mei 20

Om nog even bij het thema stadsplattegronden te blijven, vandaag een tip voor iedereen die (in tegenstelling tot ondergetekende) wel graag met een kaart in de hand een stad verkent. Sinds kort zijn er namelijk de zogenaamde Crumpled City Maps, verfrommelde stadsplattegronden dus. ‘Verfrommeld?’ denk je nu misschien. ‘Wat heb ik daar nu aan?’

Toch zijn deze Crumpled City Maps verreweg de handigste stadsplattegronden. Want geeft toe: hoe vaak is het je niet overkomen dat je een plattegrond onmogelijk weer netjes opgevouwen kreeg? Hoe vaak heb je je niet geërgerd aan die voorgevouwde plattegronden, die nooit meer in hun oorspronkelijke positie terug lijken willen te gaan?

Met de Crumpled City Maps is dit voorgoed verleden tijd. Deze stadsplattegronden zijn namelijk gemaakt van zacht, licht en scheurvast materiaal. Je kunt de plattegrond dus gewoon in je tas of broekzak proppen en binnen no time uit- of opvouwen. De plattegronden zijn bovendien waterproof, dus ook in een regenbuitje (als het vinden van de juiste weg wellicht nog wel belangrijker is dan anders) vind je je weg door de stad. Zoals gezegd scheurt het materiaal niet, en er ontstaat ook geen slijtage op de vouwranden, waar de straatnamen op een gewone kaart al snel niet meer te zien zijn.

Het kan natuurlijk niet anders dan dat dit design van een Italiaan is. Het is een idee van de Milanese ontwerper Emanuele Pizzolorusso, die de kaarten ontwikkelde. Hij heeft ze samen met het bedrijf Palomar, dat in Florence is gevestigd, in de markt gezet. Er is natuurlijk een kaart van Florence, maar ook van Rome, Milaan en Venetië (en van een heleboel niet-Italiaanse steden, waaronder Amsterdam, Londen en Parijs).

   

Naast de belangrijkste bezienswaardigheden is er op elke Crumpled City Map een bijzondere lijst van 10 zogenaamde SoulSights opgenomen. Dat zijn plaatsen die je verrassen, die je verliefd laten worden op de plek en de stad. Bezoek deze SoulSights en je voelt je een kunstenaar, een dichter, een fotograaf, een dromer…

De Crumpled City Maps kosten circa twaalf euro per stuk en zijn onder andere verkrijgbaar via de webshop 100procenttravel.nl. Hieronder een overzicht van de huidige collectie, maar de ontwerpers zetten steeds meer steden verfrommeld op de kaart. Er zijn ook al een aantal Crumpled City Maps speciaal voor kinderen verkrijgbaar, onder andere voor Amsterdam en New York.

mrt 10

Eindelijk is het dan zover, vanaf vandaag is mijn boek te bestellen! Hoewel Ciao Tuttiontdekkingsblog door Italië pas over een paar weken verschijnt, kun je ’m nu al bestellen. Je krijgt het boek dan niet alleen op de dag van release GRATIS thuisgestuurd, ik schrijf er ook een persoonlijke boodschap voor je in. Bovendien krijgt elke 25ste besteller een extra verrassing (die we nog heel even geheim houden, maar blij word je er zeker weten van!). Begin je weekend dus goed en bestel een speciaal voor jou gesigneerd exemplaar via de website van uitgeverij De Boekenmakers.

Nu het boek te bestellen is, grijp ik de gelegenheid maar even aan voor een beetje schaamteloze zelfpromotie ;-) Ik ben zo blij met hoe het boek eruit gaat zien, dat ik dat het liefst van de daken wil schreeuwen. Bij gebrek aan voldoende klimvaardigheid – en vanwege een enorme hoogtevrees – schreeuw ik maar hier online, hopelijk vergeven jullie me dat in deze fase. Zeker als ik jullie alvast een klein voorproefje kan laten zien van het boek in wording:

Gelukkig ben ik ook niet de enige schrijver ben die last heeft van deze zogenaamde boekkriebels. Harry Kramp, die het boek De Pitch schreef dat onlangs is verschenen, omschrijft het precies zoals het is:

‘Er is maar één week echt leuk in het jaar als je een boek hebt geschreven. Dat is de week dat het boek net klaar is, dat het gedrukt en al op tafel voor je ligt te blinken, helemaal vers, en dat het zelfs nog ruikt naar de drukinkt en de Heidelberger pers. Een jaar lang ben je bezig geweest voor dit moment. Eerst een halfjaar achterelkaar doorgeschreven, in je dooie eentje terwijl je gewend was, zoals veel van jullie, om slechts in teamverband te werken. Dan herschrijven, redigeren, corrigeren. Voortdurend twijfelen of het wel goed genoeg is. Je las het en herlas het, maar altijd met een derde oog of het niet beter kon. Beter moest. […]

Dan begint die korte maar verrukkelijke week. Dan ga je in het geval van een boek eigenlijk voor het eerst genieten van een jaar werk. Ongestoord. Het ligt zelfs nog niet in de boekhandel. Ook nog niet bij een recensent. Dan is het alleen van jou. De maker. Dan lees je het zelf pas echt voor de eerste keer. […]

Drie keer heb ik mijn boek gelezen. De eerste keer nog enigszins voorzichtig. En je verwacht dat er een hoofdstuk is vergeten, of verkeerd om is afgedrukt. Gelukkig. Natuurlijk niet. Integendeel, het is allemaal prachtig verzorgd.

