jul 26

‘Terwijl ik in de kathedraal opging in de herinnering aan dat zeldzame, emotionele gedweep van Umberto, kwam er een groep Britse toeristen achter me staan; hun gids vertelde geanimeerd over de vele mislukte pogingen om de oude grafkelder van de kathedraal te vinden en op te graven, die naar verluidt in de middeleeuwen had bestaan maar kennelijk voorgoed verloren was gegaan.

Ik luisterde een poosje geamuseerd naar de sensationele draai die de gids aan het verhaal gaf, voordat ik de kathedraal weer aan de toeristen overliet en de Via del Capitano afslenterde om, tot mijn grote verrassing, weer op de Piazza Postierla te belanden, recht tegenover de espressobar van Malèna.

De andere keren dat ik er was geweest, was het druk op het pleintje, maar vandaag was het aangenaam rustig, misschien omdat het siëstatijd was en gloeiend heet. Tegenover een sokkel met een gebeeldhouwde wolf en twee zogende baby’s erop stond een kleine fontein, waar een vervaarlijk ogende metalen vogel boven hing. Twee kinderen, een jongen en een meisje, waren elkaar met water aan het bespatten en renden heen en weer, joelend van plezier, terwijl een rij oude mannen op korte afstand in de schaduw zat, zonder jas maar met hun hoed op, die met milde blik hun eigen onsterfelijkheid beschouwden.

‘Hallo daar!’ zei Malèna toen ze me zag binnenkomen. ‘Luigi heeft goed werk gedaan, nietwaar?’
‘Hij is een genie.’ Ik liep naar haar toe en voelde me op een vreemde manier thuis toen ik over de koele toog leunde. ‘Ik ga nooit meer uit Siena weg zolang hij hier is.’

Ze lachte hardop, een hartelijke, speelse lach waardoor ik me weer afvroeg wat het geheime ingrediënt in het leven van deze vrouwen was. Wat het ook was, het ontbrak mij ten enenmale. Het was zoveel meer dan gewoon zelfvertrouwen; het leek de kunst te zijn jezelf lief te hebben, gul en geestdriftig, met lichaam en ziel, waaruit op natuurlijke wijze de overtuiging voortvloeide dat iedere man op de hele planeet er hevig naar verlangde om hetzelfde te mogen doen.

‘Hier…’ Malèna zette een espresso voor me neer en legde er met een knipoogje een biscotto naast: ‘Eet meer. Daar krijg je… je weet wel, karakter van.’
‘Wat een woest ogend schepsel,’ merkte ik op over de fontein buiten. ‘Wat voor vogel is het?’
‘Dat is onze adelaar, aquila in het Italiaans. De fontein is onze… o, wat is het ook alweer?’ Ze beet op haar lip, zoekend naar het woord. ‘Fonte battesimale… ons doopvont? Ja! Hier brengen we onze baby’s zodat ze aquilini worden, kleine adelaartjes.’
‘Is dit de contrada van de Adelaar?’ Ik keek rond naar de andere klanten, plotseling helemaal kippenvellig.’

De Amerikaanse Julie Jacobs is in Siena om de geheime erfenis van haar overleden moeder te zoeken. In een bankkluis treft ze de oerversie van Romeo en Julia’s liefdesgeschiedenis aan, waarin wordt verteld over de vete tussen twee Toscaanse families: de familie Salimbeni en de familie Tolomei. Dan stuit Julie op een waarschuwing die aan haarzelf is gericht: ‘Er rust een vloek op jouw familie en daarmee ook op jou, want je echte naam is Giulietta Tolomei.’ Julie duikt de geschiedenis van beide families in, en stuit al gauw op een intrigerend verhaal.

Na een bloedige aanval van de familie Salimbeni op de familie Tolomei, in 1340, blijkt Giulietta Tolomei de enige overlevende te zijn. Dankzij Lorenzo, een monnik, weet ze naar de stad te vluchten. Onderweg wordt ze echter aangevallen door handlangers van de familie Salimbeni. Een jonge Sienese edelman, Romeo Marescotti, redt Giulietta en Lorenzo van hun belagers. Romeo wordt verliefd op Giulietta, en zij op hem. Maar hun heimelijke liefde wordt wreed verstoord wanneer Giulietta gedwongen wordt te trouwen met Messer Salimbeni.

Tijdens de zoektocht naar haar familiegeschiedenis merkt Julie dat niet iedereen blij is met haar aanwezigheid in Siena. Hoe ver strekt de vloek uit het verleden zich uit?

