okt 16

‘Het is maar een gerucht,’ zei Luigi Albertini in een poging de oude man gerust te stellen. Maar het was nu te laat. Hij had het uitgesproken, het gerucht, en nu zat de uitgemergelde grijsaard met het dun geworden haar als een spookachtige mummie in zijn barokstoel. Hij tilde met moeite zijn rechterhand op om een afwerend gebaar te maken, alsof hij wilde aangeven dat het zo wel genoeg was. Zijn hand viel krachteloos terug op de armleuning. De diep in hun kassen liggende ogen staarden strak naar de muur. De oude man was bang.

Een paar verdwaalde regendruppels kletterden tegen de hoge ruiten van de pauselijke privévertrekken. De Sint-Pieter ontwaakte in de ochtendschemering. Niets zou meer zijn zoals het geweest was.

Luigi Albertini knielde naast de Heilige Vader neer en herhaalde dat het maar een gerucht was. Albertini was een goed uitziende man van net geen veertig, een door en door getrainde sportman en zeker geen gewone diplomaat van de Heilige Stoel. Hij stond, als nuntius belast met een speciale opdracht, onder rechtstreeks gezag van de paus. Hij was de nunzio apostolico con incarichi speciali, de geheim agent van de paus.

‘Ik dacht,’ sprak de oude man met hese stem, ‘dat ik deze zomer niet meer zou halen. De Heer zou mij voor die tijd tot zich roepen. Hij heeft het niet gedaan. Soms vraag ik me af of Hij mij niet is vergeten. Of ook God dingen vergeet. Maar nu valt alles op zijn plaats.’

De stem van de Heilige Vader begaf het. Hij hoestte, probeerde het slijm los te krijgen uit de aan elkaar vastgeplakte bronchiën. Een paar druppels speeksel liepen in slierten over zijn smalle lippen. Hij liet het begaan. Hij had zijn leven lang geprobeerd met roken te stoppen, maar het was hem nooit gelukt. Gebeden, een operatie aan zijn strottenhoofd, chemotherapie, niets had hem tot rede gebracht. En toch was er geen enkele foto waarop hij met een sigaret stond afgebeeld.

De beide mannen zwegen een poosje. Twee mussen kwamen op de vensterbank zitten en schudden de koude nattigheid uit hun verendek. Pas nu viel het de paus op dat de mussen vaak met zijn tweeën op zijn vensterbank landden en dat hijzelf alleen was gebleven in het leven. Een diepe melancholie maakte zich van hem meester.

‘Dan is het nu dus zover,’ fluisterde de Heilige Vader.
‘Het is werkelijk maar een gerucht, Uwe Heiligheid,’ herhaalde Luigi Albertini, ‘het is afkomstig van de mensen die elkaar in Rome in de Basilica di San Clemente ontmoeten.’ Hij stond op en deed een stap in de richting van het raam. Een veegmachine reed die ochtend lawaai makend over het Sint-Pietersplein en verjoeg de zwermen vogels.

Ineens begon de motor te knetteren en er kwam zwarte rook uit de uitlaat. De machine kwam tot stilstand. De man van de gemeentereiniging stapte uit en stak een sigaret op. In Italië raak je eraan gewend dat niets functioneert. Zwarte rook boven het Sint-Pietersplein, dacht Luigi Albertini. Hij geloofde niet in voortekenen. Later zou hij nog terugdenken aan de veegmachine, de zwermen vogels, de klokken die de vroegmis aankondigden, de afbrokkelende stopverf in het raamkozijn, het water dat zich aan de binnenkant van het raam verzamelde op het randje en langs het behang op het vloerkleed eronder druppelde.

Hij zou zich herinneren dat de paus daar zat, met open mond, onbeweeglijk en met een sombere blik in de ogen, alsof hij door een duivelse zinsbegoocheling was bevangen, alsof hij een enorme vloedgolf op zich af zag komen, gigantische golven die zich torenhoog zouden verheffen en hem voor altijd zouden verzwelgen. De paus was bang.’

Om de vrede tussen de religies te waarborgen gaat de paus in op een geheime goudhandel met de islamitische wereld. Wanneer dit gerucht in het Vaticaan begint rond te zingen, komen duistere tegenkrachten in actie. Met alle middelen probeert de pauselijke nuntius, kardinaal Albertini, het leven van de Heilige Vader te beschermen. Maar het goud van het Vaticaan is van oudsher in handen van de maffia, die niet bepaald zachtzinnig is als het om het verdedigen van zijn macht gaat. En Albertini heeft er nog geen idee van dat hij hard op weg is een eeuwenoud geheim te onthullen dat het geloof op zijn grondvesten zal doen trillen.

