jan 11

Tijdens de Vakantiebeurs, die vandaag in de Jaarbeurs Utrecht van start gaat, is niets heerlijker dan langs de Italiaanse stands struinen om ideeën op te doen voor blogstukjes – en voor een volgende vakantie. Italië heeft – ook voor een doorgewinterde liefhebber als ondergetekende – nog steeds heel veel moois te bieden, zowel binnen als buiten de gebaande paden.

Het is heerlijk om nieuwe plekjes te ontdekken, te horen over nieuwe wijnroutes, pas geopende charmehotels, geplande tentoonstellingen en onontdekte pareltjes. Wat dat betreft biedt de Vakantiebeurs dus volop inspiratie, vooral ook omdat er veel Italianen aanwezig zijn, die vol vuur vertellen over hun eigen streek, de culturele hoogtepunten, de culinaire specialiteiten… Geen betere promotie voor het land dan een enthousiaste inwoner…

Alhoewel, toevallig kreeg ik afgelopen weekend een wel heel mooi promotiemiddel voor Italië in handen: het prachtige posterboek Travel Italia. Het boek biedt een overzicht van de mooiste promotieposters die ooit zijn gemaakt voor regio’s of steden in Italië.

Van circa 1920 tot 1960 was dit een beproefde manier om het land toeristisch op de kaart te zetten. Honderden kunstenaars wendden hun creatieve talent aan om de Italiaanse bestemmingen zo mooi en bijzonder mogelijk op te tekenen – van de Venetiaanse lagune tot het eiland Capri, van de schapen op Sardinië tot de Duomo van Florence.

Maar weinig mensen weten nog van het bestaan van deze posters. Met de introductie van internet wordt promotie voor een vakantie naar Italië immers op een heel andere manier gemaakt. Gelukkig heeft Lorenzo Ottaviani, geboren in Rome maar inmiddels woonachtig in New York, de posters weer terug in het collectieve geheugen gebracht, met dit prachtboek.

Hieronder een aantal posters om jullie alvast te laten genieten van de Italiaanse vakantiesfeer:

Een mooie promotieposter thuis aan de muur hangen, om na te genieten van je vakantie of alvast uit te kijken naar de volgende bestemming? Dat kan! Bij Galleria L’Image in Alassio kun je kiezen uit een groot assortiment Italiaanse reisposters. Winkelen kan hier gelukkig ook online via deze link.

Nog meer posters uit het boek Travel Italia kun je bekijken op de speciale Travel Italia-website. Hier kun je het posterboek ook bestellen, al dan niet gesigneerd door samensteller Ottaviani. Bestellen kan overigens ook gewoon via bol.com – dan heb je het binnen vier werkdagen in huis en kun je dus van het weekend al wegdromen bij alle Italiaanse bestemmingen… Buon viaggio!

jan 03

Na het zien van alle schetsen en tekeningen van Da Vinci die nog tot eind januari in Turijn tentoon worden gesteld, zou ik niets liever dan een potlood en schetsboek ter hand nemen en een poging doen in de buurt van deze kunstenaar te komen. Helaas krijg ik woorden veel gemakkelijker op papier dan lijnen, schetsen en schaduwen – en vormen ze ook een veel natuurlijker en aangenamer geheel dan mijn artistieke gestuntel.

Gelukkig geniet ik ondanks het magere resultaat van het schetsen zelf, van het proces dat begint met een maagdelijk leeg vel papier en dat langzamerhand je gedachten overneemt. Niets heerlijker dan mijmerend schetsen, ook al is het resultaat niet om aan de muur te hangen – en zeker niet naast een echte Da Vinci.

De meester biedt echter wel veel inspiratie en, zeker voor wie iets meer tekentalent heeft dan ondergetekende, leerzame lessen in de teken- en schilderkunst. Zo biedt een van zijn beroemdste tekeningen, De Mens van Vitruvius, een perfecte manier om het tekenen van mensen onder de knie te krijgen.

De regels voor de tekening bedacht Da Vinci overigens niet allemaal zelf; hij baseerde zich op het tiendelige handboek voor de bouwkunde van de Romeinse architect Vitruvius, De architectura geheten. Reeds in de eerste eeuw voor Christus tekende deze architect de regels voor een perfect menselijk lichaam op. Volgens Vitruvius heeft een menselijk lichaam bepaalde vaste verhoudingen, zoals:

*een perfecte handpalm is vier vingers groot
*de afstand van de kin tot aan de top van het voorhoofd staat gelijk aan een tiende van de lengte van het gehele lichaam
*een perfecte voet meet een zesde van de totale lichaamslengte
*de navel is exact het middelpunt van het menselijk lichaam
*de lengte van beide uitgestrekte armen dient gelijk te zijn aan de totale lichaamslengte

Als aan al deze voorwaarden is voldaan, mag je een lichaam een perfect lichaam noemen. Dan gaat ook op wat Da Vinci met zijn Mens van Vitruvius zo mooi uitbeeldt: ‘Als een mens met uitgestrekte armen en benen op zijn rug ligt en het middelpunt van een cirkel precies op zijn navel gelokaliseerd wordt, dan zullen zowel zijn vingers als zijn tenen de omtrek van de cirkel raken.’

Tegenwoordig is De Mens van Vitruvius te bewonderen in de Galleria dell’Accademia in Venetië, maar oorspronkelijk maakte de tekening deel uit van de in totaal circa 60 illustraties die Da Vinci maakte voor Divina proportione, een verhandeling van de wiskundige Luca Pacioli over de juiste verhoudingen op zowel wiskundig als artistiek vlak. Hierin komt ook de gulden snede uitgebreid aan de orde, maar daarover morgen meer. Eerst eens kijken of we vandaag nog een paar mooie schetsen op papier krijgen, naar voorbeeld van deze volledig perfecte Vitruvius-man…

dec 12

Op Twitter werd ik door een van mijn collega’s van Not Just Any Book gewezen op het prachtige fotoboek Visita l’Italia van Jolanda van Eek. Niet alleen omdat het boek zo’n prachtige foto’s bevat, die je meteen midden in Italië doen belanden, maar ook en vooral omdat Jolanda een uitgever zoekt, zodat het boek het hart van een grotere schare Italiëfans kan verwarmen.

Na het online doorbladeren van het boek was ik echter allereerst nieuwsgierig naar de mensen achter deze foto’s. Waar komt hun passie voor Italië vandaan? Hoe vaak reizen ze af naar de laars? Ik stuurde Jolanda een tweet met de vraag om iets over hun bezoeken aan Italië te vertellen. Ik kreeg een enthousiast (en een ietsiepietsie jaloersmakend) verhaal terug, dat ik van Jolanda met jullie mag delen.

Jolanda: ‘In 2003, toen ik Ron (mijn man) net kende, nam hij me mee naar Italië. Onze eerste echte vakantie samen: de vuurdoop! Kwam het door de verliefdheid die ik al voelde voor Ron of had dat er niets mee te maken? Enfin, ik werd verliefd op de glooiende heuvels van Toscane, het lekkere eten, de indrukwekkende steden en de mooie dorpjes… Midden in de Chianti-streek verbleven wij in een prachtig gelegen appartement tussen de wijngaarden en olijfbomen. De flessen Chianti stonden al op ons te wachten. Florence, Siena en Lucca volgden daarna…

Te kort, dat was de tijd die we er de eerste keer doorbrachten. Helaas voor ons leefden we toen nog in het tijdperk van de analoge fotografie (Weet je nog? Met die rolletjes). Dus daar kan ik jullie niets van laten zien. Maar we keerden en keren nog regelmatig terug naar Italië. Het leukste vinden wij toch wel om een appartement te huren bij de boer, een agriturismo, afgewisseld met een stedentrip. Een lang weekend Milaan, Turijn, Rome of Siena bijvoorbeeld.