En dan… dan ga je echt genieten van jezelf. Ik kan ontzettend goed genieten van mezelf. Je leest het fantastische boek twee keer achterelkaar. Wat is het goed! Ongelofelijk goed. Veel beter dan mijn eerste boek. En dat vond ik al zo ontzettend goed. Maar dit boek slaat alles. Verdomd als het niet waar is. Dat duurt een week. Een verrukkelijke week. Daar doe je het voor.’

Ik tel af naar die week – en hoop dat velen van jullie tegelijk met mij het boek in handen mogen houden en genieten van de verhalen uit Rome, Florence, Venetië, Siena, de Maremma en Napels. Om eerst heerlijk thuis te lezen en weg te dromen, en vervolgens op een van de genoemde plekken, zodat je dubbel geniet van alle bijzondere verhalen en leuke tips. Daar doen we het voor!

Meer over Ciao tutti – een ontdekkingsblog door Italië
Wist je dat het bestellen van een cappuccino na elf uur ’s ochtends in Italië een doodzonde is? Dat Napolitanen elkaar met oud en nieuw rood ondergoed cadeau doen? Dit boek bevat verhalen over Italiaanse tradities en gewoonten, bekende en minder bekende bezienswaardigheden en adressen die net-even-anders-dan-anders zijn. Van de regels die komen kijken bij het bestellen van een cappuccino tot de mooiste fontein van Rome. Een bloemlezing uit Saskia Balmaekers’ succesvolle weblog, aangevuld met nieuwe verhalen en wetenswaardigheden. Buonissimo!

formaat: 165 x 215 mm | omvang: 208 pag. | uitvoering: paperback | prijs: € 19,95 | ISBN 978-90-77740-97-2 | NUR 500 | verschijning: april 2012 | bestellen kan vanaf vandaag via deze link

Getagd met:
mrt 02

Vanochtend werd ik niet meer wakker van het gekabbel van Venetiaans water, maar van het Romeinse verkeer. Na een week of twee zonder toeterende auto’s, Vespa’s en de sirenes van ambulances en la polizia, is het toch altijd weer even wennen continu omringd te zijn door lawaai. Ook de klanken van het Venetiaanse dialect sterven langzaam uit in mijn hoofd, om plaats te maken voor de o zo bekende Romeinse uitdrukkingen.

Toch zit Venetië nog wel een beetje in mijn hoofd. Terwijl ik langzaam door de Romeinse straten en steegjes wandel, probeer ik de heimwee naar de stilte, naar de mystieke sfeer, naar het gekabbel van het water – dat zo heerlijk als achtergrondgeluid kan dienen tijdens het schrijven – van me af te lopen. Ongemerkt ben ik boven op de Quirinale beland, waar ik mijmerend uitkijk over de koepels en de daken van de stad.

Waarom overvalt het gevoel van thuiskomen me nu niet zoals anders? Waarom wandelt mijn hart nog door Venetië terwijl mijn hoofd zich uit alle macht in Rome probeert te orienteren? Waarom mist het warme gevoel dat me normaal gesproken direct na aankomst in Rome overvalt? Ik zucht en besluit een kopje koffie te gaan drinken in het cafeetje van de Scuderie, de voormalige pauselijke paardenstallen.

Ik steek het grote plein over en moet een paar keer met mijn ogen knipperen. Heb ik nu zo lang staan mijmeren dat ik droom? Of droom ik überhaupt, ergens in Venetië, en voel ik me daarom zo ontheemd? Boven de ingang van de Scuderie zie ik namelijk een naam die ik afgelopen weken in Venetië ook regelmatig zag opduiken: Tintoretto.

Ik knijp mezelf hard in mijn arm. Au! Ik droom dus niet… Aan een van de mensen bij de ingang vraag ik hoe de Venetiaanse schilder hier zo verzeild is geraakt. Eind februari blijkt een grote aan hem gewijde expositie van start te zijn gegaan, op de plek waar Caravaggio, Lorenzo Lotto en Filippino Lippi eerder honderdduizenden bezoekers trokken.

Ik besluit mijn koffie nog even uit te stellen en midden in Rome in de wereld van de Venetiaanse Tintoretto te duiken. Deze schilder, die eigenlijk Jacopo Robusti heette, werd door zijn tijdgenoten il tintoretto genoemd, het ververtje. Hij was namelijk al op zeer jonge leeftijd een fervent liefhebber van het penseel. Hij schilderde al vroeg de mooiste taferelen en bestudeerde vele werken van de grote meesters, met als belangrijkste voorbeeld Michelangelo.

Op 15-jarige leeftijd ging Tintoretto in de leer bij de grote Venetiaanse schilder Titiaan, die toen zelf al 56 jaar oud was. Tintoretto’s studie duurde echter niet lang; volgens de overlevering had hij zozeer een eigen stijl dat hij het al na tien dagen voor gezien hield in het atelier van Titiaan.

Tintoretto zette aan het begin van zijn schilderscarrière vooral religieuze voorstellingen op het doek. Later schilderde hij ook prachtige mythologische verhalen en een aantal portretten. Bijzonder is de aanwezigheid van een zeer jong zelfportret, dat normaal gesproken in het Victoria & Albert Museum te zien is. Zeker als je daarna het zelfportret op oudere leeftijd ziet (dat in het bezit is van het Louvre maar nu ook in de Scuderie hangt), komt Tintoretto echt een beetje tot leven.

Na zo’n veertig Tintoretto’s te hebben bewonderd, is mijn honger naar Venetië gestild en mijn heimwee zo goed als verdwenen. Terwijl ik een kopje koffie drink aan de bar, geniet ik van de Romeinse conversaties om me heen. Eenmaal buiten haal ik diep adem en voel ik Rome in al mijn poriën doordringen. Venetië sijpelt uit mijn systeem en met elke pas groeit het gevoel van thuiskomen.

