feb 29

Precies een week geleden moest ik afscheid nemen van het Venetiaanse carnaval. De maskers zijn afgezet, de confetti weggespoeld, de kater verdronken. De Venetianen hebben hun stad stilletjes teruggewonnen op de feestvierende massa. Na dagen vol drukte klotst het water rustiger, tevredener bijna, tegen de kades.

Vandaag moet ik afscheid nemen van de stad zelf, en dat valt me een stuk zwaarder dan het afscheid van het carnaval. Van maskers, drukke straten, aangeboden drankjes en meegenieten van de effecten van drinkgelagen krijg je gauw genoeg, terwijl de stad zelf nooit verveelt. Ik pak mijn koffer in en bekijk nog een keer alle geschoten foto’s. Maskers, gondels en bruggetjes passeren de revue, in willekeurige volgorde en vaak in verrassend mooie combinaties.

Gek, dat het weer een jaar zal duren voor deze sfeer weer door de stad waant. Gek ook dat je er tijdens het carnaval soms ontzettend genoeg van kan hebben, van die drukte en het geduw, terwijl het bekijken van die prachtige plaatjes toch een beetje nostalgia oproept. Naar de sfeer, de uitbundigheid, het even loslaten van het dagelijks leven…

Voor iedereen die dit gevoel van heimwee naar het Venetiaanse carnaval herkent, is er gelukkig goed nieuws. Van een vriendin die in de buurt van Bussum woont, kreeg ik namelijk de tip dat in Galerie III in Bussum nog tot en met eind maart een bijzonder fraaie expositie over het Venetiaanse carnaval te bewonderen is.

De expositie laat een ander Venetiaans carnaval zien dan je wellicht verwacht. Galerie III is namelijk de uitdaging aangegaan om diverse, ogenschijnlijk ver uit elkaar liggende kunstdisciplines bij elkaar te brengen en ze zo te exposeren dat de kunstwerken elkaar onmiskenbaar versterken.

De schitterend met de hand vervaardigde Venetiaanse maskers van Olga Dol (over wie ik twee weken geleden al een stukje schreef) vormen de rode draad in deze expositie. De zwierige danseressen van José van ‘t Rood zorgen voor zoveel kleur dat het letterlijk van het doek af spat.

Jettie Hoogenboom daarentegen laat, met haar schilderijen van de Venetiaanse gondels, de serene stilte voelen. De unieke, originele en onverwachtste sieraden van Elize van der Werff vormen een prachtige schakel tussen de maskers, schilderijen en sculpturen. De bronzen beelden en sculpturen van Carla Rump staan voor passie, en zoals zij zelf zegt: ‘Het beeld moet leesbaar zijn als een gedicht’.

Deze vijf bijzonder professionele kunstenaars zorgen ervoor dat Bussum dit jaar even wordt omgetoverd tot een prachtig stukje Venetië. Zo kan ik, voordat ik naar Rome reis, nog heel even de sfeer van het Venetiaanse carnaval opsnuiven. Dat vooruitzicht maakt het afscheid van Venetië een stuk minder moeilijk.

Ik sleep mijn koffer naar beneden, waar de portier hem van me overneemt. ‘Heimwee is al zwaar genoeg,’ mompelt hij, ietwat verlegen. Ik glimlach, en vertel dat ik in Nederland nog gauw een staartje van het Venetiaanse carnaval ga meepikken. Hij is nieuwsgierig, en hoort me uit over de expositie en met name over de kunstenaars. Ik beloof hem een kaartje te sturen vanuit Bussum, en daarmee is hij zo verguld dat hij mijn koffer naar de vaporettohalte sleept.

Daar neemt hij een beetje onhandig afscheid, ietwat beschaamd om zijn gevoelens van heimwee naar een feest dat nog maar net voorbij is en tegelijkertijd toch trots op een eeuwenoude traditie die steeds minder de zijne wordt. Ik druk hem de hand en denk: Venetië is inderdaad mooier als de mensen hun maskers afzetten…

dec 20

Voor zover bekend is Artemisia Gentileschi de enige vrouw die een beroemde Annunciatie heeft geschilderd. Artemisia werd geboren in Rome, waar ze van haar vader, Orazio Gentileschi, leerde hoe ze het penseel moest hanteren. Op advies van haar vader ging ze in de leer bij Agostino Tassi, een schilder die voornamelijk landschappen vastlegde.

Tassi leerde Artemisia de kunst van het perspectief, maar maakte misbruik van zijn positie als leraar. Hij misbruikte Artemisia en zou haar vader hebben bestolen. Na een langdurig en ingewikkeld proces werd Tassi weliswaar voor korte tijd achter de tralies gezet, maar voor Artemisia was er al te veel verloren gegaan. Ze keerde Rome de rug toe en trouwde met de Florentijn Pierantonio Stiattesi, met wie ze naar Florence trok.

Hier werd ze in 1616 als eerste vrouw ooit toegelaten tot de Accademia dell’Arte del Disegno, de meest vooraanstaande kunstacademie. Artemisia schilderde in de stijl van Caravaggio en maakte net als hij veel gebruik van chiaroscuro, een schildertechniek waarbij het contrast tussen licht en donker wordt uitvergroot.

In Florence schilderde ze een aantal van haar beroemdste werken, waaronder Judith onthoofdt Holofernes (nog steeds te zien in de Galleria degli Uffizi) en Maria Magdalena (te bewonderen in het Palazzo Pitti). Toch bracht ook Florence haar geen geluk. Haar huwelijk met Pierantonio Stiattesi liep stuk en ze keerde terug naar Rome, vanwaar ze naar Venetië en Napels reisde. Hier schilderde ze naar alle waarschijnlijkheid haar Annunciatie, die bovenaan dit stukje prijkt, met twee krachtige vrouwenfiguren en een prachtig spel van licht en donker.

Deze Annunciatie is in het bezit van het Museo di Capodimonte in Napels. Volgens een aantekening van Suor Plautilla Nelli zouden er nog twee Annunciaties moeten bestaan, die in het bezit zouden zijn van twee rijke Florentijnse dames. Daarover is echter helemaal niets terug te vinden; voor zover bekend is het bovenstaande doek de enige Annunciatie van Artemisia’s hand.

Wie meer werken van Artemisia Gentileschi wil zien, kan nog tot en met 29 januari 2012 terecht in het Palazzo Reale in Milaan, waar de tentoonstelling Artemisia Gentileschi – Storia di una passione gewijd is aan het werk van Artemisia. De tentoonstelling laat vooral werken zien uit vier verschillende fasen van Artemisia’s leven: haar tijd in Rome, met haar vader als leraar, haar tijd in Florence, haar terugkeer in Rome en de laatste jaren van haar leven in Napels, waar ze in 1653 overleed.

