okt 29

Ja, je leest het goed, vandaag nemen we afscheid van Rome – voorlopig althans – met een van de mooiste afscheidsliedjes ooit; Arrivederci Roma. Luister maar mee!

Arrivederci Roma

T’invidio turista che arrivi,
t’imbevi de fori e de scavi,
poi tutto d’un tratto te trovi
fontana de Trevi ch’e tutta pe’ te!

Ce sta ‘na leggenda romana
legata a ’sta vecchia Fontana
per cui se ce butti un soldino
costringi er destino a fatte tornà.

E mentre er soldo bacia er fontanone
la tua canzone in fondo è questa qua!

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Si ritrova a pranzo a Squarciarelli
fettuccine e vino dei Castelli
come ai tempi belli che Pinelli immortalò!

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Si rivede a spasso in carozzella

e ripensa a quella ‘ciumachella’
ch’era tanto bella e che gli ha detto sempre ‘No!’

Stasera la vecchia Fontana
racconta la solita luna

la storia vicina e lontana
di quella inglesina che un giorni parti

Io qui, proprio qui l’ho incontrata…
E qui, proprio qui l’ho baciata…
Lei qui con la voce smarrita
m’ha detto:’E’ finita ritorno lassù!’

Ma prima di partire l’inglesina
buttò la monetina e sospiro:

Arrivederci, Roma…
Good bye…au revoir…
Voglio ritornare a via Margutta

voglio rivedere la soffitta
dove m’hai tenuta stretta stretta in braccio a te!

Arrivederci, Roma…
Non so scordarti più…
Porto in Inghilterra i tuoi tramonti
porto a Londra Trinità dei Monti,
porto nel mio cuore i giuramenti e gli ‘I love you!’

Mentre l’inglesina s’allontana
un ragazzinetto s’avvicina
va nella fontana pesca un soldo e se ne va!

Met dit liedje in mijn hoofd wandel ik straks nog even langs de Trevifontein, om er ook dit keer weer een muntje in te gooien. Zo weet ik zeker dat ik – en daarmee jullie – weer terug zullen keren in deze ondoorgrondelijke, onuitputtelijke stad. Arrivederci Roma!

nov 26

Degenen die mij ook via Twitter volgen hebben het vast al wel gelezen: ik werd vorige week, voor mijn vertrek naar Rome, bij de gate opgewacht door @KLMsurprise. Voor mijn vertrek had ik van een vriendin gehoord dat KLM een originele marketingactie had bedacht voor alle twitterende reizigers. Als je met KLM naar waar dan ook ter wereld vliegt, en je dit via Twitter kenbaar maakt, maak je kans op een originele verrassing.

Dat liet ik me natuurlijk geen twee keer vertellen, en dus tikte ik dinsdagochtend, voor een lange dag vol vergaderingen, snel het volgende berichtje:

@KLMsurprise Lees net op tijd over jullie leuke actie (vlieg morgenmiddag met #KLM naar #Rome) – complimenten!

Al gauw kreeg ik een berichtje terug van KLM:

@blogciaotutti Wat leuk om te horen! Hoe laat vertrekt je vlucht richting Rome?

Nu kijk ik er altijd al erg naar uit om de trein naar Schiphol te nemen, wetend dat er dan nog maar een paar uur weg hoeven te tikken voor ik weer op Italiaanse bodem sta, maar dit keer was de voorpret natuurlijk nog wat groter. Nadat mijn reisgenoot en ik onze koffers hadden ingecheckt, las ik dan ook nog even snel mijn Twitter-berichtjes. KLM vroeg of we een uur voor vertrek bij de gate konden zijn. Ma certo!

Daar aangekomen werden we getrakteerd op het enorm dikke kookboek De Zilveren Lepel, met de boodschap:

@blogciaotutti
Veel plezier in het mooie Italië! Hopelijk ‘beproef’ jij daar je geluk!
@KLMsurprise

Maar dat was nog niet alles, nee, we kregen ook een rode portemonnee vol met muntjes die in de Trevifontein moesten eindigen. Uiteraard hebben we deze portemonnee zorgvuldig opgeborgen en pas in Rome weer tevoorschijn gehaald, om vervolgens wel een kwartier lang muntjes in het water van de Trevi te werpen. Voor jullie maakten we een verslag in foto’s:

Dankzij KLM zijn we nu in elk geval verzekerd van een terugkeer naar de Eeuwige Stad, en in de tussentijd kunnen de gerechten uit De Zilveren Lepel de heimwee ietwat verzachten. Grazie mille, @KLMsurprise, het was mede dankzij jullie ontvangst bij de gate en onze muntjesmissie bij de Trevifontein een onvergetelijke reis!

aug 21

In Rome las ik Italianen voor gevorderden, een onmisbaar boek voor elke Nederlander die zichzelf een Italiëkenner of een Italofiel wil noemen. Beppe Severgnini maakt in zijn boek een studie van het meest interessante onderdeel van Italië: de Italiaan zelf.