Daar ga ik vandaag dan ook heerlijk van genieten, maar niet voordat ik jullie nog even heb laten weten dat Tintoretto ook in eigen land te zien is. In het Rijksmuseum in Amsterdam bijvoorbeeld, dat een aantal prachtige werken van dit Venetiaanse ververtje herbergt. Ook wie niet in Rome of Venetië is, kan zijn werk dus bewonderen – zonder heimwee te hoeven hebben!

feb 29

Precies een week geleden moest ik afscheid nemen van het Venetiaanse carnaval. De maskers zijn afgezet, de confetti weggespoeld, de kater verdronken. De Venetianen hebben hun stad stilletjes teruggewonnen op de feestvierende massa. Na dagen vol drukte klotst het water rustiger, tevredener bijna, tegen de kades.

Vandaag moet ik afscheid nemen van de stad zelf, en dat valt me een stuk zwaarder dan het afscheid van het carnaval. Van maskers, drukke straten, aangeboden drankjes en meegenieten van de effecten van drinkgelagen krijg je gauw genoeg, terwijl de stad zelf nooit verveelt. Ik pak mijn koffer in en bekijk nog een keer alle geschoten foto’s. Maskers, gondels en bruggetjes passeren de revue, in willekeurige volgorde en vaak in verrassend mooie combinaties.

Gek, dat het weer een jaar zal duren voor deze sfeer weer door de stad waant. Gek ook dat je er tijdens het carnaval soms ontzettend genoeg van kan hebben, van die drukte en het geduw, terwijl het bekijken van die prachtige plaatjes toch een beetje nostalgia oproept. Naar de sfeer, de uitbundigheid, het even loslaten van het dagelijks leven…

Voor iedereen die dit gevoel van heimwee naar het Venetiaanse carnaval herkent, is er gelukkig goed nieuws. Van een vriendin die in de buurt van Bussum woont, kreeg ik namelijk de tip dat in Galerie III in Bussum nog tot en met eind maart een bijzonder fraaie expositie over het Venetiaanse carnaval te bewonderen is.

De expositie laat een ander Venetiaans carnaval zien dan je wellicht verwacht. Galerie III is namelijk de uitdaging aangegaan om diverse, ogenschijnlijk ver uit elkaar liggende kunstdisciplines bij elkaar te brengen en ze zo te exposeren dat de kunstwerken elkaar onmiskenbaar versterken.

De schitterend met de hand vervaardigde Venetiaanse maskers van Olga Dol (over wie ik twee weken geleden al een stukje schreef) vormen de rode draad in deze expositie. De zwierige danseressen van José van ‘t Rood zorgen voor zoveel kleur dat het letterlijk van het doek af spat.

Jettie Hoogenboom daarentegen laat, met haar schilderijen van de Venetiaanse gondels, de serene stilte voelen. De unieke, originele en onverwachtste sieraden van Elize van der Werff vormen een prachtige schakel tussen de maskers, schilderijen en sculpturen. De bronzen beelden en sculpturen van Carla Rump staan voor passie, en zoals zij zelf zegt: ‘Het beeld moet leesbaar zijn als een gedicht’.

Deze vijf bijzonder professionele kunstenaars zorgen ervoor dat Bussum dit jaar even wordt omgetoverd tot een prachtig stukje Venetië. Zo kan ik, voordat ik naar Rome reis, nog heel even de sfeer van het Venetiaanse carnaval opsnuiven. Dat vooruitzicht maakt het afscheid van Venetië een stuk minder moeilijk.

Ik sleep mijn koffer naar beneden, waar de portier hem van me overneemt. ‘Heimwee is al zwaar genoeg,’ mompelt hij, ietwat verlegen. Ik glimlach, en vertel dat ik in Nederland nog gauw een staartje van het Venetiaanse carnaval ga meepikken. Hij is nieuwsgierig, en hoort me uit over de expositie en met name over de kunstenaars. Ik beloof hem een kaartje te sturen vanuit Bussum, en daarmee is hij zo verguld dat hij mijn koffer naar de vaporettohalte sleept.

Daar neemt hij een beetje onhandig afscheid, ietwat beschaamd om zijn gevoelens van heimwee naar een feest dat nog maar net voorbij is en tegelijkertijd toch trots op een eeuwenoude traditie die steeds minder de zijne wordt. Ik druk hem de hand en denk: Venetië is inderdaad mooier als de mensen hun maskers afzetten…

feb 26

We gebruiken het dagelijks zonder erbij na te denken, het @-teken op onze computer, oftewel het apenstaartje. Dat in Italië trouwens geen apenstaartje heet, maar chiocciola – slakkenhuisje. Sinds we e-mail hebben geïntegreerd in ons dagelijks bestaan, word je tientallen, zo niet honderden keren per dag geconfronteerd met dit teken, zeker op een werkdag. En sinds de introductie van twitter zien we het apenstaartje nog vaker voorbijkomen.

Nu vragen jullie je waarschijnlijk af waarom ik het over apenstaartjes heb op een blog over Italië. Welnu, het @-teken zou al in het zestiende-eeuwse Venetië gebruikt zijn. In documenten van Venetiaanse kooplieden duikt het apenstaartje regelmatig op. Het werd in die tijd natuurlijk nog niet gebruikt met de betekenis zoals wij die nu kennen; @ stond voor amfora (een oude Griekse kruik), waarmee hoeveelheden werden afgemeten.

Het oudste document waarin een @ is aangetroffen, dateert uit 1536. Het bevindt zich niet in Venetië zelf, maar in het Instituut voor de Economische Geschiedenis in Prato (Toscane). Het is ene brief van de Florentijnse koopman Francesco Lapi, die in een document het aantal amforen dat vanuit Rome naar Spanje verscheept moest worden aanduidde met het @-teken.