Wie geen gelegenheid heeft de tentoonstelling te bezoeken, kan gratis de unieke app Artemisia Gentileschi (voor iPhone en iPad) downloaden. De app is namelijk niet alleen een audioguide voor de tentoonstelling, maar tevens een ontdekkingsreis door het leven en de werken van Artemisia.

Je zit als het ware aan Artemisia’s bureautje en kan haar spulletjes, kaarten en geschriften aanraken. Zo leer je haar kennen, als vrouw en als schilder. Haar verhaal komt in woord en beeld tot leven, haar passie, doorzettingsvermogen en talent spatten van het scherm af. Dankzij de moderne techniek duik je als het ware in haar werk en kun je inzoomen tot je zelfs de kleinste details kunt zien.

Wie nog dieper in het leven van Artemisia wil duiken, moet de boeiende roman lezen die Susan Vreeland over deze opzienbarende kunstenares schreef, maar daarover morgen meer!

dec 08

Na de prachtige kerststal van de Romeinse straatvegers vandaag een Italiaanse kerststal in eigen land. Traditiegetrouw is in het Catharijneconvent in Utrecht tijdens de familietentoonstelling Zin in Kerst! een echte Napolitaanse kerststal te bewonderen. Gisteren gingen de deuren weer open – en de kerststal is misschien nog wel mooier dan vorig jaar!

Toen schreef ik al over deze prachtige kerststal van het Catharijneconvent – en over de geschiedenis die erachter schuil gaat (zie deze link). De handgemaakte achttiende-eeuwse Napolitaanse kerststal werd dit jaar – volgens goed Italiaans gebruik – aangevuld met diverse nieuwe figuren. Op de binnenplaats wordt van 24 tot en met 30 december een levende kerststal ondergebracht.

Een ideaal uitje voor de komende periode dus. De tentoonstelling Zin in Kerst! is te zien van 6 december tot en met 6 januari. Je kunt er zelfs met Kerstmis heen, want het museum is beide kerstdagen geopend. Voor € 5 koop je een speciaal kerstkaartje, waarmee je alleen de kerststallen kunt bezoeken. Kinderen t/m 12 jaar hebben gratis toegang.

Naast de kerststal biedt Utrecht nog meer Italië. In het Centraal Museum is nog tot en met komende zomer de tentoonstelling Utrechters dromen van Rome – Italiaanse invloeden op de Utrechtse oude meesters te zien, met topstukken van internationale allure. Tijdens de expositie zie je hoe de Utrechtse Oude Meesters al vanaf de zestiende eeuw werden geïnspireerd door hun Italiaanse collega’s.

Op hun beurt vormden zij een inspiratiebron voor de zeventiende-eeuwse Hollandse Meesters als Rembrandt, Johannes Vermeer en Frans Hals. Voordat de typische Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw in steden als Amsterdam en Haarlem tot bloei kwam, was Utrecht namelijk hét schilderkunstig centrum van de Noordelijke Nederlanden. Utrechters dromen van Rome toont de ontwikkeling van deze unieke schilderstraditie.

Al vroeg in de zestiende eeuw werden de Utrechtse schilders aangetrokken door Italië. Jan van Scorel, de beroemdste Noord-Nederlandse schilder van zijn tijd, bereikte Rome al in 1522. Nadat hij Raphael als conservator van de Vaticaanse collecties had opgevolgd, raakte hij beïnvloed door de renaissance schilderstijl van de Italianen. Bij zijn terugkeer beïnvloedde Scorel met zijn vernieuwde manier van schilderen vele tijdgenoten, maar ook latere generaties schilders uit Utrecht en daarbuiten.

In het begin van de zeventiende eeuw raakte een groep Utrechtse schilders in Rome beïnvloed door de ‘Meester van het licht’, Caravaggio. Bij terugkomst introduceerden deze zogenaamde Caravaggisten een geheel nieuwe manier van schilderen, waarbij de nadruk ligt op de sterke licht-donkercontrasten, waar Rembrandt later zo bekend om zou worden. De werken van de Utrechtse Caravaggisten, waar het Centraal Museum een omvangrijke verzameling van bezit, zijn uniek binnen de schilderkunst van de Noordelijke Nederlanden.

Ook op Utrechtse schilders die nooit over de Alpen gingen is de Italiaanse schilderkunst van grote invloed geweest. Abraham Bloemaert, ‘de vader van de Utrechtse Schilderschool’, had een enorm atelier, waar een groot deel van de Utrechtse schilders werd opgeleid. De schilders reisden af naar Italië en beïnvloedden de schilderstijl van hun meester met de daar opgedane kennis. Uit Bloemaerts zeer gevarieerde oeuvre zijn de verschillende invloeden die hij heeft ondergaan duidelijk zichtbaar. Zijn faam reikte zo ver dat zelfs de Vlaamse grootmeester Peter Paul Rubens een bezoek bracht aan zijn atelier. Sinds 11 november is er – naast de expositie Utrechters dromen van Rome – ook een grote expositie gewijd aan het werk van Bloemaert, met de toepasselijke naam Het Bloemaert-effect.

Bloemaerts tijdgenoot Joachim Wtewael was de belangrijkste vertegenwoordiger van het maniërisme in de Nederlanden. Zijn pastelkleurige werken met een veelheid aan geïdealiseerde figuren in gekunstelde houdingen vormden een voorbeeld voor latere generaties schilders. In een aparte kamer krijgen de topstukken van de meester de aandacht die ze verdienen. In deze zaal worden tevens enkele meubels uit Wtewaels huis tentoongesteld.

Kijk voor meer informatie en openingstijden op www.catharijneconvent.nl of www.centraalmuseum.nl

dec 06

Het indrukwekkende Palazzo Pamphilj aan het uiteinde van Piazza Navona, dat ooit toebehoorde aan paus Innocentius X, heeft even zijn deuren geopend. Tot en met 16 december kun je er elke woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag terecht voor een expositie met werk van Vik Muniz.

De werken hangen in de Galleria Cortona, de enorme zaal die bekend staat om zijn prachtige plafondschildering, gemaakt door Pietro da Cortona. Van het plafond kun je normaal gesproken slechts een glimp opvangen, als het buiten donker is en het licht in de zaal aan is. Een veelbelovende glimp weliswaar, maar de deur naar meer bleef tot voor kort hermetisch gesloten voor gewone Romeinen en toeristen.

Toen ik dan ook van deze unieke gelegenheid hoorde nadat ik zaterdagochtend in Rome was aangekomen, besloot ik er direct even naartoe te gaan. In eerste instantie vooral voor het schitterende plafond van Pietro da Cortona – die Braziliaanse kunstenaar deed mijn hart niet zo snel kloppen als het idee Da Cortona’s schildering in volle glorie te zien.

Dat plafond was inderdaad prachtig. Ik zal nog wel eens in de geschiedenis ervan duiken, maar voor wie alvast een indruk wil krijgen zonder de mogelijkheid voor 16 december de Braziliaanse ambassade in Rome binnen te wandelen: via deze link maak je een virtuele tocht door Galleria Cortona.

