mrt 15

Umberto Eco, een van de bekendste Italiaanse schrijvers, zowel binnen als buiten Italië, is afkomstig uit Piemonte, uit Alessandria om precies te zijn. Dertig jaar geleden werd hij wereldberoemd met zijn historische roman De naam van de roos, die miljoenen lezers zou betoveren, en die werd verfilmd met Sean Connery in de hoofdrol.

Van zijn nieuwste meesterwerk werden in Italië binnen enkele weken al meer dan een half miljoen exemplaren verkocht. Ik kocht het in november in Rome, maar las het afgelopen weekend pas uit – het is een boeiend maar complex verhaal, dat zeker in het Italiaans niet in al te hoog tempo gelezen kan worden. Gelukkig is sinds kort ook de Nederlandse vertaling (die verzorgd is door Yond Boeke en Patty Krone) verkrijgbaar:

Op grootse wijze neemt Umberto Eco in zijn nieuwe roman De begraafplaats van Praag de misschien wel meest megalomane eeuw aller tijden onder handen: de negentiende eeuw. Plaatsen van handeling: Turijn, Palermo en Parijs.

De geschriftvervalser Simone Simonini is een nauwkeurig observator van zijn eigen tijd. En hij ziet veel: een hysterische sataniste, een abt die twee keer sterft, lijken in een Parijs riool, jezuïeten die samenspannen tegen vrijmetselaars, vrijmetselaars en Mazzinianen die priesters wurgen met hun eigen darmen, de krombenige, aan artrose lijdende Italiaanse held Garibaldi, de bloedbaden tijdens de Parijse Commune van 1871 waar zelfs pasgeboren ratjes worden gegeten, onwelriekende kotten waar tussen de absintdampen bomexplosies en volksopstanden worden voorbereid, nepbaarden, zogenaamde notarissen, valse testamenten, diabolische broederschappen en zwarte missen.

Simonini ziet veel, maar hij maakt nog veel meer mee, en bijna als vanzelf wordt hij steeds dieper betrokken in het complot dat zal leiden tot de lasterlijke Protocollen van de Wijzen van Zion, die de gehele twintigste eeuw het antisemitisme zullen aanwakkeren. Maar de vraag is of Simonini er alleen maar zijdelings bij betrokken is. Is zijn invloed niet veel groter? De Protocollen zijn een vervalsing, maar van wie precies?

Een fragment:

‘Ik ben Fransman geworden omdat ik het niet kon verdragen Italiaan te zijn. In mijn hoedanigheid als Piemontees (hetgeen ik van geboorte ben) had ik het gevoel niet meer dan de karikatuur van een haan te zijn, maar dan met bekrompener ideeën. Piemontezen… al het nieuwe doet ze verstijven, al het onverwachte jaagt ze angst aan, dat ze het Koninkrijk der Beide Siciliën hebben bereikt (er zaten overigens maar heel weinig Piemontezen tussen de Roodhemden) is te danken aan twee Liguriërs, een dweper als Garibaldi en een onheilsstichter als Mazzini.

En laten we het maar niet hebben over hetgeen ik ontdekt heb toen ik naar Palermo ben gestuurd (wanneer was dat? Ik moet het eens reconstrueren). Alleen die ijdele Dumas hield van de bevolking daar, wellicht omdat ze hem meer vleiden dan de Franse, die hem altijd als een halfbloed zijn blijven beschouwen. Hij viel in de smaak bij Napolitanen én Sicilianen, die zelf immers ook mulatten zijn, niet zozeer omdat hun hoerige moeder het niet zo nauw nam, maar doordat ze in vroegere generaties geboren zijn uit kruisingen tussen malafide Levantijnen, zweterige Arabieren en gedegenereerde Oostgoten die op hun beurt weer het slechtste van elk van hun bastaardvoorvaderen hadden overgenomen, van de Saracenen hun indolentie, van de Zwaben hun bloeddorstigheid en van de Grieken hun weifelachtigheid en de lust om zich te verliezen in oeverloze, pedante haarkloverij. […]

Italianen zijn trouweloos, leugenachtig, laaghartig en achterbaks; ze voelen zich beter op hun gemak met een dolk dan met een zwaard, verkiezen vergif boven geneesmiddelen; het zijn aalgladde onderhandelaars en ze zijn uitsluitend consequent als het erom gaat met alle winden mee te waaien – en ik heb gezien wat er met de Bourbonse generaals gebeurde toen de avonturiers van Garibaldi en de Piemontese generaals ten tonele verschenen.

Het komt allemaal omdat de Italianen zich gemodelleerd hebben naar hun priesters, de enige echte leiders die ze ooit hebben gehad sinds de laatste gedegenereerde Romeinse keizer werd genaaid door de barbaren, toen het christendom eenmaal de standvastigheid van het oude ras had verzwakt. […]

Ik heb altijd het gevoel dat een soort wolk in mijn hoofd me verhindert terug te blikken. Waarom moet ik opeens denken aan mijn uitstapjes naar café Bicerin, in het habijt van pater Bergamaschi? Ik was pater Bergamaschi volkomen vergeten. Wie was hij? Ik vind het fijn om mijn pen te laten leiden door mijn instinct. Volgens die arts uit Oostenrijk zou er uiteindelijk een voor mij pijnlijke herinnering naar boven moeten komen, die zou verklaren waarom ik plotseling niets meer kan herinneren.’

Of dat inderdaad gaat gebeuren, lees je in

De begraafplaats van Praag
Umberto Eco
vertaald door Yond Boeke & Patty Krone
ISBN 9789044617320
€ 24,95
uitgeverij Prometheus

mrt 14

Na de heerlijke barolo-beschrijving van Gido van Imschoot die ik gisteren las (in het boek Piemonte naar ieders smaak), vandaag een recept voor een heerlijke stoofschotel met barolo. Snel naar de slijter en de markt, schort voor en je hele huis geurt naar Italië!

Ingrediënten
(voor 4 personen)

1 kg rundvlees, in één stuk
120 g spek (lardo of pancetta)
1 fles barolo
2 wortels
2 uien
1 stengel bleekselderij
een bosje peterselie
1 kruidnagel
3 laurierblaadjes
3 blaadjes salie
een takje rozemarijn
2 teentjes knoflook
kaneel
extra vergine olijfolie
peperkorrels en zout

Bedek het stuk rundvlees met de plakjes spek. Zet het spek vast met houten prikkertjes. Leg het vlees in een ovenschaal en schenk de wijn eroverheen. Voeg de fijngehakte peterselie, wortels, uien en bleekselderij toe. Voeg ook de kruidnagel, laurierblaadjes, salie, rozemarijn, knoflook, een beetje kaneel en een paar peperkorrels toe. Laat minstens 12 uur marineren.