Toch is niet iedereen het eens over deze Italiaanse basis voor het moderne apenstaartje. Sommige wetenschappers menen dat er al in de vijftiende eeuw gebruik werd gemaakt van het apenstaartje, eveneens als afkorting, maar dan van het woord arroba, een kwart. Het feit dat Spanjaarden en Portugezen het apenstaartje nog steeds arroba noemen zou dat ondersteunen.

Andere onderzoekers hebben echter bewijs gevonden voor het gebruik van het apenstaartje in het twaalfde-eeuwse Toscane. Het zou een samensmelting zijn van de afkorting ac, al cambio – in ruil voor. Echt harde bewijzen, zoals het zestiende-eeuwse Venetiaanse document, zijn echter niet voor handen.

Wel zeker is dat het apenstaartje als aanduiding van ‘tegen de kosten van’ op de eerste typemachines verscheen – en zo ook op het toetsenbord van de computer. De moderne betekenis kreeg het @-teken van Ray Tomlinson, die een verbinding zocht tussen de naam van een computergebruiker en de mailserver waarvan deze persoon gebruik maakte.

Zelf lichtte hij de keuze voor het apenstaartje als volgt toe: ‘I chose to append an at sign and the host name to the user’s (login) name. I am frequently asked why I chose the at sign, but the at sign just makes sense. The purpose of the @-sign (in English) was to indicate a unit price (for example, 10 items @ $1.95). I used the at sign to indicate that the user was ‘at’ some other host rather than being local.’

Een leuke Italiaanse wetenswaardigheid – waar we maar niet bij elke te versturen e-mail bij stil moeten staan. Alhoewel, bij elk verzonden en ontvangen bericht even aan Italië denken is natuurlijk nooit verkeerd…

Getagd met:
feb 23

Venetië, zeventiende eeuw. Wanneer zijn familie sterft aan de pest, volgt de zestienjarige Francesco Serristori zijn vader op als privésecretaris van Baldassare Lancerini. Voor de buitenwereld is Lancerini een gerespecteerd chirurgijn. Maar Franscesco leert hem kennen als een wispelturige, tirannieke vrouwengek…

Al snel heeft Lancerini hem helemaal in zijn macht en wordt hij gebruikt om zijn vuile klusjes op te knappen. En dan wordt Francesco ook ingeschakeld in het geheime onderzoek van zijn meester naar de werking van het hart en de hersenen. Een nieuwe wereld gaat open en Francesco geraakt helemaal in de ban van de wetenschap en de geheimen van het menselijk lichaam. Hij start zijn eigen onderzoek en wil daarmee wereldberoemd worden. Maar zijn drang naar kennis drijft hem ver…

Volg Francesco Serristori dwars door het Italië en Europa van de zeventiende eeuw. Onderweg ontmoet hij historische figuren als Galileo Galilei, Molière en Pierre Puget. De leerling-snijder is een intrigerende historische roman die lang blijft nazinderen. Luc Vandromme is auteur en beeldend kunstenaar en brengt op een indringende manier het verleden tot leven.

Een fragment:

‘Ik heb mijn plan snel klaar. Als ik Cecilia Boccati kan overhalen om me te leren lezen, ga ik het redden. Zij is de kokkin van het huis en ooit diende ze bij de familie de’ Medici in Firenze. Lezen en schrijven was naast koken een verplicht onderdeel van haar opleiding. Signora de’ Medici wisselde graag recepten uit met haar kennissen. Ze stond erop dat de geschreven briefjes nauwkeurig gevolgd werden.

Hoewel er op haar kookkunst niets aan te merken was, werd Cecilia daar, zoals het de gewoonte was, op haar dertigste ontslagen. In het huis moest zelfs het keukenpersoneel van een frisse schoonheid zijn. Telkens als de naam de’ Medici valt, krijgt ze iets dromerigs en de dienstmeisjes verspreiden het gerucht dat ze daar een verborgen affaire heeft gehad. Ondanks die afwijzing in Firenze is ze een optimistische vrouw. Haar lachsalvo’s weerkaatsen tegen de koperen pannen. Sauzen, gebraden kippen en roomsoezen bereidt ze zingend, terwijl ze met haar brede achterwerk het ritme aangeeft.

Haar domein is een geliefde plek. Wie een momentje vrij heeft, komt zich aan haar levensvreugde warmen. Zelfs Lucrezia, de gezellin van de meester, zie ik een paar keer in de keuken.

‘Goed, omwille van je vader,’ geeft Cecilia uiteindelijk toe.
‘Mijn vader?’
‘Guilelmo Serristori was een geletterde heer. Welgemanierd, rechtschapen, vastberaden en trouw.’
‘Ik zal mijn uiterste best doen,’ beloof ik.
Ik moet mijn tijd goed benutten.

Het grootste deel van de dag moet Cecilia groenten snijden, bouillons trekken en taartenbeslag roeren. Aan de keukentafel vind ik een plaatsje tussen de gepureerde tomaten, de bundels selder, de appels, peren en abrikozen.

Haar techniek is onorthodox en tegelijkertijd verbazingwekkend. Ze zegt dat de hoofdkokkin in Firenze het haar op dezelfde manier heeft aangeleerd.
‘Welke vorm heeft een tomaat?’
‘Rond.’
‘Goed. Nu ken je de letter O.’

Voor mijn neus zwaait ze met een sliert deeg en laat die op het tafelblad neervallen.
‘Hé, net een slang.’
‘Inderdaad, de S.’
‘Hoeveel tanden heeft deze vork?’
‘Drie.’
‘Zoveel benen heeft de letter M,’ zegt ze terwijl ze het ding vast neemt en er eiwit mee stijf klopt.

