jul 06

Na het bezoek aan de San Domenico gisteren staat vandaag de Duomo van Siena op het programma. Al van ver buiten de stad zie je de zwart-wit gestreepte klokkentoren boven de rode daken van Siena uitsteken, als een trotse wachter die zijn directe omgeving continu in de gaten houdt.

De Duomo moest de grootste kerk ter wereld worden. De eerste steen werd gelegd in 1210, maar de eerste honderd jaar werden er nog regelmatig wijzigingen aangebracht in het ontwerp. Het zou tot ver in de veertiende eeuw duren voor de kerk zo goed als voltooid was. Alhoewel, eigenlijk is de kerk nog steeds niet af. Verbaas je niet over de onvoltooide muur als je een toegangskaartje voor de kerk en/of het museum koopt. Naast de prachtige façade steekt deze onvoltooide bakstenen muur wel erg karig af. Deze bakstenen muur moest de buitenzijde gaan vormen van de Duomo Nuovo, waarvoor de kerk die er nu nog steeds staat als dwarsschip moest dienen.

Na voltooiing van dit enorme project zouden de inwoners van Siena de grootste kerk ter wereld hebben. De hoge kosten en een pestepidemie maakten echter een einde aan dit ambitieuze plan. De bouwwerkzaamheden werden per direct stopgezet, hetgeen ervoor heeft gezorgd dat aan de rechterkant van de Duomo een onvoltooid stuk muur staat. Zo kun je vandaag de dag nog steeds goed zien hoe groot de kathedraal wel niet had moeten worden…

Zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van de Duomo zijn zwart en wit de overheersende kleuren, hetgeen niet verrassend is in de stad waarvan het wapen, de balzana, bestaat uit een zwarte en een witte streep. Naast deze steeds terugkerende kleurencombinatie is er in de Duomo ontzettend veel moois te bekijken.

Duccio di Buoninsegna maakte bijvoorbeeld het prachtige ronde venster in de voorgevel, met de dood, de hemelvaart en de kroning van Maria als onderwerp. Het raam dat nu in de gevel te zien is, is een kopie. Het origineel kun je bewonderen in het Museo dell’Opera Metropolitana, waarvan de ingang rechts in de Duomo Nuovo (de nooit voltooide muur van de nieuwe kerk) te vinden is.

Onder de kroonlijst steken heel wat pausen hun hoofden naar buiten. Om precies te zijn 171 pausen uit de vijftiende en zestiende eeuw kijken neer op de toegestroomde bezoekers en Sienezen die de kerk met een bezoek vereren.

In een zijkapel staat een tragische Johannes de Doper van Donatello. Het schijnt zijn eerste werk te zijn dat hij hier heeft vervaardigd na zijn terugkeer uit Padua. De prachtige kansel met afbeeldingen uit het Evangelie is van de hand van Nicola Pisano, die een dergelijk kunststuk ook al voor de Duomo van Pisa had gemaakt.

Een ander hoogtepunt in de Duomo is de Libreria Piccolomini, die een waardevolle verzameling handschriften bevat. Daarover vertel ik jullie morgen meer – over dit kleine stukje kathedraal is zoveel te vertellen en zoveel te laten zien, dat ik daar graag wat uitgebreider bij stil wil staan.

Het allermooist van de Duomo in Siena is echter niet deze bibliotheek maar de vloer, die bestaat uit 57 verschillende vlakken met mozaïek en inlegwerk. Er is van alles te zien: Bijbelse verhalen, sibillen, deugden, verhalen uit de geschiedenis van Siena… In de vloer bevindt zich tevens een labyrint, waar boetelingen op hun knieën overheen kruipen om vergeving te vragen voor hun zonden.

Vasari noemde de vloer van de Duomo ooit ‘de mooiste en fraaiste vloer aller tijden’. Ook ik moet bekennen dat ik nooit eerder zo’n prachtige kerkvloer zag – en ik heb er heel wat mogen aanschouwen. Helaas is de vloer niet altijd (helemaal) te zien. Om te voorkomen dat de afbeeldingen nog verder beschadigd raken, zijn ze vaak afgeplakt of bedekt. Slechts bij bijzonder gelegenheden wordt de vloer in al zijn glorie getoond. Gelukkig kun je in het museum dat bij de Duomo hoort een afbeelding van de gehele vloer zien, zodat je een goede indruk krijgt van de overweldigende schoonheid van de vloer.

Een van de meest opvallende mozaïeken is de wolvin van Siena, helemaal vooraan in het midden, die wordt omringd door acht andere dieren die allemaal een bevriende stad vertegenwoordigen. We zien onder andere Pisa met een konijn, Rome met een olifant, Florence met een leeuw en Viterbo met een eenhoorn, In de vier hoeken vier kleinere Toscaanse steden: Grosseto, Massa, Volterra en Pistoia.

Boven de wolvin zien we het rad met de Romeinse rijksadelaar, een verwijzing naar Rome als middelpunt van de wereld. Daarboven de berg van de wijsheid. De verleidelijke Fortuna draagt de hoorn des overvloeds, maar staat wankel op een bol en een boot met een afgebroken mast. Het zeil dat ze draagt bolt op in de gunstige wind, maar de verstandigen wenden zich van haar af en gaan op weg naar de top van de heuvel. Hun weg wordt bemoeilijkt door slangen en losliggende kiezels, maar boven wacht hun Socrates, die een palm krijgt aangereikt van Fortuna, en Crates, die de wereldse rijkdommen in zee gooit.

Het laatste mozaïek in deze middelste rij, vlak onder de enorme zeshoek in het midden van de kerk, toont het rad van fortuin, waaraan ongelukkigen zich onder toeziend oog van vier filosofen (in de hoeken) als aan een laatste strohalm vastklampen.

Rondom deze afbeeldingen zie je allemaal sibillen uit alle delen van de wereld die toentertijd bekend waren, met spreuken die verwijzen naar de bijbel.

In de middenruimte is de vloer versierd met verhalen uit het Oude Testament, zoals de kindermoord van Bethlehem, de onthoofding van Holofernes, het offer van Isaac en de verbanning van Herodes. Een kleine greep uit de taferelen:

Vasari had inderdaad gelijk, deze prachtige vloer kent geen gelijke! Het enige nadeel is dat de mooiste delen zoals gezegd vaak afgeschermd zijn, zodat je echt geluk moet hebben wil je vloer in al zijn glorie kunnen bewonderen. Duimen dus, tijdens een bezoek aan Siena!

Getagd met:
jul 05

Gisteren kwam ik aan in Siena, waar ik een paar dagen doorbreng voor ik verder trek naar de Maremma. Ik viel gelijk met mijn neus in de boter: ik mocht een dagje meelopen met Diane, die voor SRC Cultuurvakanties met een groep reizigers door Siena wandelde en onder andere een bezoek bracht aan de grote San Domenico, op een steenworp afstand van de taalschool waar ik af en toe mijn Italiaans bijspijker. Diane, die jullie nog wel kennen van haar eerdere bijdragen aan Ciao tutti, neemt mij – en daarmee jullie – mee terug in de tijd, naar de meest bijzondere vrouw die in Siena heeft geleefd: de heilige Catharina van Siena.

Diane houdt de zware deur van de San Domenico voor ons open. De grote Dominicaner preekschuur is versierd met de vlaggen van de verschillende contrade, de wijken die twee keer per jaar tijdens de palio om de eer strijden. Ze vertelt welke vlag bij welke contrada hoort – en welke contrades elkaars bloed wel kunnen drinken, ondanks het feit dat ze hier zo broederlijk naast elkaar hangen.

