jan 10

Via De Smaak van Italië maakte ik kennis met Ridder Drost, die na de havo naar Italië trok om olijven te gaan plukken. Ridder:Ik heb een tijdje olijven geplukt bij een kleine boer, gewoon, zonder opsmuk. Daarnaast gaf ik olijfolieproeverijen aan toeristen. Zij bleken zo enthousiast over de olijfolie uit de boomgaard, dat mij vaak werd gevraagd om flesjes naar Nederland toe te sturen. Zo kwam ik op het idee om zelf iets met olie te gaan doen.

Enige tijd na mijn start merkte ik dat klanten moeite hadden om de Italiaanse teksten op het etiket te begrijpen. Als de olijfolie werd geproefd erkenden ze de kwaliteit, maar het was moeilijk om ervoor te zorgen dat ze het gingen proeven. Ik ontdekte dat er nog geen olijfoliemerk in Nederland was dat stond voor puur, eerlijk en kwaliteit. Ik bedacht de merknaam Liquido d’Oro (‘Vloeibaar Goud’) en ontwikkelde een vormgeving die totaal afweek van de traditionele olijven of olijfboompjes op het etiket.

Met Liquido d’Oro wil ik een merk bouwen dat staat voor eerlijkheid, kwaliteit, passie en gezondheid. Het huidige olijfolieaanbod in Nederland is veelal gebaseerd op geraffineerde olijfolie, wat inhoudt dat de olijfolie niet veel meer is dan een plantaardige olie, waar alle smaakvolle, gezonde en werkzame stoffen uit zijn gefilterd. In echte olijfolie proef ik toewijding. Als ik zie hoe Italiaanse boeren met hun olijfbomen omgaan… Ze praten er nog net niet mee. Het is haast bijzaak of ze het product verkopen. De hoofdzaak is dat ze een mooie extra vergine olijfolie willen maken, die overloopt van pure gezondheid. Deze boeren zullen nooit concessies doen aan de kwaliteit.

Die kwaliteit komt voort uit passie. Liquido d’Oro eert de Italiaanse cultuur van zuivere smaken en brengt de beste olijfolie vol van pure gezondheid naar de Nederlandse fijnproever en genieters. Liquido d’Oro beschouwt olijfolie als een rijke gastronomische erfenis. Italiaanse boeren hebben deze eeuwenoude wijsheid aan ons doorgeven. Als geen ander weten ze de pure smaak te vatten, te temmen en met een grote perfectie te balanceren.

We zijn er trots op dat we zo’n bijzondere serie olijfolie kunnen delen. Liquido d’Oro hanteert een streng teelt-, oogst- en persbeleid. De kwaliteit begint bij onze olijfbomen die twee maal meer ruimte krijgen dan normaal, zo’n 36 vierkante meter. De frantoio bevindt zich te midden van de olijfgaard waardoor er binnen zes uur na de handgeplukte oogst, uitsluitend door middel van processen, met weinig druk en bij minder dan 25 graden Celsius, geperst kan worden. Na het persen wordt de olijfolie, zonder filtering, op afroep in onze speciale zwarte Liquido d’Oro flessen gebotteld.

Smaak en antioxidanten worden zo optimaal bewaard. Wij schudden en snoeien uitsluitend met de hand en gaan uiterst zorgvuldig met de 200 olijven om die voor een fles kwaliteitsolie nodig zijn. Alle olijfolie van Liquido d’Oro komt uit Italië. Er vindt geen inmenging plaats met olijven van buiten Italië. De olijfolie is intens fris, met een gespierd element in de smaak, waardoor je de neiging krijgt om met je lippen te smakken. Het verschil tussen de soorten is heel subtiel. In de ene olijfolie is de hete zomerwind te proeven, in de andere de eerste regen van het najaar. Wat ze gemeen hebben, is de smaak van de rijke olijfoliegeschiedenis van dit land – groen en vol leven.’

Dat wilde ik uiteraard wel proeven! Ik zorgde voor lekker brood en wat grof zeezout, Ridder bracht zijn nummer 1 mee: Il Primo Sinolea Biologica. Ridder: ‘Deze licht groengelige, iets troebele extra vergine olijfolie uit het Monte Amiata-gebied in Toscane heeft door het unieke lekproces een bijna boterachtig karakter met een zeer verfijnd aroma van jong groen en walnoot.

Het ras van de olijf is de Seggianese, van origine uit de regio Monte Amiata en alleen te vinden in de provincie Grosseto en Siena. De lavabodem van de Monte Amiata is rijk aan mineralen en geeft de olijfolie de juiste zuren. De soort is uitermate bestand tegen kou; de bomen zijn de overlevenden van de koude winter van 1985. De olijfolie wordt vervaardigd volgens de ‘Sinolea’-techniek die gebaseerd is op het onttrekken van de olie zonder stress, druk en water. Door gebruik te maken van deze techniek ontstaat een extra vergine olijfolie die minimaal afwijkt van de pure smaak van olijven.’

Voordat ik de fles openmaak, bestudeer ik het etiket. Extra leuk zijn de ingrediënten die worden genoemd: vakmanschap, een snufje geluk, harmonie, magie, poëzie, toewijzing, cultuur en bovenal passie. Dan is het moment daar: de dop wordt eraf gedraaid en de eerste olijfolie wordt in een mooi schaaltje geschonken. Verwachtingsvol doop ik een stukje brood in de olie.

En inderdaad, Ridder heeft niets teveel gezegd: dit is vloeibaar goud! Met deze fles op tafel, vergezeld van brood en zout, heb je een voorgerecht waarbij ingewikkelde antipasti in het niet vallen. Maar er is uiteraard meer keus! Voor elk hoofdelement van een gerecht heeft Liquido d’Oro een suggestie voor de best passende olijfolie. Of het nu vlees, vis of gevogelte is. De kleurcodering van de flessen (op de hals en op het smaakicoontje op het etiket) correspondeert met de in de horeca HACCP verplichte snijplanken. Makkelijk, duidelijk en herkenbaar – je pakt tijdens het koken bijna blind de goeie fles.

Aan de kleurcodering op de fles kun je zien met welk gerecht de olijfolie zich het beste laat combineren:

  Goud voor brood en zeezout
  Brons voor tafelolie
  Groen voor groentes, salade en dressings
  Blauw voor vis en zeevruchten
  Geel voor wild en gevogelte
  Rood voor bakken en grillen

Wil je de gouden vloeistof zelf proeven? Kijk dan op http://www.liquidodoro.nl/bestellen/ voor de losse flessen, een proefpakket of een proefsetje. Wil je tegelijkertijd meer van Italië proeven, neem dan een abonnement op De Smaak van Italië. Bij een jaarabonnement krijg je nu een luxe olijfoliepakket, bestaande uit Il Terzo Terra Di Foggia, Il Sesto Fruttato en Il Basilico: drie verrukkelijke flessen voor fijnproevers.

dec 12

Op Twitter werd ik door een van mijn collega’s van Not Just Any Book gewezen op het prachtige fotoboek Visita l’Italia van Jolanda van Eek. Niet alleen omdat het boek zo’n prachtige foto’s bevat, die je meteen midden in Italië doen belanden, maar ook en vooral omdat Jolanda een uitgever zoekt, zodat het boek het hart van een grotere schare Italiëfans kan verwarmen.

