jan 19

Het indrukwekkende Palazzo Strozzi, dat ik vorige week bezocht naar aanleiding van de tentoonstelling over Bronzino, grenst deels aan de Via de’ Tornabuoni, een van de meest luxe winkelstraten van Florence. In zijn Firenze – Anekdotische reisgids voor Florence beschrijf Luc Verhuyck de Via de’ Tornabuoni in al haar glorie:

‘In de Via de’ Tornabuoni, die zich uitstrekt van de Ponte Santa Trinita tot de Piazza Antinori, zijn zeer exclusieve modehuizen en juweliers gevestigd en ook voor wie niet van plan is om er aankopen te doen, is het een boeiende straat om etalages en vitrines te bekijken. Tussen de Arno en het Palazzo Strozzi zijn er onder andere winkels van Giorgio Armani, Cartier, Trussardi, Louis Vuitton, Gucci, Prada, Dior, Bulgari, Ferragamo, Versace, Tiffany, Yves Saint Laurent, Max Mara en Hermès.

Sommige zijn gevestigd in fraaie oude paleizen. Zo is vlak bij de Arno op nummer 1 Versace gevestigd op de eerste verdieping van het dertiende-eeuwse Palazzo Gianfigliazzi en daar recht tegenover op nummer 2 Salvatore Ferragamo in het eveneens dertiende-eeuwse Palazzo Spini (daarover overmorgen meer, SB). In de hal van Ferragamo hangt een fraai marmeren reliëf en in de boetiek van Max Mara zijn zestiende-eeuwse fresco’s te zien.

In de Via de’ Tornabuoni moet de destijds beroemde Britse schrijfster Ouida (1839-1908), pseudoniem van Marie Louise de la Ramée, en bekend, vooral in Japan, door haar A Dog of Flanders (1872), ooit bedreigd zijn geweest door een rivale. Een zekere markies Della Stufa zag wel wat in de ongehuwde Ouida, maar was al geruime tijd de minnaar van een getrouwde dame, Janet Ross, zelf de schrijfster van onder andere Old Florence and Modern Tuscany. De eerste zag in de markies een potentiële huwelijkskandidaat, de tweede vreesde het verlies van haar minnaar en beide vrouwen konden elkaars bloed wel drinken.

Mevrouw Ross zou beschoten zijn toen ze voor het raam van haar slaapkamer stond en toen de dames elkaar per koets in de Via de’ Tornabuoni passeerden, zou Janet Ross geprobeerd hebben om Ouida met de koetsierszweep te slaan. Ouida, wier pseudoniem terugging op een verbastering van haar tweede voornaam, schreef over hun rivaliteit de roman Friendship, waarin Janets alter ego haar minnaar door chantage aan zich weet te binden. Op haar beurt legde Janet de roman, nadat ze hem uit zijn band had gerukt, in haar gastentoilet als wc-papier.

Tegenover het Palazzo Strozzi is, op de hoek van de Via della Vigna Nuova, een gedenkplaat te zien die in herinnering brengt dat de Engelse schrijfster George Eliot, pseudoniem voor Anna Maria Evans, daar in 1860 verbleven heeft, in het vroegere hotel Londres et Suisse. Ze schreef een roman over het leven en de tijd van Savonarola, Romola (1863), waarvoor ze heel wat onderzoekswerk diende te doen. In het San Marco-klooster, waar Savonarola prior was geweest, werden vrouwen toen echter nog niet toegelaten, zodat ze het veldwerk daar aan haar man G.H. Lewes moest overlaten.

De componisten Donizetti, Rossini, Verdi en de Russische auteur Dostojevski hebben hier eveneens verbleven, maar worden niet met naam genoemd, de plaquette heeft het enkel over ‘belangrijke musici’. Het ‘Pension Suisse’, zoals het hotel werd genoemd, was bij buitenlanders vooral geliefd omdat het netjes, rustig en relatief goedkoop was.’

Vlak naast het hotel, bij het palazzo met huisnummer 77r, wordt het waterpeil van de Arno op 4 november 1966, toen de Arno ver buiten zijn oevers trad, aangegeven. Net voorbij de Via Strozzi vind je het voormalige Palazzo Corsi Salviati, dat nu ook wel Palazzo Tornabuoni wordt genoemd en waar ik morgen uitgebreid op terugkom vanwege de onbekende geheimen die dit palazzo herbergt.

nov 27

In Rome wandelde ik elke ochtend door de Via Santa Chiara, vlak achter het Pantheon, op weg naar de eerste Italiaanse koffie van de dag. Al op de eerste ochtend werd mijn aandacht getrokken door de bijzondere etalages: hier geen dure zwarte feestjurkjes van Valentino, Gucci en Prada, maar witte soutanes, kleurige kazuifels, geborduurde altaarkleden en Mariabeeldjes in alle soorten en maten.