Diane wandelt door de kerk en vertelt honderduit over de geschiedenis van alles wat er te zien is. Ze laat ons halt houden bij een kapel aan de rechterkant van de kerk. Enigszins verborgen tussen de mooie fresco’s is daar het hoofd van Catharina te zien. Het ziet er afschrikwekkend uit – als kind zou je er nachtmerries van krijgen.

In Rome had Diane me ook al eens verteld over deze vrouw uit Siena, in de Santa Maria sopra Minerva, vlak bij het Pantheon. Daar ligt haar lichaam onder het hoofdaltaar, verborgen in een mooi omhulsel waar je in elk geval die enge beenderen niet ziet. Catharine schijnt volgens Diane namelijk erg mager te zijn geweest. Ze werd al misselijk als ze meer dan een hostie at, zo wil de overlevering althans.

Diane vertelt dat haar lichaam in Rome niet alleen het hoofd mist, maar ook de rechtervoet. Die blijkt in Venetië te zijn, in de SS Giovanni e Paolo. Die verspreiding van de lichaamsdelen… Ik word er misselijk van, die arme Catharina zou hier toch ook niet blij mee geweest zijn.

Ze blijkt een bijzondere vrouw geweest te zijn, zo vertelt Diane. ‘Catharine werd geboren als vijfentwintigste (!) kind van een gezin in Siena. Al op zesjarige leeftijd kreeg ze visioenen en sloot ze zich op in de werkplaats van haar vader. Ze wilde niet trouwen, maar haar vader vond dat ze gewoon moest doen wat er van haar verwacht werd. Met zoveel kinderen – en dus veel dochters om te huwen – had hij wel wat anders aan zijn hoofd.

Gelukkig kreeg Catharina de pokken, waardoor ze veel minder aantrekkelijk werd en haar ouders uiteindelijk toegaven aan haar wens toe te treden tot de derde orde der Dominicanen. Ze bleef thuis wonen en zette zich in voor de minderbedeelden. Ze bezocht vele zieken, zelfs met gevaar voor eigen leven.

Catharina kon niet lezen en schrijven, maar dat weerhield haar er niet van vele brieven te dicteren die naar de paus in Avignon werden gestuurd. Ze liet de paus schrijven dat het maar eens afgelopen moest zijn met zijn luxe leventje aan het hof. Ze riep hem op zich snel opnieuw aan zijn taak in Rome te wijden.

Wonderbaarlijk genoeg schijnen de brieven van Catharina invloed te hebben gehad op de paus. Hij keerde inderdaad terug naar Rome en liet Catharina zelfs naar Rome roepen om zijn raadsvrouwe te worden. Dit duurde echter maar kort, want na nog geen jaar sterft Catharina, op – hoe kan het ook anders – 33-jarige leeftijd.’

Mijn hoofd duizelt van dit verhaal over de heilige Catharina en het idee dat zij hier lang geleden ook heeft rondgewandeld. Diane neemt ons na de lunch mee naar het kerkje waar Catharine al op jonge leeftijd heen ging om te bidden. Maar eerst even iets eten. Diane giechelt als ik vraag waar we heen gaan.

Na aankomst bij het restaurant weet ik waarom: de naam van het etablissement is Grotta di Santa Catarina. Er zullen hier toch geen resten van Catharina geserveerd worden? Mijn maag maakt echter duidelijk dat het echt tijd is om te eten, en ik probeer Catharina even uit mijn hoofd te zetten. Met de heerlijke Toscaanse gerechten die geserveerd worden lukt dat aardig – ook in Siena weten ze wat genieten is!

mrt 16

Vandaag gaat de Boekenweek 2011 van start, een (ruime) week die in het teken staat van biografieën. Het motto dit jaar is Curriculum Vitae – Geschreven portretten. Een ideale gelegenheid om een van de mooiste biografieën uit de boekenkast te halen: Le vite de’ più eccellenti pittori, scultori e architettori van Giorgio Vasari, oftewel De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten.

Al in 1550 verscheen de eerste editie van deze biografie van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten, geschreven door de schilder-architect Giorgio Vasari (1511-1574). In De levens beschrijft Vasari de levens van de grootste Italiaanse kunstenaars vanaf het einde van de dertiende eeuw tot en met Vasari’s eigen tijd. Cimabue, Giotto, Brunelleschi, Donatello, Leonardo, Rafael, Michelangelo, Botticelli, Titiaan en vele anderen passeren de revue. Vasari beschrijft hun jeugd, leeftijd, karakter, werk- en levenswijze en prestaties, en hij doet dat levendig, anekdotisch, aanschouwelijk en met kennis van zaken, want hij was zelf ook een groot kunstenaar.

Vasari vertelt hoe de kunst ten tijde van Giotto opnieuw werd geboren, hoe ze zich vervolgens steeds verder ontwikkelde en in de zestiende eeuw de volmaaktheid bereikte. Het hoogtepunt van deze artistieke evolutie in drie etappes is volgens Vasari het werk van de ‘goddelijke’ Michelangelo. Het evolutionaire perspectief dat in het boek wordt gepresenteerd bleek zo sterk, dat de visie op de kunst van de renaissance er blijvend door is bepaald. Voor kunsthistorici was en is De levens een uiterst belangrijke, zo niet unieke bron bij de bestudering van de kunst van de renaissance.

De Volkskrant schreef ooit over De levens: ‘Een allesoverheersend beeld blijft achter: dat van een Italië waarin óf kunst werd gemaakt en dat op het hoogste niveau, óf opdrachten tot kunst werden gegeven en dat vanaf het hoogste niveau: pausen, vorsten en kardinalen.’

Voor jullie koos ik vandaag als fragment Vasari’s biografie van Ambrogio Lorenzetti, een schilder uit Siena:

‘Als het zo is dat de kunstenaars de natuur veel dank verschuldigd zijn voor hun fraaie vernuft – en zo is het ongetwijfeld – dan dient onze dank jegens hen nog groter te zijn: wij zien immers hoe zij naarstig de steden vullen met achtenswaardige bouwwerken en met nuttige en fraaie reeksen taferelen, waarbij zijzelf meestentijds faam en rijkdom verwerven met hun werken, zoals de Sienese schilder Ambrogio Lorenzetti, die een fraaie en sterke inventie bezat waar het ging om het weloverwogen samenstellen en in taferelen plaatsen van figuren.

Een goed voorbeeld hiervan treft men te Siena bij de minderbroeders aan, in een door hem zeer bekoorlijk geschilderd tafereel in hun kloostergang, waar men ziet afgebeeld hoe een jongeman frater wordt en hoe hij en enige anderen zich naar de sultan begeven, waar ze worden overvallen, veroordeeld tot de galg, opgehangen aan een boom en ten slotte onthoofd, en dat ook nog bij een verschrikkelijke storm.

In deze schildering maakte Ambrogio met grote vaardigheid en vakmanschap de beroering in de lucht alsmede de onstuimigheid van wind en regen zichtbaar in het gezwoeg van de figuren, waaruit de moderne meesters het beginsel en de techniek van deze inventie hebben geleerd, en omdat dit alles voor zijn tijd niet werd toegepast, verdiende hij oneindig vee lof.

Ambrogio was een bekwaam frescoschilder en hij wist vaardig en met groot gemak om te gaan met tempera-verven, zoals nog te zien is aan de door hem te Siena vervaardigde panelen voor het kleine Gasthuis, dat het Mona Agnese wordt genoemd, waar hij een tafereel voltooide van een nieuwe en fraaie compositie. En op de gevel van het grote Gasthuis schilderde hij in fresco de geboorte van Onze-Lieve-Vrouw en haar gang naar de tempel, te midden van de maagden; en voor de fraters van de Sant’Agostino in diezelfde stad beschilderde hij de kapittelzaal, op het gewelf waarvan men de apostelen ziet weergegeven, elk met een papier in de hand, waarop steeds een deel van het Credo, en aan hun voeten steeds een tafereeltje waarop met schilderkunstige middelen datgene wordt uitgebeeld wat daarboven schriftelijk is aangegeven.

