sep 08

Charlotte Dekkers is een enorme Venetiëfan. Om ook anderen te laten meegenieten van al het moois dat deze stad te bieden heeft, begon ze enige tijd met Ontdek Venetië, een nieuwe website van en voor liefhebbers van ‘de mooiste stad van Europa,’ aldus Charlotte.

Ontdek Venetië is een ideale start voor een geslaagde stedentrip naar Venetië, met veel tips en uitgebreide beschrijvingen van de beste hotels, appartementen en leuke bed & breakfast-adressen. Uiteraard vind je er ook allerlei informatie over de belangrijkste bezienswaardigheden, zoals het San Marco-plein en het Dogenpaleis.

Charlotte wil bezoekers van de stad echter ook en vooral kennis laten maken met het onbekende Venetië, zoals de wijk Cannaregio. Vandaag slenteren we samen met Charlotte door deze oudste wijk van Venetië…

Cannaregio ligt aan de noordkant van de stad, tussen het Canal Grande en de laguna, en staat ook wel bekend als de meest authentieke wijk van Venetië. Hier wonen studenten tussen de kunstenaars en de Venetianen. Het is een wijk met smalle steegjes en overal gekleurde was voor de ramen. Cannaregio is ook de wijk waar Marco Polo heeft gewoond. Je vindt er vele historische bouwwerken en gezellige pleinen met terrassen die vooral in de avond tot leven komen.

In het voormalige ghetto vind je tal van herinneringen aan de Joodse onderdrukking. Rond 1500 werden de joden namelijk verplicht zich in deze wijk te vestigen. Het eiland werd door bewakers in de gaten gehouden en er gold ook een avondklok. De huizen zijn hier allemaal een stuk hoger dan in de rest van Venetië, aangezien er verdiepingen op bestaande huizen moesten worden gebouwd om de vele joden te kunnen huisvesten. Bekijk zeker ook de bronzen plakkaten op het Campo del Ghetto, waarop de verschrikkingen uit de Tweede Wereldoorlog worden herdacht.

Vlakbij de Strada Nova vind je de Fondamenta degli Ormesini, een heerlijke plek om een lange wandeling te maken. Hier proef je de sfeer van het echte Venetië. Heel soms kom je een paar toeristen tegen, maar de sfeer van de volksbuurt overheerst. In dit stukje Cannaregio vind je ook een aantal gezellige wijnbars waar het op de kade goed toeven is.

Ook de bijzonderste brug van Venetië ligt in deze wijk. Van de ruim 500 bruggen in Venetië is de Ponte Chiodo namelijk de enige brug zonder leuning. Vroeger werden op deze brug gevechten gehouden. Hij is oorspronkelijk rond 1780 gebouwd als privé-toegangsbrug naar het Palazzo Chiodo en ligt aan de Fondamente di San Felice, met aan weerszijden smalle steegjes en verrassende doorkijkjes.

Midden in de wijk Cannaregio vind je de Madonna Dell ‘Orto. Deze bijzondere kerk met veel prachtige kunstwerken van de Venetiaanse schilder Tintoretto is nog steeds vrij onbekend bij het grote publiek. De bakstenen gevel is dan ook bescheiden – maar eenmaal binnen zie je het prachtig bewerkte altaar en het beroemde schilderij van Tintoretto, ‘Het laatste oordeel’.

Kortom, Cannaregio is een verborgen pareltje in een van de mooiste steden van Europa. Gauw afreizen naar Venetië dus, om al dat moois te bekijken, maar eerst even naar www.ontdek-venetie.nl voor de leukste tips!

  • Share/Bookmark
aug 18

Nu ik zo onverwacht nog een weekje in Rome ben beland, geniet ik volop van alle festiviteiten die worden georganiseerd ter ere van de Estate Romana, de Romeinse zomer.

Voor alle Romeinen die de zomerhitte trotseren en voor iedereen die de stad gedurende de zomermaanden bezoekt, heeft Estate Romana veel leuks in petto. Van begin juni tot 17 september kun je door de hele stad genieten van film, theater, muziek, dans, literatuur, kinderactiviteiten, kunst en vele andere openluchtevenementen. De meeste evenementen vinden plaats in en rond de bekende toeristische trekpleisters als Villa Borghese, het Forum Romanum en de Thermen van Caracalla. Een unieke gelegenheid om deze Romeinse bezienswaardigheden in een heel ander licht te zien!

Een kleine greep uit het aanbod voor de komende weken:

Ara Pacis in Colori
Tot 8 september kun je elke woensdagavond de Ara Pacis, het vredesaltaar van keizer Augustus, aanschouwen in de kleuren die het ooit moet hebben gehad. Een geavanceerde digitale projectie zorgt ervoor dat je een betoverende stap terug in de tijd kunt doen. Een geweldig initiatief, dat ze eigenlijk op meer plaatsen in Rome zouden moeten kunnen uitvoeren. Stel je eens voor hoe het Forum Romanum er in kleur uit zou zien…

Films aan de Tiber
Het Tibereiland verandert elk jaar in een grote openluchtbioscoop. Tijdens het zomerse filmfestival, dat bekend staat onder de naam Isola del Cinema, worden bekende en minder bekende films vertoond. Daarnaast zijn er wervelende modeshows, spectaculaire optredens en heerlijke (wijn)proeverijen.

Piranesi, Rembrandt delle Rovine
Hoe zag Rome eruit in de tijd van Goethe? Het Casa di Goethe neemt je mee terug in de tijd, naar een Rome dat er niet meer is, ook al zijn er nog steeds veel sporen van terug te vinden. De expositie is gewijd aan het werk van Giovanni Battista Piranesi. Zijn Vedute di Roma laten de antieke en klassieke monumenten van de Eeuwige Stad vaak net even van een andere kant zien dan wij nu gewend zijn.

In zijn werk over Piranesi’s leven noemde Giovanni Ludovico Bianconi Piranesi ook wel ‘Rembrandt delle Rovine’ – de Rembrandt van de puinhopen. Dit was overigens bedoeld als compliment, aangezien Bianconi vond dat Piranesi de dode gebouwen en hopen steen weer een ziel wist te geven. Het Piazza del Popolo, het Colosseum, het Piazza Navona – alle hoogtepunten van Rome bezie je even door andere ogen.

