apr 07

Hier in Rome wonen heel wat enthousiaste bloggers. Ze schrijven over hun leven in de bijzondere stad en – in veel gevallen – ook en vooral over al het lekkere eten dat hier te vinden is. Een van de leukste is Mozzarella Mamma, van de Amerikaanse journaliste Trisha Thomas. Trisha werkt sinds 1994 voor het televisienieuws van Associated Press in Rome. Ze is getrouwd met een Italiaan en combineert haar werk voor AP met het opvoeden van hun drie kinderen, Niccolo’, Caterina and Chiara. De ondertitel van haar blog is dan ook deadlines, diapers and la dolce vita.

Hoe kan een jonge Amerikaanse vrouw, die is opgevoed met hockey, diepvriesgroente, wasmachines, Chinees afhaaleten en rondreizen met een rugzak, uitgroeien tot een echte Italiaanse mamma, die de perfecte pasta kan maken? Onmogelijk? Het is Mozzarella Mamma gelukt, door het dagelijks leven te voorzien van een flinke dosis humor.

Het idee voor haar blog ontstond tijdens een gesprek met een van de moeders die, net als zij, op een bankje in het park zaten terwijl de kinderen elkaar achterna zaten en zich door het gras lieten rollen. De moeder liet zich ontvallen: ‘We proberen onze kinderen waarden bij te brengen, hen te laten inzien dat ze hun best moeten doen, maar eigenlijk denk ik dat we bezig zijn onze kinderen te vormen tot mozzarella.’

Trisha realiseerde zich dat deze moeder gelijk had – ze waren Mozzarella Mamma’s, die weliswaar hun best deden maar hun kinderen ook moesten leren loslaten. Over dat bijzondere proces schreef Trisha pagina’s vol, variërend van hele verhalen tot korte anekdotes. Het resultaat is een vrolijk weblog over het leven van een Amerikaans-Italiaanse moeder in Rome, dat lekker wegleest.

Geinspireerd door dit weblog gaf Loes Janssen Miraglia me deze week het recept voor een heerlijk gerecht met mozzarella: melanzane con mozzarella. Voor mozzarella mamma’s en alle andere keukenprinses(sess)en!

Ingrediënten:
- 500 gram aubergine
- 150 gram mozzarella
- 4 gezouten ansjovissen
- bloem
- 2 eieren
- paneermeel
- olijfolie
- zout en peper

Verwarm de oven voor op 180 graden. Was de aubergines grondig, snijd ze in de lengte in plakken, bestrooi ze met zout en laat ze minstens een half uur staan. Snijd de mozzarella in plakjes. Spoel het zout van de ansjovissen, ontdoe ze van hun graten en verbrokkel ze. Kluts de eieren met zout en peper.

Spoel vervolgens het zout van de aubergines. Haal ze eerst door de bloem heen, dan door de eieren en dan door het paneermeel. Bak ze op hoog vuur in gloeiendhete olie totdat ze goudbruin zijn. Laat ze uitlekken op keukenpapier.

Leg wat mozzarella en ansjovis op de helft van de aubergines en bedek ze met de andere helft. Plaats de aubergine’sandwiches’ in een ingevette ovenschaal. Strooi een beetje zout over het gerecht en plaats het 10 minuten in de oven. Dien het direct uit de oven op.

apr 06

Vandaag, op Goede Vrijdag, wordt onder leiding van de paus de Via Crucis (Kruisweg) gelopen, een plechtige processie die van het Colosseum naar de Palatijn voert. De paus draagt tijdens de tocht een groot houten kruis. Op elke statie, veertien in totaal, houdt de stoet stil voor een gebed. Bij de laatste statie houdt de paus een toespraak waarin hij refereert aan allerlei belangrijke gebeurtenissen in het afgelopen jaar.

De processie is een indrukwekkend gebeuren. Achter de paus sluiten ook veel Romeinen zich bij de processie aan. Ze dragen allemaal een lichtje, en sommigen zelfs een kruis. De Via Crucis meelopen? De processie start om 21.15 uur bij het Colosseum. Zeker een aanrader als je vandaag in Rome bent!

De lijdensweg van Bernini
Voor wie vandaag niet in Rome is, een lijdensweg die het hele jaar door te bezoeken is: de Ponte Sant’Angelo, oftewel de Engelenbrug. Het was mij eerlijk gezegd tot vorige week nooit zo opgevallen, dat de engelen die de brug sieren allemaal een element van Jezus’ lijden dragen. Pas toen een Romein me erop attent maakte (naar aanleiding van het feit dat ik elke engel op de foto probeerde te zetten), zag ik de doornenkroon, het kruis, de lans, de spons gedrenkt in azijn… Kijk maar mee naar een paar van deze engelen:

De lijdensweg op de Engelenbrug is wel iets korter dan de Kruisweg; in plaats van veertien staties wordt de brug gesierd door tien engelen. De meeste mensen denken dat deze engelen zijn gemaakt door Gian Lorenzo Bernini, maar in werkelijkheid zijn ze stuk voor stuk van de hand van zijn leerlingen. Bernini zelf ging in opdracht van paus Clemens IX wel van start met de eerste twee engelen. De paus vond die twee eerste engelen echter zo mooi, dat hij besloot ze zelf te houden. Je kunt deze originele engelen van Bernini gelukkig wel nog bewonderen, en wel langs het priesterkoor van de Romeinse kerk Sant’Andrea delle Fratte.

