jan 11

Tijdens de Vakantiebeurs, die vandaag in de Jaarbeurs Utrecht van start gaat, is niets heerlijker dan langs de Italiaanse stands struinen om ideeën op te doen voor blogstukjes – en voor een volgende vakantie. Italië heeft – ook voor een doorgewinterde liefhebber als ondergetekende – nog steeds heel veel moois te bieden, zowel binnen als buiten de gebaande paden.

Het is heerlijk om nieuwe plekjes te ontdekken, te horen over nieuwe wijnroutes, pas geopende charmehotels, geplande tentoonstellingen en onontdekte pareltjes. Wat dat betreft biedt de Vakantiebeurs dus volop inspiratie, vooral ook omdat er veel Italianen aanwezig zijn, die vol vuur vertellen over hun eigen streek, de culturele hoogtepunten, de culinaire specialiteiten… Geen betere promotie voor het land dan een enthousiaste inwoner…

Alhoewel, toevallig kreeg ik afgelopen weekend een wel heel mooi promotiemiddel voor Italië in handen: het prachtige posterboek Travel Italia. Het boek biedt een overzicht van de mooiste promotieposters die ooit zijn gemaakt voor regio’s of steden in Italië.

Van circa 1920 tot 1960 was dit een beproefde manier om het land toeristisch op de kaart te zetten. Honderden kunstenaars wendden hun creatieve talent aan om de Italiaanse bestemmingen zo mooi en bijzonder mogelijk op te tekenen – van de Venetiaanse lagune tot het eiland Capri, van de schapen op Sardinië tot de Duomo van Florence.

Maar weinig mensen weten nog van het bestaan van deze posters. Met de introductie van internet wordt promotie voor een vakantie naar Italië immers op een heel andere manier gemaakt. Gelukkig heeft Lorenzo Ottaviani, geboren in Rome maar inmiddels woonachtig in New York, de posters weer terug in het collectieve geheugen gebracht, met dit prachtboek.

Hieronder een aantal posters om jullie alvast te laten genieten van de Italiaanse vakantiesfeer:

Een mooie promotieposter thuis aan de muur hangen, om na te genieten van je vakantie of alvast uit te kijken naar de volgende bestemming? Dat kan! Bij Galleria L’Image in Alassio kun je kiezen uit een groot assortiment Italiaanse reisposters. Winkelen kan hier gelukkig ook online via deze link.

Nog meer posters uit het boek Travel Italia kun je bekijken op de speciale Travel Italia-website. Hier kun je het posterboek ook bestellen, al dan niet gesigneerd door samensteller Ottaviani. Bestellen kan overigens ook gewoon via bol.com – dan heb je het binnen vier werkdagen in huis en kun je dus van het weekend al wegdromen bij alle Italiaanse bestemmingen… Buon viaggio!

jan 10

Via De Smaak van Italië maakte ik kennis met Ridder Drost, die na de havo naar Italië trok om olijven te gaan plukken. Ridder:Ik heb een tijdje olijven geplukt bij een kleine boer, gewoon, zonder opsmuk. Daarnaast gaf ik olijfolieproeverijen aan toeristen. Zij bleken zo enthousiast over de olijfolie uit de boomgaard, dat mij vaak werd gevraagd om flesjes naar Nederland toe te sturen. Zo kwam ik op het idee om zelf iets met olie te gaan doen.

Enige tijd na mijn start merkte ik dat klanten moeite hadden om de Italiaanse teksten op het etiket te begrijpen. Als de olijfolie werd geproefd erkenden ze de kwaliteit, maar het was moeilijk om ervoor te zorgen dat ze het gingen proeven. Ik ontdekte dat er nog geen olijfoliemerk in Nederland was dat stond voor puur, eerlijk en kwaliteit. Ik bedacht de merknaam Liquido d’Oro (‘Vloeibaar Goud’) en ontwikkelde een vormgeving die totaal afweek van de traditionele olijven of olijfboompjes op het etiket.

Met Liquido d’Oro wil ik een merk bouwen dat staat voor eerlijkheid, kwaliteit, passie en gezondheid. Het huidige olijfolieaanbod in Nederland is veelal gebaseerd op geraffineerde olijfolie, wat inhoudt dat de olijfolie niet veel meer is dan een plantaardige olie, waar alle smaakvolle, gezonde en werkzame stoffen uit zijn gefilterd. In echte olijfolie proef ik toewijding. Als ik zie hoe Italiaanse boeren met hun olijfbomen omgaan… Ze praten er nog net niet mee. Het is haast bijzaak of ze het product verkopen. De hoofdzaak is dat ze een mooie extra vergine olijfolie willen maken, die overloopt van pure gezondheid. Deze boeren zullen nooit concessies doen aan de kwaliteit.

Die kwaliteit komt voort uit passie. Liquido d’Oro eert de Italiaanse cultuur van zuivere smaken en brengt de beste olijfolie vol van pure gezondheid naar de Nederlandse fijnproever en genieters. Liquido d’Oro beschouwt olijfolie als een rijke gastronomische erfenis. Italiaanse boeren hebben deze eeuwenoude wijsheid aan ons doorgeven. Als geen ander weten ze de pure smaak te vatten, te temmen en met een grote perfectie te balanceren.

We zijn er trots op dat we zo’n bijzondere serie olijfolie kunnen delen. Liquido d’Oro hanteert een streng teelt-, oogst- en persbeleid. De kwaliteit begint bij onze olijfbomen die twee maal meer ruimte krijgen dan normaal, zo’n 36 vierkante meter. De frantoio bevindt zich te midden van de olijfgaard waardoor er binnen zes uur na de handgeplukte oogst, uitsluitend door middel van processen, met weinig druk en bij minder dan 25 graden Celsius, geperst kan worden. Na het persen wordt de olijfolie, zonder filtering, op afroep in onze speciale zwarte Liquido d’Oro flessen gebotteld.