Na het online doorbladeren van het boek was ik echter allereerst nieuwsgierig naar de mensen achter deze foto’s. Waar komt hun passie voor Italië vandaan? Hoe vaak reizen ze af naar de laars? Ik stuurde Jolanda een tweet met de vraag om iets over hun bezoeken aan Italië te vertellen. Ik kreeg een enthousiast (en een ietsiepietsie jaloersmakend) verhaal terug, dat ik van Jolanda met jullie mag delen.

Jolanda: ‘In 2003, toen ik Ron (mijn man) net kende, nam hij me mee naar Italië. Onze eerste echte vakantie samen: de vuurdoop! Kwam het door de verliefdheid die ik al voelde voor Ron of had dat er niets mee te maken? Enfin, ik werd verliefd op de glooiende heuvels van Toscane, het lekkere eten, de indrukwekkende steden en de mooie dorpjes… Midden in de Chianti-streek verbleven wij in een prachtig gelegen appartement tussen de wijngaarden en olijfbomen. De flessen Chianti stonden al op ons te wachten. Florence, Siena en Lucca volgden daarna…

Te kort, dat was de tijd die we er de eerste keer doorbrachten. Helaas voor ons leefden we toen nog in het tijdperk van de analoge fotografie (Weet je nog? Met die rolletjes). Dus daar kan ik jullie niets van laten zien. Maar we keerden en keren nog regelmatig terug naar Italië. Het leukste vinden wij toch wel om een appartement te huren bij de boer, een agriturismo, afgewisseld met een stedentrip. Een lang weekend Milaan, Turijn, Rome of Siena bijvoorbeeld.

In 2005 maakten we een uitgebreide rondreis via het Lago Maggiore (Lago di Piano) naar de Cinque Terre aan de westkust tot aan Venetië aan de oostkust. In de Cinque Terre verbleven we op een geweldige plek, boven op een berg bij een boer. De fotogenieke dorpjes van de Cinque Terre, maar ook Camoglia en Portovenere, zijn een bezoek meer dan waard.

Lago di Piano
 

Cinque Terre

Ik vertelde al over mijn verliefdheid voor Italië en niet te vergeten voor Ron. Het is misschien dan ook niet zo gek dat ik juist in Venetië, op het Piazza San Marco, Ron ten huwelijk heb gevraagd. Ja, je leest het goed: ik heb Ron ten huwelijk gevraagd. Als moderne vrouw (lees ongeduldig) wilde ik hem op een bijzondere plek vragen. Hij zei ja!!!

Ons trouwvoornemen werd meteen van bovenaf gezegend middels vogelpoep van de in grote getale aanwezige duiven op het plein. Nog bezig de duivenpoep van Rons kleding te poetsen, besloot een tweede duif mij onder te poepen. En dat terwijl ze ons bij eerdere bezoeken aan het plein gewoon met rust hadden gelaten. We hebben direct besloten geen duiven los te laten op onze bruiloft ;-) Wat we ook toen al wisten, is dat we nog eens terug wilden naar Venetië.

In 2007 kriebelde het weer en maakten we weer een rondreis, deze keer via Turijn waar we in de oude Fiat-fabriek hebben geslapen, door naar weer een weekje bij de boer in Toscane. Van daaruit maakten we onder andere uitstapjes naar Umbrië. Op de terugweg nog een paar dagen Lago Maggiore. Heerlijk!

Turijn


Toscane

Nadat we inmiddels al een aantal bruidsreportages hadden verzorgd, werden we gevraagd om een bruidsreportage te fotograferen in Toscane. Met dat verzoek waren Ron – wij fotograferen veelvuldig samen – en ik uiteraard enorm in onze nopjes. We besloten er meteen een vakantie aan vast te knopen. In april 2010 vertrokken we naar Siena, waar het stel trouwde. In het stadhuis van Siena vond de plechtigheid plaats. Over het Piazza del Campo, waar nieuwsgierige toeristen applaudisseerden voor het bruidspaar, door naar de Duomo, waar natuurlijk ook nog wat foto’s geschoten moesten worden.

Na de lunch in Castellina in Chianti hebben we de bruidsreportage vervolgd in het mooie landschap van Toscane. We hadden het geluk een prachtige laan met cipressen te spotten en hebben daar ook nog de nodige foto’s kunnen maken. Nog nagenietend van deze mooie dag, bleven we nog twee dagen in Toscane en zijn toen richting Rome gegaan. Allebei waren we al eens in Rome geweest, maar nog nooit samen. Wat is dat toch een geweldig mooie stad. Met zoveel te zien, dat je gewoon keuzes moet maken.

Rome

Het wordt nu weer de hoogste tijd voor een nieuwe reis naar Italië; Florence, terug naar Venetië en het heerlijke Toscane, misschien een keer helemaal door naar het zuiden, naar Napels. Er valt nog genoeg te zien.

Vanaf 2004 fotograferen we met digitale camera’s en hebben we de foto’s van onze reizen naar Italië verzameld. We wilden onze passies combineren: fotografie en Italië! In het fotoboek Visita l’Italia staan onze mooiste foto’s. Het boek is nu te koop via Blurb.com (Visita l’Italia | Blurb) maar hopelijk vinden we een uitgever die het wil publiceren zodat er meer mensen van onze foto’s kunnen genieten en inspiratie op kunnen doen voor een mooie reis naar Italië.’

Dus, uitgevers die dit lezen en het boek net zo ademloos hebben doorgebladerd als ik, meld je bij Jolanda van Eek. En mocht het tot een echt boek komen, houd ons dan in elk geval op de hoogte, want ik ben ervan overtuigd dat de lezers van Ciao tutti graag zo’n prachtig koffietafelboek kopen of cadeau krijgen!

Siena

Over Ron en Jolanda
Ron de Jong (1967) en Jolanda van Eek (1966) fotograferen al vanaf de jaren ’80. Eerst analoog maar wel al met een spiegelreflex en sinds 2004 digitaal. Zij maken reizen naar de mooiste plekken op aarde, zoals Costa Rica, Maleisië, Amerika en Cuba, maar ze keren steeds terug naar hun geliefde Italië. Jolanda heeft sinds september 2010 haar eigen bedrijf, KEEK Mix, en werkt als fotograaf en grafisch vormgever voor zowel de particuliere als de zakelijke markt. Ron werkt als IT-consultant en is bij bijvoorbeeld bruiloften van KEEK Mix tweede fotograaf.

nov 29

Voor een reportage voor De Smaak van Italië was ik eind oktober op landgoed Partingoli, net ten zuiden van Florence. Een goede timing, zo bleek, want ik viel met mijn neus in de druiven. Martijn en Angelique Bak, die agriturismo Partingoli sinds maart van dit jaar runnen, hadden net de laatste druiven geplukt. Het was hun eerste vendemmia, en ik was natuurlijk meer dan nieuwsgierig naar de romantische verhalen over de dagen tussen de druivenranken en het beruchte eindfeest.

‘Romantisch?’ Martijn helpt me uit mijn droom. ‘Veertien dagen werken in de wijngaard, dan een week wachten en dan persen. Romantisch? Het is maar hoe je het bekijkt…. De maandag dat we zouden beginnen was er regen voorspeld en heeft Rodolfo (de wijnboer) besloten de oogst twee dagen uit te stellen. Werken in de regen heeft sowieso geen nut, want met elke stap word je een centimeter hoger door alle modder die zich vastkleeft aan de onderkant van je schoenen.

