aug 04

‘Ciao! Er is een nieuw stukje Italië in Amsterdam!,’ zo luidde de aanhef van een mailtje dat ik een paar weken geleden opende. Uiteraard wekte dit mijn nieuwsgierigheid – een nieuw stukje Italië binnen handbereik is altijd meer dan welkom!

Het mailtje bleek een aankondiging te zijn van een nieuwe Italiaanse talenschool in Amsterdam. Vanaf september zal Studiolingua haar deuren openen in een prachtig voormalig schoolgebouw in Amsterdam Oud-Zuid, op loopafstand van het Concertgebouw, het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en de Albert Cuypmarkt. Hoewel ik een aardig mondje Italiaans spreek, is enige oefening tussen mijn bezoekjes aan Italië door geen overbodige luxe, dus ik besloot een kijkje te gaan nemen.

Manuela Talana, oprichter en eigenaar van Studiolingua, verwelkomde me op een zonnige ochtend met een overheerlijke cappuccino. Aangezien ik me afvroeg waarom ze Italië had verruild voor Amsterdam, vertelde ze me eerst iets over zichzelf. Manuela is geboren in Sardinië. Veertien jaar geleden verruilde ze op haar twintigste het zonnige eiland om zich in Nederland te vestigen en te werken voor het Istituto Italiano di Cultura in Amsterdam, waar ze met veel overtuiging, inzet en passie meer dan elf jaar lang heeft gewerkt.

Alhoewel Manuela haar hart heeft verpand aan Amsterdam, reist ze regelmatig terug naar haar geboorte-eiland om te genieten van het Italiaanse leven met vrienden en familie. Deze Italiaanse levenswijze wil ze ook graag op Nederlanders overbrengen – en daarbij is een beetje kennis van de Italiaanse taal eigenlijk onmisbaar!

Manuela is zo trots op haar eigen talenschool dat ze me aanspoort mijn cappuccino op te drinken zodat ze me een rondleiding kan geven door het gebouw. Ondertussen vertelt ze honderduit: ‘Studiolingua is dé specialist op het gebeid van Italiaanse taal- en cultuurcursussen voor volwassenen. Een taal leren is namelijk een dynamisch proces. Het is geen kwestie van woordjes leren en werkwoorden stampen. Wil je je binnen enkele weken al een beetje verstaanbaar kunnen maken, dan is het belangrijk dat er interactie is met mensen die Italiaans als moedertaal spreken en die je niet alleen een kijkje geven in de geheimen van hun taal, maar ook in hun manier van leven, hun cultuur. Daarom hebben wij een stukje Italië in hartje Amsterdam gecreëerd waar je veel Italianen kunt ontmoeten en waar je de smaak van la bella Italia kan proeven en ervaren.’

Studiolingua biedt daartoe een breed scala aan lesmogelijkheden. Allereerst zijn er de ‘gewone’ taalcursussen op zes niveaus (van beginners tot vergevorderden). Deze cursussen kunnen voor korte of langere tijd worden gevolgd, en uiteraard behoren ook intensieve (privé)cursussen tot de mogelijkheden. Iedereen die het Italiaans liever aan de hand van een bepaald onderwerp bestudeert, kan zijn hart ophalen aan cursussen wijnkunde en gastronomie, maar ook aan een cursus intercultureel bewustzijn (ideaal voor als je zaken doet of wilt gaan doen met Italië), kunst- en cultuurcursussen en cursussen die zich met name richten op conversatie. Ook is er een Italiaanse boekenclub, een groep die Italiaanse kranten leest en aan de hand daarvan discussieert over de Italiaanse actualiteit. Voor ieder wat wils dus!

Wil of kun je geen cursus volgen die een aantal weken tot een jaar duurt, dan biedt Studiolingua ook de mogelijkheid om af en toe te komen ‘proeven’ van een klein stukje Italië. Daartoe organiseert Manuela twee speciale cursuscycli, waarbij je je voor elke avond afzonderlijk kunt inschrijven.

Manuela: ‘Tijdens de cursus ‘Kunststeden’ staan negen Italiaanse steden centraal. Aan de hand van leuke wetenswaardigheden en de geschiedenis wandelen we als het ware door een Italiaanse kunststad. Met behulp van filmpjes en foto’s worden de meest kenmerkende plekken en monumenten van onderstaande steden bezocht. Met de kaart van de stad in de hand zoeken we de weg en lopen we door de oudste straten, over pleinen, langs monumentale gebouwen en fonteinen.

We houden natuurlijk even halt bij kunsthistorisch belangrijke plekken, maar we gaan ook zeker niet voorbij aan traditie en folklore. Zo belanden we midden in het feestgedruis van het carnaval van Venetië en horen we de hoeven van de paarden over het Piazza del Campo klepperen, tijdens de bekende Palio in Siena. Natuurlijk geven we ook tips over culinaire specialiteiten in de steden, over beroemde lokale wijnen, over restaurantjes en koffiebarretjes. Zo krijg je hier in Nederland al een voorproefje van de heerlijkheden die de Italiaanse keuken te bieden heeft. De ‘rondleiding’ is geschikt voor iedereen die van plan is naar Italië te gaan maar natuurlijk ook voor iedereen die graag wegdroomt bij il bel paese.

In oktober reizen we naar Rome, in november staan Florence, Venetië en Siena op het programma. December brengt je naar Pisa, Napels en Milaan, en in januari reizen we door Umbrië, naar de historische plaatsen Perugia en Assisi.’

Maar dat is nog niet alles, haast Manuela zich te zeggen. ‘Aangezien Italië ontzettend veel mooie musea kent, waar misschien wel de grootste kunstschatten ter wereld zijn ondergebracht, organiseren we dergelijke rondleidingen ook speciaal voor de grootste Italiaanse musea! Mijn collega Clelia Capua toont kunstwerken uit de beroemdste Italiaanse musea en vertelt hierbij iets over de achtergrond van de kunstwerken en de kunstenaar. Deze virtuele ‘rondleiding’ wijdt de ‘museumbezoeker’ als het ware in in de meesterwerken van de Italiaanse kunst. Achtereenvolgens gaan we naar de Vaticaanse Musea, de Galleria Borghese en het Palazzo Barberini in Rome. Dan volgt de Galleria degli Uffizi en de Galleria dell’Accademia in Florence, het Palazzo Ducale en het Ca’Rezzonico in Venetië en ten slotte het Museo di Capodimonte in Napels, mijn persoonlijke favoriet!’

