mrt 11

Het zal jullie misschien vreemd in de oren klinken, een Italiaanse eenwording op culinair gebied – zeker als je bedenkt dat de Italiaanse keuken zo divers is en elke regio zijn eigen specialiteiten en bereidingswijzen kent. Toch werd het moment van de eenwording gekenmerkt door een culinair hoogtepunt. In Delizia! – De geschiedenis van de Italianen en hun keuken schrijft John Dickie er het volgende over:

‘Er wordt vaak gezegd dat Turijn de salon is van Italië: il salotto d’Italia. De palazzi zijn er regelmatig van vorm en staan in strakke rechthoekige blokken, de zuilengangen en piazza’s hebben een sobere grandeur. In het voetgangersgebied rond Piazza Castello krijg je het ongemakkelijke gevoel dat je eigenlijk op pantoffels hoort te lopen in plaats van op schoenen. Andere steden lijken vulgair of chaotisch vergeleken bij deze stad – Napels lijkt wel aan de andere kant van de wereld te liggen.

Turijn is niet alleen de salon van Italië, maar ook de eerste hoofdstad en de hoofdstad van de Risorgimento, de politieke en culturele nationale beweging die van Italië één natie heeft gemaakt. In deze stad werd op 17 maart 1861 door de Eerste en Tweede Kamer van het land een beroemde éénregelige wet aangenomen: ‘Koning Victor Emmanuel II krijgt de titel Koning van Italië voor zichzelf en voor zijn opvolgers.’ Dankzij deze wet werd Italië officieel voor de eerste keer in de geschiedenis één staat, waarvan Turijn de hoofdstad en Victor Emmanuel van het oude huis van Savoia de erfelijke monarch was.’

Dickie vertelt vervolgens over dat ene moment waarop de Risorgimento en de geschiedenis van de Italiaanse keuken samenvielen: ‘Dit is een van de weinige momenten in de Risorgimento waarop een menu een rol speelde – een menu dat verrassend veel zegt over de geschiedenis van de Italiaanse keuken en de cruciale plaats die Turijn daarin inneemt.

Tijdens een banket dat op 12 september 1846 werd gehouden ter afsluiting van de Associazione Agraria Subalpina was het de beurt aan de secretaris om een toost voor te stellen. De man die van de belangrijkste tafel opstond en de zaal overzag, had strenge gelaatstrekken, een korte nek en brede, ronde schouders. Lorenzo Valerio had reden om tevreden te zijn. Het congres was zonder enige twijfel een succes.

Lorenzo Valerio

Niet alleen hadden ze de gebruikelijke kwesties besproken, zoals modelboerderijen, veeverzekeringen en wisselteelt, ze hadden ook een fascinerend bezoek gebracht aan een paar zijdefabrieken in het dichtbij gelegen Vigevano. Dit alles was in overeenstemming met het door Valerio beleden patriottisme. Zijn doel was om de boodschap van de Risorgimento over het voetlicht te brengen met behulp van filantropie, onderwijs en praktische adviezen – om met andere woorden de idealen van vaderland en vooruitgang met elkaar te verbinden. Zelfs zijdecocons en coöperaties hielden misschien een belofte in van een natie in wording.

De plaats waar het congres werd gehouden was misschien nog een reden voor trots. De Associazione Agraria Subalpina was gevestigd in Turijn, maar in plaats van het congres daar in de hoofdstad van Piemonte te organiseren, had Valerio de leden naar Mortara laten komen, een stadje dicht bij de Piemontese grens met Lombardije, een regio die bij Oostenrijk-Hongarije hoorde. Onder de ongeveer vierhonderd gezichten die verwachtingsvol naar hem opkeken, herkende hij heel wat boeren en grondbezitters uit Lombardije. Hij hief zijn glas en stelde een toost voor waarvan hij wist dat die hoogst controversieel was: ‘Op onze broeders uit Lombardije. Dat deze vereniging van agrarische belangen een voorbode moge zijn van een nog belangrijker eenwording. Ik hoop dat iedereen met mij het glas wil heffen op Italië. Viva l’Italia!’