Draai het vlees regelmatig. Haal het vlees na 12 uur uit de schaal en dep het droog met keukenpapier. Verhit een beetje olijfolie in een braadpan en bak het vlees op laag vuur bruin. Haal het vlees uit de pan, draai het vuur hoog en laat de groenten en kruiden in het braadvocht op smaak komen.

Doe het vlees er weer bij, doe het deksel op de pan en laat het vlees ongeveer 2 uur sudderen. Breng de stoofschotel halverwege de kooktijd op smaak met een beetje zout.

Dit recept is afkomstig uit Het grote Italiaanse kookboek, dat ik afgelopen zomer vertaalde en dat deze maand in de winkel zal liggen. Het 450 pagina’s dikke kookboek bevat tal van recepten uit alle Italiaanse regio’s. Piemonte is goed vertegenwoordigd met recepten voor onder andere bagna cauda, carpaccio uit Alba, agnolotti, gebraden kalfsvlees met noten, bollito misto, funghi trifolati, gevulde uien, baci di dama (dameskusjes), hazelnotentaart en zabaione.

Het grote Italiaanse kookboek winnen?
Nieuwsgierig naar al dit Piemontese lekkers, en naar alle andere recepten uit de rest van Italië? Ciao tutti mag van uitgeverij Becht drie lezers blij maken met dit nieuwe kookboek. Het enige dat je moet doen is voor 20 maart  2011 een e-mail sturen naar winnen@ciaotutti.nl o.v.v. Italiaans koken. Wie weet ruikt jouw huis binnenkort dan ook naar Italië!

Het grote Italiaanse kookboek
Alba Allotta
ISBN 97890230
€ 19,90
uitgeverij Becht

mrt 13

Gisteravond genoot ik niet alleen van een heerlijk glaasje grappa, maar ook van een prachtig boek over Piemonte, Piemonte naar ieders smaak. Tijdens het lezen van dit prachtige boek met mooie foto’s liep het water me regelmatig in de mond. Ik wist eerlijk gezegd niet dat Piemonte zo veel lekkers herbergde: truffel, risotto, kazen, bollito misto, polenta, chocolade…

Maar het lekkerst van alles zijn misschien wel de wijnen van Piemonte. Gido van Imschoot, de auteur, toont ons de parels van Piemonte op een schitterend presenteerblaadje:

‘Samen met Toscane is Piemonte de meest befaamde wijnstreek van Italië en de belangrijkste wijngaard in het noordwesten van Italië. Nochtans zijn de natuurlijke omstandigheden voor wijnbouw in Piemonte niet ideaal, maar toch worden hier veel grote wijnen gemaakt. De streek ligt als een soort amfitheater tussen de uitlopers van de Alpen, de Povlakte en de Apennijnen. Piemonte is qua oppervlakte slechts het vijfde wijngewest van Italië, maar het heeft wel het hoogste aantal wijnen met een DOC- (45) en een DOCG-keurmerk (13).

We kunnen Piemonte indelen in twee grote wijngebieden. We hebben het zuidoosten, ten zuiden van de Po, met de twee grote regio’s Langhe en Monferrato. Hier vinden we de Barolo en Barbaresco. Het andere grote wijngebied ligt op de uitlopers van de Alpen, ten westen en ten noorden van Turijn, met wijngaarden in de provincies Vercelli, Biella, Novara en Verbania. De wijnen uit deze laatste regio’s zijn minder bekend, maar hier vallen werkelijk ontdekkingen te doen voor de avontuurlijke wijnreiziger.’

Na een korte geschiedenis van de wijnbouw in Piemonte beschrijft Gido van Imschoot alle wijnen uit deze Italiaanse regio, waaronder de Barolo, de ‘koning der wijnen en wijn der koningen’.

‘Al eeuwenlang wordt in Barolo en omgeving wijn gemaakt, maar de grote faam van barolo ontstond hoofdzakelijk in het midden van de 19de eeuw tijdens de Risorgimento. Een grote promotor van barolo was de plaatselijke marchesi Tancredi Falletti, gesteund door koning Carlo Alberto en de graaf van Cavour. Zij zochten naar mogelijkheden om de wijnbouw in de regio te verbeteren.

In 1850 huurden zij de Franse oenoloog Oudart in om een wijn te maken naar Bourgondisch model. De graaf van Cavour was een grote liefhebber van pinot noir en hoopte dat de oenoloog erin zou slagen om een soort rode bourgogne te maken in Piemonte. Maar de pinot noir gaf in Piemonte niet hetzelfde resultaat als in Bourgogne, waardoor Oudart zijn energie in de plaatselijke druivenrassen stopte. Samen met de toen befaamde oenoloog Staglieno zocht Oudart naar een oplossing om de harde smaak van de plaatselijke nebbiolodruif te verzachten.

Na vele opzoekingen ontdekte hij de invloed van de ‘malolattica’, de malolactische gisting die rode wijnen zachtaardiger maakt. Op dat moment werd het duidelijk dat nebbiolo het beter deed in Piemonte dan pinot noir. Barolo was het resultaat en de wijn werd al snel populair dankzij de connecties van de monarchie in Turijn met de mondaine wereld. Koning Carlo Alberto was gecharmeerd door de smaak van de nebbiolo ‘nieuwe stijl’ en investeerde in de (her)aanplant van de wijngaarden.

Reeds in 1896 behoorde barolo tot de beste wijnen van Italië. Op het einde van de 19de eeuw sloeg ook hier de druifluisepidemie toe en werden alle wijngaarden verwoest. Na de heraanplant, de Eerste Wereldoorlog, de crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog was het wachten tot de jaren zestig vooraleer barolo weer op het toneel verscheen.

Barolo is een kleine regio ten zuiden van de stad Alba. De wijngaarden maken slechts 3% uit van de Piemontese wijngaarden en ondanks de grote vraag naar barolo is er vrijwel geen plaats om uit te breiden. Veel wijnbouwers nemen ook liever hun toevlucht tot de productievere barbera en dolcetto. Dit heeft ook te maken met de vele kleine wijnhuizen in Piemonte. Veel wijnboeren hebben slechts enkele hectaren in eigendom, waardoor ze meer voor zekerheid kiezen. Het maximum rendement bedraagt 55 hectoliter per hectare, maar de betere wijnhuizen oogsten streng en halen slechts 35 tot 40 hectoliter per hectare. De overheid beslist wanneer de oogst begint. In uitzonderlijke jaren kan dit zelfs in november zijn.