Voorts, op de belangrijkste wand, zijn er drie taferelen uit het leven van Sint-Catherina de Martelares, namelijk haar twistgesprek met de tiran in de tempel, en in het midden het lijden van Christus, met de gekruisigde rovers, en daaronder de beide Maria’s die de bezwijmde Maagd Maria ondersteunen; hij bracht hiermee zeer sierlijke werken tot stand, in een fraaie stijl.

Ook schilderde hij in een grote zaal in het palazzo van de Signoria van Siena de oorlog van Sinalunga en de daaropvolgende vrede en hoe deze uitwerkte, waarbij hij een voor die tijd volmaakte wereldkaart gaf; en in datzelfde palazzo bracht hij acht zeer zuivere taferelen in terra verde aan. Ook, naar men zegt, zond hij een paneel in tempera naar Volterra, waar het zeer veel lof ontving; en te Massa, in gezelschap van anderen, voorzag hij een kapel van fresco’s en schilderde hij een paneel in tempera, en hiermee maakte hij hun duidelijk wat zijn inzicht en vernuft op schilderkunstig gebied waard waren; en te Orvieto beschilderde hij in fresco de koorkapel van de Santa Maria.

Vervolgens, toen Ambrogio eens in Florence was, schilderde hij daar, om enige vrienden te plezieren die graag wilden zien hoe hij te werk ging, in de San Procolo een paneel en in een kapel taferelen uit het leven van Sint-Nicolaas, in kleine figuren, en hij voerde dit alles, ervaren als hij was, in zo korte tijd uit dat zijn naam en faam enorm vermeerderden. En dit laatste werk, op de predella waarvan hij zijn portret aanbracht, was er de oorzaak van dat hij in 1335 naar Cortona werd ontboden door bisschop Ubertini, destijds heer van die stad, waar Ambrogio in de Santa Margherita, kort voordien voor de franciscaner fraters gebouwd op de top van de berg, enige dingen vervaardigde, met name op de gewelven tot halverwege en de wanden, en hij deed dit zo goed dat men, ook al zijn ze tegenwoordig welhaast verteerd door de tand des tijds, in de figuren een keur aan gemoedsaandoeningen ontwaart, waaruit men begrijpt dat de lof die hij daarvoor ontving welverdiend was.

Fragment van het leven van Sint-Nicolaas – Ambrogio Lorenzetti

Toen hij dit werk af had, keerde Ambrogio terug naar Siena waar hij de rest van zijn leven doorbracht en eer ontving, niet alleen omdat hij een voortreffelijk meester in de schilderkunst was, maar ook omdat hij deze kunst op nuttige en aangename wijze vergezeld deed gaan van de letteren, waarin hij zich in zijn jonge jaren had verdiept, en zij vormden altijd zozeer het sieraad van zijn leven dat ze hem niet minder tot een beminnelijk en aangenaam mens maakten dan het schildervak dat deed; vandaar ook dat hij voortdurend met geleerde en getalenteerde mannen omging, en bovendien tot zijn grote eer en niet geringe voordeel werd ingeschakeld bij het bestuur van zijn republiek.

Ambrogio’s manieren waren in elk opzicht lofwaardig en veeleer die van een edelman en wijsgeer dan van een kunstenaar, en – een belangrijker teken van verstand – hij was in gemoede altijd bereid vrede te hebben met datgene wat hem in de wereld en de tijd gewerd, zodat hij rustig en gematigd zowel het kwade als het goede onderging dat de fortuin hem bracht. En het is voorwaar niet in woorden te vatten hoe goed bescheidenheid, voorkomende manieren en andere vormen van beschaafd gedrag samengaan met alle kunsten, maar vooral met die welke voorkomen uit het intellect en uit edele en verheven geesten, zodat een ieder zich evenzeer zou moeten tooien met goede manieren als met uitnemendheid op het gebied van de kunst.

Ten slotte, tegen het eind van zijn leven, schilderde Ambrogio voor het klooster van Monte Oliveto te Chiusuri een paneel waarvoor hij veel lof ontving, en kort nadien ging hij, drieëntachtig jaar oud, christelijk en blijmoedig over tot een beter leven. Zijn werken ontstonden omstreeks 1340.

Zoals gezegd kan men Ambrogio’s zelfportret vinden op de predella van zijn paneel in de San Procolo: hij draagt er een kap. En wat hij waard was als tekenaar ziet men in ons boek, waarin zich enige heel goede dingen van zijn hand bevinden.

Einde van het Leven van Ambrogio Lorenzetti’

In Siena en omgeving zijn nog veel meesterwerken van Lorenzetti te zien. Eerder schreef ik bijvoorbeeld al over zijn fresco’s over het goede en het slechte bestuur in het Palazzo Pubblico aan het Piazza del Campo in Siena: zie http://ciaotutti.nl/citta/een-goed-bestuur-doet-wonderen/

Lees meer over het leven van andere grote kunstenaars in

De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten
Giorgio Vasari
vertaald door Anthonie Kee
ISBN 9789025434342
€ 17,50
uitgeverij Olympus

Getagd met:
jan 31

Vandaag verlaat ik Toscane – met een beetje pijn in het hart, maar met een lijstje adressen waar ik later dit jaar, als het voorjaarszonnetje weer volop schijnt en de bomen in bloei staan, zeker nog eens terug zal keren.

Geïnspireerd door de verhalen van een grote Romeo & Julia-fan, die ik op een van mijn laatste avonden in Toscane ontmoette, verruil ik Toscane vandaag voor de regio Veneto, in het noordoosten van Italië. Veneto is de regio van de spritz en de prosecco, van Verona en Venetië, van carnaval en Casanova. Een ideale plek om de maand februari, met Valentijnsdag en de start van het Venetiaanse carnaval, door te brengen.

In de trein naar Verona lees ik De kleur van de hemel, een boek dat net als mijn treinreis Toscane en Venetië verenigt. Het verhaal begint in Venetië, in 1295. Op Hemelvaartsdag vindt Teresa Fiolaro een te vondeling gelegde baby. Ze noemt hem Paolo. Ondanks het verzet van haar echtgenoot voedt Teresa het kind thuis op, tussen de glasmakers van Murano.

Als Paolo opgroeit, realiseren zijn nieuwe ouders zich dat hun zoon bijziend is. Maar hij heeft ook een vreemd en scherp oog om kleur en koloriet te onderscheiden. Zijn talent wordt opgemerkt door Simone Martini, een schilder uit Siena. Hij stuurt Paolo op weg, met de opdracht het perfecte ultramarijnblauw te vinden. Deze reis zal Paolo over de hele wereld voeren, door Perzië, Afghanistan en China. Daarbij komt hij niet alleen veel te weten over kleur, maar ook over gezichtsvermogen en afstand, dood en schoonheid, trouw en liefde.

Een fragment:

‘Simones atelier bevond zich in de Contrada Aquila. Het werd omringd door een ruim erf dat uitkwam op een smalle, drukke straat. Hier werd de pupillen geleerd hoe ze het hout moesten prepareren voor godsdienstige panelen en altaarstukken: het wassen, het schuren en het polijsten van elk stuk populierenhout voordat de onderlaag van gesso erop werd aangebracht. De meer ervarenen onder hen werkten aan de ornamenten: ze persten tinfolie en bladgoud en begonnen met het vergulden, versieren, aandrukken en pletten. Anderen die zich bezighielden met de fresco’s buiten het atelier hadden al geleerd hoe ze een muur moesten prepareren, bevochtigen, pleisteren, richten en gladstrijken.

