jan 27

Loes Janssen Miraglia geeft ons vandaag een verrukkelijk recept voor zelfgemaakte cannelloni op Siciliaanse wijze. Cannelloni komen oorspronkelijk uit Emilia-Romagna maar worden inmiddels in heel Italië bereid. De recepten verschillen sterk van elkaar, niet alleen per regio maar ook per huishouden. De betekenis van cannelloni in het Italiaans is letterlijk ‘grote pijpen’. Cannelloni zijn een gewaardeerde primo piatto waar ook Italiaanse kinderen (mijn zoontje vormt daarop geen uitzondering) dol op zijn. Cannelloni volgens onderstaand recept verschijnen op Sicilië met Kerst op tafel, maar smaken natuurlijk ook in januari heerlijk!

Ingrediënten
(voor 6 personen)

Deeg:
300 gram bloem
3 eieren
snufje zout
15 ml water

Vulling:
een halve ui
1 teentje knoflook
3 eetlepels olijfolie
dikke plak gekookte ham (circa 150 gram)
4 gekookte eieren
200 gram rundergehakt
100 gram gekookte erwten
zout en peper
8 eetlepels tomatensaus

50 gram geraspte pecorino (harde schapenkaas)
1 eetlepel broodkruim

Bereid het deeg: zeef de bloem en maak er een berg van met een kuiltje in het midden. Breek de eieren boven het kuiltje en klop ze met een vork los, waarbij de bloem vanuit de randen beetje bij beetje wordt meegeklopt. Voeg ook een snufje zout toe.

Kneed het deeg vervolgens circa 15 tot 20 minuten op een met bloem bestoven oppervlak totdat het soepel en elastisch is. Draai er een bal van en bedek deze met een schone theedoek of wikkel deze in plastic huishoudfolie en laat het circa 30 minuten rijzen.

Rol het deeg hierna met een deegroller uit op een met bloem bestoven werkvlak.* Rol vanuit het midden naar de buitenkant en draai het deeg steeds. Vouw het deeg dubbel als het een dikte heeft gekregen van circa 5 mm. Daarna begint het uitrollen weer van vooraf aan. Herhaal deze handelingen een keer of 8. De uiteindelijke lap deeg moet een dikte van 2,5 mm hebben.

Snijd de lappen pasta vervolgens in vierkanten van 10 bij 10 cm. Breng een royale hoeveelheid water met zout in een grote pan aan de kook. Kook de pastavellen, een paar per keer, al dente. Verwijder ze met een schuimspaan uit de pan, houd ze onder stromend koud water en leg ze op een schone theedoek te drogen. Bedek de lappen pasta met een extra theedoek om uitdroging aan de randen te voorkomen.

Warm de oven voor op 180 graden.

Bereid de vulling: hak de ui en knoflook fijn en fruit ze in olijfolie. Snijd de ham in blokjes en de eieren in plakjes. Voeg het gehakt, de ham, de erwten, de eieren, zout en peper aan de ui en knoflook toe. Bak alles enkele minuten op hoog vuur. Roer regelmatig en voeg dan de tomatensaus toe. Laat het geheel nog eens circa 5 minuten op hoog vuur staan (of totdat de tomatensaus voldoende is ingedikt) en schep regelmatig om.

Schep vervolgens een beetje van de vulling op elk vierkantje deeg en rol de cannelloni op. Leg ze in een ingevette ovenschaal. Strooi de kaas en het broodkruim erover en plaats de schaal circa 25 minuten in de oven. Dien het gerecht onmiddellijk op.

*verdeel het deeg eventueel in twee porties om het uitrollen te vergemakkelijken en herhaal bovenstaande instructies voor beide porties deeg

recept & foto: Loes Janssen Miraglia

dec 09

Vandaag verrast Loes Janssen Miraglia ons met een recept voor pasta met pesto uit Trapani. Loes: ‘Dit verrukkelijke gerecht komt uit Sicilië (waar mijn partner vandaan komt, waar wij een aantal jaren hebben gewoond en waar ook ons zoontje geboren is). Het is typerend voor de provincie Trapani (in het westen van het zonovergoten eiland).

Niets is met zekerheid te zeggen, maar hoogstwaarschijnlijk is deze pesto ontstaan nadat koopmannen uit het Noord-Italiaanse Genua, waar pesto op basis van basilicum en pijnboompitten oorspronkelijk vandaan komt, op hun zeereizen zijn neergestreken in het West-Siciliaanse Trapani. Tongstrelend deze versie met amandelen!’

Ingrediënten
(voor 4 personen)

4 teentjes knoflook
een bos verse basilicumblaadjes
4 rijpe, middelgrote tomaten
60 gram amandelen
100 ml olijfolie van de eerste persing
zout en peper
350 gram ‘busiate’ (bucatini)

Pel de knoflook en stamp de teentjes met de basilicum fijn in een vijzel.

Breng een middelgrote pan water aan de kook. Maak kruisvormige inkepingen aan de onderkant van de tomaten en blancheer ze circa 30 seconden in kokend water (totdat de schil aan de onderkant loslaat). Haal de tomaten met een schuimspaan uit het water, verwijder de schil en de zaden.

Blancheer de amandelen circa 30 seconden in kokend water, verwijder de vliezen en hak ze vervolgens fijn. Voeg de tomaten, de olijfolie, het zout en de peper en de amandelen toe aan de knoflook en basilicum in de vijzel en wrijf alle ingrediënten net zo lang totdat een egale pesto ontstaan is.

Kook de pasta al dente. Giet de pasta af en roer de pesto erdoorheen. Serveer het gerecht onmiddellijk.

© recept en foto: Loes Janssen Miraglia, uit haar succesvolle kookboek Sicilicious

okt 31

Ondanks het feit dat afgelopen weekend de wintertijd is ingegaan, wil ik jullie vandaag een heerlijk zonnig recept voorschotelen voor een taart waarmee ik vorige week werd verrast naar aanleiding van het nieuws dat er een boek van Ciao tutti gaat komen. Twee bloglezers-van-het-eerste-uur maakten namelijk een heel speciale Ciao tutti-taart:

Het recept voor deze taart is het ietsiepietsie aangepaste recept voor crostata alla marmellata di arance, oftewel sinaasappelmarmeladetaart, uit het kookboek Lente in Sicilië, dat overigens onlangs werd genomineerd als Kookboek van het Jaar. Een dubbele reden om deze prachttaart te maken en op te eten!

