jan 24

Als ik zo’n boek als Emigreren & ondernemen in mijn handen heb (zie Ciao tutti van gisteren, 23 januari), begint het toch weer te kriebelen: niet alleen reizen in en door Italië, maar er wonen en werken, deel uitmaken van het Italiaanse leven, naar een barretje wandelen voor de eerste cappuccino van de dag en de hele dag door die heerlijke taal om je heen horen…

De meeste Italiëgangers zullen dit gevoel wel herkennen en regelmatig langs hun ultieme droomhuis zijn gereden in de heuvels van Toscane of langs de oevers van het Gardameer. Voor iedereen die de droom heeft om in Italië te gaan wonen of om daar een tweede huis te kopen, organiseert La Divina LA CASA DEI MIEI SOGNI, een serie van vijf workshops Italiaans.

Na deze vijf dagen heb je een goede basis om je verstaanbaar te maken tijdens het zoeken naar je droomhuis, de onderhandeling over de verkoop en de eventuele verbouwingen. Zo weet je zeker dat het zoeken, vinden en op maat maken van je droomhuis niet eindigt in de nachtmerrie die we allemaal kennen van programma’s als Ik vertrek.

Je leert niet alleen een enorme woordenschat, die voornamelijk toegespitst zal zijn op de taal van makelaars, aannemers en klusjesmannen, maar ook de basisregels van de Italiaanse grammatica. Dit alles wordt bijna spelenderwijs geleerd, door het naspelen van gesprekken en rollenspellen. Tijdens een van de workshops is er bovendien een specialist aanwezig die je alles kan vertellen over de makelaardij in Italië en die al je specifieke vragen hierover kan beantwoorden.

De workshops beginnen (uiteraard) met een espresso, waarna alle cursisten samen aan de slag gaan. Na de uitgebreide Italiaanse lunch, met pasta en wijn, ga je echter niet zoals de Italianen een uurtje slapen, maar leer je wederom allerlei Italiaanse woorden, regels en uitdrukkingen. Aan het eind van de dag wordt er alvast getoost op je nieuwe Italiaanse droomhuis, met een bicchiere di prosecco. De workshops vinden een keer per maand op zaterdag plaats in Gameren (omgeving Zaltbommel). Het niveau van de workshops is geschikt voor zowel beginners als semi-gevorderden. De drijvende kracht achter La Divina is Carolina Chiacchierona, alias Jacqueline Broekhuizen, docente Italiaans.

La Divina organiseert naast de workshop over je droomhuis in Italië geregeld andere workshops Italiaans, waarbij gewerkt wordt met een bijzondere lesmethode: suggestopedie. Suggestopedie maakt gebruik van al je zintuigen, waardoor je de taal snel en op een ontspannende manier onder de knie krijgt en het geleerde langer en beter onthoudt. Carolina Chiacchierona: ‘Een taal beheersen is veel meer dan kennis toepassen. Een taal is levende materie, schoonheid, humor, nuances, menselijk contact, kortom: de inhoud en de vorm van het communiceren. Een mens kan pas werkelijk creatief en effectief zijn in een andere taal en cultuur, als er een vonkje overslaat. Dat gebeurt als het brein positief wordt gestimuleerd en het individu intens plezier beleeft aan het leren.

De nieuwste ontwikkelingen in het taalonderwijs blijken nauw aan te sluiten op het wetenschappelijk basiswerk van de Bulgaarse psychiater en psycholoog Georgi Lozanov, grondlegger van de suggestopedie. Suggestopedie kan het best worden beschreven als het zorgvuldig en geïnspireerd dirigeren van de aspecten die ieders uniek leerproces voeden en ondersteunen. Hierbij denken we aan aspecten zoals spel, muziek, avontuur, logica en de synergie van dit alles.

De eerste kennismaking met de suggestopedische aanpak ontstaat al bij het binnentreden van de lesruimte. Gemakkelijke stoelen, muziek, mooie omgeving. Meteen sta je met beide voeten in het Avontuur, een door de docent in scenariovorm geschreven verhaal dat de ruggengraat is van de hele leservaring. Als cursist vind je je plek in het verhaal. Deze situatie wordt benut als springplank om in de nieuwe omgangstaal te duiken. Zo leer je zonder erbij stil te staan, zonder te moeten nadenken en vooral terwijl je volop geniet. Het gaat ongekend snel, alsof je in je eigen zevenmijlslaarzen door het landschap van de Italiaanse taal wandelt.

Uiteraard speelt de docent een centrale rol in het hele proces. Al het materiaal is met zorg gemaakt of uitgekozen, alle activiteiten worden keer op keer opnieuw ontworpen of aangepast. Tegelijkertijd wordt er in een gestructureerde cyclus gewerkt, waarbij ook muziek uit de periode 1600-1825 op zeer specifieke wijze wordt gebruikt.

In het oog springende resultaten na een dergelijke cursus zijn:
*de veel bredere woordenschat
*het diepere begrip van de taalstructuur
*de geactiveerde en tevens parate ‘passieve kennis’
*het gemakkelijker onthouden van de materie
*de verbeterde uitspraak
*het grotere gemak om de juiste toon en woorden te vinden
*het versterkte zelfvertrouwen
*de ijzersterke motivatie – en behoefte – om door te gaan

Zo vind je niet alleen het huis van je dromen, maar spreek je in een moeite door de mooiste taal ter wereld. Che bel sogno!

Zie voor meer informatie en inschrijven www.jacq-ladivina.blogspot.com

dec 07

Toen ik voor het eerst in Italië was, in Rome om precies te zijn, moest ik deze vraag elke keer ontkennend beantwoorden. Ik kwam niet verder dan pasta, pizza en cappuccino – al kon ik met behulp van het Latijn dat toen nog vers in mijn geheugen lag wel aardig wat Italiaanse woorden ontcijferen. Maar ja, dat duurde meestal wel even, dus dan waren mijn gesprekspartners al lang afgehaakt.