Simone vertelde Paolo dat hij elk onderdeel van het schilderproces onder de knie moest krijgen: het prepareren van houtskool voor de schetsen, het maken van penselen, papier en pennen en het verzamelen van eieren waarmee je pigment kon binden en het mengsel van tempera en verf kon maken. Hij moest ongebluste kalk en zand zeven, gips maken, panelen polijsten en ten slotte, als hij het proces volledig beheerste, mocht hij dan met kleuren aan de gang gaan.

‘Wat schildert u?’ vroeg Paolo.
‘Alles,’ antwoordde Simone. ‘Alfa en Omega. Het begin en het einde.’
‘Schildert u de hemel?’
‘En de hel. Vanaf deze onwaardige wereld. Is het niet ongelooflijk?’ De kunstenaar praatte als een kermisbaas die zijn publiek toespreekt. ‘Ik kies zorgvuldig elk ingrediënt, als een huisvrouw op de markt. Ik kook met verf.’ Hij verkruimelde een brokje oker tussen zijn duim en wijsvinger. ‘Zoals een chef-kok smaken creëert, zo roep ik kleuren op: met ei en tempera, meekrap en saffraan. Dit zijn mijn ingrediënten en specerijen.’ Hij klopte de verfstof van zijn vingers. ‘ Er is maar één verschil.’
‘En dat is?’
‘De maaltijd die ik creëer blijft eeuwig bestaan.’

Simone was het gelukkigst als hij bekijks had, en Paolo vroeg zich af of zijn medewerkers niet louter waren aangenomen om hand en spandiensten te verrichten, maar ook om hem voortdurend aandacht te schenken en altijd klaar te staan om om zijn spitsvondigheden te lachen. Zorgen dat Simone tevreden was maakte bijna de helft van het werk uit, want hij kon elk moment gedeprimeerd raken, zo fragiel was zijn zelfvertrouwen, en, zo merkte Paolo op, zijn liefde voor wijn. De man kon in één ogenblik van euforie tot wanhoop vervallen, wat maakte dat allen die voor hem werkten voortdurend nerveus en op hun hoede waren.

Soms smeet Simone opeens een penseel tegen de grond en verliet hij het atelier om het met zijn vrienden op een zuipen te zetten en te beschonken terug te keren om zijn werk te kunnen voortzetten. Hij compenseerde zulke ongeremdheid door zesendertig uur aan één stuk door te werken. Getalenteerd, wispelturig en gemakkelijk afgeleid overlaadde hij zijn leerlingen soms met onvoorstelbaar zware verantwoordelijkheden.

‘Lippo, doe jij de handen – Mino, maak jij het aureool af – Ugolino, decoreer jij de mantel van de Heilige Maagd.’
‘Hoe?’
‘Verzin maar wat.’
Paolo begon met het prepareren van houtskool om schetsen mee te maken: hij pakte strengen wilgentak, sneed die tot luciferhoutjes, schuurde ze en sleep ze tot pijpjes, bond ze in bosjes bijeen en legde ze vervolgens in een aardewerken pot die hij elke avond naar de bakker bracht om de staafjes tot de volgende ochtend te laten roosteren.

Na vier maanden leerde hij hoe hij met kleuren moest werken, vergruisde hij pigment en maakte hij plakken purpersteen of serpentijnsteen. Om azuur te maken kookte hij in een serie kommetjes mengsels van alkaline, honing en loog, en voegde er vervolgens pigment aan toe, waarbij hij scherp in het oog hield hoe de kleur zich geleidelijk aan verdiepte. Als hij de vloeistof eenmaal had afgegoten, was de verf klaar om te binden met eidooier en aan te brengen op paneel of fresco.

Net zoals hij had geleerd elke kleurschakering van steen en glas te bepalen, begon Paolo nu ook in te zien hoe verf in enkele ogenblikken lichter of donkerder kon worden gemaakt en de kleur kon worden verdiept of afgezwakt.
‘Onze taak is niets minder dan de glorie van Gods schepping te laten zien. Schilderen is een geloofsbelijdenis, Paolo. We vertellen verhalen, zetten aan tot devotie. Dit is het land van wonderen’ – Simone glimlachte – ‘ook al herhalen ze zichzelf nog wel eens.’

‘Wat bedoelt u daarmee?’
‘Heiligen kunnen behoorlijk saai zijn, vind je niet? Er is slechts een beperkt aantal manieren waarop een schilder devotie kan afbeelden. De hel is zoveel amusanter.’ Terwijl ze pigment vermengden met eierdooiers, begon Simone Paolo te vertellen van zijn ambitie een Laatste Oordeel te schilderen: de doden die skeletachtig, spookachtig uit de krochten en spleten van de aarde tevoorschijn komen en wachten om met vlees te worden bekleed of om, achtervolgd door een bleek blauw licht, in de hel te worden gefolterd.

Toen hij eenmaal de smaak van dit thema te pakken had, vulde het verhaal zich met gruwelijke details. Er zouden brandende rivieren en bodemloze putten vol vulkanische vertwijfeling zijn waarin de bezoedelde zielen van de verdoemden, zwartgeblakerd door zonden en met lekkende vlammen, dreven. Woekeraars moesten hete munten slikken en sodomieten zouden als varkens aan het spit worden geregen. Je zou er lasteraars zien met opengesperde en opengesneden monden en hun tanden tot pulp vermalen, die alleen maar aangroeiden om opnieuw te worden verpulverd. Het schilderij zou een beeld van oneindige ellende geven en boven alles zou satan zetelen, met drie schurkenkoppen, vleermuizenvleugels en Judas die half verorberd uit zijn mond hangt.

‘Je zult wel begrijpen dat het schilderen van de hemel een tikkeltje saai is na zoiets,’ besloot Simone. ‘We hebben drama nodig, geen eeuwigdurende gelukzaligheid. Maar dit is natuurlijk onze uitdaging. Om het paradijs opwindend te maken. Een plek die je verstand te boven gaat.’’

Lees het hele verhaal van Paolo in:


De kleur van de hemel
James Runcie
vertaald door Rob van Moppes
ISBN 9789044313291

aug 04

‘Ciao! Er is een nieuw stukje Italië in Amsterdam!,’ zo luidde de aanhef van een mailtje dat ik een paar weken geleden opende. Uiteraard wekte dit mijn nieuwsgierigheid – een nieuw stukje Italië binnen handbereik is altijd meer dan welkom!

Het mailtje bleek een aankondiging te zijn van een nieuwe Italiaanse talenschool in Amsterdam. Vanaf september zal Studiolingua haar deuren openen in een prachtig voormalig schoolgebouw in Amsterdam Oud-Zuid, op loopafstand van het Concertgebouw, het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en de Albert Cuypmarkt. Hoewel ik een aardig mondje Italiaans spreek, is enige oefening tussen mijn bezoekjes aan Italië door geen overbodige luxe, dus ik besloot een kijkje te gaan nemen.

Manuela Talana, oprichter en eigenaar van Studiolingua, verwelkomde me op een zonnige ochtend met een overheerlijke cappuccino. Aangezien ik me afvroeg waarom ze Italië had verruild voor Amsterdam, vertelde ze me eerst iets over zichzelf. Manuela is geboren in Sardinië. Veertien jaar geleden verruilde ze op haar twintigste het zonnige eiland om zich in Nederland te vestigen en te werken voor het Istituto Italiano di Cultura in Amsterdam, waar ze met veel overtuiging, inzet en passie meer dan elf jaar lang heeft gewerkt.