In 2005 maakten we een uitgebreide rondreis via het Lago Maggiore (Lago di Piano) naar de Cinque Terre aan de westkust tot aan Venetië aan de oostkust. In de Cinque Terre verbleven we op een geweldige plek, boven op een berg bij een boer. De fotogenieke dorpjes van de Cinque Terre, maar ook Camoglia en Portovenere, zijn een bezoek meer dan waard.

Lago di Piano
 

Cinque Terre

Ik vertelde al over mijn verliefdheid voor Italië en niet te vergeten voor Ron. Het is misschien dan ook niet zo gek dat ik juist in Venetië, op het Piazza San Marco, Ron ten huwelijk heb gevraagd. Ja, je leest het goed: ik heb Ron ten huwelijk gevraagd. Als moderne vrouw (lees ongeduldig) wilde ik hem op een bijzondere plek vragen. Hij zei ja!!!

Ons trouwvoornemen werd meteen van bovenaf gezegend middels vogelpoep van de in grote getale aanwezige duiven op het plein. Nog bezig de duivenpoep van Rons kleding te poetsen, besloot een tweede duif mij onder te poepen. En dat terwijl ze ons bij eerdere bezoeken aan het plein gewoon met rust hadden gelaten. We hebben direct besloten geen duiven los te laten op onze bruiloft ;-) Wat we ook toen al wisten, is dat we nog eens terug wilden naar Venetië.

In 2007 kriebelde het weer en maakten we weer een rondreis, deze keer via Turijn waar we in de oude Fiat-fabriek hebben geslapen, door naar weer een weekje bij de boer in Toscane. Van daaruit maakten we onder andere uitstapjes naar Umbrië. Op de terugweg nog een paar dagen Lago Maggiore. Heerlijk!

Turijn


Toscane

Nadat we inmiddels al een aantal bruidsreportages hadden verzorgd, werden we gevraagd om een bruidsreportage te fotograferen in Toscane. Met dat verzoek waren Ron – wij fotograferen veelvuldig samen – en ik uiteraard enorm in onze nopjes. We besloten er meteen een vakantie aan vast te knopen. In april 2010 vertrokken we naar Siena, waar het stel trouwde. In het stadhuis van Siena vond de plechtigheid plaats. Over het Piazza del Campo, waar nieuwsgierige toeristen applaudisseerden voor het bruidspaar, door naar de Duomo, waar natuurlijk ook nog wat foto’s geschoten moesten worden.

Na de lunch in Castellina in Chianti hebben we de bruidsreportage vervolgd in het mooie landschap van Toscane. We hadden het geluk een prachtige laan met cipressen te spotten en hebben daar ook nog de nodige foto’s kunnen maken. Nog nagenietend van deze mooie dag, bleven we nog twee dagen in Toscane en zijn toen richting Rome gegaan. Allebei waren we al eens in Rome geweest, maar nog nooit samen. Wat is dat toch een geweldig mooie stad. Met zoveel te zien, dat je gewoon keuzes moet maken.

Rome

Het wordt nu weer de hoogste tijd voor een nieuwe reis naar Italië; Florence, terug naar Venetië en het heerlijke Toscane, misschien een keer helemaal door naar het zuiden, naar Napels. Er valt nog genoeg te zien.

Vanaf 2004 fotograferen we met digitale camera’s en hebben we de foto’s van onze reizen naar Italië verzameld. We wilden onze passies combineren: fotografie en Italië! In het fotoboek Visita l’Italia staan onze mooiste foto’s. Het boek is nu te koop via Blurb.com (Visita l’Italia | Blurb) maar hopelijk vinden we een uitgever die het wil publiceren zodat er meer mensen van onze foto’s kunnen genieten en inspiratie op kunnen doen voor een mooie reis naar Italië.’

Dus, uitgevers die dit lezen en het boek net zo ademloos hebben doorgebladerd als ik, meld je bij Jolanda van Eek. En mocht het tot een echt boek komen, houd ons dan in elk geval op de hoogte, want ik ben ervan overtuigd dat de lezers van Ciao tutti graag zo’n prachtig koffietafelboek kopen of cadeau krijgen!

Siena

Over Ron en Jolanda
Ron de Jong (1967) en Jolanda van Eek (1966) fotograferen al vanaf de jaren ’80. Eerst analoog maar wel al met een spiegelreflex en sinds 2004 digitaal. Zij maken reizen naar de mooiste plekken op aarde, zoals Costa Rica, Maleisië, Amerika en Cuba, maar ze keren steeds terug naar hun geliefde Italië. Jolanda heeft sinds september 2010 haar eigen bedrijf, KEEK Mix, en werkt als fotograaf en grafisch vormgever voor zowel de particuliere als de zakelijke markt. Ron werkt als IT-consultant en is bij bijvoorbeeld bruiloften van KEEK Mix tweede fotograaf.

nov 04

Wie Italië zegt, denkt aan zomerse vakanties in de heuvels van Toscane. Maar je kunt natuurlijk ook in de winter volop van de Italiaanse sfeer genieten! Tijdens een skivakantie bijvoorbeeld, in de prachtige bergachtige regio’s in het noorden. Geen wintersport-liefhebber? Ga dan eens op een romantische winterse citytrip en geniet van de Italiaanse kerstsfeer.

Van de sneeuw tot aan de kerststal neemt de redactie van De Smaak van Italië je in de nieuwe editie, die vanaf vandaag verkrijgbaar is, mee op ontdekkingstocht door winters Italië, met de beste tips en bestemmingen.

Een klein voorproefje van alle winterse feesten, kerstmarkten, winterse uitjes en warme recepten die in dit nummer de revue passeren:

Carnaval in Venetië – een onovertroffen openluchttoneel
Venetianen zeggen vaak dat ze de stad het liefst zouden ontvluchten tijdens het carnaval. Dat ze zich liever verre houden van de drommen bezoekers die voor het feest naar Venetië komen. Desondanks houden ze allemaal wel van ‘hun’ carnaval. Ze vieren het wel, maar onder elkaar, op minder drukke dagen en op plekken waar toeristen doorgaans niet komen. De Smaak van Italië ging mee naar die plekken, om het carnaval van de Venetianen te ontdekken.

Naast deze prachtige reportage bevat De Smaak van Italië een bijzonder verhaal van Donna Leon, over het Casinò van Venetië.

Feest op tafel
Venetianen weten niet alleen de stad, maar ook de dinertafel om te toveren tot een feestelijk decor. Vier de feestdagen dit jaar op Venetiaanse wijze met heerlijke en prachtige gerechten uit de stad van het water, zoals spaghetti con vongole e calamari en risotto di verdure.

Caffè – Italiaanse koffie uit en thuis
Speciaal voor de koude wintermaanden: allerlei leuks en lekkers rondom Italiaanse koffie. Van recepten tot tips voor de beste koffieadresjes, van accessoires tot de koffie zelf – na het lezen van onze koffiepagina’s kijk je heel anders naar je espresso of cappuccino!