Op de website www.studiolingua.nl vind je alle informatie over de cursussen, de data en de wijze waarop je je kunt aanmelden. Na het bezoek aan Manuela is mijn agenda in elk geval al aardig vol gepland met Italiaanse uitjes. Wie weet tot in Amsterdam!

  • Share/Bookmark
jul 29

Deze maand staat op Ciao tutti de Palio van Siena centraal. Maar de paardenrace in Siena is niet de enige Palio. Vandaag een greep uit de meest bijzondere Italiaanse Palio-tradities.

In Ferrara kennen ze net als in Siena de Palio als paardenrace. Sterker nog, de Palio di San Giorgio, zoals de race hier heet, is de oudste paardenrace ter wereld. Hoewel minder bekend dan de Palio van Siena, is de Palio van Ferrara zeker niet minder mooi om te zien.

Ook hier strijden de verschillende contrade tegen elkaar om een palio in de wacht te slepen. Het zijn echter niet alleen de paarden die de overwinning kunnen behalen. Elk weekend in mei kunnen de contrade punten in de wacht slepen. Er zijn wedstrijden voor vaandelzwaaiers en trommelaars en er is een feestelijke parade waarvoor de inwoners van Ferrara hun traditionele kledij uit de kast halen. De stoet voert naar het Castello Estense. Hier legt elke contrada een eed af aan de hertogen van de D’Este-familie.

Tijdens het laatste weekend van mei vindt dan de grande finale plaats. Het Piazza Ariosto, een groot ovaal plein met een verlaagd middenstuk, is verbouwd tot toneel voor de race. De Palio bestaat in Ferrara, anders dan in Siena, uit vier verschillende races: de race van de putti (jongens), de race van de putte (meisjes), de race van de asine (ezels), en – de belangrijkste – de race van de cavalli (paarden).

Net als in Siena werd de Palio in Ferrara twee keer per jaar gehouden: op 23 april ter ere van San Giorgio, de beschermheilige van de stad, en op 15 augustus ter ere van Maria Hemelvaart. Nu vinden alle feestelijkheden en races zoals gezegd in mei plaats. Wie echter op een ander moment in Ferrara verblijft, kan toch een glimp van de Palio opvangen. De fresco’s die de muren van de Salone dei Mesi in het Palazzo Schifanoia versieren, geven namelijk een aantal fragmenten van de Palio van 1471 weer. In dat jaar werd de Palio opgedragen aan Borso D’Este, die door paus Paulus II was benoemd tot Hertog van Ferrara. De race ging gepaard met extra veel feestelijkheden, zo getuigen ook de feestvierende mensen op de fresco’s.

Maakt een ezelrace in Ferrara deel uit van de Palio, in Asciano, een dorpje in Toscane, vindt op de tweede zondag van september een heuse Palio dei Ciuchi plaats, een ezelrace waar geen paard aan te pas komt. Wat in de jaren tachtig is begonnen als een parodie op de Palio van Siena, is inmiddels uitgegroeid tot een serieus evenement dat de sfeer in het stadje aardig in zijn greep houdt. Zeven stadswijken strijden om de eer. Ook hier weer een schitterende optocht voorafgaand aan de eigenlijke race. Hoewel, race… We hebben het hier natuurlijk wel over ezels en die zijn niet zo makkelijk als paarden. Het zou dus zo maar kunnen gebeuren dat een paar rondjes een uur in beslag nemen, als de ezels überhaupt de ene poot voor de andere willen zetten.

Een dergelijke ezelrace wordt elk jaar ook in Asti, een stadje in Piemonte, georganiseerd. Hier barst de strijd echter niet los tussen wijken onderling, maar tussen twee verschillende steden, Asti en Alba, hetgeen het allemaal nog spannender maakt. De rivaliteit kan hoog oplopen! De inwoners van Asti, organiseerden voor het eerst een paardenrace in 1275. De race werd gehouden ter ere van San Lorenzo, de patroonheilige van Alba. Aangezien de race net buiten de stadsmuren plaatsvond, bleef hij voor de inwoners van het naastgelegen Alba niet bepaald onopgemerkt. Zij besloten hun buren te imiteren en zetten zelf een race op poten, maar dan binnen de eigen stadsmuren. Deze race zou echter niet met paarden maar met ezels worden gereden.

Na een jarenlange onderlinge strijd besloten beide gemeenten in 1967 samen een ezelrace op touw te zetten, waarbij de twee steden het tegen elkaar op moesten nemen. Op de eerste zondag van oktober worden beide stadjes in oude luister hersteld. Alleen daarom is het al leuk om deze ezelrace een keer mee te maken. De Palio is tevens de opening van de Fiera del Tartufo, de truffelbeurs. Net als in Asciano doen de ezels precies waar ze zin in hebben en kun je niet altijd van een echte race spreken. Meer dan bij de andere races is het in Asti echter wel zaak om niet als laatste over de finish te hobbelen. De wijk die namelijk als allerlaatste over de streep komt, krijgt voor straf een ansjovis. Het jaar erop moet die wijk de catering van het evenement verzorgen, waarbij de gerechten worden gemaakt op basis van… juist, ja: ansjovis.

In Montepulciano hadden ze een vooruitziender blik: niks geen paarden, ezels en al zeker geen ansjovis als straf. Nee, in dit kleine Toscaanse dorpje rollen elke laatste zondag van augustus de wijnvaten door de straten!