De tocht op weg naar het innerlijk van de Italianen is zeer de moeite waard, maar niet zonder gevaren, en sommige reizigers aarzelen om eraan te beginnen. Ze worden weerhouden door gemakzucht en de angst om het geromantiseerde beeld van de Italianen dat ze voor zichzelf hebben opgebouwd te vernietigen. Voor de meeste Italianen zelf is het beangstigend om ongemakkelijke waarheden aan het licht te brengen, maar Beppe Severgnini heeft daar absoluut geen moeite mee. In Italianen voor gevorderden maakt hij een systematische vertaling van zijn thuisland, het werkelijke Italiaanse universum van de werkelijke Italianen.

Hij vertelt over de onbegrijpelijke regels van de straat, de anarchie van het kantoor en de omslachtige treinreizen. Over de zintuiglijke geruststelling van een kerk en het belang van het strand, over de eenzaamheid van het voetbalstadion en de overvolle Italiaanse slaapkamer. In tien dagen doet hij dertig plaatsen aan, reist hij van noord naar zuid en weer terug. Praat hij over eten en politiek, over de deugdelijkheid van het platteland en over de dierentuin die de televisie feitelijk is. Hiermee is Italianen voor gevorderden dé gids voor iedereen die iets van de Italianen wil begrijpen. En wie wil dat nou niet?

Toen ik in Rome Severgnini’s beschrijving van een dag in Rome las, moest ik gelijk terugdenken aan mijn ontmoeting met een gladiator, in februari van dit jaar. Deze gladiator was vanwege het gebrek aan toeristen bij het Colosseum maar naar de Trevifontein gewandeld, in de hoop daar wat toeristen te treffen die met hem op de foto zouden willen – tegen betaling uiteraard. Helaas waren zijn acteerprestaties niet bijzonder authentiek, aangezien hij zo ongeveer elke twee seconden een mobieltje van onder zijn kledij tevoorschijn haalde. Zelfs de toeristen die voor de eerste keer in de stad waren en met open mond naar de Trevifontein stonden te staren, trapten niet in zijn aanbod.

Ach ja, de Italianen en hun telefonino… Lees maar wat Severgnini erover schrijft, treffender kan ik het niet zeggen:

‘Sommige voorwerpen zijn zo belangrijk dat ze plekken worden, plekken die een rondleiding verdienen. Ze gewoon gebruiken volstaat niet. Het is zaak om de blik gericht te houden op de geboden vooruitzichten en om die goed in het geheugen te prenten. In Italië is een van die voorwerpen het televisietoestel – we hebben het er in Florence al over gehad. Een ander leerzaam object is de auto, en daar hebben we het straks over. Het meest welig tierende Italiaanse voorwerp is echter de mobiele telefoon.

Het mobieltje, de telefonino – zowel in het Nederlands als het Italiaans heeft het verkleinwoord iets bedrieglijks, maar in Italië betekent zo’n verkleinwoord volstrekt het tegengestelde (momentje, glaasje, kusje) – is de uitvinding die de laatste jaren ons leven nog het meeste heeft veranderd. Meer nog dan Berlusconi, de euro en Big Brother. De koppeling tussen de gsm en de Italiaanse burger is niet langer een zaak van statistieken; het ding maakt nu deel uit van de folklore. Als een Fransman of Duitser zijn ogen dichtdoet en aan Italië denkt, ziet hij niet het Colosseum, maar een vent die hard staat te praten, met een hand op zijn oor. Precies, zo iemand als daar staat. Moet je nu horen hoe hij iedereen vertelt over zijn liefdesleven, in afwachting van het moment waarop hij de kassier zijn financiële wederwaardigheden kan toevertrouwen.

Die andere gast is weer een fotomaniak: als hij zijn gsm heeft gebruikt voor overbodige praatjes, gaat hij over tot het maken van overbodige plaatjes. En die meneer daar heeft op zijn vijftigste de wonderen van het sms’en ontdekt. Hij tikt alles keurig in, compleet met hoofdletters, accenten, apostrofs en spaties. Is het je opgevallen hoe hij zijn bericht intikt, met het puntje van zijn tong uit zijn mond? De andere klanten gaan hem uit de weg en een enkeling heeft voorgedrongen, maar hij heeft niets in de gaten. Hij probeert erachter te komen hoe je het uitroepteken krijgt (!), maar het lukt hem niet.