Wintersport in Italië
Wie wil skiën of snowboarden in Italië hoeft niet ver af te dalen in de laars: de beste wintersportgebieden bevinden zich, uiteraard, in de noordelijke regio’s Valle d’Aosta, Piemonte, Lombardije, Veneto en Trentino-Alto Adige (Zuid-Tirol). De pistes zijn enorm uitgestrekt en variëren qua moeilijkheidsgraad van zeer uitdagend tot geschikt voor beginners. De keuze aan bestemmingen is zelfs zo overweldigend dat je misschien door de bomen het bos niet meer ziet. De Smaak maakte een kleine selectie van de mooiste skigebieden!

Kerstmis in Italië
De bijzonderste kerstmarkten vind je in Trento, Bolzano, Turijn, Milaan en Napels. In Napels is het sowieso het hele jaar door een komen en gaan van herders en koningen. In de Via San Gregorio Armeno staan zij 365 dagen per jaar uitgestald, in allerlei soorten en maten. De Smaak van Italie wandelt 24 uur lang door Napels, maar geeft ook tips voor de andere kerstmarktbestemmingen.

Merano – kerst in adellijke sferen
Deze bestemming lichten we extra uit, omdat het er zo bijzonder is in deze tijd van het jaar! De één viert kerst het liefst op z’n Oostenrijks. Met houten kerstkraampjes, glühwein en besneeuwde bergen op de achtergrond. De ander rilt alleen al bij de gedachte daaraan. Liever palmbomen dan dennenbomen, ook in december. Er is maar één plek die beide uitersten verenigt… en dat is Merano.

Rondreizen met Giulia – Sicilië per klassieker
Helemaal in het diepe zuiden van de laars wordt het bijna geen winter. Een van de Smaak-redacteuren reisde daarom af naar Sicilië: ‘Het brullende geluid van een motor klinkt over het piazza van een Siciliaans dorp. Een witte Alfa Romeo uit 1977 komt recht voor het terras tot stilstand. Dat hij dubbel geparkeerd staat, hindert blijkbaar niemand. Met een stralende lach stapt Ben Hofman uit zijn auto. Hij zal ons meenemen op een bijzondere rondreis door Sicilië. In een Italiaanse klassieker.’

De novembereditie van De Smaak van Italië ligt vanaf vandaag in de winkel (of op de deurmat bij de abonnees). In de tijd dat jullie al deze winterse artikelen kunnen lezen en de prachtige foto’s van met name het Carnaval in Venetië bekijken, gaan mijn collega’s en ik alweer volop aan de slag met het eerste nummer van 2012, met onder andere een citytrip Pisa, een reis langs het Lago d’Iseo, het mooiste meer van Lombardije, en – als extraatje – een gids met 101 bijzondere overnachtingsmogelijkheden in la bella Italia. Vervelen is er deze winter dus zeker niet bij…

Ook werken bij De Smaak van Italië ?
DSV Media is per 1 december 2011 op zoek naar een stagiair(e) voor magazine De Smaak van Italië en vakblad Italië in Bedrijf. Ben je tweede- of derdejaars student (hbo of universiteit) en zoek je een stageplek voor minimaal vijf maanden? Heb je een passie voor tijdschriften, reisgidsen, websites en andere vormen van media? Ben je creatief en visueel ingesteld of juist organisatorisch sterk, perfectionistisch en een ster met taal? Heb je Italië door je aderen stromen?

Dan ben jij wellicht onze nieuwe stagiair(e)! Stuur ons een korte motivatie en een uitgebreid CV en wie weet mag  jij dan vanaf 1 december meewerken aan het mooiste magazine over Italië. Je kunt je motivatie en CV per e-mail sturen aan Willemijn van Dijk (w.vandijk@dsvmedia.nl), adjunct-hoofdredacteur van De Smaak van Italië.

aug 31

Vandaag een reisverslag van Johan Meeus, die dit jaar tijdens de paasvakantie (om precies te zijn van 26 april tot 7 mei) een bezoek aan Noord-Italië bracht. Hij laat jullie – en mij! – meegenieten van de streek tussen de voet van de Dolomieten en de lagune van Venetië, zowel met zijn verhaal als met de prachtige pentekeningen.

‘Een rondje door Veneto is ongeveer 400 kilometer lang. Daar trekken we in totaal twaalf dagen voor uit, tien op de fiets en twee voor citytrips. De route start in Vicenza, om richting de heuvels in het noorden te gaan. Vervolgens dwars door de vlakte rond Treviso. De pont zet ons over naar het eiland Lido, het strand van Venetië en de vissersplaats Pellestrina, gelegen in de lagune. Langs de rivier Brenta weer terug naar Padua en Vicenza.

Mijn vrouw neemt haar rol als fietsmaatje uiterst serieus. Bij het bestuderen van de kaart leiden alle wegen rechtstreeks naar Rome. Al zwervend blijven we ons verbazen. Dijken met bomen erop houden de rivier in toom, terwijl villas de vlakte beheersen. Om de verwondering van onbekend terrein vast de houden, probeer ik het landschap te tekenen. Lekker eten maakt de vakantie compleet.

Het is prima vakantieweer. Veel bomen en struiken staan in bloei, de gewassen komen net boven de grond en de zon schijnt schuchter, zonder de bleke huid te schroeien. Met een gemiddelde middagtemperatuur van 20 graden en een verkoelend windje vanuit de bergen of de zee is het aangenaam fietsen. We verlaten de gebaande paden en zoeken naar karakteristieke landerijen en landhuizen uit de 16e eeuw. Tientallen villas uit de Renaissance hebben de tijd doorstaan en geven Veneto een rijke uitstraling. Daarnaast genieten we van het mensenwerk op het land en in de tuin. Landschappen liegen niet, ze vormen een spiegel van de samenleving, vertellen iets over de geschiedenis en verwijzen naar de wijdere omgeving. Daardoor ontstaat eenheid in verscheidenheid, harmonie of contrast. Net zoals in middeleeuwse steden kronkelige karrensporen in de straatstenen zijn uitgehouwen, zo zijn villas uit de Renaissance herkenbaar aan kaarsrechte lijnen en complete cirkels, die door toenmalige architecten werden ontleend aan hun Romeinse voorgangers.

Op een Italiaans ontbijt van een croissant, aangevuld met koek en cake, fiets je niet ver. Minuscule broodjes hamsteren bij het buffet van het hotel kan niet voorkomen dat de hongerklop toeslaat. Vaak komen we aan het eind van de ochtend bij een bakker terecht, waar koffie met koek wordt geserveerd. Na een lange fietstocht veren we op bij een glaasje prosecco. Agriturismo’s serveren streekgerechten, netjes verdeeld in primo en secondo. Vooral verse groenten uit eigen tuin vallen in de smaak.

Voordat we ons overgeven aan la dolce vita moeten we de kakofonie van het Italiaanse verkeer en de verspreide verstedelijking zien te overwinnen. De snelweg Milaan-Venetië sluit bij Verona aan op de Brennerpas door de Alpen en vormt de ruggengraat van een langgerekte stadsrand. Daartussen liggen relicten van Romeinse wegen, middeleeuwse steden en monumenten uit Renaissance en Barok. De regio Veneto beslaat een areaal van 150 bij 100 kilometer, ruwweg tussen de rivieren Adige, Brenta en Paive, de Middellandse zee en de Dolomieten. Er wonen bijna zes miljoen mensen in dit sterk geïndustrialiseerde gebied. Tussen de ring- en uitvalswegen staan fabriekshallen en billboards van giganten als Benetton, Diesel en Indesit. Werkplaatsen, landbouwkavels en woonbuurten worden afgewisseld met braaklandjes en bouwterreinen. Dat wordt ‘città diffusa’ genoemd en doet denken aan de streek tussen Breda en Eindhoven, Antwerpen en Gent en de voorsteden rond Parijs.