Viva l’Italia!’ echoden honderden stemmen, De hoogwaardigheidsbekleders die bij de secretaris aan tafel zaten, zwegen ontsteld. De aristocratische president van het genootschap werd bleek van schrik, beëindigde bijna meteen het banket en verliet de zaal. Valerio bleef alleen aan tafel achter, peinzend over zijn provocerende vaderlandslievende daad. […]

De toost van Valerio was een klein keerpunt in het verhaal van de Italiaanse eenwording – maar wel een belangrijke aanwijzing voor de groeiende steun voor één koninkrijk. En hoewel Italië (gelukkig) culinair gezien nog steeds geen eenheid is, kunnen we nog steeds toosten op Italië, het in alle opzichten heerlijkste land ter wereld! Viva l’Italia!

Kijk voor meer informatie over alle feestelijkheden rondom het 150-jarig bestaan op www.italiaunita150.it

mrt 10

Vanaf vandaag ben ik een weekje in Piemonte, de op een na grootste regio van Italië. Aangezien ik daar nog niet eerder was en er dus ook nog geen verslag van deed op Ciao tutti, vandaag een korte inleiding op de regio en de hoofdstad Turijn.

Letterlijk betekent de naam Piemonte ‘aan de voet van de berg’. Daar vind je de regio dan ook, in het noordwesten van Italië, aan de zuidelijke zijde van de Franse en Zwitserse Alpen. De Piemontesi hebben een licht Frans accent – een erfenis van de familie Savoia, waaraan ook nog veel palazzi, kerken en musea herinneren – maar Piemonte is misschien wel de meest Italiaanse regio. De Piemontesi hebben namelijk een doorslaggevende rol gespeeld in de Risorgimento, de Italiaanse eenwording, dit jaar precies 150 jaar geleden. Cavour en koning Vittorio Emanuele II komen beiden uit Piemonte, en ook Garibaldi is een Piemontees. Hij is weliswaar geboren in Nice, maar die stad behoorde toen nog tot het grondgebied van het Italiaanse Piemonte.

Het moment van de Italiaanse eenwording

Het is dit jaar dan ook volop feest in Piemonte. Volgende week, op woensdag 16 maart, worden de feestelijkheden rondom het 150 jarig bestaan van Italië ingeluid met de zogenaamde Notte Tricolore. Door heel het land worden er feesten, optredens en officiële ceremonies georganiseerd om de eenwording van Italië te vieren en te herdenken. In Turijn wordt dan ook het Museo Nazionale del Risorgimento Italiano opnieuw geopend, gevestigd in het monumentale Palazzo Carignano, waar koning Vittorio Emanuele II geboren is.

Turijn is een stad die vaak geassocieerd wordt met industrie, maar niets is minder op het elegante stadscentrum van toepassing dan een industriële sfeer. Het stijlvolle centrum kent veel barokke palazzi en schitterende winkelgalerijen. Aangezien de stad niet zo groot is, is er tijdens een eerste kennismaking met Turijn niets heerlijker dan gewoon door de stad te gaan dwalen. Je komt dan vanzelf uit op de Via Roma, met onder de statige arcades stijlvolle winkels en chique cafés.

De Via Roma wordt ongeveer halverwege onderbroken door het Piazza San Carlo, een enorm plein dat door de inwoners van Turijn ook wel Il Salone wordt genoemd. Vooral tijdens de dagelijkse passeggiata komen mensen uit alle hoeken en gaten voor een aperitivo naar de vele terrassen op dit plein.

Het bekendste gebouw van Turijn is de 167 meter hoge Mole Antonelliana, opgericht ter ere van de Italiaanse eenwording. Ooit was dit het hoogste gebouw ter wereld. Tegenwoordig huisvest het gebouw het Filmmuseum. Net schreef ik al dat veel mensen Turijn associëren met industrie – een associatie die te danken is aan hét symbool van de stad – en misschien wel van heel Italië: de FIAT.

De Fabrica Italiana di Automobili Torino werd al in 1899 opgericht en groeide geleidelijk uit tot een multinational. Il Lingotto, het gebouw waar de oude fabriek gevestigd was, heeft inmiddels de status van industrieel monument gekregen. De spiraalvormige baan aan de binnenkant van het gebouw, die maar liefst vijf verdiepingen telt, bracht de Fiatjes meteen van de fabriek naar het dak, dat als testparcours diende. Tegenwoordig wordt il Lingotto vaak gebruikt voor tentoonstellingen en exposities. Ook de Salone del Gusto vindt hier elk jaar plaats.

