mei 13

Dwalend door de vertrekken van de Villa Poppeia, lijkt de geschiedenis ineens heel dichtbij. Je voelt bijna de adem van Poppeia langs je haren strijken, je hoort bijna het geruis van haar gewaden.

Maar stellen we ons het leven van deze Romeinse vrouwen niet te romantisch, te idyllisch voor? Waren zij er niet grotendeels alleen ter meerdere eer en glorie van hun man? Het zal in elk geval uitgesloten zijn geweest dat ze, zoals ik gewend ben, alleen op pad gingen om de wereld te ontdekken. Wanneer ik aan de suppoost vraag wat Poppea hier zoal deed en hoe vaak ze haar minnaar zag, haalt hij zijn schouders op. Hij bromt dat hij zich nooit heeft verdiept, hij is hier alleen maar om de fresco’s te bewaken. Het leven van de vrouwen van de keizers staat mijlenver van hem af.

Maar mijn nieuwsgierigheid is gewekt en eenmaal terug in mijn appartement duik ik in mijn boekenkast. Als ik het me goed herinner wijdt Michael Sommer in De Romeinse keizers – Het leven aan het hof en op veldtocht een paar pagina’s aan de vrouwen van de keizers:

Ook hij worstelde met de vraag over hoe het leven van de Romeinse keizers er nu precies uitzag. De mannen die vijfhonderd jaar lang Rome regeerden, behoren dan wel tot de beroemdste en beruchtste heersers uit de geschiedenis, maar wat weten we nu eigenlijk over hun dagelijks leven, over de intriges achter de schermen en over hoe ze het rijk bestuurden? Hoe was hun relatie met hun vrouwen, minnaressen, functionarissen en het leger? En hoe kwamen ze nu eigenlijk aan de macht?

In De Romeinse keizers schrijft historicus Michael Sommer levendig en met kennis van zaken over de personen die het Romeinse keizerschap vorm gaven. In zeven thematische hoofdstukken passeren de stichting van het rijk, de verschillende wegen naar de macht, keizerlijke bouwprojecten en keizerlijke veldtochten de revue.

Hij laat duidelijk zien hoe de rol van keizer door de eeuwen heen veranderde: van het oorspronkelijke concept van ‘eerste onder gelijken’ tot de soldatenkeizers van de derde eeuw, de afstandelijke personages uit de tijd van Constantijn en ten slotte de passieve ‘schaduwkeizers’ ten tijde van het verval en de ondergang van Rome.

Maar mijn vraag ging specifiek over de vrouwen van de keizers. Daarover schrijft Sommer: ‘De vrouwen van de keizers werden net als andere vrouwen in de Romeinse wereld niet geacht om macht uit te oefenen. Hun domein was het huis, de domus. Pogingen om de traditie te doorbreken, stuitten op felle kritiek: slechts enkele first lady’s kregen de goedkeuring van Romeinse historici. Voor de vrouwen van de keizers was de lijn tussen decorum en een gebrek daaraan bijzonder dun: ze stonden permanent in de schijnwerper, beschikten over veel geld en hadden veel beschermelingen. Veel vrouwen hadden grote invloed op hun echtgenoten en zonen en oefenden zo macht uit, zij het indirect. Enkele uitzonderlijke vrouwen zoals de soldaat-koningin Zenobia regeerden zelf. In de Romeinse maatschappij was de rolverdeling verder altijd scherp gedefinieerd. Veel keizerinnen mochten dan erg machtig zijn, geëmancipeerde vrouwen waren ze niet.

Tacitus, Suetonius en andere Romeinse historici bekritiseerden Claudius wegens diens slaafse gehoorzaamheid aan de vrouwen om hem heen. Claudius had in totaal vier vrouwen. Toen hij in 41 na Christus keizer werd, was hij getrouwd met zijn derde vrouw, Valeria Messalina, een achternicht van Augustus. Over Messalina hebben Romeinse historici een eensluidend oordeel: ze was een meedogenloze sloerie, een jaloerse, sluwe nymfomane.