 

Wees overigens wel voorzichtig als je de Engelenbrug bezoekt. Op 19 september 1450, een Heilig Jaar, begaven grote groepen pelgrims zich via deze brug naar de Sint Pieter. De brug kon het gewicht van al deze mensen echter niet aan. De zijwanden begaven het en tientallen mensen vielen in de Tiber. Daarbij kwamen 178 pelgrims om het leven. De engelen stonden er toen overigens nog niet, dus wellicht dat hun wakende ogen een dergelijk ongeluk nu sowieso voorkomen…

apr 05

Om nog even in de sprookjesachtige sfeer van het Quartiere Coppedè te kunnen blijven, laat ik jullie vandaag meegenieten van de bijzondere bed&breakfast die hier in Rome even mijn thuis is: B&B Villa Paganini. Maar eerst zal ik jullie vertellen hoe ik hier verzeild raakte…

Ik schreef in oktober 2010 al eens over Villa Torlonia, een van de mooiste parken in Rome, ook en vooral door de aanwezigheid van La Casina delle Civette (Het Uilenhuisje), waar ik echt verliefd op werd. Aangezien dit huisje natuurlijk niet te koop komt te staan, neusde ik alvast een beetje rond in de buurt. Niet dat ik nu al zo’n concrete verhuisplannen heb, maar deze wijk in Rome had iets geraakt dat ik maar moeilijk naast me neer kon leggen.

Toen ik dan ook van Epha Meijering van Discover Italy hoorde dat zij hier in de buurt een geweldige bed&breakfast had gevonden, met de prachtige naam Villa Paganini, kon ik mijn nieuwsgierigheid niet onder stoelen of banken steken. Ik vroeg haar het hemd van het lijf over de familie die de B&B runt, over de precieze ligging en over allerlei andere heerlijke details.

Epha hoorde al mijn vragen aan, maar besloot om me zelf naar een antwoord te laten zoeken. Bij Villa Paganini welteverstaan. Ze mailde de eigenaresse, Antonella, en die stuurde me een vriendelijke uitnodiging zelf kennis te komen maken.

Zo gezegd, zo gedaan. Al op weg naar Villa Paganini, langs de Via Nomentana, ging mijn hart sneller kloppen. Als ik hier nu eens zou kunnen wonen… Ver genoeg van het drukke Romeinse centrum om geen last te hebben van hordes toeristen, maar dichtbij genoeg om in een klein kwartiertje met de bus op Piazza Venezia te belanden, of met de fiets alle Romeinse bestemmingen af te kunnen leggen.

De wijk kenmerkt zich door kleurrijke gebouwen, die in het late avondlicht nog meer van hun pracht prijsgeven dan overdag, met daartussen veel groen: palmbomen, parkjes, loggia’s met bloemen en planten in alle soorten en maten. Ik geniet zo van alles wat ik om me heen zien, dat ik niet merk dat de taxichauffeur halt heeft gehouden voor een zonnig geschilderd huis met een grote tuin.

Villa Paganini ti aspetta,’ glimlacht hij. En of er op me gewacht wordt… De deur zwaait open en Filippo, een van Antonella’s zonen, verwelkomt me met een breed armgebaar. Hij neemt mijn koffer over en gaat me voor naar een van de drie kamers, die allemaal genoemd zijn naar een park in Rome. Het geluk is met mij, want ik mag in kamer Torlonia verblijven. Als ik hier niet heerlijk zal dromen…

Maar daarvoor is het nog geen tijd, want Filippo geeft me eerst een uitgebreide rondleiding door de B&B en de bijbehorende tuin. Hier ga ik vast heel wat uurtjes zitten schrijven, mijmeren, lezen en eten. Want met mooi weer wordt hier het ontbijt geserveerd, en in de goed uitgeruste keuken kun je ook zelf thee of koffie zetten en koken. Wat een heerlijkheid zo midden in Rome, al dat groen, die heerlijke rust en een bloemrijke geur!

Intens tevreden maak ik mijn Torlonia-kamer tot mijn thuis voor de komende tijd. Dan val ik in een diepe, ontspannen slaap die niet verstoord wordt door voorbijrazende auto’s, door sirenes van brandweer, ambulance, carabinieri of alle drie tegelijk of door Britse toeristen die te diep in het glas hebben gekeken. Ik voel me net Doornroosje.

Vanochtend vroeg – het werkritme gaat hier onverminderd door – werd ik verrast door een enorm ontbijt. Even dacht ik dat ik nog sliep, maar al dat lekkers voor mijn neus stond er echt. Neemal, degene die de gasten onder andere van ontbijt voorziet, had aan alles gedacht: verse cornetti (croissantjes) van de bakker op de hoek, zelfgemaakte jams uit de tuin die de familie in Umbrië heeft), koekjes, koffie en warme melk om net zo sterke koffie te zetten als nodig, maar ook thee, fruit, sapjes en yoghurt. Ik weet nu al waar ik vannacht van ga dromen…

B&B Villa Paganini
Wil jij ook slapen als Doornroosje en ontbijten als een Romeinse keizer in deze heerlijke B&B? Je vindt B&B Villa Paganini aan de Via dell’Isole 8, vlak bij de Corso Trieste en de Via Nomentana of online via www.villapaganinibb.it.

apr 04

Ver weg van alle drukke toeristische trekpleisters, ten noorden van de chaotische verkeersdrukte rondom Termini, vind je het sprookjesachtige Quartiere Coppedè. Een bijzonder stukje Rome, dat in niets doet denken aan gladiatoren, roemrijke geschiedenis of pauselijke grootheidswaanzin. Slenter langs de bijzondere huizen rondom het Piazza Mincio, dat het hart van de wijk vormt, en je wordt bevangen door de bijzondere sfeer die hier heerst.

Die sfeer is te danken aan de Florentijnse architect Gino Coppedè, die op deze plek rond 1915 de vrije hand kreeg van de gemeente Rome om hier een aantal unieke huizen neer te zetten. Dat liet Coppedè zich geen twee keer zeggen. Hij leefde zich helemaal uit en werkte tot aan zijn dood in 1926 aan de verfraaiing van de huizen.