Barolo moet verplicht drie jaar lageren, waarvan twee jaar op vat of in fusten uit eik of kastanjehout. Het is de producenten toegelaten om maximum 15% jonge barolo toe te voegen aan een gelijkwaardige oudere barolo. Een wijn met de vermelding riserva moet minstens vijf jaar ‘opgevoed’ zijn. De wijnmaker mag wel zelf kiezen hoelang hij zijn wijn op hout laat rusten. Door de lange houtlagering verliest de wijn veel kleurstof. Daarom is een barolo meestal granaatkleurig tot bruinrood. Barolo bevat minimum 13% alcohol.’

Wie meer wil lezen over barolo en de andere wijnen uit Piemonte, moet zeker Piemonte naar ieders smaak in huis halen. Naast allerlei heerlijke wijnen laat Gido van Imschoot ook allerlei andere culinaire hoogstandjes de revue passeren. Maar Piemonte heeft nog veel meer te bieden. De immense schoonheid van de natuur, bergen en meren en de wijdverspreide aanwezigheid van kunst en cultuur en de culinaire, culturele en creatieve hoofdstad Turijn maken van de regio een ideale vakantieplek die nog niet zo bekend is als Toscane.

Piemonte naar ieders smaak is een inspirerend boek boordevol informatie, waarmee je je zowel ter plekke als thuis enorm kunt vermaken. Voor wie de gids mee op reis neemt, bevat het boek een handig overzicht van de belangrijkste bezienswaardigheden en adresjes om te eten, te slapen en uiteraard om wijn te kopen.

Buon viaggio e salute!

mrt 12

Toen een fervent lezeres van mijn blog hoorde dat ik van plan was een paar dagen in Piemonte door te brengen, mailde ze me enthousiast over haar vriendin Martje, die een huis in Grognardo heeft dat ze eveneens openstelt voor gasten. Ter inspiratie stuurde deze Ciao tutti-lezeres me de link van Martjes blog, en dat had ze nu niet moeten doen…

Voor ik het wist las ik gretig alle verhalen over wonen in Piemonte, lekkerbekte ik bij de talloze recepten en culinaire verhalen en mailden Martje en ik over en weer over onze wederzijdse liefde, Italië. Om ook jullie te laten meegenieten van deze verhalen, schreef Martje speciaal voor Ciao tutti een stukje over een van de specialiteiten van Piemonte, grappa. Lees Martjes bijzondere verhaal over deze godendrank en verheug je alvast op een glaasje na het eten vanavond!

Martje: ‘De regio Piemonte is een van de belangrijkste producenten van grappa. Zoals het in arme streken betaamde werd er, en wordt er nog steeds, niks weg gegooid. Zo ook niet de schilletjes van de druiven. Van die schilletjes kun je namelijk heerlijke grappa stoken. Vooral in de bergen, waar het ’s winters goed koud kan zijn, werd grappa gedronken. Je wordt er immers lekker warm van. Door de toevoeging van kruiden heeft het drankje nog een medicinale werking ook. En alsof dat nog geen reden genoeg is voor een glaasje grappa na het eten, houden de Italianen het drankje tegenwoordig ook verantwoordelijk voor een goede spijsvertering.

Je kunt er dus nooit genoeg van op voorraad hebben. De meeste grappa die we hier proefden smaakt heerlijk, maar zeg nou zelf: wat is er, als je in Piemonte woont, nou leuker, zeker voor een stoere man als de mijne, dan zelf grappa stoken? Het mag eigenlijk niet, maar iedereen doet het. Het geheim… als maar niemand het ziet. Echt Italiaans dus.

Al lang voordat het stookproces zou beginnen had mijn man van de koperen binnenkant van een tien liter boilertje een grappaketeltje geknutseld. Toen de vendemmia bij onze vriend eindelijk voorbij was kon de stokerij beginnen. Er was eerst een probeersessie met rode wijn. Dat ging goed. Maar het drankje dat je zo verkrijgt, mag geen grappa heten; de Italianen noemen het branda.

Grappa stoken van natte druivenschilletjes had toch de voorkeur. Helaas brandden de schilletjes aan. Vriend Sergio, expert in grappa stoken, bracht een oude melkbus met een wijde hals. Daar kon een stoommandje in gezet worden. Nu zou het goed moeten gaan. Maar ach, er kwam roze grappa uit het stoompijpje. Ik vond dat wel feestelijk. De mannen niet. ‘Piano piano,’ zei Sergio. Er moest langzamer gestookt worden. Dagen en dagen was mijn onvermoeibare man bezig. De andere klussen bleven liggen en ik moest zelf het gras maaien.

Nu is grappa stoken niet geheel ongevaarlijk. Je moet wel weten dat de eerste alcohol die uit de schilletjes komt niet gedronken mag worden. De schilletjes moeten eerst tot 70 graden worden gestookt om die gevaarlijke methylalcohol – ongeveer een borrelglaasje vol – eruit te halen. Daarna wordt de temperatuur opgevoerd tot 80 à 85 graden en dan druppelt de goede grappa er langzaam uit. De smaak van onze grappa werd uiteraard door verschillende lokale experts getest en – fortunatamente – goed bevonden. De grappa zit nu in mooie flesjes. Ik kan me nu al weer verheugen op de gezellige, zomerse table d’hôtes met onze gasten op Casa Vecchia in het nieuwe seizoen. Als digestivo zal er naast mijn zelfgemaakte limoncello nu ook Harries Grappa te proeven zijn…’

Ben je nieuwsgierig geworden naar Harries Grappa en wil je geen enkel risico lopen dit kostelijke vocht te missen? Neem dan snel een kijkje op www.grognardo.nl.

Natuurlijk is er meer te doen op Casa Vecchia dan grappa drinken. Martje: ‘Casa Vecchia is een heerlijk vakantieadres, een plek waar niks moet en niksen mag. Zo kan er worden geschilderd (door beginners en gevorderden), geluierd en gelezen.

Vanuit Casa Vecchia kunnen mooie wandelingen worden gemaakt. Op ‘onze’ berg bloeien eind mei zo’n twaalf soorten verschillende orchideeën. Voor de goed getrainde fietsers zijn er mooie routes en klimmetjes. Golfers kunnen terecht op een van de zestig golfbanen in Piemonte.

We organiseren wijnexcursies en proeverijen. Lokale marktjes en dorpsfeesten zijn pure ontdekkingen, maar ook een uitstapje naar de kust of naar de steden Turijn, Milaan en Genua is vanaf Casa Vecchia goed te doen. Ach, kom zelf maar kijken, proeven, ruiken, ervaren en genieten! Siete i benvenuti; jullie zijn welkom!’