  

Tijdens de Bravio delle Botti, de race van de wijnvaten, nemen de verschillende stadsdelen het tegen elkaar op door enorm zware wijnvaten (ik hoorde vorig jaar zeer uiteenlopende gewichten genoemd worden door de omstanders, van tachtig tot wel tweehonderdvijftig kilo) tegen de heuvel op te rollen. De race wordt ook hier voorafgegaan door een stoet van mensen in middeleeuwse kledij, maar het heeft ook wel wat om al die mannen met ontbloot bovenlijf te zien ploeteren. Bij de Palio gaat het – als er tenminste paarden aan te pas komen – vaak zo snel dat je geen idee hebt wat er gebeurt, maar tijdens deze wijnvatenrace kun je in alle rust kijken, aanmoedigen en foto’s maken. De race wordt afgesloten met een feestelijke maaltijd op het Piazza Grande, waarbij de wijn uit de vaten natuurlijk als eerste soldaat wordt gemaakt.

In Gubbio ten slotte moet je de laatste zondag van mei goed uit je ogen kijken. Hier vindt dan namelijk de traditionele Palio della Balestra plaats, een wedstrijd kruisboogschieten.

Op het Piazza della Signoria zoeven de pijlen met een enorme snelheid op hun doel af, de roos van een schietschijf die op 36 meter afstand is geplaatst. Doordat het lijkt alsof alle pijlen in de roos belanden, is het vaak ondoenlijk om uit te maken wie de winnaar is. Dit levert hoogoplopende, verhitte Italiaanse discussies op, zeker omdat ook hier weer twee dorpjes tegen elkaar strijden. De inwoners van Gubbio nemen het op tegen de dorpelingen van Sansepolcro, dat even verderop ligt. Maar zodra duidelijk wordt wie de winnaar is, is alle strijd vergeten en kan het grote feestvieren beginnen!

  • Share/Bookmark
jul 28

Twee weken geleden schreef ik al over de Sala dei Nove (Zaal van de Negen) in het Palazzo Pubblico, waar de vroegere bestuurders van de stad hebben laten afbeelden hoe een ideaal bestuur eruit zou moeten zien. In opdracht van het College van Bestuur van Siena beschilderde Ambrogio Lorenzetti de wanden met fresco’s die de gevolgen van het goede en het slechte bestuur weergeven.

Lorenzetti schilderde de fresco’s, die drie wanden van de zaal in beslag nemen, tussen 1337 en 1339. Zijn werk is in een aantal opzichten uniek te noemen. Zo was er tot die tijd nog geen enkel fresco gewijd aan een niet-religieus onderwerp. Uniek is ook de wijze waarop Lorenzetti op het grote fresco van de gevolgen van goed bestuur voor de stad en het platteland de stad Siena en haar omgeving heeft afgebeeld.

Om het leven in een goed geordende stadstaat zo realistisch mogelijk weer te geven, moest Lorenzetti de huizen en de straten vullen met allerlei verschillende mensen en activiteiten. Zo zie je vrolijk dansende vrouwen, bouwvakkers die hard aan een woning bouwen, winkeliers die achter hun toonbank staan en een adellijk jachtgezelschap dat de stad verlaat terwijl van de andere zijde volgeladen ezels de stad in worden geleid.

Juist door die vrolijke en drukke menigte valt de waarheidsgetrouwe weergave van de gebouwen meer op. De vele details, zoals links de koepel en de markante, zebragestreepte toren van de dom, laten je uren heen en weer lopen voor het schilderij. Het uitzicht rechts over het platteland rond Siena is het eerste echte landschap dat sinds de Klassieke Oudheid is opgetekend, waarbij wel gelijk duidelijk wordt dat de mens hier bezit heeft genomen van de natuur. Ook dat is een van de vele voordelen van een goed bestuur. Op de hellingen groeien wijnstokken, terwijl even verderop de boeren op het land aan het werk zijn.

Terug naar de goede regering, die we op de middelste wand zien afgebeeld. Helemaal aan de linkerzijde zetelt een grote vrouw, die symbool staat voor de rechtvaardigheid. Boven deze vrouw zweeft de wijsheid, die een enorme weegschaal vasthoudt die door de rechtvaardigheid precies in balans wordt gehouden. Vanaf de weegschaal lopen twee koorden, die door Concordia, symbool voor de eendracht, tot een dik touw worden gedraaid. Dit touw wordt doorgegeven aan vierentwintig burgers, die op hun beurt het touw aan de grote mannenfiguur geven. Onder deze heerser zie je de wolvin en de tweeling Romulus en Remus weer terugkomen (zie ook Ciao tutti van 12 juli).

Links en rechts van de grote heerser zitten enkele vrouwen die de verschillende deugden uitbeelden: van links naar rechts pax (vrede), fortitudo (kracht), prudentia (behoedzaamheid), magnanimitas (ruimhartigheid), temperantia (gematigdheid) en justitia (rechtvaardigheid). Boven het hoofd van de heerser nog drie onmisbare ingrediënten voor een goed bestuur: geloof, hoop en liefde. Rechtsonder zie je een groepje gevangenen dat door soldaten wordt bewaakt en wacht op berechting – rechtvaardigheid is niet voor niets twee keer op het fresco afgebeeld.

Waartoe deze goede regering leidt, zagen we net al: een drukke, florerende stad waarin allerlei activiteiten worden ontplooid, omringd door een vruchtbaar platteland dat zorg draagt voor voedsel en wijn. Boven het land zweeft een gevleugelde vrouwenfiguur die staat voor de securitas, oftewel de zekerheid, die een goed bestuur met zich mee brengt.

Heel anders is de situatie op de tegenoverliggende wand, waar Lorenzetti de slechte regering en de gevolgen daarvan voor de stad in één fresco heeft afgebeeld. De enorme hoofdfiguur, symbool voor de tirannie, wordt omgeven door een aantal gruwelijke medestanders die de stad in de richting van de afgrond duwen: crudelitas (wreedheid), proditio (verraad), fraus (bedrog), furor (woede), divisio (verdeeldheid) en guerra (oorlog). Boven zijn hoofd zweeft nog meer verschrikkelijks, namelijk avaritia (gierigheid), superbia (trots) en vanagloria (ijdelheid). De rechtvaardigheid, die bij de goede regering zo belangrijk is, ligt geboeid aan de voeten van de tiran, met naast haar een gebroken weegschaal. Het evenwicht is zoek: in de stad is het een grote chaos en het platteland maakt een desolate indruk.

