dec 15

Franciacorta is het Italiaanse antwoord op champagne, aldus Wijnand Broer van De Franciacortaslijterij. Maar nieuw is de Franciacorta niet. Hoewel de geschiedenis van de mousserende Franciacorta-wijn nog maar kort is – de eerste werd in 1961 geproduceerd – is er bewijs gevonden dat er in de Romeinse tijd al wijn werd geproduceerd in de regio. Na het einde van het Romeinse rijk werd de wijnproductie opgepakt door de Lombardianen en in de twaalfde eeuw stond de regio weer vol met wijngaarden. In die tijd werden er zowel rode als witte wijnen geproduceerd, van verschillende druiven.

De eerste Franciacorta
De eerste mousserende wijn werd in 1570 geproduceerd onder de naam Mordace, wat agressief of scherp betekent. Ondanks de lange traditie van het produceren van mousserende wijn, is het idee om de productiemethode champenoise van de Champagne-regio als basis te nemen voor de productiemethode van andere mousserende wijn, pas vrij recent ontstaan.

De eerste versie stamt uit 1958. Daarna duurde het even voordat Guido Berlucchi (nu de grootste producent van de regio) de juiste smaak te pakken had, maar de eerste officiële Franciacorta die in 1961 op de markt kwam, was meteen een hit. Deze eerste serie heette Pinot di Franciacorta.

Vanaf dat moment heeft Franciacorta zich uitgebreid naar andere varianten: Brut (1970), Brut Millesimato (1970), Rosé (1973), Extra Brut/Pas Dosé (1973), Satén (1980) en Extra Dry (1984). Franciacorta bleek erg populair te zijn en het gebied heeft in de periode tussen 1967 en 1983 dan ook een grote groei doorgemaakt; van 50 naar 550 hectare. Midden jaren zestig heeft Franciacorta de DOC-status gekregen. De DOCG-status volgde in 1995, waarbij Franciacorta de eerste metodo classico wijn was die deze status heeft gekregen. Vandaag de dag telt Franciacorta 104 producenten en produceert het ruim 10 miljoen flessen per jaar. Daarmee is de wijn dan ook stuk exclusiever dan de wijn die met de traditionele Franse methode wordt gemaakt (vgl. 350 miljoen flessen in de Champagnestreek).

De regio Franciacorta
De Franciacorta-regio is gelegen in de regio Lombardije, om precies te zijn aan het Lago d’Iseo, het Meer van Iseo. Net als veel van de grote wijngebieden in de wereld is de Franciacorta-regio het resultaat van een geologisch toeval. Het gebied ligt aan de monding van de Val Camonica, een rivier die een uitlaatklep was voor de gletsjers die tijdens de laatste ijstijd de bergen bedekten die we nu kennen als de Dolomieten.

Hier stapelde zich een enorme hoeveelheid grof, kalkrijk sediment op. Dit vormt nu de basis voor de toplaag van de grond in een groot deel van het Franciacorta-gebied. Deze gletsjers hebben ook gezorgd voor het ontstaan van het Lago d’Iseo zelf. Het meer dient als een hittereservoir waardoor de zomers minder heet zijn en de winters minder streng. Ook dit draag bij aan een uitermate geschikt klimaat om wijn te verbouwen.

What’s in a name?
Er zijn verschillende theorieën over het ontstaan van de naam Franciacorta. De meest waarschijnlijke hypothese is dat de naam ontstaan is door samentrekking van de woorden franchae curtes. Franchae curtes of corte franca betekent ‘zonder belasting’. Dit was een aanduiding voor steden en gemeenten die onder de bescherming vielen van Benedictijner monniken en die vrijstelling kregen voor het betalen van belastingen.

Een andere theorie is dat Franciacorta vertaald kan worden als ‘klein Frankrijk’. Het ontstaan van deze naam heeft ook weer twee verklaringen. De eerste is de meest leuke: Karel de Grote had gezworen dat hij op de dag van Sint Dennis in Frankrijk zou zijn. Toen die dag aanbrak, was hij echter nog bij het Lago d’Iseo. Om toch in Frankrijk te kunnen zijn, heeft hij de regio toen maar de naam Franciacorta (klein Frankrijk dus) gegeven. Een wat minder romantische verklaring is dat het gebied de naam klein Frankrijk heeft gekregen omdat het de productiemethode van champagne – champenoise – exact heeft gekopieerd. Hoe dat precies in zijn werk gaat, lees je hier.

De druiven die worden gebruikt bij het maken van Franciacorta zijn Chardonnay, Pinot noir en Pinot bianco. Chardonnay en Pinot noir zijn dezelfde druiven als die in champagne worden gebruikt, Pinot bianco is specifiek voor Franciacorta. Chardonnay is de meest aanwezig druif van deze drie. Om een rosé te maken wordt de Pinot noir druif toegevoegd om de kleur te geven. Pinot noir kan echter ook gebruikt worden in de normale Franciacorta; als de schil niet meegist kan de wijn wit blijven.

Alle lof voor Giuseppe
Wijnand Broer van De Franciacortaslijterij zweert bij de Franciacorta van Giuseppe Pecis, eigenaar van Cascina San Pietro, een van de kleinste producenten in de Franciacorta-regio. Het is een eenmansbedrijf – op de hulp bij de oogst na, doet Giuseppe alles alleen.

Giuseppe maakt sinds 2001 Franciacorta. Op zijn domein van 4,3 hectare maakt hij ongeveer 30.000 flessen per jaar. Waar veel producenten flink inves­teren om ook de omgeving en de ambiance te laten kloppen bij de uitstraling van metodo classico mousserende wijn, is er in de schuur van Giuseppe geen enkele overbodige luxe te bekennen. Hier staat alles in het teken van de productie van hoge kwaliteit Franciacorta. Maar die kwaliteit is dan ook ongeëvenaard! De drie wijnen van San Pietro hebben een specifiek karakter en kenmerken zich door complexiteit en intense aroma’s. Daarnaast hebben alle wijnen van Cascina San Pietro een uit­stekende prijs-kwaliteitverhouding.

Giuseppes wijnen worden goed ontvangen door de wijnpers. Lees hier bijvoorbeeld de bevindingen van Ronald de Groot en Pieter Nijdam en die van Mariëlla Beukers. Zelf oordelen? Bestel dan nu een proefdoos Pietro van drie flessen via http://franciacortaslijterij.nl/proefdozen/san-pietro-proefdoos. Lezers van Ciao tutti hoeven geen verzendkosten te betalen. Vermeld hiervoor bij het bestellen de code CiaoTutti11, en geniet de komende feestdagen van deze heerlijke Italiaanse bubbels! Salute!

nov 29

Voor een reportage voor De Smaak van Italië was ik eind oktober op landgoed Partingoli, net ten zuiden van Florence. Een goede timing, zo bleek, want ik viel met mijn neus in de druiven. Martijn en Angelique Bak, die agriturismo Partingoli sinds maart van dit jaar runnen, hadden net de laatste druiven geplukt. Het was hun eerste vendemmia, en ik was natuurlijk meer dan nieuwsgierig naar de romantische verhalen over de dagen tussen de druivenranken en het beruchte eindfeest.