Lees meer van Martjes verhalen over Casa Vecchia in Piemonte via haar eigen weblog, casa-vecchia.blogspot.com. Wees wel gewaarschuwd, want voor je het weet zit je, net als ik, in Piemonte – onder deze boom bijvoorbeeld!

mrt 11

Het zal jullie misschien vreemd in de oren klinken, een Italiaanse eenwording op culinair gebied – zeker als je bedenkt dat de Italiaanse keuken zo divers is en elke regio zijn eigen specialiteiten en bereidingswijzen kent. Toch werd het moment van de eenwording gekenmerkt door een culinair hoogtepunt. In Delizia! – De geschiedenis van de Italianen en hun keuken schrijft John Dickie er het volgende over:

‘Er wordt vaak gezegd dat Turijn de salon is van Italië: il salotto d’Italia. De palazzi zijn er regelmatig van vorm en staan in strakke rechthoekige blokken, de zuilengangen en piazza’s hebben een sobere grandeur. In het voetgangersgebied rond Piazza Castello krijg je het ongemakkelijke gevoel dat je eigenlijk op pantoffels hoort te lopen in plaats van op schoenen. Andere steden lijken vulgair of chaotisch vergeleken bij deze stad – Napels lijkt wel aan de andere kant van de wereld te liggen.

Turijn is niet alleen de salon van Italië, maar ook de eerste hoofdstad en de hoofdstad van de Risorgimento, de politieke en culturele nationale beweging die van Italië één natie heeft gemaakt. In deze stad werd op 17 maart 1861 door de Eerste en Tweede Kamer van het land een beroemde éénregelige wet aangenomen: ‘Koning Victor Emmanuel II krijgt de titel Koning van Italië voor zichzelf en voor zijn opvolgers.’ Dankzij deze wet werd Italië officieel voor de eerste keer in de geschiedenis één staat, waarvan Turijn de hoofdstad en Victor Emmanuel van het oude huis van Savoia de erfelijke monarch was.’

Dickie vertelt vervolgens over dat ene moment waarop de Risorgimento en de geschiedenis van de Italiaanse keuken samenvielen: ‘Dit is een van de weinige momenten in de Risorgimento waarop een menu een rol speelde – een menu dat verrassend veel zegt over de geschiedenis van de Italiaanse keuken en de cruciale plaats die Turijn daarin inneemt.

Tijdens een banket dat op 12 september 1846 werd gehouden ter afsluiting van de Associazione Agraria Subalpina was het de beurt aan de secretaris om een toost voor te stellen. De man die van de belangrijkste tafel opstond en de zaal overzag, had strenge gelaatstrekken, een korte nek en brede, ronde schouders. Lorenzo Valerio had reden om tevreden te zijn. Het congres was zonder enige twijfel een succes.

Lorenzo Valerio

Niet alleen hadden ze de gebruikelijke kwesties besproken, zoals modelboerderijen, veeverzekeringen en wisselteelt, ze hadden ook een fascinerend bezoek gebracht aan een paar zijdefabrieken in het dichtbij gelegen Vigevano. Dit alles was in overeenstemming met het door Valerio beleden patriottisme. Zijn doel was om de boodschap van de Risorgimento over het voetlicht te brengen met behulp van filantropie, onderwijs en praktische adviezen – om met andere woorden de idealen van vaderland en vooruitgang met elkaar te verbinden. Zelfs zijdecocons en coöperaties hielden misschien een belofte in van een natie in wording.

De plaats waar het congres werd gehouden was misschien nog een reden voor trots. De Associazione Agraria Subalpina was gevestigd in Turijn, maar in plaats van het congres daar in de hoofdstad van Piemonte te organiseren, had Valerio de leden naar Mortara laten komen, een stadje dicht bij de Piemontese grens met Lombardije, een regio die bij Oostenrijk-Hongarije hoorde. Onder de ongeveer vierhonderd gezichten die verwachtingsvol naar hem opkeken, herkende hij heel wat boeren en grondbezitters uit Lombardije. Hij hief zijn glas en stelde een toost voor waarvan hij wist dat die hoogst controversieel was: ‘Op onze broeders uit Lombardije. Dat deze vereniging van agrarische belangen een voorbode moge zijn van een nog belangrijker eenwording. Ik hoop dat iedereen met mij het glas wil heffen op Italië. Viva l’Italia!’

Viva l’Italia!’ echoden honderden stemmen, De hoogwaardigheidsbekleders die bij de secretaris aan tafel zaten, zwegen ontsteld. De aristocratische president van het genootschap werd bleek van schrik, beëindigde bijna meteen het banket en verliet de zaal. Valerio bleef alleen aan tafel achter, peinzend over zijn provocerende vaderlandslievende daad. […]

De toost van Valerio was een klein keerpunt in het verhaal van de Italiaanse eenwording – maar wel een belangrijke aanwijzing voor de groeiende steun voor één koninkrijk. En hoewel Italië (gelukkig) culinair gezien nog steeds geen eenheid is, kunnen we nog steeds toosten op Italië, het in alle opzichten heerlijkste land ter wereld! Viva l’Italia!

Kijk voor meer informatie over alle feestelijkheden rondom het 150-jarig bestaan op www.italiaunita150.it

mrt 10

Vanaf vandaag ben ik een weekje in Piemonte, de op een na grootste regio van Italië. Aangezien ik daar nog niet eerder was en er dus ook nog geen verslag van deed op Ciao tutti, vandaag een korte inleiding op de regio en de hoofdstad Turijn.

Letterlijk betekent de naam Piemonte ‘aan de voet van de berg’. Daar vind je de regio dan ook, in het noordwesten van Italië, aan de zuidelijke zijde van de Franse en Zwitserse Alpen. De Piemontesi hebben een licht Frans accent – een erfenis van de familie Savoia, waaraan ook nog veel palazzi, kerken en musea herinneren – maar Piemonte is misschien wel de meest Italiaanse regio. De Piemontesi hebben namelijk een doorslaggevende rol gespeeld in de Risorgimento, de Italiaanse eenwording, dit jaar precies 150 jaar geleden. Cavour en koning Vittorio Emanuele II komen beiden uit Piemonte, en ook Garibaldi is een Piemontees. Hij is weliswaar geboren in Nice, maar die stad behoorde toen nog tot het grondgebied van het Italiaanse Piemonte.

Het moment van de Italiaanse eenwording

Het is dit jaar dan ook volop feest in Piemonte. Volgende week, op woensdag 16 maart, worden de feestelijkheden rondom het 150 jarig bestaan van Italië ingeluid met de zogenaamde Notte Tricolore. Door heel het land worden er feesten, optredens en officiële ceremonies georganiseerd om de eenwording van Italië te vieren en te herdenken. In Turijn wordt dan ook het Museo Nazionale del Risorgimento Italiano opnieuw geopend, gevestigd in het monumentale Palazzo Carignano, waar koning Vittorio Emanuele II geboren is.