Brenta vallei, Bassano del Grappa

Om niets van de onbekende omgeving te hoeven missen, staan alle zintuigen scherp afgesteld. In het winterbed van de rivieren worden populieren geteeld en het talud van de dijk is beplant met acacia’s. Vergeleken met Hollandse polders is het landschap rijk aan opgaand hout. Geen landbouwkavel of irrigatiekanaal of er staan struiken, bomen of wijnranken langs. De kavels bestaan uit vette klei met een bol maaiveld, doorsneden door diepe greppels. Intensief beteelde velden, braaklandjes en bouwterreinen wisselen elkaar af. Rivieren worden afgetapt om rijstvelden te bevloeien en vruchtbomen en tuinbouwgewassen aan het infuus te leggen. Irrigatiekanalen maken het geluid van kabbelende beekjes. Witbloeiende acacia’s verspreiden een indringende, weeïge geur. Klaprozen voorzien de bermen van roodgroene contrastkleuren. Moestuinen, wijngaarden en boomgaarden ontbreken op geen enkel boerenerf. Vrijwel alle wegen op het platteland zijn in gebruik als uitvalswegen voor steden. Vaak komen we op de fiets tussen luid toeterende vrachtwagen terecht. Jaagpaden langs kanalen, rivieren, dijken en heuvels verlevendigen het overwegend vlakke land.

Agrarisch landschap, Grantortino

Villa Rotonda bij Vicenza zet met klassieke architectuur een tempel op de top van de heuvel. Tijdens de renaissance vond er vanuit Venetië een tweede ontginning van Veneto plaats, die al door de Romeinen was ingezet met de aanleg van heerwegen en de eerste drooglegging van moerassen. In de 16e eeuw werd de streek opnieuw gekoloniseerd, nu door Venetiaanse aristocraten, die er zomerverblijven lieten bouwen. De architect Andrea Palladio (1508-1580) bouwde tientallen soortgelijke villas in Veneto, omgeven door omvangrijke boomgaarden, tuinen en landerijen. In Fansolo en Malcontenta vallen de villas Emo en Foscari op door hun kloeke afmetingen en voorname uitstraling.

Villa Barbaro, Masèr

Daniele Barbaro, de opdrachtgever van de gelijknamige villa, bundelde de antieke geschriften, waarin Vitruvius de Romeinse bouwkunst beschreef en bestudeerde Romeinse ruïnes, om inspiratie op te doen voor het ontwerp van zijn landhuis. Villa’s van Palladio zijn zowel robuust als frivool en bestaan uit geometrische vormen, zoals rechtstanden, kubussen, bollen en driehoeken, die via symmetrie en hiërarchie zijn geschakeld. Vanuit de eerste verdieping zijn de landerijen te overzien. Paarden houden het gazon van villa Barbaro kort en drinken uit de eeuwenoude fontein.

Villa Rotonda bij Vicenza en villa Barbaro in Masèr zijn uitgegroeid tot iconen van een tijdperk, waarin de antieke Romeinse idealen werden opgepoetst. Zeven van de bijna twintig nog bestaande villas van Palladio hebben we kunnen bezichtigen, waarvan een drietal (villa Barbaro, Emo en Foscari) extra uitgebreid, inclusief het interieur en de omgeving.

Villa Emo imponeert, doordat brede zijgebouwen, stevige standbeelden en lange lanen de wijde omgeving in hun greep houden. Villa Foscari vormt een uitroepteken aan het naastgelegen kanaal. Elk half uur legt er een boot toeristen uit Venetië aan, om na een bliksembezoek weer snel te vertrekken. Beeldhouwwerken en muurschilderingen benadrukken de relatie tussen binnen en buiten. Aardkleuren overheersen zowel op de buitenmuren als op de gewelven van de zalen, die met fresco’s zijn versierd: veel lichtgeel, rozerood en gebroken wit. In de tuin en op de dakrand staan standbeelden. Fronton, pilaren en arcades maken een landhuis tot klassieke villa; beelden, tuinen en fresco’s verbeelden het goede leven op het land, waarbij natuur en cultuur hand in hand gaan.

Villa Foscari, Malcontenta

De villatuinen zijn minder uitgesproken dan de gebouwen. Grasvelden en terrassen worden omgeven door hagen en lanen, die de velden doorsnijden. Daarmee wordt de blik van de landheer tot ver in en over de landerijen geleid.

Villa Emo, Fansolo

Het mooiste plekje dat we in Veneto tegenkomen is de botanische tuin van Padua. Daniele Barbaro, de bouwheer van de gelijknamige villa en de uitgever van boeken van Vitruvius, was in 1545 ook opdrachtgever van deze unversiteitstuin. Een cirkelvormige muur beschermt de meest fragiele planten en vormt een kader voor bloembedden, vergelijkbaar met de lijst om een schilderij. De plantencollectie, voorzien van bordjes met Latijnse namen, soort bij soort, is bedoeld voor onderzoek en educatie. Tuinmannen passen met passie op de planten, geven ze water en beheren de collectie, alsof het om juwelen gaat, die in een vitrine liggen te schitteren. Studenten luisteren naar de uitleg van de gids, voelen aan bladeren, ruiken aan bloemen en bestuderen op aanschouwelijke wijze de biodiversiteit. Net als de villas op het platteland demonstreert deze stadstuin dat het ideaal van de integratie van natuur en cultuur uit de Renaissance springlevend is.

Botanische tuin, Padua

In Veneto is La dolce vita minder doordrenkt van decadente fratsen dan de film van Fellini uit 1960, die zich afspeelt rondom Via Veneto te Rome. Je hoeft geen aristocraat, landheer of architect te zijn, om geraakt te worden door klassieke landhuizen en landerijen. Villas en tuinen uit de Renaissance blijven bijzonder en kunnen rekenen op verwondering. Ze tekenen is als proeven van onbekende gerechten. Wie wil er op vakantie niet verrast worden?’

Getagd met:
aug 30

Venetië en gondels, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar je ook over het water uitkijkt, vaak zie je zo’n zwarte, ranke boot opduiken – met naast een gondelier in gestreept shirt een groep toeristen en nu en dan zelfs een accordeonist die zijn repertoire beperkt tot O sole mio.

Zie je ze in een rustig wijkje even niet op het water balanceren, dan weet je dat je echt de toeristische stukjes stad achter je hebt gelaten. De plek van de gondels wordt ingenomen door kleine bootjes van bewoners die een dagje naar het strand trekken, de vuilnisboot of gewoon een glad spiegelend wateroppervlak.

De gondels hebben een enorme aantrekkingskracht op wie met een camera in de hand door Venetië slentert. Ook ik kon het niet laten om af en toe een mooi rijtje gondels vast te leggen:

Maar in een gondel stappen om voor ruim 75 euro nog geen uurtje over het water te glijden, nee, dat hadden mijn reisgenoot en ik er niet voor over. In rap Italiaans wimpelden we de gondeliers die op de verschillende bruggetjes staan in de hoop passagiers te vinden af – ook als het het driehonderdste bruggetje was waar we die dag overheen wandelden.