De jury roemt vooral de uitstraling van het boek en de prachtige verhalen: ‘Je komt helemaal in vakantiesfeer door de uitstraling van dit kookboek. Door de prachtige verhalen wil je meteen naar Sicilie afreizen om met eigen ogen de schoonheid van Sicilië te ontdekken, de heerlijke geuren op te snuiven en te proeven van wat het eiland te bieden heeft. Een reisboek mét recepten!’

Je krijgt tijdens het doorbladeren van dit kleurrijke boek inderdaad meer dan zin om Sicilië te zien, te ruiken, te beleven en te proeven! Gelukkig kun je met de recepten de heerlijke smaak van het eiland gemakkelijk in huis halen. Wat denk je bijvoorbeeld van arancine (rijstballetjes), gevulde tomaten, tonijnpaté en cassata?

Wil je kans maken op dit kookboek-dat-je-gewoon-moet-hebben, breng dan je stem voor de Gouden Garde Publieksprijs uit op Lente In Sicilië. Dat kan via deze link. Na het uitbrengen van je stem krijg je een e-mail met de bevestiging van je stem op Lente in Sicilië. Als je deze mail naar winnen@ciaotutti.nl stuurt, maak je kans op een exemplaar. Doen dus!

Maar eerst zoals beloofd het recept voor de sinaasappelmarmeladetaart!

Ingrediënten
(voor 6 personen)

250 g bittere marmelade van goede kwaliteit (zelfgemaakte is het beste)
200 g ongebleekte bloem
100 g boter op kamertemperatuur
3 biologische eidooiers
50 g fijne suiker
snufje zout
rasp van 1 biologische citroen

Maak het deeg door alle ingrediënten in de keukenmachine snel met de pulseknop te mengen. Maak er, zodra het een samenhangend deeg is, een bal van en laat deze 30 minuten in de koelkast rusten.

Verwarm de oven voor op 200°C. Beboter een taartvorm. Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad en houd een beetje achter om mee te garneren. Leg het deeg in de bakvorm en snijd het langs de rand netjes.

Verdeel de marmelade over de bodem. Maak van de rest van het deeg mooie decoraties (sierlijke reepjes of – zoals bij de Ciao tutti-taart een leuke tekst) en schik die over de marmelade. Bak 20 tot 25 minuten op de onderste richel van de oven.

Buon appetito!

Meer Siciliaanse heerlijkheden vind je in

Lente in Sicilië
Manuela Darling-Gansser & Simon Griffiths
ISBN 9789077740804
€ 29,95
uitgeverij De Boekenmakers i.s.m. Edicola Publishing

okt 22

Pasta alla Norma, zo vertelt Loes Janssen Miraglia, is hét gerecht van de Siciliaanse stad Catania (aan de voet van de Etna). Er doen twee verhalen de ronde over de herkomst van de naam van dit pastagerecht.

Muziekminnaars zijn van mening dat de in Catania geboren componist Vincenzo Bellini (1801) als hommage de benaming van een speciaal gerecht verdient bij de première van zijn achtste opera Norma. Op het moment dat deze opera in 1831 in Milaan het levenslicht ziet, wordt in Catania de Pasta alla Norma geboren. Het raffinement van Bellini’s opera is vertaald naar een gerecht.

Begin deze eeuw organiseert de Catanese acteur Angelo Musco een artiestenlunch bij hem thuis. In het gezelschap bevindt zich de eveneens Catanese scenarioschrijver Nino Martoglio. Als deze de smakelijke spaghetti met tomatensaus, gezouten ricotta-kaas en gebakken aubergine proeft, roept hij uit: ‘Maar dit is een echte Norma!’ Waarmee hij bedoelde dat het pastagerecht zinnenstrelend is, net als Bellini’s sublieme melodrama.

Ingrediënten
4 personen

1 aubergine
zout
500 gram rijpe tomaten of 400 gram tomatenpulp uit blik
2 teentjes knoflook
olijfolie
300-350 gram spaghetti
70 gram geraspte ricotta salata (eventueel te vervangen door Parmezaanse kaas)
basilicumblaadjes

Bereidingstijd
30-60 minuten (waarvan 30 min weken)

Snijd de aubergine in plakken van een halve centimeter. Meestal worden de plakken in de lengte gesneden, soms ook in de breedte. Week de aubergines 30 minuten in water met zout.

Breng een royale hoeveelheid water aan de kook.  Verwijder het kroontje van elke tomaat en maak een kruisvormige inkeping aan de onderkant van de vruchten. Blancheer de tomaten circa 30 seconden in kokend water totdat de schil aan de onderkant loslaat. Haal de tomaten met een schuimspaan uit het water, droog ze af, verwijder de schil en de zaden en snijd het tomatenvlees in stukjes.

Kneus de knoflook en fruit de tenen op laag vuur in een diepe pan met olijfolie totdat ze goudbruin zijn. Verwijder de knoflook, voeg de tomaten toe en laat ze 30 minuten op laag vuur sudderen. Voeg na 25 minuten een snufje zout toe.

Droog de plakken aubergine met keukenpapier en frituur ze vervolgens op hoog vuur in olijfolie totdat ze goudbruin zijn. Leg ze tussen vellen keukenpapier zodat de overtollige olie geabsorbeerd wordt.

Kook de spaghetti al dente in gezouten water. Giet de pasta af en meng hem met de tomatensaus in een pan. Schep het gerecht op voorverwarmde, diepe borden en verdeel de plakken aubergine erover.

Besprenkel het gerecht met geraspte kaas en blaadjes basilicum. Het is de kunst om het gerecht zo op te maken dat de vorm (en het vuur en de lava) van de Etna erin terug te zien zijn.