Dit is gelukkig niet het Siena zoals we dat na het bezoek aan de Sala dei Nove om ons heen zien, al kijk je na de prachtige details op het fresco van Lorenzetti wel met een heel ander oog naar de stad!

  • Share/Bookmark
jul 26

‘Terwijl ik in de kathedraal opging in de herinnering aan dat zeldzame, emotionele gedweep van Umberto, kwam er een groep Britse toeristen achter me staan; hun gids vertelde geanimeerd over de vele mislukte pogingen om de oude grafkelder van de kathedraal te vinden en op te graven, die naar verluidt in de middeleeuwen had bestaan maar kennelijk voorgoed verloren was gegaan.

Ik luisterde een poosje geamuseerd naar de sensationele draai die de gids aan het verhaal gaf, voordat ik de kathedraal weer aan de toeristen overliet en de Via del Capitano afslenterde om, tot mijn grote verrassing, weer op de Piazza Postierla te belanden, recht tegenover de espressobar van Malèna.

De andere keren dat ik er was geweest, was het druk op het pleintje, maar vandaag was het aangenaam rustig, misschien omdat het siëstatijd was en gloeiend heet. Tegenover een sokkel met een gebeeldhouwde wolf en twee zogende baby’s erop stond een kleine fontein, waar een vervaarlijk ogende metalen vogel boven hing. Twee kinderen, een jongen en een meisje, waren elkaar met water aan het bespatten en renden heen en weer, joelend van plezier, terwijl een rij oude mannen op korte afstand in de schaduw zat, zonder jas maar met hun hoed op, die met milde blik hun eigen onsterfelijkheid beschouwden.

‘Hallo daar!’ zei Malèna toen ze me zag binnenkomen. ‘Luigi heeft goed werk gedaan, nietwaar?’
‘Hij is een genie.’ Ik liep naar haar toe en voelde me op een vreemde manier thuis toen ik over de koele toog leunde. ‘Ik ga nooit meer uit Siena weg zolang hij hier is.’

Ze lachte hardop, een hartelijke, speelse lach waardoor ik me weer afvroeg wat het geheime ingrediënt in het leven van deze vrouwen was. Wat het ook was, het ontbrak mij ten enenmale. Het was zoveel meer dan gewoon zelfvertrouwen; het leek de kunst te zijn jezelf lief te hebben, gul en geestdriftig, met lichaam en ziel, waaruit op natuurlijke wijze de overtuiging voortvloeide dat iedere man op de hele planeet er hevig naar verlangde om hetzelfde te mogen doen.

‘Hier…’ Malèna zette een espresso voor me neer en legde er met een knipoogje een biscotto naast: ‘Eet meer. Daar krijg je… je weet wel, karakter van.’
‘Wat een woest ogend schepsel,’ merkte ik op over de fontein buiten. ‘Wat voor vogel is het?’
‘Dat is onze adelaar, aquila in het Italiaans. De fontein is onze… o, wat is het ook alweer?’ Ze beet op haar lip, zoekend naar het woord. ‘Fonte battesimale… ons doopvont? Ja! Hier brengen we onze baby’s zodat ze aquilini worden, kleine adelaartjes.’
‘Is dit de contrada van de Adelaar?’ Ik keek rond naar de andere klanten, plotseling helemaal kippenvellig.’

De Amerikaanse Julie Jacobs is in Siena om de geheime erfenis van haar overleden moeder te zoeken. In een bankkluis treft ze de oerversie van Romeo en Julia’s liefdesgeschiedenis aan, waarin wordt verteld over de vete tussen twee Toscaanse families: de familie Salimbeni en de familie Tolomei. Dan stuit Julie op een waarschuwing die aan haarzelf is gericht: ‘Er rust een vloek op jouw familie en daarmee ook op jou, want je echte naam is Giulietta Tolomei.’ Julie duikt de geschiedenis van beide families in, en stuit al gauw op een intrigerend verhaal.

Na een bloedige aanval van de familie Salimbeni op de familie Tolomei, in 1340, blijkt Giulietta Tolomei de enige overlevende te zijn. Dankzij Lorenzo, een monnik, weet ze naar de stad te vluchten. Onderweg wordt ze echter aangevallen door handlangers van de familie Salimbeni. Een jonge Sienese edelman, Romeo Marescotti, redt Giulietta en Lorenzo van hun belagers. Romeo wordt verliefd op Giulietta, en zij op hem. Maar hun heimelijke liefde wordt wreed verstoord wanneer Giulietta gedwongen wordt te trouwen met Messer Salimbeni.

Tijdens de zoektocht naar haar familiegeschiedenis merkt Julie dat niet iedereen blij is met haar aanwezigheid in Siena. Hoe ver strekt de vloek uit het verleden zich uit?

Julia is een adembenemende historische roman, die je bijna 500 pagina’s lang meevoert naar het veertiende-eeuwse Siena. Heerlijk herkenbaar voor wie er verblijft, maar degenen die het boek gewoon in de tuin of op de camping lezen niet getreurd: je waant je echt even in de straatjes en op de pleinen van Siena. Alleen het boekomslag met het prachtige Piazza del Campo laat je al wegdromen…

  • Share/Bookmark
Getagd met:
jul 25

Serena, die tijdens mijn logeerpartij al snel in de gaten had hoe groot mijn passie voor boeken was, nam me op een van mijn laatste dagen in Siena mee naar het Archivio di Stato, het staatsarchief, dat is gevestigd in het Palazzo Piccolomini. Het archief is helaas niet altijd toegankelijk voor toeristen, maar wanneer je een paar dagen voor je bezoek per mail of telefoon informeert of je langs kunt komen, ben je meestal van harte welkom. Het is de moeite in elk geval meer dan waard, want in dit archief bevindt zich een van de mooiste bezittingen van Siena: de Tavolette di Biccherna.