Toch hebben A. en ik één keer in een gondel gezeten, omdat we van de ene kant van het Canal Grande naar de andere wilden zonder een duur kaartje voor de vaporetto te kopen – en zonder een nat pak te halen natuurlijk. We keken de kunst af van een paar Venetiaanse oude vrouwtjes, die al keuvelend op een soort gondelpont stapten, traghetto genaamd.

Deze traghetti vind je op verschillende plekken aan beide zijden van het Canal Grande. Aangezien er maar drie bruggen over het Canal Grande lopen, scheelt deze service je vaak een behoorlijk eind omwandelen. Om van het geld en de tijd die je aan de vaporetto kwijt bent nog maar niet te spreken. En zeg nou zelf: niets beter dan een overtocht in een gondel, al duurt die nauwelijks 5 minuten.

Tijdens deze overtocht blijven de Venetianen overigens meestal staan, maar A. en ik konden – als enige passagiers – beiden een bankje aan de uiteinden bezetten, zodat we ook nog mooie foto’s konden maken van deze ervaring en de omringende palazzi aan het Canal Grande:

Aan het eind van de oversteek overhandig je een van de gondeliers (op deze traghetti zijn er twee gondeliers per gondel) 50 cent en een brede glimlach. Na een paar woorden in Venetiaans dialect te hebben aangehoord, sta je aan de overkant van het water – een ervaring rijker en zonder een enorme omweg.

Voor wie dit ook wel eens wil proberen, tegenwoordig telt de stad zeven traghetti over het Canal Grande:

*van de Fondamente S. Lucia (het station) naar de Fondamenta San Simeón Piccolo en viceversa
*van San Marcuola naar de Fóndaco dei Turchi (bij het natuurhistorisch museum) en viceversa
*van Santa Sofia (vlak bij Ca’ D’Oro) naar de Pescaria (de vismarkt bij de Rialtobrug) en viceversa
*van de Riva del Carbòn naar de Fondamente del Vin en viceversa
*van Sant’ Angelo naar San Tomà en viceversa
*van San Samuele naar Ca’ Rezzonico en viceversa
*van het Campo del Traghetto naar de Calle Lanza (bij de Santa Maria della Salute) en viceversa

Een van de gondeliers die ons overzette, wist ons nog te vertellen dat het systeem van de traghetti al eeuwenlang bestaat. Volgens hem waren er in 1697 nog 42 traghetti, waarvan er 23 een vaste route hadden. De andere werden meer gebruikt als een soort watertaxi’s en brachten mensen naar waar ze maar heen wilden – zelfs naar Burano, Murano of een van de kleinere eilanden.

Een kaart van Venetië uit 1677, de Disegno della Pianta di Venezia, laat inderdaad zien dat er toentertijd 23 vaste traghetti-routes waren, waarvan er 19 het Canal Grande oversteken en 4 het Canal della Giudecca. Deze traghetti zijn lang niet meer allemaal in gebruik, maar sommige straatnamen herinneren nog aan het feit dat er daar ooit een oversteekplaats was. De Calle de Traghetto San Giorgio (in Dorsoduro) bijvoorbeeld, die volgens de kaart was verbonden met de Campiello Traghetto (bij de S. M. Zobenigo).

Niet alleen een fascinerende ervaring, zo’n traghetto-ritje, maar ook een bijzondere kijk op de geschiedenis van de stad. Wij maken er straks in elk geval nog even gebruik van, mooi als laatste blik op de stad!

aug 29

Jan en Hubert Van Eyck, beter bekend als de gebroeders van Eyck, schilderden in 1432 Het Lam Gods, een altaarstuk dat zich in de Sint-Baafskathedraal in Gent bevindt. Dit Belgische meesterwerk inspireerde de Oekraïense kunstenaar Oksana Mas, die met haar ei-genzinnige bewerking ervan haar land vertegenwoordigt op de Biënnale in Venetië.

Oksana Mas herschiep delen van het kunstwerk van de gebroeders Van Eyck, dit keer niet opgebouwd uit penseelstreken maar uit beschilderde houten paaseieren. 3.640.000 houten eieren, om precies te zijn, beschilderd door mensen uit 42 verschillende landen. Dat moet een hels karwei zijn geweest: eieren verzamelen, mensen vragen die – in een bepaald kleuraccent – te beschilderen en deze beschilderde eieren vervolgens samenvoegen tot 7 verschillende panelen die elk een klein detail uit Het Lam Gods verbeelden.

Op onderstaande foto’s zie je achtereenvolgens het originele kunstwerk van de gebroeders Van Eyck en de delen die Oksana Mas met haar beschilderde eieren naar Venetië bracht:

De drie mooiste fragmenten worden tentoongesteld op het pleintje voor de San Stae, in de buurt van de Rialtobrug. Wanneer je van het station naar Rialto vaart, heb je vanaf het dek van de vaporetto een prachtig uitzicht op het hoofd van Maria. Vanaf het water zie je waarschijnlijk niet eens dat haar gelaat is opgebouwd uit houten eieren, zo levensecht doet Mas’ kunstwerk aan. Een aantal foto’s van de panelen op dit pleintje aan het water:

Van veraf zie je eigenlijk niet eens dat de stukken zijn opgebouwd uit eieren. Pas van dichtbij zie je dat elk ei een kunstwerk op zich is (uitzonderingen daargelaten…):

Vier andere panelen zijn te zien in de kerk San Fantin, in de buurt van operatheater La Fenice. Persoonlijk vind ik de eieren buiten beter tot hun recht komen, maar het werk van Mas is te bijzonder om deze vier panelen links te laten liggen tijdens je wandelingen door de stad.

Oksana Mas liet zich overigens niet alleen inspireren door de gebroeders Van Eyck. Het is in de Oekraïne al eeuwenlang traditie om met Pasen houten eieren te beschilderen met folkloristische motieven. Het was ook niet de eerste keer dat ze met houten eieren aan de slag ging. In januari 2010 creëerde ze al een uniek portret van Maria, waarvoor ze 15.000 houten eieren gebruikte.

Ze deed precies negen maanden over het maken van dit kunstwerk – een symbolische periode. Deze Maria is te bewonderen in de kathedraal van Kiev. Maar die in de Venetiaanse buitenlucht is stiekem nog veel mooier…

Getagd met:
aug 28

Vlak voor vertrek naar Venetië kreeg ik de vraag een aantal teksten te vertalen voor een bruidspaar dat eind deze maand in Venetië in het huwelijk zal treden. Het was niet zo veel tekst, dus ik besloot de opdracht aan te nemen en de tekst te vertalen op de plek waar de twee geliefden over een aantal weken vast ook zouden staan, het Campo dei Miracoli.

Hier staat namelijk de kerk Santa Maria dei Miracoli, die door Venetianen ook wel de huwelijkskerk wordt genoemd. Luc Verhuyck, die we al kennen van zijn eerdere boeken SPQR en Firenze, met wetenswaardigheden over respectievelijk Rome en Florence, kwam vlak voor mijn vertrek naar Venetie met een nieuw boek: Venezia, een anekdotische reisgids. De perfecte reisgenoot voor een bezoek aan deze prachtige stad!

