apr 18

Hoewel ik deze woorden zomaar zelf opgetekend zou kunnen hebben, vormen ze een beroemde uitspraak van de Amerikaanse fotograaf Leonard Freed, die na zijn eerste bezoek aan Italië zijn hart aan het land verloor. I love Italy – Io amo l’Italia is tevens de titel van een tentoonstelling die nog tot en met 27 mei te zien is in het Museo di Roma in Trastevere. Gisteren liep ik er toevallig binnen, vandaag een klein inkijkje in het leven van Freed en de tentoonstelling.

Leonard Freed kwam ter wereld in New York, in 1929, in een familie van joodse arbeiders die oorspronkelijk afkomstig waren uit het Russische Minsk. In 1952 trok hij voor het eerst naar Europa, waar hij onder andere langere tijd in Amsterdam verbleef. Hier werd zijn passie voor kunt, en dan met name de schilderkunst en de fotografie, aangewakkerd.

Dat vuur laaide nog eens extra op toen Freed voet op Italiaanse bodem zette. Hij maakte zijn eerste professionele foto’s en ontdekte waar zijn hart lag: bij de fotografie, en in Italië. Eenmaal terug in New York, in 1954, verhuisde hij dan ook naar Little Italy. Zo was Italië toch dichtbij…

Freed genoot volop van het Italiaanse leven om hem heen; de warmte van de mensen en de aandacht voor familie en vrienden konden op zijn warme belangstelling rekenen. Dat is dan ook wat we terugzien in zijn foto’s: een liefde voor Italië, die veel dieper gaat dan een liefde voor wat je aan de oppervlakte ziet. Freed hield van de Italianen – en van die liefde laat hij ons via zijn foto’s meegenieten.

De expositie omvat honderd foto’s, die een soort dagboek vormen van Freeds carrière. Freed heeft de beelden geschoten tijdens meer dan 45 reizen naar Italië, in Milaan, Rome, Napels, Siena, op Sicilië – en altijd met de liefde voor Italië en de Italiaan als basis.

Een klein voorproefje:

mrt 06

Afgelopen dagen schreef ik al over een aantal bijzondere Italië-evenementen in eigen land, maar er valt komende weken nog veel meer ltaliaans te genieten in Nederland. In de bioscopen althans, want vanaf overmorgen draait daar het tragische familie-epos Terraferma.

Terraferma vertelt het verhaal van een vissersfamilie op een prachtig onbedorven Siciliaans vulkaaneiland, dat nog nauwelijks bekend is bij toeristen. Het leven is er nog vrij eenvoudig. Ook voor Filippo, die zijn grootvader helpt op zijn vissersboot. Het leven is er echter vaak ook zwaar. Filippo’s moeder Giulietta droomt daarom ook van een beter leven op het vasteland.

Alles verandert als Filippo en zijn grootvader tijdens het vissen op een groep Afrikaanse vluchtelingen stuiten. Ze besluiten de regels van het eiland te negeren en handelen naar de wetten van de zee. Ze redden de Afrikanen van de verdrinkingsdood en ontfermen zich over een zwangere vrouw en haar kind. Met als consequentie dat Filippo en zijn familie klem komen te zitten tussen principes en realiteit. Wanneer het beleid jegens de vluchtelingen strenger wordt, neemt Filippo een onherroepelijke beslissing.

Tegen de achtergrond van een adembenemend landschap omringd door een diepblauwe zee, vertelt Terraferma het spannende verhaal van de zomer waarin Filippo zijn onschuld verliest en vaste grond onder de voeten verder weg lijkt dan ooit…

Een paar prachtige filmbeelden:

Terraferma werd geregisseerd door de in Rome geboren Emanuele Crialese. Zijn deels Siciliaanse bloed zorgde er ondanks een verhuizing naar de Verenigde Staten voor dat het eiland en de directe omgeving daarvan een bijzondere plek in zijn hart blijven innemen. In Respiro, de tweede speelfilm die hij regisseerde, gebruikte hij het eiland Lampedusa als toneel. De film sleepte veel prijzen in de wacht, waaronder de Juryprijs op het Cannes Filmfestival.

In zijn derde film, Nuovomondo, bracht Crialese opnieuw een ode aan Sicilië. De film was de grote winnaar op het filmfestival van Venetië in 2006, waar hij zes prijzen won, waaronder de Zilveren Leeuw. Nu is de Romeinse regisseur terug op het witte doek met Terraferma, een prachtig familie-epos dat bekroond is met de Speciale Juryprijs op het Filmfestival van Venetië en is verkozen tot Italiaanse inzending voor de Oscar Beste Buitenlandse Film.

Crialese laat zijn liefde voor Sicilië ook naar voren komen in de keuze van zijn hoofdrolspelers. Zo is de 22-jarige Filippo Pucillo, die in de film de rol van Filippo speelt, geboren op Lampedusa. Hij speelde ook al in twee vorige films van Crialese. Hij debuteerde op 9-jarige leeftijd, na een toevallige ontmoeting met Crialese. Ze werden vrienden en niet veel later vroeg de regisseur Pucillo voor een rol in Respiro. Sindsdien zijn de twee onafscheidelijk.

Giulietta, of althans degene die haar speelt, Donatella Finocchiaro, werd op Sicilië geboren. Tijdens haar studie rechten besloot ze haar passie te volgen: ze wilde zingen, dansen en acteren. Tussen het maken van tentamens en het schrijven van haar scriptie door, speelde zij in het theater. Haar filmdebuut vond plaats in 2001, met een hoofdrol in de film Angela. Voor deze rol ontving Finocchiaro meerdere prijzen, waaronder een Golden Globe voor Beste Debuterende Actrice.

