat gegeven inspireerde Gianmaria Testa tot een prachtig nummer voor op zijn nieuwe cd, Vitamia geheten. Luister maar mee via deze link!

18 mila giorni

‘Ci sono stati giorni, Vitamia,
che tutto aveva un nome
e di quel nome qualche voce
si prendeva libertà
e giorni così bianchi di finestre accese
da non poterti dire come.

Tu trovameli adesso, Vitamia,
trovali,
portameli qua
e giorni così bianchi di finestre accese
e di parole nuove.
Tu cercali, Vitamia, cercali,
portameli qua.

Ci sono stati giorni, Vitamia,
che anche il giorno aveva un nome
e di quel nome qualche mano
si prendeva libertà
e giorni così lunghi di parole accese
da non poterti dire come.

Tu trovameli adesso, Vitamia,
trovali,
portameli qua
e giorni così lunghi di finestre accese
e di parole nuove.
Tu cercali, Vitamia, cercali adesso,
portameli qua.’

Op zijn nieuwste album zingt Testa vooral over persoonlijke en politieke gebeurtenissen die een grote impact hebben gehad tijdens zijn vijftigjarige muziekcarrière. Op Vitamia is Testa te horen zoals iedereen hem tot voor kort kende een muziekartiest die al sprekend, zingend en mompelend met een ietwat rauwe stem zichzelf begeleidt op gitaar en zingt over alledaagse onderwerpen. Zo zingt hij in zijn song Nuovo met ontroerend warme stem over zijn zoontje. Maar Testa laat op dit nieuwe album ook een ander geluid horen; songs waarin het warme geluid plaatsmaakt voor een meer steviger geluid.

Testa in Nederland
Op 10 mei 2012 is Gianmaria Testa in Nederland voor een concert in de Lantaren/Venster te Rotterdam. Alvast in de sfeer komen? Bestel dan hier de nieuwe cd van Gianmaria Testa, en geniet onder andere van zijn 18.000 dagen!

Fotograaf Marco Louter ging samen met Leo Blokhuis op bezoek bij Gianmaria Testa en schreef voor het blad Jazzism een artikel over deze bijzondere ontmoeting. Een aantal van zijn foto’s kun je via deze link bekijken!

Getagd met:
okt 29

Ja, je leest het goed, vandaag nemen we afscheid van Rome – voorlopig althans – met een van de mooiste afscheidsliedjes ooit; Arrivederci Roma. Luister maar mee!

Arrivederci Roma

T’invidio turista che arrivi,
t’imbevi de fori e de scavi,
poi tutto d’un tratto te trovi
fontana de Trevi ch’e tutta pe’ te!

Ce sta ‘na leggenda romana
legata a ’sta vecchia Fontana
per cui se ce butti un soldino
costringi er destino a fatte tornà.

E mentre er soldo bacia er fontanone
la tua canzone in fondo è questa qua!

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Si ritrova a pranzo a Squarciarelli
fettuccine e vino dei Castelli
come ai tempi belli che Pinelli immortalò!

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Si rivede a spasso in carozzella

e ripensa a quella ‘ciumachella’
ch’era tanto bella e che gli ha detto sempre ‘No!’

Stasera la vecchia Fontana
racconta la solita luna

la storia vicina e lontana
di quella inglesina che un giorni parti

Io qui, proprio qui l’ho incontrata…
E qui, proprio qui l’ho baciata…
Lei qui con la voce smarrita
m’ha detto:’E’ finita ritorno lassù!’

Ma prima di partire l’inglesina
buttò la monetina e sospiro:

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Voglio ritornare a via Margutta

voglio rivedere la soffitta
dove m’hai tenuta stretta stretta in braccio a te!

Arrivederci, Roma…
Non so scordarti più…
Porto in Inghilterra i tuoi tramonti
porto a Londra Trinità dei Monti,
porto nel mio cuore i giuramenti e gli ‘I love you!’

Mentre l’inglesina s’allontana
un ragazzinetto s’avvicina
va nella fontana pesca un soldo e se ne va!