Woensdag was het dan eindelijk zo ver. Zonder verwachting, maar zeer nieuwsgierig meldde ik mij om zeven uur in de ochtend. ‘Wat kom jij doen?’ vroeg Rodolfo.
‘Wat kom ik doen? Iets met druiven plukken toch?’
‘Dat begint pas om acht uur.’

Akkoord… ik was lekker vroeg wakker en kon nog op mijn gemak een kop koffie gaan drinken. Om acht uur meldde ik mij weer bij Rodolfo. ‘Wat kom jij doen?’ vroeg hij weer.
‘Ik eh… iets met druiven?’
‘We beginnen bij de kerk vandaag,’ zei Rodolfo.
Toen ik weer in het Italiaanse plaatje zat en mij had ingeprent om ALTIJD controlevragen te stellen, nam ik mijn hoed en knapzak en vertrok voor een wandeling van een 20 minuten naar de kerk.

Gelukkig dat op tijd komen hier onbeleefd is. Zo kwam ik dus tegelijk met de rest van de werkers bij de kerk aan. Een zeer gemêleerd gezelschap. Behalve Dimitri en Marco, de vaste medewerkers van Partingoli, waren twee Italiaanse studenten, twee Albanese dames, vier Roemenen en drie Sicilianen aanwezig. Nu houd ik mijn Roemeens en Albanees niet heel erg bij, dus probeerde ik tijdens het werk een gesprekje aan te knopen met een Siciliaanse meneer. Hij verstond mij uitstekend, maar ik hem…wat een taal! Alsof je een algemeen beschaafd Nederlands sprekende Amsterdammer tegenover een algemeen beschaafd Limburgs sprekende Maastrichtenaar zet!’

Au, dat doet toch stiekem nog een beetje pijn als je je Maastrichtse roots na bijna vijftien jaar nog steeds niet kunt verbloemen achter een harde g… Gelukkig helpt dat zangerige accent wel bij het vlot spreken van het Italiaans, dus ik besluit Martijn niet te interrumperen. Die is zelf nog zo enthousiast over het hele druivenplukgebeuren, dat hij mijn gefronste wenkbrauwen niet opmerkt, maar breed gebarend verder vertelt:

‘En tja, dan begin je met plukken. Of nou, plukken. Het is eigenlijk meer knippen. Knippen, knippen en nog eens knippen. Van 8 tot 12 uur en dan weer van 2 tot 6 uur. Als je ’s avonds thuis komt plakken je vingers aan elkaar van het sap, heb je last van je vingers, armen en schouders en ben je blij dat je zit. Romantisch? Eigenlijk toch wel. Het idee dat je mee mag werken aan die ene fles die straks bij iemand op tafel staat is toch geweldig!

En bovendien, die mensen uit Sicilië zorgden de hele dag voor een lach op je gezicht. Die kunnen hun mond niet houden. Ik zou ze niet meer kunnen navertellen, maar ik heb veel Italiaanse moppen en grappen gehoord en mijn Siciliaans is er wat op vooruit gegaan. En vergeet niet de gezamenlijke maaltijd toen de oogst binnen was. Wat een passie hebben deze mensen voor het werken en leven op het platteland!’

Het was nu nog een beetje vroeg om de wijn al te proeven, dus komend jaar ga ik nog een keer terug om te beoordelen of Martijn zijn werk goed gedaan heeft, maar bovenal om nogmaals te genieten van al het heerlijks dat Partingoli te bieden heeft. Als het artikel voor De Smaak van Italië klaar is, neem ik jullie zeker nog even mee naar deze prachtige plek. Wie niet zo lang wil wachten en het vakantiegevoel alvast wil opzoeken, neemt alvast een kijkje op www.partingoli.com. Ik tel alvast af naar de eerste slok nieuwe wijn aan het zwembad…

Getagd met:
nov 08

Nadat ik gisteren de bloemenwinkel van Sonja had verlaten, wandelde ik naar de Basilica della Santissima Annunziata, een van de bijzonderste kerken van Florence. Hier vind je geen grote praalgraven zoals in de Santa Croce of een schitterend Laatste Avondmaal zoals in de San Marco. Wie echter de tijd neemt, zal ontdekken dat de kerk veel prachtige fresco’s herbergt, veelal van Florentijnse kunstenaars.

Het mooiste is misschien wel de kloostergang van Michelozzo, die ook wel Chiostro dei Morti, de Kloostergang van de Doden, wordt genoemd. Het licht valt schitterend op een aantal van de 25 lunetten waarmee de bogen zijn beschilderd. In deze kloostertuin tref ik een Nederlands stel, dat innig verliefd langs de lunetten wandelt.

Ze vragen in gebrekkig Italiaans of ik een foto van hen wil maken. Als ik in het Nederlands antwoord, zijn ze enorm verbaasd. ‘Onze weddingplanner vertelde dat hier nauwelijks Nederlanders komen,’ vertelt Michel. Ik antwoord dat ik dat net ook heb gehoord, en nog wel van een Nederlandse bloemiste die eveneens regelmatig als weddingplanner werkt.

Michel en Simone, zoals zijn vriendin blijkt te heten, hebben echter een Italiaanse weddingplanner, Laura geheten. Ze zijn helemaal vol van alle plannen voor hun huwelijk hier in Florence, en we besluiten even koffie te gaan drinken zodat ze hun verhaal kunnen vertellen. Als we aan de cappuccino zitten, vertelt Simone enthousiast over hun plannen in Florence te gaan trouwen.

‘Michel en ik zijn allebei echte Italiëliefhebbers; we houden van het land, de cultuur, de mensen en natuurlijk van de Italiaanse keuken. Toen we voor het eerst samen op vakantie gingen, kozen we Florence als bestemming, vandaar dat we hier nu ook willen trouwen. Het is ook zo’n prachtige stad, we waren meteen verliefd. Dat gevoel willen we nu met onze familie en vrienden delen!’

Michel nuanceert: ‘Dat romantische gevoel gaat er bij het regelen van een bruiloft alleen snel een beetje vanaf. Er komt zo ontzettend veel bij kijken! We wilden in eerste instantie alles zelf regelen, dat moest kunnen dachten we. We gingen in Nederland speciaal op Italiaanse les, zodat we ook alle formele zaken zelf in gang konden zetten.’ Dat bleek nog niet mee te vallen. ‘We konden al snel een lekkere maaltijd bestellen, of de informatiebordjes ontcijferen, maar een huwelijk regelen, nee, dat was een beetje te hoog gegrepen.’

Vandaar dat ze de hulp van een weddingplanner inriepen. ‘Een lot uit de loterij,’ zo noemen de twee ‘hun’ Laura. Simone: ‘Laura weet als geboren en getogen Toscaanse echt alles van Florence en van het gebied eromheen. De mooiste locaties, maar ook de gebruiken en gewoonten als het op het regelen van een locatie en alle formaliteiten aankomt. Bovendien is ze net zo jong als ik, wat toch wel fijn is – ze lijkt precies te weten wat ik wel en niet wil. Bovendien geeft ze buiten de geijkte dingen tussendoor ook heerlijk advies over de mooiste winkels voor kleding, tassen en accessoires, en weet ze de leukste restaurantjes. Zo is het organiseren van onze bruiloft verandert van een kleine nachtmerrie in een ware droom.’