‘Romantisch?’ Martijn helpt me uit mijn droom. ‘Veertien dagen werken in de wijngaard, dan een week wachten en dan persen. Romantisch? Het is maar hoe je het bekijkt…. De maandag dat we zouden beginnen was er regen voorspeld en heeft Rodolfo (de wijnboer) besloten de oogst twee dagen uit te stellen. Werken in de regen heeft sowieso geen nut, want met elke stap word je een centimeter hoger door alle modder die zich vastkleeft aan de onderkant van je schoenen.

Woensdag was het dan eindelijk zo ver. Zonder verwachting, maar zeer nieuwsgierig meldde ik mij om zeven uur in de ochtend. ‘Wat kom jij doen?’ vroeg Rodolfo.
‘Wat kom ik doen? Iets met druiven plukken toch?’
‘Dat begint pas om acht uur.’

Akkoord… ik was lekker vroeg wakker en kon nog op mijn gemak een kop koffie gaan drinken. Om acht uur meldde ik mij weer bij Rodolfo. ‘Wat kom jij doen?’ vroeg hij weer.
‘Ik eh… iets met druiven?’
‘We beginnen bij de kerk vandaag,’ zei Rodolfo.
Toen ik weer in het Italiaanse plaatje zat en mij had ingeprent om ALTIJD controlevragen te stellen, nam ik mijn hoed en knapzak en vertrok voor een wandeling van een 20 minuten naar de kerk.

Gelukkig dat op tijd komen hier onbeleefd is. Zo kwam ik dus tegelijk met de rest van de werkers bij de kerk aan. Een zeer gemêleerd gezelschap. Behalve Dimitri en Marco, de vaste medewerkers van Partingoli, waren twee Italiaanse studenten, twee Albanese dames, vier Roemenen en drie Sicilianen aanwezig. Nu houd ik mijn Roemeens en Albanees niet heel erg bij, dus probeerde ik tijdens het werk een gesprekje aan te knopen met een Siciliaanse meneer. Hij verstond mij uitstekend, maar ik hem…wat een taal! Alsof je een algemeen beschaafd Nederlands sprekende Amsterdammer tegenover een algemeen beschaafd Limburgs sprekende Maastrichtenaar zet!’

Au, dat doet toch stiekem nog een beetje pijn als je je Maastrichtse roots na bijna vijftien jaar nog steeds niet kunt verbloemen achter een harde g… Gelukkig helpt dat zangerige accent wel bij het vlot spreken van het Italiaans, dus ik besluit Martijn niet te interrumperen. Die is zelf nog zo enthousiast over het hele druivenplukgebeuren, dat hij mijn gefronste wenkbrauwen niet opmerkt, maar breed gebarend verder vertelt:

‘En tja, dan begin je met plukken. Of nou, plukken. Het is eigenlijk meer knippen. Knippen, knippen en nog eens knippen. Van 8 tot 12 uur en dan weer van 2 tot 6 uur. Als je ’s avonds thuis komt plakken je vingers aan elkaar van het sap, heb je last van je vingers, armen en schouders en ben je blij dat je zit. Romantisch? Eigenlijk toch wel. Het idee dat je mee mag werken aan die ene fles die straks bij iemand op tafel staat is toch geweldig!

En bovendien, die mensen uit Sicilië zorgden de hele dag voor een lach op je gezicht. Die kunnen hun mond niet houden. Ik zou ze niet meer kunnen navertellen, maar ik heb veel Italiaanse moppen en grappen gehoord en mijn Siciliaans is er wat op vooruit gegaan. En vergeet niet de gezamenlijke maaltijd toen de oogst binnen was. Wat een passie hebben deze mensen voor het werken en leven op het platteland!’

Het was nu nog een beetje vroeg om de wijn al te proeven, dus komend jaar ga ik nog een keer terug om te beoordelen of Martijn zijn werk goed gedaan heeft, maar bovenal om nogmaals te genieten van al het heerlijks dat Partingoli te bieden heeft. Als het artikel voor De Smaak van Italië klaar is, neem ik jullie zeker nog even mee naar deze prachtige plek. Wie niet zo lang wil wachten en het vakantiegevoel alvast wil opzoeken, neemt alvast een kijkje op www.partingoli.com. Ik tel alvast af naar de eerste slok nieuwe wijn aan het zwembad…

Getagd met:
sep 03

Zoals beloofd vandaag een voorproefje van de nieuwe reisgids De smaak van Rome. In deze gids staan de belangrijkste bezienswaardigheden van Rome op overzichtelijke wijze beschreven, met tips voor de beste culinaire tussenstops in de nabije omgeving. Zo voorkom je dat je in de toeristenfuik naast het Colosseum stapt of veel te veel voor een bord te gare pasta betaalt.

Mijn collega’s en ik zijn in Rome op zoek gegaan naar de gezelligste wijnbarretjes bij het Campo de’ Fiori, de lekkerste ijssalons in de kleine straatjes rondom het Pantheon, de beste restaurantjes rondom het Piazza Navona en alle andere gouden adresjes. Enkele inwoners van de stad hebben bovendien prijsgegeven waar zij het liefste naartoe gaan voor hun dagelijkse cappuccino, een lekkere pasta of een goed glas wijn en uiteraard delen we ook die tips graag met jullie!

Met deze gids vermijd je de gebaande toeristische paden en valkuilen en geniet je op elk moment van de dag van de echte smaak van Rome. Dat het geen sinecure was om deze gids samen te stellen, vertelt Willemijn van Dijk naar aanleiding van haar laatste reis naar Rome, waar ze de laatste adresjes verzamelde:

‘Ik werk aan een boek over Rome.’ ‘Oh, echt waar? Mag ik je telefoonnummer?’ Hmmm. Ik wil mijn werk goed doen, echt waar, maar de Italiaanse obers maken het me niet overal even gemakkelijk. En dit is pas een van de eerste adressen! Ik heb er nog minstens honderd te gaan…

‘Ik ben journaliste, uit Nederland, en we maken een gidsje met de beste adresjes in Rome,’ probeer ik vol goede moed. Het lijkt te werken. Althans, de jongeman doet water bij de wijn, op zijn manier: ‘Kan ik je dan op Facebook zoeken? Wacht, ik geef jou het mijne. Dan laat je me weten als het boek uitkomt.’ Ik maak een paar foto’s van de binnentuin van het prachtige Hotel Russie aan de chique Via del Babuino en maak dat ik wegkom. ‘Grazie! Ci vediamo su Facebook.’ Of niet.

Nu hoor je mij niet klagen. Zeg nou zelf: de dag dat je baas tegen je zegt dat je cappuccino, ijs, wijn en andere Italiaanse specialiteiten moet gaan proeven in Rome, is de dag dat je jezelf afvraagt of die zegen die de paus ooit over je uitsprak op het Sint Pietersplein soms echt heeft gewerkt. Maar iedere idylle heeft haar realistische keerzijde.

