jan 28

Ondanks de romantiek van alle lokale marktjes en heerlijke kleine winkeltjes om me heen waar ik het liefst snuffel en nieuwe ontdekkingen doe, kan het soms zomaar zijn dat ik mezelf terugvind in zo’n overweldigende ipermercato. Een mammoetsupermarkt waar je werkelijk voor alles terecht kunt. Van fietsbanden tot ingemaakte kersen en van flanellen huispakken tot gebloemd briefpapier.

Ik sta wat verdwaasd voor de vele vierkante meters pastasoorten die hier staan uitgestald als ik wat verderop een bekende stem in het Nederlands hoor. Als ik nieuwsgierig om het schap heen loop, zie ik tot mijn grote verrassing inderdaad een bekende staan: Esther Bos. Vorig jaar was ik bij haar en Simona op bezoek in het Toscaanse Il Canto del Maggio (zie Ciao tutti van 26 januari en 27 januari). Esther biedt met haar Beleef Toscane een aantal culinaire voor- en najaarsarrangementen aan met net een tikje méér. Met het gevoel ‘thuis’ te zijn bij de Italianen, met heerlijk koken, eten en vertoeven in een dromerig minidorpje.

Ze begroet me blij verrast en vertelt me dan honderduit over de heerlijkheden van haar afgelopen Beleefherfst: het aanhoudende zonnige weer, óók in november, het proeven van een Vin Santo met de potentie van een luxe cognac, de smaak ontdekken van een risotto met brandnetel, het ultieme recept voor parelhoen met kastanjes, de door het droge zomerseizoen schamel uitgevallen olijfoogst die echter een ongekend rijke olie opleverde en de hartelijke gastvrijheid van Cinzia, de vrouw des huizes van ‘Moraiolo’. Een levendig boerenhuis van drie generaties waar Esthers gasten nu ook een plekje vinden. ‘Daar moet ik je echt nog eens mee naar toe nemen,’ besluit ze, terwijl ze snel nog een pak risottorijst uit het schap grist. ‘Kijk maar even,’ zegt ze, terwijl ze me haar telefoon geeft. ‘Je gelooft je ogen niet als je dit ziet!’

‘Dat pak rijst is overigens voor een nieuw uit te proberen recept,’ legt ze uit. ‘Voor fritelle di riso, rijstbeignets. Al noem ik ze met mijn dochter Jozefbollen, dat klinkt leuker,’ lacht ze. ‘En dat zijn het in feite ook. Tegenwoordig zie je al met Carnaval, maar traditioneel gezien worden ze op 19 maart gegeten, de dag van S. Giuseppe, St. Jozef en tegelijkertijd ook vaderdag in Italië.

Volgens overlevering was Jozef na zijn vlucht naar Egypte genoodzaakt om beignets te verkopen om zijn gezin te onderhouden. De Romeinen gaven hem daarom al de vrolijke bijnaam il frittellaro, de frituurman. Middenin de vastentijd wordt er nu op zijn heiligendag ‘gesmokkeld’ en heeft iedere regio wel zijn eigen gefrituurde gebak. Van de zoete zeppole uit Napels getopt met banketbakkersroom en kersen tot de hartige crespeddi van Sicilië met ricotta en ansjovis. Maar ik hou van de Toscaanse, met rijst en een zweem citroen,’ besluit ze.

‘Er bestaan honderden verschillende recepten van en evenzoveel verschillende meningen over. Mét rozijnen of zonder. Mét gist of zonder. Het originele recept stamt ergens uit de late middeleeuwen, maar ik doe het vandaag met dit recept van Simona.’ Ze krabbelt voor mij (en voor jullie natuurlijk) het recept op een papiertje. Zo kunnen ook wij genieten van een Italiaanse vastentraditie!

Frittelle di S. Giuseppe
(St. Jozefbollen)

250 gram rijst (liefst met een kleine ronde korrel, zoals risottorijst)
600 ml melk
400 ml water
mespuntje zout
3 eidooiers
3 eiwitten
1 borrelglaasje Vin Santo
100 gram suiker
zakje vanillesuiker
wat citroen- en sinaasappelrasp
3 tot 4 eetlepels bloem
olie om te frituren
extra kristalsuiker om te bestrooien

Kook de rijst in het water met de melk, het snufje zout en de citroen- en sinaasappelrasp. Giet de rijst af indien nodig en laat deze afkoelen (dit kun je ook al een dag van tevoren doen).

Voeg dan de eidooiers, Vin Santo en de suiker aan toe. Gebruik zoveel bloem als nodig is om er een stevig mengsel van te maken; het mag niet ‘weglopen’. Laat het mengsel zo’n half uurtje rusten (het originele recept heeft het zelfs over vele uren!).

Klop voor het bakken de eiwitten stijf en spatel ze voorzichtig door de rijst. Verhit het frituurvet en schep dan met een lepel balletjes van het rijstmengsel in het vet. Frituur de balletjes goudbruin en laat ze uitlekken op keukenpapier. Rol ze ten slotte door de suiker.

‘Voor de luxe versie kun je het hart nog vullen met wat banketbakkersroom.’ Esther glundert al als ze eraan denkt. En ze maakte het nog even aanlokkelijker door ter plekke Simona van Il Canto del Maggio te bellen voor een heus Toscaans wijnadvies. Haar favorieten: De Aleatico van het wijnhuis Vitereta, een passitowijn (van ingedroogde druiven) die niet al te zoet is. Of een Montepulciano di Vendemmia Tardiva (van late oogst).

Ondertussen zijn we bij de kassa aangekomen en Esther zet alle veelbelovende ingrediënten voor dit lekkers op de band. Ik krijg spontaan zin om de frittelle – en nog meer carnavalslekkers – zelf bij haar te gaan maken en proeven! Jullie ook? Kijk dan eens op Beleef Toscane onder Maschere & Misteri.

Ik zeg Esther gedag met de belofte haar snel op te zoeken op die prachtige plek en slenter terug naar de afdeling pasta om weer vertwijfeld voor de enorme keuze te staan, maltagliati of fusillli bucati? Ik ben er voorlopig nog niet uit!

jan 18

De paardenrace van Siena is dan misschien de beroemdste, de palio van Buti is de eerste van het jaar! Op de eerste zondag na het feest van Sant’Antonio Abate, waar ik jullie gisteren over vertelde, is de strijd tussen de verschillende contrade, wijken, op zijn hoogtepunt. Dit jaar is dat op 22 januari, dus de voorbereidingen zijn al in volle gang!