Je staat dan ook ademloos te kijken naar alle details: mozaïeken, schilderingen, grappige reliefs, monsterachtige wezens, een zonnewijzer, kleine schoorsteentjes, grappige afdakjes, balkonnetjes, erkers… Kijk maar eens naar dit prachtige hoekhuis:

Maar dat is nog niet alles. Coppedè bouwde ook een grappige fontein, de zogenaamde Fontana delle Rane (Fontein van de Kikkers), die volgens een van de inwoners van de wijk die mijn gefotografeer vrolijk gadeslaat bedoeld was als knipoog op de Fontana delle Tartarughe (Schildpaddenfontein) op het Piazza Mattei in het oude getto in Rome (waarover ik eerder dit stukje schreef).

Onder de poort die de overgang naar de ‘gewone wereld’ markeert, hangt ten slotte een heuse kroonluchter, waar af en toe een auto onder door rijdt. Zodra je onder de kroonluchter door wandelt, richting Piazza Mincio, waan je je even in een andere wereld. Voor wie nog niet overtuigd is, nog een aantal foto’s. Maar het is natuurlijk het mooist als je het met eigen ogen kunt aanschouwen, dus noteer deze wijk op je lijstje voor een (volgend) bezoek aan Rome!

Praktisch
Je vindt het Quartiere Coppedè rondom het Piazza Mincio, vlak bij Villa Torlonia. Vanaf Piazza Venezia neem je bus 60 express naar de Via Nomentana (fermata Viale Regina Margherita, de eerste halte na Porta Pia); vanaf Termini neem je bus 90 express naar de Via Nomentana (eveneens uitstappen bij de eerste halte na de Porta Pia, fermata Viale Regina Margherita) of bus 38 naar Corso Trieste (eerste halte).

PS - Boekupdate
Terwijl ik door deze sprookjesachtige wijk slenterde, zijn de bestanden van mijn boek bij de drukker gearriveerd! Het duurde iets langer dan gepland, maar het boek krijgt nu wel van die mooie ronde hoeken – zodat het nog meer op een (b)logboek lijkt. Vandaag gaan de bestanden op de plaat, wat betekent dat de eerste gedrukte pagina’s straks van de band afrollen. Spannend, zeker ook omdat ik hier in Rome zo ver weg zit. Ik had er natuurlijk graag met mijn neus bovenop gestaan…

Het boek zal op woensdag 18 april bij de uitgever aankomen, hetgeen betekent dat je nog tot die dag zonder verzendkosten een exemplaar kunt bestellen dat ik dan voorzie van een speciale boodschap en mijn handtekening. Die woensdagmiddag zal ik namelijk alle tot dan bestelde boeken signeren. Ik zal alvast even oefenen hier, zodat ik straks uren achter elkaar door kan gaan ;-)  Natuurlijk geldt tot die dag ook nog steeds dat elke 25ste besteller een extra verrassing krijgt.

Bestellen kan zoals gezegd via de website www.koopeenleukboek.nl. Uiteraard zullen we de signeersessie t.z.t. live verslaan via Twitter en Facebook en met foto’s hier online. Daarvoor ga ik nu eerst maar even mijn handtekening verfraaien…

mrt 29

Op 4 april verschijnt (hoe heerlijk!) weer een nieuwe thriller van David Hewson! Vandaag op Ciao tutti alvast een voorproefje om de spanning op te bouwen.

David Hewson woonde jarenlang in Rome en werd wereldberoemd met zijn Nic Costa-thrillers, die zich allemaal in de Italiaanse hoofdstad afspelen. Actie, symboliek en de duistere ‘andere’ kant van Rome zijn het handelsmerk van Hewson. Dit keer staan de mysterieuze Blauwe Demonen centraal, een groep die twintig jaar geleden een serie lugubere misdaden pleegden uit naam van de oude Etrusken. Als tijdens een G8-top in Rome een politicus ritueel vermoord wordt, vermoedt inspecteur Nic Costa dat de Blauwe Demonen weer aan het werk zijn. Costa moet diep in het verleden graven en stuit daarbij op een reeks zeer duistere zaken.

Na het lezen van het eerste hoofdstuk hieronder zit je er al helemaal in, dus wees gewaarschuwd: dat worden slapeloze nachten tot 4 april!

‘De man in de zilveren wapenrusting beende met grote passen over het kiezelpad. De tuin van het Quirinale leek wel een oven. Hij zweette hevig in het officiële borstschild en wollen uniform.

In zijn rechterhand hield hij stevig het lange, bebloede zwaard vastgeklemd dat zojuist een man van het leven beroofd had. Over niet al te lange tijd zou hij de Italiaanse president vermoorden. En dan? Dan werd hij zelf omgelegd. Dat was nu eenmaal het lot van huurmoordenaars door de eeuwen heen, van Pausanius van Orestis, die de vader van Alexander de Grote, Philippus, vermoord had, tot de moordenares van Marat, Charlotte Corday en Kennedy’s wreker, Lee Harvey Oswald.

De dolk, het geweer van de sluipschutter… De wapens waren een reflectie van de man of vrouw die ze gebruikte. Zo werden dader en slachtoffer verenigd in één gezamenlijk offer aan het lot, en het was nooit anders geweest, vanaf het moment waarop de mens over anderen had willen heersen en zijn verlangens had uitgedrukt, zijn levensduur had laten inperken door de suffe restricties van de conventie. Petrakis had in de loop der jaren veel gelezen, veel gedacht, voorbereidingen getroffen, zichzelf vergeleken met zijn soortgenoten. De laatste voorstelling waarin rondreizend acteur John Wilkes Booth had opgetreden voor hij een kogel door de schedel van Abraham Lincoln joeg was Julius Caesar geweest, al was door een merkwaardig toeval zijn rol die van Caesars vriend en verdediger, Marcus Antonius, geweest en niet van Brutus zoals de geschiedenis wilde.