Recept & foto: Loes Janssen Miraglia

Het recept is afkomstig uit Loes’ eerste kookboek, Sicilicious. Hierin brengt Loes de veelzijdige Siciliaanse keuken, die ruim vijfentwintig eeuwen oud is, in kaart aan de hand van authentieke, streekgebonden recepten, informatie over regionale producten en mythologische, cultuurhistorische, religieuze en folkloristische verhalen.

De Siciliaanse keuken, met Griekse, Romeinse, Arabische, Spaanse en Scandinavische invloeden, is een gevarieerde keuken van tegenstellingen. Eenvoudige boerengerechten als matarocco (West-Siciliaanse gazpacho) staan tegenover de aristocratische overdaad van timballo di maccheroni (macaronipastei). Eeuwenoude recepten als maccu (tuinbonenpuree), pasta con le sarde (pasta met sardines uit de tijd van de Arabische overheersing) worden afgewisseld met modernere recepten als risotto con le fragole (aardbeienrisotto). Uiteraard biedt Sicilicious ook vele authentieke Siciliaanse familierecepten.

Sicilicious
Loes Janssen Miraglia
ISBN 9789061129387
€ 29,95
Karakter Uitgevers

jul 04

Voor het zomernummer van De Smaak van Italië interviewde ik Giuseppina Torregrossa, van wie in augustus het nieuwe boek verschijnt, met de heerlijke titel De proefster. Over het interview kan ik natuurlijk nog niet veel verklappen, daarvoor moeten jullie maar even in de nieuwe Smaak duiken, maar ik mag jullie van uitgeverij Orlando wel alvast – letterlijk – een voorproefje geven van deze heerlijke roman!

De hoofdpersoon van De proefster is de Siciliaanse Anciluzza. Wanneer haar echtgenoot ervandoor gaat, blijft zij achter met twee kleine kinderen. Ze gooit noodgedwongen het roer om en begint, om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien, een winkeltje met typisch Siciliaanse producten. In de ruimte achter de winkel kookt ze vissoep, kneedt ze het deeg voor ricottataartjes, laat ze de blanc-manger met amandelen inkoken en frituurt ze aubergines voor de ratatouille.

Anciluzza verwelkomt dorpsbewoners en toeristen in haar winkel en ze stilt hun honger, in alle opzichten. Zo ontdekt onze hartstochtelijke winkelierster zowel voor als achter de toonbank de smaak van heerlijke, vluchtige liefde. De proefster is een gulzige en licht verteerbare Italiaanse roman, zoet als vijgen en fris als munt.

‘Vandaag waait de sirocco; rukwinden gaan tekeer, de zon brandt zo fel dat hij bijna alle schaduw verdrijft. Op het heetst van de dag zit ik in de winkel terwijl de ventilator ronddraait, en ik vraag me af hoe ik iets uit mijn handen kan krijgen met deze temperaturen. Absolute stilte, niemand in de buurt; zelfs de honden zijn bevangen door de hitte en rennen niet meer rond, maar liggen in de schaduw van de dokterspost te dutten.

Het lijkt of er iemand binnen is gekomen omdat het licht in de winkel minder fel wordt. Maar dat is schijn. Ik ben een beetje soezerig, zit met mijn hoofd tegen de toonbank geleund en de zweem van caponata die uit het restaurant komt, doet me eraan denken dat ik nog niet gegeten heb. Ik sta op en de schijn blijkt toch werkelijkheid: nee, ik ben niet alleen.

Tussen de dubbele, half openstaande winkeldeuren staat een grote man met een huid die zo gebruind is als een aubergineschil, zo glad en glanzend dat hij eruitziet als een olijf in zout water, en er hangt een geur van tomatensaus en zoetzuur om hem heen. Mijn benen worden week. De sirocco haalt rare grappen met me uit, denk ik, maar ik heb het me niet ingebeeld, hij is echt, zoals hij daar wijdbeens midden in de ruimte staat met zijn sterke voeten in leren sandalen, zijn lichte nagels scherp afgetekend tegen zijn donkere huid. De man heeft witte tanden en zwarte ogen die me verslinden, en ik zou wel een hapje van hem willen proeven, net als van de caponata die ik van plan ben te maken.

‘Wat wilt u drinken, of hebt u misschien honger?’ vraag ik zacht.
‘Wat jij wilt,’ antwoordt hij.
Dan neem ik hem mee naar de keuken, maar eerst doe ik de winkel op slot en hang het bordje ben even aan het lunchen op de deur, wat trouwens nog waar is ook. Ik begin rustig te koken en weet goddank zeker dat de dorpelingen, lamlendig door deze hitte, geen zin hebben de straat op te gaan en dat het bordje op de deur ze hoe dan ook op afstand houdt.

Ik ben goed in de keuken, ik kan van niets in een oogwenk iets lekkers maken waarvan de mensen steil achterover slaan. Ik besluit dat het caponata was waar ik trek in had, en dat het dus caponata zal worden ook.

Een beginneling zou er drie uur voor nodig hebben, maar ik niet, ik ben gewend om voor de kinderen, mijn echtgenoot en de hele familie te koken. Bovendien houd ik van koken; het geeft me een machtig en belangrijk gevoel.

Ik laat hem lekker zitten op een bamboe leunstoel die Fifidda op een of andere marktje op de kop heeft getikt. Hamed heet hij. Dat vraag ik hem niet, hij fluistert het me toe. Die witte tanden… Mijn blik glijdt steeds weer naar zijn mond en ik zou weleens willen weten hoe het is, na al die tijd zonder man! Nou ja, niet dat ik een excuus nodig heb, maar ik ben jong en Hamed is een stuk dat je niet gauw tegen het lijf loopt. Ik zou nooit naar hem op zoek gaan, maar hij is hier verzeild geraakt en ik ben alleen, ik doe er toch niemand kwaad mee als er bepaalde gedachten door mijn hoofd – en door mijn benen – gaan? Trouwens, misschien gebeurt er wel niets en blijf ik rein en kuis, zoals de pastoor graag zou zien. Ik kan me niet concentreren. Het is beter dat ik niet kijk, maar ik heb ineens ontzettende trek. In eten? Ach welnee, in hem!