Afgelopen zondag was de grote loting en dat ging gepaard met een hoop emoties. Uiteraard met een glimlach van oor tot oor en gejuich van de inwoners van de contrada als de wijk het geluk heeft als eerste uit de bus te komen; boosheid en zelfs tranen bij de bewoners van de wijk die de laatste plek moet innemen.

Zeker in deze laatste dagen wordt het hele dorp in gereedheid gebracht voor dit bijzondere evenement. Al weken wapperen vrolijke vlaggen in de wijken, maar nu hangt er bijna bij elk huishouden een vlag buiten. Het bestuur van de stad wordt voor even overgenomen door de capitani, degenen die aan het hoofd van een contrada staan. Iedereen praat over de race, speculeert over de uitslag en informeert naar het paard. Wordt het goed verzorgd? Zijn zijn hoefijzers netjes in orde?

Hoe dichter de zondag nadert, hoe meer de spanning stijgt. Net als in Siena worden ook hier in Buti de paarden naar de kerk van de contrada begeleid, waar ze worden gezegend en waar met de hele wijk wordt gebeden voor de overwinning. Kaarsjes worden opgestoken, kruisjes geslagen, Weesgegroetjes en schietgebedjes gepreveld. Zelfs als niet-inwoner voel je de spanning met de minuut stijgen deze week. Als ik door de straten van Buti wandel en de zeven verschillende contrade doorkruis, probeer ik me voor te stellen hoe het hier de rest van het jaar zal zijn. Is het stadje dan nog steeds zo strikt onderverdeeld? Komt de wijk dan nog steeds op de eerste plaats?

Ik vraag het aan een van de oude mannetjes die rond de stal van de wijk La Croce hangen. Zichtbaar trots knikt hij. Ja, de contrada is en blijft belangrijk. Ik moet het zo zien: het is je familie. En familie komt het hele jaar door op de eerste plaats, volgens deze bijna 80-jarige Giuseppe.

Hij vraagt of ik meer wil weten over de geschiedenis van de palio hier. Op mijn bevestigende antwoord trekt hij me mee naar zijn huis, twee deuren verderop. Er komt een heel oud fotoalbum op tafel, vol met knipsels en foto’s. Terwijl hij voorzichtig door het album bladert, vertelt hij over de eerste aanwijzingen van een paardenrace op deze plek. Die zou zijn geweest op 13 september 1848, maar er zijn ook aantekeningen gevonden van een eerste Sant’Antonio-feest op 14 januari 1805, waar paarden in optocht door het dorp werden geleid.

Hij wijst op een affiche, waarop te lezen staat:

‘Buti sarà diviso in sei contrade , ognuna delle quali farà capo ad una delle sei Chiese di cui il paese si onora : Chiesa Pievania – Chiesa di San Francesco – Chiesa di San Rocco – Chiesa dell’Ascensione – Chiesa di San Nicolao – Cappella delle Case Popolari’

Hiermee werd op 15 december 1960 het dorp ineens in zes wijken onderverdeeld, met elk een eigen kerk, die vanaf dat moment allesbepalend zouden zijn:

* Pievania, met als wapen een wit kruis op een azuurblauwe ondergrond
* San Francesco, met een zwart/geel wapenschild
* San Nicolao, met een zwart/wit schild
* San Rocco, met een rood/wit wapenschild
* Ascensione, met een groen/zwart schild
* La Croce, met een rood/zwart schild

Die kleuren zie je overal in het dorp terug, en ook in het fotoalbum maken de zwart-witfoto’s langzamerhand plaats voor deze kleuren. Uiteraard overheerst het rood/zwart van La Croce, want alle overwinningen en bijzonderheden worden in het album breed uitgemeten. Ook nu nog, tijdens het voor de zoveelste keer doorbladeren van het beduimelde album, wordt Giuseppe af en toe emotioneel. Met tranen in zijn ogen aait hij de foto van een paard dat succesvol is geweest, en hij zucht diep. Dit gaat inderdaad verder dan deze feestdag, het is pure en oprechte liefde voor en loyaliteit aan een wijk, een familie, een historie.

Ik mag dan ook pas weggaan als ik beloof een kaarsje op te gaan steken voor zijn wijk, en zondag, vanuit Florence, zal bidden voor een goede afloop. Als jullie dat nu ook doen, dan kan Giuseppes palio niet meer stuk!

Getagd met:
dec 30

Sandrina Bokhorst, eigenaar van Persoonlijk Rome, schrijft elke maand een column voor de website van magazine De Smaak van Italië. Haar column van deze maand, over Silvester en de vette draken van Oud&Nieuw, is zo bijzonder, dat ik jullie het verhaal over de laatste dag van het jaar niet wilde onthouden.

Italianen houden van eten: veel en goed eten. Iedere feestdag heeft zo zijn eigen culinaire tradities. Op 31 december, de dag die in Italië ‘San Silvestro’ wordt genoemd, krijg je na middernacht cotechino (varkensworst) of zampone (gevulde varkenspoot) met polenta en linzen voorgeschoteld.  Linzen symboliseren financiële rijkdom en ook de varkenspoot – zeer voedzaam vlees – staat voor overvloed. Zo hopen de Italianen het nieuwe jaar goed te beginnen. En vooral dit jaar, met alle politieke onrust, zullen ze het nodig hebben! Aangezien dit alles volgt op het toch al copieuze cenone (grote diner) di San Silvestro moet je wel een behoorlijke eetlust hebben om alles te verstouwen! Italianen zeggen dan ook dat ze ‘draken zien’ als ze teveel hebben gegeten.

Maar weinigen beseffen dat we met deze schranspartij eigenlijk de overgang vieren van het heidendom naar het christendom. Dit gebeurde tijdens het pausdom van een alles behalve Bourgondische paus, paus Silvester, die de Romeinse keizer Constantijn zou hebben gedoopt als christen en daarmee de wereldgeschiedenis blijvend heeft veranderd. Oudjaarsdag, 31 december, is zijn sterfdag.

Paus Silvester I (314-335) bracht het grootste deel van zijn leven door als kluizenaar en asceet in de bergen vlak bij Rome. Zijn naam betekent niet voor niets ‘bosbewoner’. Maar in de geschiedenis heeft deze bescheiden man een heel ander imago gekregen!