Zo gaat het door. Ze gebruikt de potten, het bestek, de fruitsoorten en de kruiden om me in te wijden in de geheimen van het schrift.’

Waar dat toe leidt, lees je in

De leerling-snijder
Luc Vandromme
ISBN 9789063066246
€ 24,95
uitgeverij Davidsfonds

feb 22

Tijdens een vlucht naar Rome, lang geleden, las ik For whom the bell tolls van Hemingway. Nog voor we goed en wel in de lucht waren, was ik al gegrepen door het verhaal. De vrouw die naast me zat, tikte me zachtjes op mijn schouder. Wat ik aan het lezen was, zo wilde ze weten. Ik draaide het boek zo dat ze de titel kon lezen. Haar reactie zal ik nooit vergeten. Op luide toon riep ze: ‘Aha, geen wonder dat je zo met je neus in dat boek zit. Hemingway!’

Sinds die tijd heb ik veel van Hemingway’s boeken her- en gelezen. Hij is een van de beste reisgenoten – waar ter wereld je je ook bevindt. Zijn woorden brengen iets bijzonders teweeg, dat zich moeilijk laat omschrijven. Een avond alleen op een hotelkamer om een deadline te halen wordt met af en toe een paar zinnen Hemingway nooit saai; urenlange vertraging gaat ongemerkt voorbij met een van zijn meesterwerken in handen.

Toen ik Michael Palins boek In het spoor van Hemingway zag, kon ik mijn geluk dan ook niet op. Honderd jaar na de geboorte van Ernest Hemingway gaat Michael Palin op zoek naar de man achter de legende: een stevige innemer, een verleider, een jager, een globetrotter en vrouwenverzamelaar – maar die als een droom schreef en die via zijn werk een onuitwisbare indruk op de twintigste eeuw heeft achtergelaten.

Michael Palin treedt in zijn voetsporen en reist via Chicago en Michigan naar Italië, Parijs en Spanje, via Florida naar Afrika en weer terug naar Cuba, naar alle plekken die Hemingway op deze aardbol heeft aangedaan. Tijdens zijn reizen verplaatst Palin zich in de wereld van Hemingway. Heden en verleden vloeien daarbij in elkaar over, wat leidt tot verrassende momenten.

Een fragment:

‘Vanavond heb ik Afscheid van de wapenen naast mijn bed liggen. Hemingways beroemde verhaal over liefde en oorlog in Italië. Het is de oranje-witte Penguin-editie uit 1959, die toen 2 shilling sixpence kostte en die je op school kreeg om te lezen voor je literatuurlijst. Het boek zit vol ezelsoren en laat los in de rug, maar ik kon er niet van scheiden. Dit is het boek dat me voor het eerst liet kennismaken met Hemingway, en in zekere zin ook met Italië.

[…]

We vertrekken vandaag uit Milaan in een poging de precieze plaats te achterhalen waar Hemingway gewond raakte. Dat is lastig, want in Afscheid van de wapenen loopt de fictieve luitenant Henry wel Hemingways verwondingen op, maar op een plek aan het front waar Hemingway nooit geweest is, tussen de rivier de Isonzo, die tegenwoordig de grens vormt tussen Italië en Slovenië.

We zijn hier in een bergachtig, indrukwekkend landschap, waar een zachtgroene rivier door steile, beboste bergkloven stroomt. Er werd hier zwaar gevochten, maar Hemingway had daar part noch deel aan. Hij raakte gewond aan de oever van de Piave, in laaggelegen, vlak landbouwgebied op zo’n vijfenzeventig kilometer van Venetië.

De weg van Milaan naar Venetië is rechttoe rechtaan. De reis verloopt zonder problemen, behoorlijk saai eigenlijk. Spoorweg en snelweg doorsnijden naast elkaar de vruchtbare vlakte van Lombardije, en verder weg naar het noorden zijn daar, hoewel niet altijd zichtbaar, de besneeuwde Alpentoppen.

Romantische steden als Verona, Padua, Vicenza en Venetie zijn niet meer dan namen op verkeersborden boven de weg terwijl de autostrada afbuigt om ze te vermijden. Het platteland wordt in rap tempo verslonden door bouwprojecten, en het gevaar dreigt dat de open vlakte één groot industrieel complex wordt.

Ten oosten van Venetie verandert het landschapspatroon. Kaarsrechte wegen, kanalen, hoogspanningsmasten en de vers geploegde voren op de velden splitsen zich op, kruisen elkaar en komen weer samen als lijnen op een schilderij van Mondriaan.

We nemen onze intrek in een hotel in Noventa di Piave, een stadje met de op één na hoogste klokkentoren in de Veneto – na die op het San Marcoplein – met een pizzeria die Smack! heet en een rokerig café waar oude mannetjes zitten te kaarten. Geniet in een druk plaatselijk restaurant van een goede, eenvoudige maaltijd, weggespoeld met karafjes prosecco, de sprankelende, mousserende witte wijn van de streek.

Lees later in bed nog een paar bladzijden in Afscheid van de wapenen, met meer plezier dan anders in de wetenschap dat ik me op maar twee kilometer van Fossalta bevind, het stadje waar het verhaal ontstond.’

Lees de hele reis van Michael Palin in de voetsporen van Hemingway in

In het spoor van Hemingway
Michael Palin
vertaald door Stan Verschuuren
ISBN9789041708830
€ 10,00
Rainbow Pockets

Wie Hemingways eigen Italiaanse verhaal wil lezen, duikt in Afscheid van de wapenen (ISBN 9789026958625).

feb 21

Een bezoek aan Venetië staat garant voor nieuwe mysteries, nieuwe ontdekkingen, nieuwe avonturen. Je slaat een hoek om en ineens ontdek je een prachtig kerkje, een wonderlijk verhaal, een bijzonder monument. Zelfs op het reusachtige, drukke San Marcoplein stuit ik nog regelmatig op een mysterieus detail of een bijzonder verhaal.