Het bijzonderste verhaal is echter dat van Timnit T., die in Terraferma de rol van de zwangere immigrant Sara vertolkt. Sara wordt samen met haar zoon opgevangen in de garage van Giulietta en Filippo. Een aantal jaar geleden, na 21 vreselijke dagen op zee, waarbij geen enkele passerende boot hulp aanbood, legde een boot aan langs de kust van Lampedusa. Aan boord bevonden zich meer dan 70 levenloze lichamen. Er waren echter ook vijf overlevenden aan boord, onder wie één vrouw: de Afrikaanse Timnit T. Ze was toen pas 27 jaar oud.

De gebeurtenis werd breed uitgemeten in de media. Crialese zag de foto van Timnit T. in de krant en nam contact op met United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR). Zo kon hij contact leggen met Timnit en haar vragen of ze de rol van Sara op zich wilde nemen. Timnit zei ja, ook al moeten sommige scènes voor haar gruwelijk zijn geweest. Haar eigen avontuur moet zich vaak voor haar ogen opnieuw hebben afgespeeld. Gelukkig kent het verhaal van Timnit een happy end: ze woont nu in Nederland en is zij getrouwd en is zwanger van haar eerste kind.

Of Terraferma net zo goed afloopt, zal ik nog niet verklappen. Dat moeten jullie de komende tijd maar in de bioscoop gaan zien… Via De Smaak van Italië mogen we 10 x 2 kaartjes weggeven voor Terraferma! Kans maken? Ga dan snel naar de Smaak-site en wie weet!

Getagd met:
feb 24

Vandaag staat er zwaardvis op het menu, dankzij Loes Janssen Miraglia wederom. ‘De zwaardvis is een snelle, krachtige zoutwatervis. Hij is gemiddeld twee meter lang, maar hij kan wel 4,5 meter lang worden. Hij weegt soms wel 300 kilo. Door zijn snelheid en zijn kracht wordt hij beschouwd als de nobelste vis.

In het verleden werd zwaardvis in Zuid-Italië alleen gegeten door de rijken. Armere mensen stelden zich tevreden met verse sardines en ansjovis. De allerarmsten konden zich helemaal geen vis veroorloven. Tegenwoordig is zwaardvis elke dag vers op de markt verkrijgbaar. In ieder geval in Catania, op Sicilië, waar ik een aantal jaren met mijn Siciliaanse partner heb gewoond. Vaak stallen de marktlui de kop met het zwaard als trofee uit.

De vis wordt vooral gevangen in het noordoosten van Sicilië, in de zee rond de stad Messina. De oude Grieken en Romeinen die Sicilië bezet hielden, visten al op zwaardvis. Ze gebruikten antieke methodes en riten. Tijdens de Arabische overheersing werd de techniek om zwaardvis te vangen verfijnd. De vissers gebruikten een simpele methode. Ze hadden een harpoen met een dubbele weerhaak vastgemaakt aan een lange lijn. Ze wierpen deze harpoen vanaf de loopbrug aan de boeg van een snel bootje. Een gewonde zwaardvis kon zo net zo lang zwemmen totdat hij moe was. Hij trok de harpoen, de lijn en het bootje met zich mee. Als de vis geen energie meer had, konden de vissers hem aan boord hijsen.

De grootste sagra ter ere van de zwaardvis vindt elk jaar plaats in het centrum van de zwaardvisvangst. Dit is nog altijd de stad Messina.

Ingrediënten
(voor 4 personen)

4 moten zwaardvis van 200 gram
olijfolie van de eerste persing
1 bosje bladpeterselie
paneermeel
zout en peper
oregano
2 eetlepels Parmezaanse kaas
1 citroen

Verwarm de oven voor op 180 graden. Was de moten zwaardvis en dep ze voorzichtig droog met keukenpapier. Bestrijk ze vervolgens met olijfolie.

Was de peterselie, dep deze droog en snijd in stukjes. Strooi het paneermeel op een plat bord en voeg een scheutje olijfolie, het zout, de peper, de oregano, de peterselie en de geraspte Parmezaanse kaas toe. Schep goed om en haal de moten vis er doorheen.

Bedek een ovenschaal met bakpapier en leg de moten vis hierin. Voeg eventueel nog een beetje olie toe. Plaats de ovenschaal circa 20 tot 25 minuten in de oven. Draai de moten vis halverwege de oventijd om. Dien het gerecht op met schijfjes citroen.

recept & foto: Loes Janssen Miraglia

jan 27

Loes Janssen Miraglia geeft ons vandaag een verrukkelijk recept voor zelfgemaakte cannelloni op Siciliaanse wijze. Cannelloni komen oorspronkelijk uit Emilia-Romagna maar worden inmiddels in heel Italië bereid. De recepten verschillen sterk van elkaar, niet alleen per regio maar ook per huishouden. De betekenis van cannelloni in het Italiaans is letterlijk ‘grote pijpen’. Cannelloni zijn een gewaardeerde primo piatto waar ook Italiaanse kinderen (mijn zoontje vormt daarop geen uitzondering) dol op zijn. Cannelloni volgens onderstaand recept verschijnen op Sicilië met Kerst op tafel, maar smaken natuurlijk ook in januari heerlijk!