Smaak en antioxidanten worden zo optimaal bewaard. Wij schudden en snoeien uitsluitend met de hand en gaan uiterst zorgvuldig met de 200 olijven om die voor een fles kwaliteitsolie nodig zijn. Alle olijfolie van Liquido d’Oro komt uit Italië. Er vindt geen inmenging plaats met olijven van buiten Italië. De olijfolie is intens fris, met een gespierd element in de smaak, waardoor je de neiging krijgt om met je lippen te smakken. Het verschil tussen de soorten is heel subtiel. In de ene olijfolie is de hete zomerwind te proeven, in de andere de eerste regen van het najaar. Wat ze gemeen hebben, is de smaak van de rijke olijfoliegeschiedenis van dit land – groen en vol leven.’

Dat wilde ik uiteraard wel proeven! Ik zorgde voor lekker brood en wat grof zeezout, Ridder bracht zijn nummer 1 mee: Il Primo Sinolea Biologica. Ridder: ‘Deze licht groengelige, iets troebele extra vergine olijfolie uit het Monte Amiata-gebied in Toscane heeft door het unieke lekproces een bijna boterachtig karakter met een zeer verfijnd aroma van jong groen en walnoot.

Het ras van de olijf is de Seggianese, van origine uit de regio Monte Amiata en alleen te vinden in de provincie Grosseto en Siena. De lavabodem van de Monte Amiata is rijk aan mineralen en geeft de olijfolie de juiste zuren. De soort is uitermate bestand tegen kou; de bomen zijn de overlevenden van de koude winter van 1985. De olijfolie wordt vervaardigd volgens de ‘Sinolea’-techniek die gebaseerd is op het onttrekken van de olie zonder stress, druk en water. Door gebruik te maken van deze techniek ontstaat een extra vergine olijfolie die minimaal afwijkt van de pure smaak van olijven.’

Voordat ik de fles openmaak, bestudeer ik het etiket. Extra leuk zijn de ingrediënten die worden genoemd: vakmanschap, een snufje geluk, harmonie, magie, poëzie, toewijzing, cultuur en bovenal passie. Dan is het moment daar: de dop wordt eraf gedraaid en de eerste olijfolie wordt in een mooi schaaltje geschonken. Verwachtingsvol doop ik een stukje brood in de olie.

En inderdaad, Ridder heeft niets teveel gezegd: dit is vloeibaar goud! Met deze fles op tafel, vergezeld van brood en zout, heb je een voorgerecht waarbij ingewikkelde antipasti in het niet vallen. Maar er is uiteraard meer keus! Voor elk hoofdelement van een gerecht heeft Liquido d’Oro een suggestie voor de best passende olijfolie. Of het nu vlees, vis of gevogelte is. De kleurcodering van de flessen (op de hals en op het smaakicoontje op het etiket) correspondeert met de in de horeca HACCP verplichte snijplanken. Makkelijk, duidelijk en herkenbaar – je pakt tijdens het koken bijna blind de goeie fles.

Aan de kleurcodering op de fles kun je zien met welk gerecht de olijfolie zich het beste laat combineren:

  Goud voor brood en zeezout
  Brons voor tafelolie
  Groen voor groentes, salade en dressings
  Blauw voor vis en zeevruchten
  Geel voor wild en gevogelte
  Rood voor bakken en grillen

Wil je de gouden vloeistof zelf proeven? Kijk dan op http://www.liquidodoro.nl/bestellen/ voor de losse flessen, een proefpakket of een proefsetje. Wil je tegelijkertijd meer van Italië proeven, neem dan een abonnement op De Smaak van Italië. Bij een jaarabonnement krijg je nu een luxe olijfoliepakket, bestaande uit Il Terzo Terra Di Foggia, Il Sesto Fruttato en Il Basilico: drie verrukkelijke flessen voor fijnproevers.

dec 19

Nadat Simone Martini de Annunciatie in bladgoud voor de Duomo van Siena had voltooid, vertrok hij naar Avignon. Een van de eerste schilderingen die hij daar zou hebben gemaakt, is het Orsini Polyptiek. De opdracht voor dit draagbare reisaltaar kreeg Martini van kardinaal Napoleone Orsini, die in die tijd eveneens in Avignon woonde en werkte.

Het altaar bestond oorspronkelijk uit acht panelen. Twee panelen bevatten het wapen van de Orsini-familie, twee panelen beeldden de Annunciatie uit (Martini schilderde de engel op het ene paneel, Maria op het andere) en de vier overige panelen waren scènes van de kruisweg. De acht panelen zijn helaas niet meer bij elkaar en bevinden zich nu in drie verschillende musea (het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, het Louvre in Parijs en de Staatliche Museen in Berlijn).

Gelukkig is de Annunciatie nog compleet. Beide panelen zijn te bewonderen in Antwerpen, normaal gesproken in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, maar tot eind 2012 bij de tentoonstelling Vijf eeuwen beeld in Antwerpen, in het nieuwe Museum Aan de Stroom (MAS). De taferelen van de Annunciatie zijn op de achterkant van de Kruisweg-panelen geschilderd. Zo bevindt Maria zich op de achterkant van Calvarie, en staat aartsengel Gabriël met zijn rug tegen Kruisafneming. Hoewel Martini Maria nog steeds als bedeesd en een beetje angstig afbeeldt, is haar houding niet meer zo sterk als op de Annunciatie die we gisteren zagen.

Martini toont zich een meester in detail. Kijk maar eens naar de prachtig versierde rand van Maria’s mantel, of naar de rand die zowel om de afbeelding van de engel als om die van Maria is geschilderd.