Het Romeinse Rijk stond in de vierde eeuw onder heerschappij van keizer Constantijn. In een poging de verbrokkeling van het rijk tegen te gaan, bepaalde deze briljante staatsman in 313 na Christus dat het christendom voortaan als godsdienst werd getolereerd. Constantijn versterkte zijn eigen autoriteit door deze aan de steeds populairder wordende God van de christenen te koppelen. Later werd beweerd dat keizer Constantijn zelfs de wereldelijke en geestelijke macht over Rome vrijwillig zou hebben overgedragen aan de paus: Silvester. Daarmee werd de paus dus boven de keizer geplaatst. Met de kroning van Karel de Grote in het jaar 800 door de paus tot eerste keizer van het nieuwe West-Romeinse Rijk, werd dat nog eens bevestigd. Maar al gauw liep dat uit op een fikse machtsstrijd tussen het kerkelijke en het keizerlijke blok.

Historisch gezien zal Silvester waarschijnlijk niet meer dan een marionet in de handen van de keizer geweest zijn. Dat is echter niet het beeld dat fresco’s in kerken door heel Italië ons schetsen, want Silvester is een belangrijke heilige geworden. Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld hiervan vinden we in de Silvesterkapel in de kerk van de Santissimi Quattro Coronati in Rome. Paus Innocentius IV gaf de opdracht voor deze cyclus in 1248 toen hij voor de zoveelste keer in oorlog was met de keizer. De fresco’s zijn een staaltje pure politieke propaganda die de claim op wereldlijke macht van de paus moeten ondersteunen.

In de kapel wordt ons als in een kleurrijk stripverhaal getoond hoe Constantijn zich door Silvester laat dopen om van zijn melaatsheid (lees: heidendom) te genezen. Nederig bukt de keizer vervolgens voor de tronende paus om hem als dank zijn mijter, in die tijd ook de keizerskroon van de wereldlijke macht, te overhandigen. Het tweetal, Silvester te paard en Constantijn te voet, vertrekt vervolgens naar de stad Rome die de keizer op deze wijze aan de paus schenkt. Constantijn heeft het paard aan de leidsels als teken van zijn onderwerping. Silvester wordt letterlijk en figuurlijk (en bepaald niet subtiel!) boven Constantijn geplaatst. Van kluizenaar is hij verworden tot held, de man die de keizer bekeerde en ook nog eens doopte.

Een nieuw tijdperk brak aan. De eerste grote kerken van Rome schoten vervolgens als paddenstoelen uit de grond. Daarmee sleepte Silvester ook nog eens de titel van patroonheilige van de metselaars en steenhouwers in de wacht. Maar Silvester ging verder: hij versloeg met een staaltje onvervalste heroiek het heidendom precies in het hart van de macht van het Romeinse keizerrijk.

Op het Forum Romanum, bij de tempel van Castor en Pollux, woonde diep onder de grond een draak die met zijn onuitstaanbaar, stinkende adem de mensen in de omgeving vergiftigde en de beroemde tweeling van schrik in hun eierdoppen deed terugschieten. De draak werd wel eens gevoed door zijn buurvrouwen, de Vestaalse maagden. Met de bekering van Constantijn tot het christendom echter hield deze liefdadigheid op en doodde de draak met zijn adem dagelijks meer dan 300 onschuldigen.

Niemand durfde de strijd met het monster aan, behalve Silvester. Een heidense priester zwoer dat als Silvester erin zou slagen de draak een jaar lang koest te houden, hij zich zou bekeren tot het christendom. De paus, gewapend met zijn geloof en een zijden draadje, daalt de 365 treden af naar het hol van het stinkende gevaarte en slaagt erin de draak zijn enorme vuurspuwende mond te snoeren. Een jaar later bivakkeerde de draak nog altijd als een tam beest op het forum en dat wonder maakte dat maar liefst 30.000 man zich bekeerden tot het geloof van Silvester.

De draak in het verhaal staat uiteraard symbool voor de heidense godsdiensten en de 365 treden die Silvester afdaalde, komen overeen met het aantal dagen van de Romeinse kalender die Silvester in het christendom zou hebben geïntroduceerd. Dus als je in Nederland of Italië met oud en nieuw opeens draken ziet, dan weet je waar het vandaan komt: dan is Silvester weer aan het spelen met zijn favoriete huisdier.

Je kunt de Silvesterkapel bezoeken, na een donatie aan de nonnen die het klooster bewonen. Wil je meer weten van de kapel en de wereldlijke ambities van de pausen, dan is het leuk om met een persoonlijke gids Rome te ontdekken. De kerk is op de Celio-heuvel, waar ook andere interessante middeleeuwse en antieke monumenten te vinden zijn, die zich buiten de gebaande paden bevinden.

dec 29

Vorig jaar schreef ik op Oudejaarsdag al over de gewoonte van Italianen om op Oudejaarsavond linzen en worst te serveren. Beide staan symbool voor voorspoed en geluk. De worst wordt namelijk gezien als een teken van rijkdom voor het komende jaar; de linzen symboliseren de overvloed aan geld waarover je in het nieuwe jaar zal beschikken.

Zeker geen slecht idee dus om deze gerechten op Oudejaarsavond te serveren. In het recent verschenen kookboek De verleidelijke Italiaanse keuken een origineel recept voor deze ‘gouden’ combinatie: crème van linzen en worst in bladerdeeg.

Ingrediënten
(voor 4 personen)

200 gram rode linzen
½ ui
1 kleine aardappel
1 worst
olijfolie extra vergine
2 liter groentebouillon
2 eierdooiers
100 gram bladerdeeg
peper en zout

Was de linzen en laat ze 3 tot 4 uur weken in koud water. Pel de ui en snipper fijn. Schil de aardappel en snijd in stukjes. Verwijder het vel van de worst.

Fruit de ui in een pan met olie, voeg de linzen toe, de aardappel, het worstvlees, peper en zout. Giet de bouillon erover en laat ongeveer 2 uur op een zacht vuur koken.

Voeg dan 1 eierdooier toe, pureer en laat afkoelen.

Verwarm de oven voor op 190 graden. Rol het bladerdeeg uit, steek er vier rondjes uit en bestrijk ze met de tweede eierdooier. Leg de schijfjes bladerdeeg voorzichtig over vier kleine, ronde ovenschaaltjes en zet ze 12 minuten in de voorverwarmde oven.

Neem de schaaltjes uit de oven en neem de bladerdeegdeksels er voorzichtig af. Verdeel de linzencrème over de ovenschaaltjes en leg de bladerdeegdeksels er opnieuw op.

Buon appetito, en ik wens jullie alvast – net als dit gerecht – alle geluk voor het nieuwe jaar!