Michel glimlacht en vertelt nog vaak terug te denken aan die hectische eerste maanden, toen ze nog graag alles zelf wilden doen. ‘We hebben het idee om te trouwen in Florence zelfs bijna maar laten varen, omdat het zo’n ingewikkeld gedoe werd. Op een avond besloten we eens op internet te zoeken naar een jonge weddingplanner, die geen standaardpakketten aanbiedt maar graag met ons meedenkt. Gelukkig had die cursus Italiaans inmiddels ook zijn vruchten afgeworpen, want toen we de website van Laura zagen, waren we meteen verkocht!’

Een afspraak was snel gemaakt, en zo togen de twee naar Florence om samen met Laura een aantal locaties te bekijken. Simone: ‘Het klikte direct, Laura is jong en sprankelend en niets is haar teveel. Ze heeft ontzettend veel ideeën en denkt tot in de kleinste details mee. Bovendien kent ze heel veel mensen, van fotografen tot bloemisten, van cateraars tot juweliers. Ik moet er niet aan denken dat we dat allemaal zelf hadden moeten uitzoeken.’

De twee proberen ondertussen wel zoveel mogelijk mee te kijken – en zoveel mogelijk Italiaans te spreken. Want hoewel Laura perfect Engels spreekt, vinden Michel en Simone het leuk om zoveel mogelijk in het Italiaans te communiceren. ‘Soms, als we het echt niet snappen, stappen we over op het Engels, maar we proberen onze bruiloft echt zo Italiaans mogelijk te organiseren, ook in de voorbereidingen,’ zo vertelt Michel.

Nu zijn ze nog even in de stad om de laatste details met Laura door te spreken. ‘We trouwen net voor de kerst, zodat we niet alleen de bruiloft hier kunnen vieren met vrienden en familie, maar ook de kerstvakantie hier door kunnen brengen. We verheugen ons er enorm op, het wordt zo bijzonder!’ vertelt Simone met ogen die schitteren van opwinding. ‘Eigenlijk moet je even mee gaan kijken naar het museum waar we ons huwelijk gaan inzegenen!’

Dat hoeft ze geen twee keer te zeggen. We rekenen onze cappuccino’s af en wandelen naar een unieke plek in de stad. Door Laura’s aanstekelijke enthousiasme over hoe het er straks uit zal zien, met prachtige versieringen, mooi gedekte tafels, een meer dan heerlijk Florentijns menu, wijnen uit de Chianti en een echte Italiaanse bruidstaart, droom ik even met hen mee. Michel is wat nuchterder en neemt ons lachend weer mee naar buiten. ‘Ik ben blij dat we nu weer kunnen genieten van alle voorbereidingen,’ zucht hij. ‘Dankzij Laura is alle stress van ons afgevallen. Het was ons niet gelukt dit alles voor elkaar te krijgen, en nu hoeven we er alleen maar van te genieten…’

Ik wens hen alle geluk van de wereld, en vraag nog snel een kaartje aan Laura. Je weet maar nooit wanneer ik een weddingplanner in Florence nodig heb…

Tuscan DMC
Wil je ook trouwen in Florence – of in Siena, de Chianti of een ander stukje Toscane – zonder stress maar met een enthousiaste weddingplanner? Neem dan een kijkje op de website van Laura, www.tuscan-dmc.com Hier vind je ook de verschillende locaties waar Laura tot nu toe bruiloften of feesten heeft georganiseerd, van sprookjesachtig tot chic en van heel klein en intiem tot enorm groot. De meeste locaties zijn trouwens ook te huur voor feesten, congressen en presentaties, maar daarover kan Laura meer informatie geven.

nov 06

Vorige week schreef ik al over mijn ontmoeting met twee Nederlandse creatievelingen in Florence. Dankzij hen zag ik een heel fleurige kant van de stad. Roos nam me namelijk mee naar de Giardino delle Rose en Sonja de Graaf heeft een prachtige bloemenwinkel om de hoek van het Piazza SS. Annunziata. Vandaag een verslag van de prachtige rozentuin, morgen gaan we op bezoek bij Sonja.

Roos: ‘Florence kent meerdere tuinen en parken, de een wat minder bekend dan de ander. De Rozentuin behoort tot de laatste categorie. Voorheen was de tuin alleen tijdens de maanden mei en juni te bezoeken, maar dat is gelukkig dit jaar veranderd. Al vanaf het voorjaar kun je de rozentuin van ’s morgens vroeg tot zonsondergang bewonderen.’

Al wandelend vertelt Roos iets over de geschiedenis van de Giardino delle Rose: ‘In 1865 werd de rozentuin door Giuseppe Poggi (de architect die eveneens het Piazzale Michelangelo heeft ontworpen) aangelegd. De tuin bestaat uit ongeveer een hectare grond en ligt tegen de heuvel van San Miniato, net onder het Piazzale Michelangelo. Je hebt overigens vanaf de rozentuin een prachtig uitzicht over de daken van de stad en over de oude verdedigingsmuur.’’

De tuin werd pas afgelopen voorjaar gerestaureerd. Roos: ‘Er zijn twaalf kunstwerken van de Belgische kunstenaar Folon geplaatst, die hier hun permanente plek hebben gevonden. Een klein deel van de tuin is ingericht als Japanse tuin (Shorai-tuin). Deze tuin werd samen met de zen-tempel Kodai-Ji door de Japanse stad Kyoto aan Florence geschonken, in 1998.’

De tuin is echt een oase van rust. Als je de drukte van de stad moe bent, kun je hier heerlijk op het gras genieten van de zon en het uitzicht. Roos, zelf moeder van drie kinderen, vindt de tuin ook een echte aanrader voor gezinnen. ‘De rozentuin is ook geschikt voor kinderen, die kunnen hier vrijwel zonder enig gevaar rond lopen. Je kunt er ook met de wandelwagen in, bijna alle paden zijn verhard. Houd er wel rekening mee dat er meerdere trappen aanwezig zijn want de tuin is op terrassen gebouwd.’

Goed om te weten:
*de tuin is het hele jaar open van 8.00 uur tot zonsondergang
*in de maanden mei en juni is de tuin op zijn mooist, dan staan er meer dan 1000 verschillende rozen in bloei (waaronder 350 antieke soorten)
*er zijn meerdere ingangen naar de rozentuin. De eerste ingang vind je als je vanaf San Niccolò komt, dan kun je op de kruising van Via del Monte Alle Croci en Via di San Salvatore al Monte (trap) een klein hekje door dat tijdens de openingstijden altijd open staat. De hoofdingang van de tuin is halverwege de trap (Via di San Salvatore al Monte) die naast de Piazzale Michelangelo (net voor de ijssalons van het plein) naar beneden loopt.

Roos: ‘Deze tuin heb ik ook in ‘mijn’ 100% Florence reisgids geplaatst. In wandeling drie kom je hier langs. Ik vind het een echte aanrader, omdat de tuin nog weinig bekend is bij de toerist (en bij de Florentijnen zelf) maar vooral ook om te laten zien dat Florence meer is dan alleen gebouwen en drukte! Florence kan ook rust en natuur zijn en daar is deze kleine tuin een goed voorbeeld van!’