Waar ik echter toch ook erg van onder de indruk was, waren de werken van de Braziliaanse kunstenaar Vik Muniz (1961). In de Galleria Cortona zijn zeven werken te zien van deze ‘afvallige kunstenaar’. Het zijn stuk voor stuk meesterwerken van Italiaanse schilders. De zieke Bacchus en Narcissus van Caravaggio, De schepping van Adam van Michelangelo, Atlas (met de wereld op zijn rug) van Barbieri, om er een paar te noemen.

Het zijn deze Italiaanse werken die al vroeg indruk maakten op Muniz. Hij reproduceerde ze, maar niet zoals de Italiaanse meesters op doek. Nee, hij maakte de schilderijen na met behulp van afval. Van oud papier of van een combinatie van halve etalagepoppen, oude schroeven, kapotte kratjes en wat er allemaal maar aan afval te vinden is, maakt Muniz een meesterlijke, originele kopie van een meesterwerk.

Dat klinkt eenvoudiger dan het lijkt, want voor sommige doeken is een enorme oppervlakte nodig. Muniz tekent hiervoor eerst de compositie op de vloer van zijn studio, waarna hij de vlakken opvult met afval of met stroken oud papier. Hij maakt, zoals hij zelf stelt, kunst van iets wat mensen niet meer willen hebben, niet meer willen zien. Zo transformeert hij nutteloze dingen tot onmisbare zaken. Elk stuk afval heeft zijn plek in het geheel, en die hele afvalberg samen vormt een waardevol kunststuk.

Van zijn papieren werken (Pictures of Magazines) zijn er twee te zien in Rome: De zieke Bacchus van Caravaggio en De slagerij van Hannibal Carracci. Veelzeggende plaatjes en foto’s uit tijdschriften, veelal van bekende filmsterren of artiesten, verliezen hun uniciteit en worden een – samen vormen ze een groter geheel, een grotere kunstvorm.

Vergelijk de originele werken maar eens met de papieren versie van Muniz:

Van de serie Pictures of Junk, waarin de schilderijen dus zijn nagemaakt met behulp van een hoop afval, zien we in de Brazilaanse ambassade Atlas van Giovanni Francesco Barbieri (Il Guercino), Atalanta en Hippomenes van Guido Reni, Prometheus van Titiaan en De schepping van Adam van Michelangelo. Ook hier een vergelijking tussen een aantal originelen en de werken van Muniz:

Wie nog in de gelegenheid is de Galleria Cortona voor 16 december te bezoeken, zou dat zeker moeten doen. De Braziliaanse ambassade is tot die datum open op woensdag, donderdag en vrijdag geopend van 16 tot 19 uur, en op zaterdag van 11 tot 18 uur. De toegang is gratis – de ervaring onbetaalbaar!

nov 09

Vandaag openen de deuren van een grote tentoonstelling over Da Vinci. Niet in een van de grote musea in Italië, maar in de National Gallery in Londen. Hier zijn tot 5 februari 2012 ruim 60 tekeningen en schilderijen van deze renaissancekunstenaar te zien. Hoewel er al veel tentoonstellingen rondom Da Vinci zijn georganiseerd, is dit de eerste keer dat de schilder Da Vinci centraal staat – en niet de uitvinder of de wetenschapper.

Aanleiding voor deze grootste expositie is de recent voltooide restauratie van de Madonna van de grot. Van de versie die normaal gesproken ook in de National Gallery hangt welteverstaan, want van dit schilderij zijn twee versies in omloop. Ook het Louvre in Parijs heeft een Madonna van de grot van Da Vinci’s hand, maar dan een versie van vroeger datum.

Da Vinci kreeg de opdracht voor dit schilderij in 1483 van het Broederschap van de Onbevlekte Ontvangenis in Milaan. Deze broederschap wilde graag dat Da Vinci liet zien hoe Jozef, Maria en Jezus tijdens de vlucht naar Egypte een schuilplaats zochten in een grot, waar ze Johannes de Doper ontmoetten, die werd beschermd door de aartsengel Uriël. Volgens de overlevering was deze ontmoeting van groot belang, omdat Jezus zijn neef Johannes de Doper toestemming gaf om hem te dopen als ze allebei volwassen zouden zijn.

Het schilderij moest in samenwerking met twee andere kunstenaars worden gemaakt, hetgeen vrij ongebruikelijk was voor die tijd. Da Vinci zou het middenpaneel beschilderen, Evangelista de Predis was verantwoordelijk voor het verguldsel en zijn broer, Ambrogio de Predis, zou de zijpanelen verzorgen.

De tijd om dit alles te realiseren was behoorlijk kort. Leonardo kreeg de opdracht in april, en op 8 december, waarop Maria’s Onbevlekte Ontvangenis wordt gevierd, moest het werk kunnen worden onthuld. Maar Leonardo haalde de deadline niet en uiteindelijk zou het drie jaar duren voordat de Madonna van de Grot klaar was. De eerste versie dan, want de tweede versie was pas in 1508 gereed.

Waarom er twee versies van dit schilderij zijn, is overigens niet bekend. Algemeen wordt aangenomen dat de broeders niet tevreden waren met de eerste versie (met de rode mantel), waarop Leonardo da Vinci besloot een tweede versie te maken. Het feit dat de broeders niet tevreden waren is vanuit ons huidige oogpunt op zijn minst opmerkelijk te noemen. Beide werken voldoen immers precies aan het verzoek van de broederschap – met uitzondering van het ontbreken van Jozef, maar dat is zover wij nu weten nooit onderwerp van discussie geweest. Toch is het schilderij het lijdend voorwerp geweest van een twintig jaar durend conflict tussen Da Vinci en de broederschap.

Op de eerste versie van het schilderij, dat normaal gesproken in het Louvre hangt, zien we Maria met een kleine Christus, een kleine Johannes de Doper en een aartsengel. Om hen heen hangt een mysterieuze sfeer, die nog eens wordt versterkt door alle grotten en rotsen die zijn afgebeeld. Misschien staat de grot voor kennis van de mystieke wereld, misschien ook staat de grot symbool voor de legende die vertelt hoe de berg zich opende om de heilige familie onderdak te kunnen bieden.

De tweede versie doet iets minder mystiek aan. Het water op de achtergrond komt duidelijk naar voren en maakt de grotten minder geheimzinnig. De engel is daarentegen wel mysterieuzer; bij de eerste versie is de engel duidelijk een vrouw, hier is dat minder goed te zien. Johannes de Doper wordt wel duidelijker in beeld gebracht; hij draagt nu een kruis. Het is echter de vraag of Da Vinci dit zelf heeft toegevoegd of dat dit later nog is gedaan.

Wat wel duidelijk op beide versies van het schilderij te zien is, is de omhoog wijzende vinger van Johannes de Doper. Deze vinger komt op enorm veel werken van Da Vinci voor, let maar eens op als je de tentoonstelling bezoekt of de komende tijd andere werken van Da Vinci bekijkt.