Toen hij de gestalte in het prieeltje naderde, merkte Petrakis dat hij bij het zien van de grijze, gerimpelde gedaante die daar diep over een boek gebogen zat, de zin mompelde die Wilkes Booth zo’n anderhalve eeuw eerder uitgesproken moest hebben.

O, grote Caesar, lig jij daar nu zo?
Zijn al je macht, roem, buit en zegetochten,
Tot deze maat teruggebracht?

Een lang, wit gezicht met droevige, vermoeide ogen keek op van de bladzijde. Petrakis besefte dat hij hardop had gesproken en hij vroeg zich af waarom deze dood, na al die andere, hem zo moeilijk viel.

‘Dat kon ik niet helemaal verstaan,’ zei Dario Sordi op kalme, vaste toon, terwijl hij zijn blik op het lange, bebloede blad gericht hield.

De officier in uniform kwam dichterbij, bleef staan, herhaalde de versregel en hield het zwaard boven de oudere man, die zich daar in de schaduw van een beeld van Hermes ophield.

De president keek op, wierp een blik om zich heen en vroeg: ‘Over welke overwinningen heb je het, Andrea? Welke buit? Een tijdelijk verblijf in een tuin die eerder bij een paus past? Ik ben een gepensioneerde man in een uitermate luxueus bejaardenhuis. Is dat nou echt zo moeilijk te vatten?’

Het lange, zilvergrijze wapen trilde in Petrakis’ hand. Zijn handpalm voelde vettig aan. Hij wist niet wat hij daarop moest antwoorden.
Achter hem klonken stemmen. Geschreeuw. Rumoer.
Dario Sordi had een sigaret in zijn hand. Hij trilde zelfs niet.
‘Je zou bang moeten zijn, oude man.’
Weer dat droge lachje.

‘Ik ben achterna gezeten door nazi’s.’ Het grijze, strakke gezicht keek hem nors aan. Sordi trok aan de sigaret en blies een rookwolk uit. ‘Ik heb meer dan een halve eeuw lang Russische roulette gespeeld met de tabak en de druif. Heb mensen beledigd – belangrijke mensen – die vinden dat ik eens een lesje zou moeten leren, wat waarschijnlijk wel klopt.’ Hij priemde met een lange, bleke vinger in de avondlucht. ‘En nu wil jij dat ik naar de pijpen van iemand anders ga dansen? Op de knieën ga voor een of andere sukkel?’

Dat zou het in ieder geval gemakkelijker maken.
Petrakis dacht aan zo veel dingen tegelijk. Hij dacht aan voorbije tijden, lome dagen onder de Afghaanse zon waarin hij NAVOtroepen had proberen te ontwijken, en hij dacht aan verre, bijna vergeten ogenblikken in het vochtige duister van een Etruskische tombe, toen hij het met zijn vader over het leven en de wereld had gehad, over hoe een man daar zijn eigen weg in moest vinden en niet mocht toestaan dat een ander zijn toekomst bepaalde.

En de oorsprong van dat alles lag in de Maremmen, in de gefluisterde ontdekking dat daar een paradijs van de wil opgeofferd was aan het cliché en het alledaagse, aan de dringende eisen van de politiek. Andrea Petrakis wist dat deze koers al op zeer jeugdige leeftijd voor hem was uitgezet, door zijn geboorte, door zijn erfgoed.

Zijn gedachten werden volledig in beslag genomen door de herinnering aan de tombe met de spookachtige figuren die op de muren geschilderd waren en de verschrikkelijke, onsterfelijke verschijning van de Blauwe Demon die hen een voor een opvrat. In de loop van tientallen jaren had hij vooral het volgende geleerd over de vrijheid die de reeds lang gestorven mannen en vrouwen hadden genoten. Twee millennia na dato dansten ze nog steeds onder de grijze grond van Tarquinia. Hun vrijheid, echter, was een eendagsvlieg, even vluchtig en uitsluitend echt door het voorbijgaande karakter ervan. Leven en dood zijn maatjes, twee zijden van een medaille. Om elke ademtocht te kunnen proeven, elke hartenklop te voelen moest je weten dat ze je allebei ieder moment afgenomen konden worden. Zijn vader had hem dat geleerd, lang voordat de Afghanen en de Arabieren hem hetzelfde hadden proberen duidelijk te maken.

Andrea Petrakis herinnerde zich de les nu nog zuiverder, nu in een onzichtbare zandloper het zand voor Dario Sordi en zijn moordenaar wegliep.
In de zoele avondlucht was een scherp, hard geluid te horen. Het leek of er een onzichtbare, strakgespannen draad knapte. Een deel van het standbeeld van Hermes, de rechtervoet, spatte voor zijn ogen in duizend stukjes uiteen alsof hij ontploft was van pure woede.
Eindelijk dook Dario Sordi weg in de schaduw, en probeerde zich te verstoppen.’

Het vervolg lees je vanaf 4 april in

Blauwe demonen
David Hewson
vertaald door Janine van der Kooij
ISBN 9789026128950
€ 18,95
Uitgeverij De Fontein

Getagd met:
mrt 28

Wie na het bezoeken van de Spaanse schilders (zie mijn stukje van gisteren) zelf ook graag het penseel ter hand neemt en zich wil laten inspireren door al dat moois in Rome, kan in oktober mee op reis met beeldend kunstenaar Stephan Peters en Rome-insider Mariët Bloemendal van Activa Bolsena. Samen voeren ze je door de historische straten van Rome, zodat je de mooiste plekjes kunt vereeuwigen in je schetsboek.