Martini’s oog voor detail komt overigens bij de overige taferelen nog sterker tot uiting. Links op Calvarie schilderde hij de Romeinse soldaat Longinus, die de zijde van de gekruisigde met zijn lans doorboort. Opvallend zijn de uitgesproken emoties van Maria Magdalena aan de voet van het kruis en de vrouwen die zich links om Maria bekommeren. De klemtoon ligt op het fysieke, zichtbare lijden en niet op de geestelijke smart. Dezelfde expressiviteit zien we terug bij de toeschouwers op het tafereel Kruisafneming. Hier zien we, knielend aan de voet van het kruis, bovendien de opdrachtgever van het altaar, kardinaal Napoleone Orsini.

Het zou fantastisch zijn om de acht panelen nog eens samen te zien, maar zo vlak voor Kerstmis kun je in Antwerpen in elk geval genieten van de helft van de panelen, met als hoogtepunt de Annunciatie. Een klein stukje Italië dicht bij huis!

dec 18

Het Uffizi in Florence herbergt eveneens een prachtige Annunciatie van Simone Martini, die oorspronkelijk in de Dom van Siena te zien was. Hoewel we niet veel weten over het leven van Martini, is wel met zekerheid vast te stellen dat hij in 1284 in Siena werd geboren.

Voor zover bekend is, schilderde hij tussen zijn twintigste en vijfentwintigste een aantal Madonna’s, waarbij hij zich vooral laat inspireren door stadsgenoot Duccio di Buoninsegna. Opvallend is het gebruik van bladgoud, hetgeen veel navolging zal vinden door schilders uit Siena en omgeving. We zullen straks zien dat hij dit bladgoud ook volop gebruikte voor zijn Annunciatie. Deze eerste Madonna’s van Martini vind je in de Pinacoteca Nazionale di Siena.

Zijn eerste grote opdracht kreeg hij rond zijn dertigste van het gemeentebestuur van Siena. Hij mocht een fresco schilderen in het Palazzo Pubblico in Siena. Het werd een overdonderende Maestà. Vorig jaar juli schreef ik hierover: ‘Wanneer je je blik naar links wendt, sta je oog in oog met een van de mooiste Madonna’s die ooit met penseel en verf is gecreëerd. Deze Maestà, geschilderd door Simone Martini, is meer dan alleen de mooiste Maria die ik ooit heb gezien. Het bijzondere zit hem niet alleen in haar serene gezichtsuitdrukking, in de prachtige gewaden en fijne gezichtjes van haar gevolg, bestaande uit engelen en heiligen. Het is het verhaal erachter dat het schilderij boven het gros van de Maria’s uittilt. Maria zit namelijk onder een baldakijn, waarmee Martini geprobeerd heeft een soort van perspectief aan het tafereel te geven, hetgeen nog vrij ongewoon was in die tijd.’

Simone Martini verlaat Siena en werkt in Assisi aan de Cappella di San Martino (de Sint-Maartenskapel). Nog tijdens zijn werkzaamheden in de basiliek van Assisi wordt hij door Robert van Anjou ontboden in Napels, om een schilderij van zijn kroning te maken. Nadat Martini dit heeft voltooid, keert hij terug naar Assisi om zijn werk met Sint Maarten in de hoofdrol te voltooien.

Rond 1318 keert Martini terug naar Toscane. Hier werkt hij vooral aan polittici (polyptieken, veelluiken), onder andere in San Gimignano en Pisa. In 1325 keert hij terug naar Siena, waar hij wederom een opdracht voor het Palazzo Pubblico uitvoert. Hier schildert hij ook, samen met zijn zwager Lippo Memmi, zijn prachtige Annunciatie in bladgoud, die bedoeld was voor een van de altaren van de enorme Dom.

We zien, zoals gewoon is bij een Annunciatie, aartsengel Gabriël die de blijde boodschap aan Maria brengt. Simone Martini creëerde echter een zichtbaar ontstelde Maria, die zich deels van de engel afkeert en een gezicht als een donderwolk heeft gekregen. Martini laat de woorden van de aartsengel letterlijk uit zijn mond stromen, maar ook dat stelt Maria blijkbaar niet op haar gemak.

Maria en de engel worden geflankeerd door twee heiligen. Links staat de heilige Ansanus, een van de beschermheren van Siena, rechts de heilige Margherita, die volgens de overlevering niet zijn geschilderd door Martini, maar door zijn zwager, Lippo Memmi.

De Annunciatie was tot 1799 te zien in de Duomo van Siena, op de originele plek. In dat jaar werd het paneel echter door de toenmalige groothertog van Toscane, Leopold II, geruild voor twee werken van Luca Giordano. Maria en de engel belandden in het Uffizi in Florence, waar ze nog steeds te zien zijn.

De Florentijnen zijn uiteraard blij met deze aanwinst, maar in Siena zullen ze nog wel eens een traantje hebben gelaten nadat het meesterwerk van een van de grootste schilders van de stad aan Florence was overgedragen…

Getagd met:
dec 12

Op Twitter werd ik door een van mijn collega’s van Not Just Any Book gewezen op het prachtige fotoboek Visita l’Italia van Jolanda van Eek. Niet alleen omdat het boek zo’n prachtige foto’s bevat, die je meteen midden in Italië doen belanden, maar ook en vooral omdat Jolanda een uitgever zoekt, zodat het boek het hart van een grotere schare Italiëfans kan verwarmen.

Na het online doorbladeren van het boek was ik echter allereerst nieuwsgierig naar de mensen achter deze foto’s. Waar komt hun passie voor Italië vandaan? Hoe vaak reizen ze af naar de laars? Ik stuurde Jolanda een tweet met de vraag om iets over hun bezoeken aan Italië te vertellen. Ik kreeg een enthousiast (en een ietsiepietsie jaloersmakend) verhaal terug, dat ik van Jolanda met jullie mag delen.