Klik hier voor nog meer foto’s van deze prachtige rozentuin in Florence.

Buiten de gids geeft Roos veel tips over Florence op haar website www.ontdekflorence.nl en op haar weblog http://ontdekflorence.blogspot.com Een aanrader dus als je op de hoogte wilt blijven van alle leuke, bijzondere dingen die in Florence te zien, te doen en te proeven zijn!

okt 30

Vorige week plofte er een 336 pagina’s dik boekwerk op de deurmat met de titel Italië wanneer waarheen. Nu is dat eerste niet zo’n vraag voor mij (liefst zo vaak en zo lang mogelijk), maar voor het tweede deel van de titel, de vraag waarheen, kan ik altijd wel ideeën en suggesties gebruiken. En dat is precies wat deze lijvige reisbijbel je biedt: inspiratie voor de mooiste, bijzonderste en spectaculairste plaatsen in la bella Italia.

Het Italiaanse jaar begint met een bezoek aan de hoofdstad van Toscane, Florence. De Florentijnse agenda omvat vijf dagen vol culturele wonderen:

‘Van de 13de tot de 15de eeuw was Florence de onbetwiste hoofdstad van de Europese kunst en cultuur. Trek vijf dagen uit om de rijkdom aan architectonische en kunstschatten te ontdekken, en om van alle andere vreugden te genieten van Florence, dat bekend staat om zijn keuken en zijn kunst.

Dag 1
Begin je bezoek op Piazza del Duomo: een bezoek aan het interieur van het Baptisterium is een must. Beklim de 463 treden van de koepel van de kathedraal om het uitzicht te bewonderen. Loop dan naar Piazza della Signoria en slenter tussen de vele beelden door. Het zijn voornamelijk kopieen, maar het is evengoed indrukwekkend.

Dag 2
Je kunt niet zeggen dat je Florence hebt gezien zonder een bezoek aan het Uffizi, een belangrijk museum gehuisvest in een 16de-eeuws gebouw. Het Uffizi is de schatkamer van de Italiaanse cultuur.

Ga niet naar het Uffizi zonder van tevoren te hebben geboekt: er staan altijd heel lange rijen voor de ingang. Je kunt kaartjes online bestellen op www.firenzemusei.it, daar zijn ook kaartjes voor andere musea in Florence te koop.

Dag 3
Bezoek de Santa Crocekerk, beroemd om de graven van beroemde mannen zoals Michelangelo, Machiavelli en Galilei. Loop vervolgens naar het Convento di San Marco, bezoek onderweg het Ospedale degli Innocenti (gasthuis van de onschuldigen), het Florentijnse weeshuis, ontworpen door Brunelleschi, dat in 1444 openging. Bezichtig in het Convento di San Marco de werken van Fra Angelico.

Dag 4
Bezoek de San Lorenzekerk van Brunelleschi, met de grafkapel van de familie Medici. Vlakbij ligt het Palazzo Medici Riccardi, waarvan het museum een overzicht biedt van de renaissance en de barok. Ga daarna naar de Santa Maria Novella en bewonder de gotische vorm. Sla de fresco’s in de kruisgangen links van de kerk niet over.

Dag 5
De kerk van San Miniato al Monte, iets ten zuiden van het oudste deel van Florence, behoort tot de magische plaatsen in de stad. Het is een van de oudste en meest harmonieuze voorbeelden van Toscaanse romaanse architectuur en de uitzichten zijn er magnifiek.’

Wat er nog meer in januari te doen is, lees en zie je hieronder. Uiteraard vind je alle tips tot in detail in Italië wanneer waarheen. Niet alleen die voor januari, maar voor het hele jaar door, voor zomer en winter, voor- en najaar, stad en platteland, noord en zuid en alles daartussenin!

Ik neem het advies van de eerste pagina’s direct ter harte en reis straks af naar Florence, vanwaar ik jullie de komende weken zal berichten over allerlei moois en bijzonders. Reizen jullie mee, of kiezen jullie een van de honderden andere bestemmingen uit dit lijvige boek?

Italië wanneer waarheen
Capitool Reisgidsen
ISBN 9789000301324
€ 25,00

okt 03

Het prachtige Toscane oefent al decennia lang grote aantrekkingskracht uit op kunstenaars. Niet alleen vanwege de landelijke rust die er nog heerst, maar vooral ook vanwege de rijke historie van de streek. Karel Appel (1921-2006) vestigde zich er in 1989, op zijn pas verworven landgoed Villa Licia.

Geïnspireerd door de Toscaanse cultuur, natuur én zijn nieuwe omgeving maakte hij een serie grote sculpturen met overtollige huisraad van zijn eigen landgoed – de zogenoemde ‘brandstapelbeelden’ – en een serie beelden waarvoor hij objecten gebruikte uit de wijnbouw, op verzoek van de Toscaanse wijnbouwer Guilio Baruffaldi. De beelden die speciaal gemaakt werden voor locaties op diens landgoed zijn nu voor het eerst van hun plek getild en naar het Cobra Museum verplaatst.

Karel Appel — Donkey (1991)
bronze, 145 x 260 x 87 cm
Private collection Baruffaldi, Tuscany

In de unieke expositie die daar nog tot en met 15 januari plaatsvindt, worden ongeveer 20 grote beelden, keramiekobjecten en enkele landschapschilderijen van Karel Appel getoond uit de jaren die hij in Toscane doorbracht. In dezelfde expositie worden grote schilderijen, enkele tekeningen, beelden en een video getoond van de gerenommeerde Italiaanse schilder en beeldhouwer Roberto Barni (1939). Zijn eigentijdse kunst is onlosmakelijk met de Toscaanse traditie, waarin de relatie tussen mens en natuur centraal staat, verbonden.

Bij de tentoonstelling verschijnt een prachtig boekwerk, waarin dieper wordt ingegaan op de reeks beelden die Karel Appel tussen 1989 en 1999 op zijn landgoed in Toscane creëerde. Geïnspireerd door de natuur en zijn directe omgeving maakte Appel met gevonden huisraad en objecten uit de wijnbouw een reeks spectaculaire sculpturen.

Voor het eerst wordt de ontstaansgeschiedenis en betekenis van deze Toscaanse beelden in boekvorm gepubliceerd. De specifieke relatie tussen de kunstenaar en Toscane wordt in het tweede gedeelte van de publicatie nader belicht aan de hand van het oeuvre van de gerenommeerde Italiaanse schilder en beeldhouwer Roberto Barni (1939). Barni woont en werkt op een steenworp afstand van het vroegere landgoed van Karel Appel. In zijn eigentijdse werk, dat onlosmakelijk met de Toscaanse traditie verbonden is, staat de relatie tussen mens en natuur centraal. Ook Barni verwerkt in zijn sculpturen gevonden voorwerpen uit de regio.