Een interessant fenomeen dus, deze twee versies van een en hetzelfde schilderij. Tijdens de expositie in Londen zijn beide versies voor het eerst tegelijk te bewonderen – en te vergelijken. De geoefende kijker moet minimaal tien verschillen kunnen onderscheiden. Ik ben benieuwd of jullie die allemaal kunnen ontdekken!

okt 19

In de Scuderie del Quirinale, de voormalige pauselijke paardenstallen boven op het Quirinaal, worden telkens weer interessante exposities gehouden, die enorm veel bezoekers trekken. Voor de meesterwerken van Caravaggio en later die van Lorenzo Lotto trokken tienduizenden toeristen van over de hele wereld naar Rome, en ook de Romeinen zelf trotseerden graag de lange rij om de schitterende overzichtstentoonstellingen te zien.

Nu worden de Florentijnse schilder Filippino Lippi en Sandro Botticelli vereerd met een grote tentoonstelling. De Scuderie veranderen even in het Florence ten tijde van de vijftiende eeuw, waar beide schilders woonden en werkten. Als bezoeker maak je een tocht door de ruim dertig jaar die de kunstenaars in de hoofdstad van de renaissance inspiratie opdeden en de meest unieke fresco’s en schilderingen vervaardigden.

Botticelli hebben we op Ciao tutti wel eerder voorbij zien komen, maar Lippi is in elk geval hier een vrij onbekende schilder. Toch heeft hij veel prachtige werken nagelaten, zoals deze tere Madonna, die je nu in heel Rome ziet opduiken aangezien dit schilderij is gekozen als aankondiging voor de tentoonstelling.

Filippino Lippi, Madonna in adorazione del Bambino, Galleria degli Uffizi Florence

Stefano Zuffi schrijft in De kunst van het kijken over Lippi: ‘Het grote belang van Filippino Lippi voor de Florentijnse kunst in de tweede helft van de vijftiende eeuw wordt langzaam maar zeker door kunstcritici en het publiek erkend. Hij was geen tweederangs figuur maar juist een hoogst origineel schilder met een grote expressie kracht.

Filippino was de zoon van twee kloosterlingen, Fra Filippo Lippi en Lucrezia Buti. Hij werkte van jongs af met zijn vader samen, en voltooide na diens dood de fresco’s in de Dom van Spoleto. In 1472 kwam hij naar Florence en sloot hij vriendschap met Botticelli. In hun jonge jaren hadden de twee schilders veel stilistische kenmerken gemeen, maar rond 1480 vond Filippino Lippi, terwijl hij het contact aanhield, zijn eigen plek in Florence.

In deze periode (rond 1485) voltooide hij de fresco’s van Masaccio en Masaolino in de Cappella Brancacci. In 1488 werd Filippino naar Rome gestuurd om er de Cappella Carafa in de Santa Maria sopra Minerva te beschilderen. Terug in Florence voelde de schilder scherp de crisis van het humanisme aan na de dood van Lorenzo il Magnifico (1492), ten tijde van Savonarola’s donderpreken. Hij drukte zijn bezorgdheid uit in schilderijen die overlopen van spanning en symboliek.’

Een van die schilderijen is het visioen van de heilige Bernardus, dat normaal gesproken te zien is in de Badia Fiorentina in Florence maar nu even naar Rome is verhuisd:

Dit schilderij maakte Lippi eigenlijk voor een kerk in de buurt van Florence, maar tijdens het beleg van de stad (1529) werd het kostbare doek in veiligheid gebracht in de Badia Fiorentina, waar het zich nog steeds bevindt. De opdrachtgever, Pietro del Pugliese, zie je – zoals gebruikelijk was voor die tijd – in de hoek rechtsonder afgebeeld.

Op een van de doeken van Botticelli dat nu in de Scuderie te zien is (maar normaal gesproken in de Galleria degli Uffizi hangt), zien we bijna de hele Medici-familie opduiken. Het schilderij, met als onderwerp de aanbidding van het kindje Jezus door de drie wijzen, herbergt niet alleen Lorenzi il Magnifico (rechtsonder, in een blauwe mantel en met het hoofd schuin), maar ook Cosimo il Vecchio (de wijze die geknield aan Maria’s voeten zit) en diens zoon Piero il Gottose (de man met de rode mantel in het midden van het doek).

De opdrachtgever van dit doek, Gaspare Zanobi del Lama, is wat minder nadrukkelijk aanwezig. Hij is de man rechts in het midden, met een lichtblauwe mantel, grijzend haar en een uitgestoken wijsvinger. Op de plek waar bij Lippi de opdrachtgever stond, zien we hier Botticelli in hoogsteigen persoon, in een goudkleurige mantel.

Er valt dus op zo’n schilderij veel meer te ontdekken dan je op het eerste gezicht zou denken. De tentoonstelling in de Scuderie neemt je dan ook echt even mee naar het Florence van weleer, niet alleen door de voorstellingen maar ook en vooral door de personen die her en der opduiken en je een idee geven van hoe het leven er toen moet hebben uitgezien. Een echte aanrader dus, tijdens je bezoek aan Rome.

De tentoonstelling is nog te zien tot en met 15 januari 2012. Meer informatie vind je op de website van de Scuderie, waar je ook meteen een kaartje voor deze Florentijnse belevenis kunt kopen.

okt 08

Aanstaande vrijdag, 14 oktober, gaat een intrigerende dubbeltentoonstelling over de Etrusken van start in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en in het Allard Pierson Museum in Amsterdam. Deze unieke tentoonstellingen vertellen het intrigerende verhaal over de Etruskische rijkdom, religie, macht en pracht, met honderden topstukken uit zowel de eigen collecties als uit vele buitenlandse musea. Elke tentoonstelling doet dit vanuit een eigen invalshoek.

Vrouwen van aanzien
De tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden stelt de vrouwelijke verhaallijn centraal en neemt je mee naar de wereld van prinsessen, godinnen en de geëmancipeerde plaats van vrouwen in de Etruskische maatschappij. Die was voor die tijd heel bijzonder: niet eerder stond de vrouw zo op gelijke voet met de man. Ook hun traditionele rol als moeder en echtgenote komt aan bod.

In een sfeervol decor van een Toscaanse landschap en kleurrijke fresco’s worden onder meer prachtige gouden sieraden, beelden van godinnen en rijk versierd aardewerk tentoongesteld. Ook is er een spectaculaire 3D-reconstructie van het beroemde Regolini-Galassi graf met originele grafgiften (waarover morgen meer) en een reconstructie van een deel van de imposante Portonaccio-tempel en een Etruskisch graf.

Een van de topstukken is een sieraad van een rijke Etruskische dame, dat vermoedelijk gediend heeft als broche. Op de achterkant is namelijk een aanhechtingspunt voor een speld aangebracht. De broche toont het meesterschap van de Etruskische goudsmeden: op een gouden plaat is in verschillende technieken een ingewikkeld patroon gesmeed, met in het midden een robijn.