Na twee dagen lang stamelen, schouderophalen en ietwat smachtend achteromkijken, besloot ik – midden op het Piazza della Rotonda, vlak voor het Pantheon – dat ik me in Nederland direct zou aanmelden voor Italiaanse les. Zo gezegd, zo gedaan, en inmiddels, ruim twaalf jaar en heel wat lessen later, houdt een Romein me af en toe voor een stadsgenoot. De eerste keren ontkrachtte ik zo’n compliment direct door te zeggen dat ik in Amsterdam woon, maar afgelopen keer besloot ik de eigenaar van een boekhandel lekker in het ongewisse te laten en een beetje vaag te antwoorden op waar in de stad ik dan wel woonde…

Ach ja, een binnenpretje op zijn tijd moet kunnen, en eerlijk gezegd is het natuurlijk ook wel erg leuk om na al die jaren te merken dat al die uren onregelmatige werkwoorden stampen, honderden zinnen afmaken, woordjes leren, tentamens maken en praten, praten en nog eens praten hun vruchten hebben afgeworpen. Want eerlijk is eerlijk, een verblijf in Italië is gewoon nog tien keer leuker als je (een beetje) de taal spreekt.

Voor iedereen die de komende vakantie ook wel eens wil ervaren hoe het is om met de Italianen te kunnen communiceren en te profiteren van alle kleine voordelen die dat met zich meebrengt (van veel goedkopere kopjes koffie op het duurste terras van Florence tot een speciaal aanbevolen pasta in een kleine trattoria in het Romeinse Trastevere), is er nu een nieuwe taalcursus van Prisma:

Effectief, snel en met veel plezier Italiaans leren, dat kan nu met de interactieve USB taaltraining. De leersoftware en de complete leerinhoud laad je op de bijgeleverde USB-stick, waarna je op elke computer (met Windows) direct aan de slag kunt. Het voordeel van deze methode is dat je de hele cursus gemakkelijk mee kunt nemen en dat deze overal te gebruiken is, zelfs op vakantie dus!

Alle oefeningen en leerresultaten worden op de USB-stick vastgelegd, waardoor je altijd en overal direct verder kunt waar je gebleven was. Ook ideaal voor alle Italiëfans met een drukke baan, die af en toe in een paar verloren uurtjes hun Italiaans willen bijspijkeren.

Alle aspecten van de Italiaanse taal komen aan bod: woordenschat, spreek-, luister- en leesvaardigheid, tekstbegrip, uitspraak en grammatica. Als je de hele cursus hebt afgerond, spreek, schrijf en lees je Italiaans op niveau B1/B2 (internationale niveauaanduiding van het Europees Referentiekader).

Wat deze cursus zo leuk maakt is de begeleiding van Nicoletta, een ‘virtuele professoressa’ die je door de training leidt en overlaadt met complimentjes als je een oefening tot een goed einde brengt. Heerlijk om zo af en toe haar stem te horen die goedkeurend Oggi e’ il tuo giorno!, Sei grande, Complimenti en meer van dit soort schouderklopjes uitdeelt!

Maar er is meer dat deze cursus anders dan anders maakt, waardoor je spelenderwijs aan de slag gaat en eigenlijk niet in de gaten hebt dat je aan het studeren bent. Wat dacht je bijvoorbeeld van:

- IntelliSpeech spraakherkenning voor een perfecte uitspraak van het Italiaans, zodat je precies leert waar de klemtoon hoort te liggen en hoe je woorden hoort uit te spreken, zodat de Romeinen, Napolitanen en andere Italianen je straks allemaal begrijpen

- een slim oefensysteem om woorden te leren en, wellicht nog belangrijker, een intelligente respons op fouten waardoor je direct ziet waar het nog aan schort

- leerstatistieken met feedback na ieder trainingsonderdeel, zodat je je Italiaanse vorderingen nauwkeurig kunt bijhouden en een goede planning kunt maken – je wil immers voor je vakantie al een aardig mondje Italiaans kunnen spreken. Daarom maakt ook een professionele toetsingmodule deel uit van de cursus, zo kun je op elk moment testen hoe ver je bent

- een online magazine voor wekelijks actuele informatie over Italië en allerlei culturele aspecten van het land van de pizza en de pasta, van Berlusconi en de paus, van de grote kunstenaars en de kleine ambachtslieden

In 2011 praten we zo allemaal Italiaans! In bocca al lupo!

Bestel deze unieke taaltraining als kerstcadeau bij bol.com via deze link.

Getagd met:
okt 22

Tijdens de Week van de Italiaanse Taal kunnen we de klinkende namen voor Italiaanse voorgerechten, pastasoorten en andere heerlijkheden natuurlijk niet overslaan. Tegenwoordig weet ook bijna elke noorderling wel wat spaghetti alla carbonara is, maar wat is spigola all’acquapazza of scottiglia?

Om precies te weten wat er op de kaart staat, stelde Onno Kleyn het handige Culinair reiswoordenboek Italiaans samen, met naast praktische hoofdstukken over restaurants en streekwijnen en –specialiteiten een heel scala aan woordenlijsten, zowel Italiaans-Nederlands als Nederlands-Italiaans.

Zo schrijft Onno Kleyn over de Italiaanse etiquette: ‘Gelukkig verschilt Italië nauwelijks van onze lage landen waar het de tafeletiquette betreft. Toch zijn er een paar puntjes, die vooral tellen wanneer je niet in een restaurant, maar bij mensen thuis komt. Het opvallendst is het eten van de primo – de pasta, rijst of soep dus. Dat doe je met je rechterhand.

Voor pasta en risotto gebruik je alleen een vork; het draaien van lange pasta als spaghetti en tagliatelle in een lepel geldt als ongemanierd. Je pakt telkens enkele sliertjes – als beginner neem je meestal te veel – tilt ze los van de rest en draait ze tegen de rand van je diepe bord tot een kluwen. Dat draaien en eten kan heel elegant; chique dames houden de vork helemaal aan het einde vast. Pasta als cannelloni, lasagne en dergelijke snijd je met de zijkant van je vork.

Dat eten met een vork in de rechterhand geldt niet alleen voor pasta maar voor alle eetbaarheden die zacht zijn, zoals vis, mousses, paté en dergelijke. Het voelt voor ons misschien als ongemanierd, maar heus, de Italiaanse etiquetteboeken van vroeger en nu schrijven het voor.