De Tavolette di Biccherna zijn houten plankjes, die lange tijd werden vervaardigd als boekomslagen. Het kantoor van de Biccherna, dat verantwoordelijk was voor alle administratie van de stad, gebruikte deze tavolette tot diep in de achttiende eeuw om rekeningen, balansen, boekhoudingen en andere financiële stukken samen te binden. De boeken werden vervolgens gearchiveerd door de camarlingo, het hoofd van de schatkamer.

Gelukkig zijn veel van deze tavolette bewaard gebleven: in totaal beschikt het Archivio over 105 tavolette, die allemaal tentoongesteld worden. De tavolette zijn erg belangrijk voor de geschiedschrijving van de stad, want behalve dat de financiële gegevens zelf natuurlijk veel inzicht geven in de historie van Siena, doen ook de omslagen zelf dat. Op elk omslag werd namelijk een voorstelling geschilderd die betrekking had op de familie of het bedrijf wiens boekhouding was opgenomen, of op de algemene geschiedenis van de stad. Door de boekomslagen te bekijken, komt Siena voor je ogen tot leven.

De eerste boekomslagen waren vaak nog vrij simpel. De oudste tavoletta die nog is teruggevonden is van de hand van Giulio di Pietro. Het omslag zou dateren uit 1258, en is dus ruim 750 jaar oud. De monnik die op het omslag aan het werk is, is broeder Ugo, die in die tijd de functie van camarlingo van de Sienese schatkamer bekleedde.

Vaak bevatten de tavolette een inscriptie, waarin we meestal de datum kunnen terugvinden, evenals de namen van de betreffende familie. Als illustratie worden in de begintijd van de tavolette vaak de familiewapens weergegeven:

         

Later, zo halverwege de vijftiende eeuw, worden de boekomslagen meer en meer echte schilderijtjes. De familiewapens spelen niet langer de hoofdrol; in plaats daarvan worden belangrijke politieke, religieuze en historische gebeurtenissen afgebeeld. Zo is het volgende omslag een dankbetuiging aan Maria, die Siena beschermde tijdens een verwoestende aardbeving enkele kilometers verderop.

De stad neemt langzamerhand een steeds belangrijker rol in op de tavolette, zodat een wandeling door het Archivio di Stato een wandeling door de geschiedenis van Siena is. Een kleine greep uit de prachtige omslagen die te zien zijn:

        
     

   

Aan het eind van je bezoek wacht je overigens nog een verrassing: vanaf het balkon van het Palazzo Piccolomini heb je een uniek uitzicht over het Piazza del Campo en ligt Siena letterlijk aan je voeten!

Archivio di Stato
Via Banci di Sopra 52, Siena
assi.archivi.beniculturali.it

  • Share/Bookmark
jul 24

Terwijl ik mijn boterhammen voor de lunch smeer, denk ik met heimwee terug aan mijn Italiaanse lunchpauze van vorige week. Of lunchpauze, zo mag je het eigenlijk niet noemen. Denk aan een terrasje met uitzicht op het Piazza del Campo, een heerlijk zonnetje en een groot stuk torta della nonna, oftewel grootmoeders taart, en je kunt je vast wel een voorstelling maken van mijn heimwee.

Mijn Italiaanse lunchpauze…

Daarom ging ik eenmaal thuis direct op zoek naar het lekkerste recept voor deze torta della nonna. Het is een echt Toscaans recept en weer eens wat anders dan alle koekjes die we tot nu toe gebakken hebben deze maand. Rose Gray en Ruth Rogers hielpen me met hun nieuwe kookboek The River Cafe – Klassiek Italiaans Kookboek uit de brand:

Torta della nonna is een zoete pastei die wordt afgedekt met een lekker boterdeeg. De bodem is cakeachtig en wordt gemaakt van heel veel eieren, boter, geraspte citroenschil en suiker. De vulling is een mengsel van losgeklopte schapenricotta en vanillevla, op smaak gebracht met citroen. Diverse vrienden in Toscane hebben deze taart voor ons gemaakt. De originele en lekkerste werd gemaakt door mijn overgrootmoeder Lisa Contini Bonacossi uit Capezzana. We hebben haar recept gebruikt als basis voor deze lichte, romige versie die niet al te zoet is en bestrooid wordt met pijnboompitten.’

Torta della nonna

Ingrediënten:
(voor 12 personen)

voor het deeg:
500 gram kristalsuiker
7 middelgrote biologische eieren
500 g zachte boter
1 kilo bloem
1 eetlepel poedersuiker
1 eetlepel bakpoeder
geraspte schil van 2 citroenen
20 gram pijnboompitten

voor de roomvulling:
200 ml melk
schil en sap van 1 citroen
1 vanillestokje, in de lengte gespleten
250 gram kristalsuiker
3 middelgrote biologische eieren
4 eetlepels bloem
350 gram ricotta, losgeklopt met een vork

Klop voor het deeg de suiker en 6 eieren door elkaar. Meng lepel voor lepel de zachte boter erdoor, gevolgd door de bloem, de poedersuiker, het bakpoeder en de citroenrasp. Meng alles snel, dek het af met plastic folie en zet het 30 minuten in de koelkast.

Breng voor de vulling in een pan met dikke bodem de melk met de citroenschil en het vanillestokje tegen de kook aan. Verwijder de citroenschil, schraap het merg uit het vanillestokje en gooi het stokje weg.

Meng in een kom de suiker met de bloem. Klop de eieren er een voor een door, schenk dit mengsel bij de melk en verwarm alles roerend op laag vuur tot je een dikke vla hebt; dat duurt zo’n 5 minuten. Het is belangrijk dat je de vla verwarmt tot de smaak van de bloem is verdwenen, maar wees voorzichtig: als je het mengsel te snel laat koken, zal de vla schiften. Schenk de vla in een kom en laat hem afkoelen. Roer de ricotta en het citroenrasp door de afgekoelde vla.

Verwarm de oven voor tot 180 °C, beboter een ondiepe taartvorm van 30 cm in doorsnee en bestuif hem met bloem. Rol de helft van het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van 1 cm dik en met ongeveer dezelfde diameter als de vorm. Leg de deeglap in de vorm en druk hem uit, zodat de hele bodem ermee bedekt wordt.