Er wordt beweerd dat ze verantwoordelijk was voor de executie van de gerespecteerde senator Appius Junius Silanus, een vertrouweling van Claudius. Silanus zou herhaaldelijk haar avances hebben afgewezen. Gebruikmakend van de goedgelovigheid van Claudius en van zijn neurotische angst voor samenzweringen spande ze vaak samen met Narcissus, Claudius’ vrijgemaakte slaaf en belangrijkste secretaris, tegen vrienden van de keizer.

De druppel die de emmer deed overlopen was Messalina’s plan om met een andere senator te trouwen, de aangewezen consul Gaius Silius, toen Claudius een offerdienst leidde in de haven van Ostia. Nu ging ze te ver en onder leiding van Narcissus kwamen de vrijgemaakte slaven in actie voordat het te laat was. Ze gaven Messalina en Gaius Silius bij de keizer aan en lieten de Pretoriaanse Garde het oproer neerslaan.

Na de dood van Messalina trouwde Claudius met zijn nicht Agrippina, dochter van Germanicus, zus van Caligula en moeder van Nero. ‘Een vrouw die tot de dag van vandaag haar gelijke niet kent: dochter van een keizer en zuster, vrouw en moeder van een schrijver,’ luidde de beschrijving van Tacitus.

Agrippina had een zoon, Nero, van haar eerste man, Gnaeus Domitius Ahenobarbus. Na haar huwelijk met Claudius had ze maar één doel voor ogen: haar zoon in het keizerlijk purper. Door dit doel na te streven handelde ze als een heuse Romeinse aristocrate: eer en glorie voor de domus was een legitiem streven voor de dochter van een senator. Maar het feit dat de domus van Agrippina het Julisch-Claudische huis was, vormde een dilemma voor Tacitus. Omdat ze lid was van de heersende dynastie, hadden haar daden per definitie een politieke dimensie, maar de politiek was niet het domein van een vrouw.

Om deze paradox te verklaren schildert Tacitus Agrippina in zijn Annales af als een manwijf, een bloeddorstige tiran in een vrouwelijke gedaante. Het huwelijk van Agrippina met Claudius verandert Rome:

Vanaf dit ogenblik stond het staatsbestel op zijn kop en alles gehoorzaamde aan een vrouw, die niet, zoals Messalina dat deed, uit losbandigheid de draak stak met het openbaar belang; het werd een strak gehouden, ja schier mannelijke tirannie. Voor de buitenwereld gestrengheid en over het algemeen hooghartigheid, in eigen kring was er niets dat niet door de beugel kon, of het moest dienstig zijn voor haar heerszucht.
Tacitus op. cit. Boek XII, 7

In een brief aan Domitia Lucilla, de moeder van Marcus Aurelius, beschrijft de filosoof Fronto haar als een voorbeeld van de ideale keizersvrouw: ‘U bezit alle deugden en inzichten die een vrouw passen: liefde voor uw man en uw kinderen, voorzichtigheid, oprechtheid, waarheidslievendheid, vriendelijkheid, volgzaamheid, toegankelijkheid en bescheidenheid.’

Een voorbeeldige first lady was Livia, de derde vrouw van Augustus. Zij steunde haar man, zag toe op de opvoeding en opleiding van hun kinderen en kleinkinderen en bleef in het openbaar op de achtergrond. Anders dan Agrippina had Livia geen intriges of moord nodig om haar domus machtig te maken. Maar iedereen was zich bewust van de ‘invloed die ze op haar echtgenoot had,’ schrijft Cassius Dio.

Wanneer iemand haar vroeg wat haar geheim was, antwoordde ze ‘dat ze ingetogen en kuis was, dat ze met plezier aan zijn wensen tegemoetkwam, dat ze zich niet met zijn verhoudingen bemoeide en vooral, dat ze niet liet merken op de hoogte te zijn van zijn minnaressen.’