La Dolce Vita – Stars and celebrities in the Italian fifties
Nu het precies veertig jaar geleden is dat de film La Dolce Vita voor het eerst in de bioscoop te zien is, wordt de film en het gevoel dat deze voor veel mensen vertegenwoordigt geëerd met een grootse expositie. De Mercati di Traiano bieden onderdak aan meer dan honderd foto’s uit de periode 1950-1960. De foto’s brengen de tijd van La Dolce Vita weer tot leven – je zou er zo in willen duiken. Droom lekker weg bij het Italië waarin alles mogelijk leek, waar de cinema hoogtijdagen beleefde en waar de komst van Coca Cola een grote belofte leek voor de toekomst…

Villa Celimontana Jazz Festival
Het park van Villa Celimontana is ongetwijfeld het mooiste decor voor jazzmuziek! Het licht van honderden kaarsen en fakkels geven de plek een magische uitstraling. Een wijntje erbij, wat lekkere hapjes van de volop aanwezige eetkraampjes en je wilt nooit meer terug naar huis! Houd je meer van klassieke muziek, dan kun je terecht bij het Theater van Marcello waar bijna elke avond een klassiek stuk wordt opgevoerd.

Cisterna delle Sette Sale
Dat de Romeinen hun tijd ver vooruit waren, wisten we natuurlijk al wel. Hun bouwwerken zaten zo ingenieus in elkaar dat ze de eeuwen zo goed hebben doorstaan dat wij er nog elke dag van kunnen genieten. Ze waren ook meesters in het aanleggen van riolering, waterleidingen en aquaducten.

Deze enorme ‘waterput’ is daar misschien wel het best bewaarde voorbeeld van: een fascinerend systeem van communicerende vaten van enorme omvang (ze konden wel 8 miljoen liter water bevatten) moest het nabijgelegen thermencomplex van Trajanus van vers water voorzien. De Cisterna delle Sette Sale is normaal nooit toegankelijk voor publiek, dus grijp je kans!

Ook in de zomermaanden hoef je je in Rome dus zeker niet te vervelen! Ik zou er bijna een weekje voor bijboeken…

  • Share/Bookmark
aug 16

Vorige week schreef ik al over de overheerlijke sgroppino die je bij Monte Pelmo kunt bestellen. Wie de komende weken echter niet in Amsterdam komt, kan met het recept van vandaag ook thuis de Italiaanse zomer vieren!

Voor 1 glas sgroppino heb je nodig:
6 eetlepels citroensorbetijs
1 dl (liefst bevroren) wodka
2 dl ijskoude prosecco

Mix alle ingrediënten tot een luchtig en schuimend geheel. Serveren in ijsgekoelde glazen.

Een ander echt Italiaans zomerdrankje dat je direct in Italiaanse sferen brengt is een glaasje ijskoude limoncello. Vrienden die net vakantie hebben gevierd aan de Amalfikust hebben gelukkig net weer een voorraadje voor me meegenomen, want zelf maken is nog zo gemakkelijk niet. Voor wie het toch wil proberen, volgt hier het recept uit Napels proeven, met als resultaat de échte limoncello zoals die langs de Amalfikust gemaakt en gedronken wordt!

Ingrediënten
(voor 2,5 liter limoncello)

3 kg onbespoten Italiaanse citroenen, liefst van de Amalfikust
1 liter pure alcohol 94°
1,5 liter zoutarm mineraalwater
600 g suiker

Haal met een dunschiller voorzichtig de zeste van de citroenen. Let erop dat je zo weinig mogelijk wit wegsnijdt (het wit van de citroen maakt bereidingen onaangenaam bitter).

Laat de zeste minstens 1 maand (3 maanden is nog beter!) weken in de alcohol. Roer het mengsel elke dag even goed door.

Bereid nu een lichte stroop: voeg de suiker toe aan het water en breng dit mengsel gedurende 5 minuten aan de kook.

Laat de stroop afkoelen. Zeef ondertussen het aftreksel van citroen en alcohol met behulp van een zeer fijne puntzeef. Verwijder de zeste en alle vaste deeltjes.

Neem een kortfles en meng hierin zorgvuldig de stroop met het gezeefde aftreksel. Pas dan krijgt de doorzichtige alcohol zijn typische, opaalachtige glans.

Doe het mengsel in een fles en laat het minstens een week rusten.

Bewaar altijd een fles in de diepvries. Zo heb je permanent een bijna bevroren limoncello in voorraad, want dat is nog altijd de beste manier om het drankje te drinken.

Aangezien de citroenen vrij lang moeten weken in de alcohol kun je nog tot ver in de herfst terugdenken aan en genieten van de Italiaanse zomer ;-)

Wil je graag nog voor het eind van de zomer een zelfgemaakt Italiaans likeurtje serveren na een Italiaanse maaltijd, geen nood! Napels proeven bevat ook een recept voor een basilicumlikeur, die wat sneller klaar is dan de limoncello!

Ingrediënten
(voor 2,5 l likeur)

4 bosjes verse basilicum
1 liter pure alcohol 94°
1,5 liter zoutarm mineraalwater
500 g suiker

Laat de basilicumblaadjes 24 uur weken in de alcohol.

Maak een lichte stroop: roer de suiker door het water en laat 5 minuten koken.

Laat de stroop afkoelen. Zeef ondertussen het aftreksel van basilicum en alcohol met behulp van een zeer fijne puntzeef. Verwijder alle vaste deeltjes.

Neem een kortfles en meng hierin zorgvuldig de stroop met het gezeefde aftreksel. Pas dan krijgt de vloeistof een mooie, groene kleur.

Serveer als digestief, op kamertemperatuur of met ijs.

In Napels proeven vind je nog meer echt Italiaanse recepten, waarmee je je eigen Nederlandse keuken in een handomdraai omtovert tot een Napolitaanse cucina. In een kleurrijk en smakelijk portret brengt Philippe Bidaine het verhaal van een uitzonderlijke reeks producten, die hij heeft ontdekt tijdens zijn talloze reizen naar Napels en omstreken.

Hij presenteert de Napolitaanse culinaire traditie in de vorm van 45 toegankelijke, ongekunstelde recepten, maar hij vertelt ook over de achtergronden van de Napolitaanse keuken en van de etenswaren die daar een hoofdrol in spelen, zoals pasta, pizza mozzarella en tomaten. Het lezen in en koken uit Napels proeven is als het ware een enkeltje Napels!

