apr 29

Mijn rondreis door het zuiden van het Italiaanse schiereiland sluit ik af in Napels. Volgens veel inwoners van het noorden van Italië behoort alles ‘onder Rome al tot Afrika’, maar die mening deel ik zeker niet. Het is anders dan het noorden, zeker, primitiever soms, maar ook authentieker, wijzer, natuurlijker misschien.

In Napels sluipt alweer wat ‘noordelijkers’ in het alledaagse leven. Hoewel de koffie er sterker is dan in Rome en hoewel de mensen er luidruchtiger zijn dan waar dan ook, is de stad de afgelopen jaren georganiseerder geworden. Musea zijn gerenoveerd en kennen veel bredere openingstijden, het openbaar vervoer is stukken beter geworden en het aantal goede restaurants groeit elke maand.

Wat niet verandert is in deze geweldige stad, is de devotie van Maria. Niet God, niet Jezus, maar de onschuldige maagd Maria is het middelpunt van het geloof van de gemiddelde Napolitaan. Er zijn maar liefst 250 verschillende namen waarmee Maria in het Napolitaans kan worden aangeduid! De aanbidding van Maria is vaak ook een openbare gelegenheid; de kleine altaartjes die door de hele stad te zien zijn, worden netjes onderhouden en regelmatig voorzien van bloemen, kaarsjes en briefjes met wensen of juist een handgeschreven dankjewel na het vervullen van een wens – of na een gunstige lotto-uitslag. Maria heeft overal de hand in, aldus de Napolitanen. Ze is hier zeker populairder dan de paus, die in het ‘verre’ Rome zit en zich niets van Napels aantrekt. Een paar altaartjes die ik tijdens mijn wandeling door Napels tegenkwam:

Maar Maria is niet de enige die op deze manier geëerd wordt. Voor Napolitaanse mannen is Maradona minstens zo heilig als Maria, zo niet heiliger. Bij zijn komst naar Napoli waren de voetbalfans – en dat zijn in elk geval alle mannelijke inwoners van Napels – al dolblij, maar toen Napoli in 1987 voor de eerste keer in de geschiedenis de titel landskampioen en de bijbehorende scudetto in ontvangst mocht nemen, kreeg Maradona de status van godenzoon.

Maradona was dé ster van het team en leidde zijn team onder andere naar de finale van de UEFA Cup tegen Stuttgart, die ook nog eens gewonnen werd. Napoli telde mee en Diego Maradona groeide uit tot een fenomeen… In 1990 pakte Napoli zijn tweede landstitel. Na afloop van de competitie startte in Italië het WK. Maradona riep de Napolitaanse fans op om voor zijn thuisland Argentinië te supporteren in plaats van voor het Italiaanse elftal, omdat dat voornamelijk bestond uit spelers uit Noord-Italië. Maar hoe geliefd Maradona ook was, dat ging de Napolitanen toch wat ver. Tijdens de laatste wedstrijd van het seizoen ontvouwden de tifosi van Napoli een spandoek waarop stond: Maradona, jij bent onze liefde, maar Italië is ons bloed.

Toch heeft Maradona altijd een bijzonder plekje behouden in de harten van de Napolitanen. Zo bijzonder dat er in de stad verschillende altaartjes aan hem gewijd zijn. Terwijl ik ze voor jullie op de gevoelige plaat vastlegde, knikte een oud Napolitaans mannetje me vriendelijk toe en legt hij zijn hand op zijn hart. Voor Maradona, die hier heiliger is dan de paus en op gelijke voet staat met Maria!

Getagd met:
apr 24

Otto Holzhaus vertelt vandaag het verhaal met het Urbi et Orbi van de paus als onderwerp. Het is hilarisch in al zijn eenvoud, en zeker de ontknoping zal op deze Eerste Paasdag menige schaterlach veroorzaken. Meer verklap ik niet, lees zelf maar!

‘De internationale trein naar Italië glijdt bij de Zwitserse grens de nacht in. We zijn op weg naar Florence, waar we de paasdagen willen doorbrengen. In Milaan missen we de aansluiting. We stappen op de eerste de beste trein die ook naar Florence gaat. Dat mag niet zomaar. Bij de kaartjescontrole komt het ons duur te staan.