Ondanks het feit dat het leven van de vrouwen van Romeinse keizers me blijft intrigeren, besef ik maar al te goed dat ik nooit in de schoenen van Livia had kunnen staan. Wat een opoffering, wat zal zij vaak haar woorden ingeslikt moeten hebben. Dan bekijk je zo’n prachtig huis (zie de foto’s van gisteren) toch ineens met heel andere ogen…

Meer lezen over het leven van de Romeinse keizers? Bestel het boek van Michael Sommer via deze link bij bol.com

Getagd met:
aug 25

‘Als we nu iets over het leven van vroeger willen weten, lezen we een geschiedenisboek. Maar hoe deden ze dat tweeduizend jaar geleden? Nou, precies zo. Tenminste, in Rome. In het Romeinse Rijk had je ook al geschiedschrijvers die beschreven wat er in een land allemaal gebeurde. […]

Een paar Romeinse schrijvers hebben namelijk over onze streek geschreven. Toch moet je niet zomaar alles wat er in hun boeken staat klakkeloos geloven, want ze zijn lang niet altijd zelf bij de gebeurtenissen geweest waarover ze geschreven hebben. Hoe meer informatiebronnen je hebt, hoe meer je over een gebeurtenis te weten komt. Helaas zijn er maar weinig teksten over ons land van tweeduizend jaar geleden gevonden. Meestal hebben we zelfs maar één informatiebron over een bepaalde gebeurtenis. Je weet dan nooit wat je precies moet geloven.

Maar vaak kan een klein stukje tekst al veel bruikbare informatie opleveren. Door logisch na te denken, kun je met een paar puzzelstukjes al snel de hele puzzel zien. […] Stel dat je over een volk maar één regel kunt vinden, bijvoorbeeld: ‘De Waldaaien zijn tegenwoordig veel heldhaftiger dan vroeger’, dan heb je eigenlijk al verschillende puzzelstukjes. Zo weet je dankzij het woordje ‘tegenwoordig’ dat het volk in de tijd van de schrijver leeft. Het volk moet ook in oorlog zijn, anders had de schrijver niet kunnen weten dat ze heldhaftiger dan vroeger waren. En Waldaai betekent strijder met het zwaard. Je weet dan meteen dat ze met zwaarden vochten. Als je er dan ook nog eens informatiebronnen bij haalt die wat over het volk vertellen, wordt de puzzel steeds completer.

Over de hoofdpersoon van dit hoofdstuk is maar één zinnetje gevonden. Het staat in een boek van de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus: ‘Ze zeggen dat hij enkele gevangenen naar zijn zoon liet brengen, zodat die zijn pijlen en speren op ze kon afvuren.’ Die zin gaat over het jaar 69 na Christus. Die gevangenen zijn de Romeinen. En die hij is Julius Civilis, een beroemde leider van de Bataven; een belangrijke stam in die tijd. De zoon van Julius Civilis is dus een Bataaf die naar hartenlust speren en pijlen mag afvuren op de Romeinen.

Julius de charmante
In het enige zinnetje dat we over de jonge Bataaf hebben gevonden, staat geen naam. We weten daarom niet hoe hij heet. Maar gelukkig is in dit geval de naam van zijn vader bekend: Julius Civilis. Daardoor weten we dat zijn achternaam Julius is. Zijn áchternaam? Ja. Wij kennen de naam Julius alleen als voornaam, maar de Romeinen gebruiken het ook als achternaam. Civilis is een bijnaam. Het betekent charmant. Julius Civilis heet dus eigenlijk Julius de charmante.

Julius Civilis heeft ook nog een voornaam, maar die is onbekend. Wel kennen we de naam van de Romeinse keizerfamilie die heerst als hij geboren wordt: Claudius. Omdat veel mensen hun zoon naar de keizer vernoemen, is het goed mogelijk dat hij ook Claudius is genoemd. Claudius Julius dus. Nu nog een bijnaam, maar die is niet zo moeilijk te bedenken. Hij is immers een boogschutter. In het Latijn, de taal van de Romeinen, is dat sagitarius. Laten we hem dus Claudius Julius Sagitarius noemen.