Schep er een dikke laag van de roomvulling op; laat rondom een rand vrij van 1,5 cm. Rol de tweede portie deeg uit. Maak die iets dunner dan de eerste (circa 5 mm) en 2 cm breder in doorsnee. Leg de lap voorzichtig in de vorm, zodat de hele vulling bedekt wordt, en druk hem langs de rand aan met je vingers, tot op het deeg op de bodem van de vorm.

Klop in een kommetje het resterende ei los en bestrijk daarmee de bovenkant van de taart. Bestrooi hem licht met 1 eetlepel kristalsuiker en strooi de pijnboompitten erover. Zet de taart 40 minuten in de voorverwarmde oven.

In dit Klassiek Italiaans Kookboek van het Londense River Cafe nemen Rose Gray en Ruth Rogers je mee naar de authentieke Italiaanse familiekeuken. Tijdens de afgelopen twintig jaar verzamelden ze tijdens hun reisjes naar Italië de klassieke recepten die de Italiaanse keuken haar wereldwijde reputatie hebben gegeven. Daarnaast wisten ze oude Italiaanse familierecepten te achterhalen die van generatie op generatie zijn doorgegeven, maar eigenlijk nooit in een restaurant te krijgen waren. Samen met de schitterende foto s en de prachtige vormgeving maakt dit het kookboek tot een gepassioneerde gids voor iedereen die echt Italiaans wil koken.

Vooral de gebaksectie is om van te watertanden! Je vindt er een recept voor ricciarelli (zie Ciao tutti van 3 juli), crostata (jamtaart), ciambella (een soort cakekrans), torta di Capri (chocoladetaart), florentines, castagnaccio (kastanjetaart), zabaglione en natuurlijk ontbreken ook de cantuccini niet. En dan heb ik het nog niet eens over alle gelati die erin staan – of over wat je naast al die zoetigheid nog kunt eten: pasta, gnocchi, risotto, pizza, vis, vlees, salades… Met recht een klassiek Italiaans kookboek! Klik hier om het boek te bestellen bij bol.com.

  • Share/Bookmark
jul 23

Vorig jaar trotseerde ik de augustusdrukte in Siena om de Palio mee te maken, en met name de aanloop naar deze paardenrace. Op uitnodiging van Serena reisde ik naar Siena en bracht ik een week door op en rond het Piazza del Campo, met de opdracht elke avond thuis te komen met het laatste nieuws over de Palio. Als tegenprestatie nam zij me mee naar alle festiviteiten die normaal gesproken niet voor toeristen toegankelijk zijn.

Zo schoof ik samen met haar en haar zoon op de avond voorafgaand aan de Palio aan bij La Cena della Contrada van de wijk Aquila. Elke contrada die aan de Palio deelneemt, organiseert de avond voorafgaand aan de grote race een groot diner in de openlucht. Door de hele stad staan lange tafels, gedekt in de kleuren van de contrada. Moeders en oma’s staan de hele dag in de keuken. Er worden bergen pasta gemaakt, tomaten ontveld, blaadjes basilicum fijngestampt en plakken vlees gesneden.

Onder het genot van vele gangen lekker eten wordt er al een voorproefje genomen op de overwinning. Uiteraard worden er ook bemoedigende toespraken gehouden en wordt om de hap het volkslied ten gehore gebracht. Dat kende ik na de antipasto dan gelukkig ook van buiten, zodat ik – uiteraard ook voorzien van een fazzoletto – helemaal in de schoenen van een Aquilina kon stappen.

Wie ook een keer zo’n bijzonder diner wil meemaken, kan uiteraard een beroep doen op Serena. Op www.amicasiena.it vind je een overzicht van wat ze allemaal voor je kan regelen: je verblijf, een interessante rondleiding door de stad of een van de vele musea, een cursus Italiaans, een speciaal arrangement voor de Palio, een kook- of schildercursus, niets is Serena te gek.

Mocht je volgend jaar ook zo’n bijzonder Palio-diner willen meemaken, oefen dan wel alvast onderstaand lied. Wie weet mag je net als ik bij de Aquilini aanschuiven…

L’inno dell’Aquila

Immensa folla che gremisci piazza,
dubbi puoi aver se corre l’Aquilon.
La sua vittoria è certa perchè ha l’ali
e avanti a tutti sempre resterà.

Anche se il Palio è spesso lottato,
con un cavallo alato che puoi far?
E’ l’Aquilon giallo, celeste e nero
primo su tutti vedono arrivar…

Aquila vola,
chi di te più in alto ancor potrebbe andar?
Quasi ammaliate,
restan tutte le contrade ad ammirar.

Se tu sei sovran dell’aria
della Piazza sarai tu,
la più bella e sempre prima,
chi potrà arrivarti più?

L’uccello nostro
è il più bello e nel mondo non ha ugual.
Chi combatte col suo rostro
presto vinto nella polvere cadrà!

Giubbetto d’or dai simboli imperiali,
che ardito sfrecci in dura tenzon.
Non puoi temer se anche i più grossi
dettano legge e voglion far i padron.

Poi viene il giorno che il valore vero,
di una contrada fulgere già sa.
E’ l’Aquilon giallo, celeste e nero
primo su tutti vedono arrivar

Aquila vola
che di te più in alto ancor potrebbe andar.
Quasi ammaliate,
restan tutte le Contrade ad ammirar.

Se tu sei sovran dell’aria
della Piazza sarai tu,
la più bella e sempre prima,
chi potrà arrivarti più.

L’uccello nostro
è il più bello e nel mondo non ha ugual.
Chi combatte col suo rostro
presto vinto nella polvere cadrà

folla menigte / massa
dubbi twijfels
correre rennen / racen
certa zeker
ali vleugels
   
spesso vaak
lottato bevochten
un cavallo alato een gevleugeld paard
giallo geel
vedono zij zien
   
volare vliegen
alto hoog
quasi bijna
ammaliate betoverd
ammirare bewonderen
   
sovran heerser
l’aria de lucht / hemel
più meer
bella mooi
prima eerst
   
l’uccello de vogel
il mondo de wereld
combattere strijden
il rostro de snavel / bek
la polvere het stof / het zand
   
giubbetto hesje / vest
imperiali keizerlijk
dura hard / moeilijk
temere vrezen
far i padron de baas spelen
   
poi dan / vervolgens
il giorno de dag
il valore de waarde / de moed
vero waar / echt
già al / reeds
  • Share/Bookmark
Getagd met:
jul 19

Helaas is dit onze laatste dag in Toscane, vanavond wordt er weer gewoon Amsterdamse lucht ingeademd. Gelukkig kan ik met Elke dag in Toscane de komende dagen nog even de heimwee de kop indrukken.