Alhoewel Manuela haar hart heeft verpand aan Amsterdam, reist ze regelmatig terug naar haar geboorte-eiland om te genieten van het Italiaanse leven met vrienden en familie. Deze Italiaanse levenswijze wil ze ook graag op Nederlanders overbrengen – en daarbij is een beetje kennis van de Italiaanse taal eigenlijk onmisbaar!

Manuela is zo trots op haar eigen talenschool dat ze me aanspoort mijn cappuccino op te drinken zodat ze me een rondleiding kan geven door het gebouw. Ondertussen vertelt ze honderduit: ‘Studiolingua is dé specialist op het gebeid van Italiaanse taal- en cultuurcursussen voor volwassenen. Een taal leren is namelijk een dynamisch proces. Het is geen kwestie van woordjes leren en werkwoorden stampen. Wil je je binnen enkele weken al een beetje verstaanbaar kunnen maken, dan is het belangrijk dat er interactie is met mensen die Italiaans als moedertaal spreken en die je niet alleen een kijkje geven in de geheimen van hun taal, maar ook in hun manier van leven, hun cultuur. Daarom hebben wij een stukje Italië in hartje Amsterdam gecreëerd waar je veel Italianen kunt ontmoeten en waar je de smaak van la bella Italia kan proeven en ervaren.’

Studiolingua biedt daartoe een breed scala aan lesmogelijkheden. Allereerst zijn er de ‘gewone’ taalcursussen op zes niveaus (van beginners tot vergevorderden). Deze cursussen kunnen voor korte of langere tijd worden gevolgd, en uiteraard behoren ook intensieve (privé)cursussen tot de mogelijkheden. Iedereen die het Italiaans liever aan de hand van een bepaald onderwerp bestudeert, kan zijn hart ophalen aan cursussen wijnkunde en gastronomie, maar ook aan een cursus intercultureel bewustzijn (ideaal voor als je zaken doet of wilt gaan doen met Italië), kunst- en cultuurcursussen en cursussen die zich met name richten op conversatie. Ook is er een Italiaanse boekenclub, een groep die Italiaanse kranten leest en aan de hand daarvan discussieert over de Italiaanse actualiteit. Voor ieder wat wils dus!

Wil of kun je geen cursus volgen die een aantal weken tot een jaar duurt, dan biedt Studiolingua ook de mogelijkheid om af en toe te komen ‘proeven’ van een klein stukje Italië. Daartoe organiseert Manuela twee speciale cursuscycli, waarbij je je voor elke avond afzonderlijk kunt inschrijven.

Manuela: ‘Tijdens de cursus ‘Kunststeden’ staan negen Italiaanse steden centraal. Aan de hand van leuke wetenswaardigheden en de geschiedenis wandelen we als het ware door een Italiaanse kunststad. Met behulp van filmpjes en foto’s worden de meest kenmerkende plekken en monumenten van onderstaande steden bezocht. Met de kaart van de stad in de hand zoeken we de weg en lopen we door de oudste straten, over pleinen, langs monumentale gebouwen en fonteinen.

We houden natuurlijk even halt bij kunsthistorisch belangrijke plekken, maar we gaan ook zeker niet voorbij aan traditie en folklore. Zo belanden we midden in het feestgedruis van het carnaval van Venetië en horen we de hoeven van de paarden over het Piazza del Campo klepperen, tijdens de bekende Palio in Siena. Natuurlijk geven we ook tips over culinaire specialiteiten in de steden, over beroemde lokale wijnen, over restaurantjes en koffiebarretjes. Zo krijg je hier in Nederland al een voorproefje van de heerlijkheden die de Italiaanse keuken te bieden heeft. De ‘rondleiding’ is geschikt voor iedereen die van plan is naar Italië te gaan maar natuurlijk ook voor iedereen die graag wegdroomt bij il bel paese.

In oktober reizen we naar Rome, in november staan Florence, Venetië en Siena op het programma. December brengt je naar Pisa, Napels en Milaan, en in januari reizen we door Umbrië, naar de historische plaatsen Perugia en Assisi.’

Maar dat is nog niet alles, haast Manuela zich te zeggen. ‘Aangezien Italië ontzettend veel mooie musea kent, waar misschien wel de grootste kunstschatten ter wereld zijn ondergebracht, organiseren we dergelijke rondleidingen ook speciaal voor de grootste Italiaanse musea! Mijn collega Clelia Capua toont kunstwerken uit de beroemdste Italiaanse musea en vertelt hierbij iets over de achtergrond van de kunstwerken en de kunstenaar. Deze virtuele ‘rondleiding’ wijdt de ‘museumbezoeker’ als het ware in in de meesterwerken van de Italiaanse kunst. Achtereenvolgens gaan we naar de Vaticaanse Musea, de Galleria Borghese en het Palazzo Barberini in Rome. Dan volgt de Galleria degli Uffizi en de Galleria dell’Accademia in Florence, het Palazzo Ducale en het Ca’Rezzonico in Venetië en ten slotte het Museo di Capodimonte in Napels, mijn persoonlijke favoriet!’

Op de website www.studiolingua.nl vind je alle informatie over de cursussen, de data en de wijze waarop je je kunt aanmelden. Na het bezoek aan Manuela is mijn agenda in elk geval al aardig vol gepland met Italiaanse uitjes. Wie weet tot in Amsterdam!

jul 29

Deze maand staat op Ciao tutti de Palio van Siena centraal. Maar de paardenrace in Siena is niet de enige Palio. Vandaag een greep uit de meest bijzondere Italiaanse Palio-tradities.

In Ferrara kennen ze net als in Siena de Palio als paardenrace. Sterker nog, de Palio di San Giorgio, zoals de race hier heet, is de oudste paardenrace ter wereld. Hoewel minder bekend dan de Palio van Siena, is de Palio van Ferrara zeker niet minder mooi om te zien.

Ook hier strijden de verschillende contrade tegen elkaar om een palio in de wacht te slepen. Het zijn echter niet alleen de paarden die de overwinning kunnen behalen. Elk weekend in mei kunnen de contrade punten in de wacht slepen. Er zijn wedstrijden voor vaandelzwaaiers en trommelaars en er is een feestelijke parade waarvoor de inwoners van Ferrara hun traditionele kledij uit de kast halen. De stoet voert naar het Castello Estense. Hier legt elke contrada een eed af aan de hertogen van de D’Este-familie.

Tijdens het laatste weekend van mei vindt dan de grande finale plaats. Het Piazza Ariosto, een groot ovaal plein met een verlaagd middenstuk, is verbouwd tot toneel voor de race. De Palio bestaat in Ferrara, anders dan in Siena, uit vier verschillende races: de race van de putti (jongens), de race van de putte (meisjes), de race van de asine (ezels), en – de belangrijkste – de race van de cavalli (paarden).

Net als in Siena werd de Palio in Ferrara twee keer per jaar gehouden: op 23 april ter ere van San Giorgio, de beschermheilige van de stad, en op 15 augustus ter ere van Maria Hemelvaart. Nu vinden alle feestelijkheden en races zoals gezegd in mei plaats. Wie echter op een ander moment in Ferrara verblijft, kan toch een glimp van de Palio opvangen. De fresco’s die de muren van de Salone dei Mesi in het Palazzo Schifanoia versieren, geven namelijk een aantal fragmenten van de Palio van 1471 weer. In dat jaar werd de Palio opgedragen aan Borso D’Este, die door paus Paulus II was benoemd tot Hertog van Ferrara. De race ging gepaard met extra veel feestelijkheden, zo getuigen ook de feestvierende mensen op de fresco’s.