Ingrediënten
(voor 6 personen)

Deeg:
300 gram bloem
3 eieren
snufje zout
15 ml water

Vulling:
een halve ui
1 teentje knoflook
3 eetlepels olijfolie
dikke plak gekookte ham (circa 150 gram)
4 gekookte eieren
200 gram rundergehakt
100 gram gekookte erwten
zout en peper
8 eetlepels tomatensaus

50 gram geraspte pecorino (harde schapenkaas)
1 eetlepel broodkruim

Bereid het deeg: zeef de bloem en maak er een berg van met een kuiltje in het midden. Breek de eieren boven het kuiltje en klop ze met een vork los, waarbij de bloem vanuit de randen beetje bij beetje wordt meegeklopt. Voeg ook een snufje zout toe.

Kneed het deeg vervolgens circa 15 tot 20 minuten op een met bloem bestoven oppervlak totdat het soepel en elastisch is. Draai er een bal van en bedek deze met een schone theedoek of wikkel deze in plastic huishoudfolie en laat het circa 30 minuten rijzen.

Rol het deeg hierna met een deegroller uit op een met bloem bestoven werkvlak.* Rol vanuit het midden naar de buitenkant en draai het deeg steeds. Vouw het deeg dubbel als het een dikte heeft gekregen van circa 5 mm. Daarna begint het uitrollen weer van vooraf aan. Herhaal deze handelingen een keer of 8. De uiteindelijke lap deeg moet een dikte van 2,5 mm hebben.

Snijd de lappen pasta vervolgens in vierkanten van 10 bij 10 cm. Breng een royale hoeveelheid water met zout in een grote pan aan de kook. Kook de pastavellen, een paar per keer, al dente. Verwijder ze met een schuimspaan uit de pan, houd ze onder stromend koud water en leg ze op een schone theedoek te drogen. Bedek de lappen pasta met een extra theedoek om uitdroging aan de randen te voorkomen.

Warm de oven voor op 180 graden.

Bereid de vulling: hak de ui en knoflook fijn en fruit ze in olijfolie. Snijd de ham in blokjes en de eieren in plakjes. Voeg het gehakt, de ham, de erwten, de eieren, zout en peper aan de ui en knoflook toe. Bak alles enkele minuten op hoog vuur. Roer regelmatig en voeg dan de tomatensaus toe. Laat het geheel nog eens circa 5 minuten op hoog vuur staan (of totdat de tomatensaus voldoende is ingedikt) en schep regelmatig om.

Schep vervolgens een beetje van de vulling op elk vierkantje deeg en rol de cannelloni op. Leg ze in een ingevette ovenschaal. Strooi de kaas en het broodkruim erover en plaats de schaal circa 25 minuten in de oven. Dien het gerecht onmiddellijk op.

*verdeel het deeg eventueel in twee porties om het uitrollen te vergemakkelijken en herhaal bovenstaande instructies voor beide porties deeg

recept & foto: Loes Janssen Miraglia

dec 09

Vandaag verrast Loes Janssen Miraglia ons met een recept voor pasta met pesto uit Trapani. Loes: ‘Dit verrukkelijke gerecht komt uit Sicilië (waar mijn partner vandaan komt, waar wij een aantal jaren hebben gewoond en waar ook ons zoontje geboren is). Het is typerend voor de provincie Trapani (in het westen van het zonovergoten eiland).

Niets is met zekerheid te zeggen, maar hoogstwaarschijnlijk is deze pesto ontstaan nadat koopmannen uit het Noord-Italiaanse Genua, waar pesto op basis van basilicum en pijnboompitten oorspronkelijk vandaan komt, op hun zeereizen zijn neergestreken in het West-Siciliaanse Trapani. Tongstrelend deze versie met amandelen!’

Ingrediënten
(voor 4 personen)

4 teentjes knoflook
een bos verse basilicumblaadjes
4 rijpe, middelgrote tomaten
60 gram amandelen
100 ml olijfolie van de eerste persing
zout en peper
350 gram ‘busiate’ (bucatini)

Pel de knoflook en stamp de teentjes met de basilicum fijn in een vijzel.

Breng een middelgrote pan water aan de kook. Maak kruisvormige inkepingen aan de onderkant van de tomaten en blancheer ze circa 30 seconden in kokend water (totdat de schil aan de onderkant loslaat). Haal de tomaten met een schuimspaan uit het water, verwijder de schil en de zaden.

Blancheer de amandelen circa 30 seconden in kokend water, verwijder de vliezen en hak ze vervolgens fijn. Voeg de tomaten, de olijfolie, het zout en de peper en de amandelen toe aan de knoflook en basilicum in de vijzel en wrijf alle ingrediënten net zo lang totdat een egale pesto ontstaan is.

Kook de pasta al dente. Giet de pasta af en roer de pesto erdoorheen. Serveer het gerecht onmiddellijk.

© recept en foto: Loes Janssen Miraglia, uit haar succesvolle kookboek Sicilicious

okt 31

Ondanks het feit dat afgelopen weekend de wintertijd is ingegaan, wil ik jullie vandaag een heerlijk zonnig recept voorschotelen voor een taart waarmee ik vorige week werd verrast naar aanleiding van het nieuws dat er een boek van Ciao tutti gaat komen. Twee bloglezers-van-het-eerste-uur maakten namelijk een heel speciale Ciao tutti-taart:

Het recept voor deze taart is het ietsiepietsie aangepaste recept voor crostata alla marmellata di arance, oftewel sinaasappelmarmeladetaart, uit het kookboek Lente in Sicilië, dat overigens onlangs werd genomineerd als Kookboek van het Jaar. Een dubbele reden om deze prachttaart te maken en op te eten!

De jury roemt vooral de uitstraling van het boek en de prachtige verhalen: ‘Je komt helemaal in vakantiesfeer door de uitstraling van dit kookboek. Door de prachtige verhalen wil je meteen naar Sicilie afreizen om met eigen ogen de schoonheid van Sicilië te ontdekken, de heerlijke geuren op te snuiven en te proeven van wat het eiland te bieden heeft. Een reisboek mét recepten!’