Benieuwd naar dit geheim? Lees dan

De Vaticaanse vergelding
Claude Cueni
vertaald door Jos Valkengoed
ISBN 9789021438351
€ 19,95
uitgeverij Q

okt 15

Deze bijzondere encyclopedie werpt een veelzijdige blik op de kleinste staat ter wereld, op zijn bekendste inwoners en zijn kleurrijke entourage, en op het complexe bestuursapparaat van de Kerk. De lemma’s steunen op feiten, tradities, mysteries, taboes en anekdotes. De Kleine encyclopedie van het Vaticaan informeert, documenteert en analyseert.

Wist je bijvoorbeeld dat…
Vaticaanstad zijn eigen voetbalploeg heeft?
er nooit een paus Johannes XX bestaan heeft?
Joseph Ratzinger al op driejarige leeftijd wist dat hij kardinaal zou worden?
de persoonlijke bibliotheek van Benedictus XVI 20.000 boeken telt?
Vaticaanstad als enige land ter wereld het Latijn als officiële taal heeft?
Vaticaanstad over een eigen spoorwegennet en een van de beste en modernste telefoonnetten ter wereld beschikt?

Tom Zwaenepoel vertelt over de persoonlijke kleermaker van de paus, het ritueel van de grondkus, de pauselijke archieven en andere wetenswaardigheden. Hij gaat hierbij zoveel mogelijk in op de ‘menselijke kanten’ van het Vaticaan en het pausdom. De vele anekdotes zijn echter ook het vertrekpunt voor enkele interessante historische verdiepingen.

Tom Zwaenepoel: ‘Tijdens het opzoekwerk voor dit boek had ik de unieke gelegenheid om viermaal persoonlijk met Johannes Paulus II en zesmaal met Benedictus XVI te spreken. Deze openhartige gesprekken leverden interessante informatie op.’

Zo komt ook het lievelingsgerecht van de paus aan bod in de encyclopedie:

‘Het behoort tot de best bewaarde geheime wat de lievelingsgerechten van de paus zijn. Toch zijn er enkele details bekend. Martinus IV (1281-1285) at graag paling die rijkelijk met Vernacciawijn overgoten was. De paling kwam uit het Meer van Bolsena, dat niet ver van zijn residentie in Orvieto lag. Na een uitgebreide portie zou hij aan buikkrampen gestorven zijn. De ‘Anguille del Papa’ (paling zoals de paus die graag heeft) is tot op de dag van vandaag rondom het Meer van Bolsena een specialiteit.

De zeer sobere maaltijden van Pius V (1566-1572) strookten met de ascetische leefwijze van de voormalige dominicaan en grootinquisiteur. De uitzonderlijk magere paus dreigde ermee zijn kok Bartolomeo Scrappi te excommuniceren als hij op vastendagen iets verbodens in de soep bijvoegde. Hij maakte ook indruk op het volk door in processie zonder schoenen, zonder hoofddeksel voort te stappen, met een lange sneeuwwitte baard en een enorme vroomheid in het gezicht.

Pius XII (1939-1958) at graag rijst- en groentesoepen, spinazie en spaghetti, het liefst met boter en Parmezaanse kaas, weinig vlees, een dunne schijf kalfsvlees of kip met salade en fruit. Hij dronk een kwart liter witte Frascati en in de zomer ook bier. ’s Avonds zat hij vaak in de keuken gewoon gesmeerde boterhammen te eten. […]

De maaltijden van Johannes Paulus II bestonden uit een combinatie van Italiaanse en Poolse gerechten, klaargemaakt door Poolse zusters. Normaliter was er Italiaans eten; pasta en vlees met groenten. Op feestdagen stond de Poolse keuken centraal: een soep van rode biet, varkenskotelet met aardappelen en groenten, en als dessert taart met maanzaad en slagroom. De paus at weinig, maar nam altijd van alles iets.

Hij voegde graag een scheutje water bij de wijn. Ook als Wojtyla buitenshuis was voor de lunch, stond hij erop de maaltijd af te sluiten met een kop koffie. Op een zekere dag kreeg hij in een Romeins klooster ‘echte koffie van goede zusters’. De paus repliceerde: ‘Veel liefde en zeer weinig koffie.’