Maakt een ezelrace in Ferrara deel uit van de Palio, in Asciano, een dorpje in Toscane, vindt op de tweede zondag van september een heuse Palio dei Ciuchi plaats, een ezelrace waar geen paard aan te pas komt. Wat in de jaren tachtig is begonnen als een parodie op de Palio van Siena, is inmiddels uitgegroeid tot een serieus evenement dat de sfeer in het stadje aardig in zijn greep houdt. Zeven stadswijken strijden om de eer. Ook hier weer een schitterende optocht voorafgaand aan de eigenlijke race. Hoewel, race… We hebben het hier natuurlijk wel over ezels en die zijn niet zo makkelijk als paarden. Het zou dus zo maar kunnen gebeuren dat een paar rondjes een uur in beslag nemen, als de ezels überhaupt de ene poot voor de andere willen zetten.

Een dergelijke ezelrace wordt elk jaar ook in Asti, een stadje in Piemonte, georganiseerd. Hier barst de strijd echter niet los tussen wijken onderling, maar tussen twee verschillende steden, Asti en Alba, hetgeen het allemaal nog spannender maakt. De rivaliteit kan hoog oplopen! De inwoners van Asti, organiseerden voor het eerst een paardenrace in 1275. De race werd gehouden ter ere van San Lorenzo, de patroonheilige van Alba. Aangezien de race net buiten de stadsmuren plaatsvond, bleef hij voor de inwoners van het naastgelegen Alba niet bepaald onopgemerkt. Zij besloten hun buren te imiteren en zetten zelf een race op poten, maar dan binnen de eigen stadsmuren. Deze race zou echter niet met paarden maar met ezels worden gereden.

Na een jarenlange onderlinge strijd besloten beide gemeenten in 1967 samen een ezelrace op touw te zetten, waarbij de twee steden het tegen elkaar op moesten nemen. Op de eerste zondag van oktober worden beide stadjes in oude luister hersteld. Alleen daarom is het al leuk om deze ezelrace een keer mee te maken. De Palio is tevens de opening van de Fiera del Tartufo, de truffelbeurs. Net als in Asciano doen de ezels precies waar ze zin in hebben en kun je niet altijd van een echte race spreken. Meer dan bij de andere races is het in Asti echter wel zaak om niet als laatste over de finish te hobbelen. De wijk die namelijk als allerlaatste over de streep komt, krijgt voor straf een ansjovis. Het jaar erop moet die wijk de catering van het evenement verzorgen, waarbij de gerechten worden gemaakt op basis van… juist, ja: ansjovis.

In Montepulciano hadden ze een vooruitziender blik: niks geen paarden, ezels en al zeker geen ansjovis als straf. Nee, in dit kleine Toscaanse dorpje rollen elke laatste zondag van augustus de wijnvaten door de straten!

  

Tijdens de Bravio delle Botti, de race van de wijnvaten, nemen de verschillende stadsdelen het tegen elkaar op door enorm zware wijnvaten (ik hoorde vorig jaar zeer uiteenlopende gewichten genoemd worden door de omstanders, van tachtig tot wel tweehonderdvijftig kilo) tegen de heuvel op te rollen. De race wordt ook hier voorafgegaan door een stoet van mensen in middeleeuwse kledij, maar het heeft ook wel wat om al die mannen met ontbloot bovenlijf te zien ploeteren. Bij de Palio gaat het – als er tenminste paarden aan te pas komen – vaak zo snel dat je geen idee hebt wat er gebeurt, maar tijdens deze wijnvatenrace kun je in alle rust kijken, aanmoedigen en foto’s maken. De race wordt afgesloten met een feestelijke maaltijd op het Piazza Grande, waarbij de wijn uit de vaten natuurlijk als eerste soldaat wordt gemaakt.

In Gubbio ten slotte moet je de laatste zondag van mei goed uit je ogen kijken. Hier vindt dan namelijk de traditionele Palio della Balestra plaats, een wedstrijd kruisboogschieten.

Op het Piazza della Signoria zoeven de pijlen met een enorme snelheid op hun doel af, de roos van een schietschijf die op 36 meter afstand is geplaatst. Doordat het lijkt alsof alle pijlen in de roos belanden, is het vaak ondoenlijk om uit te maken wie de winnaar is. Dit levert hoogoplopende, verhitte Italiaanse discussies op, zeker omdat ook hier weer twee dorpjes tegen elkaar strijden. De inwoners van Gubbio nemen het op tegen de dorpelingen van Sansepolcro, dat even verderop ligt. Maar zodra duidelijk wordt wie de winnaar is, is alle strijd vergeten en kan het grote feestvieren beginnen!

jul 28

Twee weken geleden schreef ik al over de Sala dei Nove (Zaal van de Negen) in het Palazzo Pubblico, waar de vroegere bestuurders van de stad hebben laten afbeelden hoe een ideaal bestuur eruit zou moeten zien. In opdracht van het College van Bestuur van Siena beschilderde Ambrogio Lorenzetti de wanden met fresco’s die de gevolgen van het goede en het slechte bestuur weergeven.

Lorenzetti schilderde de fresco’s, die drie wanden van de zaal in beslag nemen, tussen 1337 en 1339. Zijn werk is in een aantal opzichten uniek te noemen. Zo was er tot die tijd nog geen enkel fresco gewijd aan een niet-religieus onderwerp. Uniek is ook de wijze waarop Lorenzetti op het grote fresco van de gevolgen van goed bestuur voor de stad en het platteland de stad Siena en haar omgeving heeft afgebeeld.

Om het leven in een goed geordende stadstaat zo realistisch mogelijk weer te geven, moest Lorenzetti de huizen en de straten vullen met allerlei verschillende mensen en activiteiten. Zo zie je vrolijk dansende vrouwen, bouwvakkers die hard aan een woning bouwen, winkeliers die achter hun toonbank staan en een adellijk jachtgezelschap dat de stad verlaat terwijl van de andere zijde volgeladen ezels de stad in worden geleid.

Juist door die vrolijke en drukke menigte valt de waarheidsgetrouwe weergave van de gebouwen meer op. De vele details, zoals links de koepel en de markante, zebragestreepte toren van de dom, laten je uren heen en weer lopen voor het schilderij. Het uitzicht rechts over het platteland rond Siena is het eerste echte landschap dat sinds de Klassieke Oudheid is opgetekend, waarbij wel gelijk duidelijk wordt dat de mens hier bezit heeft genomen van de natuur. Ook dat is een van de vele voordelen van een goed bestuur. Op de hellingen groeien wijnstokken, terwijl even verderop de boeren op het land aan het werk zijn.

Terug naar de goede regering, die we op de middelste wand zien afgebeeld. Helemaal aan de linkerzijde zetelt een grote vrouw, die symbool staat voor de rechtvaardigheid. Boven deze vrouw zweeft de wijsheid, die een enorme weegschaal vasthoudt die door de rechtvaardigheid precies in balans wordt gehouden. Vanaf de weegschaal lopen twee koorden, die door Concordia, symbool voor de eendracht, tot een dik touw worden gedraaid. Dit touw wordt doorgegeven aan vierentwintig burgers, die op hun beurt het touw aan de grote mannenfiguur geven. Onder deze heerser zie je de wolvin en de tweeling Romulus en Remus weer terugkomen (zie ook Ciao tutti van 12 juli).

Links en rechts van de grote heerser zitten enkele vrouwen die de verschillende deugden uitbeelden: van links naar rechts pax (vrede), fortitudo (kracht), prudentia (behoedzaamheid), magnanimitas (ruimhartigheid), temperantia (gematigdheid) en justitia (rechtvaardigheid). Boven het hoofd van de heerser nog drie onmisbare ingrediënten voor een goed bestuur: geloof, hoop en liefde. Rechtsonder zie je een groepje gevangenen dat door soldaten wordt bewaakt en wacht op berechting – rechtvaardigheid is niet voor niets twee keer op het fresco afgebeeld.