Julia is een adembenemende historische roman, die je bijna 500 pagina’s lang meevoert naar het veertiende-eeuwse Siena. Heerlijk herkenbaar voor wie er verblijft, maar degenen die het boek gewoon in de tuin of op de camping lezen niet getreurd: je waant je echt even in de straatjes en op de pleinen van Siena. Alleen het boekomslag met het prachtige Piazza del Campo laat je al wegdromen…

Getagd met:
jul 25

Serena, die tijdens mijn logeerpartij al snel in de gaten had hoe groot mijn passie voor boeken was, nam me op een van mijn laatste dagen in Siena mee naar het Archivio di Stato, het staatsarchief, dat is gevestigd in het Palazzo Piccolomini. Het archief is helaas niet altijd toegankelijk voor toeristen, maar wanneer je een paar dagen voor je bezoek per mail of telefoon informeert of je langs kunt komen, ben je meestal van harte welkom. Het is de moeite in elk geval meer dan waard, want in dit archief bevindt zich een van de mooiste bezittingen van Siena: de Tavolette di Biccherna.

De Tavolette di Biccherna zijn houten plankjes, die lange tijd werden vervaardigd als boekomslagen. Het kantoor van de Biccherna, dat verantwoordelijk was voor alle administratie van de stad, gebruikte deze tavolette tot diep in de achttiende eeuw om rekeningen, balansen, boekhoudingen en andere financiële stukken samen te binden. De boeken werden vervolgens gearchiveerd door de camarlingo, het hoofd van de schatkamer.

Gelukkig zijn veel van deze tavolette bewaard gebleven: in totaal beschikt het Archivio over 105 tavolette, die allemaal tentoongesteld worden. De tavolette zijn erg belangrijk voor de geschiedschrijving van de stad, want behalve dat de financiële gegevens zelf natuurlijk veel inzicht geven in de historie van Siena, doen ook de omslagen zelf dat. Op elk omslag werd namelijk een voorstelling geschilderd die betrekking had op de familie of het bedrijf wiens boekhouding was opgenomen, of op de algemene geschiedenis van de stad. Door de boekomslagen te bekijken, komt Siena voor je ogen tot leven.

De eerste boekomslagen waren vaak nog vrij simpel. De oudste tavoletta die nog is teruggevonden is van de hand van Giulio di Pietro. Het omslag zou dateren uit 1258, en is dus ruim 750 jaar oud. De monnik die op het omslag aan het werk is, is broeder Ugo, die in die tijd de functie van camarlingo van de Sienese schatkamer bekleedde.

Vaak bevatten de tavolette een inscriptie, waarin we meestal de datum kunnen terugvinden, evenals de namen van de betreffende familie. Als illustratie worden in de begintijd van de tavolette vaak de familiewapens weergegeven:

         

Later, zo halverwege de vijftiende eeuw, worden de boekomslagen meer en meer echte schilderijtjes. De familiewapens spelen niet langer de hoofdrol; in plaats daarvan worden belangrijke politieke, religieuze en historische gebeurtenissen afgebeeld. Zo is het volgende omslag een dankbetuiging aan Maria, die Siena beschermde tijdens een verwoestende aardbeving enkele kilometers verderop.

De stad neemt langzamerhand een steeds belangrijker rol in op de tavolette, zodat een wandeling door het Archivio di Stato een wandeling door de geschiedenis van Siena is. Een kleine greep uit de prachtige omslagen die te zien zijn:

        
     

   

Aan het eind van je bezoek wacht je overigens nog een verrassing: vanaf het balkon van het Palazzo Piccolomini heb je een uniek uitzicht over het Piazza del Campo en ligt Siena letterlijk aan je voeten!

Archivio di Stato
Via Banci di Sopra 52, Siena
assi.archivi.beniculturali.it

jul 13

De eerste aanblik van het Piazza del Campo ontroert me ook dit keer weer. Het begint al op een paar kilometer afstand, als je de slanke Torre del Mangia boven de daken van de huizen ziet uitsteken en steeds dichterbij ziet komen. Naarmate je dichterbij komt, verdwijnt de toren soms achter een groot gebouw, maar niet voor lang. Door de smalle straatjes vang je steeds weer een glimp op van de toren, totdat je door een nauwe doorgang aan de rand van het Piazza del Campo staat en de toren in al zijn glorie kunt aanschouwen.

Het plein vraagt echter om voorrang. Zelden nog heb ik zo’n perfect plein gezien, zo harmonieus. De gebouwen lijken vloeiend in elkaar over te lopen, alsof ze allemaal tegelijk zijn neergezet. Als ik mijn blik langs de gevels laat glijden – in allerlei kleuren, van lichtroze tot terracotta – denk ik eraan hoe het zou zijn om elke ochtend van deze aanblik te kunnen genieten. Een dag die zo inspirerend begint kan alleen maar tot grootse dingen leiden…

Mijn blik dwaalt af naar het plein zelf, de licht aflopende schelpvorm, die precies is aangelegd op de plek waar de drie heuvels waarop Siena is gebouwd samenkomen. De ‘schelp’ wordt door witte strepen in het plaveisel in negen stukken verdeeld, die verwijzen naar de periode dat Siena door een bestuur van negen man werd geregeerd, zo rond 1300.