Karel Appel — Daisies (1991)
bronze, 156 x 204 x 149 cm
Private collection Baruffaldi, Tuscany

Een stukje uit de inleiding van het boek (geschreven door Katja Weitering), dat je ofwel direct naar Toscane laat afreizen of je op zijn minst bij het Cobramuseum in Amstelveen doet belanden:

‘San Casciano Val di Pesa is zo’n typisch Toscaans dorpje met een oude stadskern dat dateert uit de dertiende eeuw. Het rustige plaatsje ligt ten zuiden van Florence en wordt omringd door het imponerende Toscaanse landschap. Het dorpje ligt op een steenworp afstand van het voormalige atelier van Karel Appel (1921-2006), de Villa Licia in het dorpje Mercatale, waar hij van 1989 tot 1999 vele zomers doorbracht.

Appel bevond zich in Toscane in goed gezelschap. Sinds de jaren zeventig waren vele kunstenaars hem voorgegaan in de keuze voor Toscane als atelier en werkgebied, waaronder Daniel Spoerri, Niki de Saint-Phalle en Fernando Botero. Ruim tien jaar later gevolgd door Jan Dibbets, Georg Baselitz en Robert Morris.

Wat zoeken hedendaagse kunstenaars in Toscane? De rust van de typische natuur, of zijn ze juist actief op zoek naar traditie? En zo ja, hoe verhoudt deze traditie zich tot het eigentijdse karakter van hun werk? Deze vragen zijn leidend geweest bij de door gastconservator Werner van den Belt geïnitieerde publicatie en de gelijknamige tentoonstelling in het Cobra Museum voor Moderne Kunst. Met Studio Toscane levert hij een eerste bijdrage aan onderzoek naar de specifieke ateliersituatie in Toscane.

De in deze regio ontstane beelden van Karel Appel vormden het vertrekpunt voor dit onderzoek. Het atelier in Toscane was van groot belang voor Appel. Hier exploreerde hij in een ontspannen setting de klassieke onderwerpen die hem gedurende zijn hele artistieke ontwikkeling dierbaar waren gebleven: het landschap, de menselijke figuur, naakten en dieren. Gestimuleerd door de aanwezige natuur en het licht ging Appel in Toscane voor het eerst sinds 1939 weer landschappen schilderen.

Karel Appel— Toscaanse horizon # 36 (1995)
oil on canvas, 200 x 260 cm
ING Collection

Bij het maken van zijn beelden liet hij zijn fantasie de vrije loop, geïnspireerd door de vondst van lokale gebruiksvoorwerpen, onder andere op het landgoed van zijn buurman, de wijnbouwer Giulio Baruffaldi. Volgens Werner van den Belt beschouwde Appel in Toscane traditie niet als iets van vroeger maar als een bruikbaar gegeven voor het heden. Het essay van Werner van den Belt gaat dan ook deels over de positie en de waarde van traditie voor de hedendaagse kunst.

Voor Italiaanse kunstenaars is de combinatie van verleden en heden, van natuur en cultuur een vanzelfsprekendheid. Deze verbondenheid loopt als rode lijn door de Italiaanse kunstgeschiedenis. Het oeuvre van de hedendaagse schilder en beeldhouwer Roberto Barni (1939) maakt dit op indringende wijze inzichtelijk. Sinds jaar en dag is het atelier van Barni in Toscane gevestigd. In het interview met Werner van den Belt staat Barni uitgebreid stil bij de kenmerkende Toscaanse identiteit van vrijheid, anarchisme en verzet tegen het gezag van de pauselijke staat. Ook het alom aanwezige roemrijke verleden en de omringende natuur komen aan bod. Al deze factoren hebben de artistieke ontwikkeling van Barni mede beïnvloed.

Ondanks het feit dat Karel Appel en Roberto Barni twee volstrekt op zichzelf staande kunstenaars zijn, levert de dialoog fascinerende parallellen op die bijdragen aan een beter begrip van de actualiteitswaarde die Toscane voor kunstenaars heeft. Voor Roberto Barni vertegenwoordigt Karel Appel een explosie van vitaliteit en vrijheid. Deze attitude vindt hij van groot belang omdat de Italiaanse cultuur volgens Barni te formeel en gesloten is en tegengesteld aan waar Appel en zijn werk voor staan.

De explosie van vitaliteit en vrijheid komt op kernachtige wijze tot uitdrukking in de fontein van Karel Appel die op het Sandbergplein voor het Cobra Museum staat. Dit bronzen beeld behoort tot een van de hoogtepunten van de beelden die in Toscane zijn ontstaan. In het beeld verwerkte Appel lokale gebruiksvoorwerpen die onder andere afkomstig waren van het landgoed van Giulio Baruffaldi.

Karel Appel— Fountain (2001)
bronze, designed after the original made in 1992, 500 x 400 x 470 cm
Collection Gemeente Amstelveen, with special thanks to KPMG

Tot op de dag van vandaag staan er nog acht, aan deze fontein verwante beelden op het landgoed van Baruffaldi. Door zijn genereuze gebaar om deze aan het museum uit te lenen, zijn wij in staat om ons werk en de bijbehorende houten sculptuur (Fountain, 1992) uit de collectie in de context van soortgelijke beelden van Karel Appel te plaatsen.

In zijn verkenning van Toscane als studio voor moderne en hedendaagse kunstenaars neemt Werner van den Belt, zoals gezegd, de Toscaanse beelden van Karel Appel als vertrekpunt. Zowel uit de bespreking van het werk van Appel als uit het daaropvolgende interview met Roberto Barni komt naar voren dat beide kunstenaars in Toscane werk hebben gemaakt dat zich ontrekt aan het vluchtige, tijdelijke moment en dat ons dichter bij het algemene menselijk verhaal brengt.’

Nieuwsgierig geworden? De tentoonstelling Studio Toscane is zoals gezegd nog tot en met 15 januari 2012 te zien in het Cobramuseum te Amstelveen.

Daarna zullen de bronzen beelden van Karel Appel te zien zijn in de tentoonstelling Hof van Appel in de in maart 2012 te openen beeldentuin ‘Cobra buiten’ bij Kasteel Keukenhof. De Avro besteedt in drie afleveringen van het tv programma Kunstuur aandacht aan Studio Toscane en aan de tentoonstelling Hof van Appel. De eerste uitzending vindt plaats op 19 november aanstaande.

Het boek dat bij de tentoonstelling hoort is o.a. in de museumwinkel te koop, maar ook online te bestellen.

Studio Toscane: Karel Appel en Roberto Barni
Els Ottenhof & Werner van den Belt
ISBN 9789461300300
€ 19,90
uitgeverij Ludion

aug 17

Giancarlo en Katie Caldesi hebben het tot hun werk gemaakt om hun liefde voor de Italiaanse keuken te delen. Ze hebben het fantastische Italiaanse restaurant Caffè Caldesi in Londen, de Italiaanse kookschool La Cucina Caldesi en een eigen BBC-programma, Return to Tuscany. En nu is er een fantastisch boek: Mangiare!

 

Katie: ‘Als je het aan mijn vrienden en familieleden vraagt, zullen ze zeggen dat ik geobsedeerd ben geraakt door Italiaans eten – maar het is ook onmogelijk om níét verliefd te worden op een eetcultuur die zo rijk is aan geschiedenis, zo boeiend en uitermate fascinerend. In werkelijkheid bestaat er natuurlijk niet zoiets als ‘Italiaans eten’, want van noord tot zuid, van stad tot platteland, van de ene regio tot de andere heeft iedereen een verschillende kijk op wat er thuishoort in een gerecht.