Ik snijd de aubergine in blokjes en doe die in een kom met water en zout, een flinke portie, want ik heb echt honger. Bovendien is caponata altijd nog lekkerder als hij een dag heeft gestaan.’

Voor iedereen die nu zin heeft gekregen in deze heerlijke Siciliaanse ratatouille, het originele recept uit De proefster:

4 aubergines
4 grote rode, rijpe tomaten
100 gram groene olijven zonder pit
1 eetlepel gezouten kappertjes
1 selderijhart met de bladeren eraan
1 grote ui
extra vergine olijfolie
witte azijn
suiker
peper en zout
basilicum
1 theelepel gehakte amandelen

Was de aubergines, snijd ze in blokjes, bestrooi ze met zout en laat ze ongeveer een uur rusten zodat ze hun vocht en hun bittere smaak kwijtraken. Dep ze goed droog alvorens ze te frituren.

Ontvel de tomaten, snijd ze, verwijder de pitjes en bak ze in een beetje olie tot er een dikke saus ontstaat.

Fruit de gesneden ui en selderij in een ruime hoeveelheid olie in een braadpan. Voeg de kappertjes en de olijven toe, en na een minuut ook de tomatensaus. Breng op smaak met peper en zout en laat een minuut of tien pruttelen. Schenk er een glas azijn met een eetlepel suiker bij en laat het gedeeltelijk inkoken; voeg dan de aubergine toe en haal de pan van het vuur.

Schep op een bord en laat afkoelen. Strooi het amandelhaksel eroverheen en garneer met basilicum.

De proefster
Giuseppina Torregrossa
vertaald door Saskia Peterson-Kotte
ISBN 9789022959978
€ 18,95
uitgeverij Orlando

jul 01

Vandaag is het dan eindelijk zover: het extra dikke zomernummer van De Smaak van Italië, waaraan mijn collega’s en ik de afgelopen weken hebben gewerkt, ligt in de winkel! Eindelijk mogen we verklappen waar we al die tijd mee bezig waren, eindelijk mogen we laten zien wat voor moois er allemaal te zien en te lezen valt in deze zonnige editie!

De eerste redactievergadering over dit zomernummer begon twee maanden geleden eigenlijk direct al met een dilemma. Zoals Marcel Molenbeek, de uitgever, al in zijn voorwoord vermeldt, was het voor ons een hele uitdaging om voor alle onderwerpen die we jullie wilden voorschotelen binnen de beschikbare pagina’s een goede plek te vinden: ‘Voor al dat moois leek De Smaak van Italië al snel een maatje te klein. Dat onze redactie creatief is, is me inmiddels duidelijk – alleen pakte dat voor mij, als uitgever, dit keer verkeerd uit. Anders dan de naam van mijn functie doet vermoeden, probeer ik juist de kosten in bedwang te houden, hetgeen me, niet tot ieders plezier en genoegen, in de loop der jaren steeds beter afgaat.

Maar het redactionele aanbod van al dat moois leidde tot de uitzondering die de regel bevestigt: met 24 pagina’s extra is dit een zomernummer in XL-formaat! En zeg nu zelf: deze Smaak met een maatje meer is toch een echt zomernummer geworden waar niet alleen de zon maar ook het zoute water van afspat!’

Wat heeft de nieuwe Smaak zoal voor jullie in petto?

De mooiste stranden van Italië
Zon, zee… en strand! Voor velen is het vakantiegevoel pas compleet als ze de zandkorrels tussen hun tenen voelen en de eerste zeelucht opsnuiven. Italië is – met bijna 8000 kilometer kustlijn – het ideale land voor strandliefhebbers en zonaanbidders. Die lange kuststrook maakt het alleen wel moeilijk kiezen… Om je op weg te helpen zocht de Smaakredactie de absolute pareltjes voor je uit. Andiamo al mare!

Chiavari – schitterend pronkstuk aan de Ligurische kust
De Italiaanse rivièra is een walhalla voor aanbidders van zon, zee en strand. Er zijn badplaatsen te over aan deze smalle, groene kuststrook, allemaal even verfijnd. Maar een pot nat, dat zijn ze allerminst! Neem nu Chiavari. Wie van antiek en bijzonder huisraad houdt, staat hier een hoop verrassingen te wachten.

Chiavari heeft een eersterangs positie aan de Golf van Tigullio aan de Ligurische kust. Het ligt maar een paar kilometer van de befaamde badplaats Portofino aan de ene en de Cinque Terre aan de andere kant. Met in het achterland een zacht glooiend heuvellandschap, kijkt Chiavari uit op een helderblauwe zee waar vissersboten en plezierjachten af en aan varen. De boulevard ligt er uitnodigend bij met zijn felgekleurde huizen.

Het hart van Chiavari wordt gevormd door Piazza Mazzini. ’s Morgens, als de groente- en fruitmarkt wordt gehouden, is het hier een drukte van belang. Vanaf dit plein strekt zich een aangenaam voetgangersgebied uit met chique boetiekjes, barretjes en restaurants. Vis is in deze kustplaats natuurlijk niet van de menukaart weg te denken. Het is heerlijk om Chiavari te voet te verkennen en te wandelen langs de lanen die omzoomd zijn met palmbomen, oleanders en sinaasappelbomen. De Smaak neemt je mee naar de mooiste plekken in dit havenstadje!

Bergamo – Tussen berg en dal
Bergen en valleien, middeleeuwse plaatsjes en trendy winkelgebieden: in Lombardije vind je het allemaal. Toch is er maar één plek in deze regio waar dit alles echt bij elkaar komt. Die plek is Bergamo. Hier gaan alle kwaliteiten van de regio moeiteloos in elkaar op.

Bergamo is het hart van Lombardije, een stad vol contrasten. Met uitzicht op de bergen in het noorden en valleien in het zuiden heeft Bergamo een fantastische ligging. Deze stad, op slechts veertig kilometer ten oosten van Milaan, bestaat eigenlijk uit twee steden. De Città Bassa ligt in een dal en vormt het moderne Bergamo met zijn brede lanen en trendy winkels. De oude kern, de Città Alta, met middeleeuwse steegjes en karakteristieke torentjes ligt bovenop een heuvel en is omringd door een dikke vestingmuur.