Deze schelpvorm kwamen we deze maand al eerder tegen; het is tevens het symbool van de Contrada del Nicchio. Niet vreemd dus dat ook in het volkslied van de contrada de vergelijking met het Piazza del Campo naar voren komt:

‘Contrada azzurra come il nostro cielo
dal mare cullata,
conchiglia di corallo coronata,
simile al Campo, ove si corre il Palio.’

Oftewel:

Een contrada met het blauw van onze hemel
van de zacht kabbelende zee,
een schelp, omkranst door koraal, bekroond
net als de Campo, waar de Palio wordt gereden.

Het Piazza del Campo ligt overigens op neutraal gebied; het plein behoort tot geen enkele contrada. Wel eigende Civetta zich het plein vorig jaar even toe, toen de overwinningsmaaltijd die altijd volgt op de Palio niet in hun eigen wijk mocht worden gehouden. Zo had ik het Piazza del Campo nog nooit gezien…

Toch is het plein in de vroege ochtend het mooist. De Torre del Mangia werpt een voorzichtige schaduw op de voorbijgangers, die zich naar hun eerste kopje koffie van de dag spoeden. De duiven wassen zich in het water van de Fonte Gaia, de prachtige fontein die even na 1400 werd ontworpen door Jacopo della Quercia. De fontein ontleent haar naam aan de vrolijke festiviteiten waarmee de bevolking van Siena de komst van het water tot op het Piazza del Campo vierde; gaia betekent namelijk vrolijk.

Ook vandaag de dag hangt er steeds iets van vrolijkheid in de lucht rondom de fontein. Kinderen rennen rondjes, gadegeslagen door hun oma’s die met elkaar de nieuwste roddels uitwisselen. Niets heerlijker dan even te zitten mijmeren te midden van deze dagelijkse ‘drukte’, te midden van de Sienezen, die later op de dag hun huizen opzoeken om de toeristenmassa te ontvluchten.

Ga vooral voor de eerste busladingen toeristen aankomen een kijkje nemen in het Palazzo Pubblico, het stadhuis van Siena dat niet alleen van de buitenkant prachtig is maar tevens de mooiste kunstwerken van de stad herbergt.

In het Museo Civico dat in het Palazzo Pubblico is gevestigd, wandel je van de prachtigste fresco’s over het leven van paus Alexander III naar een zeer minutieus beschilderde kapel met afbeeldingen van klassieke goden, politici, filosofen en de deugden, een monnikenwerk van Taddeo di Bartolo. Ook het houtwerk is tot in detail uitgewerkt, kijk maar eens naar de koorbanken.

In de Zaal van de Wereldkaart verwacht je natuurlijk niets meer of minder dan een wereldkaart, maar die hangt hier nu niet meer. Hoewel in deze zaal eens de kaart van Siena en omgeving (hetgeen door de Sienezen als de wereld werd beschouwd) te bestuderen was, hangen er nu twee meesterwerken van een heel andere orde.

Wanneer je je blik naar links wendt, sta je oog in oog met een van de mooiste Madonna’s die ooit met penseel en verf is gecreëerd. Deze Maestà, in 1315 geschilderd door Simone Martini, is meer dan alleen de mooiste Maria die ik ooit heb gezien. Het bijzondere zit hem niet alleen in haar serene gezichtsuitdrukking, in de prachtige gewaden en fijne gezichtjes van haar gevolg, bestaande uit engelen en heiligen. Het is het verhaal erachter dat het schilderij boven het gros van de Maria’s uittilt. Maria zit namelijk onder een baldakijn, waarmee Martini geprobeerd heeft een soort van perspectief aan het tafereel te geven, hetgeen nog vrij ongewoon was in die tijd.

Aan de muur tegenover deze prachtige Maria hangt Giudoriccio da Fogliano, eveneens van de hand van Simone Martini. Het werk is een aandenken aan de inname van een kasteel door Sienese troepen, onder leiding van deze Giudoriccio da Fogliano. In de naastgelegen zaal, de Sala dei Nove (Zaal van de Negen), hebben de vroegere bestuurders van de stad laten afbeelden hoe een ideaal bestuur eruit zou moeten zien, maar daarover later deze maand meer.