  • Share/Bookmark
aug 15

Vandaag is het feest in Italië! Het is immers Ferragosto, oftewel Maria Hemelvaart. Hoewel we deze feestdag in Nederland niet eens meer vieren, is Ferragosto in Italië een van de belangrijkste katholieke feesten. De dag dat Maria naar de hemel gaat en wordt herenigd met Jezus is voor de Italianen bijna belangrijker dan Hemelvaart. Dat heeft natuurlijk ook wel een beetje te maken met het feit dat Ferragosto midden in de zomer valt, dan is een extra dagje vrij nooit weg!

Met Ferragosto zijn alle Italianen vrij en ligt het openbare leven vrijwel stil. Hoewel, stil: er wordt wel volop feest gevierd. Elk dorp en elke stad organiseert wel een groot buffet en vaak trekken de dorpelingen in processie door de stad, waarbij Maria natuurlijk in het middelpunt van de belangstelling staat. Ze maakt een rondgang door de parochie, gevolgd door een stoet gelovigen. In een grote stad als Rome kun je zo op tig processies stuiten…

Maar bovenal wordt er met familie en vrienden uitgebreid getafeld. Aangezien Ferragosto ook het hoogtepunt van de Italiaanse vakantie is, gaan miljoenen Italianen op pad, al is het maar voor een paar dagen. Een bezoek aan familie en vrienden wordt gecombineerd met een (korte) vakantie, en een weerzien kan niet zonder uitgebreid eten en drinken, zeker niet op zo’n feestelijke dag als vandaag.

Vorig jaar mocht ik zo’n feestelijke Ferragosto-lunch meemaken bij de buren van Sonia, een Italiaanse vriendin die in de buurt van Poggibonsi woont. In de schuur kreunden lange tafels onder het gewicht van schalen antipasti, manden met brood en flessen wijn en water. Met een temperatuur van dik veertig graden was het best moeilijk om bij de derde schaal pasta die langskwam nog een beetje op te scheppen en de gastvrouw te complimenteren met haar wildzwijnsaus. En dan heb ik het nog niet eens over het hert dat als secondo werd opgediend, met gebakken aardappelen en boontjes.

Tegen de tijd dat de taarten op tafel kwamen, was het gelukkig bijna avond. Met wat sterke koffie erbij en het gezelschap van Ghigo, de hond, lukte het nog net om een stukje op te peuzelen. Tevreden zakte ik een beetje onderuit. Het was toch wel een belevenis, zo’n Ferragosto-lunch. De buurman stootte me met glimoogjes aan en gebaarde naar de volgende gang: een hele rij zelfgestookte likeur. Goed voor de spijsvertering, beweerde hij. Wonder boven wonder had Sonia’s buurman helemaal gelijk. Na een paar van die zelfgestookte drankjes te hebben geproefd, kon ik ’s avonds laat nog wel wat kliekjes wegwerken – onder goedkeurend geknik van Sonia en haar buren. ‘Bijna een Italiaanse,’ aldus de buurman. Dat smaakte naar meer!

Eenmaal terug in Amsterdam was ik dan ook erg blij met de aankondiging van de film Pranzo di Ferragosto die vorig jaar in de filmzalen draaide.

Gelukkig is de film nog steeds verkrijgbaar op dvd, zodat je ook in Nederland mee kunt genieten van deze feestelijke lunch. In Pranzo di Ferragosto wordt vrijgezel Gianni, die in een schemerig appartement in de Romeinse wijk Trastevere voor zijn stokoude moeder zorgt, opgezadeld met drie andere bejaarde dames.

 

De dames laten zich niet bepaald van hun beste kant zien. Ze sluiten zich op in hun logeerkamers, stelen voedsel, ruziën over de televisie, knijpen er tussenuit om zich te bedrinken… Gianni weet zich geen raad meer. Met veel geduld en liters Chablis probeert hij zich door het weekend heen te slaan en de dames alle vier tevreden te stellen.

Pranzo di Ferragosto is een heerlijk zomerse film. Je sluit de karakters ondanks hun vreemde trekjes direct in je hart en je leeft mee met Gianni, die er alles aan doet om de lunch niet in de soep te laten lopen.

Pranzo di Ferragosto is deels autobiografisch. De film werd voor een half miljoen euro opgenomen in het ouderlijk huis van regisseur Gianni di Gregorio, die tegelijk de hoofdrol op zich nam en de dialogen schreef. Precies in dat huis heeft Gianni zelf jarenlang zijn tachtigjarige moeder verzorgd. ‘Ik was in die tijd permanent beneveld,’ aldus Gianni. ‘En dan al ’s ochtends vroeg, hè, niet pas na de nodige likeurtjes na de lunch!’

  • Share/Bookmark
aug 14

In de Amsterdamse Kerkstraat wijst een knaloranje fiets je de weg naar Galerie Artacasa. Letterlijk is Artacasa Italiaans voor ‘kunst in huis’, maar Galerie Artacasa is veel meer dan dat!

In eerste instantie is Artacasa inderdaad een kunstgalerie, waar je altijd even binnen kunt lopen om te kijken wat er voor moois aan de muren hangt. Het accent ligt vooral op kleurrijke en figuratieve schilderijen en objecten. Allemaal originele en unieke werken die volgens verschillende technieken zijn gemaakt en die bovendien heel betaalbaar zijn. Ideaal als cadeau – al staan de werken vast ook prachtig in je eigen woonkamer of keuken!

Artacasa organiseert elke zes weken een nieuwe expositie. Met de zomer in gedachten en de natuur als uitgangspunt zijn afgelopen maanden tal van kunstenaars aan de slag gegaan voor de expositie ‘Natuurlijk! ARTACASA’, waar voor iedere smaak en elk budget een uniek kunstwerk te vinden is. Daarnaast kun je in het souterrain van het oude winkelpand een doorlopende collectie van kunstwerken van vaste exposanten bekijken.

Maar dat is nog niet alles! Artacasa heeft inmiddels ook twee kookboeken uitgebracht. Het eerste kookboek, Artacucina – Een kijkje in de keuken van Galerie Artacasa verscheen in 2007. Dat ik dat nu al die jaren nooit geweten heb! Het kookboek is meer dan alleen een verzameling recepten; het is een zeer kunstig gemaakt kijkboek met naast elk recept een prachtig kunstwerk. Echt een feestje voor iedereen die van mooie en lekkere dingen houdt (en wie doet dat nu niet?)!

Wiebke van der Scheer, eigenaar van Artacasa en initiatiefneemster van het boek, schrijft in het voorwoord: ‘Liefde voor kunst en koken komen samen in dit boek. Schilderijen en recepten smelten samen tot een kunstwerk… een kunst-kookboek vol schilderijen, gemaakt door kunstenaars van Artacasa. Zonder hen was er geen galerie en geen boek.