De harde realiteit van mijn Rome-opdracht bleek tweeledig. Probleem één: hoeveel kan ik precies eten, drinken en proeven op een dag? Probleem twee: hoe knoop ik gesprekken aan met Romeinen zonder dat ze dat direct interpreteren als een regelrechte verklaring van de uiterste vorm van bereidwilligheid? Het antwoord op de eerste vraag werd met de dag, letterlijk en figuurlijk, rekbaarder. Het tweede antwoord bleek lastiger, want spontane gesprekken met Romeinen zouden me helpen het boekje nog leuker, beter, echter te maken.’

Willemijn in Rome

Gelukkig voor ons zette Willemijn door (een verslag daarvan lees je in haar volledige column op www.desmaakvanitalie.nl), hetgeen resulteerde in een 168 pagina’s tellende gids die vanaf vandaag te koop is.

Volgende week donderdag reiken we een bijzonder exemplaar uit aan Rosita Steenbeek, Rome-kenner bij uitstek. Ook zij gaf haar persoonlijke tips om een verblijf in Rome nog leuker – en vooral lekkerder – te maken. Zal ik er alvast een verklappen? Nou vooruit, omdat het zo’n feestelijk gebeuren is, het verschijnen van een boek waar je met z’n allen met hart en ziel aan gewerkt hebt, drie tips van Romeinse vrouwen die weten wat lekker eten is:

‘Fantastisch Siciliaans ijs vind je net even buiten het centrum, bij Gelarmony. Echt de moeite waard om even voor om te lopen!’
Rosita Steenbeek, auteur van o.a. Thuis in Rome

‘Een bezoek aan Rome is niet compleet zonder een stuk pizza te hebben gegeten! De beste maken ze volgens mij bij La Fucina. De beste prosciutto, verse mozzarella… Als je hier een pizza eet kom je als een echte kenner naar buiten.’
Cristina Bowerman, chef-kok Glass Hostaria in Trastevere

‘Mijn favoriete winkel in de stad is Spazio Sette. Van keukenschort tot leren bank; hier hebben ze echt van alles. Eigenaar Edoardo, een getalenteerd architect, is de ziel van de winkel.’
Giuseppina Torregrossa, auteur van o.a. De proefster

Meer van deze tips lees, zie en proef je in

De smaak van Rome
ISBN 9789025749866
€ 15,00
uitgegeven door De Smaak van Italië i.s.m. Dominicus

Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, hebben we alle adresjes ook verzameld in een supersonische iPhone-applicatie. Dankzij de unieke offline navigatie (met gouden kompas) weet je precies hoe je moet lopen om al die lekkere adresjes niet te missen. Als je de app eenmalig gedownload hebt, heb je alle adressen en de bijbehorende informatie altijd en overal bij de hand. Je betaalt dus geen extra kosten voor gebruik van internet in het buitenland.

De app bevat net als de gids ruim 150 unieke adressen voor koffie, ijs, aperitief, lunch, diner en culinair shoppen. Per adres krijg je niet alleen een uitgebreide beschrijving plus een duidelijke foto (zodat je het eenmaal in Rome makkelijk herkent) maar ook gegevens als telefoonnummer en webadres, zodat je (al voor je naar Rome afreist of in je hotel) een tafeltje kunt (laten) reserveren.

De app kost € 3,99 en is te downloaden in de AppStore. Heel wat goedkoper dan een persoonlijke gids, alhoewel mijn collega’s en ik uiteraard ook altijd meer dan bereid zijn om als persoonlijke gids op te treden. We moeten immers regelmatig voor nieuwe updates en adresjes zorgen, en bovendien zijn we Rome nog lang niet moe… Het gezegde Roma, non basta una vita onderschrijven we dan ook direct.

Daarom wandelen we ook op Ciao tutti komende weken door Rome. Maar eerst genieten we nog een paar dagen van Italië in eigen land, met nieuwe Italiaanse boeken en evenementen, maar na de eerder genoemde pranzo op 8 september gaan we echt weer op weg naar het zuiden. Reizen jullie mee?

Getagd met:
aug 26

Zo af en toe is het schrijven van een dagelijkse blog een behoorlijke opgave. Niet vanwege het feit dat er weinig inspiratie is (ik kan gelukkig bogen op een onuitputtelijke bron van informatie: Italië zelf, en de Italianen niet te vergeten), maar omdat het Italiaanse dolce vita soms zijn tol eist.

Zo ook een paar weken geleden: na een onvergetelijke proseccoproeverij wachtte mij een lege blogpagina, een gigantische afwas en – dankzij de limoncello na afloop – een vasthoudende hoofdpijn. Met de gevolgen zal ik jullie echter niet lastig vallen, het hoe en waarom is veel leuker om te lezen!

Aangezien ik even in Nederland was, zocht ik een goede gelegenheid om vrienden te laten meegenieten van de Italiaanse zomer. En hoe kan dat nu beter dan met prosecco? Gelukkig vond ik op de website van De Proseccoslijterij het concept van de proseccoparty: je bestelt een doos met vijf verschillende soorten prosecco van topkwaliteit, met daarbij een uitgebreide beschrijving van de verschillende prosecco’s en tips voor een geslaagde proeverij.

Zodra de doos was bezorgd en iedereen had laten weten van de partij te zijn, konden de voorbereidingen beginnen. Want er moet natuurlijk ook lekker gegeten worden… Dankzij fervent blogleester J. was dat geen probleem en genoten we tussen de bijzondere prosecco’s door ook van bijzonder lekkere hapjes. Lees en proef maar mee!

Het proefteam beet het spits af met een Serre Tréser Brut DOCG, die tijdens de International Wine Challenge in Londen hoge ogen gooide door een podiumplek te veroveren tussen de champagnes. Deze prosecco wordt geproduceerd door Azienda Agricola Serre, in de heuvels van Combai, bij Conegliano. De 20 hectare wijngaard die Serre in dit gebied heeft, zorgt ervoor dat ze een uitgebreide reeks spumante prosecco kunnen produceren.

Wij proefden er één van, met wisselende meningen. De meeste proevers vonden hem nogal zuur – en de bubbel was snel verdwenen. Al vonden sommigen dat niet zo erg: ‘Eigenlijk houd ik helemaal niet van bubbels,’ aldus vriendin H. Een van de sterproevers, die blijkbaar vaker van een prosecco heeft genoten, wist de geur van vers fruit nog net iets gedetailleerder weer te geven en herkende groene appel – die er inderdaad ook volgens de proseccomakers in te ruiken is.

Tijd om de smaakpapillen even ongecompliceerd te laten genieten van een lekker hapje. Het proeven van een prosecco blijkt voor sommigen toch wat moeilijker dan gedacht. ‘Eigenlijk is ‘ie gewoon lekker,’ noteerde iemand – en dat is natuurlijk de eerste vereiste. Het is ook wel een officiële taak, het invullen van die proefformulieren, zeker als je weet dat je oordeel ook nog eens digitaal gelezen zal worden door duizenden anderen…

Dat iedereen het proeven echter serieus nam, bewijzen onderstaande foto’s:

Terwijl de bladerdeeghapjes met tomaat en geitenkaas uit het succesrepertoire van J. rondgaan (het recept vind je onderaan dit verhaal), valt de meeste spanning echter van iedereen af. Het tweede proefbeetje wordt dan ook al snel in de glazen geschonken. Nu proeven we een Malibràn Gorio Extra Dry DOCG.