Een ander beroemd symbool van Turijn is La Sindone, de lijkwade. In de Capella della Sacra Sindone, vlak achter de Duomo, wordt een replica tentoongesteld van het beroemdste en tevens meest dubieuze relikwie ter wereld. Na een koolstofdatering die niet verder terug gaat dan de twaalfde eeuw zijn er recent toch weer sporen gevonden van pollen die rond de dood van Christus in de buurt van Jeruzalem voorkwamen…

Piemonte kent naast Turijn geen andere grote steden, maar wel prachtige natuurgebieden waar je heerlijk kunt wandelen, fietsen en skiën. Een stukje van het Parco Nazionale Gran Paradiso, een ongerept natuurgebied met authentieke dorpjes als Ceresole Reale, ligt nog net in Piemonte. Ook de nationale parken van Argentera, het Parco delle Alpi Maritime en Alta Valle Pesio, zijn uitgestrekte wandelgebieden waar je onderweg veel bijzondere planten, bloemen en dieren zult tegenkomen.

Voor skiërs is de Via Lattea, de ‘Melkweg’, een waar sneeuwparadijs, met lange skiroutes en veel faciliteiten die nog getuigen van de Olympische Winterspelen van 2006. Het moderne stadje Sestriere is zelfs speciaal aangelegd om in de winter skiërs en in de zomer wandelaars te herbergen. Naast Sestriere zijn er in deze streek gelukkig ook veel authentieke dorpjes, waar de huisjes en kerkjes nog van hout en steen zijn.

Kortom, Piemonte biedt voor ieder wat wils. Ook de culinaire reiziger komt volop aan zijn trekken: Piemonte is verreweg de meest culinaire regio van Italië. Je kunt hier geweldig eten (denk aan polenta, risotto, truffel, kastanjes…) en bovendien komen de mooiste wijnen van Italië, de beroemde barolo en barbaresco, uit de Piemontese wijngaarden. Ook op culinair gebied hebben we heel wat aan Piemonte te danken dus.

Komende week gaan we onder andere proeven van grappa en wijn uit Piemonte. Morgen ook iets culinairs, maar dan anders: dan vertelt John Dickie over de culinaire kant van de Italiaanse eenwording.

aug 28

Vóór 1861 was Italië een hopeloos samenraapsel van kleine stadstaatjes en gebieden die bezet waren door Frankrijk, Spanje of Oostenrijk. De Italiaanse auteur Ippolito Nievo (1831-1861) was een van de felste voorvechters van de Italiaanse eenheidsstaat. In zijn korte, bewogen leven schreef hij vele werken, waarvan Belijdenissen van een Italiaan het bekendste is. Hij stierf in de strijd voor eenheid: onderweg van Sicilië naar Napels leed zijn stoomboot schipbreuk voor de kust van Sorrento.

Belijdenissen van een Italiaan opent met de woorden van Carlino Altovito: ‘Ik werd geboren als Venetiaan, maar zal [...] sterven als Italiaan.’ Carlino groeit op in het kasteel van Fratta, in de provincie van Venetië. Gegrepen door nationalistische gevoelens trekt hij al jong naar de Italiaanse centra van de macht: Venetië, Genua, Rome, Milaan en Napels. Ook de liefde kruist zijn pad, maar die gaat niet over rozen: Pisana, met haar temperamentvolle karakter, trekt hem voortdurend aan, maar stoot hem ook af.

In de vorm van een ironisch, autobiografisch relaas schetst Nievo de roerige jaren voor de Italiaanse eenwording, het Risorgimento. Hij stelt ons voor aan een stoet onvergetelijke personages: de graaf van Fratta, die nauwelijks kan lopen door een verroest zwaard dat hij altijd om zijn middel draagt; zijn kanselier, een schriel, mager mannetje dat loenst en dat als een angstig haasje achter de graaf aanhupt, en monseigneur Orlando, die door zijn vader voorbestemd werd krijgsheer te worden, maar bidden boven vechten verkoos.