Met dit liedje in mijn hoofd wandel ik straks nog even langs de Trevifontein, om er ook dit keer weer een muntje in te gooien. Zo weet ik zeker dat ik – en daarmee jullie – weer terug zullen keren in deze ondoorgrondelijke, onuitputtelijke stad. Arrivederci Roma!

sep 23

Hoe mooi is de hemel boven de Via Margutta, zo zingt Luca Barbarossa over deze sfeervolle Romeinse straat waar we gisteren doorheen wandelden. Voor iedereen die graag wegdroomt bij prachtige Italiaanse muziek is dit liedje een absolute aanbeveling, zowel qua tekst als qua setting! Luister maar: Via Margutta

‘Sta cadendo la notte
sopra i tetti di Roma,
tra un gatto che ride
e un altro che sogna
di fare l’amore,
sta cadendo la notte
senza fare rumore.

Sta passando una stella
sui cortili di Roma
e un telefono squilla,
nessuno risponde
a una radio che parla,
è vicina la notte,
sembra di accarezzarla.

Amore vedessi
com’è bello il cielo
a via Margutta questa sera,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo
dei bombardamenti e dei pittori,
dei giovani poeti e dei loro amori
consumati di nascosto
in un caffè.
Amore vedessi
com’è bello il cielo
a via Margutta insieme a te,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo
che ci ha visto soffrire,
che ci ha visto partire,
che ci ha visto ..

Scende piano la notte
sui ricordi di Roma,
c’è una donna che parte
un uomo che corre,
forse vuole fermarla,
si suicida la notte,
non so come salvarla.

Amore vedessi
com’è bello il cielo
a via Margutta questa sera,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo
dell’oscuramento e dei timori,
dei giovani semiti e dei loro amori
consumati di nascosto
in un caffè.

Amore sapessi com’era il cielo
a Roma qualche tempo fa,
a guardarlo adesso
non sembra vero
che sia lo stesso cielo,
la stessa città,
che ci guarda partire
e volerci bene,
che ci guarda lontani
e di nuovo insieme,
prigionieri di questo cielo,
di questa città,
che ci ha visto soffrire,
che ci ha visto partire,
che ci ha visto.

È vicina la notte
sembra di accarezzarla…’

Voor iedereen die het Italiaans nog niet zo machtig is, hieronder een zeer vrije vertaling van mijn hand:

‘De nacht begint te vallen
over de daken van Rome,
tussen een kat die lacht
en een ander die droomt
over het bedrijven van de liefde,
begint de nacht te vallen
zonder geluid te maken.

Er komt een ster voorbij
over de binnentuinen van Rome
en een telefoon rinkelt,
niemand antwoordt
op een radio die aanstaat,
de nacht is dichtbij,
lijkt haar zachtjes aan te raken.

Liefje, als ik zou zien
hoe mooi de hemel
boven de Via Margutta deze avond is,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het niet dezelfde hemel te zijn
van de bombardementen en van de schilders,
van de jonge dichters en hun liefdes
waarvan ze stiekem genieten
in een café.
Liefje, als ik zou zien
hoe mooi de hemel
boven de Via Margutta samen met jou is,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het niet dezelfde hemel te zijn
van degene die ons heeft zien lijden,
ons heeft zien vertrekken,
ons heeft zien…

De nacht daalt langzaam neer
over de herinneringen aan Rome,
er is een vrouw die vertrekt
en een man die rent,
misschien wil hij haar tegenhouden,
de nacht maakt er een einde aan,
ik weet niet hoe ik haar moet redden.

Liefje, als ik zou zien
hoe mooi de hemel
boven de Via Marguatta deze avond is,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het niet dezelfde hemel te zijn
van de verduistering en de angst,
van de jonge semieten en hun geliefden
waarvan ze stiekem genieten
in een café.

Liefje, als ik zou weten
hoe de hemel boven Rome
enige tijd geleden was,
nu ik daar zo naar sta te kijken
lijkt het een andere hemel,
een andere stad,
die ons ziet vertrekken
en ons een warm hart toedraagt,
die ons op grote afstand ziet
en weer opnieuw bij elkaar,
gevangenen van deze hemel,
van deze stad,
die ons heeft zien lijden,
die ons heeft zien vertrekken,
die ons heeft gezien.

De nacht is dichtbij,
en lijkt ons zachtjes aan te raken.’

Getagd met:
preload preload preload