De Etruskische goudsmeden gebruikten verschillende technieken voor deze sierschijf. Een daarvan is het werken met filigraan: dunne draadjes goud, die de schijf rondom versieren. De Etrusken blonken ook uit in de granulatietechniek, waarbij ze kleine korreltjes goud in een bepaald patroon op een sieraad aanbrachten. Wanneer het voorwerp wordt verhit, hechten de korreltjes zich op de ondergrond zonder ermee te versmelten.

Ook de armband van de Etruskische dame die was begraven in het beroemde Regolini-Galassi-graf in Cerveteri is een prachtig voorbeeld van het hoogstaande vakmanschap van de Etruskische goudsmeden. De verfijnde decoratie van vrouwenfiguurtjes tussen boompjes, palmetten en lotusbloemen is gemaakt volgens de repoussétechniek (een soort ponsversiering) en de net genoemde granulatietechniek. Overigens is men er niet helemaal zeker van dat het een armband betreft. Aangezien er nog een vrijwel identiek exemplaar in het graf is gevonden, zou het ook een oorring kunnen zijn.

De tentoonstelling laat ook een prachtige spiegel zien, die duidelijk maakt dat de Etruskische wereld door de Grieken werd beïnvloed. Een bekende Griekse mythe is die van het Paris-oordeel. Paris moest uit drie godinnen de mooiste kiezen. Toen hij de godin van de liefde Aphrodite koos, werd hem de mooiste vrouw ter wereld beloofd. Op deze spiegel is te zien hoe de godin Turan (=Aphrodite) Paris voorstelt aan de naakte Helena, de mooiste vrouw ter wereld. Aan de rechterkant staat haar echtgenoot Menelaos.

Waarschijnlijk waren het de handelscontacten met Noord-Afrika die de Etrusken inspireerden tot het zelf maken van bronzen spiegels. In de loop der eeuwen werden ze steeds vaardiger in het maken van deze ronde kunstwerkjes. De spiegel werd in vele culturen van de oudheid gebruikt als karakteristiek voorwerp om vrouwen mee af te beelden. In de keerzijde van spiegels graveerden de Etrusken voorstellingen die meestal waren ontleend aan de Griekse mythologie. Vaak waren dat liefdesscènes en amoureuze avonturen van Griekse en Etruskische goden, maar ook religieuze plechtigheden en godenverzamelingen kwamen voor.

Het sluitstuk van de tentoonstelling in Leiden zijn 25 gouden sieraden, gemaakt in neo-Etruskische stijl. Deze juwelen zijn afkomstig uit Nederlands particulier bezit en vervaardigd door goudsmeden die zich lieten inspireren door Etruskische vormen en technieken. De getoonde neo-Etruskische sieraden zijn gemaakt in de negentiende, twintigste en eenentwintigste eeuw.

Mannen met macht
In het Allard Pierson Museum in Amsterdam komt de Etruskische man aan bod. Hier is de hoofdrol weggelegd voor krijgsheren, priesters en prinsen. Het mannelijk machtsvertoon komt naar voren in thema’s als handel, rijkdom en religie.

Een van de topstukken van deze expositie is een askist met Odysseus. Het deksel van deze albasten askist stelt de overledene voor, aanliggend aan de eeuwige maaltijd. Het reliëf aan de voorkant laat een scène uit de Odyssee zien, waar de Grieken onder leiding van Odysseus op het eiland van de cycloop Polyphemos zijn beland. Daar werden ze opgesloten in zijn grot en ontsnapten met een list. Odysseus verblindde de reus aan zijn enige oog. Opvallend is dat op deze askist Polyphemos is afgebeeld met twee ogen in plaats van één. Ook is de Etruskische godin Vanth afgebeeld om de mannen te helpen ontsnappen.

Ook het tentoongestelde voorouderbeeldje, een van de vijf beeldjes uit het graf van de CinqueSedie (graf van de vijf zetels) mag je niet missen. In de linker bijkamer van het graf zaten de beeldjes op de vijf uit tufsteen uitgehakte zetels. De menselijke figuurtjes stellen waarschijnlijk de voorouders voor, die de overledenen moeten beschermen. Ze dragen ceremoniële kleding en daardoor wordt gedacht dat ze waarschijnlijk zijn afgebeeld op het moment van de begrafenis. De rechterarm is uitgestrekt naar voren, waarschijnlijk zijn ze weergegeven op het moment dat ze offeren. In de vooroudercultus namen de gestorvenen samen met de voorouders deel aan de rituele dodenmaaltijd.

Er is ook een beeldje van een krijger te zien, dat onderdeel was van een reusachtige bronzen drievoet, een standaard voor een groot bronzen bekken. Er waren drie krijgers die dienden als onderdeel van de poten. Een beeldje van een jonge vrouw (korè) ondersteunde het centrale deel van het bekken. Op de rand van het bekken waren dieren waaronder herten gemonteerd. De drievoet was een votiefgeschenk in een van de rijkste bronsdepots van de Etrusken, ontdekt in 1863. Het geschenk hoorde bij een cultusplaats waar giften werden gedeponeerd vanaf het begin van de zevende tot in de vijfde eeuw v.Chr. De beelden zijn waarschijnlijk in Chiusi geproduceerd en worden rond 560-550 v.Chr gedateerd.

     

Het sluitstuk van de tentoonstelling in Amsterdam vormt de foto-installatie van beeldend kunstenaar Krien Clevis, met de naam Levende Dodenstraat. Impressies van vergankelijk Cerveten. Krien Clevis heeft voor de tentoonstelling een aantal in- en uitgangen van Etruskische grafkamers in Cerveteri gefotografeerd. Deze monumentale foto’s geven een impressie van hoe de graven er oorspronkelijk uitzagen.

‘Nergens echter zijn grafuitrusting of kenmerkende grafgiften te zien. Het is de eigen schat, het natuurlijk proces van vergankelijkheid, dat zich langzaam prijsgeeft,’ zo vertelt zij over haar foto’s. De in- en uitgangen van de graftombes geven een tipje van de sluier weer van het hedendaagse Cerveteri, van de huidige staat van de grafhuizen, wat deze representeren en wat deze in het transformatieproces van het verval openbaren.

Etrusken
Bij de tentoonstelling verschijnt het boek Etrusken. Mannen met macht – Vrouwen van aanzien. De hoofdredactie van dit rijk geïllustreerde boek was in handen van dr. Iefke van Kampen (directeur van het Museo dell’Agro Veientano in Formello, Italië) en dr. Patricia S. Lulof (universitair hoofddocent, Universiteit van Amsterdam).