Malibràn werkt in harmonie met de natuur in de heuvels van Susegana, niet ver van Conegliano. Malibràn is een klein familiebedrijf waar de druiven nog door de vader worden verzorgd en met de hand worden geplukt. Deze toewijding aan de prosecco proef je ook terug – volgens het proefpanel althans. Deze prosecco gooide namelijk hoge ogen – de fles ging dan ook nogmaals rond. Zogenaamd om beter te kunnen proeven, maar aan de uitdrukking van de meeste proevers te zien toch vooral om nog even te genieten van een extra beetje van deze bloemige prosecco.

Want – dat moet gezegd worden – dankzij dit tweede rondje was bijna iedereen in staat het bloemige bouquet met hinten van rijpe appel en perzik te ruiken. Alhoewel de bubbel voor sommigen iets te heftig is, zijn de meeste proevers wel blij met wat meer perlage. Oplettende proever J. (nee, niet die van de hapjes) maakte daarbij wel nog op dat de bubbels al snel niet meer te zien maar gelukkig wel goed te proeven zijn.

Hoewel proefster H. meent dat je dit toch niet te lang moet doen, dat ruiken en proeven, gaan we over naar de derde fles, een Serre Rosa Spumante Extra Dry. Een rosé prosecco dus. Terecht maakt iemand op dat dit gezien de kleur toch eigenlijk geen prosecco kan zijn. Dat klopt; deze spumante is gemaakt van pinot nero en raboso-druiven. Hoewel ‘rosé prosecco’ dus erg populair is op het moment, is dit strikt genomen een verkeerde (en zelfs illegale) benaming.

Daar laten we ons echter niet door van de wijs brengen; voor de afwisseling in het proeven is dit namelijk een geslaagde kandidaat. De opmerkingen over welk fruit te ruiken en proeven valt, vliegen over tafel. Dat het rood fruit is, mag duidelijk zijn, maar ja, dan zijn er nog veel soorten mogelijk.

Een derde proefster J. vindt dat het naar Kriek smaakt, waarop haar partner L. verzucht: ‘Maar het smaakt helemaal niet naar kersen!’ M. mengt zich in de discussie en oppert dat het wellicht cassis is. L. maakt het niet zoveel uit; het is hem sowieso ‘te zoet, veel te zoet’. Ondertussen zijn anderen eruit: deze ruikt niet naar kersen of zwarte bessen, maar naar aardbeien en frambozen. Juist – als beloning dus nog een extra beetje roze prosecco die geen prosecco mag heten!

Proever T., die de hele avond alle flessen ontkurkt en de proefbodempjes inschenkt, vindt deze rosé prosecco maar niks. ‘Geef mij maar wit,’ zegt hij, terwijl hij al naar de volgende fles lonkt – de mooiste van de hele doos, qua uiterlijk dan. Maar eerst komen de polpettine of gehaktballetjes die J. maakte op tafel (het recept vind je wederom onderaan dit verhaal). Die gooien hoge ogen – en voor het eerst vanavond is iedereen het meer dan eens over de smaak van hetgeen genuttigd wordt.

Op naar de volgende fles dus, zoals ik al schreef de mooiste van de hele avond. Om de hals zit namelijk een handgestrikte leren veter, die de fles direct bijzonder maakt. Zeker als cadeau zeer geschikt dus. Vanavond gaat het echter niet om het uiterlijk van de fles maar om de smaak van wat erin zit.

Iedereen herkent de hand van het familiebedrijf Serre Spumanti, waar ook de eerste prosecco vandaan kwam. Deze prosecco, met de naam Serre Valgrès Gran Cuvée, is in tegenstelling tot de eerste die we proefden gemaakt van de beste druiven, die worden geselecteerd uit de ‘Valgrès’ delen van de Combaiheuvels. Valgrès is een benaming voor de delen de wijngaard met de meest gunstige ligging.

Dat proeven de meesten wel; de prosecco gooit hogere ogen dan de voorganger eerder op de avond (en dat wijten we maar niet aan het feit dat dit het vierde glas is dat geproefd dient te worden). Vooral de bubbel, een ‘beschaafde bubbel, lekker vasthoudend’, wordt gewaardeerd. De geur van appel, peer en jasmijn wordt meestal wel geroken, al ontstaat er enige discussie als iemand ananas denkt te ruiken. Het wordt meteen afgestraft door een van de andere proevers – die toch echt peer proeft en niets anders. Dat klopt, al is er volgens de proseccomaker ook nog een hint rozijnen waar te nemen. Al met al een succes, deze fles, zowel uiterlijk als qua inhoud.

Dan volgt de laatste fles, die ervoor zorgt dat de avond in harmonie wordt afgesloten. Of zoals proefster S. het zo mooi verwoordt: ‘We worden het eens naarmate de flessen duurder worden.’ Inderdaad hadden mijn gasten een dure smaak, want deze laatste prosecco is een prijzige. Er worden elk jaar namelijk slechts 3000 flessen van gemaakt – en deze wetenschap maakt de prosecco misschien nog lekkerder dan hij al is.

Deze laatste prosecco is, net als nummer 2, afkomstig uit het huis van Malibràn. Maar deze Malibràn Millesimato Dry DOCG is gemaakt van slechts een klein deel van de druiven van het landgoed. Alleen de allerbeste mogen worden gebruikt voor deze droge prosecco. Veel proevers noteerden naast hun bevindingen ook complimenten als ‘Lekker!’, ‘Smaak verdwijnt niet’ ‘Smaakvol’ en ‘Pefect!’ op hun proefformulieren.

Een mooie afsluiting van de proeverij, want iedereen wil wel een tweede beetje om een laatste keer te kunnen proeven en ongecompliceerd te kunnen genieten van de smaak van deze laatste prosecco. Ondertussen vermaakt proefster J. iedereen met een trucje dat je met het ijzer rondom de proseccokurk kunt uithalen – en dat ook zonder eerst prosecco te hebben geproefd voor een bijzondere waarneming zorgt, probeer maar – de foto’s spreken voor zich:

Terwijl we genieten van de laatste hapjes en van prosecco overstappen op limoncello, verzucht proefster M.: ‘Eigenlijk ben ik helemaal niet zo’n proseccodrinker, ik vind het vaak wat zuur. Maar deze waren allemaal behoorlijk lekker!’ Het was dus inderdaad gelukt om de Italiaanse zomer even naar een Amsterdamse zolderverdieping te halen. Daar hebben we nog vele malen op getoost die avond!