Bataven in de Betuwe
Het is natuurlijk heel bijzonder dat zo’n jonge jongen een groep Romeinse soldaten als schietschijf mag gebruiken. Het is nog vreemder als je bedenkt dat hij een Bataaf is. De Bataven zijn juist een stam die het al tientallen jaren goed met de Romeinen kan vinden. Ze leven zelfs gezamenlijk in de Betuwe, een gebied dat naar de Bataven is genoemd. De namen Betuwe en Bataven lijken niet voor niets zo op elkaar. De Bataven zijn er niet de baas, maar de Romeinen. Toch is dat de eerste jaren geen enkel probleem voor de Bataven.

De Romeinen geven hun allerlei voorrechten. Zo hoeven ze geen belasting te betalen, net als de Romeinen zelf. Andere stammen moeten dat wel. Claudius hoeft al helemaal niet bang te zijn dat hij als slaaf naar Rome moet, zoals dat bij andere volken gebeurt.

De wereld van Claudius
[…] Claudius leeft in een wereld waar veel mensen kunnen lezen en schrijven, waar je niet hard hoeft te werken voor je dagelijkse brood. Maar het is ook een wereld vol drukte. Er is een markt waar je alles kunt kopen en er zijn tempels, badhuizen en theaters. Er loopt zelfs een waterleiding en er zijn wc’s voor de stadsbewoners. Claudius groeit dan ook niet op in een gehuchtje van vijf dorpen, maar in een stad. De oudste stad van ons land.

Die stad heet Oppidum Batavorum, ‘de stad van de Bataven’, en bevindt zich op de plaats waar nu Nijmegen ligt. Er wonen vooral soldaten. Omdat zij voedsel, kleding en wapens nodig hebben, vind je er ook boeren die hun vee verkopen, kleermakers, schoenmakers, handelaars, herbergen, smeden en andere werklieden. De huizen zijn van hout. […] Claudius is de zoon van een belangrijke leider en daarom woont hij heel luxueus. […] De vloer is helemaal prachtig. Daar liggen versierde tegels op. Zelfs voor koude voeten hebben de Romeinen iets bedacht: vloerverwarming. Het huis heeft ook verschillende kamers, maar dat betekent niet dat Claudius een kamer voor zichzelf alleen heeft. Kinderen slapen in dezelfde ruimte als de bedienden.

Claudius heeft een comfortabel leventje. Hij hoeft niet zo hard te werken en krijgt zelfs onderwijs. Dat is in die tijd wel bijzonder, want lang niet alle kinderen krijgen les. De meeste kinderen, ook Romeinse, moeten gewoon werken. Maar Claudius is nu eenmaal het zoontje van een belangrijke leider. Het is de bedoeling dat hij over een paar jaar naar Rome gaat voor een goede militaire opleiding. […]

Omdat Claudius in een belangrijke plaats woont, is er een voortdurende aanvoer van lekker eten uit andere landen. Olijfolie bijvoorbeeld, maar ook wijn, vijgen en dadels. Bovendien hebben de Romeinen dieren en vruchten meegenomen die het ook in ons land prima doen. Konijnen, kippen, pruimen, peren, walnoten: we hebben ze allemaal aan de Romeinen te danken. Net als sla en andijvie.’

© tekst: Jan Paul Schutten | illustraties: Paul Teng

In Kinderen van Nederland vertelt Jan Paul Schutten het verhaal van een aantal Nederlandse kinderen uit verschillende eeuwen, van de prehistorie tot en met de Tweede Wereldoorlog. Aan de hand van het leven van kinderen die echt bestaan hebben en de spannende avonturen die zij beleefden, brengt hij kinderen van nu in contact met kinderen van toen. Een betere manier om geschiedenis te laten beklijven is er niet!

preload preload preload