Aan de hand van een aantal thema’s zul je de stad observeren met de ogen van een kunstenaar. Uiteraard kun je wat je ziet en meemaakt in je eigen schildersdagboek optekenen. Het werk van de kleine groep deelnemers zal aan het eind van iedere dag besproken worden, zodat je de volgende dag de stad nog beter aan het papier kunt toevertrouwen.

Na de aankomst op zaterdag kun je in een sfeervol appartement even bijkomen van de reis, waarna er een gezamenlijk welkomstdiner wordt gehouden in een gezellige trattoria. De tweede dag Rome staat in het teken van ‘ruimte’. De schildersafari gaat van start met een bezoek aan een van de zeven heuvels van Rome. Vanaf deze hoog gelegen plek ligt Rome in al haar facetten aan je voeten.

Op de derde dag staat het schildersdagboek in het teken van steen, met een bezoek aan het Colosseum, het Forum Romanum en andere plekken uit het antieke Rome. Dan is het de beurt aan de mens, die bestudeerd gaat worden in de Vaticaanse Musea. Natuurlijk aan de hand van de schilderingen van Michelangelo, maar ook aan de hand van de bezoekers van het Sint Pietersplein.

Ook de natuur in Rome verdient het op papier te worden gezet. En waar kan dat nu beter dan in Villa Borghese? Dit 80 hectare grote stadspark biedt naast landschappelijk aangelegde tuinen diverse musea, paviljoenen en sculpturen. De dag erna is worden de mensen op straat vastgelegd in het Romeins dagboek. Er wordt geflaneerd over de straten, pleintjes en steegjes, op zoek naar mooie doorkijkjes en straatbeelden.

De laatste schilderdag staat in het teken van stroom. De rivier de Tiber, met haar prachtige oude bruggen en sfeervolle kaden, wordt aan het reisdagboek toegevoegd. Tijdens het gezamenlijke afscheidsdiner wordt een gezamenlijk geschreven reisverhalenbundel uitgereikt, om samen met het schildersdagboek straks thuis heerlijk terug te kunnen kijken… Wie weet, hangen jouw werken over een paar jaar dan ook wel in de Eeuwige Stad…

Mee op schildersafari?
Er is voor deze unieke week plaats voor maximaal acht deelnemers, dus beslis snel want vol is vol! De reis vindt plaats van 7 t/m 14 oktober 2012. In juni is er een kennismakingsavond in het atelier van Stephan. Kijk voor meer informatie over deze reis op de website van Activa Bolsena.

mrt 27

Deze maand zijn twee beroemde Spaanse schilders neergestreken in Rome. Het Chiostro del Bramante herbergt ruim tachtig werken van Joan Miró, terwijl Il Vittoriano onderdak biedt aan de werken van Salvador Dalí.

Miró – Poesia e luce
Joan Miró zet met zijn poëtische schilderijen kunst in een ander daglicht. De vijftig grote doeken die in het Chiostro del Bramante bijeen zijn gebracht, brengen dat mooi tot uiting, maar ook de beelden en aquarellen laten de fantasie van de kunstenaar zien. De werken zijn veelal gemaakt in de periode dat Miró op Mallorca woonde, waar hij een groot atelier had maar waar hij tegelijkertijd in direct contact stond met zijn muze, de natuur.

Omdat deze ruimte zo belangrijk was voor Miró, is geprobeerd het atelier deels na te bootsen. Zo krijg je als bezoeker een idee van hoe hij werkte, te midden van zijn originele gebruiksvoorwerpen en penselen. Ook dit werpt een beetje extra licht op de creaties van de Spaanse kunstenaar, die hier meer dan ooit tot hun recht komen.

De tentoonstelling is nog tot en met 10 juni te zien, maar voor wie geen ticket Rome in het vooruitzicht heeft, alvast een klein voorproefje:

Dalí – un artisto, un genio
Ogni mattina, appena sveglio, sperimento un piacere supremo: quello di essere Salvador Dalí, e mi chiedo – intimamente stupito – quale cosa prodigiosa farà mai oggi, questo signor Dalí ?’ aldus niemand minder dan Salvador Dalí zelf. ‘Elke ochtend, nauwelijks ontwaakt, ervaar ik een buitengewoon genoegen: namelijk het genoegen Salvador Dalí te zijn, en ik vraag me af – diep onder de indruk – wat voor wonderbaarlijks hij vandaag weer zal doen, deze mijnheer Dalí?’

Deze zin maakt direct duidelijk hoe het wonderlijke brein van Dalí de meest bijzondere kanten op kronkelt. Dat blijkt ook uit de verzameling werken die in het Complesso del Vittoriano bijeen is gebracht. Foto’s, schilderijen, teksten en documenten proberen de bezoeker een kijkje te geven in de geest van deze grote kunstenaar.

Hoe zag hij zichzelf en de wereld? Maar vooral ook: hoe zag hij Rome? In 1938 woonde en werkte Dalí namelijk een tijd in de Eeuwige Stad, maar ook toen hij weer in Spanje woonde kwam hij er graag. Niet alleen om te werken uiteraard, Dalí kwam vooral graag in Rome om even op te laden en nieuwe energie op te doen. Bijvoorbeeld door een scootertochtje te maken op een Vespa – en wel precies die Vespa die nu in het Vittoriano tentoongesteld wordt.