Mensen in Italië praten eindeloos over eten. Je kunt achter een stelletje op straat lopen en hen horen discussiëren over de kwaliteit van mozzarella of fior di latte. Je kunt naar de kapper gaan en een meningsverschil opvangen over wie de beste ribollita maakt. Ik overdrijf niet. Toen ik eenmaal Italiaans kon verstaan, ontdekte ik tot mijn verbazing hoezeer iedereen door eten in beslag werd genomen. Als iemand die houdt van koken en eten, voelde ik me onmiddellijk thuis.

Met dit boek wil ik een poging wagen een uitgebreide cursus Italiaans koken te geven, gebaseerd op mijn ervaring met het runnen van een Italiaanse kookschool in Londen, een zomercursus in Toscane en twee Italiaanse restaurants met mijn Toscaanse echtgenoot, Giancarlo. Toch zal er nooit een allesomvattend verzamelwerk van de Italiaanse keuken komen, want daar is die eenvoudigweg te gevarieerd voor. En dat is wat er zo mooi aan is.

Campanilisti is het Italiaanse woord voor loyale aanhangers van hun geboorteplaats, de plaatselijke gewoontes, de voetbalclub – en de plaatselijke salami! Letterlijk betekent het ‘mensen die bij de kerktoren wonen’. Italianen zeggen nooit van zichzelf dat ze Italiaans zijn, ze noemen zichzelf eerder Sarden, Sicilianen of Toscanezen. Hen kortweg Italianen noemen volstaat gewoon niet, en als zijzelf iemand uit dezelfde streek ontmoeten, moet eerst worden uitgewisseld uit welke provincie in die streek ze precies komen.

Als Engelse voel ik me vaak een beetje in verlegenheid gebracht als ik hoor hoe openlijk Italianen de inwoners, het eten en de kookkunst van andere streken minachten, maar het hoort nu eenmaal bij de plagerijen waar alle Italianen van houden.

Door het lesgeven op onze kookschool merk ik dat veel mensen meer willen weten over streekgebruiken, over Italiaanse ingrediënten, over Italiës culinaire geschiedenis en bovenal over hoe je met succes zowel klassieke, traditionele Italiaanse gerechten kunt bereiden als gerechten in een modern jasje. Dus ik belicht niet alleen de typische ingrediënten die je in een Italiaanse keuken vindt, maar ik heb ook een serie masterclasses opgenomen die je laten zien hoe wij bepaalde gerechten leren maken.

Hoewel de geschiedenis van eten deel uitmaakt van mijn achtergrond – voor mijn afstuderen in kunst en theaterontwerp schreef ik een proefschrift over middeleeuws voedsel en banketten – schrijf ik dit boek niet om te onderzoeken wat Plinius dacht, of wat de Etrusken klaarmaakten, hoe fascinerend ze ook waren. Dit is een boek voor mensen die net terugkomen van een vakantie in Italië, of van een heerlijk diner in een Italiaans restaurant, en zouden willen dat ze wisten hoe ze pasta met zeevis moeten maken, of die focaccia waarvan ze zo genoten hebben.’

In Mangiare! gaat Katie Caldesi op culinaire ontdekkingsreis langs alle 20 streken van Italië en neemt je mee langs thuiskoks en trattoria’s en deelt de geheime tips die van generatie op generatie zijn doorgegeven. Mangiare! is een prachtige reis door de authentieke en traditionele Italiaanse keuken, staat boordevol heerlijke recepten, handige technieken en bevat boeiende achtergrondinformatie. Morgen een recept!

 

Mangiare! – Kooklessen uit de Italiaanse keuken
Katie Caldesi
ISBN 9789021550237
€ 29,95
uitgeverij Kosmos

aug 01

Vandaag, om afscheid te nemen van de Maremma, een heerlijk recept uit deze streek. Het is een perfecte combinatie van de heerlijke smaken van dit stukje Toscane, maar uiteraard smaakt deze pasta ook meer dan goed op andere plekken in Italië, Nederland of België!

Ingrediënten
(voor 4 tot 6 personen)

1 grote aubergine
60 g gedroogde funghi porcini
125 ml extra vergine olijfolie
100 g verse Italiaanse braadworst (salsiccia), zonder vel
2 teentjes knoflook
6 ontvelde tomaten (of 1 blik tomaten)
150 g doperwtjes
4 blaadjes salie
chilipoeder
500 g penne
zwarte peper en grof zeezout
pecorino, geraspt

Maak de aubergine schoon en snijd hem in blokjes. Doe deze blokjes in een vergiet, strooi er flink wat zout over en laat de blokjes een half uur staan zodat het vocht eruit kan trekken.

Doe de funghi porcini in een schaaltje, giet er net zoveel warm water bij tot de gedroogde paddenstoelen allemaal onder water staan en laat ze een half uurtje weken.

Spoel de aubergineblokjes af met koud water en dep ze goed droog. Verhit de olijfolie in een grote braadpan en bak de verkruimelde braadworst ongeveer 5 minuten aan. Schep de stukjes worst dan uit de pan en laat ze op een met keukenpapier bekleed bord uitlekken.

Zet de koekenpan met de olijfolie en het braadvocht weer op het vuur en bak de fijngesneden knoflook kort aan. Voeg dan de blokjes aubergine toe en bak ze ongeveer 10 minuten mee, tot de aubergine goudbruin is.

Giet in de tussentijd de geweekte paddenstoelen af. Spoel ze kort af onder de koude kraan en hak ze in grove stukken. Doe de funghi porcini dan bij de knoflook en aubergine in de pan en bak even mee.

Voeg dan ook de tomaten en de doperwtjes toe en warm even mee. Breng op smaak met de blaadjes salie en een beetje chilipoeder. Doe het deksel op de pan, draai het vuur laag en laat alles onder af en toe roeren ongeveer een kwartiertje pruttelen, tot de saus is ingekookt.

Roer er dan ook de worst door en warm nog vijf minuten goed door. Breng op smaak met peper en zout.

Breng terwijl de saus indikt een grote pan water met een snufje zout aan de kook. Kook hierin de penne volgens de aanwijzingen op de verpakking al dente. Giet de pasta af en meng de saus er goed door. Serveer met een schaaltje geraspte pecorino.

Bij dit gerecht past natuurlijk ook een wijn uit de Maremma, zoals een Morellino di Scansano, uit een van de wijngaarden rondom het stadje Scansano, in het zuidelijke deel van de Maremma. Deze wijn wordt bijna helemaal gemaakt van de Sangiovese-druif, heeft een prachtige robijnrode kleur en een vrij kruidige smaak.

Salute e buon appetito!

jul 30

Het zijn onze laatste dagen hier in de Maremma. Na bijna drie weken genoten te hebben van onder andere zonnebloemen, zwavelbaden, vrolijke tarotbeelden en de geschiedenis van de Etrusken, trekken we over een paar dagen naar het noorden van Italië.

Gelukkig kunnen we de komende dagen nog één keer genieten van alle heerlijks wat de Maremma te bieden heeft, met het boek In de Maremma. Hoe zou het zijn om in Toscane een oude boerderij te kopen en daar te gaan wonen? De befaamde Amerikaanse auteur David Leavitt en Mark Mitchell ondernamen deze stap. In 1997 kochten zij in de Maremma, in het door toeristen nog onontdekte zuiden van Toscane, een oude, verwaarloosde boerderij. Zij beschrijven het moeizame opknappen van hun nieuwe woning, de hilarische misverstanden met de plaatselijke bevolking en de door taal- en cultuurverschillen veroorzaakte shock die zij daar ondergingen.