Ook een proseccoproeverij organiseren?
Wil je ook de Italiaanse zomer in huis halen en een avond gezellig prosecco’s drinken met je vrienden? Organiseer dan eens een proseccoparty! Het werkt als volgt: je bestelt de speciale proseccopartybox van De Proseccoslijterij – de proseccospecialist van Nederland. De partybox bevat alles om een complete proeverij te organiseren: vijf exclusieve prosecco’s van topkwaliteit, een pak proefcrackers, uitgebreide beschrijvingen van de verschillende prosecco’s en tips voor een geslaagde proeverij.

Klik hier voor meer informatie over deze proeverij of om een proefdoos te bestellen! Uiteraard kun je via deze link ook gewoon je favoriete fles prosecco bestellen.

Recepten
Tussen de prosecco’s door genoten we onder andere van onderstaande recepten:

Voor acht bladerdeeggebakjes met geitenkaas en tomaat laat je 4 plakjes bladerdeeg ontdooien. Snijd de plakjes doormidden en besmeer ze royaal met de inhoud van een kuipje smeerbare geitenkaas. Besprenkel met een paar druppeltjes vloeibare honing en leg op elk plakje bladerdeeg een plakje ontbijt- of katenspek. Leg op elk bladerdeeggebakje twee ontvelde tomaatjes en bestrooi met een beetje tijm. Bak de hapjes in circa 15 tot 20 minuten gaar in een voorverwarmde oven (210 °C). Zowel warm als koud erg lekker!

Voor een schaal polpettine (gehaktballetjes) meng je 500 gram half om half gehakt, 4 eetlepels broodkruim of 2 beschuiten, 1 grote rijpe tomaat (ontveld), 5 eetlepels versgeraspte Parmezaanse kaas, een heel fijn gesnipperd sjalotje, 2 eetlepels rozijnen en 2 eetlepels geroosterde pijnboompitten door elkaar. Draai er balletjes van ter grootte van een tafeltennisbal en laat deze een half uur rusten in de koelkast. Bak ze in een ruime hoeveelheid boter of olijfolie en serveer ze koud of warm.

jul 29

Naast alle reizen en reisjes naar en door Italië en de verslagen daarvan die ik voor Ciao tutti of voor De Smaak van Italië schrijf, breng ik heel wat uurtjes achter mijn bureau door om samen met alle andere Smaak-makers allerlei leuks te bedenken en te organiseren. Zo werkten we afgelopen maanden aan de reisgids De smaak van Rome, met de beste adressen en de mooiste plekken in de Eeuwige Stad:

In deze gids staan de belangrijkste bezienswaardigheden van Rome beschreven, met tips voor de lekkerste culinaire tussenstops. De gezelligste wijnbarretjes bij het Campo de’ Fiori, de uitbundigste ijssalons in de kleine straatjes rondom het Pantheon, de beste restaurantjes rondom het Piazza Navona en alle andere gouden adresjes in de Eeuwige Stad, je vindt het allemaal in De smaak van Rome. Een klein voorproefje in beeld:

Bovendien geeft een aantal inwoners van de stad, onder wie schrijfster Rosita Steenbeek en regisseur Gianni di Gregorio, prijs waar zij het liefste naar toe gaan voor hun dagelijkse cappuccino, een lekkere pasta of een goed glas wijn. Met deze en alle andere tips in de prachtig vormgegeven gids vermijd je de gebaande toeristische paden en valkuilen en geniet je van de echte smaak van Rome!

Voor wie nu direct naar de winkel wil om deze gids te bestellen: nog even geduld! Vanaf begin september is De smaak van Rome te koop (uiteraard krijgen jullie tegen die tijd nog een mooi voorproefje). Om het verschijnen van deze gids te vieren, bedachten we een groots evenement in Amsterdam: il Pranzo – de grootste Italiaanse lunch.

Op donderdag 8 september brengen we de smaak van Rome naar Amsterdam en kleurt de stad groen, wit en rood. Samen met ruim driehonderd Italiëliefhebbers genieten we aan lange tafels van een uitgebreide Italiaanse lunch – inclusief een wijnproeverij – op een bijzondere locatie: de Noorderkerk in hartje Amsterdam.

Tijdens de lunch vindt zoals gezegd de officiële presentatie plaats van de nieuwe reisgids De smaak van Rome. Uiteraard krijgt iedere aanwezige een exemplaar van De smaak van Rome mee naar huis. Uiteraard is er ook muziek en hebben we diverse Italiaanse verrassingen in petto.

De complete redactie van magazine De Smaak van Italië – inclusief columnisten – luncht mee en vertelt je alles wat je over het magazine of over Italië wil weten. Het nieuwe nummer van De Smaak van Italië, waarin Rome eveneens in de schijnwerpers zal staan, is dan net verschenen, dus je kunt mij en al mijn collega’s het hemd van het lijf vragen over de Eeuwige Stad en de aantrekkingskracht van la bella Italia.

Meeproeven van de smaak van Italië?
Wil je deze bijzondere pranzo niet missen, bestel dan nu je toegangsticket(s). De tickets kosten € 25,= per stuk* en kunnen besteld worden via deze link. Na aanmelding en betaling krijg je per e-mail een pdf toegestuurd met een persoonlijke code, zodat je verzekerd bent van een plek tijdens Il Pranzo én van een exemplaar van De smaak van Rome.

Wie weet tot 8 september!

*plus € 1,25 servicekosten per ticket

jun 06

Niemand schrijft zo sappig, zo beeldend en zo humoristisch over wijn als Onno Kleyn. In Weg van wijn reist hij langs wijnstreken in Frankrijk, Italië en andere mediterrane landen. Reis met hem mee, nippend, drinkend, walsend door de wijngaarden. Zestig streken, tachtig bekende en onbekende wijnmakers, honderden wijnen die stuk voor stuk de aandacht (en het kopen) waard zijn. Van gierenwijn uit Zuid-Italië tot rood uit de Bekaavallei, van gedroogde Juradruifjes tot met zeezout bestoven wit uit Galicië, Kleyns wijnen zijn de leesreis waard!

Vandaag reizen wij een stukje met Onno Kleyn mee, naar Montalcino:

‘Montalcino is een droom natuurlijk, het stadje, de omgeving, de roestige heuvels met hun cipressen. Om maar te zwijgen van het kerkje van Sant’Antimo, met zijn albasten ramen, zijn sierlijke lijnen en pure ontbreken van overdaad en opsmuk. Cisterciënzers hè die het bouwden. Eenvoud. Ik hoorde er een enkele zanger gregoriaans zingen, zomaar, spontaan, omdat hij er toevallig was en ik ook.

Dit is echter een wijnrubriek en over wijn gaan we het hebben. Brunello di Montalcino is een van de grootste wijnen van Italië, en desalniettemin merk ik dat er wijnliefhebbers bestaan, recht van lijf en leden, school netjes afgemaakt, altijd een schone zakdoek bij zich en lief voor hun moeder, die de naam nauwelijks kennen. Dat is een gemis. Voor hen.

Brunello is een van die wijnen die én groots zijn, én op en top Italiaans. Geen cabernet sauvignon, geen merlot, geen syrah, maar pure sangiovese is de druif, il sangue di Jovis ofwel het bloed van Jupiter, en daarvan dan de allerbeste variëteit van Toscane, de sangiovese grosso, die bij Montalcino ‘bruintje’ wordt genoemd.