De oude binnenstad van Florence stroomt in de stralende lentezon vol met toeristen. Bij de Santa Maria del Fiore loopt een groep Japanners achter een vlaggetje aan. Op de Ponte Vecchio, de beroemde brug met de goudwinkeltjes, staan landgenoten met ‘middeleeuwse’ mutsen op. Ze scanderen ‘Hallekiederstjie’, hun Italiaanse versie van ‘Hallekidee’.

We besluiten vandaag de cultuur de cultuur te laten. De fresco’s van Masaccio en Giotto komen morgen aan de beurt. Mede dankzij een gratis wijnproeverij waarin we verzeild zijn geraakt, verkeren we in een opperbeste stemming. We beginnen trek te krijgen en kijken uit naar een restaurantje waar je lekker en vooral ook goedkoop kunt eten, want we willen die boete van de trein terugverdienen.

In een achterafstraatje ontdekken we een intieme trattoria. Het eethuisje wordt gerund door een struise signora, een blondine zoals je wel meer ziet in Toscane. Ze begroet ons in het Engels en vraagt waar we vandaan komen. Gerarda antwoordt in haar beste Italiaans dat ze daarnaar mag raden. De uitbaatster maakt er een spelletje van.

Ze neemt de bestelling op in het Frans, schenkt de wijn in met een Spaanse toelichting en wenst ons ‘Guten Appetit’ als ze het voorgerecht op tafel zet. Ik hef het glas en wens haar ‘Buona Pasqua!’. ‘Di espressione italiana,’ voeg ik er nadrukkelijk aan toe. Dat heeft ze meer gehoord.

‘Che cosa si dice di espressione Greca?’ lacht ze – hoe zeg je dat in het Grieks? Ze zou zelf Grieks kunnen zijn. Ze heeft wel wat weg van de jonge Melina Mercouri. ‘Cristós anésti!’ antwoord ik zonder aarzelen. Ik weet precies wat ik zeggen moet. Ik heb goed naar de vorige paus geluisterd. Ik ken zijn paaswensen op mijn duimpje. Jaar in jaar uit zat ik gefascineerd voor de tv als hij vanaf het Sint-Pietersplein zijn Urbi et Orbi uitsprak – de zegen voor de stad Rome en de wereld – met als vaste prik: ‘Di espressione Olandese, gezeggende Paasfee, bedank voor die bloeme.’

In de loop der jaren nestelde zich de ene na de andere buitenlandse paaswens in mijn geheugen. Onze gastvrouw kan mijn nagespeelde Vaticaanse balkonscène wel waarderen. Ze daagt me uit.

‘Di espressione Portoghese?’
‘Muito boas Festas!’ repliceer ik.
‘Di espressione Polacca?’
‘Wesolégo Alleluja!’

Ik krijg een open doekje van de gasten van het eethuis. Iedereen wil een duit in het zakje doen. ‘Di espressione Russa?’ ‘Kristós vosskrièsse!’ Arabisch? Ik weet het. Hongaars? Geen punt. Vietnamees? Kleine moeite.

Nu gelooft zelfs Gerarda het niet meer. De wensen van de Heilige Vader voor China en Japan heb ik als uitsmijter bewaard. ‘Fu Hua Ju Que!’ roep ik met wijd uitgespreide armen, gevolgd door: ‘Cristo no ayomigaeri, omedetoh gozaimasu!’ Het applaus davert over de tafels.

Maar met de bewondering van onze gastvrouw is het gedaan als ik even later met mijn vinger de rekening naloop. ‘Amai, ge zijt Ollanders, nondedju!’ zegt ze uit de grond van haar hart.’

Otto Holzhaus en zijn vrouw Gerarda hebben zich jarenlang met grenzeloze nieuwsgierigheid in ongewisse avonturen gestort, in Kameroen en Laos, in Venezuela en Vietnam en overal daartussen. Hun niet zelden bizarre belevenissen stonden geregeld op de Achterpagina van NRC Handelsblad – het nationale erepodium voor kortestukjesschrijvers. Nu zijn deze stukjes (samen met een aantal nieuwe reisverhalen) voor het eerst verzameld, met als resultaat een boek dat je op het puntje van je stoel laat zitten – zowel van spanning als van spontaan opkomende reislust. Deze reisavonturen kun je lezen in

Vroeg of laat komt het goed
Otto Holzhaus
ISBN 9789064105111
€ 10,00
uitgeverij Hollandia

nov 27

In Rome wandelde ik elke ochtend door de Via Santa Chiara, vlak achter het Pantheon, op weg naar de eerste Italiaanse koffie van de dag. Al op de eerste ochtend werd mijn aandacht getrokken door de bijzondere etalages: hier geen dure zwarte feestjurkjes van Valentino, Gucci en Prada, maar witte soutanes, kleurige kazuifels, geborduurde altaarkleden en Mariabeeldjes in alle soorten en maten.