Voor de lezers van Ciao tutti alvast een stukje uit het eerste hoofdstuk van Belijdenissen van een Italiaan:

‘Ik ben geboren als Venetiaan op 18 oktober van het jaar 1775, op de dag van de evangelist Sint-Lucas, en ik zal door Gods genade sterven als Italiaan, wanneer de Voorzienigheid, die op ondoorgrondelijke wijze de wereld regeert, dat wenselijk acht.

Ziedaar de moraal van mijn leven. En omdat niet ik deze moraal gemaakt heb maar de tijd dat gedaan heeft, kwam het dus bij mij op dat een naïeve beschrijving van wat de geschiedenis in het leven van een mens teweeg kan brengen, misschien nuttig zou kunnen zijn voor degenen die in andere tijden de vruchten van de gebeurtenissen uit het verleden mogen plukken.

Nu, in het jaar 1858 van de christelijke jaartelling, ben ik een oude man van over de tachtig, en toch nog jong van hart, misschien wel meer dan ik ooit in mijn harde jeugd en moeizame mannelijkheid geweest ben. Ik heb veel meegemaakt en veel geleden. Toch heb ik ook nooit gebrek gehad aan momenten van troost, die meestal niet herkend worden in tijden van tegenspoed, welke altijd de overhand lijken te hebben over de menselijke mateloosheid en zwakheid. Maar wanneer ze dan later, in hun ware gedaante van onoverwinnelijke talismannen tegen ieder kwaad, in de herinnering terugkeren, brengen ze hoop, rust en vrede in de ziel. Ik bedoel hiermee die gevoelens en denkbeelden die zich niet door omstandigheden van buiten laten leiden maar ze juist glorierijk beheersen en er een slagveld voor volop strijd van maken.

Mijn inborst, mijn geest, mijn opvoeding, mijn daden en mijn latere ontwikkeling: zij vormen zoals bij ieder mens een mengsel van goed en kwaad. En als het geen schaamteloos vertoon van bescheidenheid zou zijn, zou ik ook nog als punt van verdienste kunnen aanvoeren dat het kwaad een groter aandeel heeft gehad dan het goed. Maar dat zou allemaal de moeite van het beschrijven niet waard zijn, als ik niet geleefd zou hebben op het breukvlak van de twee eeuwen uit de geschiedenis van Italië die men zich nog lang zal heugen. Toen namelijk ontsproten voor het eerst de kiemen van het politieke denken dat vanaf de veertiende tot de achttiende eeuw doorbrak met de werken van Dante, Machiavelli, Filicaia, Vico en vele anderen die ik wegens mijn gebrek aan ontwikkeling en belezenheid nu niet weet te noemen

Ik ben dus door het feit, een ander zou misschien wel zeggen het ongeluk, dat ik in deze tijd geleefd heb op het idee gekomen alles wat ik gezien, gehoord, gedaan en meegemaakt heb, op te schrijven, vanaf mijn vroegste jeugd tot de beginnende ouderdom, toen de ongemakken van de leeftijd, de toegeeflijkheid tegenover jongeren, de gematigde denkbeelden van een oudere en, laat ik dat ook maar zeggen, de vele en vele tegenslagen van de laatste jaren mij dwongen terug te keren naar de landelijke omgeving waar ik ooit getuige was van het laatste en lachwekkende bedrijf in het grote drama van de feodaliteit.

Mijn eenvoudige verhaal is niet belangrijker voor de geschiedenis dan een voetnoot van de onbekende hand van een tijdgenoot bij de tekst van een zeer oud document. Ik vind dat het persoonlijk handelen van iemand die niet zo bekrompen is dat hij zichzelf ingraaft tegen de narigheden van de gemeenschap, noch zo stoïcijns dat hij zich daar openlijk tegen verzet, noch zo wijs of trots dat hij ze uit minachting links laat liggen, op een of andere manier een weergave moet zijn van het gemeenschappelijke en nationale handelen dat het persoonlijk handelen in zich opneemt, net zoals een vallende druppel de richting van de regen aangeeft.