Maar Dalí zou Dalí niet zijn als hij ook niet buiten de gebaande paden reisde. Hij was bijvoorbeeld dol op de tuinen in Bomarzo (waar ik eerder deze maand over schreef), ook omdat het hier in de woorden van Dalí ‘makkelijker is om dingen te zien die anderen niet hebben gezien’. De bizarre monsters en grillige giganten inspireerden Dalí meer dan het Colosseum en het Pantheon. Alhoewel, zo te zien heeft heel Rome als inspiratie gediend voor het onderstaande doek, De verzoeking van de Heilige Antonius…

mrt 22

Uitgeverij De Boekerij jubelde over deze thriller: ‘Het verhaal van Aria voor een verleden lijkt misschien simpel, maar de eenvoud bedriegt. Aan het einde van deze thriller blijf je als lezer ademloos achter door het vernuft waarmee de structuur en de niet-lineaire plot zijn vormgegeven. Dit is een echte juweel van een thriller!’

Toen verscheen er ook nog eens een zeer positieve recensie in het Parool. Hans Knegtmans schreef: ‘Aria voor een verleden is waarschijnlijk de meest understated thriller van dit jaar. En ook een van de beste.’ Dan kun je als Italiëliefhebber nog maar één ding doen: het boek kopen en je pagina na pagina laten meeslepen door het verhaal van Anton en Aria, tot het bittere einde…

Anton Waker komt uit een familie van kleine criminelen. Samen met zijn nicht Aria handelt hij in valse paspoorten en identiteitsbewijzen. Maar Anton besluit uit het criminele leventje te stappen. Hij vervalst nog wel even een Harvard-diploma voor zichzelf, accepteert een goedbetaalde baan bij een degelijk bedrijf en hij verlooft zich. Vlak voor zijn bruiloft en huwelijksreis naar Italië wordt Anton echter gechanteerd door Aria: hij moet tijdens zijn huwelijksreis meewerken aan één laatste klus, anders vertelt ze Antons nieuwe echtgenote over zijn criminele verleden.

Onderstaand een fragment uit het boek. Wees gewaarschuwd voor je het gaat lezen, want je kunt niet meer terug en zal net als Anton aan het einde van het fragment willen verdwijnen, maar dan in het spannende verhaal dat je 272 pagina’s lang meezuigt.

‘Op de ochtend na zijn bruiloft vloog hij naar Italië.
Sophie poseerde voor het Colosseum, naast een gladiator met een digitaal horloge om. Ze ging voor de TRevi-fontein staan terwijl hij de ene na de andere foto van haar nam in een poging het hele rolletje vol te schieten.

‘Neem me niet kwalijk,’ zei ze tegen een passerende toerist, ‘maar zou u een foto van ons samen willen nemen?’ Toen ze dat zei, deed Anton het beschermkapje voor de lens, en Sophie noch de fotograaf had het in de gaten toen de foto genomen werd. Hij wilde geen fotografisch bewijsmateriaal dat hij ooit in dit land geweest was.

Op het eiland Capri zag ze het beschermkapje.
Nee, zei hij, dat had er natuurlijk niet de hele reis al op gezeten. Ja, hij wist het zeker. Nee, echt niet, zei hij, hij had het er pas na de laatste fotoserie op gedaan. Nee, hij vond het niet erg, ze hoefde zich niet te verontschuldigen voor het feit dat ze aan hem had getwijfeld. Nee joh, het was een alleszins redelijke vraag. Hij hield ook van haar. Nee, echt. Stil maar, niet huilen.

De Noorse toerist die een foto van hen zou nemen, gaf de camera in de emotie van het moment, om onverklaarbare redenen schuldbewust, terug en de foto was dus uiteindelijk niet genomen.

Op Capri wilde Sophie de Blauwe Grot zien. Het kostte vijfendertig euro om aan boord te kunnen gaan van een boot die hen langs de schitterende kust voer. Anton hield Sophies hand vast en keek op naar de vissersheiligen, kleine beeldjes die op krankzinnige hoogten in de donkere rotsen boven hen geperst stonden. Kijk dit heilige eiland, deze heiligen die van hoog in de rotsen hun zegeningen uitdelen. Patroonheiligen voor voorspoed en sterke netten, voor getijden en vissen. Sophie hield zijn hand vast en keek omlaag naar het water.

Toen ze bij de grot aankwamen, waren er al twee andere bootladingen met toeristen. De boten lagen een paar meter voor de kust op de golven te deinen en het bleek nog eens vijfentwintig euro te kosten om op een roeibootje over te stappen dat per keer twee toeristen naar een kleine opening tussen de rotsen en de zee vervoerde. De mannen die de toeristen deze onderwereld binnen voeren, waren vriendelijk en geanimeerd, maar de hele operatie deed Anton aan een lopende band denken – een toerist geld aftroggelen, de toerist in grot brengen, de toerist terug naar boot brengen – en de onverwachte extra kosten schrokken hem af.

Maar Sophie wilde het per se doen; ze betaalde het extra bedrag en wachtte geduldig op het benedendek op haar beurt, terwijl Anton naar de stoet toeristen keek die de grot inging en weer uitkwam. De meeste toeristen die terugkwamen glimlachten, maar in zijn ogen zagen ze er allemaal lichtelijk teleurgesteld uit, net als de menigte die hij een paar dagen daarvoor uit de Sixtijnse Kapel had zien druppelen.

‘Ik heb mijn hele leven al over de Blauw Grot gehoord,’ hoorde hij een van hen tegen een ander zeggen, maar het antwoord verstond hij niet. Toen Anton weer omlaag keek naar het benedendek, was Sophie verdwenen, en hij voelde even een golf van iets wat op paniek leek toen hij dacht dat ze misschien overboord was gevallen, maar toen keek hij naar de grot en zag hij hoe ze nog net haar hoofd introk toen de roeiboot onder de rotsen verdween. Ze bleef erg lang weg, vond hij.