Door een coördinatiefoutje in de catering kreeg hij tijdens zijn vierdaagse verblijf in Nederland (1985) vijf keer tong met puree en asperges voorgeschoteld. Men had vernomen dat hij daar dol op was.’ […]

Nog steeds wordt het brood door de familie Arrigoni om 5.00 uur gebakken en voor 7.00 uur naar het Vaticaan gebracht. Dertig jaar geleden was de panificio van de familie Arrigoni in de Via Borgo Pio de enige van het kwartier. Bovendien bezat men de eerste met stoom verwarmde bakoven van Rome. Ermino Arrigoni mocht als twaalfjarige knaap enkele keren het brood in een gesloten metalen koffertje persoonlijk naar Johannes XXIII (1058-1963) brengen, toen de Vaticaanse bediende door omstandigheden moest afhaken.’

Meer over het lievelingsgerecht van paus Benedictus XVI en alle andere wetenswaardigheden over het Vaticaan lees je in

Kleine encyclopedie van het Vaticaan
Tom Zwaenepoel
ISBN 9789020995480
€ 19,99
uitgeverij Lannoo

okt 14

Na het debacle met de vrouwelijke paus (zie Ciao tutti van gisteren) besloot het Vaticaan voortaan geen risico meer te lopen. Elke nieuwe paus moest na zijn verkiezing aan een wel heel bijzonder examen worden onderworpen. Met dit zogenaamde stoelexamen moest het geslacht van de nieuwe paus kunnen worden vastgesteld, om te voorkomen dat er nogmaals een paus zou worden aangesteld die niet van het mannelijke geslacht was.

Over hoe dat examen precies werd uitgevoerd verschillen de meningen van de geschiedschrijvers nogal. Zo is er een bron waarin geschreven wordt over de sedes stercoraria, de ‘uitwerpselenstoel’. Een van de kardinalen moest dan aan de achterzijde onder de stoel kruipen om het onderzoek te verrichten. Een Franse dichter uit de middeleeuwen dichtte hierover het volgende:

‘De vaste wet die hier voortaan geldt,
is dat er geen paus wordt aangesteld
hoezeer hij ook belezen is of gezien,
voordat men al zijn vingers heeft geteld
en daarbij verder is gekomen dan tien.’

Als de kardinaal had vastgesteld dat alles in orde was, riep hij: Mas nobis nominus est! (‘Het is een man!’), waarop de aanwezige geestelijken uitriepen: Deo gratias!

Een andere interpretatie verhaalt over dezelfde stoel, maar dan bekleed met rood porfier. De nieuwe paus moest hierop plaats nemen zodat twee kardinalen de geslachtscontrole konden uitoefenen. Of het er altijd zo tastbaar aan toeging zoals op onderstaand plaatje is niet duidelijk, maar de controle mocht uiteraard niets aan het toeval overlaten.

Paus Innocentius X wordt aan de geslachtscontrole onderworpen

Als de paus daadwerkelijk een man was, spraken de kardinalen plechtig de woorden: Testiculos habet et bene pendentes. (‘Hij heeft testikels en ze hangen goed.’) Ook nu antwoordden de aanwezige geestelijken ‘God zij gedankt!’.

Een dergelijke stoel zou nog steeds in het Vaticaan aanwezig zijn. Niet in de collectie van de Vaticaanse Musea uiteraard, maar in het Gabinetto delle Mascheren. Ook in het Louvre zou nog een exemplaar te vinden zijn.

De stoel werd overigens maar tot in de zestiende eeuw gebruikt. Of de pausen daarna genoeg hadden van deze schending van hun eer of de kardinalen van de manier van controleren zullen we nooit weten, maar feit is dat de huidige paus nooit voor zijn kardinalen met de billen bloot heeft hoeven zitten…

okt 13

Of het waar is of niet, het verhaal achter het gerucht dat er ooit een vrouwelijke paus is geweest, is te mooi om het niet te vertellen. In 855 zou een vrouw de scepter hebben gezwaaid in de kerk. Onmogelijk? Niet als je onderstaand verhaal moet geloven!

Het verhaal begint in 818, als een Brits gezin vanwege het geloof naar Duitsland verhuist. De dochter, Johanna genaamd, verlaat op haar twaalfde het huis, gehuld in mannenkleren, om als novice in te treden in een klooster. Niet eens omdat ze zo godsgezind was, maar vooral omdat ze verliefd was geworden op een van de monniken uit het klooster.