Lees maar wat hij over deze bijzondere kerk weet te vertellen:

‘In 1952 gebruikte Orson Welles dit heiligdom als decor voor het huwelijk van Othello en Desdemona in zijn verfilming van Shakespeares Othello. Welles speelde zelf Othello, Desdemona werd vertolkt door Suzanne Cloutier. Hij won in hetzelfde jaar met zijn film de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes.

De kerk is een meesterwerk uit de vroege renaissance en is gebouwd tussen 1481 en 1489 door Pietro Lombardo, wellicht naar een eerder ontwerp van Mauro Codussi. Het kerkje wordt ook wel ‘het juwelenkistje’ genoemd, niet in het minst vanwege zijn tongewelf, die het de vorm en het uitzicht van een juwelendoosje geeft. Die indruk wordt versterkt door het kleurrijke marmer waarmee de voorgevel en het interieur bekleed zijn, door de fraaie vloer, de in reliëf uitgewerkte triomfboog vóór het altaar en op de koorafsluiting en door het marmeren inlegwerk op de altaartreden.

Zijn officiële naam ontleent het heiligdom aan het feit dat er boven het altaar een veel vereerde Madonna met Kind van Niccolò di Pietro (voor 1394-na 1430) wordt bewaard waaraan sinds 1477 miraculeuze krachten worden toegeschreven. De afbeelding was in 1408 besteld door de koopman Francesco Amadi.

De geveldecoraties van porfier en groenmarmer, waarvan men zegt dat het om overtollig materiaal van de San Marco zou gaan, heeft Lombardo ook gebruikt voor ander werk, te weten het Ca’ Dario, gelegen langs het Canal Grande, tussen het Guggenheim en de Salutekerk en de Scuola Grande di San Marco. De marmerplaten aan de gevel zijn met metalen krammen aan de bakstenen vastgemaakt, waardoor vocht en/of het zoute water van de kanalen zich niet achter het marmer kan vastzetten.

Binnen is de half cilindervormige zoldering versierd met vijftig paneeltjes met bustes van profeten en heiligen, in 1528 uitgevoerd door verschillende kunstenaars. Aan de binnenzijde van de gevel bevindt zich boven de ingang de barco of coro pensile (hangend koor), versierd met een Madonna met Kind van Palma Il Giovane. Tot 1865 verbond een soort loopbrug dit koor met het nonnenklooster.

Veertien treden leiden naar het verheven priesterkoor, dat begrensd wordt door een mooie balustrade met daarop beeldjes van de heilige Franciscus, de heilige Clara, de Heilige Maagd en de annunciërende engel Gabriël, allemaal het werk van Tullio Lombardo. De bronzen beeldjes van Sint-Pieter en Sint-Antonius zijn van Alessandro Vittoria. Het deurtje links onder het koor geeft toegang tot de sacristie.

In de koepel zijn medaillons van de vier evangelisten te zien. Links en rechts van de trap naar het priesterkoor staan marmeren beelden van de heilige Clara (rechts) en de heilige Franciscus (links) van Girolamo Campagna. Op de linkerzijgevel van de kerk is de derde halfzuil onder het kapiteel beschadigd, wat te zien is vanaf de Ponte dei Miracoli, links voor de kerk.

Dat is het gevolg van een Oostenrijkse bom tijdens de Eerste Wereldoorlog, die de kerk gelukkig slechts met een schampschot raakte en toen in het water terechtkwam. Tijdens die wereldbrand werd Venetië door ruim vierhonderd Oostenrijkse bommen getroffen. Dit projectiel hier was een van de weinige die niet ontploften. De kerk heet dan ook niet zomaar dei Miracoli.

In september 2007 besliste het stadsbestuur van Venetië dat het voor familie en vrienden van koppels die in het huwelijk treden voortaan verboden is rijst over het pasgetrouwde stel uit te strooien bij het verlaten van de kerk. De maatregel is genomen omdat de rijst duiven aantrekt. Het is een wat ambigue maatregel, want op het San Marcoplein, maar alleen daar, mag nog steeds maïs worden verkocht om de vele duizenden duiven te voederen, die nochtans voor heel wat overlast zorgen.’

Gelukkig valt er voor die rijst vast iets anders te verzinnen. En anders zijn er nog genoeg andere kerken en kapellen in Venetië waar er getrouwd kan worden. Luc Verhuyck noemt ze (bijna) allemaal, maar hij neemt je in Venezia ook mee naar de huizen van kooplieden, musea, kades, de eilanden, het Arsenaal en alle andere moois dat de stad te bieden heeft.

Zelf zegt de auteur het volgende over zijn gids en alles wat daarin is opgenomen: ‘Let wel, dit is geen boek met reisverhalen of met persoonlijke ervaringen, het is een reisgids waarin volksverhalen, stadslegenden, petites histoires, faits divers en leuke weetjes naast elkaar staan.

Daarvoor zijn papieren bronnen, zowel literaire als historische, zowel biografische als religieuze, gebruikt, alsmede tal van kunsthistorische werken, oude reisgidsen, correspondenties, ambtelijke stukken en dergelijke. Veel hebben we over Venetië gelezen en we hebben de stad vaak bezocht. Waar dat mogelijk was is de informatie ter plekke gecontroleerd, maar veel verhalen baden in een sfeer van waas en mysterie, zoals de stad zelf dat eigenlijk doet.

In Venetië hangt namelijk een bijzondere, wat mysterieuze sfeer. De stad heeft met haar mistige vergezichten, zacht klotsende kanalen, huizen in het water, kleine, smalle straatjes, doodlopende steegjes, onverwachte, verstilde pleintjes, duistere sottoportego’s (doorgangen onder de huizen), talrijke bruggetjes, verrassende hoekjes, iets geheimzinnigs. Er is nauwelijks nieuwbouw en mede daardoor heeft de stad haar middeleeuws karakter veelal behouden.

Tel daarbij op het eigen dialect, de commedia dell’arte, het carnaval en de maskerades, de anachronistische gondels: dat allemaal samen heeft door de eeuwen heen bezoekers van diverse pluimage aangetrokken. Zo kon Venetië een stad worden van avonturiers, een stad waar waarzeggers, tovenaars en duivelbezweerders, acteurs en acrobaten, goochelaars en escamoteurs, ballerina’s en muzikanten, astrologen en alchemisten, gifmengers, kwakzalvers en valsemunters, onheilsprofeten en volksverlakkers, wonderdoeners en gelukzoekers, oplichters, vrijmetselaars en kabbalisten, vleiers en spionnen, spelers en courtisanes, vagebonden, brouwers van liefdesdrankjes en levenselixirs en allerhande andere duistere figuren de ideale omgeving konden vinden om misbruik te maken van de goedgelovigheid der mensen. Geen wonder dus dat spoken, duivels en ander rondvliegend tuig uit mythes of sprookjes steeds weer opduiken in de volksverhalen en de stadslegenden.’

Laat al deze verhalen tot leven komen met Verhuycks verhalen en geniet van Venezia, of je nu door de stad loopt of lekker in je luie stoel zit…

Venezia, een anekdotische reisgids
Luc Verhuyck
ISBN 9789025368159
€  22,50
uitgeverij Athenaeum

aug 27

Een van mijn favoriete auteurs, David Hewson, komt in oktober met een nieuwe thriller. Ditmaal speelt het spannende verhaal zich niet af in Rome, zoals we gewend zijn van zijn eerder verhalen, maar in Venetië. Aangezien ik daar zelf op dit moment verblijf, mocht ik van uitgeverij De Fontein alvast het manuscript lezen – en een fragment met jullie delen!