Je krijgt tijdens het doorbladeren van dit kleurrijke boek inderdaad meer dan zin om Sicilië te zien, te ruiken, te beleven en te proeven! Gelukkig kun je met de recepten de heerlijke smaak van het eiland gemakkelijk in huis halen. Wat denk je bijvoorbeeld van arancine (rijstballetjes), gevulde tomaten, tonijnpaté en cassata?

Wil je kans maken op dit kookboek-dat-je-gewoon-moet-hebben, breng dan je stem voor de Gouden Garde Publieksprijs uit op Lente In Sicilië. Dat kan via deze link. Na het uitbrengen van je stem krijg je een e-mail met de bevestiging van je stem op Lente in Sicilië. Als je deze mail naar winnen@ciaotutti.nl stuurt, maak je kans op een exemplaar. Doen dus!

Maar eerst zoals beloofd het recept voor de sinaasappelmarmeladetaart!

Ingrediënten
(voor 6 personen)

250 g bittere marmelade van goede kwaliteit (zelfgemaakte is het beste)
200 g ongebleekte bloem
100 g boter op kamertemperatuur
3 biologische eidooiers
50 g fijne suiker
snufje zout
rasp van 1 biologische citroen

Maak het deeg door alle ingrediënten in de keukenmachine snel met de pulseknop te mengen. Maak er, zodra het een samenhangend deeg is, een bal van en laat deze 30 minuten in de koelkast rusten.

Verwarm de oven voor op 200°C. Beboter een taartvorm. Rol het deeg uit op een licht met bloem bestoven werkblad en houd een beetje achter om mee te garneren. Leg het deeg in de bakvorm en snijd het langs de rand netjes.

Verdeel de marmelade over de bodem. Maak van de rest van het deeg mooie decoraties (sierlijke reepjes of – zoals bij de Ciao tutti-taart een leuke tekst) en schik die over de marmelade. Bak 20 tot 25 minuten op de onderste richel van de oven.

Buon appetito!

Meer Siciliaanse heerlijkheden vind je in

Lente in Sicilië
Manuela Darling-Gansser & Simon Griffiths
ISBN 9789077740804
€ 29,95
uitgeverij De Boekenmakers i.s.m. Edicola Publishing

okt 22

Pasta alla Norma, zo vertelt Loes Janssen Miraglia, is hét gerecht van de Siciliaanse stad Catania (aan de voet van de Etna). Er doen twee verhalen de ronde over de herkomst van de naam van dit pastagerecht.

Muziekminnaars zijn van mening dat de in Catania geboren componist Vincenzo Bellini (1801) als hommage de benaming van een speciaal gerecht verdient bij de première van zijn achtste opera Norma. Op het moment dat deze opera in 1831 in Milaan het levenslicht ziet, wordt in Catania de Pasta alla Norma geboren. Het raffinement van Bellini’s opera is vertaald naar een gerecht.

Begin deze eeuw organiseert de Catanese acteur Angelo Musco een artiestenlunch bij hem thuis. In het gezelschap bevindt zich de eveneens Catanese scenarioschrijver Nino Martoglio. Als deze de smakelijke spaghetti met tomatensaus, gezouten ricotta-kaas en gebakken aubergine proeft, roept hij uit: ‘Maar dit is een echte Norma!’ Waarmee hij bedoelde dat het pastagerecht zinnenstrelend is, net als Bellini’s sublieme melodrama.

Ingrediënten
4 personen

1 aubergine
zout
500 gram rijpe tomaten of 400 gram tomatenpulp uit blik
2 teentjes knoflook
olijfolie
300-350 gram spaghetti
70 gram geraspte ricotta salata (eventueel te vervangen door Parmezaanse kaas)
basilicumblaadjes

Bereidingstijd
30-60 minuten (waarvan 30 min weken)

Snijd de aubergine in plakken van een halve centimeter. Meestal worden de plakken in de lengte gesneden, soms ook in de breedte. Week de aubergines 30 minuten in water met zout.

Breng een royale hoeveelheid water aan de kook.  Verwijder het kroontje van elke tomaat en maak een kruisvormige inkeping aan de onderkant van de vruchten. Blancheer de tomaten circa 30 seconden in kokend water totdat de schil aan de onderkant loslaat. Haal de tomaten met een schuimspaan uit het water, droog ze af, verwijder de schil en de zaden en snijd het tomatenvlees in stukjes.

Kneus de knoflook en fruit de tenen op laag vuur in een diepe pan met olijfolie totdat ze goudbruin zijn. Verwijder de knoflook, voeg de tomaten toe en laat ze 30 minuten op laag vuur sudderen. Voeg na 25 minuten een snufje zout toe.

Droog de plakken aubergine met keukenpapier en frituur ze vervolgens op hoog vuur in olijfolie totdat ze goudbruin zijn. Leg ze tussen vellen keukenpapier zodat de overtollige olie geabsorbeerd wordt.

Kook de spaghetti al dente in gezouten water. Giet de pasta af en meng hem met de tomatensaus in een pan. Schep het gerecht op voorverwarmde, diepe borden en verdeel de plakken aubergine erover.

Besprenkel het gerecht met geraspte kaas en blaadjes basilicum. Het is de kunst om het gerecht zo op te maken dat de vorm (en het vuur en de lava) van de Etna erin terug te zien zijn.