De druif groeit daar al langer dan iemand zich kan heugen. Maar Brunello als de imposante wijn die hij nu is, is minder oud. Overal maakte men rode wijn voor eigen gebruik of lokale verkoop, gewoon met wat er aan druiven op het land stond, sangiovese, canaiolo. Als het zo uitkwam, verdwenen de witte druiven er ook in.

In de jaren zeventig van de negentiende eeuw besloot hobbyist Ferruccio Biondi-Santi van pure sangiovese grosso wijn te maken zoals dat ook in de Bordeauxstreek gebeurde: met jarenlange rijping in de oude houten vaten. Het bleken kanjers van wijnen die decennia nodig hadden om op dronk te komen. Pas vanaf 1957 begonnen andere producenten met het maken van Brunello. Nu zijn er bijna tweehonderd wijnmakers die hun wijn bottelen.’

Onno Kleyn neemt je mee terug naar 1986, toen hij zelf in Toscane woonde en zijn eerste Brunello in Montalcino dronk. In andere verhalen reis je samen met Onno naar Le Terre Nere (Sicilië), drink je een prosecco in de Veneto en een lambrusco in Emilia-Romagna, geniet je van een barolo in Piemonte en even buiten Rome van een Frascati. Maar ook minder bekende wijngebieden als Sardinië, Lombardije en Calabrië komen aan bod.

Een heerlijke voorbereiding op de zomervakantie – zeker als je de wijnen ook in huis haalt. Dankzij de tips en verwijzingen van Onno Kleyn is dat een kleine moeite, zodat je ruim voor vertrek een lijstje met persoonlijke favorieten kunt samenstellen. Op een mooie zomer dus, salute!

Lees het complete verhaal over de Brunello di Montalcino, plus alle andere mediterrane wijnverhalen in

Weg van wijn
Onno Kleyn
ISBN 9789046809617
€ 19,95
Nieuw Amsterdam Uitgevers

Ciao tutti voor de tweede keer genomineerd voor de Travvies Award
Ja, je leest het goed, ik kreeg woensdag 25 mei het heuglijke nieuws dat Ciao tutti voor de tweede keer (!) genomineerd is voor de Travvies Reiswebsite Awards!

De Travvies Awards zijn een nieuwe websiteverkiezing, waarbij 99 geweldige reiswebsites meedingen naar een award. Er zijn zes verschillende categorieën. Ciao tutti is genomineerd in de categorie Reisverslagen. De Travvies Awards worden uitgereikt door StedenTripper.com.

Tot en met 7 juni kun je je stem uitbrengen (liefst op Ciao tutti natuurlijk) via http://www.stedentripper.com/travvies/

Grazie mille enne… zeg het voort!

Saskia

Getagd met:
apr 04

Door de bewogen geschiedenis van Sicilië is het eiland een smeltkroes van beschavingen en volkeren – en mede daardoor is Sicilië een unieke vakantiebestemming. Het biedt een schat aan cultuur, natuur en culinaire hoogtepunten. Van ontspanning op zandstranden tot het beklimmen van de Etna, van een lekkere wijn tot de typisch Siciliaanse pasta con le sarde, en van afgelegen Griekse tempels waar je de goden als het ware nog kunt horen tot de chaotische drukte in de hoofdstad Palermo, Sicilië biedt voor ieder wat wils.

In de nieuwe reisgids 100% Sicilië hebben Ilja Happel, Ben Hofman en Ellen Nobels van mo’media de veelzijdigheid van het eiland proberen te schetsen, en dat is meer dan goed gelukt. Naast de highlights die je tijdens je reis naar Sicilië niet mag missen, vind je in deze gids ook veel bijzondere culinaire adresjes en overnachtingsmogelijkheden. Drink bijvoorbeeld een selz al limone bij een van de kiosken in Catania, probeer viscouscous in Trapani, koop koekjes bij de nonnen en logeer in een sfeervolle boerderij midden in het bos.

100% Sicilië brengt je naar plekken waar je je even een Siciliaan waant, in plaats van een toerist die na een snelle blik op de hoogtepunten achter de groep toeristen aanhobbelt om weer de bus in te stappen. Samen met de schrijvers van 100% Sicilië brengen we vandaag een bezoek aan Marsala:

‘Marsala heeft 83.000 inwoners en is het meest bekend om haar gelijknamige dessertwijnen. De stad kreeg haar naam al van de Arabieren, in de tijd dat de haven nog het paradepaardje was. Deze plezierige plaats aan zee heeft een oud centrum waar het flaneren lijkt te zijn uitgevonden.

Marsala is gebouwd als alternatief voor de verwoeste kolonie op het eiland Mozia, aan het eind van de vierde eeuw voor Christus. De Romeinen maakten het tot een van de belangrijkste handelsplaatsen van Sicilië en de Arabieren gaven de plaats in de negende eeuw de naam Marsa Allah (Haven van God). Gedurende de middeleeuwen was Marsala een goed boerende stad, voornamelijk dankzij de door de Arabieren zo geprezen haven. Gek genoeg sloot Karel V diezelfde haven in de zestiende eeuw, bang dat hij was voor aanvallen van buitenaf. Hiermee kwam een einde aan de bloeiperiode van de stad.

Een paar honderd jaar later kwamen de Engelsen in actie. Niet om de stad te veroveren, maar om wijn te maken. De eerste man die zijn oog op de wijngaarden liet vallen, was John Woodhouse. In 1773 maakte hij kennis met de lokale wijn. Hij vond die, op z’n zachtst gezegd, lekker en wilde de drank graag meenemen voor thuis. De wijn moest echter wel de trip over zee overleven, dus werd hij versterkt met nog wat extra alcohol. De Marsalawijn was geboren.

John had het goed gezien; de wijn was een groot succes. Hij pakte zijn boeltje en verhuisde naar Marsala om zich totaal aan de wijn te wijden. Andere Engelsen volgden zijn voorbeeld, zoals de Whitakers die later naam zouden maken met de herontdekking van het eiland Mozia.

Een volgend hoogtepunt in de geschiedenis van Marsala is de komst van de vrijheidsstrijder Giuseppe Garibaldi in 1860. Hij verscheen met zijn duizend ‘roodhemden’ (het vrijwilligersleger Il Mille) voor de poort van Marsala, om Sicilië te veroveren en op die manier de eerste stap naar de eenwording van Italië te zetten.

Het historische centrum van Marsala is mooi gerestaureerd en heeft een elegante uitstraling. Het is gevuld met voornamelijk barokke gebouwen en de weg erheen is als een boulevard die permanent lijkt te wachten op een zomerseizoen. De stad heeft een vriendelijke atmosfeer, zowel overdag als ’s avonds, wanneer het Piazza della Repubblica glanst.’

Uiteraard geeft 100% Sicilië ook culinaire tips voor Marsala. Wat dacht je bijvoorbeeld van een gelato met marsala- of ricottasmaak bij Gelateria del Cassaro of een bord gnocchi met worst en pisctachenootjes bij Il Gallo e l’Innamorata?