Italiaanse zomerlunch – Recepten voor een Siciliaanse zomer
Evenals haar landschap heeft de keuken van Sicilië ook een eigen karakter en een bijzondere variëteit. Tijdens een Siciliaanse reis ontdekte Manuela Darling-Gansser, geboren in Lugano, de culinaire rijkdom van het eiland. Geïnspireerd door familietradities kookt zij al heel haar leven met passie. Het liefst voor de hele familie, en het liefst buiten: ‘Voor het huis is een breed terras dat uitkijkt over de tuin met uitzicht over de haven erachter. Op het terras, in de schaduw van een met blauweregen begroeide pergola, staat een lange eettafel. Wanneer het maar mogelijk is, eten we daar. We hebben vooral een traditie van zondagse familielunches.’

Voor de lezers van De Smaak van Italië onthulde Manuela een aantal van haar favoriete recepten. Alle recepten staan in het pas verschenen kookboek Lente in Sicilië, dat je nu cadeau krijgt als je een abonnement neemt. Op Ciao tutti schreef ik al eerder over dit prachtige kookboek, en gaf ik het recept voor gevulde koekjes van Lipari.

Thuis in Umbrië – Vijf Nederlandse vriendinnen in Perugia
Carla, Aafke, Caroline, Dorrie en Willemijn. Vijf Nederlandse vrouwen in Perugia. Ze hebben allemaal een eigen zaak en werken hard aan hun ‘Italian way of live’. Regelmatig spreken ze samen af. Dan wordt er gelachen, gedronken en gepraat. Vooral over de Italianen, want wie anders dan je Nederlandse vriendinnen begrijpen de rariteiten van de Italiaan? De Smaak van Italië ging een dag met hen op stap en leerde hen een voor een kennen.

De vriendinnen spreken af bij hun favoriete restaurant L’Officina. Het restaurant ligt in de wijk Borgo XX Giugno (‘Borgo Bello’ genoemd door locals). Een populaire wijk bij de bewoners van Perugia, omdat je hier met de auto kunt komen. Italianen lopen liever niet. De dames worden enthousiast verwelkomd door de kok, waarna we plaatsnemen aan een lange tafel. De wijn wordt ontkurkt, de grissini gegeten en de gesprekken komen op gang. ‘Het is nooit ons idee geweest om een vriendinnenclub bestaande uit Nederlandse vrouwen op te richten,’ vertelt Willemijn. ‘We kwamen elkaar toevallig een voor een tegen.’

Nog meer Italië
In deze zomerse editie vind je natuurlijk nog veel meer Italiaanse inspiratie dan ik hier vandaag noem. Wat dacht je bijvoorbeeld van het Italië van Anna Drijver, 24 uur in Venetië, het verhaal achter Oliviero Toscani, de fotograaf van de Benetton-campagnes, de 55 Italiaan-ste boeken voor op vakantie, een extra lang leesverhaal uit het boek Italië voorgoed, de column van Martin Simek over hindernissen, een interview met Giuseppina Torregrossa over haar nieuwe culinaire roman (waarover binnenkort meer) en, als uitsmijter, de uitslag van de grote Italiaanse ijs-test die we op touw hebben gezet.

Van Joure tot Maastricht, van Roosendaal tot Groningen; met de hele redactie hebben we het aanbod van de Italiaanse ijssalons in Nederland geproefd en beoordeeld. Trots presenteren we in de zomerse Smaak de winnende ijssalons, waar je volgens ons de échte smaak van Italië proeft! Over hoe die ijstest in zijn werk ging, vertel ik jullie morgen meer!

Getagd met:
apr 26

Op 3 april nam ik jullie mee op sleeptouw door Palermo. Een van de lezers noemde toen in haar reactie al de naam van de heilige Rosalia, de patroonheilige van de stad. Het toeval wilde dat ik een paar dagen later een boek in handen kreeg dat begint met een lofzang op Rosalia:

‘Rosalia. Rosa en lia. Rosa die benevelde, rosa die verbijsterde, rosa die roofde, mijn zinnen zijn ontzind. Rosa die geen roos is, rosa die doornappel is, jasmijn, elfrank en bitterzoet; rosa die pomelia is, magnolia, petunia en gardenia. Dan zonsondergang, en bij avondstond, als de opalen bol aan het zwerk verschijnt, de lucht niet langer zengt, daalt genadig koelte neer en overschrijdt een bries van zee het glinting, strijkt langs palmen en pilaren van het klooster in clausuur, vangt, omvangt, verstuift lichte odeuren, sublieme aromen, droesige balsemgeuren. Rosa, ze stak, wee!, met haar giftige doorn recht in mijn hart.

Lia die mij liasseerde als ceder en citroen de lippen, liane van smarten, eeuwige keten, bedwelmende libatie, betoverende likeur, dodelijke drank, liefde die mijn lichaam delgde, lelie van de limbus die ik godinne waande, lint dat mij omslingerde en verstikte, slangetong, vergif deed je me slikken, fiere liebaard, lipide van mijn ziel, zwarte liquor, pek waarin ik, wee mij verdoemde!, reddeloos ten onder ging. Kroon van vreugd en kwelling, slang die in haar staart bijt, slinger zonder begin en eind, rozenkrans van vervoering, verdorven referein, donkere afgrond, put van lusteloosheid, blinde doling, ledige nacht zonder licht, Rosalia, mijn bloed, mijn kwelgeest, waar ben je?’

Aldus de eerste regels van Retabel – Siciliaanse passies van Vincenzo Consolo. Een lofzang op de liefde, zowel de hoofse als de aardse. Een jonge monnik, Isidoro, vlucht uit het klooster vanwege zijn hartstochtelijke liefde voor de schone Rosalia. Hij komt in dienst bij een Milanese edelman, Fabrizio Clerici, die een rondreis over Sicilië maakt om zijn liefdesverdriet te vergeten.