Jolanda: ‘In 2003, toen ik Ron (mijn man) net kende, nam hij me mee naar Italië. Onze eerste echte vakantie samen: de vuurdoop! Kwam het door de verliefdheid die ik al voelde voor Ron of had dat er niets mee te maken? Enfin, ik werd verliefd op de glooiende heuvels van Toscane, het lekkere eten, de indrukwekkende steden en de mooie dorpjes… Midden in de Chianti-streek verbleven wij in een prachtig gelegen appartement tussen de wijngaarden en olijfbomen. De flessen Chianti stonden al op ons te wachten. Florence, Siena en Lucca volgden daarna…

Te kort, dat was de tijd die we er de eerste keer doorbrachten. Helaas voor ons leefden we toen nog in het tijdperk van de analoge fotografie (Weet je nog? Met die rolletjes). Dus daar kan ik jullie niets van laten zien. Maar we keerden en keren nog regelmatig terug naar Italië. Het leukste vinden wij toch wel om een appartement te huren bij de boer, een agriturismo, afgewisseld met een stedentrip. Een lang weekend Milaan, Turijn, Rome of Siena bijvoorbeeld.

In 2005 maakten we een uitgebreide rondreis via het Lago Maggiore (Lago di Piano) naar de Cinque Terre aan de westkust tot aan Venetië aan de oostkust. In de Cinque Terre verbleven we op een geweldige plek, boven op een berg bij een boer. De fotogenieke dorpjes van de Cinque Terre, maar ook Camoglia en Portovenere, zijn een bezoek meer dan waard.

Lago di Piano
 

Cinque Terre

Ik vertelde al over mijn verliefdheid voor Italië en niet te vergeten voor Ron. Het is misschien dan ook niet zo gek dat ik juist in Venetië, op het Piazza San Marco, Ron ten huwelijk heb gevraagd. Ja, je leest het goed: ik heb Ron ten huwelijk gevraagd. Als moderne vrouw (lees ongeduldig) wilde ik hem op een bijzondere plek vragen. Hij zei ja!!!

Ons trouwvoornemen werd meteen van bovenaf gezegend middels vogelpoep van de in grote getale aanwezige duiven op het plein. Nog bezig de duivenpoep van Rons kleding te poetsen, besloot een tweede duif mij onder te poepen. En dat terwijl ze ons bij eerdere bezoeken aan het plein gewoon met rust hadden gelaten. We hebben direct besloten geen duiven los te laten op onze bruiloft ;-) Wat we ook toen al wisten, is dat we nog eens terug wilden naar Venetië.

In 2007 kriebelde het weer en maakten we weer een rondreis, deze keer via Turijn waar we in de oude Fiat-fabriek hebben geslapen, door naar weer een weekje bij de boer in Toscane. Van daaruit maakten we onder andere uitstapjes naar Umbrië. Op de terugweg nog een paar dagen Lago Maggiore. Heerlijk!

Turijn


Toscane

Nadat we inmiddels al een aantal bruidsreportages hadden verzorgd, werden we gevraagd om een bruidsreportage te fotograferen in Toscane. Met dat verzoek waren Ron – wij fotograferen veelvuldig samen – en ik uiteraard enorm in onze nopjes. We besloten er meteen een vakantie aan vast te knopen. In april 2010 vertrokken we naar Siena, waar het stel trouwde. In het stadhuis van Siena vond de plechtigheid plaats. Over het Piazza del Campo, waar nieuwsgierige toeristen applaudisseerden voor het bruidspaar, door naar de Duomo, waar natuurlijk ook nog wat foto’s geschoten moesten worden.

Na de lunch in Castellina in Chianti hebben we de bruidsreportage vervolgd in het mooie landschap van Toscane. We hadden het geluk een prachtige laan met cipressen te spotten en hebben daar ook nog de nodige foto’s kunnen maken. Nog nagenietend van deze mooie dag, bleven we nog twee dagen in Toscane en zijn toen richting Rome gegaan. Allebei waren we al eens in Rome geweest, maar nog nooit samen. Wat is dat toch een geweldig mooie stad. Met zoveel te zien, dat je gewoon keuzes moet maken.

Rome

Het wordt nu weer de hoogste tijd voor een nieuwe reis naar Italië; Florence, terug naar Venetië en het heerlijke Toscane, misschien een keer helemaal door naar het zuiden, naar Napels. Er valt nog genoeg te zien.

Vanaf 2004 fotograferen we met digitale camera’s en hebben we de foto’s van onze reizen naar Italië verzameld. We wilden onze passies combineren: fotografie en Italië! In het fotoboek Visita l’Italia staan onze mooiste foto’s. Het boek is nu te koop via Blurb.com (Visita l’Italia | Blurb) maar hopelijk vinden we een uitgever die het wil publiceren zodat er meer mensen van onze foto’s kunnen genieten en inspiratie op kunnen doen voor een mooie reis naar Italië.’

Dus, uitgevers die dit lezen en het boek net zo ademloos hebben doorgebladerd als ik, meld je bij Jolanda van Eek. En mocht het tot een echt boek komen, houd ons dan in elk geval op de hoogte, want ik ben ervan overtuigd dat de lezers van Ciao tutti graag zo’n prachtig koffietafelboek kopen of cadeau krijgen!