ISBN 9789040078064
€ 24,95
uitgeverij Wbooks

De tentoonstelling ‘Etrusken’ is te zien van 14 oktober 2011 tot en met 18 maart 2012. Voor een bezoek aan zowel het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden als aan het Alllard Pierson Museum in Amsterdam geldt gedurende de gehele tentoonstellingsperiode een toeslag van €3,- op de reguliere entreeprijs. In het Allard Pierson Museum betaal je deze toeslag alleen als je de tentoonstelling bezoekt, in het Rijksmuseum van Oudheden geldt de toeslag voor het hele museum. Wel betaal je deze toeslag slechts in één museum. Bij een bezoek aan het andere museum vervalt de toeslag wanneer je het entreebewijs van het eerste tentoonstellingsbezoek inlevert. Kijk voor meer informatie op www.etrusken.nl

okt 03

Het prachtige Toscane oefent al decennia lang grote aantrekkingskracht uit op kunstenaars. Niet alleen vanwege de landelijke rust die er nog heerst, maar vooral ook vanwege de rijke historie van de streek. Karel Appel (1921-2006) vestigde zich er in 1989, op zijn pas verworven landgoed Villa Licia.

Geïnspireerd door de Toscaanse cultuur, natuur én zijn nieuwe omgeving maakte hij een serie grote sculpturen met overtollige huisraad van zijn eigen landgoed – de zogenoemde ‘brandstapelbeelden’ – en een serie beelden waarvoor hij objecten gebruikte uit de wijnbouw, op verzoek van de Toscaanse wijnbouwer Guilio Baruffaldi. De beelden die speciaal gemaakt werden voor locaties op diens landgoed zijn nu voor het eerst van hun plek getild en naar het Cobra Museum verplaatst.

Karel Appel — Donkey (1991)
bronze, 145 x 260 x 87 cm
Private collection Baruffaldi, Tuscany

In de unieke expositie die daar nog tot en met 15 januari plaatsvindt, worden ongeveer 20 grote beelden, keramiekobjecten en enkele landschapschilderijen van Karel Appel getoond uit de jaren die hij in Toscane doorbracht. In dezelfde expositie worden grote schilderijen, enkele tekeningen, beelden en een video getoond van de gerenommeerde Italiaanse schilder en beeldhouwer Roberto Barni (1939). Zijn eigentijdse kunst is onlosmakelijk met de Toscaanse traditie, waarin de relatie tussen mens en natuur centraal staat, verbonden.

Bij de tentoonstelling verschijnt een prachtig boekwerk, waarin dieper wordt ingegaan op de reeks beelden die Karel Appel tussen 1989 en 1999 op zijn landgoed in Toscane creëerde. Geïnspireerd door de natuur en zijn directe omgeving maakte Appel met gevonden huisraad en objecten uit de wijnbouw een reeks spectaculaire sculpturen.

Voor het eerst wordt de ontstaansgeschiedenis en betekenis van deze Toscaanse beelden in boekvorm gepubliceerd. De specifieke relatie tussen de kunstenaar en Toscane wordt in het tweede gedeelte van de publicatie nader belicht aan de hand van het oeuvre van de gerenommeerde Italiaanse schilder en beeldhouwer Roberto Barni (1939). Barni woont en werkt op een steenworp afstand van het vroegere landgoed van Karel Appel. In zijn eigentijdse werk, dat onlosmakelijk met de Toscaanse traditie verbonden is, staat de relatie tussen mens en natuur centraal. Ook Barni verwerkt in zijn sculpturen gevonden voorwerpen uit de regio.

Karel Appel — Daisies (1991)
bronze, 156 x 204 x 149 cm
Private collection Baruffaldi, Tuscany

Een stukje uit de inleiding van het boek (geschreven door Katja Weitering), dat je ofwel direct naar Toscane laat afreizen of je op zijn minst bij het Cobramuseum in Amstelveen doet belanden:

‘San Casciano Val di Pesa is zo’n typisch Toscaans dorpje met een oude stadskern dat dateert uit de dertiende eeuw. Het rustige plaatsje ligt ten zuiden van Florence en wordt omringd door het imponerende Toscaanse landschap. Het dorpje ligt op een steenworp afstand van het voormalige atelier van Karel Appel (1921-2006), de Villa Licia in het dorpje Mercatale, waar hij van 1989 tot 1999 vele zomers doorbracht.

Appel bevond zich in Toscane in goed gezelschap. Sinds de jaren zeventig waren vele kunstenaars hem voorgegaan in de keuze voor Toscane als atelier en werkgebied, waaronder Daniel Spoerri, Niki de Saint-Phalle en Fernando Botero. Ruim tien jaar later gevolgd door Jan Dibbets, Georg Baselitz en Robert Morris.

Wat zoeken hedendaagse kunstenaars in Toscane? De rust van de typische natuur, of zijn ze juist actief op zoek naar traditie? En zo ja, hoe verhoudt deze traditie zich tot het eigentijdse karakter van hun werk? Deze vragen zijn leidend geweest bij de door gastconservator Werner van den Belt geïnitieerde publicatie en de gelijknamige tentoonstelling in het Cobra Museum voor Moderne Kunst. Met Studio Toscane levert hij een eerste bijdrage aan onderzoek naar de specifieke ateliersituatie in Toscane.

De in deze regio ontstane beelden van Karel Appel vormden het vertrekpunt voor dit onderzoek. Het atelier in Toscane was van groot belang voor Appel. Hier exploreerde hij in een ontspannen setting de klassieke onderwerpen die hem gedurende zijn hele artistieke ontwikkeling dierbaar waren gebleven: het landschap, de menselijke figuur, naakten en dieren. Gestimuleerd door de aanwezige natuur en het licht ging Appel in Toscane voor het eerst sinds 1939 weer landschappen schilderen.

Karel Appel— Toscaanse horizon # 36 (1995)
oil on canvas, 200 x 260 cm
ING Collection

Bij het maken van zijn beelden liet hij zijn fantasie de vrije loop, geïnspireerd door de vondst van lokale gebruiksvoorwerpen, onder andere op het landgoed van zijn buurman, de wijnbouwer Giulio Baruffaldi. Volgens Werner van den Belt beschouwde Appel in Toscane traditie niet als iets van vroeger maar als een bruikbaar gegeven voor het heden. Het essay van Werner van den Belt gaat dan ook deels over de positie en de waarde van traditie voor de hedendaagse kunst.

Voor Italiaanse kunstenaars is de combinatie van verleden en heden, van natuur en cultuur een vanzelfsprekendheid. Deze verbondenheid loopt als rode lijn door de Italiaanse kunstgeschiedenis. Het oeuvre van de hedendaagse schilder en beeldhouwer Roberto Barni (1939) maakt dit op indringende wijze inzichtelijk. Sinds jaar en dag is het atelier van Barni in Toscane gevestigd. In het interview met Werner van den Belt staat Barni uitgebreid stil bij de kenmerkende Toscaanse identiteit van vrijheid, anarchisme en verzet tegen het gezag van de pauselijke staat. Ook het alom aanwezige roemrijke verleden en de omringende natuur komen aan bod. Al deze factoren hebben de artistieke ontwikkeling van Barni mede beïnvloed.