Een fragment:

‘Van de vele boerenrituelen die het Maremmaanse jaar bepalen – hooi snijden in mei, tarwe dorsen in juli, de vendemmia in de herfst – is er geen zo belangrijk als het persen van de olijven in november. Olie is immers het essentiële fundament van het leven in de Maremma; in tegenstelling tot hun familie in het noorden gebruiken de mensen hier bijna nooit boter – ze kennen die zelfs nauwelijks, hetgeen ongetwijfeld bijdraagt aan hun lange levensduur. Rosaria vertelde dat hartkwalen hier bijna niet voorkomen.

Het olie maken heeft natuurlijk ook iets van een praalvertoning. Als de jonge olie arriveert begroeten de mensen van Semproniano hem dan ook met een soort uitbundigheid dat de Fransen voor de Beaujolais Nouveau bewaren. Om de pittige smaak van de nieuwe olie te behouden, wordt deze nooit gebruikt om mee te koken, maar alleen over de eenvoudige salade gesprenkeld. Of je druppelt er bij wijze van finishing touch wat van in een kom kikkererwtensoep.

De meest klassieke manier om de nieuwe olie te nuttigen is door er eenvoudigweg wat van op een stukje gegrild ongezouten brood te gieten dat met knoflook is ingesmeerd: dit is de beroemde bruschetta, die men zo vaak probeert te maken maar wat zo zelden goed lukt, zelfs in Toscane. Bruschetta moet namelijk een verfijnd gerecht zijn. […]

Semproniano had heel lang maar één toeristische attractie, de olivone, een gigantische olijfboom van meer dan tweeduizend jaar oud. Voordat Podere Fiume af was, zijn we twee keer naar de olivone geweest, en beide keren hebben we een tijdje onder zijn omvangrijke en moederlijke takken gezeten. Dan hadden we het erover dat we de olivone, als we hier eenmaal woonden, aan al onze vrienden zouden laten zien.

Maar op een dag in mei 1998 heeft een brandstichter hem tot de grond toe afgebrand. Het dorp ging in de rouw. Vooral de kinderen, die de gewoonte hadden om op de laatste schooldag allemaal naar de olivone te lopen om daar te picknicken, treurden om het verscheiden van de boom. Ettore, Sauro’s zoontje van negen, vroeg of hij een van onze computers mocht lenen om een opstel te schrijven met de titel ‘De Olivone, voor altijd verbrand’. […]

In Italië is politiek op lokaal niveau vaak belangrijker dan op nationaal niveau. Bijna onmiddellijk nadat de olivone was afgebrand, begonnen zich duistere geruchten te verspreiden dat een van de twee politieke partijen die indertijd met elkaar om de macht in de stad wedijverden, de daad op zijn geweten had. […]

Het afbranden van een tweeduizend jaar oude olijfboom was niet alleen een daad van vandalisme, maar ook van moord. In een stad waar olie van levensbelang is, werd deze geweldige moederboom niet alleen als bron van bestaan beschouwd, maar ook als een kracht van het goede. Toen Pina ons olie aanbood die van de vruchten van de olivone was gemaakt, namen we die met een bijna mystieke verwondering aan, niet omdat de olie anders smaakte dan welke andere olie van hier uit de buurt ook, maar omdat hij van de olivone kwam, die nog voor Christus geboren was.

Tegenwoordig proberen we ons te troosten met de wetenschap dat al onze eigen bomen de potentie hebben om tot een olivone uit te groeien. Momenteel hebben we er achtendertig, en dat is net genoeg voor een jaar lang olie voor twee hongerige mensen en een hond. Omdat we nu inwoners van Toscane zijn, plukken we de vruchten met de hand, op het moment dat het groen net zwarte vlekken begint te krijgen.

Daarom is Toscaanse olijfolie terecht zo beroemd; Umbriërs en Apuliërs wachten tot de vruchten van de boom vallen, en dan vergaren ze ze pas, waardoor je een veel zuurrijkere olie krijgt. Vervolgens pakken we de olijven in plastic kratten en brengen we ze naar een van de twee frantoii in Semproniano, degene die gevestigd is in een pakhuis achter de landbouwcoöperatie (consorzio agrario).

In de ruimte waar je na binnenkomst doorheen moet, staan tonnen met olijven te wachten om gewogen en geperst te worden, hele bergen, hetzij in kratten, hetzij in jutezakken waar al een beetje vocht doorheen sijpelt. Meestal staat er buiten een vrachtwagen geparkeerd, met daarin de gigantische oogst van een van de grotere aziende, duizend kilo, waarnaast onze vijf kratjes nogal mager ogen.

Toch laten we ze door de frantoiano wegen, en hij zegt op hoeveel olie we recht hebben, waarbij hij als basis voor zijn berekeningen een mysterieuze formule gebruikt die niet alleen van de hoeveelheid olijven uitgaat, maar ook van hun oliegehalte in vergelijking met andere jaren – gemiddeld ongeveer twintig procent van het gewicht van de vruchten.

We knikken dat we met zijn condities akkoord gaan. Vervolgens neemt hij onze olijven en gooit ze bij de andere op de hoop, want over het algemeen worden alleen heel grote oogsten afzonderlijk geperst; bij kleine oogsten worden de olijven van verschillende families door elkaar gegooid, hetgeen betekent dat je nooit echt kunt zeggen: ‘Dit is mijn olie’, hoewel iedereen dat natuurlijk wel doet.

Nadat we onze olijven hebben afgeleverd, lopen we achter de frantoiano aan naar de volgende ruimte, waar de pers zelf staat. Deze bestaat uit een enorme kuip en een maalsteen, die niet, zoals in de vorige eeuw, door een ezel wordt voortbewogen, maar door een geavanceerd systeem van raderen. Alleen al vanwege de afmetingen is hij duizelingwekkend. De steen is minstens twee keer zo groot als de Bocca della Verità in Rome. En de kuip: als je erin viel, zou je binnen een paar seconden geplet zijn. […]

Onderin zit een turfachtige klont die draait en kolkt, terwijl van de zijkant een roestvrijstalen pijp naar een kraan loopt waar voortdurend een straal olie uitkomt. De olie is zo donkergroen dat je er geen licht doorheen ziet tenzij je een fles olie tegen het zonlicht houdt. Hij geeft een onweerstaanbare, ietwat mulsachtige geur af.

Dit is de koudgeperste extra vergine olie waar Toscane zo beroemd om is. Later wordt de pulp nog een keer geperst, wat een lichtere olie geeft; nog later wordt aan de kruimelige neerslag – die inmiddels de textuur en de kleur van potgrond heeft – door toevoeging van bepaalde chemicaliën nog een derde olie ontfutseld, die bijna kleurloos is en voornamelijk voor frituren wordt gebruikt.’

Lees meer over de olie van David en Mark, en over acquacotta, de hypermarkt, sagre, schapen, slangen en brood in

In de Maremma
David Leavitt & Mark Mitchell
ISBN 9789041704931
€ 7,90
uitgeverij Maarten Muntinga

preload preload preload