Gastvrijheid betekent het volproppen van de gasten. Wees erop voorbereid dat je als hooggeëerd publiek onaangekondigde uitbreidingen van de maaltijd kunt verwachten, zoals meerdere primi, secondi en dolci. De gastvrouw neemt drie tortellini en geeft jou een bord vol: ‘Mangi, mangi!

Door de bank genomen drinkt de Italiaan bij elke maaltijd een beetje wijn. De heren twee à drie glazen, de dames één à twee. Minder komt ook voor, vooral in Toscane. Het vocht wordt geheel aangevuld met mineraalwater. Wij gelden dan ook snel als drinkebroers.’

Eten met alleen een vork dus, en niet te veel drinken. En vooral je pasta niet snijden. Onno Kleyn: ‘Als je jezelf als barbaar wilt etaleren, als neanderthaler of aap met kleren aan, rag dan met lepel of mes je pasta aan stukken. Maar alleen dan. Spaghetti, tagliolini en trenette zijn namelijk lang omdat lang anders smaakt dan kort. Capito? Dus snijd je geen pasta. Nooit. Never. Mai.’

Een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus neem dit boekje ter hand en de tips en aanwijzingen die Onno Kleyn verzamelt heeft ter harte, dan geniet je dubbel van alle Italiaanse lekkernijen!

Wil je liever zelf koken tijdens je vakantie in Italië, neem dan het Reiskookboek Italië, eveneens van Onno Kleyn, mee in je koffer of rugzak. In dit kookboek vind je heerlijke recepten en praktische informatie waarmee je in een handomdraai een echte Italiaanse maaltijd op tafel zet.

Onno Kleyn vertelt welke producten de moeite waard zijn en geeft uitleg over wilde kruiden, wijnen en streekproducten. Daarnaast krijg je natuurlijk eenvoudige maar heerlijke recepten die zowel op campinggas als in een kleine keuken te maken zijn. Ook in dit boekje is een uitgebreide culinaire woordenlijst Italiaans – Nederlands opgenomen. Wederom een ideale vakantiepartner dus!

okt 20

In het kader van de tiende Week van de Italiaanse taal vandaag een voorproefje van Giorno per Giorno. Met deze taalkalender van Intertaal leer je komend jaar elke dag op speelse wijze een beetje Italiaans.

De Giorno per Giorno-taalkalender heeft een gedegen opbouw, zodat je echt een aardig mondje Italiaans leert praten, maar de onderwerpen worden op een luchtige manier behandeld. Zo leer je geleidelijk aan allerlei woorden, zinnen en gesprekjes die voorkomen in het dagelijks leven.

Vlak voor de zomervakantie worden de woorden en het taalgebruik behandeld die vooral tijdens een vakantie in Italië goed van pas komen, zodat je een beetje beslagen ten ijs komt en al je kennis in de praktijk kunt brengen.

De basisgrammatica van het Italiaans wordt in kleine stappen uitgelegd en overzichtelijk gepresenteerd. Na een nieuw onderwerp volgt vaak een korte, eenvoudige oefening, waarvan de oplossing later wordt gegeven. Ook de uitspraak van het Italiaans krijgt uiteraard de nodige aandacht. Daarnaast bevat de kalender leuke oefeningen, puzzels en aparte kaders met allerlei interessante wetenswaardigheden over de Italiaanse taal, cultuur en manier van leven:

Het enige nadeel is dat de Italiaanse taalkalender zo leuk is dat het stiekem best moeilijk is om per dag maar één blaadje af te scheuren…

okt 18

Komende week staat over de hele wereld de Italiaanse taal centraal, tijdens de Week van de Italiaanse taal, oftewel de Settimana della Lingua Italiana. De week wordt dit jaar voor de tiende keer gevierd, dubbel feest dus!

Het Italiaans Instituut in Amsterdam viert deze week onder andere met de vertoning van de documentaire Sotto il Celio Azzurro (2010) van Edoardo Winspeare.

Het doel van de Week van de Italiaanse taal is natuurlijk allereerst meer mensen kennis te laten maken met het Italiaans. Daarom een kort stukje over de film in het Italiaans, met een verklarende woordenlijst voor degenen die (nog) geen Italiaans spreken:

‘Quattro stagioni in una scuola che non è come tutte le altre. Celio Azzurro, una piccola scuola materna nel cuore di Roma, ospita 45 bambini di 32 paesi diversi, è nell’Italia di oggi come un fortino assediato.

I suoi educatori infatti somigliano più alle prime comunità di indigeni che si stanziarono sui sette colli migliaia di anni fa che a tradizionali maestri: stessa capacità di resistere alle intemperie, stesso misto di abilità, tecniche e convinzioni. Il film racconta la loro battaglia quotidiana, ma anche la storia profonda di uomini e donne, madri e padri, che cercano dentro la propria infanzia l’ispirazione e la ragione della propria missione di educatori.’

quattro stagioni vier seizoenen
scuola materna kleuterschool
paesi diversi verschillende landen
fortino assediato klein omsingeld fort
prime comunità di indigeni eerste groepen autochtonen
sette colli zeven heuvels
tradizionali maestri traditionele onderwijzers
intemperie slecht weer
la loro battaglia quotidiana hun dagelijkse strijd
la storia profonda de diepgaande geschiedenis
la propria infanzia hun eigen jeugd

 

De film is woensdag 27 oktober te zien bij het Italiaans Instituut Amsterdam (Keizersgracht 564). Aanvang 20.15 uur. Toegang is gratis, maar reserveren wordt wel aanbevolen. Kijk voor meer info, mailadres en telefoonnummer op www.iicamsterdam.esteri.it/IIC_Amsterdam

De komende week op Ciao tutti veel aandacht voor de Italiaanse taal, met natuurlijk veel nieuwe boeken van Italiaanse schrijvers!

okt 13

Hoewel de Kinderboekenweek dit jaar in het teken staat van illustraties, wil ik de beroemde Italiaanse kinderboekenschrijver Roberto Piumini eigenlijk niet overslaan. Hoewel hij dus niet tekent, maar schrijft, is hij wel een echte kunstenaar, een woordkunstenaar, althans, zo noemt hij zichzelf. Hij heeft meer dan honderd romans, verhalen, toneelstukken, gedichten en liedjes geschreven, zowel voor volwassenen als voor kinderen.