In deze wijk shoppen priesters, monniken, zusters en andere geestelijken hun dagelijkse en zondagse outfit bij elkaar. Ook Johannes Paulus II was hier regelmatig te gast, om zich een nieuw kazuifel te laten aanmeten. Benedictus XVI komt er echter maar zelden. Hoe dat komt, vertelt Stijn Fens in zijn net verschenen boek Vaticanië – De geheimen van de paus:

‘Geen paus uit de recente geschiedenis is zo bewust bezig met zijn kleding als Benedictus. Hij heeft smaak en denkt heel goed na over wat hij bij welke gelegenheid aantrekt en ook welke mijter hij tijdens een mis opzet. Dat is niet onbelangrijk. Aan het pauselijk hof is er geen verschil tussen privékleding en beroepskleding. Het lichaam van de paus is een corpus publicus, openbaar bezit, waarbij de kleinste verandering of een opvallende kleurschakering betekenis heeft en navolging krijgt.

Wat de catwalks van Parijs of Milaan zijn voor de internationale modewereld, dat zijn het balkon en het hoofdaltaar van de Sint-Pieter voor de kerkelijke mode. Tijdens zijn bezoek aan het Oostenrijkse Mariazell in september 2007 verscheen de paus in een blauw kazuifel, met een bijpassende mijter van dezelfde kleur. Dit was des te opmerkelijker omdat deze kleur sinds het Concilie van Trente (1545-1563) niet meer was toegestaan. En nu mag het dus weer. Blauw is de traditionele kleur voor Maria in de katholieke Kerk en verwijst naar haar eretitel als Koningin van de Hemel.

De kleding van Benedictus valt op. Over zijn schoenen alleen al zijn pagina’s volgeschreven. In 2007 riep het tijdschrift Esquire de pontificale instappers uit tot modeaccessoire van het jaar. ‘De paus draagt Prada,’ kopten de kranten wereldwijd, tot groot genoegen van het Italiaanse modehuis. Geen groter reclame voor een bedrijf dan in één adem met de paus van Rome te worden genoemd. Dat de paus geen Prada-schoenen draagt maakt dan helemaal niet uit.’

Toch was de eerste verschijning van Benedictus qua kledingkeuze niet om over naar huis te schrijven: ‘Benedictus heeft geen dure smaak, maar wil er wel goed verzorgd uitzien. Des te opmerkelijker is het dat zijn outfit bij zijn debuut als paus op het middenbalkon van de Sint-Pieter op die historische avond in april 2005 een ronduit rommelige indruk maakte. Nadat hij in de Sixtijnse Kapel tot paus was gekozen en het Accepto (‘Ik aanvaard’) had uitgesproken, werd hij door een klein deurtje links van Michelangelo’s Laatste Oordeel weggeleid naar de Stanza delle Lacrime, de kamer der tranen, zo genoemd omdat elke net gekozen paus hier geacht wordt in huilen uit te barsten als hij zelf beseft welke enorme last er nu op zijn schouders rust.

In deze bijzondere kamer bevonden zich, naast een rode chaise lonque, de gebruikelijke drie witte pauselijke soutanes in de maten small, medium en large. Ze zijn afkomstig van de pauselijke kleermaker Massimiliano Gammarelli, die al tweehonderd jaar hoogwaardige kleding levert aan het pauselijke hof. Een net gekozen paus moet wel een heel vreemd postuur hebben wil niet één van deze drie soutanes passen. Maar zo niet deze keer: te kort, te lang, te smal – geen ervan zat lekker.

‘Toen hij uit de huilkamer kwam, knielde ik meteen voor hem neer om hem te begroeten. En ik zag onmiddellijk dat hij er niet op gerekend had paus te worden,’ vertelt de toenmalige commandant van de Zwitserse Garde, Elmar Mäder. ‘Vanuit de mouwen stak zijn blauwe gebreide vest naar buiten.’ Niet alleen de mouwen waren te kort, maar onder de soutane staken ook de pijpen van zijn lange witte ondergoed. Sinds lange tijd had een sterveling weer eens zicht op de onderbroek van een paus.’