De schilderijen zijn kleurrijk, figuratief en hebben allemaal een ontspannen sfeer: mensen aan tafel, een dame slapend op de bank, een glaasje wijn, prachtige landschappen, stillevens en grappige dieren. Kunstwerken die je een goed gevoel geven. Een goed gevoel krijg je ook van een goed gerecht en daarvan staan er genoeg in dit boek. Schenk een glas in, zoek het mooiste schilderij of het lekkerste recept en geniet!’

Na het overweldigende succes van het eerste kookboek kon een vervolg natuurlijk niet uitblijven. September vorig jaar verscheen dan ook Artacucina 2 – Aan tafel met Galerie Artacasa. Opnieuw een prachtige combinatie van kunst en koken.

Zo weet ik niet wat me meer het water in de mond doet lopen: het recept voor panna cotta met ritsbessen (aalbessen) of de vrolijke illustraties van Sanne Kuiper die het recept vergezellen. Oordeel zelf:

Panna cotta met ritsbessen (aalbessen)

voor 4 – 8 personen

voor de panna cotta:
500 ml slagroom
500 ml volle boerenmelk
80 g suiker
schil van een citroen
5 blaadjes gelatine
1 vanillestokje, in de lengte opengesneden

voor de ritsbessensaus:
doosje ritsbessen (= aalbessen),
houd voor elk bord een trosje bessen apart
400 – 500 g frambozen en aardbeien
2 eetlepels suiker
2 eetlepels Cointreau (of andere likeur)
een paar takjes munt

Doe de slagroom, de melk, de suiker, de citroenschil en het vanillestokje in een pannetje en laat een paar minuten trekken. Zet de pan op het vuur en laat zachtjes 1 minuut koken. Neem het mengsel van het vuur en haal de citroenschil en het vanillestokje eruit. Week de gelatineblaadjes in koud water en roer ze één voor één door het slagroommengsel.

Maak 4 of 8 bakjes klaar door ze licht in te vetten met een beetje boter of olijfolie. Schenk het mengsel in de bakjes en dek af met huishoudfolie om velvorming tegen te gaan. Zet de bakjes minimaal 6 uur in de koelkast.

Doe het schoongemaakte fruit, de suiker en de cointreau in een pannetje en laat zachtjes pruttelen totdat het fruit zacht is geworden en een beetje is ingekookt. Haal van het vuur en zeef de saus door het fruit met de bolle kant van een lepel door een zeef te persen.

Neem de panna cotta uit de koelkast en houd het bakje even in heet water. Draai de pudding om op een mooi bord en schenk de saus eromheen. Garneer met een takje munt en een takje ritsbessen.

Kun je maar geen genoeg krijgen van de kunst van Artacasa? Blijf dan slapen tussen de kunstwerken! Artacasa heeft een eigen bed & breakfast boven de winkel. Natuurlijk kun je je hele verblijf tegen je favoriete Artacasa-kunstwerk aankijken – en je mag het nog met 10 % korting mee naar huis nemen ook, zodat je voortaan ook in je eigen slaapkamer, keuken of woonkamer vakantie kunt vieren! Kijk voor meer informatie op www.artacasa.nl.

A R T A C A S A
Kerkstraat 411-HS
1017 HX Amsterdam

  • Share/Bookmark
aug 12

Op mijn zoektocht naar het lekkerste Italiaanse ijs in Amsterdam miste ik een smaak die ik tijdens mijn laatste bezoek aan Italië tot de lekkerste ijssmaak heb verkozen: granaatappelijs. Er gaat niks boven dit smaakvolle, helderrode ijs, dat overigens misschien nog wel lekkerder smaakt met een bolletje vanille-ijs erbij voor het contrast. Bewerkelijk is het wel, dus misschien niet zo gek dat geen enkele Amsterdamse ijssalon zich er dagelijks aan waagt.

Ingrediënten:
5 granaatappels
1 citroen
200 g suiker

Haal de pitjes uit de granaatappels. Doe dit wel voorzichtig, want een rijpe granaatappel kan erg spatten en het rode sap maakt vlekken die moeilijk te verwijderen zijn. Doe de pitjes in een pan en pers de citroen erboven uit. Schenk er een half glas water bij en roer de suiker erdoor. Laat het geheel een kwartier zachtjes koken. Wrijf het mengsel door een zeef en laat het goed afkoelen. Draai vervolgens in de ijsmachine van dit granaatappelsap in ongeveer 30 minuten een heerlijke granaatappelsorbet, oftewel gelato melagrano.

Siciliaans testament – Rosita Steenbeek

In Siciliaans testament van Rosita Steenbeek vond ik een fragment waarin het granaatappelijs als toetje wordt opgediend. Het granaatappelijs wordt hier vast niet voor niets opgediend; de vrucht staat symbool voor de melancholie die door het hele boek heen te voelen is.

Siciliaans testament gaat over een Nederlandse vrouw die naar Sicilië terug is gekeerd om haar voormalige geliefde te bezoeken, die stervende is. Waar ze vroeger midden in la dolce vita belandde en de liefde geen grenzen kende, komt ze nu terecht in een duister drama, met een oude verbitterde man, zijn schizofrene zoon en een tirannieke butler. De fysieke en mentale ontluistering van de oude psychiater en man van de wereld staan in schril contrast met de schoonheid van het eiland en de uitbundige feestelijkheden rond de beschermheilige van de stad, Sant’Agata.

Siciliaans testament is een hartstochtelijke ode aan Sicilië en ademt een zoete melancholie om wat was en nooit meer zal zijn. Lees maar een stukje mee:

’s Avonds eten ze op het door kaarsen verlichte terras van Sant’Elena, onder de hoge bomen waarin krekels boven de romantische muziek van de pianobar uit proberen te komen, naast hen het maanverlichte strand en de glanzende zee.

Ze was hier gelukkig geweest. En ongelukkig. Ze hield van hem en hij van haar. Ze leefde in het hier en nu, met hart en ziel en zinnen. Alles wat haar grond vormde, waarmee ze was grootgebracht, het Griekse theater, oude kerken, beeldende kunst en geschiedenis, vond ze hier. In andere opzichten was het jetsetbestaan van strand en nachtclubs, motorboten, luchtig vertier, in strijd geweest met alles wat ze kende en had nagestreefd. Maar de ondergrond was dramatisch, dat had ze altijd gevoeld, zoals hun relatie dramatisch was, want onmogelijk. Omdat ze zo aan hem verslingerd was kon hij haar kwetsen zonder het te willen. Dan had ze het gevoel dat ze een vastgelegde rol moest spelen in het leven dat hij al veertig jaar leidde. Nu raakt hij haar niet meer op die manier en dat is tegelijkertijd droef en bevrijdend. Ze voelt geen drang te vechten om zijn aandacht. Ze vindt het wel erg dat hij somber is en ze betreurt het dat ze daar weinig aan kan doen.