Anton hield de reling vast terwijl hij op haar stond te wachten. De boot deinde op en neer in de golfslag van de andere boten om hen heen. Hij deed zijn ogen dicht en kreeg even het gevoel dat hij hier in dit schitterende licht, ver weg van Brooklyn, van zijn ouders en van Aria, op zesduizend kilometer afstand, kon verdwijnen.’

Aria voor een verleden
Emily St. John Mandel
vertaald door Mireille Vroege
ISBN 9789022558119
€ 15,00 (t/m 31 maart, daarna € 17,95)
De Boekerij

Wie snel verder wil lezen, gaat vandaag nog naar de boekhandel of bestelt Aria voor een verleden via deze link bij bol.com

mrt 19

De grote vraag bij Italiaanse mannen luidt als volgt: zijn ze onder te verdelen in de drie bovengenoemde categorieën of hebben ze stiekem allemaal alle drie de beschrijvingen in zich? Of nemen ze naar gelang de situatie steeds een andere rol aan? Gedragen ze zich op straat als macho’s, in bed als meesterminnaars en als ze je eenmaal hebben veroverd als moederskindjes?

Italiaanse mannen zijn wonderlijke mannen, zo constateert ook journaliste Pauline Valkenet nadat ze in Rome is gaan wonen. Ze raakt geïntrigeerd door vrolijk flirtende charmeurs en door ijdeltuiten die uren voor de spiegel staan. Ze gaat uit met macho’s die bij nader inzien onder hun moeders rok blijken te zitten. Haar getrouwde collega’s verslijten hordes minnaressen en komen daar schijnbaar moeiteloos mee weg.

Gedreven door nieuwsgierigheid wil Pauline Valkenet de mannen van Italië doorgronden. Wat zit er allemaal achter die stijlvolle façade van elegante zonnebrillen en scherp geschoren sikjes? Ze begint een boeiende speurtocht die haar kriskras door het land voert: naar een schoonheidswedstrijd voor mannen, een hoerenbuurt in Rome, een school voor schoonmoeders en een parkeerplaats vol vrijende Napolitanen. Nederlandse vrouwen die in Italië wonen, vertellen over de inheemse heren. Ook modeontwerper Valentino, voetballer Luca Toni, sociologen, seksuologen en tal van andere Italiaanse mannen komen aan het woord.

In het geestige boek Macho’s, moederskindjes, meesterminnaars? – Italiaanse mannen onder de loep duikt Pauline Valkenet achter de clichés. Ze doet uit de doeken of de mannen in Italië echt zo romantisch zijn en ontcijfert hun drang naar uiterlijke schoonheid. Ze legt uit hoe het komt dat er zoveel moederskindjes rondlopen en wat dat met de liefde doet. Tot slot onthult ze of Italiaanse mannen nu werkelijk zulke meesterlijke minnaars zijn.

Een fragment:

’s Ochtends ga ik naar kapper Michele, die een goedlopende zaak vlak bij het Colosseum heeft. Michele is een man van 59 jaar, een kop kleiner dan ik en hij knipt me al jaren. Als ik hooggehakt en in een rokje binnenstap, kijkt hij naar mijn benen en zegt: ‘Pauline, wat heb jij prachtige enkels. Dat valt me nu pas op.’ ’s Middags ga ik aan het werk. Cameraman Roberto begroet me en zegt: ‘Hoe komt het toch dat jij met de jaren alleen maar mooier wordt?’ ’s Avonds ben ik voor de buik, billen en bovenbenen in de sportschool. Achter de balie staat fitnessleraar Gianni, die me begroet met: ‘Ciao, bella! Wat is het toch altijd een vreugde om jouw glimlach te zien!’

Complimenten. Italiaanse mannen zijn er scheutig mee. Naast hun secondelange blikken waarmee ze het vrouwelijk schoon van top tot teen opnemen, zijn daar altijd die complimenten. Of de heren nu jong of oud zijn, beeldschoon of zo lelijk als de nacht, de dame in kwestie nooit eerder hebben gezien of al jaren kennen: een complimentje moet worden gemaakt. Die over de mooie ogen is inmiddels ronduit afgezaagd. Een beetje man bedenkt iets beters: pluimpjes over de glanzende huid, de slanke handen of de mooie nek.

Als een Italiaanse man een compliment wil geven, vindt hij altijd wel iets om een vrouw lof toe te zwaaien. Zo was de agent op het politiekantoor in Rome, waar de blonde en blauwogige Martha aangifte kwam doen van diefstal van haar portemonnee, duidelijk onder de indruk van mijn Amsterdamse vriendin. Op het moment dat zij klaar was met het invullen van het noodzakelijke papierwerk, riep hij enthousiast: ‘Ooooh, mevrouw! Wat heeft u een práchtige handtekening!’

Diezelfde Martha raakte bevriend met een charmante antiekhandelaar van in de vijftig, die haar op een avond uitnodigde voor een drankje op een dakterras met een spectaculair uitzicht over Rome. Toen zij twijfelde, drong hij aan. ‘Toe, ga nou mee, ik wil zo graag even van dat prachtige uitzicht genieten.’ Eenmaal op het dakterras ging hij tegenover haar zitten, met zijn rug naar de stad toe.
‘Wat ga jij nou verkeerd om zitten?’ vroeg zij verbaasd.
‘Ik zit niet verkeerd om,’ antwoordde de antiekhandelaar. ‘Dat prachtige uitzicht waar ik van wil genieten, ben jij.’

Tja, en dan vergeef je deze Italiaanse man alles wat hem ook maar te vergeven valt. Maar of dat voor elke Italiaanse man geldt? Reden genoeg om de Italiaanse mannen dus eens extra onder de loep te nemen. Zeker vandaag, want op 19 maart (de naamdag van de heilige Jozef) wordt in Italië Vaderdag gevierd.