Meer weten over de kleding en de schoenen van Benedictus? In Vaticanië – De geheimen van de paus neemt Stijn Fens je mee naar Vaticaanstad, de kleinste staat ter wereld en tegelijkertijd het bestuurscentrum van de rooms-katholieke kerk. Er wonen maar vijfhonderd mensen, maar die zijn wel ‘de baas’ over één miljard katholieken. Het Vaticaan is beroemd om zijn prachtige kunstschatten, maar wat gebeurt er werkelijk achter al die grote ramen en hoge muren?

Stijn Fens

Aan de hand van Stijn Fens wandel je door de statige vertrekken van de paus, als een fascinerende ontdekkingsreis door het Vaticaan. Hij geeft antwoord op vragen als: Waarom heeft de Zwitserse Garde een busje pepperspray onder haar kleurrijke sokken? Wat is het lievelingsgerecht van de paus? Heeft het Vaticaan geleerd van het seksueelmisbruikschandaal?

Vaticanië gaat over zwarte en witte rook, kardinalen en bisschoppen, pauselijke mijters en pontificale schoenen – maar vooral over een bijzondere plek in Rome, die elke keer weer blijft trekken, ook nu Stijn Fens een aantal geheimen heeft onthuld!

Getagd met:
jul 31

Fare una bella figura is, zoals je gisteren al kon lezen op Ciao tutti, een term die door Italianen vaak in de mond wordt genomen. Het heeft te maken met zowel je gedrag als allerlei kledingregels die nageleefd moeten worden.

In mijn eerste huis vlak bij de Spaanse Trappen in Rome zat ik vaak met verwondering te kijken naar alle verschillend geklede mensen die onder mijn raam voorbijliepen. Het was allemaal zo anders dan in Nederland, vele mannen strak in het pak en vele dames in een zwart mantelpakje, en dat op een gewone doordeweekse dag.

Vriendinnen uit Nederland kwamen langs om etalages te kijken. Ze pasten de ideeën die ze hier in Italië opdeden weer toe in Nederland, terwijl anderen zich lieten inspireren door de vele verschillende kledingstukken. Ze kochten koffers vol designerstoffen en maakten de dure kleding thuis na.

Tijdens de reizen die ik tot nu toe in Italië heb begeleid, was er weinig tijd om aandacht te besteden aan dit bijzondere fenomeen. Kleding moest het meestal afleggen tegen kerken en kunst. Maar Italië is ook het land van de mode en van het design! Vele grote ontwerpers zijn Italianen: denk aan Versace, Dolce e Gabbana, Armani… En zelfs de paus heeft een paar Prada-schoenen naast zijn bed staan!

Toen SRC-Cultuurvakanties mij vroeg om mijn droomreis op Italiaanse bodem op papier te zetten, wist ik dan ook gelijk wat me te doen stond: een reis organiseren rondom de hoogtepunten van de Italiaanse mode. Het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf!

Tijdens de reis die ik heb mogen samenstellen maak je kennis met de grote Italiaanse namen in de modewereld, maar ook met de minder bekende ontwerpers. We verkennen de modewijken in Milaan, Florence en Rome. Maar we gaan natuurlijk niet alleen maar etalages kijken! Modeontwerpers hebben in de grote steden warenhuizen, cafés en restaurants ingericht.

Salvatore Ferragamo heeft zijn eigen schoenenmuseum in Florence, waar modellen van bekende filmsterren te bewonderen zijn. In Florence vind je ook Palazzo Pitti, waar we de geschiedenis in duiken met een bezoek aan de kostuumafdeling. In de stoffenfabriek die we zullen bezoeken, zie je hoe de stoffen voor deze kostuums tot stand komen en wat er allemaal bij komt kijken voor je zo’n pak kunt aantrekken.

We eindigen de reis in Rome, waar we niet alleen op onderzoek uitgaan naar de plaatsen waar de paus zijn kleding en schoenen koopt en waar Valentino zijn creaties ontwerpt, maar waar we ook gaan rondstruinen op de grootste vlooienmarkt van Rome, Porta Portese. Durf jij ’s avonds al je aanwinsten te showen aan je medereizigers?