Ze mat zichzelf een nieuw uiterlijk aan en liet zich Johannes van Engeland noemen. Overdag nam ze deel aan het kloosterleven en knielde ze geregeld neer om te bidden, maar ’s nachts namen de twee geliefden het niet zo nauw en belandden ze meer dan eens bij elkaar in bed. Hetgeen natuurlijk werd ontdekt, met verbanning tot gevolg.

De monnik liet Johanna in de steek en het meisje trok, wederom in mannenkleren, naar Rome. Vanwege haar intelligentie wist ze al snel een plek te veroveren tussen filosofen en kardinalen. Langzamerhand wond ze de dienaren van de paus om haar vinger, en toen Leo IV in 855 stierf, werd zij – die volgens de kardinalen een hij was uiteraard – gekozen tot paus.

Paus Johannus Anglicus, zo luidde haar pauselijke titel, als verwijzing naar haar geboortegrond. Johanna zal zich waarschijnlijk onoverwinnelijk hebben gevoeld, en nooit hebben kunnen vermoeden hoe ze ontmaskerd zou worden. Hoewel ze haar vrouwelijkheid lange tijd wist te verbergen, werd ze tijdens haar pausdom verliefd op haar secretaris.

Met fatale afloop, want tijdens een processie van de Sint-Pieter naar de kerk van Sint Jan van Lateranen viel ze, om precies te zijn tussen de San Clemente en het theater van Domitianus, van haar paard vanwege vreselijke pijnen. Wat blijkt: de paus was zwanger en bracht haar kind, een zoon, midden op straat ter wereld, onder de verbaasde, onthutste blikken van de toeschouwers die de paus voor hun ogen in een barende vrouw zien veranderen.

De verbazing slaat al snel om in woede. Het volk voelt zich bedrogen en zou volgens de overlevering Johanna aan de staart van haar paard hebben gebonden. Na een paar kilometer meegesleurd te zijn werd Johanna, samen met haar pasgeboren zoontje, gestenigd.

Het leven in Rome ging daarna al snel weer over tot de orde van de dag. Er werd een nieuwe paus gekozen, Benedictus III, en de vorige paus werd doodgezwegen. Een vrouwelijke paus? Nooit van gehoord!

Toch had het gebeurde wel degelijk invloed. Zo volgde de processie nooit meer dezelfde weg; de straathoek waar Johanna was bevallen van haar zoon werd voortaan door alle pauselijke dienaren vermeden. In 1486 werd echter weer van deze gewoonte afgezien en trok de stoet weer langs de plek waar Johanna haar kind kreeg. Johannes Burkhardt, ceremoniemeester van de paus, vermeldt dat althans in zijn verslag: ‘Zowel op de heen- als terugweg kwam de paus langs het Colosseum en door die straat waar Johannus Angelicus van een kind beviel. De paus werd hierover berispt door de aartsbisschop van Florence.’

Op de plek waar Johanna haar zoon het leven schonk en het geheim onthulde dat zijn dood werd, is nog steeds een klein altaartje te zien, waar regelmatig een bosje bloemen wordt neergelegd.

Of het verhaal waar is of niet zullen we wel nooit weten. Feit is dat tot 1592 in de Dom van Siena een borstbeeld heeft gestaan van pausin Johanna, naast die van andere pausen. Op last van paus Clementius VIII werd het beeld omgebouwd tot een buste van paus Zacharias, precies andersom dan Johanna ooit voor ogen had.

Haar verhaal had een aantal gevolgen voor de pausen die na haar werden aangesteld. Zij werden aan een streng onderzoek onderworpen voor ze zich paus mochten noemen. Morgen meer over een van deze onderzoeken.

Getagd met:
okt 12

Habemus Papam, de langverwachte nieuwe film van Nanni Moretti, draait vanaf morgen eindelijk ook in de Nederlandse filmzalen. Habemus Papam, Latijn voor ‘We hebben een paus’, zijn de woorden waarmee bekend wordt gemaakt dat het conclaaf een nieuwe paus heeft gekozen. Dat is precies waar het in de film om draait, al zou Moretti Moretti niet zijn als hij er geen bijzondere draai aan zou geven.

De film begint met de dood van de paus en het conclaaf dat zijn opvolger moet kiezen. Dat levert de eerste grappige scene op, waarin de meeste kardinalen schietgebedjes doen zodat ze vooral niet gekozen worden. Wanneer er eenduidig een nieuwe paus gekozen is, klinken dan ook al snel de volgende woorden over het Sint-Pietersplein: ‘Annuntio vobis gaudim magnum: Habemus Papam…’

Overal ter wereld wacht men in spanning op de officiële bekendmaking van de paus, maar deze durft zich niet te laten zien. Een ijselijk gegil maakt een einde aan de woorden van de kardinaal die de eer heeft de nieuwe paus aan te kondigen. Hij weet duidelijk niet wat hem te doen staat. De enorme menigte op het Sint-Pietersplein kijkt vol spanning naar boven. Maar er verschijnt geen paus.