Een van zijn meest recent verschenen boeken in Nederland is Toto Aroma, dat vertelt over de uitvinder van de pizza, die net zo heet als het boek, Toto Aroma. Als kok is Toto in dienst van de koning van Napels. Daar vindt op een dag een rijke gast een haar in zijn eten.

Dat is voor de gast en de koning een grote belediging en Toto, die het gerecht heeft klaargemaakt, wordt gevangen gezet. Toto bedenkt allerlei manieren om te ontsnappen. Met behulp van zijn uitmuntende kookkunst weet hij daar uiteindelijk ook in te slagen.

Om de sfeer en de smaak van Italië nog meer te benadrukken is ook de originele Italiaanse tekst opgenomen. Zo leren kinderen (en hun ouders!) spelenderwijs een beetje Italiaans:

‘In de tijd van de Bourbon-koningen woonde er in Napels een uitzonderlijke kok. Hij heette Antonio Gimbellino, maar iedereen noemde hem Toto Aroma.’

Al tempo dei re Borboni, c’era a Napoli un cuoco eccezionale che si chiamava Antonio Gimbelloni, ma tutti lo chiamavano Totò Sapore.

‘Hij kookte zo verrukkelijk dat hij naar het hof werd gehaald en tot chef-kok werd benoemd in de keuken van het koninklijk paleis. Het beroemdst waren zijn pasta’s en zijn taarten, maar Toto Aroma was in alles wat hij maakte alle koks van heel Zuid-Italië de baas.’

I suoi piatti erano così deliziosi che fu preso a corte, e nella cucina del palazzo reale nessuno contava più di lui. Famose erano le sue pastasciutte e le sue torte, ma in ogni tipo di cibo cucinato Totò Sapore superava I cuochi dell’intera Italia Meridionale.

De illustraties zijn van de hand van Cecco Mariniello, een bekende Italiaanse illustrator die al dertig jaar de verhalen in (prenten)boeken met potlood en penseel tot leven wekt.

Het verhaal over Toto Aroma diende ook als basis voor een Italiaanse animatiefilm: Le avventure di Totò Sapore. Roberto Piumini zelf is echter niet echt blij met deze film, die zeer vrij voortborduurt op zijn verhaal.

Waar hij wel blij mee is, is dat zijn verhaal ertoe heeft geleid dat je in Italië nu regelmatig een pizzeria ziet die is vernoemd naar de hoofdpersoon in het boek. Als je dus in Italië een pizzeria ziet die Totò Sapore heeft, dan weet je zeker dat ze er Toto’s pizza serveren.

Wil je zelf aan de slag en net als Toto een lekkere pizza maken, kijk dan op http://www.tutti.nl/toto-aroma.htm voor het recept voor de pizza Napoletano en de pizza Lombarda. Hier kun je ook een filmpje bekijken waarin wordt uitgelegd hoe je een pizza alla Toto nu precies maakt! Buon appetito!

sep 24

‘Veel mensen denken dat het Italiaans een muzikale taal is. Sommige buitenlanders kunnen woorden als cappuccino en Mastroianni met dromerige ogen en vol verlangen over de tong laten rollen, de klinkers wat uitrekkend. Anderen worden gegrepen door het vleiende formalisme in de met verve uit te spreken aanspreektitels als dottore, commendatore, professore, ragioniere of cavaliere. Met een beetje goede wil wordt alles dan mooi.

Ik stond eens met een collega ergens te wachten toen we een man met een melodieuze stem iets hoorden roepen. ‘Wat is het toch een mooie taal, wat is het hier toch prachtig allemaal,’ zei ze, bereid om zich te laten meeslepen in een wereld vol romantiek. Ik beaamde dat grif: ‘Hij roept dat hij plastic emmers en rieten manden te koop heeft.’

De taal heeft natuurlijk iets zangerigs. Daarom klinken opera’s in het Italiaans ook beter dan in het Duits. Maar het is verrassend hoe vaak veel Italianen hun verbale muziek onderbreken voor botte en boerse interrupties van louter klanken. Woorden zijn het niet, meer tussenvoegsels in de categorie van het Nederlandse ‘eh’. Dat ge-eh zul je hier overigens niet vaak horen. Italianen zijn niet gauw te verlegen om iets te zeggen, en als ze even tijd nodig hebben om te denken, doen ze dat wel onder het praten.

Al deze geluiden hebben een duidelijk afgebakende betekenis. Een van de meest geaccepteerde vormen klinkt als ‘èèh’, met de e-klank als in het geluid van een schaap, met veel nadruk uitgesproken. Dat is een bevestiging van wat een andere spreker heeft gezegd. Zoiets als: ‘Precies’, of: ‘Dát bedoel ik’. Het bevestigende èèh kom je niet alleen op straat tegen, maar ook in de vele praatprogramma’s op tv. Soms komt er ter onderstreping een kort handgebaar bij.

Een ander geluid is een klikkende t-klank, voor in de mond gemaakt met de tong zonder dat er lucht tussen de lippen door naar buiten komt. Twee keer is het minimum, maar meer dan vier keer heb ik het nooit iemand horen doen. Dat betekent: ‘Nee’, of: ‘Je hebt het fout’, of: ‘Ik kan je niet helpen’. Het klinkt scherper dan het Nederlandse tut-tut en mist de truttige waarde daarvan. Voor de nadruk kun je hierbij je wijsvinger van je rechterhand heen en weer bewegen. Nederlanders herkennen dat als het vermanende vingertje. Italianen zijn minder belerend en betuttelend. Dat vingertje is een informele, algemeen geaccepteerde manier om te zeggen: ‘Je hebt het fout’, of: ‘Zo is het niet’. Zonder bijgeluiden betekent het wijsvingergebaar: ‘Niet doen’. Handig voor als je in Rome een weg met veel stoplichten af moet en bij het eerste licht al je ruit hebt laten wassen.

Veel Italianen antwoorden ook met ‘mah’. Die klank kan veel betekenen, maar meestal zit het in de buurt van: ‘Nou ja’, of: ‘Dat zal wel’. ‘Mah’ en ‘èèh’ zijn nog wel aanvaardbaar in het taalgebruik. Iets boerser wordt het met ‘embè’ en ‘bôh’, twee korte vocale erupties die een vaste plaats innemen in het Romeinse vocabulaire. ‘Embè’ kan veel nuances hebben, afhankelijk van toon, context en de kracht waarmee het wordt uitgesproken. Het kan zoiets zijn als: ‘Wat wil je, ik kan er ook niets aan doen’. Of: ‘Ik weet het ook niet, ik kan je niet helpen’.

