nov 14

Florence kent veel beroemde beelden, waarvan de meeste op het Piazza della Signoria te vinden zijn: de David van Michelangelo natuurlijk, Judith en Holofernes van Donatello, de Marzocco-leeuw, Neptunus van Ammannati… Een van de interessantste beelden is echter van een onbekende vrouw, die van de Florentijnen de naam Berta heeft gekregen.

Haar hoofd steekt uit de klokkentoren van de Santa Maria Maggiore, een vrij onopvallende kerk tussen station Santa Maria Novella en Piazza del Duomo. Haar hoofd zou al lange tijd uit de campanile steken, hetgeen voor de inwoners van de stad aanleiding was deze alomtegenwoordige vrouw een naam te geven.

Volgens een van de verhalen die over het vrouwenhoofd de ronde doen, dankt zij haar naam aan Berta, een groentevrouw die in de twaalfde eeuw een kraam had aan de voet van de klokkentoren van de Santa Maria Maggiore. Hier verkocht ze de oogst van haar groentetuin die ze bij haar huis buiten de stad had aangelegd. Berta keerde pas naar huis terug als ze al haar groente had verkocht, en spaarde zoveel mogelijk van haar dagelijkse opbrengsten.

Aangezien Berta niet getrouwd was en ook geen kinderen had, was dit bedrag gedurende haar leven uitgegroeid tot een aardige som geld. Berta besloot al haar spaargeld te schenken aan de kerk van Santa Maria Maggiore, mits de monniken met een deel van het geld een klok zouden laten maken, die elke dag geluid moest worden voor het Ave Maria, als de zon onder ging.

Berta koos niet voor niets dit moment uit. Zo zouden alle marktlui die van buiten de stad kwamen weten dat de stadspoorten op het punt stonden te sluiten voor de nacht. Iedereen kon zo op tijd zijn boeltje pakken en de stad verlaten om huiswaarts te keren. Het was Berta meer dan eens gebeurd dat ze de tijd vergat, waardoor ze voor een gesloten poort stond. Het gevolg: een prijzige overnachting binnen de stadsmuren en geen nieuwe groentevoorraad voor de volgende dag. Met een klok die op tijd zou luiden, zou dit probleem verholpen zijn, zo had ze bedacht.

Als dank voor dit genereuze gebaar en het achterliggende idee zouden de tuinders en boeren die buiten de stadspoorten woonden, dit beeld voor Berta hebben opgericht, direct bij het andere onderwerp waar ze dankbaar gebruik van maakten, de klokkentoren.

Er doet echter ook nog een ander verhaal over dit vrouwenhoofd de ronde. In dat verhaal is het hoofd overigens niet eens van een vrouw, maar van een priester. Deze priester raakte betrokken bij de terechtstelling van een zekere Cecco d’Ascoli, een professor uit Bologna die aan het begin van de veertiende eeuw van hekserij werd beschuldigd. Hij moest eindigen op de brandstapel, zo luidde het vonnis.

Op weg naar zijn einde, kwam de stoet met de veroordeelde langs de kerk Santa Maria Maggiore, waar de priester uit het raam van de klokkentoren hing om het geheel gade te slaan. Vanaf zijn hoge positie zag hij dat de veroordeelde professor aan zijn bewakers iets te drinken vroeg. Daar kon natuurlijk geen sprake van zijn, en de priester riep de bewakers dan ook toe geen gehoor te geven aan dit verzoek. Volgens de priester zou het vuur van de brandstapel onmiddellijk uitgaan als Cecco een beetje water zou drinken. Cecco, die niets meer te verliezen had, was woedend en zou hebben geroepen: ‘Je zult je kop nooit meer uit dat raam kunnen halen!’

Dat bleek geen loze bedreiging, want al bijna 800 jaar zit het hoofd van de priester gevangen in de klokkentoren. Al vind ik persoonlijk het verhaal van Berta geloofwaardiger – en lijkt het hoofd ook echt meer op dat van een vrouw. Maar oordeel zelf, en loop er als je in Florence bent even voorbij. Die arme Berta zal wat aanloop wel waarderen!

aug 05

In mei was ik al zo verbaasd toen het met Pinksteren rozenblaadjes regende in het Pantheon (zie Ciao tutti van 23 mei), maar toen ik in Terug in Rome van Rosita Steenbeek las dat het in Rome altijd sneeuwt op 5 augustus, viel ik van verbazing bijna van mijn stoel. Sneeuw in augustus? Als de Romeinen de stad grotendeels verlaten hebben vanwege de drukkende hitte en je alleen nog toeristen over de trottoirs ziet slenteren, naarstig op zoek naar een barretje dat nog open is voor een flesje water of een ijskoffie? Als zelfs de Romeinse zwerfkatten pas ver na het vallen van de avond uit hun koele schuilplaats tevoorschijn komen om hun kostje bij elkaar te scharrelen?

Toch is inderdaad niets minder waar: elk jaar op 5 augustus sneeuwt het even in het snikhete Rome. Hoe dat kan? Rosita Steenbeek legt het uit:

‘Door een lege en al behoorlijk warme stad loop ik naar de Santa Maria Maggiore.
Een sneeuwbuitje zou een lekkere opfrisser zijn. Het is 5 augustus en vandaag wordt herdacht hoe Maria op 5 augustus van het jaar 356 door een sneeuwbui duidelijk maakte dat op die plek, boven op de Esquilijn, een kerk voor haar moest worden gebouwd. Paus Liberius gaf meteen gehoor aan haar verzoek. De eerste kerk is verdwenen. Na het concilie van Efeze in 431, waarbij Maria werd uitgeroepen tot Maria Theotokos, godbaarster, moeder van God, liet Sixtus III de huidige kerk bouwen.