Siena

Over Ron en Jolanda
Ron de Jong (1967) en Jolanda van Eek (1966) fotograferen al vanaf de jaren ’80. Eerst analoog maar wel al met een spiegelreflex en sinds 2004 digitaal. Zij maken reizen naar de mooiste plekken op aarde, zoals Costa Rica, Maleisië, Amerika en Cuba, maar ze keren steeds terug naar hun geliefde Italië. Jolanda heeft sinds september 2010 haar eigen bedrijf, KEEK Mix, en werkt als fotograaf en grafisch vormgever voor zowel de particuliere als de zakelijke markt. Ron werkt als IT-consultant en is bij bijvoorbeeld bruiloften van KEEK Mix tweede fotograaf.

jul 09

In Italië is de verleiding groot om lekkers in te slaan voor de dagen dat ik in Nederland ben. Geef mij maar cantuccini, panforte en ricciarelli in plaats van speculaasjes, spritsen of jan hagel… Ik heb vooral een zwak voor amaretti, een soort bitterkoekjes, maar dan veel en veel lekkerder. Niet alleen omdat ze zo lekker zijn bij een kopje koffie, maar ook omdat ze zo mooi verpakt zijn. Elk koekje is opgerold in een kleurig papiertje met gouden opdruk, dat aan de uiteinden is opgerold zodat je een soort toffee krijgt. En alsof dat nog niet genoeg is, kun je de amaretti in prachtige geschenkdozen en –blikken kopen, hetgeen de verleiding nog groter maakt…

Bijna al mijn vrienden hebben inmiddels dan ook een of meer koekblikken van Virginia Amaretti in hun keuken(kastje) staan. De combinatie van het zien van al dat moois en lekkers en de geur van versgebakken koekjes vertaalt zich in een enorme tas culinaire cadeautjes. Want Italianen zijn meesters van het detail: ze bakken niet alleen perfecte koekjes, ook van het inpakken van deze heerlijkheden maken ze een waar feestje.

Soms sla ik een beetje te enthousiast in, en blijft er een zak amaretti ‘over’. Dankzij een vriendin die haar passie voor Italië bijna dagelijks vertaalt in de lekkerste recepten, ontstond uit dit overschot echter een nog lekkerder traktatie: een torta di amaretti. Vandaag ook voor jullie allemaal het recept. Haal dus snel een voorraad amaretti in huis!

Ingrediënten

250 gram cakemeel
200 gram roomboter
200 gram witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
2 ml amandelessence  amandelsmaak
2 eieren
5 tot 8 eetlepels melk
50 gram harde kleine amarettikoekjes
handje zoete gehakte amandelen

Verwarm de oven voor op 160 graden.

Klop de roomboter zacht en romig. Voeg dan de basterdsuiker en de vanillesuiker toe en doe de eieren er een voor een bij. Klop alles circa 3 minuten met de mixer op hoogste stand tot een glad beslag.

Doe de amarettikoekjes in een schaaltje en schenk er een heel klein laagje water over. Zet het schaaltje kort in de magnetron, zodat de amaretti zacht worden en je er een papje van kunt maken. Roer dit, samen met het cakemeel, de amandelessence en de melk door het beslag. Klop alles nog 1 minuut goed door met de mixer op de hoogste stand.

Doe het beslag in een ingevette cakevorm van ca. 28 cm (of in een springvorm met een doorsnede van ca. 24 cm) en garneer met de gehakte amandelen. Plaats de vorm in de voorverwarmde oven en bak de cake in 60 tot 70 minuten goudbruin en gaar. Stort de cake op een rooster, laat hem afkoelen en bestrooi hem met een beetje poedersuiker.

Deze cake is overigens ook heerlijk als zoet Italiaans ontbijt, met een schuimige cappuccino. Dat wordt een nog grotere voorraad amaretti inslaan in Italië…

Getagd met:
jul 08

Nu loop ik nog fluitend door Siena, geniet ik van de zwaluwen, de warme kleuren van de huizen en daken, de zon en al het lekkers dat Siena – en de rest van Toscane – biedt. Maar straks, straks is de zinderende zomer weer voorbij, de lucht ruikt naar aarde en op de velden branden ’s avonds vuren. De natuur trekt zich terug en schenkt haar laatste kleuren in de vorm van pompoenen, paddenstoelen, kastanjes, druiven en olijven.

Eigenlijk is het nog veel te vroeg om daar aan te denken, maar tijdens de eerste cappuccino van de dag, in mijn vaste barretje waar ze de lekkerste dolci van de stad serveren, vang ik toevallig een gesprek van twee Nederlandse vrouwen op, die druk overleggen over wat er in de Toscaanse keuken allemaal te doen valt met de producten van de herfst.

 Joyce toost met Annemieke, een tevreden gast, op la bella vita in Toscane!

Nieuwsgierig draai ik me in de richting van hun gesprek en algauw vertellen ze me waar ze zo enthousiast over brainstormen. Joyce en Inger, zoals de vrouwen heten, organiseren dit najaar een kookcursus in Toscane. Net buiten de de muren van het Etruskische stadje Volterra, in de authentieke en familiaire sfeer van een Toscaanse podere, laten ze je die herfstkleuren proeven en beleven, tijdens een week vol culinaire hoogtepunten.

Het boerenhuis Podere Fraggina kan voor deze gelegenheid acht gasten herbergen, ondergebracht in vier sfeervolle appartementen. Samen bereiden en samen eten gebeurt in de taverna, die gelegen is in de oude hooischuur. Het koken wordt afgewisseld met landelijke en culinaire uitstapjes, een bezoek aan Siena, een wandeling door de adembenemende natuur en bovenal staat dit alles in het teken van gezelligheid en genieten van datgene wat de Toscaanse herfst te bieden heeft.

Het enthousiasme voor dit initiatief is geboren uit de passie waarmee Joyce in Nederland met Hapjezz! Kookworkshops organiseert en de gastvrijheid die Inger te bieden heeft in haar Toscaanse boerderij, waar zij nu al bijna twintig jaar woont. Een voorproefje in beeld:

Voor een gedetailleerd programma kun je contact opnemen met Joyce Vonk van Hapjezz! via info@hapjezz.nl. De reis vindt eind oktober plaats en duurt in totaal zes dagen. Bij veel animo zal half november een tweede reis plaatsvinden. Reserveren voor de reis in oktober kan tot uiterlijk 15 september 2011.