Recept & foto: Loes Janssen Miraglia

Het recept is afkomstig uit Loes’ eerste kookboek, Sicilicious. Hierin brengt Loes de veelzijdige Siciliaanse keuken, die ruim vijfentwintig eeuwen oud is, in kaart aan de hand van authentieke, streekgebonden recepten, informatie over regionale producten en mythologische, cultuurhistorische, religieuze en folkloristische verhalen.

De Siciliaanse keuken, met Griekse, Romeinse, Arabische, Spaanse en Scandinavische invloeden, is een gevarieerde keuken van tegenstellingen. Eenvoudige boerengerechten als matarocco (West-Siciliaanse gazpacho) staan tegenover de aristocratische overdaad van timballo di maccheroni (macaronipastei). Eeuwenoude recepten als maccu (tuinbonenpuree), pasta con le sarde (pasta met sardines uit de tijd van de Arabische overheersing) worden afgewisseld met modernere recepten als risotto con le fragole (aardbeienrisotto). Uiteraard biedt Sicilicious ook vele authentieke Siciliaanse familierecepten.

Sicilicious
Loes Janssen Miraglia
ISBN 9789061129387
€ 29,95
Karakter Uitgevers

jul 04

Voor het zomernummer van De Smaak van Italië interviewde ik Giuseppina Torregrossa, van wie in augustus het nieuwe boek verschijnt, met de heerlijke titel De proefster. Over het interview kan ik natuurlijk nog niet veel verklappen, daarvoor moeten jullie maar even in de nieuwe Smaak duiken, maar ik mag jullie van uitgeverij Orlando wel alvast – letterlijk – een voorproefje geven van deze heerlijke roman!

De hoofdpersoon van De proefster is de Siciliaanse Anciluzza. Wanneer haar echtgenoot ervandoor gaat, blijft zij achter met twee kleine kinderen. Ze gooit noodgedwongen het roer om en begint, om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien, een winkeltje met typisch Siciliaanse producten. In de ruimte achter de winkel kookt ze vissoep, kneedt ze het deeg voor ricottataartjes, laat ze de blanc-manger met amandelen inkoken en frituurt ze aubergines voor de ratatouille.

Anciluzza verwelkomt dorpsbewoners en toeristen in haar winkel en ze stilt hun honger, in alle opzichten. Zo ontdekt onze hartstochtelijke winkelierster zowel voor als achter de toonbank de smaak van heerlijke, vluchtige liefde. De proefster is een gulzige en licht verteerbare Italiaanse roman, zoet als vijgen en fris als munt.

‘Vandaag waait de sirocco; rukwinden gaan tekeer, de zon brandt zo fel dat hij bijna alle schaduw verdrijft. Op het heetst van de dag zit ik in de winkel terwijl de ventilator ronddraait, en ik vraag me af hoe ik iets uit mijn handen kan krijgen met deze temperaturen. Absolute stilte, niemand in de buurt; zelfs de honden zijn bevangen door de hitte en rennen niet meer rond, maar liggen in de schaduw van de dokterspost te dutten.

Het lijkt of er iemand binnen is gekomen omdat het licht in de winkel minder fel wordt. Maar dat is schijn. Ik ben een beetje soezerig, zit met mijn hoofd tegen de toonbank geleund en de zweem van caponata die uit het restaurant komt, doet me eraan denken dat ik nog niet gegeten heb. Ik sta op en de schijn blijkt toch werkelijkheid: nee, ik ben niet alleen.

Tussen de dubbele, half openstaande winkeldeuren staat een grote man met een huid die zo gebruind is als een aubergineschil, zo glad en glanzend dat hij eruitziet als een olijf in zout water, en er hangt een geur van tomatensaus en zoetzuur om hem heen. Mijn benen worden week. De sirocco haalt rare grappen met me uit, denk ik, maar ik heb het me niet ingebeeld, hij is echt, zoals hij daar wijdbeens midden in de ruimte staat met zijn sterke voeten in leren sandalen, zijn lichte nagels scherp afgetekend tegen zijn donkere huid. De man heeft witte tanden en zwarte ogen die me verslinden, en ik zou wel een hapje van hem willen proeven, net als van de caponata die ik van plan ben te maken.

‘Wat wilt u drinken, of hebt u misschien honger?’ vraag ik zacht.
‘Wat jij wilt,’ antwoordt hij.
Dan neem ik hem mee naar de keuken, maar eerst doe ik de winkel op slot en hang het bordje ben even aan het lunchen op de deur, wat trouwens nog waar is ook. Ik begin rustig te koken en weet goddank zeker dat de dorpelingen, lamlendig door deze hitte, geen zin hebben de straat op te gaan en dat het bordje op de deur ze hoe dan ook op afstand houdt.

Ik ben goed in de keuken, ik kan van niets in een oogwenk iets lekkers maken waarvan de mensen steil achterover slaan. Ik besluit dat het caponata was waar ik trek in had, en dat het dus caponata zal worden ook.

Een beginneling zou er drie uur voor nodig hebben, maar ik niet, ik ben gewend om voor de kinderen, mijn echtgenoot en de hele familie te koken. Bovendien houd ik van koken; het geeft me een machtig en belangrijk gevoel.

Ik laat hem lekker zitten op een bamboe leunstoel die Fifidda op een of andere marktje op de kop heeft getikt. Hamed heet hij. Dat vraag ik hem niet, hij fluistert het me toe. Die witte tanden… Mijn blik glijdt steeds weer naar zijn mond en ik zou weleens willen weten hoe het is, na al die tijd zonder man! Nou ja, niet dat ik een excuus nodig heb, maar ik ben jong en Hamed is een stuk dat je niet gauw tegen het lijf loopt. Ik zou nooit naar hem op zoek gaan, maar hij is hier verzeild geraakt en ik ben alleen, ik doe er toch niemand kwaad mee als er bepaalde gedachten door mijn hoofd – en door mijn benen – gaan? Trouwens, misschien gebeurt er wel niets en blijf ik rein en kuis, zoals de pastoor graag zou zien. Ik kan me niet concentreren. Het is beter dat ik niet kijk, maar ik heb ineens ontzettende trek. In eten? Ach welnee, in hem!