Gelukkig zijn er ook mysteries die al voor ons zijn ontdekt en onthuld. Zo vond ik een voor mij nog onbekend Venetiaans mysterie op de website www.merodeinvenetie.nl, die de voetstappen die de dichter Willem de Mérode in Venetië zette probeert vast te leggen. De website is een initiatief van Helma de Boer, die zo geïnteresseerden op de hoogte houdt van de voortgang van haar boek Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode. Voor het boek koppelt Helma kunstwerken, personen, plekken in Venetië aan gedichten van De Mérode.

Willem de Mérode in Venetië

Een bijzonder leuke invalshoek, die je langs de meest bijzondere plekken in Venetië brengt – of de leukste details van bekende plekken belicht. Een van de mooie voorbeelden op Helma’s website is de zogenaamde Bocca di Leone, oftewel Leeuwenbek. Lees maar mee:

‘De oplettende bezoeker kan in de muur van het Dogepaleis een bijzonder beeldhouwwerk (bas-reliëf*) ontdekken: de zogenaamde Bocca di Leone (of Bocche), een leeuwenbek. Onder de opening staat de tekst: Geheime kennisgeving tegen degenen, die diensten en plichten verheimelijken of in het geheim afspreken om hun ware gewin te verbergen.

De leeuwenbek werd gebruikt om anoniem aangifte te doen van misstanden als belastingontduiking, omkoperij en verduistering van staatsgeld. Men deponeerde daarvoor een papier in de opening. Door de anonieme wijze van aangifte hoefde men niet bang te zijn voor vervelende consequenties. Een soort middeleeuwse kliklijn. Ze werden ook wel Bocche della verità genoemd; monden van de waarheid. De leeuwenbekken ontstonden na de opstand van Baiamonte Tiepolo.

In het verleden waren er meerdere leeuwenmuilen in de stad te vinden aan de muren van openbare gebouwen. Elk district had er wel één. De districthoofden konden de brievenbus aan de achterzijde openen met een sleutel die de magistraat beheerde. Elke bus had een specifiek klachtendoel.

Na een schoonmaakactie van Napoleon zijn er helaas maar weinig leeuwenbekken meer over. De bekendste tref je aan in de muur van het Dogepaleis en aan de Santa Maria della Visitazione aan de Zattere in Sestiere Dorsoduro. De muil aan deze kerk was speciaal bedoeld voor klachten over de volksgezondheid. Je moet je voorstellen dat hier veel klachten in werden geduwd tijdens de golven van de Zwarte Dood, de pest. De mensen die ziek waren, verdwenen naar Lazaretto Vecchio; daar kwamen maar weinigen levend van terug.

Napoleon vernietigde veel elementen in Venetië die symbool stonden voor de oude autoriteiten. De meeste San Marco-leeuwen werden vernietigd, en zo ook de leeuwenmuilen die herinnerden aan het voorgaande Venetiaanse bewind.

Weliswaar waren deze leeuwenbekken een direct kanaal met de autoriteiten, het betekende niet dat je automatisch werd opgepakt als er een aangifte werd gedaan. Het was een goed uitgedacht systeem waarbij de informatie niet alleen werd bekeken en gewogen, ook onderzoek en bewijsmateriaal was nodig voordat men tot actie overging. Daarnaast werden de anonieme aanklachten pas in behandeling genomen als er ten minste twee getuigen in de aanklacht stonden vermeld. Vanaf 1387 werden de klachten op last van de Raad van Tien verbrand als er geen handtekening van de aanklager en geen betrouwbare getuigen waren opgenomen.’

Op de website van Helma kun je een overzicht van de nog overgebleven leeuwenbekken zien. Maar voordat ik jullie daarnaar verwijs, wil ik eerst nog even van Helma weten wat het verband is tussen deze leeuwenbekken en een gedicht van De Mérode. Dat is ten slotte het doel van Helma’s project.

Helma: ‘Het gedicht dat ik bij dit onderwerp heb gekozen, gaat over een roddeltante. Ze is geen leeuw, maar een slang. Ze gebruikt eveneens haar mond, niet om brieven van klikspanen te ontvangen, maar om scherp roddelwerk de wereld in te strooien. Je kunt uit het gedicht proeven hoezeer ze hiervan geniet. Ik stel met zo voor dat ze precies weet wie er in de stad ten prooi is gevallen aan de pest, en een ommetje maakt om dit rond te vertellen. Wie weet gooit ze nog een aanklacht in een leeuwenmuil.’

DE SLANG

Ze is opgetogen door de buurt gegaan
En heeft het laatst sensatienieuws besproken
Met naaisters en die in de winkels staan.
Het kwaad gesierd en ‘t goede afgebroken.

De rijke zieke heeft zij zeer gevleid:
‘Wat is er veel van Gods genade noodig,
Om ‘t leed te dragen, dat u rustig lijdt.’
Voor armen acht zij Gods hulp overbodig.

Zij knabbelt koekjes en nipt van haar thee,
En zuigt de zoete prikkelende pralines
Der laster – maar de looze Ongeziene
Proeft heimlijk van haar lekkernijen mee.

‘Mijn man zegt ook …’ luidt haar orakeltaal.
Ze zwaait de hel-, en kiert den hemel open.
Van wie den smallen weg ten hemel loopen,
Weet zij ‘toevallig’ een pikant verhaal.