De beschrijving van mijn lotgevallen zal dus min of meer een beeld zijn voor de ontelbare individuele levensverhalen die, vanaf het verval van de oude politieke orde tot het in elkaar flansen van de huidige, samen het grote Italiaanse verhaal vormen. Ik zou me kunnen vergissen, maar misschien zijn er wel wat jongelui die hierdoor op de gedachte komen zich te matigen in de overmoed van hun gevaarlijke illusies en misschien zullen een paar van hen het langzaam maar zeker begonnen werk met bezieling voortzetten en zullen vervolgens velen vastberaden doorgaan na al hun aarzelingen, waardoor ze eerst honderd dwaalwegen beproefd hebben alvorens die ene weg naar de ware toewijding aan het openbare welzijn te vinden.

Zo dacht ik er tenminste over in al die negen jaren waarin ik, stukje bij beetje, naargelang de herinnering en de inspiratie het mij ingaven, bezig was met het opschrijven van deze aantekeningen. Ik ben er met een vast vertrouwen mee begonnen op de avond van een grote nederlaag en ik ben er in deze jaren van herboren ijver mee doorgegaan als was het een lange boetedoening. Ook ben ik door dit schouwspel van de zwakheden en de kwaadaardigheden uit het verleden overtuigd geraakt van de grotere kracht en de meer gerechtvaardigde verwachtingen van het heden.

Voordat ik ze nu ga overschrijven, wilde ik eerst in deze korte inleiding beter de gedachte omschrijven en rechtvaardigen die mij, reeds oud en ongeletterd, misschien vergeefs tot de moeilijke kunst van het schrijven heeft aangezet. Maar de helderheid van de gedachten, de eenvoud van de gevoelens en de waarheid van mijn verhaal zullen het gebrek aan welsprekendheid wel goedmaken en, meer nog, aanvullen: in plaats van roem zal de welwillendheid van mijn goede lezers mij bijstaan.

Op de drempel van het graf, nu al alleen op de wereld, door zowel vrienden als vijanden verlaten, vrij van tijdelijke zorgen en vooruitzichten, door mijn leeftijd vrij van de hartstochten die mij maar al te dikwijls bij mijn oordeel lieten dwalen, en verlost van de vluchtige illusies van mijn bescheiden ambities, heb ik een enkele vrucht van mijn leven geplukt, de vrede in mijn ziel. Daarin leef ik tevreden, daarop vertrouw ik, daarop wijs ik mijn jongere broeders omdat het de meest benijdenswaardige schat is en het enige schild om zich mee te verdedigen tegen de kuiperijen van valse vrienden, het bedrog van laaghartigen en de aanmatigingen van machtigen.

Er is nog iets wat ik beslist kwijt moet en wat uit de mond van een tachtigjarige toch misschien met enig gezag mag klinken, en dat is dat ik het leven als iets goeds ervaren heb, waar nederigheid ons toestaat onszelf te beschouwen als piepkleine radertjes in de wereldgeschiedenis en oprechtheid van gemoed ons voorhoudt dat het welzijn van vele anderen veel belangrijker is dan alleen het onze. Mijn aardse bestaan, als mens, is nu dan toch bijna ten einde. Tevreden over het goede dat ik heb gedaan en in de overtuiging dat ik het door mij begane kwaad voor zover mogelijk heb goedgemaakt, hoop en vertrouw ik er alleen nog maar op dat mijn leven zal uitmonden en opgaan in de grote zee van het zijn.

Ik geniet nu van een vrede die lijkt op die geheimzinnige baai aan het eind waarvan de onvervaarde zeeman een doorgang vindt naar de oneindig kalme oceaan van de eeuwigheid. Maar voordat mijn gedachten onderduiken in de tijd waarin alle tijden hetzelfde zijn, storten ze zich nog één keer in de toekomst van de mensen aan wie zij het in alle vertrouwen overlaten om hun eigen schulden uit te boeten, hun eigen verwachtingen te verwezenlijken en hun eigen beloftes waar te maken.’

© Ippolito Nievo (vertaling: Jan van Geldrop)

Bestel “Belijdenissen van een Italiaan” hier via bol.com

preload preload preload