Er staat geen risotto alla zarina meer op de kaart, risotto met kaviaar, die ze hier vroeger altijd namen, wel risotto al nero di seppia, risotto in zwarte inktvisseninkt.
Achter de oleanders ziet ze het huisje met balkon dat ooit speciaal voor Roberto als appartement was ingericht. In de drukste periode van de zomer zaten ze vaak hier omdat Roberto geen zin had om heen en weer te rijden tussen de villa en de zee en ook omdat het hier levendig was en vol zat met artiesten die optraden tijdens het festival. Ze ziet zichzelf daar voor de spiegel staan om zich op te tutten voor een feestdiner en hoe het zweet van haar gezicht bleef druipen. Ook toen woei de scirocco en hield het eiland dagen in zijn gloeiende greep met temperaturen die zelfs ’s nachts niet onder de veertig graden daalden.

‘Beetje bitter,’ zegt Roberto melancholiek, ‘dat de dingen niet meer zijn zoals ze waren.’
Dat zei hij twintig jaar geleden ook en daar had ze vaak om gehuild.
‘Ook mooi,’ zegt hij nadat ze een tijdje zwijgend hebben gegeten. ‘Ieder mens heeft seksuele gevoelens, de laagste mensensoort, de dieren. Ze volgen hun driften en instincten, maar dit wat wij hebben is bijzonderder.’
Ze kijkt naar hem. Hij niet naar haar.
‘Diepe affectie, van hart en ziel.’
Dan ziet ze even een weemoedige glimlach.

Toe nemen ze granaatappelijs, zoet en bloedrood.
‘Ik heb veel fout gedaan, me door instincten laten beheersen. Wat is ervan over? Niks.’ Als hij de kracht zou hebben zou hij zich meteen weer in datzelfde leven storten, daar maakt ze zich geen illusies over.

Na het eten gaan ze zitten aan een tafeltje bij de rand van de dansvloer, een gedeelte van het grote terras dat door een bloemenhaag wordt gescheiden van het restaurant. De pianist speelt ‘Mala femmina’, zoals vroeger als ze hier verschenen. ‘Slechte vrouw, zoet ben je als suiker, je gezicht dat van een engel, en dat alles om mij te misleiden.’ Nadat Roberto dit lied een paar keer als verzoeknummer had laten zingen, zetten de zangers in alle pianobars het in zodra zij binnenstapten.

‘Champagne?’
Even later wordt er met een ingetogen knal een fles ontkurkt.
Ze toasten.
‘Op ons,’ zegt ze, ‘op wat is geweest, en op dat we hier weer zijn.’

© Rosita Steenbeek

  • Share/Bookmark
aug 09

Wanneer ik over de Albert Cuyp loop en de geur van verse aardbeien me naar elke fruitkraam trekt, weet ik dat de zomer niet lang meer op zich laat wachten. Als dan de Italiaanse ijsverkopers terugkeren uit hun dorp in de bergen, waarnaar ze elk jaar in oktober terugreizen, weet ik het zeker: het is zomer!

Inmiddels is het alweer heel wat weken geleden dat ik de eerste aardbeien proefde en dat de rolluiken van de ijscoman om de hoek elke ochtend knarsend omhoog worden getakeld. In de tussentijd zijn er al heel wat bakjes aardbeien verorberd en ijssmaken geproefd. Daarom deze week op Ciao tutti een ijsspecial: elke dag een artikel over ijs.

We beginnen vandaag in het Italiaans (met onderaan dit artikel een verklarend woordenlijstje)! In het zomernummer van Italië Magazine neemt Daniela Ditvoorst-Falsetta een kijkje in de Italiaanse gelaterie.

‘Gli italiani mangiano tantissimo gelato, circa 15 chili all’anno. Per acquistarlo si va nella gelateria più buona in città. Sì, ma quale? Le gelaterie artigianali in Italia sono 32419! Per non parlare del numero dei gusti. Sono ormai oltre 600 gusti di gelato censiti in Italia. Ma nonostante la diversità dell’offerta, secondo un sondaggio, i preferiti restano i gusti classici: cioccolato (27%), nocciola (20%), limone (13%)< fragola (12%), crema (10%), stracciatella (9%) e pistacchio (8%). Io personalmente li preferisco tutti e voi, quale preferite?

L’arte gelatiera influenza acnhe le cucine degli chef più raffinati. Grazie alla collaborazione tra cuochi e gelaterie, il gelato non è più solamente un dessert ma un ingrediente fresco che accompagna carne e pesce. Sostanzialmente può essere abbinato a qualsiasi portata, dall’antipasto al secondo piatto. Per esempio, che ne direste di una tartare di scampi freschi con gelato di gambero o acciughe marinate?

Sono all’avanguardia anche il gusto al parmigiano, all’aceto balsamico, al carciofo, ai peperoni, alle olive e alla cipolla rossa. Quest’ultimo l’ho assaggiato personalmente a Tropea, in Calabria. Volete sapere che sapore aveva? Ma di cipolla rossa naturalmente!

Comunque, che sia dolce o salato, il gelato artigianale è sempre buono. E per quest’estate, qualunque sia il vostro gusto preferito: buon gelato a tutti!’

censiti geteld
sondaggio enquête
nocciola hazelnoot
fragola aardbei
gelatieri ijsmakers
abbinato a gecombineerd met
gambero garnaal
acciughe ansjovisjes
sono all’avanguardia ze lopen voorop
carciofo artisjok

 

Nu moet ik eerlijk zeggen dat het water mij nog niet in de mond loopt bij de gedachte aan ijs van rode uien. Ik houd het liever bij onze zomerkoninkjes. Ook deze zijn in het zomerse nummer van Italië Magazine aanwezig:

‘In Nemi, een lieflijk dorpje in de buurt van Rome, worden de eerste aardbeien van het jaar gevierd met een heus aardbeienfeest op de eerste zondag van juni. De fragolare, boerinnen gespecialiseerd in de aardbeienteelt, lopen dan in processie door de straten in hun klederdracht: rode rok, zwart vest, witte blouse, gevouwen hoofddoek. De fragolare waren vroeger ook in Rome aanwezig voor het feest aldaar op 13 juni, een feest waar aardbeien, die gratis onder de aanwezigen werden uitgedeeld, de hoofdrol speelden. In Rome stopte dit feest in 1870, maar in Nemi ging het vrolijk door.