Dit recept is afkomstig uit De verleidelijke Italiaanse keuken. In dit kookboek zijn de recepten verzameld van la nonna, de Italiaanse grootmoeder. Het zijn gemakkelijke en authentieke recepten die de liefhebber van de Italiaanse keuken zeker zullen aanspreken. De gerechten zijn eenvoudig, vaak bereid met nederige ingrediënten, maar met een unieke smaak en een rijk aroma.

In de keuken van la nonna lagen de hoeveelheden niet vast en de kooktijden hingen vaak af van de kleur van de bereiding en de geur die zich door het huis verspreidde. Gelukkig ging deze kennis niet verloren; ze werd van generatie op generatie overgeleverd en de gerechten werden van het ene schriftje in het andere overgeschreven, met alle nuances die deze zuiderse keuken zo uitzonderlijk maken. Nostalgisch, eerlijk, eenvoudig en overheerlijk, dat is De verleidelijke Italiaanse keuken…

Nonna’s recepten bestaan onder andere uit bruschetta met zwaardvis, taartjes van penne met gerookte carbonarasaus, saltimbocca van rundvlees met aubergines, sint-jakobsvruchten met limoen, spinazie en champignons, courgettes gevuld met rijst en pecorino en semifreddo met aardbeien en meringue. Ten slotte verklapt la nonna ook haar keukengeheimen en inmaaktips. En af en toe vind je een nostalgische anekdote terug.

De verleidelijke Italiaanse keuken
Christina Bottari
ISBN 9789002240393
€ 19,95
Standaard Uitgeverij

dec 23

Bij de pizza margherita van gisteren hoort natuurlijk een lekker Italiaans biertje. Want hoewel Italianen graag een glas wijn drinken, hebben ze bij een pizza toch echt de voorkeur voor una birra. Maar uiteraard niet zomaar een biertje; nee, de Italiaan gaat voor bier met een lintje. Bier met een blauw lintje om precies te zijn; Peroni Nastro Azzurro.

Dit blauwe lintje werd in 1963 door Carlo Peroni, de achterkleinzoon van Francesco Peroni, als handelsmerk van Peroni in de markt gezet. Zijn Nastro Azzurro (‘Blauw Lint’) zou zijn afgeleid van The Blue Riband, een prijs die dertig jaar eerder werd toegekend aan het Italiaanse passagiersschip SS Rex dat het snelst de Atlantische Oceaan wist over te steken. Inmiddels is het blauwe lintje verworden tot een synoniem voor Italiaanse kwaliteit en leefstijl.

Peroni zelf kent al een iets langere geschiedenis dan het blauwe lintje. In 1846 opende de brouwerij de deuren in Vigevano. In 1864 verhuisde Giovanni Peroni de brouwerij naar Rome, dat toen overigens nog niet de rol van Italiaanse hoofdstad had (Rome werd namelijk pas in 1870 hoofdstad van Italië).

Peroni Nastro Azzurro is zoals gezegd in 1963 ontstaan in Rome, precies in de jaren van de ontluikende Italiaanse luxe en stijl, die je terug ziet in de bekende design- en modemerken uit deze periode van la dolce vita. Sindsdien wordt Peroni – volgens origineel recept – in de Italiaanse hoofdstad gebrouwen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van ingrediënten van de hoogste kwaliteit: de edelste voorjaarsgerst in combinatie met een unieke mix van Italiaanse mout, maïs en hop. Peroni ’s brouwmeester is Roberto Cavalli (what’s in a name… het is echt een andere Cavalli dan de bekende modeontwerper). Hij is verantwoordelijk voor de productie van Peroni Nastro Azzurro, en het waarborgen van de kwaliteit en authenticiteit bij het brouwen en bottelen.

Peroni is in Italië – en bij Italianen in het buitenland – alom geliefd. Stijliconen als Giorgio Locatelli drinken graag een Peroni, en ook merken als Fiat en – ja, echt – wijnhuis Antinori, dragen het merk op handen. Peroni wordt beschouwd als een tijdloze Italiaanse klassieker en is onmisbaar voor wie la bella figura naleeft; die typische Italiaanse manier van leven waarin gevoel voor stijl en schoonheid de boventoon voert. Een manier die is doordrongen van trots en historie, die wordt doorgevoerd tot in de kleinste details.

Geheel in lijn met de Italiaanse wortels omarmt Peroni sinds kort ook in Nederland deze Italiaanse stijl. ‘Peroni Nastro Azzurro wil grenzen doorbreken en de traditionele biermarkt als het ware uitdagen. In Italië draait alles om authenticiteit, mode, stijl en kwaliteit en met Peroni Nastro Azzurro, een intens helder, verfrissend premium bier willen wij het Italiaanse, wat iedereen in zich heeft, naar boven halen,’ aldus Michal Rabiej, die als brand development manager verantwoordelijk is voor Peroni in Nederland.

In het kader van de lancering opende Peroni op 27 oktober j.l. Emporio Peroni, om de hoek van de exclusieve PC Hooftstraat in Amsterdam. Het was een non-shop, de enige shop waar niet kan worden gewinkeld en enkel ‘window shopping’ is toegestaan. Helaas is Emporio Peroni inmiddels weer gesloten, maar een Peroni proeven kan natuurlijk nog steeds, bij stijlvolle Italiaanse restaurants, in trendy bars en clubs en bij vooraanstaande traiteurs en delicatessenzaken in Amsterdam. Onder aan dit verhaal vind je een lijstje met de precieze Peroni-adressen.

Wil je het bier met het blauwe lintje in de stad proeven waar het wordt gebrouwen, ga dan naar de Antica Birreria Peroni (Via S. Marcello 19, dicht bij de Trevifontein). Bestel een Peroni Nastro Azzurro en geniet van het bier en de bierhistorie die overal om je heen te zien is. Salute!

www.anticabirreriaperoni.com

Peroni drink je in Nederland bij:

Assaggi
Tweede Egelantiersdwarsstr 6
1015 SC Amsterdam
020-4205589

Bar Italia
Rokin 81-83/Nes 96
1012 KJ Amsterdam
020-6202442

Bella Vista
Johannes Verhulststraat 156
1071 NP Amsterdam
020-6713888

Café de Curtis
2e Anjeliersdwarsstraat 6
1015 NT Amsterdam
020-4200767

Restaurant d’Antica
Reguliersdwarsstraat 80-82
1017 BN Amsterdam
020-6233862

Da Portare Via
Leliegracht 34 
1015 DG Amsterdam

Da Portare Via
Frans Halsstraat 63
1072 BM Amsterdam

Da Portare Via
Copernicusstraat 49
1098 JE Amsterdam

De Pizzabakkers  
Haarlemmerdijk 128  
1013 JJ Amsterdam  
020-4274144

De Pizzabakkers
Overtoom 501
1054 LH Amsterdam
020-6186554

De Pizzabakkers  
Plantage Kerklaan 2  
1018 TA Amsterdam  
020-6250740

De Pizzakamer
2e van der Helststraat 16
1072 PD Amsterdam
020-2211457

Di Donna Sofia
Anjeliersstraat 300
1015 NK Amsterdam
020-6234104

Eden Manor Hotel
Linnaeusstraat 89 
1093 EK Amsterdam
020-7008400

Feduzzi Mercato
Scheldestraat 63
1078 GH Amsterdam
020-6765338

Foodware  
Westerstraat 116  
1015 MN Amsterdam  
020-3308835 

Foodware
Looiersgracht 12
1016 VS Amsterdam
020-6208898

Foodware
Corn. Krusemanstraat 11
1075 NB Amsterdam
020-4707310

Hilton Amsterdam
Apollolaan 138 
1077 BG Amsterdam
020-7106000

Il Cavallino
Maasstraat 67
1078 HE Amsterdam
020-6753814

Le 4 Stagioni
Johannes Verhulststraat 32
1071 NE Amsterdam
020-6620071

MOMO Bar & Restaurant
Hobbemastraat 1
1071 XZ Amsterdam
020-6717474

Pazzi
1e Looiersdwarsstraat 4
1016 VM Amsterdam
020-3202800

Pasta Tricolore
P.C. Hooftstraat 52
1071 CA Amsterdam
020-6648314

Toscanini
Lindengracht 75
1015 KD Amsterdam
020-6232813

Vesper Bar
Vinkenstraat 57
1013 JM Amsterdam
020-8464458

sep 09

Het bijzondere kookboek dat ik vandaag met jullie wil delen, is weliswaar al wat ouder, maar nog niet zo oud als de titel doet vermoeden. In dit kookboek gaan de auteurs echter wel ver terug in de tijd, op zoek naar de antieke wortels van de Italiaanse keuken. Gerechten uit het oude Rome worden vergeleken met recepten van eigentijdse Italianen.

Tussen keuken en tafel verneem je allerlei wetenswaardigheden uit de oudheid over koken en de omgang met voedsel in het algemeen en bepaalde ingrediënten of voedingsmiddelen in het bijzonder. Tussen de recepten en foto’s door vind je teksten van artsen en filosofen uit de klassieke oudheid, die je ook nu nog beter niet zomaar naast je neer kunt leggen.

Vandaag op Ciao tutti een voorproefje in tekst, over wat de Romeinen nu eigenlijk aten, morgen een recept zodat je dat proefondervindelijk kunt ervaren!

‘De manier van koken zoals die in de oudheid gebruikelijk was, kan niet zonder meer beschouwd worden als een antieke variant van de mediterrane keuken zoals wij die vandaag de dag kennen. De Romeinen hadden nog niet de beschikking over een groot aantal producten die tegenwoordig zo kenmerkend zijn voor de mediterrane keuken. De ‘Nieuwe wereld’ moest nog ontdekt worden en daarmee waren tomaten, paprika’s, pepertjes, aubergines, aardappels en maïs in de oudheid nog niet bekend.

Rijst, oorspronkelijk afkomstig uit India, werd alleen gebruikt vanwege de bindende eigenschap van het zetmeel. Sinaasappels werden pas in de tiende eeuw op Sicilië geïntroduceerd door de Arabieren. Wel hadden de Romeinen de beschikking over ander citrusvruchten zoals citroenen en limoenen, die door Alexander de Grote vanuit de Oriënt waren meegebracht. Thee, koffie en cacao waren in de oudheid ook nog niet bekend en suiker kwam in Europa pas in de middeleeuwen ter beschikking.

Is de Romeinse keuken dan niet meer dan een slap aftreksel van hetgeen we ons nu onder de Italiaanse keuken voorstellen? We denken van niet. De Romeinen konden putten uit een grotere rijkdom aan vis en schaaldieren dan er op het ogenblik in de mediterrane wateren voorradig zijn. Zo bereidde men in de oudheid reeds gerechten met sardines, bonito, ansjovis, makreel, goudbrasem, tong, tonijn, zee-egel, rode mul en zeeprik. Kreeft, pijlinktvis, zeekat en octopus konden Romeinse gourmets in vervoering brengen. Men beschikte in de oudheid reeds over kwekerijen voor oesters en mosselen.

Ook voor vleesliefhebbers was er in het oude Rome van alles te krijgen, hoewel rundvlees zelden op tafel kwam. Runderen werden in de eerste plaats gezien als lastdieren die nodig waren voor het werk op het veld. Voor vleesconsumptie ging de aandacht meer uit naar varken, lam, geit en gevogelte zoals fazant en patrijs.

Ook de jacht bracht het een en ander op tafel, zoals haas, hert en ree. Daarnaast golden ook zanglijsters en slakken als lekkernij. Een culinaire bijzonderheid als ganzenlever, die we vandaag de dag eerder met de Franse keuken associëren, is van oorsprong een Griekse en Romeinse specialiteit. Ganzenhoeders mestten de ganzen vet met vijgen en doodden ze vervolgens door dwangvoederen met mulsum, een met honing gezoete wijn. Volgens Apicius verkreeg het vlees hierdoor een bijzondere smaak. In het moderne Italiaanse woord voor lever, fegato, herkennen we nog de Romeinse benaming ‘iecur ficatum’, lever met vijgensmaak. De Romeinen kenden ook reeds ham en allerlei soorten worstjes.

Contouren van de antieke keuken bij de Romeinen
Groenten worden meestal geserveerd als smaakmakertjes en waren reeds in grote variëteit op de markt. Asperges, biet, wortel, koolsoorten, pompoen, kardoen, ui, look en komkommer boden alle mogelijkheid tot afwisseling. Sla, witlof, waterkers en andijvie waren populaire bladgroenten. Paddenstoelen en truffels golden ook in de oudheid reeds als delicatesse.

Kazen waren er reeds in overvloed. Men gebruikte voornamelijk melk van geit en schaap. ‘Ab ovo usque ad malum’ beschrijft het verloop van een maaltijd in het oude Rome, waarbij een bereiding met ei de maaltijd inluidde en het fruit als afronding geserveerd werd. De Romeinen gebruikten hiervoor appels en peren, maar ook perziken (uit Perzië) en abrikozen (uit Armenië). Van oudsher groeiden er in het mediterrane gebied vijgen en druiven. In de zomerse hitte kon men de dorst lessen met meloenen. Uit Palestina en Ethiopie importeerde men dadels. In de herfst en winter genoot men van allerlei soorten noten zoals walnoten, hazelnoten en amandelen.