‘Bôh’ is de bottere vorm hiervan. Het heeft dezelfde betekenis als ‘embè’, maar een andere gevoelswaarde: ‘Ik weet het niet, ik kan er niets aan doen en dat kan me geen barst schelen ook’. ‘Bôh’ gaat soms gepaard met schouderophalen en een licht kokhalzende beweging. Vooral kinderen vinden het stoer op deze manier met elkaar te communiceren.

Het meest dierlijke geluid klinkt als ‘áhoe’. Dit is geen officieel aanvaardbaar Italiaans meer, maar je hoort het veel op straat in Rome, bij voorkeur hard. De nadruk ligt op de a, maar de oe-klank wordt ook vaak lang aangehouden. Wat je dan krijgt, ligt tussen een overdreven ‘au’ als uiting van pijn, en het geluid van een jankende hond. De betekenis ligt in de buurt van ‘Hé’, zowel in de betekenis van ‘Wat maak je me nou’ als ‘Hé jij daar’.

Tegenover deze rare geluiden op straat staat het formalisme in de geschreven taal, of in de gezwollen toespraken. Het verschil tussen spreek- en schrijftaal is groot. Bovendien wordt een zekere retoriek meestal wel op prijs gesteld. Dat hoort bij het theater. Bloemrijk taalgebruik is, net als een pak van een mooie stof of een goed gesneden jurk, een teken dat iemand belangrijk is. Met name in de bureaucratische taal en in de gezondheidszorg komen nog heel wat archaïsche termen voor. Het geeft status, laat zien dat je de vaktermen kent, en het is een versiering, een mooi lintje om de woorden. Soms is het een teken van oprecht respect.

Maar het ingewikkelde en barokke taalgebruik heeft vaak andere functies vervuld, zegt Tullio Di Mauro, een van de grootste taalkundigen. De zaken omslachtig zeggen biedt ook bescherming. Wie de zaken helder zegt, maakt zich kwetsbaar,’ aldus Marc Leijendekker in Het land van de krul – Italië achter de schermen. Met dit boek biedt Leijendekker ons een kijkje achter de schermen van Italië en de Italiaanse cultuur.

Leijendekker was dertien jaar correspondent in Italië, voor NRC Handelsblad, het NOS- en het Radio 1-journaal en weet dus waarover hij praat, of schrijft in dit geval. Hij laat zien dat Italië een land is van grote contrasten. Verblindende schoonheid en oogstrelend design gaan samen met tot droefheid stemmende lelijkheid. Het noorden van het land is een van de rijkste gebieden van Europa, terwijl grote delen van het zuiden gebukt gaan onder bittere armoede en uitzichtloosheid. Het is een van de belangrijkste industrielanden, maar politiek gezien een lichtgewicht, met politici die door collega’s in de Europese Unie niet altijd serieus worden genomen. Het is een land ook van theater, waar veel gebeurt voor de schone schijn en dingen vaak niet zijn wat ze lijken te zijn. Het is niet het land van de rechte lijn, maar van de krul.

In feitelijke verslagen en persoonlijke verhalen legt Leijendekker de ziel van het huidige Italië bloot. Hij neemt je mee naar een anti-maffiafeest, naar familiebedrijven die met hun vitaliteit de Italiaanse economie aan de praat houden, naar oude mannen die de macht hebben en jonge mannen die tot ver over hun dertigste bij hun moeder blijven wonen. De grote vraag die je door het hele boek heen stiekem in je achterhoofd blijft houden: zal de nieuwe regering de weg inslaan van modernisering? Of blijft Italië vooral een land voor toeristen, waar de zaken gebeuren all’italiana ? De tijd zal het leren, maar vooralsnog blijkt ‘het land van de krul’ de meest treffende omschrijving van het mooie, gekke, bijzondere Italië!

aug 17

Op een van de mooiste plekjes in Amsterdam, aan het Entrepotdok, vind je een klein stukje Amsterdam dat eigenlijk geen Amsterdam is. Althans, voor ingewijden niet. Op nummer 26 waan je je namelijk even helemaal in Italië.

Wanneer je door de deur van nummer 26 binnenstapt, vergeet je op slag waar je al fietsend door de stad nog over nadacht. Boodschappenlijstjes, dingen die je echt niet moet vergeten, mensen die je nog moet bellen… alles blijft buiten wachten, op de stoep voor nummer 26. Tenminste, als je net zo gefascineerd bent door Italië en door boeken en woorden zoals ik. Want op nummer 26 huist Libreria Bonardi, de enige Italiaanse boekwinkel van Nederland.

Binnen vind je een keur aan boeken over of uit Italië: de laatste nieuwe literaire successen uit Italië, zowel in het Italiaans als in het Nederlands, boeken over de geschiedenis van Italië, over de cultuur, over bijzondere fenomenen die mensen buiten Italië steeds weten te boeien, kookboeken, gedichtenbundels, Italiaanse klassiekers, luisterboeken, tijdschriften…

Ik heb me zelf een rantsoen opgelegd: ik mag niet vaker dan vier keer per jaar langs deze boekhandel fietsen, want de verleiding is te groot. Ik kom er altijd met een enorme stapel boeken vandaan, terwijl ik eigenlijk alleen een boek voor mijn studie Italiaans nodig had (want van studie- en grammaticaboeken hebben ze uiteraard ook een hele kast). Het verhaal van vandaag was echter een goede reden om dit rantsoen niet helemaal na te leven en een extra bezoekje aan Bonardi te brengen.

Na een uurtje heerlijk te hebben rondgeneusd en, ja ik geef het toe, een stapeltje nieuwe boeken te hebben verzameld, vroeg ik Marina Wanders, de eigenaresse, of ze nog een leuke tip had voor mijn stukjes over Italiaans Amsterdam. Marina vroeg of ik de verhalenbundel kende die Libreria Bonardi ter ere van haar 25-jarig bestaan had uitgebracht, La mia Olanda – Denkend aan Holland, met verhalen van Italiaanse schrijvers over Nederland en Amsterdam, zowel in het Italiaans als in het Nederlands. Daar was ik natuurlijk wel nieuwsgierig naar, dus mijn stapeltje groeide nog wat verder uit.