Ondanks het feit dat Karel Appel en Roberto Barni twee volstrekt op zichzelf staande kunstenaars zijn, levert de dialoog fascinerende parallellen op die bijdragen aan een beter begrip van de actualiteitswaarde die Toscane voor kunstenaars heeft. Voor Roberto Barni vertegenwoordigt Karel Appel een explosie van vitaliteit en vrijheid. Deze attitude vindt hij van groot belang omdat de Italiaanse cultuur volgens Barni te formeel en gesloten is en tegengesteld aan waar Appel en zijn werk voor staan.

De explosie van vitaliteit en vrijheid komt op kernachtige wijze tot uitdrukking in de fontein van Karel Appel die op het Sandbergplein voor het Cobra Museum staat. Dit bronzen beeld behoort tot een van de hoogtepunten van de beelden die in Toscane zijn ontstaan. In het beeld verwerkte Appel lokale gebruiksvoorwerpen die onder andere afkomstig waren van het landgoed van Giulio Baruffaldi.

Karel Appel— Fountain (2001)
bronze, designed after the original made in 1992, 500 x 400 x 470 cm
Collection Gemeente Amstelveen, with special thanks to KPMG

Tot op de dag van vandaag staan er nog acht, aan deze fontein verwante beelden op het landgoed van Baruffaldi. Door zijn genereuze gebaar om deze aan het museum uit te lenen, zijn wij in staat om ons werk en de bijbehorende houten sculptuur (Fountain, 1992) uit de collectie in de context van soortgelijke beelden van Karel Appel te plaatsen.

In zijn verkenning van Toscane als studio voor moderne en hedendaagse kunstenaars neemt Werner van den Belt, zoals gezegd, de Toscaanse beelden van Karel Appel als vertrekpunt. Zowel uit de bespreking van het werk van Appel als uit het daaropvolgende interview met Roberto Barni komt naar voren dat beide kunstenaars in Toscane werk hebben gemaakt dat zich ontrekt aan het vluchtige, tijdelijke moment en dat ons dichter bij het algemene menselijk verhaal brengt.’

Nieuwsgierig geworden? De tentoonstelling Studio Toscane is zoals gezegd nog tot en met 15 januari 2012 te zien in het Cobramuseum te Amstelveen.

Daarna zullen de bronzen beelden van Karel Appel te zien zijn in de tentoonstelling Hof van Appel in de in maart 2012 te openen beeldentuin ‘Cobra buiten’ bij Kasteel Keukenhof. De Avro besteedt in drie afleveringen van het tv programma Kunstuur aandacht aan Studio Toscane en aan de tentoonstelling Hof van Appel. De eerste uitzending vindt plaats op 19 november aanstaande.

Het boek dat bij de tentoonstelling hoort is o.a. in de museumwinkel te koop, maar ook online te bestellen.

Studio Toscane: Karel Appel en Roberto Barni
Els Ottenhof & Werner van den Belt
ISBN 9789461300300
€ 19,90
uitgeverij Ludion

sep 11

Sinds gisteren  is in het Thermenmuseum de internationale tentoonstelling Er was eens een weg… – Reizen in het noorden van het Romeinse rijk te zien. Deze tentoonstelling vertelt het verhaal over de aanleg en het gebruik van Romeinse wegen in het noordwesten van Europa en wat dit heeft betekend voor de ontwikkeling van de regio. De tentoonstelling is door het Thermenmuseum ontwikkeld in samenwerking met het Romeins-archeologisch museum van Bavay (Frankrijk).

Nadat de Romeinen het huidige Noord-Frankrijk, België en Zuid-Limburg veroverden, hebben ze in dit gebied grote hoofdwegen aangelegd. Deze Romeinse wegen werden intensief gebruikt door soldaten, de keizerlijke postdienst, handelaren en boeren die hun producten naar de markt brachten. Hoe werden de wegen aangelegd? Wat weten we over het vervoer op deze wegen? Wie waren de reizigers? Hadden de Romeinen ook wegwijzers? Deze vragen komen allemaal aan bod in de tentoonstelling.

Via Belgica
Een heel bekende Romeinse weg is de Via Belgica. Deze weg liep van Boulogne-Sur-Mer via Bavay, Tongeren, Maastricht en Heerlen naar Keulen. In Coriovallum, de Romeinse voorloper van Heerlen, lag het kruispunt tussen de Via Belgica en de weg van Aken naar Xanten. Door deze ligging kon Coriovallum uitgroeien tot een bloeiend handelscentrum waar talloze reizigers dagelijks onderdak vonden. Het is dan ook niet toevallig dat juist hier een publiek badhuis werd gebouwd. De ruïne van dit badhuis is nog steeds te zien in het Thermenmuseum.

De Via Belgica verbond Romeinse steden over grote afstand. Dat is bijna 2000 jaar later nog steeds het geval. Het Thermenmuseum produceerde samen met het Romeins-archeologisch museum in Bavay deze bijzondere tentoonstelling. In Bavay zijn de resten te bewonderen van het Romeinse forum van de stad Bagacum, hoofdstad van de Gallische stam de Nervii. In de tentoonstelling Er was eens een weg… zijn voorwerpen te zien van 19 musea, afkomstig uit vijf Europese landen. Topstukken uit bijvoorbeeld Xanten, Trier, Parijs en Keulen zijn voor deze tentoonstelling tijdelijk in Heerlen.

De thema’s die tijdens de tentoonstelling aan de orde komen zijn bijna te veel om op te noemen, maar ik doe een poging:

De rol die wegen speelden in het noorden van het Romeinse Rijk
Wegen spelen in onze samenleving een grote rol. Naast een toeristische en recreatieve betekenis, hebben ze vandaag vooral een economische functie. Maar hoe zat dat in de tijd van de Romeinen? Welke rol vervulden wegen toen? Hoe werden mensen, goederen en middelen van de ene plaats naar de andere vervoerd?

De aanleg van wegen
Met welk doel werden de Romeinse wegen aangelegd? Was dat vanuit militair strategische doeleinden of voor de economie, de communicatie en het verspreiden van de Romeinse cultuur? Wie legden de wegen aan en hoe gebeurde dit precies?

Mijlpalen en kaarten
Op regelmatige afstanden langs de Romeinse wegen stonden mijlpalen; grote stenen zuilen waarop de afstand tot de dichtstbijzijnde grote plaats stond aangegeven. Het waren dus een soort ANWB-borden. Hoe gebruikten de Romeinen deze mijlpalen? En welke andere middelen gebruikten de Romeinen om de weg te vinden?

De laatste reis: de weg en de doden
Romeinen geloofden in een leven na de dood. Op veel plekken begroeven zij hun doden langs de grote wegen. Wat was de religieuze en spirituele betekenis hiervan? En waarom deden zij dat eigenlijk?