Hoewel in de oudheid pasta zoals wij het kennen in de mediterrane keuken ontbrak, gebruikte men verschillende granen wel voor andere doeleinden in de keuken, zoals voor de bereiding van smaakvolle soepen, pap en brood. Een van de oudste graansoorten die door de Romeinen werd gecultiveerd was gerst. Daarnaast verbouwde men spelt, rogge, haver en gierst. Spelt was te hard om te malen en werd geplet om het daarna te gebruiken voor de bereiding van puls, een polenta-achtige brei.

De introductie van tarwe in de vijfde eeuw voor Christus maakte het mogelijk om graan tot een fijn meel te verwerken. Hierna nam het broodbakken een grote vlucht. Men voorzag brood van verschillende smaakvariaties door toevoeging van karweizaad, venkel, selderij, anijs en papaver. De maaltijd ging vergezeld van wijn. Hierbij verdunde men meestal de wijn met water of zoette men de wijn met honing.’

Morgen een lekker visrecept uit Zo oud als de weg naar Rome!

Zo oud als de weg naar Rome
Roelf Holtrop & Hans Morren
ISBN 9789080644854
€ 35,-
te bestellen via www.hansmorren.nl

aug 30

Venetië en gondels, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar je ook over het water uitkijkt, vaak zie je zo’n zwarte, ranke boot opduiken – met naast een gondelier in gestreept shirt een groep toeristen en nu en dan zelfs een accordeonist die zijn repertoire beperkt tot O sole mio.

Zie je ze in een rustig wijkje even niet op het water balanceren, dan weet je dat je echt de toeristische stukjes stad achter je hebt gelaten. De plek van de gondels wordt ingenomen door kleine bootjes van bewoners die een dagje naar het strand trekken, de vuilnisboot of gewoon een glad spiegelend wateroppervlak.

De gondels hebben een enorme aantrekkingskracht op wie met een camera in de hand door Venetië slentert. Ook ik kon het niet laten om af en toe een mooi rijtje gondels vast te leggen:

Maar in een gondel stappen om voor ruim 75 euro nog geen uurtje over het water te glijden, nee, dat hadden mijn reisgenoot en ik er niet voor over. In rap Italiaans wimpelden we de gondeliers die op de verschillende bruggetjes staan in de hoop passagiers te vinden af – ook als het het driehonderdste bruggetje was waar we die dag overheen wandelden.

Toch hebben A. en ik één keer in een gondel gezeten, omdat we van de ene kant van het Canal Grande naar de andere wilden zonder een duur kaartje voor de vaporetto te kopen – en zonder een nat pak te halen natuurlijk. We keken de kunst af van een paar Venetiaanse oude vrouwtjes, die al keuvelend op een soort gondelpont stapten, traghetto genaamd.

Deze traghetti vind je op verschillende plekken aan beide zijden van het Canal Grande. Aangezien er maar drie bruggen over het Canal Grande lopen, scheelt deze service je vaak een behoorlijk eind omwandelen. Om van het geld en de tijd die je aan de vaporetto kwijt bent nog maar niet te spreken. En zeg nou zelf: niets beter dan een overtocht in een gondel, al duurt die nauwelijks 5 minuten.

Tijdens deze overtocht blijven de Venetianen overigens meestal staan, maar A. en ik konden – als enige passagiers – beiden een bankje aan de uiteinden bezetten, zodat we ook nog mooie foto’s konden maken van deze ervaring en de omringende palazzi aan het Canal Grande:

Aan het eind van de oversteek overhandig je een van de gondeliers (op deze traghetti zijn er twee gondeliers per gondel) 50 cent en een brede glimlach. Na een paar woorden in Venetiaans dialect te hebben aangehoord, sta je aan de overkant van het water – een ervaring rijker en zonder een enorme omweg.

Voor wie dit ook wel eens wil proberen, tegenwoordig telt de stad zeven traghetti over het Canal Grande:

*van de Fondamente S. Lucia (het station) naar de Fondamenta San Simeón Piccolo en viceversa
*van San Marcuola naar de Fóndaco dei Turchi (bij het natuurhistorisch museum) en viceversa
*van Santa Sofia (vlak bij Ca’ D’Oro) naar de Pescaria (de vismarkt bij de Rialtobrug) en viceversa
*van de Riva del Carbòn naar de Fondamente del Vin en viceversa
*van Sant’ Angelo naar San Tomà en viceversa
*van San Samuele naar Ca’ Rezzonico en viceversa
*van het Campo del Traghetto naar de Calle Lanza (bij de Santa Maria della Salute) en viceversa

Een van de gondeliers die ons overzette, wist ons nog te vertellen dat het systeem van de traghetti al eeuwenlang bestaat. Volgens hem waren er in 1697 nog 42 traghetti, waarvan er 23 een vaste route hadden. De andere werden meer gebruikt als een soort watertaxi’s en brachten mensen naar waar ze maar heen wilden – zelfs naar Burano, Murano of een van de kleinere eilanden.

Een kaart van Venetië uit 1677, de Disegno della Pianta di Venezia, laat inderdaad zien dat er toentertijd 23 vaste traghetti-routes waren, waarvan er 19 het Canal Grande oversteken en 4 het Canal della Giudecca. Deze traghetti zijn lang niet meer allemaal in gebruik, maar sommige straatnamen herinneren nog aan het feit dat er daar ooit een oversteekplaats was. De Calle de Traghetto San Giorgio (in Dorsoduro) bijvoorbeeld, die volgens de kaart was verbonden met de Campiello Traghetto (bij de S. M. Zobenigo).

Niet alleen een fascinerende ervaring, zo’n traghetto-ritje, maar ook een bijzondere kijk op de geschiedenis van de stad. Wij maken er straks in elk geval nog even gebruik van, mooi als laatste blik op de stad!

jul 20

Na een lange dag trekken door de Maremma, werden we gisteren door Damiana, de eigenaresse van de agirturismo waar we verblijven (en waar ik gisteren al over schreef), verwend met een enorm bord acquacotta. Voor degenen die een beetje Italiaans spreken, klinkt dat misschien een beetje vreemd: een bord vol gekookt water lijkt immers geen delicatesse…

Niets is minder waar. Acquacotta, dat zijn oorsprong kent in de regio rondom Grosseto, bevat inmiddels – gelukkig voor ons – heel wat meer dan gekookt water. Het gerecht vormde eeuwenlang bijna het enige voedsel dat op het menu stond van de schaapherders, mijnwerkers en butteri (de beroemde cowboys van de Maremma) die vrij geïsoleerd woonden in het ongerepte zuiden van Toscane.