Details van de reis:
*aankomst: zaterdag 29 oktober
*vertrek: donderdag 3 november
*prijs: € 795,00 p.p.
*inclusief: 5 overnachtingen, 5x ontbijt, 4x kleine lunch, 5x diner (op Podere Fraggina, waarvan één avond o.l.v. een lokale kok), kookworkshops en recepten, wijnarrangement en water tijdens de maaltijden, transfer van en naar vliegveld Pisa, stadsrondleiding in Volterra, bezoek aan Siena, bezichtiging schapenboerderij en olijvenpers, wandeling door de uitbundige natuur.
*exclusief: reiskosten, reis- en annuleringsverzekering en privé-uitgaven

Voor meer informatie over Podere Fraggina kun je de website bezoeken: www.fraggina.it

Getagd met:
jul 07

De Libreria Piccolomini (Piccolomini-bibliotheek) is zoals ik gisteren al schreef een van de hoogtepunten van een bezoek aan de Duomo van Siena. De bibliotheek werd in 1495 gebouwd in opdracht van kardinaal Francesco Todeschini Piccolomini, die later paus Pius III zou worden. Hij liet de bibliotheek ontwerpen ter nagedachtenis aan zijn oom, paus Pius II, die een waardevolle handschriftverzameling had aangelegd.

De kleurrijke fresco’s die op de wanden van de bibliotheek te zien zijn, zijn geschilderd door de vroege renaissancemeester Pinturicchio. Ze worden wel beschouwd als zijn belangrijkste werk. Pinturicchio heeft zich er dan ook niet zomaar vanaf gemaakt. Zijn schilderingen, die taferelen laten zien uit het leven van de humanist Enea Silvio Piccolomini, de latere paus Pius II, zijn adembenemend mooi.

Boven de ingang van de bibliotheek, aan de linkerzijde van de Duomo, is direct al de eerste prachtige scène te zien, met de kroning van paus Pius III.

De eerste blik die je in deze bibliotheek werpt maakt je werkelijk sprakeloos. Het prachtig versierde plafond, met in het midden het wapen van de familie Piccolomini, de schitterende fresco’s, de gedetailleerd opgetekende manuscripten, de vloer waarin het maantje van het wapen telkens terugkomt… Kijk maar mee!

Eenmaal binnen in de bibliotheek ‘lees’ je de fresco’s vanaf de rechterzijde van de vensters. Op het eerste fresco zie je dan de pas 27-jarige Enea Silvio Piccolomini die op weg is naar het concilie van Basel. Tussen Elba en Corsica komt het schip waarmee hij reist echter terecht in een storm, waardoor het in de richting van de kust van Afrika wordt gedreven.

Op het tweede fresco heeft Piccolomini het concilie achter de rug en is hij verder noordwaarts getrokken, naar koning James I van Schotland, om een verbond met deze vorst te sluiten. Piccolomini is de figuur in het rood, die links van de koning staat.

Het derde fresco toont Piccolomini in Frankfurt, waar hij door keizer Frederik III tot hofdichter wordt benoemd. Hij krijgt een lauwerkrans; een herinnering aan de oude Grieken en Romeinen.

Piccolomini heeft veel gereisd, zo blijkt uit de fresco’s. Op de vierde schildering zien we hem namelijk bij paus Eugenius IV, aan wie hij een boodschap van keizer Frederik III moet overbrengen. Hoewel deze gebeurtenis oorspronkelijk plaats zou hebben gevonden in de slaapkamer van de paus, heeft Pinturicchio gekozen voor een formelere setting.

Op het vijfde fresco bevindt Piccolomini zich in de stad waar wij ons nu ook bevinden, in Siena. Als aartsbisschop van Siena stelt hij keizer Frederik III voor aan zijn latere verloofde Eleonora van Aragon, bij de Porta Camollia. Op de achtergrond is de Duomo van Siena in alle pracht en praal te zien, net als de Torre del Mangia. Het is goed te zien dat de stad vroeger veel meer torens telde, zoals we die nu nog kunnen zien in bijvoorbeeld San Gimignano.

Het zesde fresco laat ons kennismaken met paus Calixtus III, die Piccolomini de rode kardinaalshoed aanreikt. Deze feestelijke gebeurtenis vond plaats in 1456. De aandacht van de kijker wordt echter naar het midden van het fresco getrokken, naar de prachtige Madonna met kind die geflankeerd wordt door de heilige Jakob en de heilige Andreas, de beschermheiligen van de familie Piccolomini.

Het misschien wel belangrijkste fresco is de zevende schildering op rij. Hier wordt Enea Silvio Piccolomini gekroond tot paus Pius II. Deze belangrijke ceremonie vond plaats op 3 september 1458, in de San Giovanni in Laterano in Rome, die toen nog de belangrijkste kerk van het Vaticaan was.

Het achtste fresco toont paus Pius II in vol ornaat. De scène speelt zich af tijdens het concilie van Mantua in 1459, waar Pius II oproept tot een kruistocht tegen de Turken. De oude man in het groen, die links op het fresco knielt en een boek in zijn handen heeft, is de patriarch van Constantinopel.

Op het negende fresco zien we een bekend gezicht, dat eerder deze week al op Ciao tutti voorbij kwam. Deze schildering vertelt namelijk het verhaal van de heiligverklaring van Catharina van Siena. De overleden Catharina ligt aan de voeten van paus Pius II, die op 29 juni 1461 na een lang proces tot heiligverklaring overgaat. Onder het publiek zien we (links onder in de hoek) een portret van een jonge Rafaël en een zelfportret van Pinturicchio (de jongemannen met de zwarte en de rode baret).

Het tiende en laatste fresco toont een zieke en ernstig verzwakte paus Pius II, die in juni 1464 in Ancona het startsein geeft voor de kruistocht tegen de Turken waaraan hij zelf zo graag deel had willen nemen. Op de achtergrond zeilen de schepen van de Venetiaanse vloot de haven binnen.

Uiteraard geven de foto’s van vandaag slechts een indruk van hoe mooi de schilderingen van Pinturicchio in het echt zijn. Neem tijdens een bezoek aan de Duomo van Siena dan ook echt de tijd om deze fresco’s tot in detail te bekijken. Je zult versteld staan van wat – en wie – je er allemaal op zult ontdekken.