In Sicilië, tussen de dorpen Sciacca e Ribera, heeft men zich gespecialiseerd in een soort bosaardbeitje dat ook door Slow Food wordt beschermd, de fragolina di Ribera. Door het verdwijnen van de seizoenen en het continue aanbod van aardbeien het hele jaar door is deze soort een soort bijproduct van kleine agrarische bedrijven geworden. Hij wordt traditioneel gebruikt om jams, geleien, diksap en natuurlijk ijsjes van te maken. Houd ze in de gaten als je naar Sicilië gaat, want als je ze eenmaal hebt geproefd, wil je niks anders meer,’ aldus Barbara Summa.

Ze geeft ook het recept voor fragole al limone (aardbeien in citroensap), een klassieker in Italië!

Ingrediënten:
aardbeien, gewassen en in stukjes gesneden
suiker naar smaak
citroensap naar smaak

Was de aardbeien, verwijder het kroontje en snijd de grotere aardbeien in kleinere stukjes. Breng de aardbeien op smaak met suiker en citroensap. Laat ze marineren. Als je ze een tijdje laat staan vormt zich vanzelf een zoete siroop, die eigenlijk het lekkerst is. Serveer de aardbeien in citroensap met vanille-ijs.

Heerlijk om van te genieten tijdens het lezen van de andere artikelen in Italië Magazine, onder andere over Pantelleria, het magische eiland tussen Sicilië en Afrika, over de kunst van Botticelli, over de historie van de Ape (het vrachtwagentje op drie wielen dat in Italië op elke hoek van de straat opduikt) en over fietsen langs de Tiber in Umbrië. Genieten!

  • Share/Bookmark
Getagd met:
aug 08

Marta Morazzoni brengt elk jaar een vijfdaags bezoek aan Amsterdam, de stad van Anne Frank, Spinoza en Rembrandt. De stad van de bruine kroegen, van Albert Cuyp en het begijnhof; van het Vondelpark met zijn joggers en skaters en een hond achterop de fiets. Haar ervaringen tekende ze op in een persoonlijk reisverslag, Stad van het verlangen - Amsterdam.

Een heerlijk reisverslag van de Hollandse hoofdstad, maar dan met een Italiaanse inslag. Lees maar mee:

‘Als het vliegtuig de kustlijn volgt en over de grote zandduinen tussen Den Haag en Haarlem heen vliegt om te landen op Schiphol, het vliegveld dat ooit een meer was, zie je door het raampje een kronkelende waterslang die zich rekt tot in zee, waar ze haar venijnige muil openspert: de monding van het Noordzeekanaal, in IJmuiden, een van de twee grote toegangswegen tot de haven van Amsterdam. Als ik er zo naar kijk terwijl het vliegtuig langzaam hoogte verliest, en zie hoe het zoals altijd is gehuld in de donkere rookwolken van de grote fabrieken die erlangs liggen, bevestigt dat voor mijn gevoel onze behoefte om beelden te creëren, om in de vormen van de dingen andere vormen te zien, menselijke of dierlijke: een landschap waar we van bovenaf naar kijken voorzien we van een anatomie en een soort fysiologie, geven we een ziel en een wil.

De rookwolken uit de fabrieken versterken dan feilloos het beeld van de slang met de venijnige bek en maken er een Wagneriaanse draak van, die met zijn vurige gloed de toegang tot de grot met de schat bewaakt. Het goud van de legendarische maar ook historische Gouden Eeuw, het tijdperk waarin Nederland met haar hoofdstad in een oord van sobere overvloed veranderde, een symbool van tegenspraak en tolerantie in het door de Tachtigjarige Oorlog verscheurde Europa.

Op dit punt moet ik de Nederlandse historicus Johan Huizinga inderdaad gelijk geven: die grandioze, nijvere zeventiende eeuw, nog steeds de steunpilaar van het land, zouden we eigenlijk niet de Gouden Eeuw moeten noemen, want de materialen waarvan ze is gesmeed, van het hout tot de pek, van de teer tot de verf en de inkt, waren eigenlijk minder nobel maar wel duurzamer dan goud.

Ook dat is voor mij – inmiddels niet langer een willekeurige toerist maar nog altijd op bezoek in deze wereld – een goede reden om van Amsterdam en omgeving te houden. Het is een betrekkelijk kleine stad, de hoofdstad van een klein land waar je met de fiets omheen kunt rijden zonder echt getraind te zijn. De voortgejaagde groepsreiziger kan met een gerust hart zeggen dat hij Amsterdam ‘in twee dagen heeft gedaan’, en met een beetje goede wil zou hij daar best gelijk in kunnen hebben.

Stad en natie hebben in werkelijkheid een complexe geschiedenis, al hebben ze in onbetrouwbaar modderwater wortel moeten schieten. Twee dagen volstaan voor wie genoegen neemt met de gevels van de herenhuizen en een rondvaart door de voornaamste grachten, om uit te komen in de haven, die ooit aan zee lag en nu toegang biedt tot een groot zwanenmeer, het IJsselmeer, voorheen de Zuiderzee.

Ik moet toegeven dat deze zee, die niet langer zout is, dat dit meer waarvan de uiteindelijke oever ver weg en onzichtbaar is, zelfs de oppervlakkigste toerist op het eerste gezicht boeit en verontrust: Amsterdam was en blijft een van de voornaamste havens ter wereld, maar door de onneembare muur van de Afsluitdijk, negenentwintig kilometer beton, in 1892 ontworpen door Cornelis Lely en op 28 mei 1932 geopend, wordt de natuurlijke uitgang van haar enorme havenbekken hermetisch afgesloten. De schepen verlaten de haven via twee grote zijarmen: naar het oosten door het Amsterdam-Rijnkanaal, een verbinding die doorloopt tot de grens met Duitsland, naar het westen via het Noordzeekanaal, de slang met zijn opengesperde muil die door het rustige duinlandschap kronkelt. Twee machtige armen die de handel hartelijk verwelkomen.