De weggebruikers
Wie waren de reizigers in de Romeinse tijd, welke dieren en voertuigen werden als vervoer gebruikt en welk materiaal werd meegenomen tijdens het reizen? En hoe verplaatste men zich in heuvelachtige gebieden?

Een god als reisgenoot
Waren er goden die speciaal met reizen werden geassocieerd? Wat waren de rituelen van leven en dood die met het reizen waren verbonden? Welke goden beschouwde men als reisgenoot? En waarom eigenlijk?

Wil je deze tentoonstelling over reizen in de Romeinse tijd bezoeken? Dat kan van 10 september 2011 tot en met 31 maart 2012. De entree bedraagt € 6,50 voor volwassenen, € 6,- voor senioren en CJP-houders, € 5,50 voor kinderen van 4-12 jaar. Het bezoek aan de tentoonstelling is gratis voor iedereen met een Museumjaarkaart en voor kinderen van 0-3 jaar.

Thermenmuseum Heerlen
Coriovallumstraat 9
6411 CA Heerlen

Openingstijden: dinsdag t/m vrijdag van 10.00-17.00 uur. Op zaterdag en zondag en op feestdagen is het museum geopend van 12.00-17.00 uur. Voor speciale lezingen, wandelingen, activiteiten en meer neem je een kijkje op www.thermenmuseum.nl

 

sep 06

Sms’en op zijn Romeins, zelf een stad bouwen, roeien in een Romeinse boot, als militair op oorlogspad gaan: het kan allemaal in de spectaculaire tentoonstelling High Tech Romeinen. Vanaf afgelopen vrijdag kun je in Museum Het Valkhof in Nijmegen op ontdekkingstocht naar de Romeinse tijd. Door zowel te kijken als te doen maak je kennis met onverwacht slimme technische snufjes die de Romeinen al hadden uitgevonden.

De Romeinen gebruikten technieken die wij, anno 2011, in ons dagelijks leven nog steeds gebruiken. Het is ongelofelijk knap wat zij al die tijd geleden konden maken: tempels, aquaducten, vloerverwarming, wegen en katapulten. Romeinen waren net als de mens van nu voortdurend bezig met het verbeteren van de kwaliteit van leven. Voor inspiratie keken ze naar andere culturen, maar ze ontwikkelden zelf ook allerlei nieuwe technologieën.  

In de tentoonstelling High Tech Romeinen kun je voorwerpen uit de Romeinse tijd en spannende animaties bekijken, maar dat is zeker niet alles! Je stapt zo in de wereld van een Romeins architect of legeraanvoerder, je kunt een mozaïekvloer ontwerpen, een aquaduct aanleggen, een hijskraan uitproberen en games spelen om meer te ontdekken over de Romeinse eetgewoontes. Aan de hand van 9 thema’s kom je alles te weten over architectuur, luxe in huis, machines, communicatie, ambachten, meten/rekenen, het leger, water en reizen.

Bij het voorbereiden van de tentoonstelling High Tech Romeinen zijn veel mensen vanuit het museum betrokken, onder andere archeoloog Annelies Koster, conservator archeologie en hoofd collecties en educatie vertelt over de eerste aanzet tot de tentoonstelling:

‘De eerste ideeën voor de tentoonstelling High Tech Romeinen zijn ontwikkeld door onze educatieve afdeling. Ik ben in het project gestapt op het moment dat we gingen denken aan een samenwerkingsproject met meerdere partners uit binnen- en buitenland. Na enkele verkennende gesprekken werd een overeenkomst tussen vier musea gesloten voor de uitvoering van het project.

We hadden in het team dat de tentoonstelling voorbereidde verschillende expertises nodig die gelukkig ook bij de partners aanwezig waren: educatoren voor de vertaalslag naar het publiek, archeologen voor de inhoudelijke kant en voor de selectie van voorwerpen, tentoonstellingsmakers en technici die konden inschatten wat uitvoerbaar was. Vanuit Museum Het Valkhof nam ik als conservator archeologie vooral de inhoudelijke kant voor mijn rekening.

Na enkele bijeenkomsten met deze groep lag er een lange lijst van mogelijke tentoonstellingsstukken en thema’s. Bij elk van de exhibits moesten we ons afvragen of ze wel goed uitvoerbaar waren en of de bezoekers voldoende uitgedaagd zouden worden. Gevleugelde woorden werden niet alleen hands-on, maar ook minds-on. We wilden dat de bezoekers niet alleen worden uitgedaagd om iets te doen in de tentoonstelling, maar ook dat zij aan het denken worden gezet. We wilden met de tentoonstelling de bezoekers een bron van inspiratie bieden voor vernieuwingen in onze tijd, want een heleboel technische verworvenheden uit de Romeinse tijd worden immers nog steeds gebruikt!

Daarom hebben we in de uitvoering en vormgeving van de tentoonstelling vooral moderne materialen en middelen gebruikt. Maar naast interactieve media die de bezoekers de gelegenheid geven meer te weten te komen over Romeinse techniek en technologie, zijn er vele originele voorwerpen te zien uit de collecties van twee van de partners: het LVR-Landesmuseum in Bonn en Museum Het Valkhof. Maar ook zijn er enkele belangrijke bruiklenen te zien uit het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden en van de gemeente Utrecht.

Bij de tentoonstelling wilden we ook graag een boek uitgeven over techniek in de oudheid. Nu wilde het geval dat er net in 2010 een Duitse publicatie was verschenen die ons zeer geschikt leek als boek bij deze tentoonstelling. Ik heb contact gezocht met de uitgever en de auteur, die graag aan een vertaalde uitgave wilden meewerken. Vervolgens heb ik een vertaler gezocht met specialistische technische kennis. Hij heeft de teksten vertaald en ik heb daar weer de redactie van gedaan. Het resultaat is het boek High Tech Romeinen – Techniek in de oudheid, geschreven door Brigitte Cech, vertaald door Robert van der Veen, uitgegeven door Museum Het Valkhof.’

Morgen meer over dit bijzondere boek. Wie de tentoonstelling wil bezoeken kan tot en met 4 maart 2012 terecht bij Museum Het Valkhof te Nijmegen. Van oktober 2012 tot en met augustus 2013 zal de tentoonstelling te zien zijn in het Museon te Den Haag en daarna, van oktober 2013 tot augustus 2014, in Technopolis in het Belgische Mechelen. Reserveer nu dus alvast een dag in je agenda voor deze High Tech expositie, want High Tech Romeinen verrast jong en oud!

Museum Het Valkhof
Kelfkensbos 59, Nijmegen
www.museumhetvalkhof.nl

Openingstijden:
dinsdag tot en met zondag van 11.00 – 17.00 uur
ook open op maandagen tijden de korte vakanties

Entreeprijs:
17 jaar en ouder € 7,00
4 t/m 16 jaar € 3,50
65+ € 5,00
Museumjaarkaart gratis

preload preload preload