Nog even terug naar het Piazza del Campo. We kunnen de 102 meter hoge Torre del Mangia, het symbool van de stad, natuurlijk niet overslaan. De naam van de toren is een afkorting van de naam van een van de klokkenluiders, Mangiaguadagni. Hoewel de toren bijna op het laagste punt van de stad staat, steekt hij hoog boven alle andere gebouwen uit. Wanneer het nog niet te heet of te druk is, beklim dan alle treden van deze slanke toren. Het uitzicht is de klim meer dan waard; je kijkt tenslotte niet elke dag uit over het mooiste plein van de wereld…

jul 02

Nadat de mossiere (degene die het touw mag laten zakken ten teken dat de race van start kan gaan) de paarden wel vier keer een rondje over het Piazza del Campo moest laten rijden omdat ze te onrustig waren, was het toen het touw voor de vijfde keer op het zand neerplofte raak: een geldige start. Onda, Giraffa en Drago waren snel weg, maar helaas voor hen: Selva gaat er uiteindelijk met de Palio vandoor. Op naar de Duomo voor de dankzegging aan Maria en dan is het feest in de wijk van het woud!

 

Voor wie wil weten tegen wie Selva het ook alweer moest opnemen, hierbij de startvolgorde van de contrade, gevolgd door de naam van het paard en de ruiter:

LEOCORNO – Giostreddu – Giuseppe Zedde alias Gingillo
ONDA – Giove Deus – Jonatan Bartoletti alias Scompiglio
GIRAFFA – Lampante – Gianluca Fais alias Vittorio
BRUCO – Elimia – Virginio Zedde alias Lo Zedde
SELVA – Fedora Saura – Silvano Mulas alias Voglia
NICCHIO – Istriceddu – Luigi Bruschelli alias Trecciolino
ISTRICE – Elfo di Montalbo – Francesco Caria alias Tremendo
DRAGO – Insomma – Alessio Migheli alias Girolamo
AQUILA – Gammede – Federico Ghiani

Met achter het tweede touw (in rincorsa zoals ze dat in Siena noemen) TORRE – Leo Lui – Antonio Siri alias Amsicora.

Getagd met:
jul 02

Siena maakt zich op voor de Palio. Al wekenlang gonst het in de kleine Toscaanse stad van de bedrijvigheid in de contrade. Vanavond weten we welke contrada de Palio di Provenzano op zijn naam mag schrijven. Deze contrada mag zich de trotse eigenaar noemen van de palio of cencio (‘vaandel’), die dit jaar is ontworpen door Ali Hassoun, een Libanese kunstenaar die al jarenlang in Italië woont. De afbeelding op de palio verwijst naar de Slag bij Montaperti, waarbij de Sienezen de Florentijnen wisten te verslaan en die precies 750 jaar geleden plaatsvond.

Zoals ik gisteren al schreef, telt Siena zeventien wijken. Slechts tien daarvan mogen deelnemen aan de Palio. Deze tien contrade heeft Hassoun aan de onderzijde van de palio afgebeeld. Wie goed kijkt, ziet dat vanavond de contrade Aquila, Bruco, Drago, Giraffa, Istrice, Leocorno, Nicchio, Onda, Selva en Torre op het Piazza del Campo aantreden. Een unieke Palio, want in al die eeuwen dat de paardenrace wordt gereden heeft deze combinatie zich nog niet eerder voorgedaan.

De Sienese Palio is al sinds de dertiende eeuw een jaarlijks terugkerende gebeurtenis. Naar verluidt organiseerde de Contrada dell’Aquila op 15 augustus 1581 de eerste Palio, waaraan nog alle stadswijken mochten deelnemen. De race werd in eerste instantie door de hele stad gereden; pas in 1597 werd het parcours beperkt tot rondjes om het Piazza del Campo.

In 1719 werd de Palio gewonnen door Pantera, met een paard dat toebehoorde aan een waard, een zekere Paci. Direct nadat zijn paard als eerste over de finish was gerend, holde Paci het uitzinnig van vreugde tegemoet, gevolgd door een hele horde net zo uitzinnige contradaioli. De andere paarden liepen echter nog in volle vaart over het plein, en je raadt de afschuwelijke afloop misschien al: Paci werd door een paard tegen de grond gesmeten en overleed ter plekke. De overwinning werd een zwarte pagina in de geschiedenis van Siena, en Pantera stelde al snel na het gebeurde voor om voortaan slechts tien contrade deel te laten nemen aan de Palio, om het aantal paarden dat tegelijk over de Piazza del Campo galoppeert te beperken.

Zo geschiedde, en sindsdien biedt de Palio per keer plaats aan tien deelnemers. Zeven contrade zijn verzekerd van deelname, omdat zij werden uitgesloten van de vorige editie. De drie overige worden door middel van loting geplaatst. Hierbij geldt wel dat de plaatsing per Palio bekeken wordt: wanneer een contrada vandaag niet mag deelnemen aan de Palio, dan krijgt hij vanzelfsprekend een startplaats voor de volgende Palio di Provenzano, in juli 2011 dus. De Palio d’Assunta, die in augustus wordt gereden, heeft zijn eigen startcyclus. Het kan dus best zo zijn dat een contrada zowel in juli als in augustus niet mag deelnemen – of juist twee keer mag aantreden.