De hoofdpersoon van De schaduw van Lucifer, Daniel Forster, heeft een zomerbaantje in de bibliotheek van een verzamelaar en raakt betoverd door het aanlokkelijke Venetië. Wanneer hij er door zijn werkgever op uit wordt gestuurd om een viool te kopen van een dief, zet hij een kettingreactie van geweld en bedrog in gang. Hij belandt in een wervelwind die draait om een aantrekkelijke vrouw, een mysterieus palazzo en een eeuwenoude verloren gewaande partituur. Zonder dat hij het beseft, volgt Daniel met elke stap de voetsporen van een andere jongeman, die in 1733 oog in oog kwam te staan met een moordenaar.

Hun twee verhalen komen samen en slepen de lezer mee van een geniaal wonderkind en een genadeloze moordenaar naar een schitterend crescendo. Lees maar mee!

‘Hij had eraan gedacht zich in het zwart te kleden. Het goedkope, dunne pak van Standa. Glanzende, nette schoenen. Een nep-Ray-Ban Predator die hij van een zojuist gearriveerde Japanse toerist op het Piazzale Roma gestolen had.

Rizzo stak een sigaret op en wachtte bij het poortgebouw van San Michele. Het was de eerste zondag van juli. Het begon zomer te worden in de lagune, een verandering die gemarkeerd werd door het getjilp van zwaluwen boven zijn hoofd en een luie hitte die uit het water opsteeg. Een pittig briesje woei door de cipressen die als uitroeptekens over het kerkhof verspreid stonden. In de schaduw van een nis rechts van hem bevond zich, discreet aan het oog onttrokken, een keurige stapel lege, grenen doodskisten. In een zonnestraal die op een hoek van de dichtstbijzijnde kist viel zag Rizzo iets bewegen. Een kleine hagedis met stippen over zijn hele ruggengraat schoot naar het gouden vlekje toe, wachtte daar even en haastte zich toen terug het gebarsten metselwerk in.

Wat een baan, zeg, dacht Rizzo. Betaald worden om een lijk te controleren.
De beheerder van de begraafplaats kwam zijn kantoor uit en staarde naar de sigaret tot Rizzo hem uittrapte. De man was klein en dik, en zweette in zijn hagelwitte katoenen overhemd. Hij leek een jaar of veertig, had een volle bos vettig haar op zijn hoofd en een dun snorretje, dat leek op een in tweeën gebroken kam waarvan de helften boven een paar vlezige lippen geplakt waren.

‘Heb je de papieren?’
Rizzo knikte en deed een flauwe poging tot een glimlach. De opzichter keek chagrijnig, alsof hij verwachtte dat er iets mis was. Rizzo was vijfentwintig, maar leek in deze kleren wel dertig. Nog steeds wat te jong, vermoedde hij, om een verdwaald lijk te komen opeisen alsof het een koffer uit een bagagekluisje op het station betrof.

Hij haalde de papieren tevoorschijn die de Engelsman hem die ochtend in het grote, vorstelijke appartement achter de Guggenheim-galerie gegeven had. Massiter had gezegd dat het daarmee wel zou lukken. Ze hadden ten slotte genoeg gekost.
‘Bent u familie?’ vroeg de opzichter en hij staarde naar de regels vol kleingedrukte lettertjes op het vel.

‘Neef,’ antwoordde Rizzo.
‘Verder geen familie?’
‘Allemaal dood.’
‘Hm.’ De man vouwde de papieren op en stak ze in zijn zak. ‘U had nog vier weken kunnen wachten, weet u. Tien jaar hebben ze. Tot op de minuut. Ik heb hier de laatste tijd heel wat mensen gezien. Maar nooit zo vroeg op de dag.’
‘Verplichtingen.’

De beheerder trok een gezicht. ‘Natuurlijk. De doden moeten zich wel naar onze agenda schikken. Niet andersom. Maar toch…’ Hij trakteerde Rizzo op een professionele blik met wellicht iets van sympathie erin. ‘U bent er in ieder geval. U zou ervan staan te kijken hoeveel van die arme donders nooit teruggevorderd worden. Brengen een decennium onder de grond door en worden dan naar het knekelhuis van de gemeente overgebracht. We hebben geen keus, weet u. Er is geen plek.’

Dat wist iedereen in Venetië, dacht Rizzo. Als je op San Michele begraven wilde worden, moest je de regels accepteren. Het eilandje tussen Murano en de noordelijke kustlijn van de stad was vol. De grote namen waar de toeristen voor kwamen, rustten veilig in hun graven. Alle anderen hadden slechts tijdelijk toestemming, tien jaar om precies te zijn. Als de huurtermijn voor dat kleine stukje grond verstreken was, was het aan de familie om de botten naar elders te verhuizen of dat aan de gemeente over te laten.

De Engelsman wist dat ook heel goed. Om redenen waar Rizzo niet nieuwsgierig naar was, had hij de papieren voor de opgraving al vroeg in orde gemaakt zodat hij als eerste wist wat zich in de kist bevond. Misschien was er nog iemand in het rottende lijk geïnteresseerd, iemand die zich netjes aan de deadline van tien jaar hield. Misschien ook niet. Rizzo snapte er nog steeds niet veel van. Was het zijn bedoeling om te controleren of er echt een lijk in de kist lag? Dat moest wel. Om eerlijk te zijn kon het hem weinig schelen. Als die vent hem duizend euro wilde betalen, alleen om met wat velletjes of vervalste documenten te wapperen, dan stelde hij geen vragen. Het was weer eens wat anders dan mensen van hun portemonnee beroven in de drukte van San Marco.

‘We hebben hier procedures voor,’ zei de man. ‘We houden ervan om de zaken netjes af te handelen.’
Rizzo liep achter hem aan,voorbij de keurige collectie van glanzende nieuwe kisten, het felle zonlicht in. Ze liepen over het eerste deel van het kerkhof waar de doden met de langetermijnvergunningen lagen en toen verder naar een afgelegen gedeelte dat bestemd was voor de niet-aflatende cyclus van tijdelijke teraardebestellingen. Groene dekzeilen markeerden de plekken waar de recente lijkenoogst had plaatsgevonden. Op elke minuscule grafsteen zat een fotootje: jong en oud, verstild in de tijd, in de lens kijkend alsof ze nooit dood zouden gaan. Ze hielden halt bij Recinto 1, Campo B, midden in een zee van bloemen. De opzichter wees naar de steen. Daar stond haar naam, van achter naar voren, zoals bij iedereen op het kerkhof: Gianni, Susanna. Net achttien geworden. Het graf was leeg, de aarde zojuist weggeschept.

Er zat een foto van haar in een ovaal lijstje dat op de marmeren grafsteen bevestigd was. Rizzo kon er zijn ogen niet van afhouden. Susanna Gianni was een van de mooiste meisjes die hij ooit had gezien. De foto was buiten genomen, op een zonnige dag, misschien wel vlak voor haar dood. Ze had een paars t-shirt aan. Haar lange, donkere haar viel tot op haar schouders. Haar gezicht en hals waren gebruind door de zon, haar mond toonde een natuurlijke, open glimlach. Ze zag eruit als een jonge meid die op het punt van afstuderen stond, onschuldig, maar met een uitdrukking in haar ogen die duidelijk maakte dat ze het een en ander had meegemaakt en opgestoken. Rizzo sloot zijn ogen achter de donkere glazen en probeerde zijn gedachten te kalmeren. Het was idioot, dat wist hij, maar hij voelde dat hij stijf begon te worden bij het zien van dit onbekende meisje dat, voor zover hij kon uitmaken, bijna tien jaar daarvoor gestorven was.