In haar nieuwste boek vertelt Frances Mayes, beroemd van haar eerdere Toscane-romans Een huis in Toscane (dat is verfilmd als Under the Tuscan Sun) en Bella Toscana, het lyrische verhaal over haar twintig jaar durende liefdesaffaire met Toscane, de mensen, de cultuur en de levensstijl. Daarnaast vertelt ze over het verrukkelijke leven in Bramasole, haar huis in de buurt van Cortona, geeft ze je haar favoriete recepten en laat ze je meegenieten van de bekoringen en uitdagingen die het alledaagse leven in Italië met zich meebrengt. Het verhaal begint in de zomer waarin de laatste zaken van de historische restauratie van Bramasole worden voltooid. Wat volgt is een jaar lang Italiaans genieten, van de kunst van Luca Signorelli, van de lekkerste Toscaanse wijnen, de meest verrukkelijke gerechten en een kijkje in het dagelijks leven op het centrale plein van Cortona.

Na zo te hebben genoten van de Sienese keuken wil ik jullie het volgende stukje uit Elke dag in Toscane niet onthouden:

‘Van alle Toscaanse pastasoorten is pici de stoerste. Niemand lijkt te weten waar de naam vandaan komt, al schrijft het Italiaanse woordenboek De Mauro dat het woord sinds 1891 wordt gebruikt. Ik denk dat pici in deze Toscaanse heuvels al eeuwen wordt gegeten en evenzeer met de regio verbonden is als knoestige olijvenwortels en druiventrossen die aan de dakspanten worden gedroogd voor de vin santo. Vooral in de Toscaanse provincies Siena en Arezzo staat pici bijna overal op het menu.

In het Italiaans moet je het woord eigenlijk uitspreken als ‘pietsjie’, maar in ons plaatselijke dialect wordt de klank ‘tsj’ uitgesproken als ‘sj’. In de omgeving van Cortona zeggen de mensen ‘piesjie’, en een cappuccino wordt hier een ‘cappusjino’. Pici, net als spaghetti een meervoudsvorm, kent officieel geen enkelvoudsvorm picio, al geven de mensen hier wel eens picio aan een klein kind of rapen ze er een op als er een sliert is gevallen.

Pici komt in de meeste kookboeken niet voor en staat ook niet vaak op Amerikaanse menukaarten, maar het is de pasta die de Toscanen het dierbaarst is. Alleen het eenvoudige plattelandsgerecht tortelloni in brodo komt in de buurt. […]

Ik laat mijn bergje pasta even onder een theedoek rusten en ga met mijn glas thee naar buiten om naar het werk te kijken. ‘Ik maak pici,’ roep ik naar Ed. Hij steekt zijn duimen op. ‘Voedsel voor de ziel.’ […]

Ik maak mijn slierten pici graag drie keer zo dik als spaghetti en minstens dertig centimeter lang, zodat de pasta een stevige beet heeft. Ik heb slierten gezien die bijna zo dik als potloden waren, geserveerd met een saus met gans. De meeste gedroogde pici, verkrijgbaar bij elke gastronomia, ziet er vergeleken met de Toscaanse maar mager uit. De gedroogde variant is prima te gebruiken, maar de verse is het lekkerst. Een flinke kom pici drukt je aan de omvangrijke boezem van de signora die de pastasoort uitvond toen de voorraadkast bijna leeg was. Pici komt uit de cucina povera, de armeluiskeuken, de bron van talloze uitvindingen in het Italiaanse receptenrepertoire.’

Frances Mayes vervolgt deze lofrede op de Toscaanse pici met een verhaal over de manier waarop ze ontdekte hoeveel pici voor de inwoners van Toscane betekent, welke soorten saus met de pici kunnen worden geserveerd en over hoe ze van Silvia leerde hoe ze zelf pici moest maken. Je zou zo bij haar willen aanschuiven, maar het boek is een goed alternatief!

  • Share/Bookmark
jul 16

Tijdens onze eerste avond in Siena stuitten we, toen we terugwandelden naar ons hotel, dat zoals ik gisteren al vertelde in het hart van de Contrada della Chiocciola ligt, op een grote stoet zingende contradaioli. Nu had Serena me vorig jaar een aantal van deze inni (volksliederen) gegeven om te bestuderen, dus ik neuriede een beetje mee. De contradaioli bekeken me met nieuwsgierige, ietwat verbaasde blik. Bij het refrein aangekomen nodigden ze ons uit een stukje mee te wandelen en te zingen, hetgeen we natuurlijk graag deden.

Na een aantal rondes door de stad voelden we ons bijna echte Chiocciolini. We werden meegetroond naar de kerk en het museum van de contrade, die normaal gesproken alleen tijdens de nacht volgend op de Palio geopend zijn voor buitenstaanders. Vol trots toonde de capitano ons het ene na het andere aandenken, van eerder gewonnen cenci (vaandels) tot oude kostuums, vlaggen en trommels.

In de kerk zagen we het altaar waar het paard voorafgaand aan de Palio wordt gezegend. Het was bedekt met de kleurige Chiocciola-vlag en er werd vol ontzag naar gestaard, alsof het heilige krachten zou bevatten die een winst op het Piazza del Campo een handje zouden kunnen helpen. Helaas behoorde Chiocciola niet tot de deelnemers aan de Palio van 2 juli en is deelname in augustus afhankelijk van de trekking die op 11 juli zal plaatsvinden. Er wordt nu dus in de kerk vooral gebeden om een gunstige loting, die Chiocciola 16 augustus op het Piazza del Campo moet brengen.