Een bezoek aan Cantine Florio is volgens de samenstellers een must! ‘Kennismaken met Marsalawijn kan prima in een enoteca, maar voor een uitgebreide wijnproeverij ga je naar Florio, aan de rand van de stad. Vincenzo Florio, ook wel bekend als ‘de Godfather van de Siciliaanse wijnhandel’, was in 1833 de eerste Italiaan in de Marsala-business, te midden van de Engelsen. Je kunt hier wijn proeven en kopen, en er worden rondleidingen georganiseerd waarbij je de metershoge vaten kunt zien waarin de wijn bewaard wordt, net als oude flessen uit 1862.’

Wees wel gewaarschuwd, want bij het lezen van al die heerlijke informatie en het zien van de zonnige foto’s, heb je voor je het weet een vakantie naar Sicilië geboekt… Kun je er maar geen genoeg van krijgen, kijk dan voor meer tips in en om Marsala, en op de rest van het intrigerende Sicilië, in

100% Sicilië
Ilja Happel, Ben Hofman & Ellen Nobels
ISBN 9789057674853
€ 24,95
uitgeverij mo’media

Getagd met:
mrt 14

Na de heerlijke barolo-beschrijving van Gido van Imschoot die ik gisteren las (in het boek Piemonte naar ieders smaak), vandaag een recept voor een heerlijke stoofschotel met barolo. Snel naar de slijter en de markt, schort voor en je hele huis geurt naar Italië!

Ingrediënten
(voor 4 personen)

1 kg rundvlees, in één stuk
120 g spek (lardo of pancetta)
1 fles barolo
2 wortels
2 uien
1 stengel bleekselderij
een bosje peterselie
1 kruidnagel
3 laurierblaadjes
3 blaadjes salie
een takje rozemarijn
2 teentjes knoflook
kaneel
extra vergine olijfolie
peperkorrels en zout

Bedek het stuk rundvlees met de plakjes spek. Zet het spek vast met houten prikkertjes. Leg het vlees in een ovenschaal en schenk de wijn eroverheen. Voeg de fijngehakte peterselie, wortels, uien en bleekselderij toe. Voeg ook de kruidnagel, laurierblaadjes, salie, rozemarijn, knoflook, een beetje kaneel en een paar peperkorrels toe. Laat minstens 12 uur marineren.

Draai het vlees regelmatig. Haal het vlees na 12 uur uit de schaal en dep het droog met keukenpapier. Verhit een beetje olijfolie in een braadpan en bak het vlees op laag vuur bruin. Haal het vlees uit de pan, draai het vuur hoog en laat de groenten en kruiden in het braadvocht op smaak komen.

Doe het vlees er weer bij, doe het deksel op de pan en laat het vlees ongeveer 2 uur sudderen. Breng de stoofschotel halverwege de kooktijd op smaak met een beetje zout.

Dit recept is afkomstig uit Het grote Italiaanse kookboek, dat ik afgelopen zomer vertaalde en dat deze maand in de winkel zal liggen. Het 450 pagina’s dikke kookboek bevat tal van recepten uit alle Italiaanse regio’s. Piemonte is goed vertegenwoordigd met recepten voor onder andere bagna cauda, carpaccio uit Alba, agnolotti, gebraden kalfsvlees met noten, bollito misto, funghi trifolati, gevulde uien, baci di dama (dameskusjes), hazelnotentaart en zabaione.

Het grote Italiaanse kookboek winnen?
Nieuwsgierig naar al dit Piemontese lekkers, en naar alle andere recepten uit de rest van Italië? Ciao tutti mag van uitgeverij Becht drie lezers blij maken met dit nieuwe kookboek. Het enige dat je moet doen is voor 20 maart  2011 een e-mail sturen naar winnen@ciaotutti.nl o.v.v. Italiaans koken. Wie weet ruikt jouw huis binnenkort dan ook naar Italië!

Het grote Italiaanse kookboek
Alba Allotta
ISBN 97890230
€ 19,90
uitgeverij Becht

mrt 13

Gisteravond genoot ik niet alleen van een heerlijk glaasje grappa, maar ook van een prachtig boek over Piemonte, Piemonte naar ieders smaak. Tijdens het lezen van dit prachtige boek met mooie foto’s liep het water me regelmatig in de mond. Ik wist eerlijk gezegd niet dat Piemonte zo veel lekkers herbergde: truffel, risotto, kazen, bollito misto, polenta, chocolade…

Maar het lekkerst van alles zijn misschien wel de wijnen van Piemonte. Gido van Imschoot, de auteur, toont ons de parels van Piemonte op een schitterend presenteerblaadje:

‘Samen met Toscane is Piemonte de meest befaamde wijnstreek van Italië en de belangrijkste wijngaard in het noordwesten van Italië. Nochtans zijn de natuurlijke omstandigheden voor wijnbouw in Piemonte niet ideaal, maar toch worden hier veel grote wijnen gemaakt. De streek ligt als een soort amfitheater tussen de uitlopers van de Alpen, de Povlakte en de Apennijnen. Piemonte is qua oppervlakte slechts het vijfde wijngewest van Italië, maar het heeft wel het hoogste aantal wijnen met een DOC- (45) en een DOCG-keurmerk (13).

We kunnen Piemonte indelen in twee grote wijngebieden. We hebben het zuidoosten, ten zuiden van de Po, met de twee grote regio’s Langhe en Monferrato. Hier vinden we de Barolo en Barbaresco. Het andere grote wijngebied ligt op de uitlopers van de Alpen, ten westen en ten noorden van Turijn, met wijngaarden in de provincies Vercelli, Biella, Novara en Verbania. De wijnen uit deze laatste regio’s zijn minder bekend, maar hier vallen werkelijk ontdekkingen te doen voor de avontuurlijke wijnreiziger.’

Na een korte geschiedenis van de wijnbouw in Piemonte beschrijft Gido van Imschoot alle wijnen uit deze Italiaanse regio, waaronder de Barolo, de ‘koning der wijnen en wijn der koningen’.

‘Al eeuwenlang wordt in Barolo en omgeving wijn gemaakt, maar de grote faam van barolo ontstond hoofdzakelijk in het midden van de 19de eeuw tijdens de Risorgimento. Een grote promotor van barolo was de plaatselijke marchesi Tancredi Falletti, gesteund door koning Carlo Alberto en de graaf van Cavour. Zij zochten naar mogelijkheden om de wijnbouw in de regio te verbeteren.

In 1850 huurden zij de Franse oenoloog Oudart in om een wijn te maken naar Bourgondisch model. De graaf van Cavour was een grote liefhebber van pinot noir en hoopte dat de oenoloog erin zou slagen om een soort rode bourgogne te maken in Piemonte. Maar de pinot noir gaf in Piemonte niet hetzelfde resultaat als in Bourgogne, waardoor Oudart zijn energie in de plaatselijke druivenrassen stopte. Samen met de toen befaamde oenoloog Staglieno zocht Oudart naar een oplossing om de harde smaak van de plaatselijke nebbiolodruif te verzachten.