In de bibliotheek wordt ook vandaag de dag nog steeds een groot deel van de bijzondere en waardevolle manuscripten uit de collectie van de Piccolomini’s tentoongesteld, met miniaturen van onder andere Liberale da Verona en Girolamo da Cremona. Helaas kon ik die wat moeilijk fotograferen achter glas, maar dat is voor jullie een reden om ze met eigen ogen te gaan bewonderen!

jul 06

Na het bezoek aan de San Domenico gisteren staat vandaag de Duomo van Siena op het programma. Al van ver buiten de stad zie je de zwart-wit gestreepte klokkentoren boven de rode daken van Siena uitsteken, als een trotse wachter die zijn directe omgeving continu in de gaten houdt.

De Duomo moest de grootste kerk ter wereld worden. De eerste steen werd gelegd in 1210, maar de eerste honderd jaar werden er nog regelmatig wijzigingen aangebracht in het ontwerp. Het zou tot ver in de veertiende eeuw duren voor de kerk zo goed als voltooid was. Alhoewel, eigenlijk is de kerk nog steeds niet af. Verbaas je niet over de onvoltooide muur als je een toegangskaartje voor de kerk en/of het museum koopt. Naast de prachtige façade steekt deze onvoltooide bakstenen muur wel erg karig af. Deze bakstenen muur moest de buitenzijde gaan vormen van de Duomo Nuovo, waarvoor de kerk die er nu nog steeds staat als dwarsschip moest dienen.

Na voltooiing van dit enorme project zouden de inwoners van Siena de grootste kerk ter wereld hebben. De hoge kosten en een pestepidemie maakten echter een einde aan dit ambitieuze plan. De bouwwerkzaamheden werden per direct stopgezet, hetgeen ervoor heeft gezorgd dat aan de rechterkant van de Duomo een onvoltooid stuk muur staat. Zo kun je vandaag de dag nog steeds goed zien hoe groot de kathedraal wel niet had moeten worden…

Zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van de Duomo zijn zwart en wit de overheersende kleuren, hetgeen niet verrassend is in de stad waarvan het wapen, de balzana, bestaat uit een zwarte en een witte streep. Naast deze steeds terugkerende kleurencombinatie is er in de Duomo ontzettend veel moois te bekijken.

Duccio di Buoninsegna maakte bijvoorbeeld het prachtige ronde venster in de voorgevel, met de dood, de hemelvaart en de kroning van Maria als onderwerp. Het raam dat nu in de gevel te zien is, is een kopie. Het origineel kun je bewonderen in het Museo dell’Opera Metropolitana, waarvan de ingang rechts in de Duomo Nuovo (de nooit voltooide muur van de nieuwe kerk) te vinden is.

Onder de kroonlijst steken heel wat pausen hun hoofden naar buiten. Om precies te zijn 171 pausen uit de vijftiende en zestiende eeuw kijken neer op de toegestroomde bezoekers en Sienezen die de kerk met een bezoek vereren.

In een zijkapel staat een tragische Johannes de Doper van Donatello. Het schijnt zijn eerste werk te zijn dat hij hier heeft vervaardigd na zijn terugkeer uit Padua. De prachtige kansel met afbeeldingen uit het Evangelie is van de hand van Nicola Pisano, die een dergelijk kunststuk ook al voor de Duomo van Pisa had gemaakt.

Een ander hoogtepunt in de Duomo is de Libreria Piccolomini, die een waardevolle verzameling handschriften bevat. Daarover vertel ik jullie morgen meer – over dit kleine stukje kathedraal is zoveel te vertellen en zoveel te laten zien, dat ik daar graag wat uitgebreider bij stil wil staan.

Het allermooist van de Duomo in Siena is echter niet deze bibliotheek maar de vloer, die bestaat uit 57 verschillende vlakken met mozaïek en inlegwerk. Er is van alles te zien: Bijbelse verhalen, sibillen, deugden, verhalen uit de geschiedenis van Siena… In de vloer bevindt zich tevens een labyrint, waar boetelingen op hun knieën overheen kruipen om vergeving te vragen voor hun zonden.

Vasari noemde de vloer van de Duomo ooit ‘de mooiste en fraaiste vloer aller tijden’. Ook ik moet bekennen dat ik nooit eerder zo’n prachtige kerkvloer zag – en ik heb er heel wat mogen aanschouwen. Helaas is de vloer niet altijd (helemaal) te zien. Om te voorkomen dat de afbeeldingen nog verder beschadigd raken, zijn ze vaak afgeplakt of bedekt. Slechts bij bijzonder gelegenheden wordt de vloer in al zijn glorie getoond. Gelukkig kun je in het museum dat bij de Duomo hoort een afbeelding van de gehele vloer zien, zodat je een goede indruk krijgt van de overweldigende schoonheid van de vloer.

Een van de meest opvallende mozaïeken is de wolvin van Siena, helemaal vooraan in het midden, die wordt omringd door acht andere dieren die allemaal een bevriende stad vertegenwoordigen. We zien onder andere Pisa met een konijn, Rome met een olifant, Florence met een leeuw en Viterbo met een eenhoorn, In de vier hoeken vier kleinere Toscaanse steden: Grosseto, Massa, Volterra en Pistoia.

Boven de wolvin zien we het rad met de Romeinse rijksadelaar, een verwijzing naar Rome als middelpunt van de wereld. Daarboven de berg van de wijsheid. De verleidelijke Fortuna draagt de hoorn des overvloeds, maar staat wankel op een bol en een boot met een afgebroken mast. Het zeil dat ze draagt bolt op in de gunstige wind, maar de verstandigen wenden zich van haar af en gaan op weg naar de top van de heuvel. Hun weg wordt bemoeilijkt door slangen en losliggende kiezels, maar boven wacht hun Socrates, die een palm krijgt aangereikt van Fortuna, en Crates, die de wereldse rijkdommen in zee gooit.