Mocht je al staan te popelen om mee op reis te gaan naar de grootste modesteden in Italië: we vertrekken op 8 november 2010 en 10 januari 2011. Tijd genoeg dus om alvast flink te sparen, zodat je straks je garderobe flink uit kunt breiden. In januari zijn we trouwens precies in Italië ten tijde van i saldi, de grote uitverkoop!

Kijk voor het precieze dagprogramma, de kosten en meer informatie op www.src-cultuurvakanties.nl. Hopelijk tot in Milano!

Diane Kuster

jun 24

Vandaag spelen de Italianen hun derde en laatste poulewedstrijd op het WK in Zuid-Afrika. Laten we hopen dat de Azzurri gaan winnen. Veel Italianen zenden de hele dag schietgebedjes de hemel in, steken een extra kaarsje op of kussen een prentje met de afbeelding van Maria. Alles om het geluk een gunstige wending te geven.

Paus Benedictus XVI heeft echter iets heel anders aan zijn hoofd vandaag. Hij zegent vandaag het enorme beeld van de Madonna di Monte Mario in. Het negen meter hoge beeld stond sinds 4 april 1953 op het dak van het Istituto Don Orione. De Madonna staat op de hoogste heuvel van Rome en is dan ook van veraf al te zien.

Het beeld werd vervaardigd door de Italiaanse beeldhouwer Arrigo Minerbi, met medewerking van Piero Brolis. De Madonna Salus Populi Romani, zoals ze door de Romeinen ook wel wordt genoemd, heeft niet alleen een religieuze, maar ook een symbolische betekenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog beloofden de Romeinen namelijk een groot Madonna-beeld te bouwen als de stad gespaard zou blijven van verwoestende bombardementen. Hoewel de stad op haar grondvesten schudde, bleef het historische centrum zo goed als gespaard. De Romeinse bevolking zamelde direct na het einde van de oorlog dan ook voldoende geld in om de gedane belofte na te komen.

Door de combinatie van overvloedige regenval en een plaatselijke wervelwind werd de reusachtige Madonna vorig jaar van haar 19 meter hoge voetstuk gestoten. Het beeld raakte flink beschadigd en het duurde een hele tijd voordat het weer geheel gerestaureerd was. De val van de Madonna maakte in Rome heel wat emoties los. Ze moest en zou zo snel mogelijk weer over de stad uitkijken. Er is dan ook met man en macht gewerkt om het beeld zo snel mogelijk te herstellen en op de oude plek te plaatsen. Ook vanuit het Vaticaan is de nodige druk op het stadsbestuur uitgeoefend. Het feit dat de paus zelf de inzegening van de Madonna voor zijn rekening neemt, geeft al aan welk belang het Vaticaan aan het beeld hecht.

Vanaf vandaag prijkt de Madonna dus weer op de Monte Mario-heuvel, in het noordwesten van de stad. Deze heuvel is met zijn 139 meter weliswaar de hoogste van de stad, maar het is niet één van de beroemde zeven heuvels waarop Rome zou gebouwd zijn. Hij is dan ook bij veel mensen niet zo bekend, en dat is jammer, want vanaf Monte Mario heb je een fantastisch uitzicht over het centrum van Rome en de daardoorheen kronkelende Tiber. Met behulp van de aanwezige verrekijkers kun je vanuit de hoogte genieten van al het moois dat Rome te bieden heeft. Net zoals de Madonna vanaf vandaag weer kan doen…

Getagd met:
jun 16

Toen Michelangelo zijn David had afgerond (zie Ciao tutti van 10 mei), werd hij door paus Julius II ontboden. Julius II had namelijk in een kapel van de Sint-Pieter Michelangelo’s Pietà gezien en hij was zo onder de indruk van dit beeld, dat hij de beeldhouwer wilde vragen zijn graftombe te ontwerpen. In februari 1505 ontving Michelangelo een voorschot van honderd gouden florijnen, in die tijd het volledige jaarsalaris van een ambachtsman, en trad hij in dienst van de paus.

Hij begon met veel energie en enthousiasme aan het enorme project. Julius II wilde namelijk niet zomaar een graftombe, nee, zijn tombe moest zich kunnen meten met de mausolea van de Romeinse keizers Augustus en Hadrianus. Ongeveer een jaar later had Michelangelo meer dan negentig wagenladingen marmer naar het plein voor de Sint-Pieter en zijn atelier aan het Piazza Rusticucci laten brengen. Maar nog voordat Michelangelo daadwerkelijk aan het grafmonument kon beginnen, werd de aandacht van de paus opgeëist door een nog omvangrijker project: het bouwen van een nieuwe Sint-Pieter.