Mannen, wat heb je eraan?
Maar ook in Nederland staan de mannen vandaag in de schijnwerpers. Althans in De Balie in Amsterdam, waar vanavond tijdens het KennisCafé een debat plaatsvindt over mannen – en wat je aan ze hebt. Ik zal hier natuurlijk even mijn oor te luister leggen om te horen of en hoe de machofactor van mannen biologisch bepaald is.

Volgens Aart de Kruif, auteur van Typisch testosteron en een van de sprekers vanavond, wordt de hoeveelheid testosteron namelijk al voor de geboorte bepaald, in de baarmoeder. Of een man uitgroeit tot een echte macho wordt namelijk bepaald door de testosteronconcentratie van zijn moeder. Ik ben benieuwd of die Italiaanse macho’s dat zullen erkennen…

Meer lezen?
Macho’s, moederskindjes, meesterminnaars? – Italiaanse mannen onder de loep van Pauline Valkenet is nog tweedehands te bestellen via bol.com.

Meer lezen over hoe testosteron het gedrag van mannen beïnvloedt? Bestel dan Typisch testosteron – De grote invloed van een hormoon op het gedrag van mannen én vrouwen. Een heel andere benadering van mannen dan die van Pauline Valkenet, maar minstens zo interessant!

Welke invloed heeft het hormoon testosteron op het gedrag van mannen én van vrouwen? Volgens Aart de Kruif is die invloed vele malen groter dan we al vermoedden. Hij deed jarenlang onderzoek naar gedrag bij dieren en ontdekte grote overeenkomsten tussen dierlijk en menselijk gedrag, met name wat betreft de werking van dit ene hormoon. In dit bijzonder interessante boek stelt hij op basis van eigen en ander wetenschappelijk onderzoek dat biologische, natuurlijke factoren, zoals hormonen, een vaak veel sterker effect hebben op gedrag dan sociologische of culturele factoren. De Kruif schuwt daarbij controversiële standpunten niet.

Typisch testosteron
Aart de Kruif
ISBN 9789088030116
€ 18,95
uitgeverij Lias

mrt 18

In nood leert men zijn vrienden kennen, luidt het spreekwoord. Marcus Tullius Cicero kon daarover meepraten: in de nadagen van de Romeinse republiek in de eerste eeuw voor Christus raakte hij in de problemen doordat hij met zowel Caesar als Pompeius bevriend was. Beide heren, ooit goede vrienden, kwamen op voet van (burger)oorlog met elkaar te staan, en Cicero moest kiezen. Na lang aarzelen koos hij verkeerd: Pompeius trok aan het kortste eind en Caesar liet Cicero vervolgens een toontje lager zingen.

Cicero trok zich terug uit de actieve politiek en schreef een flink aantal filosofische werken. Een van de charmantste daarvan gaat over het onderwerp vriendschap en krijgt nu een nieuwe Nederlandse vertaling, verzorgd door de classicus en filosoof Rogier van der Wal. Cicero’s tekst verdient dat, want als stilist kent hij zijn gelijke niet, en wat hij over vriendschap te melden heeft is boeiend en actueel. Zelfs ontvrienden blijkt geen nieuw fenomeen!

Een prachtig fragment:

‘Wie vriendschap uit het leven weghaalt lijkt de zon uit de wereld weg te nemen. Van de onsterfelijke goden hebben we geen beter en geen aangenamer geschenk gekregen dan vriendschap. Want wat is die onbezorgdheid? Weliswaar is die op het eerste gezicht verleidelijk, maar in werkelijkheid is zij in vele gevallen verwerpelijk.

Het is tegennatuurlijk een eervolle zaak niet eens op je te nemen of, als je die eenmaal opgenomen hebt, neer te leggen en op die manier zorgen uit de weg te gaan. Maar als we zorgen ontvluchten, dan moeten we ook de deugd uit de weg gaan, die noodzakelijkerwijs met enige mate van zorg gepaard gaat omdat zij het tegenovergestelde afwijst en haat, zoals goedheid slechtheid, gematigdheid wellust en dapperheid lafheid.

Zo kun je zien dat rechtvaardige mensen het meest onder onrechtvaardige dingen lijden, dappere mensen onder lafheid en mensen met zelfdiscipline onder onbeheerst gedrag. Dus het is eigen aan iemand met de juiste instelling dat hij zich over goede dingen verheugt en van het tegenovergestelde verdriet heeft.

Als zodoende een wijs iemand verdriet kan overkomen (en dat zal hem zeker overkomen, als we hem niet alle menselijkheid willen ontzeggen), waarom zouden we dan vriendschap volledig uit het leven wegnemen, alleen maar om er geen last van te hebben? Want als je de emoties wegneemt, wat is er dan voor verschil, ik zeg niet tussen een kuddedier en een mens, maar tussen een mens en een boomstam of een rots of welke van dat soort dingen dan ook?

We moeten niet luisteren naar hen die van de deugd iets hards willen maken, bijna in staal gegoten. Zij is namelijk in veel gevallen, en vooral in het geval van vriendschap, juist fijngevoelig en toegeeflijk, zodat ze zich als het ware verspreidt wanneer het met een vriend goed gaat en zich concentreert bij tegenslag. Daarom is de bezorgdheid die we vaak voor een vriend voelen niet zo sterk dat die de vriendschap uit het leven wegneemt, net zomin als we deugdzame handelingen verwerpen omdat ze bepaalde zorgen en moeilijkheden met zich meebrengen.’

Het hele relaas over vriendschap van Cicero lees je in

Vriendschap
Cicero
vertaald door Rogier van der Wal
ISBN 9789025369354
€ 9,95
uitgeverij Athenaeum

preload preload preload