Ik snijd de aubergine in blokjes en doe die in een kom met water en zout, een flinke portie, want ik heb echt honger. Bovendien is caponata altijd nog lekkerder als hij een dag heeft gestaan.’

Voor iedereen die nu zin heeft gekregen in deze heerlijke Siciliaanse ratatouille, het originele recept uit De proefster:

4 aubergines
4 grote rode, rijpe tomaten
100 gram groene olijven zonder pit
1 eetlepel gezouten kappertjes
1 selderijhart met de bladeren eraan
1 grote ui
extra vergine olijfolie
witte azijn
suiker
peper en zout
basilicum
1 theelepel gehakte amandelen

Was de aubergines, snijd ze in blokjes, bestrooi ze met zout en laat ze ongeveer een uur rusten zodat ze hun vocht en hun bittere smaak kwijtraken. Dep ze goed droog alvorens ze te frituren.

Ontvel de tomaten, snijd ze, verwijder de pitjes en bak ze in een beetje olie tot er een dikke saus ontstaat.

Fruit de gesneden ui en selderij in een ruime hoeveelheid olie in een braadpan. Voeg de kappertjes en de olijven toe, en na een minuut ook de tomatensaus. Breng op smaak met peper en zout en laat een minuut of tien pruttelen. Schenk er een glas azijn met een eetlepel suiker bij en laat het gedeeltelijk inkoken; voeg dan de aubergine toe en haal de pan van het vuur.

Schep op een bord en laat afkoelen. Strooi het amandelhaksel eroverheen en garneer met basilicum.

De proefster
Giuseppina Torregrossa
vertaald door Saskia Peterson-Kotte
ISBN 9789022959978
€ 18,95
uitgeverij Orlando

jul 01

Vandaag is het dan eindelijk zover: het extra dikke zomernummer van De Smaak van Italië, waaraan mijn collega’s en ik de afgelopen weken hebben gewerkt, ligt in de winkel! Eindelijk mogen we verklappen waar we al die tijd mee bezig waren, eindelijk mogen we laten zien wat voor moois er allemaal te zien en te lezen valt in deze zonnige editie!

De eerste redactievergadering over dit zomernummer begon twee maanden geleden eigenlijk direct al met een dilemma. Zoals Marcel Molenbeek, de uitgever, al in zijn voorwoord vermeldt, was het voor ons een hele uitdaging om voor alle onderwerpen die we jullie wilden voorschotelen binnen de beschikbare pagina’s een goede plek te vinden: ‘Voor al dat moois leek De Smaak van Italië al snel een maatje te klein. Dat onze redactie creatief is, is me inmiddels duidelijk – alleen pakte dat voor mij, als uitgever, dit keer verkeerd uit. Anders dan de naam van mijn functie doet vermoeden, probeer ik juist de kosten in bedwang te houden, hetgeen me, niet tot ieders plezier en genoegen, in de loop der jaren steeds beter afgaat.

Maar het redactionele aanbod van al dat moois leidde tot de uitzondering die de regel bevestigt: met 24 pagina’s extra is dit een zomernummer in XL-formaat! En zeg nu zelf: deze Smaak met een maatje meer is toch een echt zomernummer geworden waar niet alleen de zon maar ook het zoute water van afspat!’

Wat heeft de nieuwe Smaak zoal voor jullie in petto?

De mooiste stranden van Italië
Zon, zee… en strand! Voor velen is het vakantiegevoel pas compleet als ze de zandkorrels tussen hun tenen voelen en de eerste zeelucht opsnuiven. Italië is – met bijna 8000 kilometer kustlijn – het ideale land voor strandliefhebbers en zonaanbidders. Die lange kuststrook maakt het alleen wel moeilijk kiezen… Om je op weg te helpen zocht de Smaakredactie de absolute pareltjes voor je uit. Andiamo al mare!

Chiavari – schitterend pronkstuk aan de Ligurische kust
De Italiaanse rivièra is een walhalla voor aanbidders van zon, zee en strand. Er zijn badplaatsen te over aan deze smalle, groene kuststrook, allemaal even verfijnd. Maar een pot nat, dat zijn ze allerminst! Neem nu Chiavari. Wie van antiek en bijzonder huisraad houdt, staat hier een hoop verrassingen te wachten.

Chiavari heeft een eersterangs positie aan de Golf van Tigullio aan de Ligurische kust. Het ligt maar een paar kilometer van de befaamde badplaats Portofino aan de ene en de Cinque Terre aan de andere kant. Met in het achterland een zacht glooiend heuvellandschap, kijkt Chiavari uit op een helderblauwe zee waar vissersboten en plezierjachten af en aan varen. De boulevard ligt er uitnodigend bij met zijn felgekleurde huizen.

Het hart van Chiavari wordt gevormd door Piazza Mazzini. ’s Morgens, als de groente- en fruitmarkt wordt gehouden, is het hier een drukte van belang. Vanaf dit plein strekt zich een aangenaam voetgangersgebied uit met chique boetiekjes, barretjes en restaurants. Vis is in deze kustplaats natuurlijk niet van de menukaart weg te denken. Het is heerlijk om Chiavari te voet te verkennen en te wandelen langs de lanen die omzoomd zijn met palmbomen, oleanders en sinaasappelbomen. De Smaak neemt je mee naar de mooiste plekken in dit havenstadje!