Turijn is een stad die vaak geassocieerd wordt met industrie, maar niets is minder op het elegante stadscentrum van toepassing dan een industriële sfeer. Het stijlvolle centrum kent veel barokke palazzi en schitterende winkelgalerijen. Aangezien de stad niet zo groot is, is er tijdens een eerste kennismaking met Turijn niets heerlijker dan gewoon door de stad te gaan dwalen. Je komt dan vanzelf uit op de Via Roma, met onder de statige arcades stijlvolle winkels en chique cafés.

De Via Roma wordt ongeveer halverwege onderbroken door het Piazza San Carlo, een enorm plein dat door de inwoners van Turijn ook wel Il Salone wordt genoemd. Vooral tijdens de dagelijkse passeggiata komen mensen uit alle hoeken en gaten voor een aperitivo naar de vele terrassen op dit plein.

Het bekendste gebouw van Turijn is de 167 meter hoge Mole Antonelliana, opgericht ter ere van de Italiaanse eenwording. Ooit was dit het hoogste gebouw ter wereld. Tegenwoordig huisvest het gebouw het Filmmuseum. Net schreef ik al dat veel mensen Turijn associëren met industrie – een associatie die te danken is aan hét symbool van de stad – en misschien wel van heel Italië: de FIAT.

De Fabrica Italiana di Automobili Torino werd al in 1899 opgericht en groeide geleidelijk uit tot een multinational. Il Lingotto, het gebouw waar de oude fabriek gevestigd was, heeft inmiddels de status van industrieel monument gekregen. De spiraalvormige baan aan de binnenkant van het gebouw, die maar liefst vijf verdiepingen telt, bracht de Fiatjes meteen van de fabriek naar het dak, dat als testparcours diende. Tegenwoordig wordt il Lingotto vaak gebruikt voor tentoonstellingen en exposities. Ook de Salone del Gusto vindt hier elk jaar plaats.

Een ander beroemd symbool van Turijn is La Sindone, de lijkwade. In de Capella della Sacra Sindone, vlak achter de Duomo, wordt een replica tentoongesteld van het beroemdste en tevens meest dubieuze relikwie ter wereld. Na een koolstofdatering die niet verder terug gaat dan de twaalfde eeuw zijn er recent toch weer sporen gevonden van pollen die rond de dood van Christus in de buurt van Jeruzalem voorkwamen…

Piemonte kent naast Turijn geen andere grote steden, maar wel prachtige natuurgebieden waar je heerlijk kunt wandelen, fietsen en skiën. Een stukje van het Parco Nazionale Gran Paradiso, een ongerept natuurgebied met authentieke dorpjes als Ceresole Reale, ligt nog net in Piemonte. Ook de nationale parken van Argentera, het Parco delle Alpi Maritime en Alta Valle Pesio, zijn uitgestrekte wandelgebieden waar je onderweg veel bijzondere planten, bloemen en dieren zult tegenkomen.

Voor skiërs is de Via Lattea, de ‘Melkweg’, een waar sneeuwparadijs, met lange skiroutes en veel faciliteiten die nog getuigen van de Olympische Winterspelen van 2006. Het moderne stadje Sestriere is zelfs speciaal aangelegd om in de winter skiërs en in de zomer wandelaars te herbergen. Naast Sestriere zijn er in deze streek gelukkig ook veel authentieke dorpjes, waar de huisjes en kerkjes nog van hout en steen zijn.

Kortom, Piemonte biedt voor ieder wat wils. Ook de culinaire reiziger komt volop aan zijn trekken: Piemonte is verreweg de meest culinaire regio van Italië. Je kunt hier geweldig eten (denk aan polenta, risotto, truffel, kastanjes…) en bovendien komen de mooiste wijnen van Italië, de beroemde barolo en barbaresco, uit de Piemontese wijngaarden. Ook op culinair gebied hebben we heel wat aan Piemonte te danken dus.

Komende week gaan we onder andere proeven van grappa en wijn uit Piemonte. Morgen ook iets culinairs, maar dan anders: dan vertelt John Dickie over de culinaire kant van de Italiaanse eenwording.

jan 12

Vanaf vandaag kun je weer even wegdromen bij een heel scala aan Italiaanse vakantiebestemmingen, tijdens de jaarlijkse Vakantiebeurs in de Jaarbeurs te Utrecht. Tot en met 16 januari kun je je even onderdompelen in Italiaanse sferen – vandaag alvast een voorproefje van het heerlijks dat de Italiaanse regio’s, van het hoge noorden tot het zonnige zuiden, te bieden hebben!

Zo organiseert Kalitumba Travel (stand 07.B051) verschillende Vespa-reizen. Altijd al op een Vespa door Piemonte, Toscane, de Marche of Umbrië willen reizen? Kalitumba zorgt voor een mooie route, langs bekende en onbekende bezienswaardigheden, wijngaarden, authentieke dorpjes en de lekkerste trattoria’s. Ook kun je via deze reisorganisatie het zogenaamde Slowfood Winterweekend boeken: een weekend lang genieten van het beste van de keuken van Piemonte, waarbij je je verplaatst in een Fiat 500. Italiaanser kan bijna niet!

Ook bij Comunità Montana Valli Po, Bronda,Infernotto e Varaita (stand 07.A023) vind je volop mogelijkheden voor een weekend (of langer) in Piemonte. Dit toerismebureau uit de Italiaanse Alpen staat dit jaar voor de eerste keer op de Vakantiebeurs. Ze verleiden bezoekers met ongerepte valleien waar je in de winter heerlijk kunt skiën en in de zomer urenlang kunt wandelen, bijvoorbeeld langs de beroemde Monviso-route. Fietsliefhebbers kunnen de Agnello Pas uitproberen, een van de mythische beklimmingen uit de Tour de France en de Giro d’Italia.

Maar ook voor cultuurliefhebbers biedt Piemonte meer dan genoeg: ontdek bijvoorbeeld de prachtige middeleeuwse kunstschatten in de kerken en dorpen, zoals de verfijnde fresco’s of de typische zonnewijzers. Er zijn ook veel interessante musea te vinden in deze regio, in het bijzonder musea over muziek, zoals het Salvi Harpen Museum en de Music Factory, het eerste Italiaanse themapark over geluid en muziek. Kunststeden zoals Saluzzo (dat ook wel het Siena van Piemonte wordt genoemd) en natuurlijk de hoofdstad Turijn zijn gemakkelijk te bereiken. In de valleien leeft de oude Occitaanse cultuur nog steeds, hetgeen vooral tot uitdrukking komt tijdens de traditionele festivals waar je kunt dansen op muziek die wordt ontleend aan oude muziekinstrumenten als de hurdy-gurdy.