Eenmaal thuis dook ik meteen in de Italiaanse verhalen over Amsterdam. Het is grappig hoe je de stad al snel alleen nog maar door de ogen van de Italianen ziet, alsof je er zelf nooit eerder rondwandelde. Met Valerio Aiolli sta je te wachten voor het huis van Rembrandt, Aldo Gianolio neemt je mee naar NEMO, immers het werk van een Italiaan, en Giulio Mozzi ontroert met zijn prachtige symfonie van woorden die Amsterdam treffender weergeven dan een ansichtkaart of foto zou kunnen doen.

Ook echt Amsterdamse verschijnselen blijven niet onvermeld. Bij het lezen van het verhaal Aringa – Haring van Mauro Covacich moest ik denken aan de reactie van het zoontje (7) van een Italiaanse vriendin toen ik vertelde over de specialiteiten van de Nederlandse keuken. Pannenkoeken, dat leek hem nog wel wat, zeker als ontbijt, maar bij stamppot keek hij al wat twijfelachtiger en bij haring kon hij me alleen nog maar vol ongeloof aanstaren. ‘Maar, eten jullie dan rauwe vis?,’ stamelde hij, ondertussen zijn stoel een beetje verder van me afschuivend. Amsterdam leek hem ineens niet zo leuk meer, en ik evenmin. Gelukkig won zijn nieuwsgierigheid het al snel van zijn afkeer (hij zat immers ook fijn thuis in Italië, veilig voor die rare gewoonten in die gekke stad) en vol trots verkondigde hij aan iedereen die het maar horen wilde dat ik, zijn vriendin in Amsterdam woonde, waar ze scheve huizen hebben en rauwe vis eten…

Inmiddels word ik zo standaard door hem geïntroduceerd, en ik kan natuurlijk niet wachten op het moment dat ik hem die scheve huizen kan laten zien en een stukje haring kan laten proeven. Ik heb na het verslinden van La mia OlandaDenkend aan Holland dan ook gelijk het verhaal over haring overgetikt en naar zijn moeder gemaild, zodat ze hem al een beetje kan voorbereiden… Ook voor jullie een klein stukje:

‘Ik besluit onmiddellijk ook een fiets te huren – oranje, glimmend chroom, perfecte remmen, zadel zacht als een sofa, tien euro per dag – en sluip het feest binnen. Meteen bij de eerste meters voel je het plezier opkomen. Waarschijnlijk komt dat door hoe de wereld om je heen beweegt, dat bruisende waarmee de huizen en de bomen voorbij flitsen, heel even op je netvlies tintelen, om vervolgens achter je te verdwijnen.

Dagenlang fiets ik rond, zo’n twintig, vijfentwintig kilometer per uur, in een stad waar het huisvuil wordt weggestopt in ondergrondse containers, waar Caribische, Indonesische en blinde autochtone jongeren in de parken vrolijk in groepjes staan te lachen zoals ik alleen in reclames heb gezien, waar geen enkel, maar dan ook echt geen enkel huis een beeldintercom heeft, noch rolluiken, en waar de ramen nooit kleiner zijn dan een pingpongtafel en met halogeenlampen verlichte interieurs laten zien waarin altijd iemand onverstoorbaar onder de blikken van de voorbijgangers leest, werkt of eet.

Ik fiets door de volksbuurten – zoals de wijk ten zuiden van het Oosterpark, die voornamelijk door moslims wordt bewoond – waar de parken lijken op botanische tuinen. Af en toe verdwaal ik en dan vraag ik de weg. Er is altijd wel iemand die me met een vrolijke kwinkslag behulpzaam is. Het zijn opgewekte, hartelijke mensen, die je niet verwacht in een westerse hoofdstad (probeer bijvoorbeeld maar eens iemand in Parijs de weg te vragen). Urenlang dwaal ik rond en doe ik niets anders dan mijn ogen vullen met gezichten. […]

Ik dwaal door de arbeidersbuurt de Jordaan, werp een blik op de beroemde vlooienmarkt, ga een boekwinkel binnen waar naast de fauteuils waar je kunt gaan zitten om boeken in te kijken, thermoskannen met thee en een doos met tientallen leesbrillen staan.’

Verderop in het verhaal stelt Mauro Marina voor van land te ruilen: ‘Misschien moeten we van land ruilen. Eens kijken, we zouden een proeftijd kunnen instellen van één regeringsperiode van vijf jaar. Wij gaan allemaal naar Nederland, we wonen dan in straten waar het huisvuil in ondergrondse containers ligt en oranje fietsen rondrijden, en jullie gaan allemaal – bijna allemaal want er zal toch iemand moeten blijven om stages te geven – genieten van de zon, onze heerlijke zon, en worden lekker opgezadeld met onze kantoren, onze banken, onze ministeries, onze faldoni… nooit van gehoord, hè? van die kolossale archiefmappen van ons… kortom, al onze toestanden die op een oplossing wachten. Jullie kennen al vierhonderd jaar onafhankelijkheid en democratie, wij niet. Volgens mij kan het jullie lukken.

Marina kijkt me even aan. Het is duidelijk dat ze zou willen zeggen dat de zaken veel gecompliceerder liggen, ik weet dat ze zou willen zeggen dat het in Holland ook niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Maar nee, ze wil haar gast niet tegenspreken en zegt daarom ten slotte: ‘Nou, dat lijkt ons wel wat. Wie houdt er niet van zon en pizza? Maar zouden jullie dan bereid zijn om haring te eten?’ En ze pakt een haring bij de staart vast en reikt me die aan.

Haring is niet hetzelfde als sushi. Het is wel rauw, maar het is een hele vis, alleen de kop is eraf gesneden. Marina pakt er een vast, haalt hem door de uitjes, laat hem boven haar mond bungelen, hapt erin en bijt er bijna de helft vanaf. Ik kijk naar de haring tussen mijn vingers. De haring, denk ik. Een probleem waar ik nog niet aan had gedacht.’