Bergamo – Tussen berg en dal
Bergen en valleien, middeleeuwse plaatsjes en trendy winkelgebieden: in Lombardije vind je het allemaal. Toch is er maar één plek in deze regio waar dit alles echt bij elkaar komt. Die plek is Bergamo. Hier gaan alle kwaliteiten van de regio moeiteloos in elkaar op.

Bergamo is het hart van Lombardije, een stad vol contrasten. Met uitzicht op de bergen in het noorden en valleien in het zuiden heeft Bergamo een fantastische ligging. Deze stad, op slechts veertig kilometer ten oosten van Milaan, bestaat eigenlijk uit twee steden. De Città Bassa ligt in een dal en vormt het moderne Bergamo met zijn brede lanen en trendy winkels. De oude kern, de Città Alta, met middeleeuwse steegjes en karakteristieke torentjes ligt bovenop een heuvel en is omringd door een dikke vestingmuur.

Italiaanse zomerlunch – Recepten voor een Siciliaanse zomer
Evenals haar landschap heeft de keuken van Sicilië ook een eigen karakter en een bijzondere variëteit. Tijdens een Siciliaanse reis ontdekte Manuela Darling-Gansser, geboren in Lugano, de culinaire rijkdom van het eiland. Geïnspireerd door familietradities kookt zij al heel haar leven met passie. Het liefst voor de hele familie, en het liefst buiten: ‘Voor het huis is een breed terras dat uitkijkt over de tuin met uitzicht over de haven erachter. Op het terras, in de schaduw van een met blauweregen begroeide pergola, staat een lange eettafel. Wanneer het maar mogelijk is, eten we daar. We hebben vooral een traditie van zondagse familielunches.’

Voor de lezers van De Smaak van Italië onthulde Manuela een aantal van haar favoriete recepten. Alle recepten staan in het pas verschenen kookboek Lente in Sicilië, dat je nu cadeau krijgt als je een abonnement neemt. Op Ciao tutti schreef ik al eerder over dit prachtige kookboek, en gaf ik het recept voor gevulde koekjes van Lipari.

Thuis in Umbrië – Vijf Nederlandse vriendinnen in Perugia
Carla, Aafke, Caroline, Dorrie en Willemijn. Vijf Nederlandse vrouwen in Perugia. Ze hebben allemaal een eigen zaak en werken hard aan hun ‘Italian way of live’. Regelmatig spreken ze samen af. Dan wordt er gelachen, gedronken en gepraat. Vooral over de Italianen, want wie anders dan je Nederlandse vriendinnen begrijpen de rariteiten van de Italiaan? De Smaak van Italië ging een dag met hen op stap en leerde hen een voor een kennen.

De vriendinnen spreken af bij hun favoriete restaurant L’Officina. Het restaurant ligt in de wijk Borgo XX Giugno (‘Borgo Bello’ genoemd door locals). Een populaire wijk bij de bewoners van Perugia, omdat je hier met de auto kunt komen. Italianen lopen liever niet. De dames worden enthousiast verwelkomd door de kok, waarna we plaatsnemen aan een lange tafel. De wijn wordt ontkurkt, de grissini gegeten en de gesprekken komen op gang. ‘Het is nooit ons idee geweest om een vriendinnenclub bestaande uit Nederlandse vrouwen op te richten,’ vertelt Willemijn. ‘We kwamen elkaar toevallig een voor een tegen.’

Nog meer Italië
In deze zomerse editie vind je natuurlijk nog veel meer Italiaanse inspiratie dan ik hier vandaag noem. Wat dacht je bijvoorbeeld van het Italië van Anna Drijver, 24 uur in Venetië, het verhaal achter Oliviero Toscani, de fotograaf van de Benetton-campagnes, de 55 Italiaan-ste boeken voor op vakantie, een extra lang leesverhaal uit het boek Italië voorgoed, de column van Martin Simek over hindernissen, een interview met Giuseppina Torregrossa over haar nieuwe culinaire roman (waarover binnenkort meer) en, als uitsmijter, de uitslag van de grote Italiaanse ijs-test die we op touw hebben gezet.

Van Joure tot Maastricht, van Roosendaal tot Groningen; met de hele redactie hebben we het aanbod van de Italiaanse ijssalons in Nederland geproefd en beoordeeld. Trots presenteren we in de zomerse Smaak de winnende ijssalons, waar je volgens ons de échte smaak van Italië proeft! Over hoe die ijstest in zijn werk ging, vertel ik jullie morgen meer!

Getagd met:
apr 26

Op 3 april nam ik jullie mee op sleeptouw door Palermo. Een van de lezers noemde toen in haar reactie al de naam van de heilige Rosalia, de patroonheilige van de stad. Het toeval wilde dat ik een paar dagen later een boek in handen kreeg dat begint met een lofzang op Rosalia:

‘Rosalia. Rosa en lia. Rosa die benevelde, rosa die verbijsterde, rosa die roofde, mijn zinnen zijn ontzind. Rosa die geen roos is, rosa die doornappel is, jasmijn, elfrank en bitterzoet; rosa die pomelia is, magnolia, petunia en gardenia. Dan zonsondergang, en bij avondstond, als de opalen bol aan het zwerk verschijnt, de lucht niet langer zengt, daalt genadig koelte neer en overschrijdt een bries van zee het glinting, strijkt langs palmen en pilaren van het klooster in clausuur, vangt, omvangt, verstuift lichte odeuren, sublieme aromen, droesige balsemgeuren. Rosa, ze stak, wee!, met haar giftige doorn recht in mijn hart.