‘Wilt u de grafsteen ook?’ verbrak de beheerder plotseling de even angstaanjagende als heerlijke dagdromerij. ‘Als u wilt mag u hem met de kist meenemen. Ik neem aan dat u een boot geregeld heeft, hè?’
Rizzo antwoordde niet. Hij stak zijn handen diep in de zakken van zijn goedkope jasje en hield ze voor zijn lichaam, waarbij hij zich afvroeg of het de man opgevallen was.
‘Waar is ze?’ vroeg hij.
‘Laat die lui van de boot hierheen komen. Ze weten waar ze naartoe moeten.’
‘Waar is ze?’ herhaalde Rizzo. De Engelsman was heel duidelijk geweest over wat hij wilde.

Zonder iets te zeggen draaide de man zich om en hij begon in de richting van een verlaten hoek in het noordelijke deel van de begraafplaats te lopen. Aan de rechterkant voer een van de grote veerponten naar Burano en Torcello voorbij. In de veranderlijke lucht hingen zeemeeuwen. Een aantal gestalten bewoog zich tussen de grafstenen door, sommigen met bossen bloemen in de hand. Rizzo was hier nog maar één keer eerder geweest, met een vroeger vriendinnetje, voor een bezoek aan haar oma. Hij kreeg de kriebels van deze plek. Als het zijn tijd was, wilde hij verdwijnen in de laaiende vlammen, één plotseling oplaaiend vuur in het gemeentelijke crematorium op het vasteland. Niet hier in de droge aarde van San Michele liggen wachten, om een decennium later weer opgegraven te worden.

Als je benieuwd bent naar het vervolg, zet dan alvast in je agenda dat De schaduw van Lucifer begin oktober verschijnt. Nog even in spanning afwachten dus!

De schaduw van Lucifer
David Hewon
ISBN 9789026128622
ca. € 19,95
uitgeverij De Fontein

aug 24

Het nieuwe kookboek van Jamie Oliver, Jamies reizen, is een verzamelwerk van de beste gerechten uit zes fantastische landen op slechts een steenworp afstand van Nederland. Elk hoofdstuk richt zich op een ander land: Frankrijk, Griekenland, Spanje, Marokko, Zweden en natuurlijk Italië. Klassieke recepten, zoals tajines uit Marokko, flamboyante paella van Spanje, troostende risotto uit Italië en de pittige verse smaken van een klassiek Griekse salade, staan naast recepten die Jamie onderweg tegenkwam op marktjes, in barretjes en aan tafel bij mensen thuis.

In elk land staat een stad centraal. Zo bezoekt Jamie in Italië Venetië, waar hij een culinaire ontdekkingsreis maakt langs de lekkerste ingrediënten en inspirerende recepten. Het boek is zo veel meer dan een kookboek. Het is ook een uitnodiging om zelf deze plaatsen te bezoeken en de rijkdom aan smaken en eten te ontdekken.

Lees en reis mee met Jamie naar La Serenissima:

‘Hoewel bijna iedereen Venetië kent van James Bond – The Italian Job – of van schilderijen, is de aanblik van al dat water en de ontelbare bootje iets waar je nooit op voorbereid bent. Het is een bestemming waar de rest van de wereld terecht al eeuwenlang door gefascineerd is, omdat een lagune aan de Adriatische kust wel de laatste plek is waar je een dergelijke stad zou verwachten. Maar daar ligt hij dan. Nog altijd op dezelfde houten palen waarop de stad honderden jaren geleden gebouwd is.

De stad werd in de vijfde eeuw gesticht door mensen die op de vlucht waren voor Barbaarse invasies op het vasteland. Na een tijdje kwam iemand op het lumineuze idee om houten palen in de bedding van de lagune te slaan en die als fundering te gebruiken. Hoe ze op het idee kwamen en het uiteindelijk ook voor elkaar kregen, is mij een raadsel, maar ze slaagden er wonderwel in. Het is echt ongelofelijk als je ziet welke architectonische hoogstandjes deze bouwstijl uiteindelijk heeft opgeleverd. […]

Als ik de Venetiaanse keuken zou moeten samenvatten, zou ik zeggen dat het een keuken van contrasten is. Aan de ene kant heb je de zeer luxueuze keukens van de rijken: gerechten vol exotische specerijen uit verre landen, prachtige wijnen, waanzinnig wild uit de moeraslanden en een overvloed aan zeebanket uit de wateren rond de stad. De gerechten hebben onmiskenbaar een extravagante elegantie. Inktvisinkt, dat door Venetianen gebruikt wordt om pasta en risotto mee te kleuren, is daar een goed voorbeeld van. Het is gitzwart en je kunt je haast niet voorstellen dat een zo donkere substantie zo ontzettend lekker kan zijn, maar het is echt zo.

Vanzelfsprekend staat tegenover dergelijke luxe de eenvoudige, eerlijke en ongekunstelde keuken van het volk. Venetië ging door een diep dal toen het de status van supermacht definitief kwijt was en zelfs de adel genoegen moest nemen met de cucina povera, de armeluiskeuken. Maar zoals de meeste fijnproevers je kunnen vertellen is een dergelijke stijl van koken minstens even spannend als – zo niet spannender dan – al die chique happen.

Een van de beste voorbeelden daarvan is risotto, misschien wel het beroemdste Venetiaanse gerecht. Dankzij de vele rijstvelden in de Veneto was risottorijst er ruim voorhanden en spotgoedkoop. Risotto is altijd al een van mijn favoriete gerechten geweest, dus een paar dagen in de stad verblijven die wereldberoemd is vanwege dit smeuïge, hartverwarmende gerecht, was voor mij als een droom die werkelijkheid werd. Een van de hoogtepunten was dat ik risotto heb mogen maken met de absolute grootmeester van de korrel, Signor Ruggero, die algemeen bekendstaat als de beste risottochef van heel Italië, om niet te zeggen van de hele wereld…’

Uiteraard deelt Jamie de risottorecepten die hij uitprobeerde met zijn lezers. Hij geeft het recept voor de ‘gewone’ risotto bianco, maar ook voor risotto met artisjok, risotto met tomaat en basilicum, en risotto met doperwtjes en kruiden.

Ook andere beroemde Venetiaanse gerechten als carpaccio, minestrone, visstoof en spaghetti alle vongole ontbreken niet in Jamies kookboek. Zoetekauwen komen volop aan hun trekken met de volgens Jamie beste tiramisù en uiteraard ontbreekt ook de bekendste cocktail uit Venetië, de Bellini, niet!

Een culinaire reis naar Venetië was nog nooit zo binnen handbereik; binnen een paar uur tover je je keuken om tot de keuken van een Venetiaans palazzo waar de lekkerste geuren uit opstijgen. Buon viaggio e buon appetito!

Jamies reizen
Jamie Oliver
ISBN 9789021550008
€ 29,95
uitgeverij Kosmos

preload preload preload