In deze wijk shoppen priesters, monniken, zusters en andere geestelijken hun dagelijkse en zondagse outfit bij elkaar. Ook Johannes Paulus II was hier regelmatig te gast, om zich een nieuw kazuifel te laten aanmeten. Benedictus XVI komt er echter maar zelden. Hoe dat komt, vertelt Stijn Fens in zijn net verschenen boek Vaticanië – De geheimen van de paus:

‘Geen paus uit de recente geschiedenis is zo bewust bezig met zijn kleding als Benedictus. Hij heeft smaak en denkt heel goed na over wat hij bij welke gelegenheid aantrekt en ook welke mijter hij tijdens een mis opzet. Dat is niet onbelangrijk. Aan het pauselijk hof is er geen verschil tussen privékleding en beroepskleding. Het lichaam van de paus is een corpus publicus, openbaar bezit, waarbij de kleinste verandering of een opvallende kleurschakering betekenis heeft en navolging krijgt.

Wat de catwalks van Parijs of Milaan zijn voor de internationale modewereld, dat zijn het balkon en het hoofdaltaar van de Sint-Pieter voor de kerkelijke mode. Tijdens zijn bezoek aan het Oostenrijkse Mariazell in september 2007 verscheen de paus in een blauw kazuifel, met een bijpassende mijter van dezelfde kleur. Dit was des te opmerkelijker omdat deze kleur sinds het Concilie van Trente (1545-1563) niet meer was toegestaan. En nu mag het dus weer. Blauw is de traditionele kleur voor Maria in de katholieke Kerk en verwijst naar haar eretitel als Koningin van de Hemel.

De kleding van Benedictus valt op. Over zijn schoenen alleen al zijn pagina’s volgeschreven. In 2007 riep het tijdschrift Esquire de pontificale instappers uit tot modeaccessoire van het jaar. ‘De paus draagt Prada,’ kopten de kranten wereldwijd, tot groot genoegen van het Italiaanse modehuis. Geen groter reclame voor een bedrijf dan in één adem met de paus van Rome te worden genoemd. Dat de paus geen Prada-schoenen draagt maakt dan helemaal niet uit.’

Toch was de eerste verschijning van Benedictus qua kledingkeuze niet om over naar huis te schrijven: ‘Benedictus heeft geen dure smaak, maar wil er wel goed verzorgd uitzien. Des te opmerkelijker is het dat zijn outfit bij zijn debuut als paus op het middenbalkon van de Sint-Pieter op die historische avond in april 2005 een ronduit rommelige indruk maakte. Nadat hij in de Sixtijnse Kapel tot paus was gekozen en het Accepto (‘Ik aanvaard’) had uitgesproken, werd hij door een klein deurtje links van Michelangelo’s Laatste Oordeel weggeleid naar de Stanza delle Lacrime, de kamer der tranen, zo genoemd omdat elke net gekozen paus hier geacht wordt in huilen uit te barsten als hij zelf beseft welke enorme last er nu op zijn schouders rust.

In deze bijzondere kamer bevonden zich, naast een rode chaise lonque, de gebruikelijke drie witte pauselijke soutanes in de maten small, medium en large. Ze zijn afkomstig van de pauselijke kleermaker Massimiliano Gammarelli, die al tweehonderd jaar hoogwaardige kleding levert aan het pauselijke hof. Een net gekozen paus moet wel een heel vreemd postuur hebben wil niet één van deze drie soutanes passen. Maar zo niet deze keer: te kort, te lang, te smal – geen ervan zat lekker.

‘Toen hij uit de huilkamer kwam, knielde ik meteen voor hem neer om hem te begroeten. En ik zag onmiddellijk dat hij er niet op gerekend had paus te worden,’ vertelt de toenmalige commandant van de Zwitserse Garde, Elmar Mäder. ‘Vanuit de mouwen stak zijn blauwe gebreide vest naar buiten.’ Niet alleen de mouwen waren te kort, maar onder de soutane staken ook de pijpen van zijn lange witte ondergoed. Sinds lange tijd had een sterveling weer eens zicht op de onderbroek van een paus.’