Ik weet zeker dat jullie, net als mijn Italiaanse vriendin, zullen genieten van de verhalen in La mia Olanda – Denkend aan Holland. Ik ga in elk geval snel nog een keer afwijken van mijn rantsoen om bij Libreria Bonardi een paar exemplaren te halen voor vrienden in Italië. Dan kunnen ze alvast een beetje wennen aan die gekke Nederlanders met hun haring…

aug 09

Wanneer ik over de Albert Cuyp loop en de geur van verse aardbeien me naar elke fruitkraam trekt, weet ik dat de zomer niet lang meer op zich laat wachten. Als dan de Italiaanse ijsverkopers terugkeren uit hun dorp in de bergen, waarnaar ze elk jaar in oktober terugreizen, weet ik het zeker: het is zomer!

Inmiddels is het alweer heel wat weken geleden dat ik de eerste aardbeien proefde en dat de rolluiken van de ijscoman om de hoek elke ochtend knarsend omhoog worden getakeld. In de tussentijd zijn er al heel wat bakjes aardbeien verorberd en ijssmaken geproefd. Daarom deze week op Ciao tutti een ijsspecial: elke dag een artikel over ijs.

We beginnen vandaag in het Italiaans (met onderaan dit artikel een verklarend woordenlijstje)! In het zomernummer van Italië Magazine neemt Daniela Ditvoorst-Falsetta een kijkje in de Italiaanse gelaterie.

‘Gli italiani mangiano tantissimo gelato, circa 15 chili all’anno. Per acquistarlo si va nella gelateria più buona in città. Sì, ma quale? Le gelaterie artigianali in Italia sono 32419! Per non parlare del numero dei gusti. Sono ormai oltre 600 gusti di gelato censiti in Italia. Ma nonostante la diversità dell’offerta, secondo un sondaggio, i preferiti restano i gusti classici: cioccolato (27%), nocciola (20%), limone (13%)< fragola (12%), crema (10%), stracciatella (9%) e pistacchio (8%). Io personalmente li preferisco tutti e voi, quale preferite?

L’arte gelatiera influenza acnhe le cucine degli chef più raffinati. Grazie alla collaborazione tra cuochi e gelaterie, il gelato non è più solamente un dessert ma un ingrediente fresco che accompagna carne e pesce. Sostanzialmente può essere abbinato a qualsiasi portata, dall’antipasto al secondo piatto. Per esempio, che ne direste di una tartare di scampi freschi con gelato di gambero o acciughe marinate?

Sono all’avanguardia anche il gusto al parmigiano, all’aceto balsamico, al carciofo, ai peperoni, alle olive e alla cipolla rossa. Quest’ultimo l’ho assaggiato personalmente a Tropea, in Calabria. Volete sapere che sapore aveva? Ma di cipolla rossa naturalmente!

Comunque, che sia dolce o salato, il gelato artigianale è sempre buono. E per quest’estate, qualunque sia il vostro gusto preferito: buon gelato a tutti!’

censiti geteld
sondaggio enquête
nocciola hazelnoot
fragola aardbei
gelatieri ijsmakers
abbinato a gecombineerd met
gambero garnaal
acciughe ansjovisjes
sono all’avanguardia ze lopen voorop
carciofo artisjok

 

Nu moet ik eerlijk zeggen dat het water mij nog niet in de mond loopt bij de gedachte aan ijs van rode uien. Ik houd het liever bij onze zomerkoninkjes. Ook deze zijn in het zomerse nummer van Italië Magazine aanwezig:

‘In Nemi, een lieflijk dorpje in de buurt van Rome, worden de eerste aardbeien van het jaar gevierd met een heus aardbeienfeest op de eerste zondag van juni. De fragolare, boerinnen gespecialiseerd in de aardbeienteelt, lopen dan in processie door de straten in hun klederdracht: rode rok, zwart vest, witte blouse, gevouwen hoofddoek. De fragolare waren vroeger ook in Rome aanwezig voor het feest aldaar op 13 juni, een feest waar aardbeien, die gratis onder de aanwezigen werden uitgedeeld, de hoofdrol speelden. In Rome stopte dit feest in 1870, maar in Nemi ging het vrolijk door.

In Sicilië, tussen de dorpen Sciacca e Ribera, heeft men zich gespecialiseerd in een soort bosaardbeitje dat ook door Slow Food wordt beschermd, de fragolina di Ribera. Door het verdwijnen van de seizoenen en het continue aanbod van aardbeien het hele jaar door is deze soort een soort bijproduct van kleine agrarische bedrijven geworden. Hij wordt traditioneel gebruikt om jams, geleien, diksap en natuurlijk ijsjes van te maken. Houd ze in de gaten als je naar Sicilië gaat, want als je ze eenmaal hebt geproefd, wil je niks anders meer,’ aldus Barbara Summa.

Ze geeft ook het recept voor fragole al limone (aardbeien in citroensap), een klassieker in Italië!

Ingrediënten:
aardbeien, gewassen en in stukjes gesneden
suiker naar smaak
citroensap naar smaak

Was de aardbeien, verwijder het kroontje en snijd de grotere aardbeien in kleinere stukjes. Breng de aardbeien op smaak met suiker en citroensap. Laat ze marineren. Als je ze een tijdje laat staan vormt zich vanzelf een zoete siroop, die eigenlijk het lekkerst is. Serveer de aardbeien in citroensap met vanille-ijs.

Heerlijk om van te genieten tijdens het lezen van de andere artikelen in Italië Magazine, onder andere over Pantelleria, het magische eiland tussen Sicilië en Afrika, over de kunst van Botticelli, over de historie van de Ape (het vrachtwagentje op drie wielen dat in Italië op elke hoek van de straat opduikt) en over fietsen langs de Tiber in Umbrië. Genieten!

Getagd met:
aug 04

‘Ciao! Er is een nieuw stukje Italië in Amsterdam!,’ zo luidde de aanhef van een mailtje dat ik een paar weken geleden opende. Uiteraard wekte dit mijn nieuwsgierigheid – een nieuw stukje Italië binnen handbereik is altijd meer dan welkom!