Ook nog wel leuk om te melden is dat de Palio in eerste instantie weliswaar een paardenrace was, maar dat het evenement in de zestiende eeuw eigenlijk niet meer was dan een stierengevecht. Toen het stierenvechten in 1590 bij wet verboden werd, werd wel het race-element in ere hersteld, maar het duurde nog tot 1650 voordat de Palio weer een echte paardenrace was, zoals oorspronkelijk ook de bedoeling was. Tot die tijd reed men op ezels en ossen, hetgeen natuurlijk lang niet zo spectaculair was.

Een van de meest fascinerende elementen van de Palio is namelijk de enorme snelheid waarmee de paarden over het Piazza del Campo racen. De race bestaat uit slechts drie ronden over het Piazza del Campo, waardoor de strijd vaak in enkele minuten wordt beslecht. Het record staat momenteel op 1 minuut en 13 seconden.

De voorbereidingen duren veel en veel langer. Zo’n honderd dagen voorafgaand aan de Palio kiezen de contradaioli hun leider (capitano). Vervolgens moeten de bewoners van de contrada diep in de buidel tasten, aangezien de contrada de ruiter, door de Sienezen fantino genoemd, zal moeten betalen. De fantino komt overigens niet uit de wijk zelf. Het is iemand van buitenaf en wordt door de wijk beschouwd als een professional die verder niets van doen heeft met de eventuele feestvreugde. Uiteraard schuift hij aan bij de vele etentjes, maar daar blijft het dan ook bij. Een beginnende fantino verdient zo’n € 60.000 per Palio, terwijl een ervaren fantino (die reeds enkele overwinningen op zijn naam heeft staan) wel € 200.000 of meer kan verdienen. Een mooie bijverdienste voor deze veelal boerenjongens, die overigens opvallend vaak afkomstig zijn van Sardinië. De paarden worden in tegenstelling tot de ruiters niet ingehuurd. Ze worden door middel van een loting toegewezen aan de verschillende contrade. Geluk is dus een grote factor als het om winnen gaat!

Op het moment van loten is de spanning dan ook om te snijden. Heel Siena is naar het Piazza del Campo getrokken om te horen welk paard aan welke wijk wordt toegewezen. Het is natuurlijk niet alleen zaak om zelf een goed paard in de stal te krijgen; het is ook belangrijk dat de andere contrade de wat mindere dieren mee naar huis mogen nemen. Maar dat is niet de enige geluksfactor die bij de Palio komt kijken. Ook de startvolgorde wordt bepaald door een loting. Wanneer deze volgorde bekend is, beginnen de onderhandelingen tussen de fantini. Dit kan ruim drie kwartier tot een uur duren, waardoor de menigte op het Piazza del Campo steeds ongeduldiger wordt. De onderhandelingen worden nog een aantal keer onderbroken door enkele valse starts, maar uiteindelijk vertrekken de paarden dan echt voor de officiële race.

Wanneer de start eenmaal geldig is, is eigenlijk alles toegestaan. Elkaar de bocht afsnijden, elkaar slaan met zweepjes… het hoort er allemaal bij. Door de enorme snelheid en de scherpe bochten vallen er bijna altijd zowel paarden als fantini. Nog nooit is een fantino overleden, wat helaas niet gezegd kan worden van paarden. Overigens hoeft de fantino niet op de rug van het paard te zitten als het over de finish snelt; de winst gaat naar het eerste paard dat over de finishlijn stapt, met of zonder ruiter.

Zodra het eerste paard zijn rondjes gelopen heeft, snelt de hele contrada richting het paard om het te knuffelen. De palio wordt geconfisqueerd en al zingend zetten de contradaioli koers naar de kerk, in dit geval naar de Madonna di Provenzano. Vervolgens trekt de hele massa naar de eigen contrada, waar het feest pas echt losbarst. Meer dan een maand lang wordt er elke avond uitgebreid gegeten, gezongen en in optocht door de stad getrokken. Ik ben benieuwd wie straks de palio van Hassoun mee naar huis mag nemen…

Getagd met:
jul 01

Vanaf vandaag verblijven we een maand in Siena, waar de voorbereidingen voor de Palio, de paardenrace die de hele stad wekenlang in zijn greep houdt, in volle hevigheid zijn losgebarsten. Maar paarden zijn bij lange na niet de enige dieren die je in aanloop naar de Palio in Siena tegen komt. Lees en wandel mee door de verschillende wijken van de stad en ontdek de meest bijzondere beesten!