De officiële bouwmeester van de paus, Giuliano da Sangallo, die eerder al was betrokken bij het herstel van de Engelenburcht en de Santa Maria Maggiore en die bevriend was met Michelangelo, had een ontwerp voor de nieuwe basiliek gemaakt. Hij was echter niet de enige, want ook Donato d’Angelo Lazzari voelde er wel iets voor het project op zich te nemen. Lazzari is bij de meeste mensen beter bekend onder zijn bijnaam Bramante, hetgeen ‘vraatzuchtig’ betekent. Lazzari had zijn bijnaam te danken aan het feit dat hij ontzettend ambitieus was en daarnaast volop genoot van alle zinnelijke geneugten die het leven in die tijd bood.

De concurrentie tussen Da Sangallo en Bramante bracht behoorlijk wat teweeg in Rome, met name onder de schilders en beeldhouwers die in de stad aan het werk waren. Uiteindelijk haalde Bramante de opdracht binnen. Michelangelo was niet alleen diep teleurgesteld in het feit dat zijn vriend de opdracht niet had gekregen, hij zat zelf ook ineens zonder werk. Vanwege de enorme kosten voor de Sint-Pieter werd het grafproject met onmiddellijke ingang stopgezet. Michelangelo kon naar het geld voor het naar Rome gehaalde marmer fluiten; de paus was niet bereid om nog maar iets aan hem te spenderen. Michelangelo nam het besluit van de paus hoog op en vertrok in april 1506 uit Rome. ‘Zeg de paus maar dat hij me, als hij me nodig heeft, van nu af elders moet zoeken,’ zo sprak hij tegen een van de pauselijke lakeien.

Julius II was het absoluut niet eens met Michelangelo’s plotselinge vertrek en stuurde dan ook direct vijf ruiters achter hem aan. De ruiters wisten Michelangelo pas te bereiken toen hij zich al op Florentijns grondgebied bevond, waar de paus geen jurisdictie had. Michelangelo weigerde dan ook met de ruiters mee terug te keren en beval ze weg te gaan. Ze bleven echter aandringen en overhandigden hem een brief van de paus, waarin Michelangelo bevolen werd naar Rome terug te keren. Michelangelo liet zich echter niet kennen en schreef een brief terug, waarin hij duidelijk te kennen gaf dat hij niet van plan was ooit nog naar Rome terug te keren, en zeker niet op bevel van de paus die hem zo slecht behandeld had.

Michelangelo voelde zich verraden, niet alleen door paus Julius II maar ook door Bramante. Hij was ervan overtuigd dat Bramante zijn reputatie als beeldhouwer om zeep wilde hebben. Hij zou immers degene zijn geweest die in het oor van de paus gefluisterd had dat het wel eens ongeluk zou kunnen brengen om al tijdens je leven een graftombe te laten maken. Maar dat was nog niet alles. Bramante zou de paus op het idee hebben gebracht om Michelangelo op te zadelen met een project van een heel andere orde, een project waarvan hij vermoedde dat Michelangelo het nooit tot een goed einde zou kunnen brengen: het beschilderen van het plafond van de Sixtijnse Kapel. Bramante hoopte dat Michelangelo de opdracht botweg zou weigeren, waardoor hij zich nogmaals de woede van de paus op zijn nek zou halen, of dat hij de opdracht wel zou aannemen maar al snel zou moeten toegeven dat hij er eigenlijk niet toe in staat was. Michelangelo was immers een beeldhouwer en had meer ervaring met een beitel dan met een penseel.

De paus bleef Michelangelo herhaaldelijk vragen terug te keren naar Rome, maar hij weigerde keer op keer. Uiteindelijk ging Michelangelo in 1508 toch overstag, al tekende hij het contract voor de Sixtijnse Kapel uitdagend als ‘de beeldhouwer Michelangelo’. Hij wilde de paus niet langer tegen de haren in strijken, maar hij was verre van gelukkig met de opdracht. Zoals hij het zelf in een van zijn gedichten beschreef: ‘Ik ben geen schilder en mijn werk is lelijk.’