Het mailtje bleek een aankondiging te zijn van een nieuwe Italiaanse talenschool in Amsterdam. Vanaf september zal Studiolingua haar deuren openen in een prachtig voormalig schoolgebouw in Amsterdam Oud-Zuid, op loopafstand van het Concertgebouw, het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en de Albert Cuypmarkt. Hoewel ik een aardig mondje Italiaans spreek, is enige oefening tussen mijn bezoekjes aan Italië door geen overbodige luxe, dus ik besloot een kijkje te gaan nemen.

Manuela Talana, oprichter en eigenaar van Studiolingua, verwelkomde me op een zonnige ochtend met een overheerlijke cappuccino. Aangezien ik me afvroeg waarom ze Italië had verruild voor Amsterdam, vertelde ze me eerst iets over zichzelf. Manuela is geboren in Sardinië. Veertien jaar geleden verruilde ze op haar twintigste het zonnige eiland om zich in Nederland te vestigen en te werken voor het Istituto Italiano di Cultura in Amsterdam, waar ze met veel overtuiging, inzet en passie meer dan elf jaar lang heeft gewerkt.

Alhoewel Manuela haar hart heeft verpand aan Amsterdam, reist ze regelmatig terug naar haar geboorte-eiland om te genieten van het Italiaanse leven met vrienden en familie. Deze Italiaanse levenswijze wil ze ook graag op Nederlanders overbrengen – en daarbij is een beetje kennis van de Italiaanse taal eigenlijk onmisbaar!

Manuela is zo trots op haar eigen talenschool dat ze me aanspoort mijn cappuccino op te drinken zodat ze me een rondleiding kan geven door het gebouw. Ondertussen vertelt ze honderduit: ‘Studiolingua is dé specialist op het gebeid van Italiaanse taal- en cultuurcursussen voor volwassenen. Een taal leren is namelijk een dynamisch proces. Het is geen kwestie van woordjes leren en werkwoorden stampen. Wil je je binnen enkele weken al een beetje verstaanbaar kunnen maken, dan is het belangrijk dat er interactie is met mensen die Italiaans als moedertaal spreken en die je niet alleen een kijkje geven in de geheimen van hun taal, maar ook in hun manier van leven, hun cultuur. Daarom hebben wij een stukje Italië in hartje Amsterdam gecreëerd waar je veel Italianen kunt ontmoeten en waar je de smaak van la bella Italia kan proeven en ervaren.’

Studiolingua biedt daartoe een breed scala aan lesmogelijkheden. Allereerst zijn er de ‘gewone’ taalcursussen op zes niveaus (van beginners tot vergevorderden). Deze cursussen kunnen voor korte of langere tijd worden gevolgd, en uiteraard behoren ook intensieve (privé)cursussen tot de mogelijkheden. Iedereen die het Italiaans liever aan de hand van een bepaald onderwerp bestudeert, kan zijn hart ophalen aan cursussen wijnkunde en gastronomie, maar ook aan een cursus intercultureel bewustzijn (ideaal voor als je zaken doet of wilt gaan doen met Italië), kunst- en cultuurcursussen en cursussen die zich met name richten op conversatie. Ook is er een Italiaanse boekenclub, een groep die Italiaanse kranten leest en aan de hand daarvan discussieert over de Italiaanse actualiteit. Voor ieder wat wils dus!

Wil of kun je geen cursus volgen die een aantal weken tot een jaar duurt, dan biedt Studiolingua ook de mogelijkheid om af en toe te komen ‘proeven’ van een klein stukje Italië. Daartoe organiseert Manuela twee speciale cursuscycli, waarbij je je voor elke avond afzonderlijk kunt inschrijven.

Manuela: ‘Tijdens de cursus ‘Kunststeden’ staan negen Italiaanse steden centraal. Aan de hand van leuke wetenswaardigheden en de geschiedenis wandelen we als het ware door een Italiaanse kunststad. Met behulp van filmpjes en foto’s worden de meest kenmerkende plekken en monumenten van onderstaande steden bezocht. Met de kaart van de stad in de hand zoeken we de weg en lopen we door de oudste straten, over pleinen, langs monumentale gebouwen en fonteinen.

We houden natuurlijk even halt bij kunsthistorisch belangrijke plekken, maar we gaan ook zeker niet voorbij aan traditie en folklore. Zo belanden we midden in het feestgedruis van het carnaval van Venetië en horen we de hoeven van de paarden over het Piazza del Campo klepperen, tijdens de bekende Palio in Siena. Natuurlijk geven we ook tips over culinaire specialiteiten in de steden, over beroemde lokale wijnen, over restaurantjes en koffiebarretjes. Zo krijg je hier in Nederland al een voorproefje van de heerlijkheden die de Italiaanse keuken te bieden heeft. De ‘rondleiding’ is geschikt voor iedereen die van plan is naar Italië te gaan maar natuurlijk ook voor iedereen die graag wegdroomt bij il bel paese.

In oktober reizen we naar Rome, in november staan Florence, Venetië en Siena op het programma. December brengt je naar Pisa, Napels en Milaan, en in januari reizen we door Umbrië, naar de historische plaatsen Perugia en Assisi.’

Maar dat is nog niet alles, haast Manuela zich te zeggen. ‘Aangezien Italië ontzettend veel mooie musea kent, waar misschien wel de grootste kunstschatten ter wereld zijn ondergebracht, organiseren we dergelijke rondleidingen ook speciaal voor de grootste Italiaanse musea! Mijn collega Clelia Capua toont kunstwerken uit de beroemdste Italiaanse musea en vertelt hierbij iets over de achtergrond van de kunstwerken en de kunstenaar. Deze virtuele ‘rondleiding’ wijdt de ‘museumbezoeker’ als het ware in in de meesterwerken van de Italiaanse kunst. Achtereenvolgens gaan we naar de Vaticaanse Musea, de Galleria Borghese en het Palazzo Barberini in Rome. Dan volgt de Galleria degli Uffizi en de Galleria dell’Accademia in Florence, het Palazzo Ducale en het Ca’Rezzonico in Venetië en ten slotte het Museo di Capodimonte in Napels, mijn persoonlijke favoriet!’

Op de website www.studiolingua.nl vind je alle informatie over de cursussen, de data en de wijze waarop je je kunt aanmelden. Na het bezoek aan Manuela is mijn agenda in elk geval al aardig vol gepland met Italiaanse uitjes. Wie weet tot in Amsterdam!

preload preload preload