Waartoe deze goede regering leidt, zagen we net al: een drukke, florerende stad waarin allerlei activiteiten worden ontplooid, omringd door een vruchtbaar platteland dat zorg draagt voor voedsel en wijn. Boven het land zweeft een gevleugelde vrouwenfiguur die staat voor de securitas, oftewel de zekerheid, die een goed bestuur met zich mee brengt.

Heel anders is de situatie op de tegenoverliggende wand, waar Lorenzetti de slechte regering en de gevolgen daarvan voor de stad in één fresco heeft afgebeeld. De enorme hoofdfiguur, symbool voor de tirannie, wordt omgeven door een aantal gruwelijke medestanders die de stad in de richting van de afgrond duwen: crudelitas (wreedheid), proditio (verraad), fraus (bedrog), furor (woede), divisio (verdeeldheid) en guerra (oorlog). Boven zijn hoofd zweeft nog meer verschrikkelijks, namelijk avaritia (gierigheid), superbia (trots) en vanagloria (ijdelheid). De rechtvaardigheid, die bij de goede regering zo belangrijk is, ligt geboeid aan de voeten van de tiran, met naast haar een gebroken weegschaal. Het evenwicht is zoek: in de stad is het een grote chaos en het platteland maakt een desolate indruk.

Dit is gelukkig niet het Siena zoals we dat na het bezoek aan de Sala dei Nove om ons heen zien, al kijk je na de prachtige details op het fresco van Lorenzetti wel met een heel ander oog naar de stad!

jul 26

‘Terwijl ik in de kathedraal opging in de herinnering aan dat zeldzame, emotionele gedweep van Umberto, kwam er een groep Britse toeristen achter me staan; hun gids vertelde geanimeerd over de vele mislukte pogingen om de oude grafkelder van de kathedraal te vinden en op te graven, die naar verluidt in de middeleeuwen had bestaan maar kennelijk voorgoed verloren was gegaan.

Ik luisterde een poosje geamuseerd naar de sensationele draai die de gids aan het verhaal gaf, voordat ik de kathedraal weer aan de toeristen overliet en de Via del Capitano afslenterde om, tot mijn grote verrassing, weer op de Piazza Postierla te belanden, recht tegenover de espressobar van Malèna.

De andere keren dat ik er was geweest, was het druk op het pleintje, maar vandaag was het aangenaam rustig, misschien omdat het siëstatijd was en gloeiend heet. Tegenover een sokkel met een gebeeldhouwde wolf en twee zogende baby’s erop stond een kleine fontein, waar een vervaarlijk ogende metalen vogel boven hing. Twee kinderen, een jongen en een meisje, waren elkaar met water aan het bespatten en renden heen en weer, joelend van plezier, terwijl een rij oude mannen op korte afstand in de schaduw zat, zonder jas maar met hun hoed op, die met milde blik hun eigen onsterfelijkheid beschouwden.

‘Hallo daar!’ zei Malèna toen ze me zag binnenkomen. ‘Luigi heeft goed werk gedaan, nietwaar?’
‘Hij is een genie.’ Ik liep naar haar toe en voelde me op een vreemde manier thuis toen ik over de koele toog leunde. ‘Ik ga nooit meer uit Siena weg zolang hij hier is.’

Ze lachte hardop, een hartelijke, speelse lach waardoor ik me weer afvroeg wat het geheime ingrediënt in het leven van deze vrouwen was. Wat het ook was, het ontbrak mij ten enenmale. Het was zoveel meer dan gewoon zelfvertrouwen; het leek de kunst te zijn jezelf lief te hebben, gul en geestdriftig, met lichaam en ziel, waaruit op natuurlijke wijze de overtuiging voortvloeide dat iedere man op de hele planeet er hevig naar verlangde om hetzelfde te mogen doen.

‘Hier…’ Malèna zette een espresso voor me neer en legde er met een knipoogje een biscotto naast: ‘Eet meer. Daar krijg je… je weet wel, karakter van.’
‘Wat een woest ogend schepsel,’ merkte ik op over de fontein buiten. ‘Wat voor vogel is het?’
‘Dat is onze adelaar, aquila in het Italiaans. De fontein is onze… o, wat is het ook alweer?’ Ze beet op haar lip, zoekend naar het woord. ‘Fonte battesimale… ons doopvont? Ja! Hier brengen we onze baby’s zodat ze aquilini worden, kleine adelaartjes.’
‘Is dit de contrada van de Adelaar?’ Ik keek rond naar de andere klanten, plotseling helemaal kippenvellig.’

De Amerikaanse Julie Jacobs is in Siena om de geheime erfenis van haar overleden moeder te zoeken. In een bankkluis treft ze de oerversie van Romeo en Julia’s liefdesgeschiedenis aan, waarin wordt verteld over de vete tussen twee Toscaanse families: de familie Salimbeni en de familie Tolomei. Dan stuit Julie op een waarschuwing die aan haarzelf is gericht: ‘Er rust een vloek op jouw familie en daarmee ook op jou, want je echte naam is Giulietta Tolomei.’ Julie duikt de geschiedenis van beide families in, en stuit al gauw op een intrigerend verhaal.

Na een bloedige aanval van de familie Salimbeni op de familie Tolomei, in 1340, blijkt Giulietta Tolomei de enige overlevende te zijn. Dankzij Lorenzo, een monnik, weet ze naar de stad te vluchten. Onderweg wordt ze echter aangevallen door handlangers van de familie Salimbeni. Een jonge Sienese edelman, Romeo Marescotti, redt Giulietta en Lorenzo van hun belagers. Romeo wordt verliefd op Giulietta, en zij op hem. Maar hun heimelijke liefde wordt wreed verstoord wanneer Giulietta gedwongen wordt te trouwen met Messer Salimbeni.

Tijdens de zoektocht naar haar familiegeschiedenis merkt Julie dat niet iedereen blij is met haar aanwezigheid in Siena. Hoe ver strekt de vloek uit het verleden zich uit?

Julia is een adembenemende historische roman, die je bijna 500 pagina’s lang meevoert naar het veertiende-eeuwse Siena. Heerlijk herkenbaar voor wie er verblijft, maar degenen die het boek gewoon in de tuin of op de camping lezen niet getreurd: je waant je echt even in de straatjes en op de pleinen van Siena. Alleen het boekomslag met het prachtige Piazza del Campo laat je al wegdromen…

Getagd met:
jul 25

Serena, die tijdens mijn logeerpartij al snel in de gaten had hoe groot mijn passie voor boeken was, nam me op een van mijn laatste dagen in Siena mee naar het Archivio di Stato, het staatsarchief, dat is gevestigd in het Palazzo Piccolomini. Het archief is helaas niet altijd toegankelijk voor toeristen, maar wanneer je een paar dagen voor je bezoek per mail of telefoon informeert of je langs kunt komen, ben je meestal van harte welkom. Het is de moeite in elk geval meer dan waard, want in dit archief bevindt zich een van de mooiste bezittingen van Siena: de Tavolette di Biccherna.

De Tavolette di Biccherna zijn houten plankjes, die lange tijd werden vervaardigd als boekomslagen. Het kantoor van de Biccherna, dat verantwoordelijk was voor alle administratie van de stad, gebruikte deze tavolette tot diep in de achttiende eeuw om rekeningen, balansen, boekhoudingen en andere financiële stukken samen te binden. De boeken werden vervolgens gearchiveerd door de camarlingo, het hoofd van de schatkamer.