Tijdens hun tocht door het adembenemende landschap met talrijke resten uit de Oudheid, maar waar het ook wemelt van de struikrovers, vertellen de reisgenoten elkaar – en de lezer – hun levensverhalen. In de zijpanelen (retabel betekent namelijk altaarstuk) lees je de hartverscheurende lamentaties van Isidoro en Rosalia, in het middenpaneel dat van Fabrizio Clerici.

Retabel is het eerste boek van uitgeverij Novecento, die waardevolle boeken uit wil geven die in de vergetelheid zijn geraakt, niet meer in de handel zijn of zelfs nooit in het Nederlands zijn verschenen. Novecento richt zich vooral op boeken die in het begin van de twintigste eeuw geschreven of gepubliceerd zijn. Bij het literaire werk dat Novecento zal gaan uitgeven ligt de nadruk op romans waarin vorm en taal minstens zo belangrijk zijn als het verhaal zelf.

Met Vincenzo Consolo’s Retabel heeft Novecento in elk geval een schitterende aftrap gegeven van dit streven. Consolo, die in 1933 op Sicilië is geboren, wordt gezien als een van de grootste Siciliaanse schrijvers van de twintigste eeuw. In 1992 won hij de Premio Strega, de meest prestigieuze Italiaanse literatuurprijs. Zijn romans zijn al in veel landen vertaald, maar dit is de allereerste Nederlandse vertaling van een werk van Consolo.

Consolo is een taalvirtuoos, hetgeen het voor vertaalster Pietha de Voogd niet altijd even makkelijk maakte om de tekst naar het Nederlands om te zetten. De Voogd vertaalde eerder De naam van de Roos (Umberto Eco) en De eenzaamheid van de priemgetallen (Paolo Giordano), maar Retabel beschouwt ze als het mooiste en moeilijkste werk dat ze ooit vertaald heeft.

Aangezien ik zelf ook wel wat Italiaanse vertalingen gemaakt heb, kan ik me daar wel een voorstelling bij maken. Zo schrijft Pietha de Voogd in de verantwoording achter in het boek dat ze een aantal dagen met Consolo heeft doorgebracht om verschillende stijlkwesties met hem te bespreken. ‘Zijn literaire prioriteiten zijn duidelijk: ritme, klank, rijm, stilistische kunstjes, veel dubbele betekenissen (vaak verwijzend naar de Italiaanse politiek of cultuur) en contrasten, uitvergrote beelden als het ware, die een zuinige Nederlander misschien overdrijvingen zou noemen.’

Pietha de Voogd heeft geprobeerd om het Nederlands in dezelfde geest op te tekenen. ‘De zinslengte van het Italiaans is strikt gehandhaafd, omdat die naar mijn mening een hoofdbestanddeel is van de ‘adem’, het ritme van het verhaal. Ik ben me ervan bewust dat deze roman van Nederlanders misschien meer inspanning vergt dan van Italianen, gewend als zij zijn aan rijk taalgebruik. Ritme en klank, de muziek, spelen een hoofdrol. Daarom heb ik de betekenis van een woord er soms ondergeschikt aan gemaakt.

Vooral de eerste bladzijde (waar ook bovenstaand fragment uit afkomstig is) illustreert dit. De genoemde planten zijn gekozen om de klank en het ritme van hun naam, ofschoon ze wel allemaal, net als in het origineel, lid zijn van de – giftige – familie der nachtschaden. Het spel met de naam Rosalia vergde soortgelijke ingrepen: het ritme is dat van de rozenkrans (Isidoro is immers een gewezen monnik), de woorden beginnend met lia staan in alfabetische volgorde, het Italiaans telt immers ook veel alliteratie en beginrijm.’

Dit alles maakt Retabel tot een ode aan de rijkdom van de Italiaanse taal, aan het prachtige ritme van de woorden die Consolo zo zorgvuldig optekende en die je er als het ware nog doorheen gefluisterd hoort. Iedereen die de Italiaanse taal een warm hart toedraagt zal hiervan genieten, van elke zin opnieuw. Laten we hopen dat Retabel een succes wordt, zodat uitgeverij Novecento snel weer zo’n pareltje kan laten vertalen!

Retabel – Siciliaanse passies
Vincenzo Consolo
vertaald door Pietha de Voogd
ISBN 9789491126017
€ 17,50
uitgeverij Novecento | www.novecento-press.nl

Getagd met:
apr 25

In het kook/leesboek De Siciliaanse keuken van Mary Taylor Simeti, dat ik 19 april al noemde, staat het paasmenu van jonge aristocraten die in het klooster van San Michele Arcangelo in Troina werden opgeleid:

Antipasto del monastero en biancomangiare
Pasta di sostanza
Timbalen
Gebraden kip
Varkenskarbonaden
Farsumagru (rollade)
Wild (haas, konijn, houtduif)
Gevulde cantharellen
Sfinci (oliebollen)
Schiumone (ijsbombe)
Gebak
Likeuren
Koffie

De auteur vertelt: ‘Dit menu is interessant, zowel omdat het betrekkelijk modern is (het dateert van rond 1800) alsook omdat het uit een klooster komt dat hoog in de bergen lag. Het huisvestte waarschijnlijk geen leerlingen van de grote adellijke families in Catania en Palermo, maar eerder de zoons van de lagere plattelandsaristocratie. De gerechten moeten behoord hebben tot de achttiende-eeuwse cucina baronale, waarop de Franse mode nog betrekkelijk weinig invloed had.

Het valt niet te achterhalen wat die ‘antipasto van het klooster’ geweest kan zijn, maar biancomangiare was al eeuwenlang favoriet bij de Sicilianen. Pudding van rijstmeel en andere vormen van zetmeel waren tijdens de Middeleeuwen al heel populair, en het is niet onwaarschijnlijk dat dit gerecht via de Arabieren op Sicilië terecht is gekomen. Tegenwoordig wordt het ook vaak gemaakt als vulling voor gebak, maar het kan ook nog steeds als afzonderlijk gerecht gegeten worden, net als in de Renaissance. De versie die de jonge leerlingen in het klooster van San Michele kregen voorgezet, verschilde waarschijnlijk weinig van de vijftiende-eeuwse versie waarvan Platina in zijn Il piacere onesto e la buona salute in 1474 het recept gaf:

Los voor tien personen gemalen amandelen op in vette kalfs- of kippenbouillon. Werk ze door een zeef en giet ze in een pan met twee ounce rijstmeel. Kook het een halfuur op laag vuur en roer het goed door, zodat het niet aanbrandt. Voeg een half pond suiker en een gekookte en fijngewreven kapoenborst toe. Laat alles gaar worden, voeg rozenwater toe, schep het direct op de borden en bestrooi het met zoete specerijen in poedervorm. Dit is een heel voedzaam gerecht, maar het verteert langzaam en ligt zwaar op de maag.