Michelangelo werkte uiteindelijk ruim vier jaar aan het plafond, van mei 1508 tot oktober 1512. Dat duurde Julius II allemaal veel te lang en hij stuurde dan ook geregeld iemand die kwam kijken hoe ver Michelangelo gevorderd was – tot groot ongenoegen van de schilder. Uiteindelijk bracht de paus zelfs een bezoek aan de Sixtijnse Kapel en klom hij zelf de stellages op om te kijken hoe Michelangelo het ervan af bracht.

Michelangelo’s wraak was zoet. In de lunetschildering Salmon, Boaz, Obed (ter hoogte van De schepping van zon en maan op het plafond) laat hij de oude Boaz namelijk een soort scepter vasthouden, met aan het uiteinde een hoofd dat een karikatuur is van het hoofd van Julius II. Het lunet bevond zich toentertijd precies boven de pauselijke troon. Of Julius II Michelangelo’s spot nog heeft kunnen zien, is niet helemaal zeker. Hij overleed namelijk vier maanden nadat het werk aan het plafond was voltooid – de kapel zelf moest toen nog grotendeels opgeknapt worden.

Oorspronkelijk wilde Michelangelo het plafond beschilderen met de twaalf apostelen. Hij was al begonnen toen hij besloot dat dit toch niet het juiste idee was. Michelangelo was geen man van half werk; hij liet dus alles weghalen en begon gewoon opnieuw – dit keer met verhalen uit het Oude Testament. Waarschijnlijk heeft hij eerst de verst van het altaar verwijderde scène geschilderd, De dronkenschap van Noach. Dit is nog te zien aan de kleine figuren die het fresco bevolken. Toen Michelangelo merkte dat hij zo niet echt opschoot, terwijl de paus hem vaak letterlijk in zijn nek hijgde, besloot hij de figuren dan maar wat groter te gaan schilderen. De grootste figuren hebben wel vier keer de omvang van een volwassen mens!

In totaal heeft Michelangelo 380 verschillende figuren geschilderd, geen eenvoudige klus voor een beeldhouwer. Het beroemdste tafereel is de scène waarop Adam met uitgestrekte hand naar de vinger van God reikt – maar de handen die nu te zien zijn, zijn naar alle waarschijnlijkheid niet door Michelangelo zelf geschilderd. Een aantal jaren nadat Michelangelo het plafond had voltooid, viel namelijk een stuk van het pleisterwerk naar beneden – helemaal aan gruzelementen. Het verhaal gaat dat het gevallen gedeelte juist het stuk met God en Adam was. De handen die nu te bewonderen zijn zouden dan ook het werk zijn van een kunstenaar uit Modena, Domenico Carnevali geheten, die het in 1564, het jaar waarin Michelangelo is gestorven, heeft geschilderd.

Het resultaat is schitterend, dat kan niemand betwisten, maar de vraag is of Michelangelo er zelf wel van heeft kunnen genieten. Waarschijnlijk was hij alleen maar opgelucht dat het werk af was. Voor hem was het schilderen van het plafond immers een helse klus. Vanwege de pose die hij moest aannemen – liggend op een steiger van wel twintig meter hoog – had hij voortdurend last van verkrampte ledematen en vreselijke rugpijn. Bovendien droop de verf vaak over zijn armen en op zijn gezicht. Ook zijn ogen hadden het zwaar te verduren. Naar verluidt kon Michelangelo jarenlang alleen lezen door het document boven zijn hoofd te houden. Als je dan bedenkt dat hij ook nog eens vreselijk slecht betaald werd voor deze bijna bovenmenselijke klus, kun je je misschien wel voorstellen hoe teleurgesteld hij was. Morgen keren we dan ook met Michelangelo terug naar de Sixtijnse Kapel, om te horen hoe hij het werk aan het plafond heeft ervaren…

Kun je niet zo lang wachten? In De hemel van de paus van Ross King lees je het kleurrijke en indrukwekkende verhaal over de totstandkoming van Michelangelo’s meesterwerk. King belicht Michelangelo’s artistieke keuzes, zijn problemen met de samenstelling van pigment en pleisterwerk en zijn bittere concurrentiestrijd met Rafaël, die de nabijgelegen pauselijke vertrekken aan het schilderen was. Het boek biedt niet alleen een fascinerende kijk op de ontstaansgeschiedenis van het beroemdste plafond ter wereld, maar schetst ook een magnifiek portret van het leven in Rome in de zestiende eeuw.