Ook Umbrië is goed vertegenwoordigd op de Vakantiebeurs. Deze Italiaanse regio wordt steeds populairder bij Nederlanders en Belgen die het drukke, toeristische Toscane in de zomer ontvluchten en iets verder zuidwaarts trekken. Ga zeker even langs bij de stand van Meravigliosa Umbria (07.A060). Deze organisatie wordt gerund door een groep echte Umbriërs die je kennis wil laten maken met alle facetten van het leven in deze schitterende regio. Op de website www.meravigliosaumbria.com vind je alles over accommodaties (waaronder veel agriturismo’s), fiets- en wandelroutes, culinaire specialiteiten (truffels, wijn- en olijfolieproeverijen), musea, feesten en festivals en een aantal recepten om alvast in de stemming te komen.

Ook de regio Le Marche is steeds meer in trek bij de Nederlandse en Belgische vakantiegangers. Alwin & Bionda Boerkamp, de eigenaren van Villa Alwin (stand 07.A027) verhuizen in 2006 samen met hun drie jonge kinderen naar Italië om een B&B (Villa Bionda) te beginnen. De afgelopen vijf jaar hebben ze dag in dag uit hard gewerkt en is het bedrijf enorm gegroeid met appartementen, bungalows en nu zelfs een eigen restaurant-bar-terras. Villa Bionda is per 1 oktober verkocht, waarna de naam is gewijzigd in Villa Alwin.

Dit is dan ook de eerste keer dat Villa Alwin deelneemt aan de Vakantiebeurs. Ze pakken echter direct goed uit: onder het genot van de eigengemaakte limoncello en andere typische streekproducten word je als bezoeker helemaal bijgepraat over alle activiteiten in de veelzijdige provincie Ascoli Piceno en in het prachtige authentieke middeleeuwse dorp Montefiore dell’ Aso.

Wil je liever een verwenvakantie, dan kun je terecht bij de stand van Capo Milazzo kuurreizen (07.A033). Capo Milazzo organiseert al jaren kuurreizen naar de Eolische eilanden. Als je door het jaar heen te vaak geconfronteerd wordt met haast, stress en grote werkdruk, moet je zeker even een kijkje gaan nemen bij de stand van Capo Milazzo. Alleen al de foto’s van de eilanden, waar de tijd haast stil lijkt te staan, geven je een gevoel van rust.

Capo Milazzo organiseert onder andere een kuurweek op Vulcano. Met de kenmerkende Siciliaanse gastvrijheid bieden ze je op deze unieke plek een gevoel van thuiskomen. Op dit nog nauwelijks door toerisme ontdekte eiland is alles aanwezig om helemaal tot rust te komen: zon, zee en een ongerepte en ruige natuur vormen het decor voor een heerlijke verwenvakantie met massages, schoonheidsbehandelingen, biologische maaltijden en vulkanische modderbaden.

Ik denk dat ik al weet wat mijn droomreis voor komend jaar gaat worden, nu jullie nog!

jan 04

Op zoek naar een leuk Italiaans logeeradres voor de zomervakantie? Bij het nieuwste nummer van De Smaak van Italië, dat ik gisteren al even tipte, vind je een voorpublicatie van bed & breakfasts en charmehotels Italië, een complete bed & breakfast-gids die Dominicus en De Smaak van Italië in maart gaan uitbrengen.

Bed & breakfast en charmehotels Italië bevat ruim vijfenzeventig sfeervolle accommodaties door heel Italië. De praktische informatie van de bed & breakfasts en charmehotels wordt aangevuld met prachtige foto’s die een goed beeld geven van wat er te doen is in de omgeving.

Daarnaast wordt er extra aandacht geschonken aan de streek, restaurants, wijnroutes en culturele bezienswaardigheden. Dit maakt de gids tot een handige inspiratie- en informatiebron, waardoor iedere vakantie in Italië geweldige ervaringen zal opleveren.

Een van de bed & breakfasts die ook in de voorpublicatie te vinden is, is Borgo Vallone in Piemonte:

‘Rust, privacy, ruimte, luxe, comfort, persoonlijke sfeer en service in een stijlvolle ambiance vind je in Borgo Vallone, een eeuwenoud landgoed verstopt in de bossen en omringd door hazelnootvelden en wijngaarden. De prachtig gerestaureerde kamers zijn voorzien van alle comfort met de beste kwaliteit bed- en badlinnen en badproducten. Het zwembad met ligbedden is gebouwd in de fundamenten van het oude palazzo en wordt omringd door een romantische tuin met vele zitjes.

    

    

Vanaf Borgo Vallone zijn vele dagtochten te maken door de wereldberoemde wijnvelden van de Barolo en Barbaresco. Je kunt een bezoek brengen aan de vele prachtig gerestaureerde dorpjes, het oude kuurplaatsje Acqui Terme of de stad van de witte truffel Alba. Of misschien kies je liever voor een dag aan de Italiaanse bloemenrivièra of een bezoek aan de mooie stad Turijn.

De eigenaren beschikken over een grote kennis van de regio en op je kamer vind je een boek waarin alle mogelijkheden worden beschreven.’

Maar ook vanuit Nederland kun je meegenieten met het leven in en om de Borgo. Van begin af aan houdt Natasja, een van de eigenaren, een weblog bij. Een klein stukje over het begin van Borgo Vallone als bed & breakfast:

‘Op een van onze reizen door Italië vonden we vlakbij het authentieke en piepkleine dorpje Olmo Gentile de restanten van een schitterende oude Borgo. Vier panden geheel uit natuursteen opgetrokken en enkele ruïnes op 12 hectare land. De rust, de ruimte, de sfeer, dit was waar we naar zochten.

Al jaren niet meer in gebruik als woonhuis, met schapen in de woonkamer en zonder verwarming. Dat hebben we geweten met één van de koudste winters sinds jaren in Italië tot -15 ’s nachts, en maar in 1 ruimte een kleine houtkachel en ironisch genoeg niet voldoende hout om ons gedurende de winter te warmen. Gelukkig had de vorige eigenaar zijn inboedel laten staan. We hebben er enorm van genoten, één stoel was precies een avond stoken, een kast drie dagen,en van die enorm lelijke tafel hadden we het zelfs vijf dagen warm.