Zoals ik al zei, past vrijwel alles binnen die twee dagen, inclusief een wandeling door de rosse buurt en een bezoekje aan een karakteristiek café, een van de bruine kroegen, steeds donkerder geworden door de tijd en door de rook van hele generaties stamgasten. En ook het Van Goghmuseum, waarvan de faam in de wereld van de kunsten inmiddels niet meer onderdoet voor die van het Rijksmuseum, zijn historische buurtgenoot, waar De Nachtwacht hangt. Naast die paar dingen, die misschien essentieel zijn, is er dan de rest van Amsterdam.

Of liever: is er Amsterdam. Het Amsterdam waarvan ik heel zeker weet dat ik het niet ken. Dat klinkt niet als een goed uitgangspunt voor iemand die zich heeft voorgenomen de eigen band met een stad van deze afmetingen en met deze geschiedenis zwart op wit te zetten. Maar het is wel een uitgangspunt dat – zonder dat ik me erachter probeer te verschuilen – stimulerend werkt voor mijn onderzoek naar alles wat ik nog wil weten en misschien nooit zal weten.

Ik zou hier een jaar lang moeten wonen, boodschappen doen, met mensen omgaan en niet alleen naar binnen kijken door de ramen zonder gordijnen. Ik zou een baan moeten hebben en liefst elke zondag op de fiets naar de tennisbaan gaan. Of bij de eerste tekenen van de zomer naar zee moeten gaan, naar een van die onafzienbare stranden waarlangs het bij zonsondergang zo prachtig wandelen is, met de gewaarwording dat er geen eind aan komt. Maar dat alles valt de toerist meestal niet ten deel, zelfs niet als hij vasthoudender is dan de gemiddelde hedendaagse reiziger, die flink zijn best moet doen om de wereld te zien voordat het te laat is.

Zelfs niet als hij wél de tijd en de wil opbrengt om terug te komen. Deze toerist maakt dan kennis met die toestand tussen het aanmatigende déjà vu-gevoel waardoor hij denkt dat hij tijd verliest, wordt geplaagd door de vage angst dat hij iets zou kunnen missen, en anderzijds de mogelijkheid ergens dieper in te duiken en iets waar hij op het eerste gezicht geen gewicht aan had gehecht beter te leren kennen.

Ik heb al een poosje de mogelijkheid om vijf dagen per jaar in Amsterdam door te brengen, niet veel maar wel een vast gegeven. Nu ik daaraan denk, schiet me een kort, merkwaardig verhaal van Borges te binnen, Het schrift van de god.

Een man zit gevangen in een krappe, donkere cel, doormidden gedeeld door een hekwerk waarachter, in een identieke ruimte, een gevlekt roofdier rusteloos rondloopt. Er sijpelt maar één minuut per dag wat licht in de cel door, als de gevangenbewaarder het luik opendoet, eerst voedsel in het hok van de gevangene laat zakken en daarna in dat van het roofdier. In die schaarse ogenblikken ziet de gevangene de vlekken op de vacht van het dier, dat net als hij is opgesloten, en hij begint na te denken, zich af te vragen of de speciale rangschikking van die vlekken niet door iets méér dan het toeval is gewild, door iets wat aan een zekere logica beantwoordt, een soort alfabet dat een zin vormt, een magisch woord, waarvan de ontraadseling de sleutel naar de vrijheid betekent, een geheimzinnig sesam open u waarna voor de gevangene het leven zou beginnen.

En elke dag weer concentreert de gevangene zich in de minuut die hij ter beschikking heeft op die vacht, om de logica ervan te achterhalen, de compositie waarvan de formule – daar is hij inmiddels van overtuigd – hem de vrijheid zou hergeven. Alle dagen, één minuut per dag, tot hij de betekenis, de oplossing van het raadsel te pakken heeft.

Omwille van de mensen die het niet kennen verraad ik de afloop van dit magistrale verhaal niet, maar ik herken bij mezelf een soortgelijk gedrag bij mijn Amsterdamse aanpak: elk jaar voegen die vijf dagen een steentje toe, of zet ik met meer vertrouwen een volgende stap naar dieper inzicht in de stad. Ik vind haar terug en ga door met mijn ontdekkingstocht, stukje bij beetje. Er is nog tijd genoeg voor alles wat ik niet weet.’

En dat is heel wat, getuige de 160 pagina’s van het boek die Amsterdam door Italiaanse ogen laten zien. En eerlijk gezegd: met Italiaanse ogen wordt Amsterdam nog een beetje mooier dan de stad al is!

Kijk voor meer informatie over Stad van het verlangen - Amsterdam op www.serenalibri.nl of bestel het boek bij bol.com via deze link.

  • Share/Bookmark
jul 31

Fare una bella figura is, zoals je gisteren al kon lezen op Ciao tutti, een term die door Italianen vaak in de mond wordt genomen. Het heeft te maken met zowel je gedrag als allerlei kledingregels die nageleefd moeten worden.

In mijn eerste huis vlak bij de Spaanse Trappen in Rome zat ik vaak met verwondering te kijken naar alle verschillend geklede mensen die onder mijn raam voorbijliepen. Het was allemaal zo anders dan in Nederland, vele mannen strak in het pak en vele dames in een zwart mantelpakje, en dat op een gewone doordeweekse dag.

Vriendinnen uit Nederland kwamen langs om etalages te kijken. Ze pasten de ideeën die ze hier in Italië opdeden weer toe in Nederland, terwijl anderen zich lieten inspireren door de vele verschillende kledingstukken. Ze kochten koffers vol designerstoffen en maakten de dure kleding thuis na.

Tijdens de reizen die ik tot nu toe in Italië heb begeleid, was er weinig tijd om aandacht te besteden aan dit bijzondere fenomeen. Kleding moest het meestal afleggen tegen kerken en kunst. Maar Italië is ook het land van de mode en van het design! Vele grote ontwerpers zijn Italianen: denk aan Versace, Dolce e Gabbana, Armani… En zelfs de paus heeft een paar Prada-schoenen naast zijn bed staan!

Toen SRC-Cultuurvakanties mij vroeg om mijn droomreis op Italiaanse bodem op papier te zetten, wist ik dan ook gelijk wat me te doen stond: een reis organiseren rondom de hoogtepunten van de Italiaanse mode. Het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf!

Tijdens de reis die ik heb mogen samenstellen maak je kennis met de grote Italiaanse namen in de modewereld, maar ook met de minder bekende ontwerpers. We verkennen de modewijken in Milaan, Florence en Rome. Maar we gaan natuurlijk niet alleen maar etalages kijken! Modeontwerpers hebben in de grote steden warenhuizen, cafés en restaurants ingericht.