Gelukkig zijn veel van deze tavolette bewaard gebleven: in totaal beschikt het Archivio over 105 tavolette, die allemaal tentoongesteld worden. De tavolette zijn erg belangrijk voor de geschiedschrijving van de stad, want behalve dat de financiële gegevens zelf natuurlijk veel inzicht geven in de historie van Siena, doen ook de omslagen zelf dat. Op elk omslag werd namelijk een voorstelling geschilderd die betrekking had op de familie of het bedrijf wiens boekhouding was opgenomen, of op de algemene geschiedenis van de stad. Door de boekomslagen te bekijken, komt Siena voor je ogen tot leven.

De eerste boekomslagen waren vaak nog vrij simpel. De oudste tavoletta die nog is teruggevonden is van de hand van Giulio di Pietro. Het omslag zou dateren uit 1258, en is dus ruim 750 jaar oud. De monnik die op het omslag aan het werk is, is broeder Ugo, die in die tijd de functie van camarlingo van de Sienese schatkamer bekleedde.

Vaak bevatten de tavolette een inscriptie, waarin we meestal de datum kunnen terugvinden, evenals de namen van de betreffende familie. Als illustratie worden in de begintijd van de tavolette vaak de familiewapens weergegeven:

         

Later, zo halverwege de vijftiende eeuw, worden de boekomslagen meer en meer echte schilderijtjes. De familiewapens spelen niet langer de hoofdrol; in plaats daarvan worden belangrijke politieke, religieuze en historische gebeurtenissen afgebeeld. Zo is het volgende omslag een dankbetuiging aan Maria, die Siena beschermde tijdens een verwoestende aardbeving enkele kilometers verderop.

De stad neemt langzamerhand een steeds belangrijker rol in op de tavolette, zodat een wandeling door het Archivio di Stato een wandeling door de geschiedenis van Siena is. Een kleine greep uit de prachtige omslagen die te zien zijn:

        
     

   

Aan het eind van je bezoek wacht je overigens nog een verrassing: vanaf het balkon van het Palazzo Piccolomini heb je een uniek uitzicht over het Piazza del Campo en ligt Siena letterlijk aan je voeten!

Archivio di Stato
Via Banci di Sopra 52, Siena
assi.archivi.beniculturali.it

jul 24

Terwijl ik mijn boterhammen voor de lunch smeer, denk ik met heimwee terug aan mijn Italiaanse lunchpauze van vorige week. Of lunchpauze, zo mag je het eigenlijk niet noemen. Denk aan een terrasje met uitzicht op het Piazza del Campo, een heerlijk zonnetje en een groot stuk torta della nonna, oftewel grootmoeders taart, en je kunt je vast wel een voorstelling maken van mijn heimwee.

Mijn Italiaanse lunchpauze…

Daarom ging ik eenmaal thuis direct op zoek naar het lekkerste recept voor deze torta della nonna. Het is een echt Toscaans recept en weer eens wat anders dan alle koekjes die we tot nu toe gebakken hebben deze maand. Rose Gray en Ruth Rogers hielpen me met hun nieuwe kookboek The River Cafe – Klassiek Italiaans Kookboek uit de brand:

Torta della nonna is een zoete pastei die wordt afgedekt met een lekker boterdeeg. De bodem is cakeachtig en wordt gemaakt van heel veel eieren, boter, geraspte citroenschil en suiker. De vulling is een mengsel van losgeklopte schapenricotta en vanillevla, op smaak gebracht met citroen. Diverse vrienden in Toscane hebben deze taart voor ons gemaakt. De originele en lekkerste werd gemaakt door mijn overgrootmoeder Lisa Contini Bonacossi uit Capezzana. We hebben haar recept gebruikt als basis voor deze lichte, romige versie die niet al te zoet is en bestrooid wordt met pijnboompitten.’

Torta della nonna

Ingrediënten:
(voor 12 personen)

voor het deeg:
500 gram kristalsuiker
7 middelgrote biologische eieren
500 g zachte boter
1 kilo bloem
1 eetlepel poedersuiker
1 eetlepel bakpoeder
geraspte schil van 2 citroenen
20 gram pijnboompitten

voor de roomvulling:
200 ml melk
schil en sap van 1 citroen
1 vanillestokje, in de lengte gespleten
250 gram kristalsuiker
3 middelgrote biologische eieren
4 eetlepels bloem
350 gram ricotta, losgeklopt met een vork

Klop voor het deeg de suiker en 6 eieren door elkaar. Meng lepel voor lepel de zachte boter erdoor, gevolgd door de bloem, de poedersuiker, het bakpoeder en de citroenrasp. Meng alles snel, dek het af met plastic folie en zet het 30 minuten in de koelkast.

Breng voor de vulling in een pan met dikke bodem de melk met de citroenschil en het vanillestokje tegen de kook aan. Verwijder de citroenschil, schraap het merg uit het vanillestokje en gooi het stokje weg.

Meng in een kom de suiker met de bloem. Klop de eieren er een voor een door, schenk dit mengsel bij de melk en verwarm alles roerend op laag vuur tot je een dikke vla hebt; dat duurt zo’n 5 minuten. Het is belangrijk dat je de vla verwarmt tot de smaak van de bloem is verdwenen, maar wees voorzichtig: als je het mengsel te snel laat koken, zal de vla schiften. Schenk de vla in een kom en laat hem afkoelen. Roer de ricotta en het citroenrasp door de afgekoelde vla.

Verwarm de oven voor tot 180 °C, beboter een ondiepe taartvorm van 30 cm in doorsnee en bestuif hem met bloem. Rol de helft van het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van 1 cm dik en met ongeveer dezelfde diameter als de vorm. Leg de deeglap in de vorm en druk hem uit, zodat de hele bodem ermee bedekt wordt.

Schep er een dikke laag van de roomvulling op; laat rondom een rand vrij van 1,5 cm. Rol de tweede portie deeg uit. Maak die iets dunner dan de eerste (circa 5 mm) en 2 cm breder in doorsnee. Leg de lap voorzichtig in de vorm, zodat de hele vulling bedekt wordt, en druk hem langs de rand aan met je vingers, tot op het deeg op de bodem van de vorm.

Klop in een kommetje het resterende ei los en bestrijk daarmee de bovenkant van de taart. Bestrooi hem licht met 1 eetlepel kristalsuiker en strooi de pijnboompitten erover. Zet de taart 40 minuten in de voorverwarmde oven.

In dit Klassiek Italiaans Kookboek van het Londense River Cafe nemen Rose Gray en Ruth Rogers je mee naar de authentieke Italiaanse familiekeuken. Tijdens de afgelopen twintig jaar verzamelden ze tijdens hun reisjes naar Italië de klassieke recepten die de Italiaanse keuken haar wereldwijde reputatie hebben gegeven. Daarnaast wisten ze oude Italiaanse familierecepten te achterhalen die van generatie op generatie zijn doorgegeven, maar eigenlijk nooit in een restaurant te krijgen waren. Samen met de schitterende foto s en de prachtige vormgeving maakt dit het kookboek tot een gepassioneerde gids voor iedereen die echt Italiaans wil koken.

Vooral de gebaksectie is om van te watertanden! Je vindt er een recept voor ricciarelli (zie Ciao tutti van 3 juli), crostata (jamtaart), ciambella (een soort cakekrans), torta di Capri (chocoladetaart), florentines, castagnaccio (kastanjetaart), zabaglione en natuurlijk ontbreken ook de cantuccini niet. En dan heb ik het nog niet eens over alle gelati die erin staan – of over wat je naast al die zoetigheid nog kunt eten: pasta, gnocchi, risotto, pizza, vis, vlees, salades… Met recht een klassiek Italiaans kookboek! Klik hier om het boek te bestellen bij bol.com.

preload preload preload