Ik loop door de stille Via Panisperna, eerst omhoog, dan naar beneden en daarna weer omhoog, en ervaar dat Rome echt op heuvels is gebouwd. […]
Daar rijst de Santa Maria Maggiore op. Het onderste gedeelte van de zuil die ooit voor de ingang stond van het mausoleum van Augustus is verdwenen achter stellages die zijn opgesteld voor het spektakel dat hier vanavond plaatsvindt en dat wordt uitgezonden op de televisie. Vanavond schijnt het nóg eens te gaan sneeuwen.

Ik ga naar binnen, er zitten al behoorlijk wat mensen. […]

De mozaïeken schitteren extra luisterrijk in het licht van de schijnwerpers. Het marmer glanst en aan het plafond flonkert het goud dat Columbus meenam uit Amerika. Tussen de gouden rozetten is ook af en toe een stier te zien op de wapens van de twee Borgia-pausen.

In een zijkapel die is afgesloten door een hek houdt kardinaal Law een soort voor-plechtigheid. Ik gluur naar binnen, maar een mannetje in beige pak jaagt me met een vervaarlijke kop weg en ook andere belangstellenden worden als honden verjaagd. Waarschijnlijk een gek uit de buurt. Ik loop door en vind een plek aan de zijkant vlak bij het altaar, naast een groepje dames met een rozenkrans in de hand. Ze zijn vriendelijk en vertellen dat ze hier elke dag komen bidden. Dit is de mooiste plek, zeggen ze, want hier kun je Maria goed zien, anders zit het altaar ervoor. Het schitterende mozaïek van Maria die door Christus wordt gekroond. […]

Op het altaarpodium, dat is versierd met rode en witte bloemen, wordt druk geregisseerd door een ceremoniemeester in een fuchsiakleurig gewaad. Hij maakt weidse bewegingen met zijn armen om de choreografie goed in te prenten bij een reeks jonge priesters in zwarte toog die aandachtig luisteren. […]

Ik kijk omhoog naar het gouden cassettenplafond en vraag me af waar de sneeuw uit moet komen. Nadat ik een tijd speurend heb gekeken, zie ik dat een van de rechthoeken een beetje openstaat, als een luikje.

Law vertelt het verhaal van de geschiedenis van de kerk. Dat de rijke Romein Giovanni droomde dat Maria een sneeuwbui liet neerdalen op de Esquilijn om aan te geven dat daar de kerk moest komen. Hij snelde naar paus Liberius, die vertelde dat hij dezelfde droom had gehad. Toen ze samen naar de Esquilijn gingen zagen ze dat die inderdaad was overdekt met sneeuw. Daarop trok paus Liberius de omtrek van de kerk in de sneeuw en met de financiering van Giovanni werd de kerk gebouwd, zoals vele rijke lieden tijdens het opkomende christendom hun geld staken in het bouwen van gebedshuizen.

Trompetgeschal.
Honderd mannenstemmen zingen de lof van de hemelkoningin.
En dan dwarrelen de witte blaadjes neer, uit het gouden plafond, het gaat maar door, ze dwarrelen de grote opening in, op het kribje en het beeld van Pius IX. Mensen kijken omhoog, de handpalmen omhoog geheven. […]

Ook de marmeren vloer raakt bezaaid met witte blaadjes. ‘Dahliablaadjes,’ zegt de vrouw naast me. ‘Vroeger waren het rozenblaadjes. Hebben de nonnen van de steeltjes gehaald.’ Een paar vrouwen schieten naar voren, pakken wat blaadjes van de vloer, houden ze koesterend vast, mompelen iets. ‘Tu sei benedetta fra le donne.’ […]

Mensen verdringen zich bij de omheining rond het lager gelegen gedeelte met het kribje, grijpen naar blaadjes, verzamelen ze haastig, drukken ze tegen zich aan, stoppen ze in hun tas, in hun zakken. Het beeld van de paus is geheel overdekt. Witte blaadjes op zijn witmarmeren hoofd, zijn marmeren schouders, handen. Ook de vloer is overdekt. Mannen in zwart pak verzamelen ze in manden en delen ze uit. Mensen storten zich erop, met zoveel heftigheid en emotie alsof hun leven ervan afhangt en menigeen zal dat waarschijnlijk ook denken…’

Het volledige verhaal over de sneeuwvlokken in de Santa Maria Maggiore is te lezen in Terug in Rome. In dit boek (dat tot eind augustus slechts een tientje kost!) vervolgt Rosita Steenbeek de avontuurlijke omzwervingen door deze zo gelaagde stad, die ze begon in Thuis in Rome. Belevenissen in het heden worden afgewisseld met gebeurtenissen in het antieke Rome. Ze eet ondergronds in een pizzeria, gebouwd tussen de muren van de Thermen van Agrippa, ze ontmoet kleurrijke personages , zoals Tiberschuimster Valentina, ze bezoekt de villa met de bunker van Mussolini en de sacristie van de paus. Wederom wordt duidelijk dat het gewone leven in Rome nooit gewoon is!

preload preload preload