Kletsende vroomheid kan zoo zalig bang
Over ‘t bederf van andre zielen rillen. -
Voelt ge op uw borst geen kille kronkels trillen?
En hoort ge ‘t heete sissen niet der slang?

Uit: Verzamelde Gedichten, nalezing VIII. Geschreven de maand mei, 1932

Eén ding is zeker: dankzij Helma’s verhalen beleef je Venetië veel intenser. Zelf zegt ze op haar website: ‘Venetië is prachtig, feeëriek, mysterieus. Het is een ontploft museum voor kunst, cultuur, literatuur, architectuur. Venetië is warm, bruisend maar soms ook sereen. De stad staat voor food for thought, muziek, genieën, lekker eten en drinken, water en zon. De stad schittert, letterlijk en figuurlijk.’

Met Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode wordt de stad zeker weten nog een stuk schitterender. Als de verhalen op de website een voorbode zijn voor het boek, dan kijk ik nu al reikhalzend uit naar de verschijning ervan – en naar het eerstvolgende bezoek aan Venetië met het boek in de hand. Zodra Helma al De Mérodes Venetiaanse schatten tot leven heeft gewekt, treed ik in zijn voetsporen – en jullie hopelijk met mij.

Maar nu eerst zoals beloofd de link naar de nog aanwezige leeuwenbekken in Venetië, naar de homepage van Helma’s website over Venetië in de voetstappen van Willem de Mérode en naar de homepage van de website die ze over de dichter zelf bijhoudt. Veel leesplezier alvast en a domani!

* bas-reliëf: een beeldhouwwerk dat half uitsteekt boven het draagvlak zonder losstaande beelden.

feb 19

Na ruim 750 blogstukjes leek het me aardig weer eens iets nieuws te doen, waardoor jullie tijdens het lezen van Ciao tutti nog meer het gevoel hebben van achter je computer even in Italië beland te zijn. Ik blog namelijk wel elke dag over Italië en Italiaanse zaken, maar nooit in het Italiaans. En dat terwijl het zo’n heerlijke taal is, met een prachtige klank die je gelijk meevoert naar Toscaanse wijnboeren, Napolitaanse pizzabakkers en Venetiaanse gondeliers.

Vandaar dat het me leuk leek om af en toe ook wat kleine stukjes Italiaans aan jullie voor te schotelen. Om al een beetje te oefenen voor de komende reis naar Italië, om te genieten van die prachtig uitgebreide frasen die Italianen bezigen of simpelweg om je kennis op peil te houden.

We beginnen met een paar teksten uit het boek Venezia è un pesce van Tiziano Scarpa, die in 2009 de prestigieuze Premio Strega won voor Stabat mater. Zijn boek over Venetië, dat al in 2000 verscheen maar dat ik onlangs tegenkwam in een nieuwe druk uit 2010, laat op het omslag al zien dat Venetië inderdaad veel weg heeft van een vis, vanuit de lucht gezien.

Hij neemt je mee op reis door het Venetië zoals zijn ogen dat zien, zoals zijn voeten het belopen, zoals zijn hart het heeft omsloten. In negen hoofdstukken laat hij evenveel lichaamsdelen de revue passeren, die allemaal hun herinneringen aan Venetië onthullen.

Een stukje uit Scarpa’s inleiding:

‘Venezia è un pesce. Guardala su una carta geografica. Assomiglia a una sogliola colossale distesa sul fondo. Corne mai questo animale prodigioso ha risalito l’Adriatico ed è venuto a rintanarsi proprio qui? Poteva scorrazzare ancora, fare scalo un po’ dappertutto, secondo l’estro; migrare, viaggiare, spassarsela corne le è sempre piaciuto: questo fine settimana in Dalmazia, dopodomani a Istanbul, l’estate prossima a Cipro. Se si è ancorata da queste parti, un motivo ci deve essere. I salmoni si sfiancano controcorrente, si arrampicano sulle cascate per andare a fare l’amore in montagna. Balene, sirene e polene vanno a morire nel mar dei Sargassi.

Gli altri libri sorriderebbero di quello che ti sto dicendo. Ti raccontano la nascita dal nulla della città, la sua strepitosa fortuna commerciale e militare, la decadenza: fiabe. Non è cosi, credimi. Venezia è sempre esistita corne la vedi, o quasi. È dalla notte dei tempi che naviga; ha toccato tutti i porti, ha strusciato addosso a tutte le rive, le banchine, gli approdi: sulle squame le sono rimaste attaccate madreperle mediorientali, sabbia fenicia trasparente, molluschi greci, alghe bizantine. Un giorno però ha sentito tutto il gravame di queste scaglie, questi granelli e schegge accumulati sulla pelle un poco per volta; si è resa conto delle incrostazioni che si stava portando addosso. Le sue pinne sono diventate troppo pesanti per sgusciare fra le correnti. Ha deciso di risalire una volta per tutte in una delle insenature più a nord del Mediterraneo, la più tranquilla, la più riparata, e di riposare qui.’

Het mooist is misschien wel het verhaal van de benen, die het in Venetië zwaar te verduren krijgen:

‘Una faticaccia: le case sono vecchie, pochissime hanno l’ascensore; non c’era proprio posto nella tromba delle scale. Per la strada, ogni cinquanta, cento metri salta fuori un ponte: almeno una ventina di gradini da salire e scendere. Poche malattie di cuore, a Venezia. Tanti acciacchi alle ossa, reumatismi provocati dall’umidità.