We hadden geen normale watervoorziening, en ook geen riolering/afvoersysteem, maar wel stroom ook al was dat maar 3,5 kw. Het was of het licht aan of de waterkoker. Ook zonder vaste telefoon: iets wat in Nederland heerlijk lijkt, maar als je alleen op een berg zit, met buiten een pak sneeuw van 70 cm, en je moet vervolgens 500 meter de berg op lopen om enigszins een verbinding te hebben met je mobiele telefoon, dan is dat toch een stuk minder romantisch.

In september 2005 hebben we vervolgens al onze spullen in een grote vrachtwagen gestopt en begon ons avontuur. De vrachtwagen, die in Nederland nog zo normaal leek, bleek tijdens de reis te zijn uitgegroeid tot reusachtige proporties. Die ging nooit bij ons complex aankomen. We mochten blij zijn, als hij überhaupt in de buurt kwam, onder toeziend oog van de locale carabinieri. Dus 3,5 km van ons huis werden al onze spullen op straat gedropt en hebben we tot laat in de nacht heen en weer gereden met onze inboedel en de vele bouwmaterialen. Het idee dat dit eenmalig was hield ons op de been, niet wetende dat er nog vele wagens gingen komen.

Net voor ons vertrek kregen we een e-mail met als onderwerp ‘schapen’. Onze interesse was gewekt, de vorige eigenaar wilde weten of hij zijn schaapjes en geiten mocht achterlaten. Oké, dit was even onverwacht, we wilden wel dieren maar pas als we alles een beetje op de rit hadden. Een paar levende grasmaaiers konden vast geen kwaad, dachten we. Bij aankomst bleek echter dat hij ze toch allemaal had verkocht en de laatste werden op de dag van de overdracht nog opgehaald, probleem opgelost.

In die eerste weken hebben we vervolgens een beetje opgeruimd en getuinierd. O.a. een hele mooie nieuwe dure haag geplant. Oké hij is nu nog niet mooi, maar in een paar jaar gaat hij dat vast worden. Jammer genoeg duurt dat nu wat langer, want tot onze grote schrik bleek de volgende ochtend de haag tot een derde te zijn teruggesnoeid. Wat voor een beest was dat geweest? De volgende dag waren ook onze nieuwe vijgenbomen verdwenen. Al ons harde werk werd ’s nachts teniet gedaan.

Op een avond hoorden we opeens een enorm kabaal. De hele familie geit staat ons, vanaf een van de daken vrolijk blèrend uit te lachen. De vorige eigenaar was even vergeten te melden dat hij niet alle geiten had kunnen vangen, dus dit gezellige groepje kwam iedere avond uitgebreid bij ons dineren, nadat ze vanaf het dak het menu hadden bekeken.’

Op www.borgovallone.com lees je meer verhalen over de Borgo en zie je hoe Borgo Vallone er nu, na veel en hard werken, uitziet. De tuin verleidt je om met een dik boek neer te strijken, met als enige zorg het menu van die avond…

Droom lekker weg bij Borgo Vallone en al die andere heerlijke logeeradressen in Italië – en noteer de eerste week van maart in je agenda: dan is immers de complete gids verkrijgbaar. Buon viaggio!

nov 09

Purtroppo, helaas, hoezeer ik gisteren Rome ook heb geprezen, vandaag sta ik weer even op Nederlandse bodem. De reden daarvoor zal ik later deze week onthullen, vandaag thuis in Amsterdam eerst nog een beetje nagenieten van het Italiëgevoel met het winternummer van De Smaak van Italië.

Al wil je na het lezen van de sfeervolle reportage over Turijn eigenlijk niets liever dan het vliegtuig nemen om alle genoemde adresjes aan een eigen onderzoek te onderwerpen. Een klein voorproefje:

‘Zeg Turijn en de meeste mensen denken meteen aan Fiat. Maar deze stad in Piëmonte is allesbehalve een kille autostad. Vooral in de kerstperiode glimt Turijn van trots. De stad baadt dan in het fonkelende schijnsel van talloze lichtkunstwerken. De Smaak neemt je mee en laat je proeven van feestelijk Turijn.

Turijn was vroeger de hoofdstad van het Hertogdom van Savoye en tussen 1861 en 1865 was het zelfs de eerste hoofdstad van het Koninkrijk Italië. In het centrum van Turijn word je tegenwoordig omringd door barokke paleizen, luxe winkeltjes en jugendstilcafés. De Portici Reali overdekken de galerijen die gezamenlijk een lengte van maar liefst achttien kilometer hebben. Rond kerst laat Turijn zich van zijn beste kant zien. De winkels presenteren hun waar in prachtige etalages terwijl talloze lichtkunstwerken de stad een bijzondere sfeer geven. De witte Alpentoppen maken het kerstdecor compleet.’

De Smaak-redactie geeft vervolgens de beste tips voor de koude decemberdagen in Turijn. Wat denk je bijvoorbeeld van een bewegende kerststal in de kelder van de Santissima Annunziata, van het kleurrijke festival Luci d’Artisti, met talloze kleurrijke installaties, van de kerstmarkt, met kraampjes met houten speelgoed, kerstversiering en culinaire cadeautjes, of van het drankje bicerin, gemaakt van koffie, chocolade, melk en room en vaak geserveerd in een glas in de vorm van een kelk.

En dan vergeten we nog bijna het lekkerste van Turijn, de giandujotto! ‘Giandujotto is in Turijn de onbetwiste koning van de chocolaatjes. Deze zoetigheid is te herkennen aan zijn karakteristieke trapeziumvorm en zachte, crèmeachtige substantie. Een onmisbaar ingrediënt van de Giandujotto is, behalve eersteklas cacao, de geurige hazelnoot Tonda Gentile. Echte Giandujotti koop je bij Gobino, een klein winkeltje waar het altijd bomvol klanten staat. Vooral rond kerst gaan de lekkernijen van Gobino in hun oranjepaarse cadeauverpakkingen als zoete broodjes over de toonbank.’

Hierna volgt nog een hele opsomming aan kerst-lekkernijen die in Turijn te vinden zijn, maar dat moeten jullie zelf maar lezen in het nieuwe Smaak-nummer, of proeven in Turijn natuurlijk. Ik ga me verdiepen in de andere onderwerpen die de Smaak-redactie heeft beschreven, anders wordt de verleiding een ticket Turijn te kopen veel te groot…

jul 29

Deze maand staat op Ciao tutti de Palio van Siena centraal. Maar de paardenrace in Siena is niet de enige Palio. Vandaag een greep uit de meest bijzondere Italiaanse Palio-tradities.