Het gerecht vindt inderdaad zijn oorsprong in een pan vol kokend water, waar iedereen zijn bijdrage in liet vallen. De bewoners van de Maremma moesten het lange tijd doen met wat de aarde hun bood: een handjevol uien, wat tomaten, een paar wortels, wat selderij… Al deze ingrediënten werden in een pan met kokend water gegooid, zodat er een soort groentesoep ontstond die dankzij de smakelijke ingrediënten nooit ging vervelen.

Acquacotta is dus echt het resultaat van la cucina povera, de arme keuken. Hetgeen absoluut niet wil zeggen dat het geen lekker gerecht is; zeker met de hoeveelheid ingrediënten van nu is het een smakelijke, voedzame soep, die er na een dagje op pad met gemak ingaat. Zoals een Italiaans spreekwoord immers zegt: Sette cose fa la zuppa: cava fame e sete attuta, empie il ventre, snetta il dente, fa dormire, fa smaltire, e la guancia fa arrossire. Oftewel: ‘Zeven dingen doet de soep: hij stilt de honger en lest de dorst, hij vult de maag, reinigt de tanden, hij maakt slaperig, hij maakt slank en zorgt voor kleur op je wangen.’

De eigenaresse van de agriturismo vertelt dat het recept voor acquacotta geleidelijk aan is aangepast. Buiten de genoemde groente werd er steeds vaker bijvoorbeeld ook oud brood in verwerkt, zodat de soep steviger en voedzamer werd. Nog wat later werden er ook eieren aan toegevoegd, en soms zelfs wat pecorino.

Hoewel het gerecht echt uit de Maremma komt, bestaat er niet één echt klassiek recept. Elke stad, elke familie heeft zijn eigen recept, zijn eigen geheime kruiden die worden toegevoegd, zijn eigen volgorde waarin de ingrediënten worden toegevoegd, zijn eigen pan waarin de acquacotta moet pruttelen… Het recept van vandaag is dus een van de vele varianten. Het geeft jullie de gelegenheid even mee te proeven van deze relatief onbekende maar o zo mooie Toscaanse regio!

Ingrediënten
(voor 4-6 personen)

125 ml extra vergine olijfolie
2 uien, gehakt
2 teentjes knoflook, gehalveerd
5 wortels, in stukjes
3 stengels bleekselderij, in stukjes
500 g ontvelde tomaten, in stukjes
zout en versgemalen zwarte peper
1-2 liter groentebouillon
8 sneden oud boerenbrood, in kleine stukjes
50 g pecorino, geraspt
4-6 eieren

Verwarm de olijfolie in een braadpan en laat de ui en knoflook op laag vuur zachtjes garen. Voeg na een paar minuten de in stukjes gesneden wortels, bleekselderij en tomaten toe roer alles goed door elkaar. Breng op smaak met een beetje peper en zout. Laat de groenten op laag vuur langzaam tot een dikke soep koken.

Voeg dan de groentebouillon toe, net zoveel als nodig is om een vloeibare, maar dikke consistentie te krijgen. Warm het geheel goed door en laat eventueel nog een beetje inkoken.

Week het oude brood in een beetje water en meng dit door de soep. Meng er ook de pecorino door.

Breek vlak voor het serveren, als de soep de gewenste dikte heeft, de eieren boven de pan, zodat ze in de acquacotta garen. Zorg ervoor dat de eieren heel blijven en niet door de soep gemengd worden. Zodra het eiwit stevig is, is de soep klaar en kan iedereen aan tafel. Buon appetito!

Wie in augustus in de Maremma is, valt met zijn neus in de acquacotta. In de provincie Grosseto worden dan namelijk een aantal sagre dell’acquacotta gehouden, dorpsfeesten ter ere van deze regionale soep waar de lokale bevolking je graag laat proeven van dit gekookte water!

Getagd met:
jun 23

Italië kent ontelbaar veel tradities, die door jong en oud in ere worden gehouden. Zo kent Florence het calcio storico, oftewel historisch voetbal, dat eigenlijk meer weg heeft van een partijtje rugby. Het brute spel werd voor het eerst gespeeld in 1530, toen de Florentijnen de slag om hun eigen stad hadden verloren. Toen de vijand de stad in trok om het bestuur over te nemen, speelden de Florentijnse mannen een potje voetbal, alsof er niets aan de hand was. Een ultiem statement van minachting voor de overwinnaars!

© Maurizio Rufino / Sullivan’s List

In het boek Sullivan’s List, dat onlangs is verschenen, wordt uitgebreid stilgestaan bij de traditie van het calcio storico:

‘De Italiaanse macho’s van Florence hebben geen vrouwen nodig om hun mannelijkheid te bewijzen. Zij beuken elkaar jaarlijks aan gort tijdens een potje oervoetbal dat meer lijkt op rugby zonder regels. Calcio storico, zoals deze nobele sport heet, wordt gespeeld op een door zand bedekt plein met lage, verende wanden à la ijshockey. Zevenentwintig mannen in chique pakken tegenover zevenentwintig andere mannen in chique pakken – zij het in een ander kleurtje. De teams krijgen vijftig minuten de tijd om de bal zo vaak mogelijk over een rand te krijgen, en daarbij is alles geoorloofd.

Er is wel een scheidsrechter, maar die fluit alleen voor een directe trap in de rug. En hij wappert met zijn plumeau van struisvogelveren in het verhitte gelaat van de speler die door het lint dreigt te gaan. Want een lichte beteugeling van emoties wordt wel van de spelers verwacht.’ Als je onderstaande foto’s ziet, zou je dat echter niet zeggen…

© Alessandro Morandi / Sullivan’s List

© Maurizio Rufino / Sullivan’s List

‘Speelt het geduw en getrek zich bij rugby vooral rond de bal af, bij calcio storico ontstaan de vechtpartijen en worstelingen overal op het veld. Je kan je tegenstander ten slotte maar beter uitgeschakeld hebben voordat de bal überhaupt in de buurt is. En er mag niet gewisseld worden, dus wie iemand bewusteloos worstelt of een dubbele beenbreuk trapt, is goed bezig.

Mannen met een aantoonbaar crimineel verleden worden overigens niet toegelaten tot een van de vier strijdende teams. Niet per se voor de veiligheid in het veld, maar vooral ook uit angst voor schermutselingen tijdens de derde helft.