Salvatore Ferragamo heeft zijn eigen schoenenmuseum in Florence, waar modellen van bekende filmsterren te bewonderen zijn. In Florence vind je ook Palazzo Pitti, waar we de geschiedenis in duiken met een bezoek aan de kostuumafdeling. In de stoffenfabriek die we zullen bezoeken, zie je hoe de stoffen voor deze kostuums tot stand komen en wat er allemaal bij komt kijken voor je zo’n pak kunt aantrekken.

We eindigen de reis in Rome, waar we niet alleen op onderzoek uitgaan naar de plaatsen waar de paus zijn kleding en schoenen koopt en waar Valentino zijn creaties ontwerpt, maar waar we ook gaan rondstruinen op de grootste vlooienmarkt van Rome, Porta Portese. Durf jij ’s avonds al je aanwinsten te showen aan je medereizigers?

Mocht je al staan te popelen om mee op reis te gaan naar de grootste modesteden in Italië: we vertrekken op 8 november 2010 en 10 januari 2011. Tijd genoeg dus om alvast flink te sparen, zodat je straks je garderobe flink uit kunt breiden. In januari zijn we trouwens precies in Italië ten tijde van i saldi, de grote uitverkoop!

Kijk voor het precieze dagprogramma, de kosten en meer informatie op www.src-cultuurvakanties.nl. Hopelijk tot in Milano!

Diane Kuster

  • Share/Bookmark
jul 26

‘Terwijl ik in de kathedraal opging in de herinnering aan dat zeldzame, emotionele gedweep van Umberto, kwam er een groep Britse toeristen achter me staan; hun gids vertelde geanimeerd over de vele mislukte pogingen om de oude grafkelder van de kathedraal te vinden en op te graven, die naar verluidt in de middeleeuwen had bestaan maar kennelijk voorgoed verloren was gegaan.

Ik luisterde een poosje geamuseerd naar de sensationele draai die de gids aan het verhaal gaf, voordat ik de kathedraal weer aan de toeristen overliet en de Via del Capitano afslenterde om, tot mijn grote verrassing, weer op de Piazza Postierla te belanden, recht tegenover de espressobar van Malèna.

De andere keren dat ik er was geweest, was het druk op het pleintje, maar vandaag was het aangenaam rustig, misschien omdat het siëstatijd was en gloeiend heet. Tegenover een sokkel met een gebeeldhouwde wolf en twee zogende baby’s erop stond een kleine fontein, waar een vervaarlijk ogende metalen vogel boven hing. Twee kinderen, een jongen en een meisje, waren elkaar met water aan het bespatten en renden heen en weer, joelend van plezier, terwijl een rij oude mannen op korte afstand in de schaduw zat, zonder jas maar met hun hoed op, die met milde blik hun eigen onsterfelijkheid beschouwden.

‘Hallo daar!’ zei Malèna toen ze me zag binnenkomen. ‘Luigi heeft goed werk gedaan, nietwaar?’
‘Hij is een genie.’ Ik liep naar haar toe en voelde me op een vreemde manier thuis toen ik over de koele toog leunde. ‘Ik ga nooit meer uit Siena weg zolang hij hier is.’

Ze lachte hardop, een hartelijke, speelse lach waardoor ik me weer afvroeg wat het geheime ingrediënt in het leven van deze vrouwen was. Wat het ook was, het ontbrak mij ten enenmale. Het was zoveel meer dan gewoon zelfvertrouwen; het leek de kunst te zijn jezelf lief te hebben, gul en geestdriftig, met lichaam en ziel, waaruit op natuurlijke wijze de overtuiging voortvloeide dat iedere man op de hele planeet er hevig naar verlangde om hetzelfde te mogen doen.

‘Hier…’ Malèna zette een espresso voor me neer en legde er met een knipoogje een biscotto naast: ‘Eet meer. Daar krijg je… je weet wel, karakter van.’
‘Wat een woest ogend schepsel,’ merkte ik op over de fontein buiten. ‘Wat voor vogel is het?’
‘Dat is onze adelaar, aquila in het Italiaans. De fontein is onze… o, wat is het ook alweer?’ Ze beet op haar lip, zoekend naar het woord. ‘Fonte battesimale… ons doopvont? Ja! Hier brengen we onze baby’s zodat ze aquilini worden, kleine adelaartjes.’
‘Is dit de contrada van de Adelaar?’ Ik keek rond naar de andere klanten, plotseling helemaal kippenvellig.’

De Amerikaanse Julie Jacobs is in Siena om de geheime erfenis van haar overleden moeder te zoeken. In een bankkluis treft ze de oerversie van Romeo en Julia’s liefdesgeschiedenis aan, waarin wordt verteld over de vete tussen twee Toscaanse families: de familie Salimbeni en de familie Tolomei. Dan stuit Julie op een waarschuwing die aan haarzelf is gericht: ‘Er rust een vloek op jouw familie en daarmee ook op jou, want je echte naam is Giulietta Tolomei.’ Julie duikt de geschiedenis van beide families in, en stuit al gauw op een intrigerend verhaal.

Na een bloedige aanval van de familie Salimbeni op de familie Tolomei, in 1340, blijkt Giulietta Tolomei de enige overlevende te zijn. Dankzij Lorenzo, een monnik, weet ze naar de stad te vluchten. Onderweg wordt ze echter aangevallen door handlangers van de familie Salimbeni. Een jonge Sienese edelman, Romeo Marescotti, redt Giulietta en Lorenzo van hun belagers. Romeo wordt verliefd op Giulietta, en zij op hem. Maar hun heimelijke liefde wordt wreed verstoord wanneer Giulietta gedwongen wordt te trouwen met Messer Salimbeni.

Tijdens de zoektocht naar haar familiegeschiedenis merkt Julie dat niet iedereen blij is met haar aanwezigheid in Siena. Hoe ver strekt de vloek uit het verleden zich uit?

Julia is een adembenemende historische roman, die je bijna 500 pagina’s lang meevoert naar het veertiende-eeuwse Siena. Heerlijk herkenbaar voor wie er verblijft, maar degenen die het boek gewoon in de tuin of op de camping lezen niet getreurd: je waant je echt even in de straatjes en op de pleinen van Siena. Alleen het boekomslag met het prachtige Piazza del Campo laat je al wegdromen…

  • Share/Bookmark
Getagd met:
preload preload preload