Siena is verdeeld in 17 verschillende wijken, contrade genaamd. Elke contrada heeft zijn eigen grondgebied, zijn eigen kerk, zijn eigen fontein, zijn eigen hechte gemeenschap… en zijn eigen dier. Dat dier kom je in deze tijd van het jaar op elke straathoek tegen: op vlaggen, halsdoeken, kaartjes, stickers, aanstekers, aanplakbiljetten, actiefoto’s en T-shirts. Van A tot en met Z kent Siena de volgende beesten een belangrijke rol toe:

aquila – adelaar
bruco – rups
chiocciola – slak
civetta – uil
drago – draak
giraffa – giraffe
istrice – stekelvarken
leocorno – eenhoorn
lupa – wolvin
nicchio – schelp
oca – gans
onda – golf (met een vrolijke dolfijn)
pantera – panter
selva – woud (met een flinke neushoorn)
tartuca – schildpad
torre – toren (die wordt gedragen door een olifant)
valdimontone – ram

Op dit kaartje zie je precies welk deel van de stad tot welke contrade behoort:

Istrice – Stekelvarken
In het noordwesten vind je de Contrada Sovrana dell’Istrice, de grootste van de stad. Het motto van deze contradaioli, de inwoners van de wijk, is het stekelvarken op het lijf geschreven: ‘Sol per difeso pungo’ – ‘Ik prik slechts om me te verdedigen’. De keuze voor het stekelvarken is gezien de ligging van de wijk, zo aan de rand van de stad, niet verwonderlijk; op het platteland rondom Siena komen immers nog veel stekelvarkens voor. Aangezien het stekelvarken bekend staat om zijn onverschrokken karakter, dient hij als voorbeeld voor alle contradaioli, van jong tot oud. Onverschrokken dalen ze steeds opnieuw af naar het Piazza del Campo om hun paard naar de overwinning te juichen.

Lupa – Wolvin
Istrice grenst aan de Contrada della Lupa. Het symbool van deze contrade is ontleend aan Rome: de wolvin die twee jonge kinderen zoogt. Volgens de overlevering zou Siena gesticht zijn door afstammelingen van Remus, maar daarover later deze maand meer. Het eerste wat opvalt als je door de wijk van de wolvin loopt, is dat ze haar tanden ontbloot als er ook maar een stekelvarken in de buurt komt. In de loop der eeuwen zijn er zeer hevige vijandschappen ontstaan in de strijd op het Piazza del Campo. Zeker als beide contrade meedoen aan dezelfde Palio, is de sfeer vaak om te snijden. Ook binnen families kan dit tot uitbarsting komen. Je behoort namelijk tot de contrada waarin je bent geboren. Mocht iemand dus in een andere contrada ter wereld komen dan zijn moeder en/of vader, dan wordt ook gelijk de verdeeldheid geboren.

Drago – draak
Ten zuiden van Lupa vind je de Contrada del Drago, half slang en half vogel. Volgens de Sienezen zou het zelfs om een vrouwelijke draak gaan, die nog meer magie door haar aderen zou hebben stromen dan de mannelijke variant. De beschermvrouwe van de wijk van de draak is de beschermvrouwe van heel Siena, de heilige Caterina. Op het pleintje voor de kerk zie je echter niet alleen de vaandelzwaaiers en trommelaars van de Contrada del Drago oefenen, ook de contradaioli van de aangrenzende wijken laten daar graag hun kunsten zien. Een schitterend schouwspel, want de een doet natuurlijk niet graag onder voor de ander!

Oca – Gans
Een van de contrade die aan Drago grenst, is de Nobile Contrada dell’Oca. Vanaf het moment dat men de winnaars van de Palio heeft geregistreerd, staat de naam Oca het vaakst in de boeken. Het paard met de kleuren groen en oranje ging vaak als eerste over de finish, en daar zijn de contradaioli maar wat trots op. Dankzij Oca kennen we ook een tweede Palio, in augustus. In 1701 voor het eerst georganiseerd door (en op kosten van) de wijk van de gans, en inmiddels gemeengoed. Oca wist ook een van de meest bijzondere races te winnen, de Palio della Luna. Deze bijnaam werd gegeven aan de paardenrace van 1969, hetzelfde jaar waarin de mens voor het eerst voet op de maan zette.

Civetta – Uil
Wanneer je iets verder naar het noorden loopt, beland je in de Contrada Priori di Civetta, die haar hoofdkwartier in Castellare heeft, een middeleeuwse verzameling huizen rondom een binnenplaats. Naast de uil staat Cecco Angiolieri, een belangrijke Sienese dichter, in het middelpunt van de aandacht. Hij was verliefd op zijn wijk, en zijn wijk is verliefd op zijn woorden. Ze weerklinken te pas en te onpas en worden vooral aangewend om de schoonheid van de kleinste contrada van de stad uit te drukken.