Er bestond ook een versie voor de vasten, met vis- in plaats van kippenbouillon, maar geen van die versies bestaat nog – misschien terecht. De moderne biancomangiare is puur zoet en wordt in en om Ragusa nog steeds met echte amandelmelk gemaakt.

Amandelmelk wordt gemaakt door gemalen en fijngewreven amandelen in een katoenen zak te doen en een uur in koud water te weken. Wring ze uit en week ze telkens opnieuw totdat alle essentie van de noten zich in de vorm van mooie witte wolkenslierten in het water bevindt. Het lijkt op een hemel van Tintoretto. In Italië zijn gecondenseerde siropen en pasta’s voor het maken van latte di mandorle te koop (het merk Saba is uitstekend), maar het is ook zelf te maken van 250 gram geblancheerde amandelen, 1 liter water en 250 gram suiker. De amandelen moeten zo vers mogelijk zijn.’

Voor deze zoete biancomangiare di mandorle, oftewel amandelpudding, heb je (voor 8 personen) de volgende ingrediënten nodig:

100 gram maïszetmeel
1 liter amandelmelk
120 gram suiker
kaneel (naar keuze)
50 gram pure chocolade (naar keuze)
1 eetlepel geroosterde amandelen (naar keuze)
1 eetlepel gepelde pistachenootjes (naar keuze)

Los de maïszetmeel op in een beetje koude amandelmelk. Schenk dit in een pannetje, zet het op het vuur, voeg de suiker en de resterende amandelmelk toe en roer alles goed door elkaar. Laat het mengsel op middelmatig vuur indikken, schenk het vervolgens in een schaaltje en laat opstijven. Bestrooi de pudding eventueel met een beetje kaneel en garneer, als je dat lekker vindt, met geschaafde pure chocolade, fijngehakte amandelen en/of pistachenootjes.

Van Sicilianen die aan de andere kant van het eiland wonen, hoorde ik dat de amandelmelk ook vaak gekookt wordt met een beetje jasmijn en citroenblaadjes, waardoor het gerecht een zeer verfijnde geur krijgt. Buon appetito!

Getagd met:
apr 21

Nu ik twee dagen lang sinaasappels heb betast, geschild, geraspt, geperst en geproefd, kan ik bijna niet meer zonder de geur van deze heerlijke vrucht, die je vol, sappig en zomers omhult en een enorme levenslust geeft. De geur van Siciliaanse sinaasappels die ’s ochtends vroeg de kamer binnenwaait of die je tijdens het koken zo lekker kan opsnuiven, die zou je eigenlijk in een flesje moeten kunnen doen en als souvenir mee moeten kunnen nemen voor druilerige dagen. Even het dopje eraf en je bent weer terug op Sicilië…

Gelukkig was ik niet de eerste die bedacht dat zo’n flesje vol sinaasappels een goede remedie zou zijn tegen heimwee naar het zuiden van Italië. Enzo Galardi, de kleinzoon van Guido Galardi, heeft de geur van het Siciliaanse citrusfruit weten te vangen in zijn flesjes Agrumi Amari di Sicilia.

De geur roept direct herinneringen op aan een frisse, heldere zomerdag. Dankzij de concentratie van citrusfruit in de topnoot van het parfum wordt de geur niet zwaar, maar zwiert het parfum luchtig om je heen. Het hart ontvouwt een keur aan zomerse bloemen, maar de citrusvruchten – en de frisheid daarvan – blijven de boventoon voeren.

Enzo Galardi heeft met deze geur een nieuwe betekenis gegeven aan de geur van citrusfruit. Hij heeft veel verstand van geuren, hetgeen niet verwonderlijk is met een grootvader die als sinds 1920 parfums maakt.

In dat jaar richt Guido Galardi in Florence BOIS1920 op, waarbij BOIS staat voor BOttega Italiana Spigo. In het eerste jaar begint Guido voorzichtig met experimenteren. Voor zijn eerste geur verzamelt hij de lavendel die groeit in de velden op de heuvels rondom Florence, en sindsdien wordt elke geur gekenmerkt door een eigen, natuurlijk ingrediënt: naast lavendel gebruikt hij bijvoorbeeld ook amber, patchouly en sandelhout.

Guido geeft zijn gevoel voor geuren en vakmanschap door aan zijn kleinzoon Enzo, die al op jonge leeftijd leert experimenteren met geuren. Als Enzo dertien jaar is, ontmoet hij zelfs al regelmatig talrijke grote geurexperts. Hij treedt dan ook zodra school het toelaat in de voetsporen van zijn opa. In 2005 creëert hij, ter ere van zijn grootvader Guido, de collectie BOIS 1920. Hij vertaalt de originele formules die Guido in 1920 gebruikte naar onze tijd. Net als zijn opa gebruikt hij voor de samenstelling uitsluitend de fijnste en puurste grondstoffen.

De collectie van BOIS1920 bestaat nu uit 13 verfijnde en unieke parfums, allemaal even intrigerend en – ook niet onbelangrijk – in een oogstrelende verpakking. De collectie bestaat uit de lijnen Tradizionali (traditioneel), Classici (klassiek), Orientali (oosters) en I Preziosi (De kostbaren). Alleen de namen van de verschillende geuren brengen je al in vervoering. Wat denk je, naast Agrumi Amari di Sicilia (bittere citrusvruchten van Sicilië), bijvoorbeeld van Come la Luna (zoals de maan) of Vento di Fiori (wind van de bloemen)… Alleen om de naam al zou je je de hele dag met zo’n geur willen omringen!