Aan de contradaioli zal het zeker niet liggen, al geloof ik eerder in de kracht van het lied. Om het ook voor iedereen van buiten de contrada begrijpelijk te maken, vind je hieronder niet alleen de tekst maar ook een korte verklarende woordenlijst. Cantiamo!

L’inno della Chiocciola
Luister naar Chiocciola

Viva, viva! Le nostre bandiere
alla gloria del sole innalziamo.
Sciogli al vento, o baldo alfiere
il vessillo dei nostri color.

Gloria a te, nostra Chiocciola bella:
di te parla, di Siena, la storia:
Sia benigna, a te sempre, la stella
e ti guidi a nuova vittoria!

Cinquantaquattreesimo palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

Suoni ovunque, di canti e di festa,
di San Marco il rione esultante;
dal tuo guscio solleva la testa
e gioisci del nostro gioir.

Rosso, giallo e celeste, i colori
del vessillo, a te dedicato,
son, per sempre, segnati nei cuori
di coloro che il cuore t’hanno dato.

Cinquantaquattreesimo Palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

A te, Chiocciola, noi solo pensiamo
quando in Piazza del Campo tu sei:
sol per te, sol per te trepidiamo
invocando vittoria per te.

Sulla pista vediamo un cavallo:
primo giungere, al traguardo, veloce.
E’ guarnito di rosso e di giallo:
il tuo nome gridiamo a gran voce!

Cinquantaquattreesimo Palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

innalzare (ver)heffen
il vento de wind
baldo overmoedig / driest
alfiere vaandrig
il vessillo vaandel / vlag
la storia de geschiedenis / het verhaal
benigna welwillend / gunstig
sempre altijd
la stella de ster
la vittoria de overwinning
abbiamo wij hebben
caro lief, geliefd
teniamo wij houden (vast)
avvicinarsi dichterbij komen
sessanta zestig
ovunque overal
il rione esultante de juichende / jubelende wijk
il guscio het huisje (van de slak)
la testa het hoofd
gioire zich verheugen / blij zijn
celeste hemelsblauw
dedicato opgedragen aan
il cuore het hart
coloro degenen
i colori de kleuren
pensiamo wij denken
quando wanneer
sol per te alleen voor jou
trepidiamo bezorgd zijn / inzitten (over)
invocare aanroepen
un cavallo een paard
giungere bereiken
veloce snel
guarnito versierd
la voce de stem
  • Share/Bookmark
Getagd met:
jul 15

Op de een of andere manier voel ik me in Italië altijd erg aangetrokken tot oude kloosters, en dan met name tot de mooie, verstilde kloostertuinen die in het hart van een kloostercomplex liggen. Begrijp me niet verkeerd, het is niet het leven binnen die muren dat me aantrekt – er is buiten die muren zo veel moois te zien en te beleven – maar de sfeer die in zo’n tuin heerst. Zelfs in de kloostertuinen in de centra van de meest drukke steden als Napels en Rome heerst een absolute rust, alleen verstoord door kwetterende vogeltjes en het geklater van een fontein.

Toen ik in Florence studeerde, bezocht ik ’s middags vaak met een paar medestudenten de kloostertuin van het San Marco-klooster. We zaten er, met onze rug tegen een eeuwenoude pilaar, te praten, Italiaanse werkwoorden te oefenen, huiswerk te maken of plannen voor het weekend te smeden. Af en toe schuifelde een monnik voorbij of stak een verdwaalde toerist zijn hoofd om de hoek. Opmerkelijk genoeg wisten de vele drommen toeristen die de fresco’s van Fra Angelico in het klooster kwamen bewonderen, de weg naar de kloostertuin vaak niet te vinden.

Sinds mijn studietijd in Florence heb ik in de tuinen van Italiaanse kloosters heel wat boeken gelezen en artikelen geschreven. In de tuin van het Santa Chiara klooster in Napels, op een steenworp afstand van de drukke Spaccanapoli, vergeet je dat je even daarvoor moest zigzaggen tussen drommen winkelende mensen en motorino’s. In het Chiostro di Bramante in Rome kun je in alle rust van een kopje koffie genieten, zoals ik op 3 februari al schreef.

Toen we gisteren in Siena aankwamen was het dan ook niet zo moeilijk te bedenken waar we zouden gaan slapen: in een klooster natuurlijk!

Op een paar honderd meter van het Piazza del Campo en de Duomo ligt het Chiostro del Carmine, dat reeds in de veertiende eeuw in gebruik was als klooster van de orde der karmelieten. Het klooster is na eeuwen intensief gebruik helemaal opgeknapt en omgebouwd tot een vakantieverblijf waar de sfeer van weleer nog tastbaar is. Zo is de ontbijtzaal gevestigd in de oude eetzaal van de monniken, is de oude kapel nog helemaal intact en heeft de oude kloostertuin niets aan sfeer ingeboet. Als je daar ’s ochtends met een kopje koffie zit wakker te worden en de klokken van de naastgelegen San Niccolò zich laten horen, kan de dag al niet meer stuk.

   

De kamers hebben overigens niets meer gemeen met de vroegere kloostercellen. Ze zijn heerlijk ruim, met een groot tweepersoonsbed (vaak met hemel) in het midden en een luxe badkamer. Bovendien beschikt elke kamer over een LCD televisie, een koelkast, een koffiehoekje, een kluisje, telefoon en internetverbinding. Het Chiostro del Carmine heeft trouwens ook een privéparkeerplaats, zeker geen overbodige luxe in het autowerende centrum van Siena.

Het Chiostro del Carmine ligt overigens in de Contrada della Chiocciola, de wijk van de slak. Zo net na de Palio zien we overal om ons heen dan ook nog de roodgele vlaggen wapperen, maar daarover morgen meer!

Ook logeren in het Chiostro del Carmine? Meer informatie vind je op www.chiostrodelcarmine.com

Il Chiostro del Carmine
Via della Diana, 4
53100 Siena
Tel +39 0577 223476
+39 0577 223885
Fax +39 0577 222556
info@chiostrodelcarmine.com

  • Share/Bookmark
preload preload preload