Bruco – Rups
Ten noordwesten van Civetta beland je in de Nobile Contrada del Bruco, het kleinste diertje aan de Sienese totem. Deze wijk werd voorheen vooral bevolkt door textielarbeiders, die zijden stoffen in alle kleuren van de regenboog fabriceerden. Bruco moet de grote kerk in de wijk, de San Francesco, delen met de aangrenzende contrada. Zo kom je de kerk binnen als rups, en kniel je na een uitzonderlijke transformatie te hebben ondergaan, voor het altaar neer als giraf.

Giraffa – Giraf
De Imperiale Contrada della Giraffa grenst zoals gezegd aan de Contrada del Bruco. Op het grondgebied van Giraffa bevindt zich de kerk Santa Maria di Provenzano, de Maria aan wie elk jaar de Palio van juli wordt gewijd. De contradaioli van de winnende contrada rennen na hun behaalde zege zo snel mogelijk naar deze kerk, om een danklied voor Maria te laten klinken en het gewonnen vaandel te tonen. De winnende contrada van de Palio van augustus trekt overigens naar de Duomo, om de Maria aldaar te eren. Eeuwenlang was Bruco de grote vijand van Giraffa, maar inmiddels is de harmonie wedergekeerd. Al ben ik benieuwd hoe dat gaat als ze morgen beide op het Piazza del Campo moeten aantreden…

Leocorno – Eenhoorn
In het oosten grenst Giraffa aan de Contrada del Leocorno, die door de contradaioli ook wel liefkozend Leco wordt genoemd. De inwoners beroepen zich op de magische krachten van dit bijzondere dier, die absoluut niet verward mag worden met een gewoon paard. In het museum van Leocorno is een grote, eeuwenoude klok te bewonderen: de Martinella, die dateert uit de tijd van de slag om Montaperti, waarbij de Florentijnen in de pan werden gehakt. Die vechtersmentaliteit zit de contradaioli van Leocorno nog steeds in hun bloed; ze trekken voorafgaand aan de Palio door de hele stad om hun kracht tentoon te spreiden.

Nicchio – Schelp
De Nobile Contrada del Nicchio is een enorme sint-jakobsschelp, een heilig dier volgens de Sienezen. Niet voor niets prijkte deze schelp in de middeleeuwen op de mantels en stokken van de pelgrims die naar Santiago di Compostela trokken. De schelp staat volgens de contradaioli daarom ook voor een spirituele zoektocht, een zoektocht naar God. Naast deze zoektocht heeft Nicchio ook schoonheid hoog in het vaandel staan. Met de witte schelp, het rode koraal en de hemelsblauwe achtergrond is het wapen van Nicchio een van de meest elegante van de stad, en de kostuums van de contradaioli zijn prachtig om te zien. Vorig jaar won Nicchio dan ook terecht de prijs voor de mooiste vertoning!

Valdimontone – Vallei van de ram
De Contrada di Valdimontone ligt in het oosten van de stad, rondom de Santa Maria dei Servi. Hun onderkomen is ontworpen door Giovanni Michelucci, de bekende Italiaanse architect die ook het station van Florence op zijn naam heeft staan. Hier komen de contradaioli bijeen om te praten, een strategie uit te denken, samen te eten, feest te vieren of elkaar te troosten als het paard naast de overwinning heeft gegrepen. Met name de avond voorafgaand aan de Palio is het hier een drukte van belang, dan zitten alle contradaioli aan lange tafels. Ze eten gezamenlijk, bidden voor een goede afloop de dag erna en zingen vrolijke strijdliederen die de ruiter het volste vertrouwen in de overwinning moeten geven. Uiteraard schuift daags erna ook het paard aan, als de overwinning binnen is!

Torre – Toren
De Contrada delle Torre wordt gedragen door een vreselijk sterke kracht, gesymboliseerd door een olifant. Voor 1900 bracht deze olifant niet alleen de toren naar het veilige onderkomen van de wijk, maar wist hij ook vele malen de overwinning binnen te slepen. Sindsdien wist het paard van de Contrada della Torre nog maar een aantal overwinningen te behalen. Legendarisch is de Palio van 16 augustus 2004, toen Torre na 44 jaar weer een vaandel mee naar huis wist te nemen. Een oude inwoner van de wijk schreef aan de paus om te bidden voor de overwinning van Torre. Johannes Paulus II gaf er graag gehoor aan, en zo konden de contradaioli na lange tijd weer feestend door de straten van Siena trekken, waarbij ze vooral Oca en Onda probeerden jaloers te maken.