Meer weten over de kleding en de schoenen van Benedictus? In Vaticanië – De geheimen van de paus neemt Stijn Fens je mee naar Vaticaanstad, de kleinste staat ter wereld en tegelijkertijd het bestuurscentrum van de rooms-katholieke kerk. Er wonen maar vijfhonderd mensen, maar die zijn wel ‘de baas’ over één miljard katholieken. Het Vaticaan is beroemd om zijn prachtige kunstschatten, maar wat gebeurt er werkelijk achter al die grote ramen en hoge muren?

Stijn Fens

Aan de hand van Stijn Fens wandel je door de statige vertrekken van de paus, als een fascinerende ontdekkingsreis door het Vaticaan. Hij geeft antwoord op vragen als: Waarom heeft de Zwitserse Garde een busje pepperspray onder haar kleurrijke sokken? Wat is het lievelingsgerecht van de paus? Heeft het Vaticaan geleerd van het seksueelmisbruikschandaal?

Vaticanië gaat over zwarte en witte rook, kardinalen en bisschoppen, pauselijke mijters en pontificale schoenen – maar vooral over een bijzondere plek in Rome, die elke keer weer blijft trekken, ook nu Stijn Fens een aantal geheimen heeft onthuld!

Getagd met:
jul 31

Fare una bella figura is, zoals je gisteren al kon lezen op Ciao tutti, een term die door Italianen vaak in de mond wordt genomen. Het heeft te maken met zowel je gedrag als allerlei kledingregels die nageleefd moeten worden.

In mijn eerste huis vlak bij de Spaanse Trappen in Rome zat ik vaak met verwondering te kijken naar alle verschillend geklede mensen die onder mijn raam voorbijliepen. Het was allemaal zo anders dan in Nederland, vele mannen strak in het pak en vele dames in een zwart mantelpakje, en dat op een gewone doordeweekse dag.

Vriendinnen uit Nederland kwamen langs om etalages te kijken. Ze pasten de ideeën die ze hier in Italië opdeden weer toe in Nederland, terwijl anderen zich lieten inspireren door de vele verschillende kledingstukken. Ze kochten koffers vol designerstoffen en maakten de dure kleding thuis na.

Tijdens de reizen die ik tot nu toe in Italië heb begeleid, was er weinig tijd om aandacht te besteden aan dit bijzondere fenomeen. Kleding moest het meestal afleggen tegen kerken en kunst. Maar Italië is ook het land van de mode en van het design! Vele grote ontwerpers zijn Italianen: denk aan Versace, Dolce e Gabbana, Armani… En zelfs de paus heeft een paar Prada-schoenen naast zijn bed staan!

Toen SRC-Cultuurvakanties mij vroeg om mijn droomreis op Italiaanse bodem op papier te zetten, wist ik dan ook gelijk wat me te doen stond: een reis organiseren rondom de hoogtepunten van de Italiaanse mode. Het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf!

Tijdens de reis die ik heb mogen samenstellen maak je kennis met de grote Italiaanse namen in de modewereld, maar ook met de minder bekende ontwerpers. We verkennen de modewijken in Milaan, Florence en Rome. Maar we gaan natuurlijk niet alleen maar etalages kijken! Modeontwerpers hebben in de grote steden warenhuizen, cafés en restaurants ingericht.

Salvatore Ferragamo heeft zijn eigen schoenenmuseum in Florence, waar modellen van bekende filmsterren te bewonderen zijn. In Florence vind je ook Palazzo Pitti, waar we de geschiedenis in duiken met een bezoek aan de kostuumafdeling. In de stoffenfabriek die we zullen bezoeken, zie je hoe de stoffen voor deze kostuums tot stand komen en wat er allemaal bij komt kijken voor je zo’n pak kunt aantrekken.

We eindigen de reis in Rome, waar we niet alleen op onderzoek uitgaan naar de plaatsen waar de paus zijn kleding en schoenen koopt en waar Valentino zijn creaties ontwerpt, maar waar we ook gaan rondstruinen op de grootste vlooienmarkt van Rome, Porta Portese. Durf jij ’s avonds al je aanwinsten te showen aan je medereizigers?

Mocht je al staan te popelen om mee op reis te gaan naar de grootste modesteden in Italië: we vertrekken op 8 november 2010 en 10 januari 2011. Tijd genoeg dus om alvast flink te sparen, zodat je straks je garderobe flink uit kunt breiden. In januari zijn we trouwens precies in Italië ten tijde van i saldi, de grote uitverkoop!

Kijk voor het precieze dagprogramma, de kosten en meer informatie op www.src-cultuurvakanties.nl. Hopelijk tot in Milano!

Diane Kuster

preload preload preload