Het laatste mozaïek in deze middelste rij, vlak onder de enorme zeshoek in het midden van de kerk, toont het rad van fortuin, waaraan ongelukkigen zich onder toeziend oog van vier filosofen (in de hoeken) als aan een laatste strohalm vastklampen.

Rondom deze afbeeldingen zie je allemaal sibillen uit alle delen van de wereld die toentertijd bekend waren, met spreuken die verwijzen naar de bijbel.

In de middenruimte is de vloer versierd met verhalen uit het Oude Testament, zoals de kindermoord van Bethlehem, de onthoofding van Holofernes, het offer van Isaac en de verbanning van Herodes. Een kleine greep uit de taferelen:

Vasari had inderdaad gelijk, deze prachtige vloer kent geen gelijke! Het enige nadeel is dat de mooiste delen zoals gezegd vaak afgeschermd zijn, zodat je echt geluk moet hebben wil je vloer in al zijn glorie kunnen bewonderen. Duimen dus, tijdens een bezoek aan Siena!

Getagd met:
jul 05

Gisteren kwam ik aan in Siena, waar ik een paar dagen doorbreng voor ik verder trek naar de Maremma. Ik viel gelijk met mijn neus in de boter: ik mocht een dagje meelopen met Diane, die voor SRC Cultuurvakanties met een groep reizigers door Siena wandelde en onder andere een bezoek bracht aan de grote San Domenico, op een steenworp afstand van de taalschool waar ik af en toe mijn Italiaans bijspijker. Diane, die jullie nog wel kennen van haar eerdere bijdragen aan Ciao tutti, neemt mij – en daarmee jullie – mee terug in de tijd, naar de meest bijzondere vrouw die in Siena heeft geleefd: de heilige Catharina van Siena.

Diane houdt de zware deur van de San Domenico voor ons open. De grote Dominicaner preekschuur is versierd met de vlaggen van de verschillende contrade, de wijken die twee keer per jaar tijdens de palio om de eer strijden. Ze vertelt welke vlag bij welke contrada hoort – en welke contrades elkaars bloed wel kunnen drinken, ondanks het feit dat ze hier zo broederlijk naast elkaar hangen.

Diane wandelt door de kerk en vertelt honderduit over de geschiedenis van alles wat er te zien is. Ze laat ons halt houden bij een kapel aan de rechterkant van de kerk. Enigszins verborgen tussen de mooie fresco’s is daar het hoofd van Catharina te zien. Het ziet er afschrikwekkend uit – als kind zou je er nachtmerries van krijgen.

In Rome had Diane me ook al eens verteld over deze vrouw uit Siena, in de Santa Maria sopra Minerva, vlak bij het Pantheon. Daar ligt haar lichaam onder het hoofdaltaar, verborgen in een mooi omhulsel waar je in elk geval die enge beenderen niet ziet. Catharine schijnt volgens Diane namelijk erg mager te zijn geweest. Ze werd al misselijk als ze meer dan een hostie at, zo wil de overlevering althans.

Diane vertelt dat haar lichaam in Rome niet alleen het hoofd mist, maar ook de rechtervoet. Die blijkt in Venetië te zijn, in de SS Giovanni e Paolo. Die verspreiding van de lichaamsdelen… Ik word er misselijk van, die arme Catharina zou hier toch ook niet blij mee geweest zijn.

Ze blijkt een bijzondere vrouw geweest te zijn, zo vertelt Diane. ‘Catharine werd geboren als vijfentwintigste (!) kind van een gezin in Siena. Al op zesjarige leeftijd kreeg ze visioenen en sloot ze zich op in de werkplaats van haar vader. Ze wilde niet trouwen, maar haar vader vond dat ze gewoon moest doen wat er van haar verwacht werd. Met zoveel kinderen – en dus veel dochters om te huwen – had hij wel wat anders aan zijn hoofd.

Gelukkig kreeg Catharina de pokken, waardoor ze veel minder aantrekkelijk werd en haar ouders uiteindelijk toegaven aan haar wens toe te treden tot de derde orde der Dominicanen. Ze bleef thuis wonen en zette zich in voor de minderbedeelden. Ze bezocht vele zieken, zelfs met gevaar voor eigen leven.

Catharina kon niet lezen en schrijven, maar dat weerhield haar er niet van vele brieven te dicteren die naar de paus in Avignon werden gestuurd. Ze liet de paus schrijven dat het maar eens afgelopen moest zijn met zijn luxe leventje aan het hof. Ze riep hem op zich snel opnieuw aan zijn taak in Rome te wijden.

Wonderbaarlijk genoeg schijnen de brieven van Catharina invloed te hebben gehad op de paus. Hij keerde inderdaad terug naar Rome en liet Catharina zelfs naar Rome roepen om zijn raadsvrouwe te worden. Dit duurde echter maar kort, want na nog geen jaar sterft Catharina, op – hoe kan het ook anders – 33-jarige leeftijd.’

Mijn hoofd duizelt van dit verhaal over de heilige Catharina en het idee dat zij hier lang geleden ook heeft rondgewandeld. Diane neemt ons na de lunch mee naar het kerkje waar Catharine al op jonge leeftijd heen ging om te bidden. Maar eerst even iets eten. Diane giechelt als ik vraag waar we heen gaan.

Na aankomst bij het restaurant weet ik waarom: de naam van het etablissement is Grotta di Santa Catarina. Er zullen hier toch geen resten van Catharina geserveerd worden? Mijn maag maakt echter duidelijk dat het echt tijd is om te eten, en ik probeer Catharina even uit mijn hoofd te zetten. Met de heerlijke Toscaanse gerechten die geserveerd worden lukt dat aardig – ook in Siena weten ze wat genieten is!

preload preload preload