De I Preziosi-parfums zijn bovendien verpakt in een met de hand vergulde glazen flacon voorzien van een dop van verguld edelhout. De bijzondere vorm en het licht dat vrij spel krijgt in het glas, dat is vervaardigd door een meester-glasblazer, maken van elk flesje parfum een exclusief juweel. Het glas reflecteert en speelt met het licht dat de geur omhelst. De dop harmonieert moeiteloos met de flacon. Hij is gemaakt van edelhout en  het logo van BOIS 1920 is er met de hand ingegraveerd.

De ambitie van Enzo Galardi om door te kunnen dringen in de mysterieuze wereld van de vrouwelijke ijdelheid, kreeg recent vorm in de lijn Le Voluttuose, de wellustigen. Met deze drie parfums toont Galardi zich in staat alle vrouwen te verleiden, hoe verschillend ook.

De drie parfums in deze reeks hebben ook weer prachtige namen gekregen: La Vaniglia, Kimono Rose en Notturno Fiorentino dragen bij aan de mysterieuze en sensueel verleidelijke parfums, evenals de bijzondere geurencombinaties die Galardi bedacht. Ook deze exclusieve parfums zijn voorzien van prachtige verpakkingen. Zo zijn de doos en de dop voorzien van 24-karaats bladgoud en worden de handgemaakte flacons in de kleur roze afgewerkt.

De parfums van BOIS 1920 zijn in Nederland exclusief verkrijgbaar bij Aafke’s . Het hele assortiment vind je op www.aafkes.nl/bois1920.

Wil je de verschillende geuren van BOIS 1920 eerst uitproberen om te ervaren welke geur het beste bij je past, bestel dan een van de samplesetjes. Naast de verschillende samplesets van BOIS 1920, kun je bij Aafke’s nu het voorjaar zo is losgebarsten ook een sampleset voorjaarsgeuren bestellen. Deze set bestaat uit 6 samples van de volgende geuren:

- BOIS 1920 Agrumi Amari di Sicilia (voor heren en dames)
- BOIS 1920 Notturno Fiorentino (voor dames)
- Piazzetta di Portofino Eau de Toilette (voor heren)
- Piazzetta di Portofino Eau de Parfum (voor dames)
- Sigilli Ea (voor heren en dames)
- Sigilli Volumna (voor dames)

Ik ben helemaal verslaafd aan de Agrumi Amari di Sicilia en hoop de hele zomer lang te ruiken als een Siciliaanse sinaasappelboomgaard – zelfs midden in het drukke Rome of Florence, bestemmingen die ik de komende maanden zal bezoeken. Morgen reis ik echter eerst naar Calabrië, aan de hand van Martin Simeks nieuwe boek, Bloedsinaasappels. Ben benieuwd of die net zo lekker ruiken als de Siciliaanse sinaasappels!

Getagd met:
apr 20

Zoals gisteren al wel bleek uit de sinaasappelsalade met haring, die in Palermo vaak op de kaart staat en gretig aftrek vindt, zijn Sicilianen dol op de combinatie van sinaasappels en vis. Deze combinatie zien we ook terug in het gerecht sarde a beccafico, een gerecht dat in Palermo en omgeving eveneens graag bereid en gegeten wordt.

Het gerecht dankt zijn naam aan een beccafico, een kleine zangvogel die zijn buikje graag vult met vijgen en dan net zo dik wordt als de goedgevulde sardines. De vulling bestaat uit een mengsel van broodkruim, krenten en pijnboompitten. De sardines worden overgoten met sinaasappelsap, gekruid met laurier en vervolgens zachtjes gaar gestoofd in de oven.

Vroeger werden deze sardines vooral geserveerd als tornagusto – een koud tussengerecht dat diende om de mond mee te verfrissen. Nu zie je de gevulde sardines vaak bij de antipasti staan. Voor wie het thuis wil uitproberen vandaag het recept:

Ingrediënten
(voor 6 personen)

24 verse sardines (ongeveer 1,5 kilo)
125 gram broodkruim
35 gram pijnboompitten
50 gram krenten, geweekt in heet water
2 eetlepels fijngehakte peterselie
8 ansjovisfilets
25 laurierblaadjes
1 citroen
1 sinaasappel
1 eetlepel suiker
extra vergine olijfolie

Als de sardines nog niet zijn schoongemaakt door de visboer, moet je ze zelf onder handen nemen op de manier die de Sicilianen linguetta noemen: snijd de kop en de vinnen eraf (de staart dus niet), verwijder de vinnen, snijd de buik open en haal de ingewanden eruit. Houd de sardines dan met hun buik omhoog tussen beide handen en rits met je duim de ruggengraat open, zodat de sardines als een boek openklappen. Verwijder de ruggengraat, maar zorg ervoor dat de twee helften aan elkaar vast blijven zitten.

Verhit een beetje olijfolie in een koekenpan met dikke bodem en bak op heel laag vuur het broodkruim bruin en knapperig. Haal de pan van het vuur en roer de pijnboompitten, de krenten en de peterselie door het broodkruim.

Verhit een beetje olijfolie in een kleine koekenpan en laat de ansjovisfilets hier zachtjes in smelten. Roer vervolgens de gesmolten ansjovisfilets en de olijfolie door het broodkruimmengsel. Roer er nog een beetje extra olijfolie door en zet even opzij.

Verwarm de oven voor op 180 °C. Klap een sardine open, leg deze met het vel naar beneden en leg er een klein lepeltje van de broodkruimvulling op. Rol de sardine dan naar de staart toe op. Leg de gevulde sardine in een met olijfolie ingevette ovenschaal. Laat de staart omhoog steken.

Vul ook de andere sardines en rol ze op dezelfde manier op. Steek de laurierblaadjes tussen de gevulde sardines. Bestrooi de sardines met de suiker en schenk er een beetje olijfolie en het sap van de citroen en de sinaasappel over. Zet de schaal ongeveer 10 minuten in de oven en laat de gevulde sardines zachtjes gaar stoven.

Laat de gevulde sardines goed afkoelen voor je ze serveert; ze horen echt koud gegeten te worden. Buon appetito!

Getagd met:
preload preload preload