Voor de toeschouwers is de calcio storico een vermakelijk en chaotisch spektakel. Omdat de teams allemaal een eigen wijk vertegenwoordigen, raken ook de toekijkende Florentijnen nogal verhit. De dames extra, want hoe langer het spel duurt, hoe meer kleding van de lijven gescheurd wordt.’

© Alessandro Morandi / Sullivan’s List

© Tommaso Baldovino / Sullivan’s List

De finale van het calcio storico is op 24 juni, de feestdag waarop de patroonheilige van de stad, Johannes de Doper extra vereerd wordt. De halve finales zijn op de twee zondagen voorafgaand aan 24 juni. Kaarten zijn verkrijgbaar in Florence zelf, bij de VVV-kantoren en een aantal hotels. Helaas is er nog geen online bestelsysteem.

Sullivan’s List
Sullivan’s List is geïnspireerd op het leven van de Amerikaanse ‘park ranger’ Roy C. Sullivan (1912 – 1983) die in totaal zeven keer getroffen werd door de bliksem. Iedere keer overleefde hij het en iedere keer nam hij zich voor een lijst te maken met alles wat hij nog wilde zien en meemaken. Deze lijst heeft hij echter nooit gemaakt. Bijna twintig jaar na zijn dood verschijnt Sullivan’s List – voor een ieder die de bliksem niet wil afwachten, maar nú de wereld wil ontdekken.

Sullivan’s List had twintig jaar geleden, toen er nog geen internet was, niet gemaakt kunnen worden. Meer dan 350 avonturiers van alle continenten hebben hun foto’s, inside tips en ervaringen via reisblogs en websites als Flickr gedeeld met Sullivan’s List. Dit heeft geresulteerd in een boek waarin elk evenement twee volle pagina’s krijgt, met de meest waanzinnige foto’s en de beste inside info.

Tegelijk met het boek verschijnt een iPad-app. Ook is er een website www.SullivansList.com, waar iedereen zijn eigen Sullivan’s List kan samenstellen, achtergrondinformatie kan lezen, tips kan geven en vragen kan stellen.

Sullivan’s List – de 100 meest bizarre tradities ter wereld
ISBN 9780956805904
€ 14,95
uitgeverij Lightning Publishing Ltd

apr 09

Na de macabere catacomben van gisteren vandaag een vrolijker verhaal, al doet de titel misschien anders vermoeden. Maar wees gerust, de Sicilianen hebben niet zoals in India de koe tot heilig dier verklaard en een catacombe speciaal aan overleden koeien gewijd. Nee, het verhaal van de dooie koeien krijgt een heel andere wending…

Toen we na een bezoek aan de catacomben weer in de frisse lucht stonden, wilden mijn reisgenoot en ik eigenlijk nog maar één ding: koffie! Hoewel de catacomben zeker het bezoeken waard zijn, is de aanblik van al die dode mensen, ook al zijn ze lang geleden gestorven, niet bepaald bevorderlijk voor een positieve kijk op het leven. Het memento mori dat als een deken over de hele plek hangt, wilden we dan ook het liefst zo snel mogelijk omzetten in een carpe diem, het liefst met een caffè zoals alleen de Italianen die kunnen maken.

We togen dus naar een koffiebarretje, en bij hoge uitzondering ploften we neer aan een van de tafeltjes buiten. Hoewel ik normaal gesproken weiger om vijf keer zoveel voor mijn kopje koffie te betalen alleen omdat ik ‘m zittend opdrink, vond ik dat we dat nu wel verdiend hadden. Reisgenoot pakt direct zijn portemonnee om binnen te bestellen en vraagt of ik ook een cappuccino wil.

Ik kijk op mijn horloge. Half twaalf. Geen cappuccino meer, dus. Ik schud mijn hoofd en stelde voor due caffè te bestellen, gezien het tijdstip. Mijn reisgenoot haalt zijn schouders op. ‘Dat jij je aan die stomme Italiaanse regels wilt houden, best, maar ik heb zin in een grote cappuccino met veel schuim. Zeker weten dat je niet overstag gaat?’

Zeker weten. Ik zet mijn zonnebril op en haalde een boek uit mijn tas. Van de volgende confrontatie tussen een cappuccinominnende Nederlander en een traditionele Italiaan, of beter nog, Siciliaan, wil ik liever geen getuige zijn. Het blijft echter verrassend stil in het barretje. Heeft mijn reisgenoot zich zo gemakkelijk over laten halen om die cappuccino te laten varen?

Na een minuut of vijf komt reisgenoot weer naar buiten. Zonder koffie. Op mijn vragende blik antwoordt hij: ‘Ja, ik moest eerst naar de wc. En toen wilde ik mijn cappuccino bestellen, en toen zei de barman heel beslist dat er een moeka morta is. Of zoiets. En aangezien ik alleen een bestelling kan doorgeven, en geen idee heb wat zo’n man verder allemaal zegt, kom ik maar even vragen wat hij daarmee bedoelt…’

Ik schuif mijn zonnebril omhoog en kijk glimlachend naar hem op, met ogen die mijn binnenpretje waarschijnlijk al verraden, want hij kijkt me een beetje verstoord aan, zeker als de barman ook nog eens poolshoogte komt nemen om te zien wat we nu eigenlijk willen drinken. Ik doe – echt waar – mijn uiterste best om niet in lachen uit te barsten, maar tevergeefs. Terwijl de barman me een knipoog geeft, probeer ik reisgenoot uit te leggen dat de barman waarschijnlijk heeft gezegd: La mucca è morta, oftewel ‘De koe is dood.’

Als reisgenoot daarop reageert door heel serieus te vragen welke koe er dan is overleden en of deze Siciliaanse barman dat aan al zijn klanten meedeelt, kan ik mijn lachen echt niet meer inhouden. De barman heeft intussen onze conversatie welwillend aangehoord en komt uiteindelijk zelf maar uitleg geven, aangezien ik alleen maar harder moet lachen bij het zien van de verdwaasde blik van reisgenoot.

Hij tikt reisgenoot op de schouder en zegt: ‘La mucca è morta, we have no milk.’ Dan gaat er bij reisgenoot een lampje branden. ‘Aha, er zijn geen koeien dus ook geen melk. Dus ik kan helemaal geen cappuccino bestellen, ook al zou ik willen.’ Hij kijkt er zo trots bij dat ik hem maar in de waan van de dooie koeien laat. En zelf maar twee kopjes espresso ga halen bij de barman…

Getagd met:
preload preload preload