Continuerai a satire e a scendere anche nelle calli: Venezia non è mai piatta, è un continuo dislivello, tutta groppe, dossi, gnocchi, schiene gibbose, avval­lamenti, depressioni, displuvi; le fondamente digradano verso i rii, i campi sono trapuntati dai tombini come bottoni affondati nei gonfiori di una poltrona. Questo capitolo, oltre alle gambe, è dedicato per­tanto anche al labirinto: o meglio, alla coppia di labirinti corporei, le due chiocciole in fondo alle orecchie che ti danno il senso dell’equilibrio.

Io non so quanto sia vera questa storia, te la rivendo cosi come me l’hanno raccontata: conta le colonne del palazzo Ducale, sul lato esposto verso il bacino san Marco, di fronte all’isola di san Giorgio. Cominciando dall’angolo, arriva alla quarta colonna. noterai che è leggermente fuori allineamento rispetto alle altre, si sporge in avanti di pochi centimetri. Se appoggi la schiena alla colonna e cerchi di strisciare addosso alla sua circonferenza, dalla parte esterna del colonnato, non potrai fare a mena di cadere dal microscopico gradino di marmo bianco che si alza sulle pietre grigie della riva. Prova e riprova, ti sbilancerai e cadrai dal gradino anche se ti schiacci contro la colonna o allunghi di lato una gamba per slanciarti oltre l’orlo e superare il punto critico.

Da bambino ci provavo sempre, era molto più di una sfida o un gioco, mi procurava un brivido vero: mi avevano detto che ai condannati a morte veniva offerta quest’ultima possibilità di salvezza, una specie di ordalia equilibrista, un giudizio di Dio per acrobati; se fossero riusciti a strisciare attorno alla colonna senza poggiare i piedi sulle pietre grigie avrebbero ricevuto misericordia all’ultimo momento. Crudelissima illusione, che si potrebbe chiamare supplizio della speranza, come il racconto perfido di uno scrittore francese dell’Ottocento. Ad ogni modo, mi piace questa rappresentazione della morte profonda pochi centimetri, invece del solito abisso: non è un’immagine ampollosa ed è molto più spaventevole. Forse morire sarà così: forza, il gradino è minuscolo, non si precipita affatto in un baratro, guarda, sono soltanto tre centimetri, su, basta uno sforzo minimo, nessuno ti sta spingendo, dai, un po’ di equilibrio, è facile…’

Het advies van Scarpa is wel om van je benen in Venetië het uiterste te vergen:

‘Preparati a salire in vaporetto (batèo, battello), aspetta in piedi sui pontili d’imbarco (gli imbarcadèri): il vaporetto accosta, ti dà uno scossone che ti prende di sorpresa come una spinta a tradimento. Monta sul battello e, anche lì, non sederti, resta in piedi sulla plancia, sotto la tettoia esterna; senti con le gambe il tremolio del motore nella pancia del vaporetto che ti fa vibrare i polpacci, il rollio che ti costringe a spostare continuamente il peso del corpo da una gamba all’altra, ti fa tendere e rilasciare muscoli che non sapevi nemmeno di avere.’

Voor wie het Italiaans machtig is, is deze unieke stadsgids van Scarpa echt een aanrader. In de stad die als een vis in het water ligt voel je je dankzij zijn verhalen, beschouwingen en tips zelf al snel als een vis in het water en wandel je door de stad zonder te verdrinken in de mensenmassa.

Getagd met:
feb 18

‘Ochtendnevel waarin een dunne stad
zich blauwig wast alsof ze
op het natte blad penseelstreek
was die nog niet wist

wat lucht wat vorm wat water was:
torens, koepels, daken,
al het licht, nog niets staat vast.
Twee dames drinken thee

op het terras. Een heer
leest in zijn Hallwag
wie Carpaccio was.

De cameriere loopt te geeuwen,
cinzanorood staan zijn parasollen
op de dag geschreven. Naar open
zee trekken zilvermeeuwen.
Zo vroeg en dan al leven.’

Tijdens een bezoekje aan Maastricht vond ik deze woorden in een van de mooiste boekwinkels van de stad, Antiquariaat De Bovenste Plank. Het zijn de woorden van dichter Huub Beurskens, Limburger van geboorte en toevallig ook nog eens op dezelfde dag in februari ter wereld gekomen als ik, alleen een paar jaar eerder. Als je dan ook nog bovenstaand sfeerbeeld van Venetië weet te schetsen, dan heb je mijn hart voor altijd veroverd.

Vooral de dubbele betekenis van die laatste zin, prachtig! Uiteraard ging het boek mee op reis, om het juist vandaag op de plek van handeling te kunnen lezen. Een fijne ontdekking, dit Venetiaanse gedicht met Limburgse wortels. Het neemt je echt even mee naar de stad van Carpaccio – je ziet de torens, koepels, daken zo voor je geestesoog opdoemen.

Straks, bij mijn verjaardagsontbijt van cappuccino en een chocoladebrioche, ga ik de rest van het gedicht lezen, dat maar liefst 68 pagina’s telt. Maar voor ik me in dat culinaire feestgebeuren stort, nog een klein fragmentje voor jullie – voor een kleine zwerftocht door Venetië in jullie eigen bovenkamer:

‘Gesloten de beroemde zalen, uit-
gezonderd voor de laatste zonne-
stralen en Tintoretto die had ge-

lezen dat niet wij het centrum
waren. In het duister spannen
zijn kleuren met het universum

samen. Hij had Venetië zo goed
als nooit verlaten. Zwerver
door zijn eigen bovenkamer, verver
van de rand der zwarte gaten.’

Wie het hele gedicht wil lezen, kan bij een tweedehands boekhandel op zoek naar de bundel Charme van Huub Beurskens (uitgeverij Meulenhoff, ISBN 9029037423). Zeker de zoektocht waard!

Getagd met:
preload preload preload