Onda – Golf
De Contrada Capitana dell’Onda heeft een vrolijke dolfijn als symbool gekozen. Deze contrada draagt de erenaam ‘capitana’ omdat de contradaioli in vroeger tijden belast waren met de bewaking van zowel het Palazzo Pubblico (dat met zijn rug naar Onda wijst) als de Tyrrheense kust. Een doorn in het oog van Torre, die Onda’s grootste vijand is. Op het Piazza del Mercato treffen de groepen elkaar vaak en dat loopt wel eens uit de hand. Zo werden de capitani van beide contrade in 1642 uitgesloten van alle publieke optredens, omdat ze hun contradaioli er niet toe aan konden zetten de vrede te bewaren. Onda bevindt zich nu gelukkig in iets rustiger vaarwater; vooral letizia (vreugde) staat bij de contradaioli hoog in het vaandel. Of dat eerder tot een overwinning leidt zullen we morgen zien…

Tartuca – Schildpad
De Contrada della Tartuca heerst in het oudste en hoogste gedeelte van de stad, Castelvecchio genaamd. De inwoners zijn niet alleen trots op de geschiedenis van hun wijk, maar zeker ook op hun dier, ook al lijkt de schildpad dan misschien niet handig gekozen voor een strijd die met name om snelheid gaat. Toch wist Tartuca vorig jaar juli de overwinning binnen te halen. De grootste tegenstander, Chiocciola, is gelukkig eveneens erg langzaam, waardoor een bitterder strijd losbarst dan tegen de ‘snellere’ dieren, met wisselend resultaat. In 1686 maken beide contrade het zo bont dat ze allebei van deelname worden uitgesloten. Gelukkig zijn de gemoederen nu ietwat bedaard, alhoewel Chiocciola natuurlijk wel op een overwinning aast, nu Tartuca vorig jaar zo’n succesvolle race kende.

Chiocciola – Slak
Helemaal in het uiterste zuiden van de stad ligt de Contrada della Chiocciola. Deze contrada heeft sterke banden met Venetië en de beschermheer van Chiocciola is dan ook niemand minder dan San Marco. Hoewel je bij een slak misschien in eerste instantie niet aan een groot, sterk beest denkt, ligt dat voor de contradaioli duidelijk heel anders. Zoals een van hen probeerde uit te leggen: ‘Diep in ons hart herbergen wij een beeld van een enorme slak, in wiens schaduw alle contradaioli bescherming kunnen vinden.’ Ruim baan voor de slak dus!

Pantera – Panter
De Contrada della Pantera werd volgens overlevering vooral bewoond door kooplieden uit Lucca, die hun stadssymbool aan deze middelgrote contrada gaven. De contrada bevindt zich op het hoogstgelegen punt van de stad, vanwaar hij als het ware over de rest probeert te domineren. Vooral Aquila, de grootste vijand van Pantera, moet het vaak ontgelden. In juli 2006 was de spanning tussen beide contrade te snijden. Tot 10 centimeter van de finish leek het er namelijk op dat Aquila de overwinning mee naar huis zou nemen, maar tijdens de laatste seconden wist Pantera nog net aan kop te geraken. Sindsdien is de sfeer tussen de contradaioli niet verbeterd, maar gelukkig neemt morgen alleen Aquila deel aan de Palio. Wanneer Aquila niet wint, is het in elk geval niet de schuld van Pantera…

Selva – Woud
De neushoorn in het woud staat symbool voor de Contrada della Selva, hetgeen deze wijk tot de meest exotische van heel Siena maakt. De contradaioli staan vooral bekend om hun gastvrijheid en solidariteit. Niet voor niets bevindt het duizend jaar oude ziekenhuis zich juist binnen de grenzen van deze contrada. Deze solidariteit gaat zelfs zo ver dat Selva geen vijandelijke contrade kent. Hoewel de contradaioli in de negentiende eeuw nog geen stadsgenoten uit de wijk Pantera konden luchten of zien, is inmiddels met elke contrada vrede gesloten.

Aquila – Adelaar
De Nobile Contrada dell’Aquila daarentegen kan Pantera zoals gezegd met huid en haar opvreten. De zwarte adelaar is dan ook niet een beest waar je de spot mee kunt drijven. Zelfs Dante was zeer onder de indruk van deze vogel, dus de contradaioli vinden dat ook Pantera maar een toontje lager moet zingen. Zeker na die vreselijk vernederende nederlaag van 2006. Daar moet ik wel even bij vermelden dat deze vijandige houding niet alleen bij de Palio hoort. Bij het naderen van de herfst wordt de strijdbijl begraven tot de volgende Palio zich aandient. In de tussentijd heerst er in Siena een grote solidariteit tussen de inwoners van alle contrade. Dan schiet een contradaiolo van Aquila zijn Pantera-buurman als eerste te hulp!

Getagd met:
preload preload preload