De spectaculaire doorbraak van de mobiele telefoon in Italië heeft niet alleen te maken met het grote gebruiksgemak, maar ook omdat het wezen van de gsm in grote lijnen samenvalt met de volksaard. Het fenomeen nam een aanvang als vorm van exhibitionisme (‘Ik heb er eentje, jij ook?’), verschoof toen richting conformisme (‘Heb jij er eentje? Ik ook!’) en vervolgens kwam het nutsbeginsel om de hoek kijken (‘We hebben er allemaal eentje; een mens kan gewoon niet zonder!’). Het huidige succes heeft alles te maken met de tentakelachtige relaties binnen Italiaanse families. Ook de Finnen – die percentueel gezien meer gsm’s hebben dan wij – zouden die mobieltjes dolgraag de hele tijd gebruiken, maar ze weten niet wie ze moeten bellen. Papa belt mama, mama belt zoon, zoon belt vriend, vriend belt collega, collega belt kennis, kennis belt zijn verloofde, verloofde belt haar zus, zus belt ouders, ouders bellen ooms en tantes, ooms en tantes bellen neven en nichten, neven en nichten bellen naar huis, en thuis krijgt mama een belletje van papa, die bij de bank in de rij staat. De cirkel is rond en we kunnen weer opnieuw beginnen.’

Tja, ineens begrijp ik die gladiator een stuk beter. Je blijft natuurlijk een Italiaan, ook al trek je zo’n oud Romeins pakje aan…

Wil je ook alles lezen over de telefoon, de televisie, de auto en alle andere dingen waar Italianen niet zonder kunnen, duik dan een avond lang in Italianen voor gevorderden. Het beste alternatief voor een avond in Italië – al wil je daar na het lezen van het boek misschien niet meer zo graag naar toe. Bij mij werkte het alleen maar averechts: ik wilde die gekke Italianen aan een dieper onderzoek onderwerpen en eigenlijk niet meer huiswaarts keren. Maar ach, misschien zijn Italianen wel juist zo leuk door mijn Nederlandse ogen, doordat ze zo heerlijk anders zijn dan wij… en minstens zo onbegrijpelijk!

jun 02

Toen ik in april in Rome was, heb ik natuurlijk een muntje in de Trevifontein gegooid, waarvan hierbij het levende bewijs: 

Zoals jullie wellicht weten, was ik hierdoor verzekerd van mijn terugkeer naar Rome. Al decennialang gooien toeristen en bezoekers een muntje in de fontein, met de heilige overtuiging dat ze dan nog eens zullen terugkeren. De oudste vermelding van het werpen van een muntje dateert van ongeveer 1870, maar pas in 1954 werd deze gewoonte door de film Three Coins in the Fountain wereldberoemd.

Volgens de echte kenners moet je met je rug naar de fontein gaan staan. Je neemt een muntje in je rechterhand en gooit het over je linkerschouder in de fontein, zonder achterom te kijken! Als je linkshandig bent, moet je het officieel overigens andersom doen: dus met je linkerhand een muntje over je rechterschouder gooien. Wil je niet alleen terugkeren naar Rome, maar er ook de liefde van je leven ontmoeten, dan moet je twee muntjes tegelijk in het water gooien. Drie muntjes zou leiden tot een huwelijk met een Romein, dus bedenk voordat je het derde muntje ter hand neemt goed hoe je wil dat je romance na het gooien van de twee muntjes moet aflopen.

Jaarlijks worden er 9.000 tot 10.000 kilo munten in de Trevifontein gegooid. Vóór de invoering van de euro bestond het totaalbedrag uit ongeveer evenveel lires als vreemde valuta, maar nu bestaat het overgrote deel van het geld uit euromuntjes. Zelf op muntenjacht gaan in de fontein is ten strengste verboden. Het geld wordt regelmatig door de gemeente uit het bassin gehaald, waarna het wordt overgedragen aan de kas van de gemeente Rome. Het geld werd tot een tijd geleden nog aan het Rode Kruis geschonken, maar het sorteren van alle verschillende munten kostte hen zoveel tijd dat ze er geld op toe moesten leggen. Sinds de restauratie van de fontein in de jaren negentig wordt het geld dan ook weer opnieuw aan de gemeente geschonken, die het onder andere gebruikt voor het onderhoud van de fontein.