Na vele opzoekingen ontdekte hij de invloed van de ‘malolattica’, de malolactische gisting die rode wijnen zachtaardiger maakt. Op dat moment werd het duidelijk dat nebbiolo het beter deed in Piemonte dan pinot noir. Barolo was het resultaat en de wijn werd al snel populair dankzij de connecties van de monarchie in Turijn met de mondaine wereld. Koning Carlo Alberto was gecharmeerd door de smaak van de nebbiolo ‘nieuwe stijl’ en investeerde in de (her)aanplant van de wijngaarden.

Reeds in 1896 behoorde barolo tot de beste wijnen van Italië. Op het einde van de 19de eeuw sloeg ook hier de druifluisepidemie toe en werden alle wijngaarden verwoest. Na de heraanplant, de Eerste Wereldoorlog, de crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog was het wachten tot de jaren zestig vooraleer barolo weer op het toneel verscheen.

Barolo is een kleine regio ten zuiden van de stad Alba. De wijngaarden maken slechts 3% uit van de Piemontese wijngaarden en ondanks de grote vraag naar barolo is er vrijwel geen plaats om uit te breiden. Veel wijnbouwers nemen ook liever hun toevlucht tot de productievere barbera en dolcetto. Dit heeft ook te maken met de vele kleine wijnhuizen in Piemonte. Veel wijnboeren hebben slechts enkele hectaren in eigendom, waardoor ze meer voor zekerheid kiezen. Het maximum rendement bedraagt 55 hectoliter per hectare, maar de betere wijnhuizen oogsten streng en halen slechts 35 tot 40 hectoliter per hectare. De overheid beslist wanneer de oogst begint. In uitzonderlijke jaren kan dit zelfs in november zijn.

Barolo moet verplicht drie jaar lageren, waarvan twee jaar op vat of in fusten uit eik of kastanjehout. Het is de producenten toegelaten om maximum 15% jonge barolo toe te voegen aan een gelijkwaardige oudere barolo. Een wijn met de vermelding riserva moet minstens vijf jaar ‘opgevoed’ zijn. De wijnmaker mag wel zelf kiezen hoelang hij zijn wijn op hout laat rusten. Door de lange houtlagering verliest de wijn veel kleurstof. Daarom is een barolo meestal granaatkleurig tot bruinrood. Barolo bevat minimum 13% alcohol.’

Wie meer wil lezen over barolo en de andere wijnen uit Piemonte, moet zeker Piemonte naar ieders smaak in huis halen. Naast allerlei heerlijke wijnen laat Gido van Imschoot ook allerlei andere culinaire hoogstandjes de revue passeren. Maar Piemonte heeft nog veel meer te bieden. De immense schoonheid van de natuur, bergen en meren en de wijdverspreide aanwezigheid van kunst en cultuur en de culinaire, culturele en creatieve hoofdstad Turijn maken van de regio een ideale vakantieplek die nog niet zo bekend is als Toscane.

Piemonte naar ieders smaak is een inspirerend boek boordevol informatie, waarmee je je zowel ter plekke als thuis enorm kunt vermaken. Voor wie de gids mee op reis neemt, bevat het boek een handig overzicht van de belangrijkste bezienswaardigheden en adresjes om te eten, te slapen en uiteraard om wijn te kopen.

Buon viaggio e salute!

feb 20

In het weekend van 19 en 20 maart kun je in Loods 6, gelegen in het Amsterdamse Oostelijk Havengebied, weer gaan genieten van authentieke Italiaanse koffie, lekkernijen en wijnen, boeken, kunst en nog veel meer Italiaanse zaken. Naast een groot aantal ‘oude bekenden’ zullen ook flink wat nieuwe deelnemers je kennis laten maken met al het goede dat Italië te bieden heeft.

Voor het eerst zal ik dit jaar aan de andere kant van de tafel staan, dat wil zeggen achter een stand in plaats van slenterend van koffie naar chocolade en van wijn naar olijfolie. Tijdens Italia al Dente presenteer ik namelijk samen met uitgeverij Dominicus en het magazine De Smaak van Italië de gloednieuwe Bed & breakfast en charmehotels Italië, een complete bed & breakfast-gids met bijna tachtig sfeervolle accommodaties door heel Italië – waar ik al eerder over schreef.

Daarnaast presenteren we een breed aanbod Italiaanse kookboeken. Lasagne, risotto, pasta in alle soorten en maten, tiramisù, cappuccino of Nutella-taart, er is voor iedere lekkerbek genoeg keuze! Uiteraard zullen we ook het net verschenen kookboek Italiaans brood – van focaccia tot grissini meenemen, dat ik vorig jaar vertaalde. Ik hoop stiekem ook dat Het grote Italiaanse kookboek dan net van de persen is gerold. Ik vertaalde de helft van de ruim 500 recepten in augustus, op een dakterras in een bijna uitgestorven Rome, en ik kan eerlijk gezegd niet wachten tot ik het resultaat kan bewonderen en allerlei lekkere gerechten kan aanbevelen.

Voor wie het water al in de mond loopt, er is ook veel culinairs te zien, te ruiken en te proeven! Zo komen in het kader van de 150ste verjaardag van de Italiaanse Republiek Luciano Pellegrino en zijn zoon Ricciardo naar Amsterdam, voor een kennismaking met de Italiaanse keuken zoals die door overgroot- en betovergrootvader Pellegrino Artusi werd beleefd, en die hij vertaalde in misschien wel het beroemdste Italiaanse kookboek ter wereld, De wetenschap in de keuken en de kunst om goed te eten. Pellegrino Artusi begon aan dit vuistdikke kookboek in het jaar van de Italiaanse eenwording, 1861. Het werd in 1891 uitgegeven en is bijna onafgebroken verkrijgbaar geweest, ook in het Nederlands. Een unieke gebeurtenis dus, de komst van de erfgenamen van Pellegrino Artusi, die je als kookliefhebber beslist niet mag missen!

De eenwording zal in culinair opzicht vast geen probleem zijn: de chocolade uit Campanië gaat vast prima samen met de koffie van Lui l’Espresso, de Napolitaanse pizza van Mangiamore combineert uitstekend met de wijnen van Maddalena Wines en de zoetigheden van het Toscaanse Marabissi zullen vast niet onderdoen voor die van Gran Sardegna of Italia Mondo.

Wie graag van deze delicatessen geniet op de plek waar ze gemaakt worden, kan terecht bij de reisaanbieders en accommodaties die aanwezig zijn, waaronder Eliza was here, Panna Cotta en Profonda Reizen. Studio Lingua verzorgt een proefles voor iedereen die zich in het Italiaans wil leren uitdrukken, en ook Barbara Summa van Madrelingua geeft tips om je verstaanbaar te maken tijdens een vakantie naar Italië.

Het volledige programma vind je op de website www.italia-al-dente.nl, waar ook een overzicht van alle deelnemers te vinden is. Hier zit vast iets tussen wat in de smaak valt, dus ik zou zeggen: ci vediamo all’ Italia al Dente!

preload preload preload