In Ferrara kennen ze net als in Siena de Palio als paardenrace. Sterker nog, de Palio di San Giorgio, zoals de race hier heet, is de oudste paardenrace ter wereld. Hoewel minder bekend dan de Palio van Siena, is de Palio van Ferrara zeker niet minder mooi om te zien.

Ook hier strijden de verschillende contrade tegen elkaar om een palio in de wacht te slepen. Het zijn echter niet alleen de paarden die de overwinning kunnen behalen. Elk weekend in mei kunnen de contrade punten in de wacht slepen. Er zijn wedstrijden voor vaandelzwaaiers en trommelaars en er is een feestelijke parade waarvoor de inwoners van Ferrara hun traditionele kledij uit de kast halen. De stoet voert naar het Castello Estense. Hier legt elke contrada een eed af aan de hertogen van de D’Este-familie.

Tijdens het laatste weekend van mei vindt dan de grande finale plaats. Het Piazza Ariosto, een groot ovaal plein met een verlaagd middenstuk, is verbouwd tot toneel voor de race. De Palio bestaat in Ferrara, anders dan in Siena, uit vier verschillende races: de race van de putti (jongens), de race van de putte (meisjes), de race van de asine (ezels), en – de belangrijkste – de race van de cavalli (paarden).

Net als in Siena werd de Palio in Ferrara twee keer per jaar gehouden: op 23 april ter ere van San Giorgio, de beschermheilige van de stad, en op 15 augustus ter ere van Maria Hemelvaart. Nu vinden alle feestelijkheden en races zoals gezegd in mei plaats. Wie echter op een ander moment in Ferrara verblijft, kan toch een glimp van de Palio opvangen. De fresco’s die de muren van de Salone dei Mesi in het Palazzo Schifanoia versieren, geven namelijk een aantal fragmenten van de Palio van 1471 weer. In dat jaar werd de Palio opgedragen aan Borso D’Este, die door paus Paulus II was benoemd tot Hertog van Ferrara. De race ging gepaard met extra veel feestelijkheden, zo getuigen ook de feestvierende mensen op de fresco’s.

Maakt een ezelrace in Ferrara deel uit van de Palio, in Asciano, een dorpje in Toscane, vindt op de tweede zondag van september een heuse Palio dei Ciuchi plaats, een ezelrace waar geen paard aan te pas komt. Wat in de jaren tachtig is begonnen als een parodie op de Palio van Siena, is inmiddels uitgegroeid tot een serieus evenement dat de sfeer in het stadje aardig in zijn greep houdt. Zeven stadswijken strijden om de eer. Ook hier weer een schitterende optocht voorafgaand aan de eigenlijke race. Hoewel, race… We hebben het hier natuurlijk wel over ezels en die zijn niet zo makkelijk als paarden. Het zou dus zo maar kunnen gebeuren dat een paar rondjes een uur in beslag nemen, als de ezels überhaupt de ene poot voor de andere willen zetten.

Een dergelijke ezelrace wordt elk jaar ook in Asti, een stadje in Piemonte, georganiseerd. Hier barst de strijd echter niet los tussen wijken onderling, maar tussen twee verschillende steden, Asti en Alba, hetgeen het allemaal nog spannender maakt. De rivaliteit kan hoog oplopen! De inwoners van Asti, organiseerden voor het eerst een paardenrace in 1275. De race werd gehouden ter ere van San Lorenzo, de patroonheilige van Alba. Aangezien de race net buiten de stadsmuren plaatsvond, bleef hij voor de inwoners van het naastgelegen Alba niet bepaald onopgemerkt. Zij besloten hun buren te imiteren en zetten zelf een race op poten, maar dan binnen de eigen stadsmuren. Deze race zou echter niet met paarden maar met ezels worden gereden.

Na een jarenlange onderlinge strijd besloten beide gemeenten in 1967 samen een ezelrace op touw te zetten, waarbij de twee steden het tegen elkaar op moesten nemen. Op de eerste zondag van oktober worden beide stadjes in oude luister hersteld. Alleen daarom is het al leuk om deze ezelrace een keer mee te maken. De Palio is tevens de opening van de Fiera del Tartufo, de truffelbeurs. Net als in Asciano doen de ezels precies waar ze zin in hebben en kun je niet altijd van een echte race spreken. Meer dan bij de andere races is het in Asti echter wel zaak om niet als laatste over de finish te hobbelen. De wijk die namelijk als allerlaatste over de streep komt, krijgt voor straf een ansjovis. Het jaar erop moet die wijk de catering van het evenement verzorgen, waarbij de gerechten worden gemaakt op basis van… juist, ja: ansjovis.

In Montepulciano hadden ze een vooruitziender blik: niks geen paarden, ezels en al zeker geen ansjovis als straf. Nee, in dit kleine Toscaanse dorpje rollen elke laatste zondag van augustus de wijnvaten door de straten!

  

Tijdens de Bravio delle Botti, de race van de wijnvaten, nemen de verschillende stadsdelen het tegen elkaar op door enorm zware wijnvaten (ik hoorde vorig jaar zeer uiteenlopende gewichten genoemd worden door de omstanders, van tachtig tot wel tweehonderdvijftig kilo) tegen de heuvel op te rollen. De race wordt ook hier voorafgegaan door een stoet van mensen in middeleeuwse kledij, maar het heeft ook wel wat om al die mannen met ontbloot bovenlijf te zien ploeteren. Bij de Palio gaat het – als er tenminste paarden aan te pas komen – vaak zo snel dat je geen idee hebt wat er gebeurt, maar tijdens deze wijnvatenrace kun je in alle rust kijken, aanmoedigen en foto’s maken. De race wordt afgesloten met een feestelijke maaltijd op het Piazza Grande, waarbij de wijn uit de vaten natuurlijk als eerste soldaat wordt gemaakt.

In Gubbio ten slotte moet je de laatste zondag van mei goed uit je ogen kijken. Hier vindt dan namelijk de traditionele Palio della Balestra plaats, een wedstrijd kruisboogschieten.

Op het Piazza della Signoria zoeven de pijlen met een enorme snelheid op hun doel af, de roos van een schietschijf die op 36 meter afstand is geplaatst. Doordat het lijkt alsof alle pijlen in de roos belanden, is het vaak ondoenlijk om uit te maken wie de winnaar is. Dit levert hoogoplopende, verhitte Italiaanse discussies op, zeker omdat ook hier weer twee dorpjes tegen elkaar strijden. De inwoners van Gubbio nemen het op tegen de dorpelingen van Sansepolcro, dat even verderop ligt. Maar zodra duidelijk wordt wie de winnaar is, is alle strijd vergeten en kan het grote feestvieren beginnen!

preload preload preload