Getagd met:
feb 10

Midden in het drukke centrum van Rome, tussen het Piazza della Rotonda (het pleintje waaraan het Pantheon ligt) en Piazza Venezia (met het enorme witte monument voor Victor Emanuel II), houdt zich een ongekend mooie kunstverzameling verborgen: het Palazzo Doria Pamphilj. Het palazzo is vernoemd naar twee families: de familie Pamphilj en de familie Doria. Het werd oorspronkelijk gebouwd voor de vooraanstaande Pamphilj-familie, waarvan paus Innocentius X misschien wel de bekendste telg is. In de achttiende eeuw beschikte de familie Pamphilj echter niet over een directe erfgenaam. In 1763 besloot paus Clemens XIII daarom dat de familie Doria alle eigendommen van de Pamphilj-familie zou erven, op voorwaarde dat de Doria’s zich in Rome zouden vestigen. Zo gezegd, zo gedaan. De Doria’s namen het paleis van de Pamphilj over en gaven het de naam Palazzo Doria Pamphilj. De Doria’s waren enorme kunstliefhebbers en verzamelden generaties lang honderden kunstwerken van formaat. Het palazzo is overigens ook nu nog in handen van de familie Doria Pamphilj; sommige vertrekken worden zelfs nog door leden van de familie bewoond.

Het palazzo huisvest tegenwoordig echter ook een museum. Er bevinden zich meer dan 400 vooraanstaande kunststukken (van de 15de tot de 18de eeuw), waaronder werken van de grote Italiaanse meesters Tintoretto, Titiaan, Raffael, Correggio, Caravaggio en Bernini. Werkelijk elke muur in elke zaal hangt van onder tot boven vol met schilderijen. Er schijnt zelfs een computer aan te pas te zijn gekomen om ervoor te zorgen dat alle schilderijen opgehangen konden worden! In een klein kamertje hangt een heel bijzonder portret van paus Innocentius X, geschilderd door Velázquez. Het is een erg realistische afbeelding; je ziet in één oogopslag dat de paus nogal een vinnig karakter had. Vergelijk zijn geschilderde gezicht maar eens met het gezicht van zijn beeld dat in hetzelfde kamertje staat en dat gemaakt is door Bernini. Het allermooiste gedeelte van het palazzo is misschien wel de spiegelgalerij. Lang niet zo groots als de Spiegelzaal in het Paleis van Versailles, maar zeker zo mooi. Door de hoge ramen dansen de zonnestralen op de in de zaal aanwezige beelden, waardoor de sfeer van vroeger bijna tastbaar wordt.

Aangezien dit museum nog geen grote bekendheid heeft verworven onder de toeristenpopulaties die Rome overspoelen, kun je hier heerlijk in je eentje ronddwalen. Je kunt de kleinste details van de schilderijen bekijken en je voelt je bijna een gast in plaats van een betalende bezoeker. Wanneer je je nog meer thuis wilt voelen, raad ik je aan een audioguide te nemen. Prins Jonathan Doria Pamphilj heeft in hoogsteigen persoon de geschiedenis van zijn familie ingesproken. Hij troont je mee over de rode bakstenen vloeren die vroeger met de hand geboend moesten worden, hij leidt je langs de omvangrijke collectie schilderijen en verleidt je met anekdotes uit lang vervlogen tijden. Wanneer je met prins Jonathan Doria Pamphilj door de balzaal, de troonzaal, de indrukwekkende kapel of over een van de vijf prachtige binnenplaatsen schrijdt, waan je je even zijn verloofde, die hij voor het eerst door zijn huis leidt en die steeds kreetjes van verrukking slaat om al het moois dat ze om zich heen ziet.

Gelukkig beschikt het Palazzo Doria Pamphilj over een erg leuke koffiebar, Caffè Doria, waar je na al die opgedane indrukken even kunt ontnuchteren voor je weer de hectische Via del Corso instapt. Naast espresso, cappuccino, latte macchiato en 48 (!) verschillende soorten thee kun je je hier te goed doen aan een ijskoude cappuccino om de laatste hersenspinsels over de warme stem van prins Jonathan uit je hoofd te laten verdwijnen…

Palazzo Doria Pamphilj
Via del Corso 305
Roma
www.dopart.it

Voor wie geen tijd heeft om weg te dromen bij prinsen en portretten: Caffè Doria heeft ook een ingang aan de Via della Gatta.

Getagd met:
preload preload preload