De Trevifontein is wereldberoemd geworden door de film La Dolce Vita (1960), van Federico Fellini, met in de hoofdrollen Marcello Mastroianni en Anita Ekberg. De scène waarin Ekberg in de vroege ochtend de fontein in wandelt, gevolgd door Mastroianni, is misschien wel het bekendste plaatje dat ooit van deze fontein geschoten is. Claudia Schiffer deed deze scène in 1994 nog eens dunnetjes over, voor een videoclip van het modehuis Valentino. In de film C’erevamo tanti amati (1975) laat regisseur Ettore Scola een groepje vrienden langs de Trevifontein wandelen, net op het moment dat Fellini er zijn beroemde scène aan het draaien is. Uniek aan deze film is dat Fellini en Mastroianni zichzelf spelen, een uniek moment in de geschiedenis van de film en van de Trevifontein!

Over de geschiedenis van de Trevifontein gesproken, die is bij de meeste toeristen lang niet zo bekend als de traditie van de muntjes. De fontein werd gebouwd tussen 1732 en 1751. Een groot deel van het geld dat nodig was voor de bouw van de fontein werd door Urbanus VIII verzameld door een extra belasting op wijn te heffen. Dat leidde tot veel protest onder de Romeinen. Pasquino, een van de ‘sprekende’ beelden in Rome, mopperde ‘op last van Urbanus betaalden wij tal van accijnzen op wijn. In ruil hiervoor krijgen zijn burgers nu water uit deze fontein’.

Het ontwerp voor de fontein werd getekend door Bernini, maar het bleef meer dan vijftig jaar lang ongebruikt in het archief liggen. Uiteindelijk was het Nicola Salvi, een ontwerper van toneeldecors, die het ontwerp mocht uitvoeren. Bernini was toen helaas al overleden en heeft dit dus nooit meer mee mogen maken. Salvi heeft de fontein wel kunnen voltooien, maar toen Clemens XIII de fontein in 1762 inwijdde was ook hij al overleden.

Op de plek waar nu de Trevifontein staat, bevond zich eerst een bescheidener fontein, als een soort tussenstop van de Aqua Virgo, een antieke waterleiding die het water vanuit de heuvels naar de stad leidde. Aangezien er drie wegen op het pleintje waar deze fontein zich bevond uitkwamen, werd de nieuwe fontein die hier moest herrijzen al snel aangeduid als Fontana di Trevi, de fontein van de drie wegen. De fontein is overigens niet het eindpunt van de watervoorziening; zo’n vijftig andere fonteinen en fonteintjes in de stad (waaronder de Schildpaddenfontein (zie Ciao tutti van 27 februari) en de fonteinen op het Piazza Navona) worden door de Trevifontein continu van water voorzien.

Het water van de Trevifontein staat bekend als het beste en het zoetste water van Rome. Het is nu verboden uit de fontein te drinken, maar vroeger dronken geliefden die hun relatie voor altijd wilden laten voortduren een glas water uit de fontein, waarna ze het glas tegen de fontein stuk moesten gooien. Ook Michelangelo was blijkbaar een groot fan van het Treviwater: toen hij stierf, vond men in zijn huis wel vijf vaatjes met water uit de Trevifontein.

Elke dag opnieuw stroomt zo’n tachtig miljoen liter water in het bekken van de fontein. Zeker op een stille, winterse dag hoor je het donderende geraas van het neerstortende water al een paar straten verderop. Het lijkt net alsof Oceanus, de zeegod, uit het water oprijst. Hij staat op een reusachtige schelp, die wordt voortgetrokken door twee gevleugelde paarden. Het paard aan de rechterkant is heel rustig, terwijl het paard helemaal links nauwelijks in toom te houden is. Beide paarden staan symbool voor de zee in al haar verschijningen, van heel kalm en sereen tot zeer onstuimig en woest – net als de sfeer bij de fontein. Een bezoek aan de Trevifontein is het mooist in de vroege ochtend of de late avond, als er geen drommen toeristen muntjes staan te gooien en je de schoonheid van het samenspel tussen marmer en water op je in kunt laten werken.

Vandaag mag ik de belofte van de Trevifontein inlossen en keer ik weer even terug naar Rome. Wat ik daar ga doen, lezen jullie de komende weken op Ciao tutti, maar één ding is zeker: ik zal de stad niet verlaten zonder weer een muntje (of misschien toch maar twee of drie) in de Trevifontein te hebben gegooid!

Getagd met:
preload preload preload