Lia die mij liasseerde als ceder en citroen de lippen, liane van smarten, eeuwige keten, bedwelmende libatie, betoverende likeur, dodelijke drank, liefde die mijn lichaam delgde, lelie van de limbus die ik godinne waande, lint dat mij omslingerde en verstikte, slangetong, vergif deed je me slikken, fiere liebaard, lipide van mijn ziel, zwarte liquor, pek waarin ik, wee mij verdoemde!, reddeloos ten onder ging. Kroon van vreugd en kwelling, slang die in haar staart bijt, slinger zonder begin en eind, rozenkrans van vervoering, verdorven referein, donkere afgrond, put van lusteloosheid, blinde doling, ledige nacht zonder licht, Rosalia, mijn bloed, mijn kwelgeest, waar ben je?’

Aldus de eerste regels van Retabel – Siciliaanse passies van Vincenzo Consolo. Een lofzang op de liefde, zowel de hoofse als de aardse. Een jonge monnik, Isidoro, vlucht uit het klooster vanwege zijn hartstochtelijke liefde voor de schone Rosalia. Hij komt in dienst bij een Milanese edelman, Fabrizio Clerici, die een rondreis over Sicilië maakt om zijn liefdesverdriet te vergeten.

Tijdens hun tocht door het adembenemende landschap met talrijke resten uit de Oudheid, maar waar het ook wemelt van de struikrovers, vertellen de reisgenoten elkaar – en de lezer – hun levensverhalen. In de zijpanelen (retabel betekent namelijk altaarstuk) lees je de hartverscheurende lamentaties van Isidoro en Rosalia, in het middenpaneel dat van Fabrizio Clerici.

Retabel is het eerste boek van uitgeverij Novecento, die waardevolle boeken uit wil geven die in de vergetelheid zijn geraakt, niet meer in de handel zijn of zelfs nooit in het Nederlands zijn verschenen. Novecento richt zich vooral op boeken die in het begin van de twintigste eeuw geschreven of gepubliceerd zijn. Bij het literaire werk dat Novecento zal gaan uitgeven ligt de nadruk op romans waarin vorm en taal minstens zo belangrijk zijn als het verhaal zelf.

Met Vincenzo Consolo’s Retabel heeft Novecento in elk geval een schitterende aftrap gegeven van dit streven. Consolo, die in 1933 op Sicilië is geboren, wordt gezien als een van de grootste Siciliaanse schrijvers van de twintigste eeuw. In 1992 won hij de Premio Strega, de meest prestigieuze Italiaanse literatuurprijs. Zijn romans zijn al in veel landen vertaald, maar dit is de allereerste Nederlandse vertaling van een werk van Consolo.

Consolo is een taalvirtuoos, hetgeen het voor vertaalster Pietha de Voogd niet altijd even makkelijk maakte om de tekst naar het Nederlands om te zetten. De Voogd vertaalde eerder De naam van de Roos (Umberto Eco) en De eenzaamheid van de priemgetallen (Paolo Giordano), maar Retabel beschouwt ze als het mooiste en moeilijkste werk dat ze ooit vertaald heeft.

Aangezien ik zelf ook wel wat Italiaanse vertalingen gemaakt heb, kan ik me daar wel een voorstelling bij maken. Zo schrijft Pietha de Voogd in de verantwoording achter in het boek dat ze een aantal dagen met Consolo heeft doorgebracht om verschillende stijlkwesties met hem te bespreken. ‘Zijn literaire prioriteiten zijn duidelijk: ritme, klank, rijm, stilistische kunstjes, veel dubbele betekenissen (vaak verwijzend naar de Italiaanse politiek of cultuur) en contrasten, uitvergrote beelden als het ware, die een zuinige Nederlander misschien overdrijvingen zou noemen.’

Pietha de Voogd heeft geprobeerd om het Nederlands in dezelfde geest op te tekenen. ‘De zinslengte van het Italiaans is strikt gehandhaafd, omdat die naar mijn mening een hoofdbestanddeel is van de ‘adem’, het ritme van het verhaal. Ik ben me ervan bewust dat deze roman van Nederlanders misschien meer inspanning vergt dan van Italianen, gewend als zij zijn aan rijk taalgebruik. Ritme en klank, de muziek, spelen een hoofdrol. Daarom heb ik de betekenis van een woord er soms ondergeschikt aan gemaakt.

Vooral de eerste bladzijde (waar ook bovenstaand fragment uit afkomstig is) illustreert dit. De genoemde planten zijn gekozen om de klank en het ritme van hun naam, ofschoon ze wel allemaal, net als in het origineel, lid zijn van de – giftige – familie der nachtschaden. Het spel met de naam Rosalia vergde soortgelijke ingrepen: het ritme is dat van de rozenkrans (Isidoro is immers een gewezen monnik), de woorden beginnend met lia staan in alfabetische volgorde, het Italiaans telt immers ook veel alliteratie en beginrijm.’

Dit alles maakt Retabel tot een ode aan de rijkdom van de Italiaanse taal, aan het prachtige ritme van de woorden die Consolo zo zorgvuldig optekende en die je er als het ware nog doorheen gefluisterd hoort. Iedereen die de Italiaanse taal een warm hart toedraagt zal hiervan genieten, van elke zin opnieuw. Laten we hopen dat Retabel een succes wordt, zodat uitgeverij Novecento snel weer zo’n pareltje kan laten vertalen!

Retabel – Siciliaanse passies
Vincenzo Consolo
vertaald door Pietha de Voogd
ISBN 9789491126017
€ 17,50
uitgeverij Novecento | www.novecento-press.nl

Getagd met:
preload preload preload