De kardinaal loopt met gebogen hoofd naar achteren. Iedereen kijkt naar de flapperende karmijnrode lappen voor een zwart gat, maar de nieuwe paus laat zich niet zien. Hij zit binnen, bezwaard door zijn nieuwe opdracht. Hij stamelt wat, komt overeind en rent weg, terug naar de Sixtijnse kapel, waar hij vol vertwijfeling roept: ‘Wat doe je met me, God? Ik kan het niet. Als u me als paus hebt gewild, dan moet u me ook helpen.’

In het Vaticaan zit men met de handen in het haar. Ze schakelen de hulp in van een psychoanalyticus (Nanni Moretti zelf), maar ook hij komt niet veel verder – zeker ook omdat hij eigenlijk niet mag graven in het hoofd van de paus. De paus zelf wordt met de minuut ongelukkiger en als hij de kans krijgt, gaat hij er dan ook vandoor. Hij vlucht het Vaticaan uit en gaat op in de menigte.

Hij wandelt door de stad, waar hij steeds geconfronteerd wordt met beelden van de menigte op het Sint-Pietersplein, die nog steeds op de nieuwe paus wacht. In het Vaticaan wacht men in de tussentijd tevergeefs op zijn terugkeer. Niemand mag buiten de muren van het Vaticaan treden, hoe graag men dat ook wil.

Een van de grappigste scènes is die waarin een drietal kardinalen de ontbijtzaal van het Vaticaan betreedt, de dag nadat de paus verdwenen is. ‘Waar gaan wij heen?’ vraagt de voorzitter van het conclaaf op niet mis te verstane toon. ‘Wij gaan ontbijten in de Borgo Pio, daar maken ze heerlijke bombole alla crema,’ aldus de kardinaal uit Oceanië, een rol van de Nederlandse acteur Peter Boom. Helaas voor hem gaat dat feestje niet door, want de kardinalen dienen volgens het protocol binnen de muren te blijven.

Meer zal ik niet verklappen, jullie moeten echt zelf gaan kijken! Wel nog een voorproefje in beelden:

Op de website www.habemuspapam.it vind je nog meer foto’s en filmpjes van Habemus Papam. Veel kijkplezier!

sep 18

Na het verhaal van Jan Blokkers voetreis naar Rome vandaag het verslag van iemand die deze reis veel en veel eerder maakte. De Fries-Groningse abt Emo van Huizinge, een ongeveer 40 jaar oude zoon uit een gegoed Fries geslacht, liep namelijk tussen november 1211 en juli 1212 naar Rome.

Emo ging op weg naar Rome om steun te krijgen van de toenmalige paus in een conflict met de bisschop van Münster. ‘Superpaus’ Innocentius III was een van de machtigste pausen uit de geschiedenis. Innocentius had niet alleen een enorme gedrevenheid en intelligentie, maar was ook een baken in een woelige zee, doordat in deze periode twee kandidaten streden om het keizerschap in het Duitse Rijk, ketterijen en hervormingsbewegingen de kerk in beroering brachten en de strijd tegen de islam in Spanje en het Heilige Land oplaaide.

Intussen bloeiden handel en wetenschappen en was overal in Europa het geklop te horen van steen- en beeldhouwers die haast koortsachtig werkten aan de bouw van kerken, kloosters en kathedralen. Soms nog in de strenge, sobere romaanse stijl, maar vaak al in de sprankelende, lichte stijl van de gotiek.

In Emo’s reis volgt Dick de Boer de reis van Emo naar Rome en terug, van dag tot dag, als een reisgids door het Europa van 800 jaar geleden. Het boek werkt als een tijdmachine, waarin de lezer plaats kan nemen, om daarmee zelf door dat fascinerende Europa te reizen, om mensen te ontmoeten die kleur gaven aan die tijd, troubadours, abten, edelen, hertogen en om handschriften, muurschilderingen en beelden, gebouwen en landschappen te zien die acht eeuwen geleden bestonden en nog steeds te zien zijn.

Zo volg je als lezer Emo via het piepkleine kloostertje van St. Gerlach in Houthem naar het reusachtige moederklooster van Prémontré bij Laon en reis je hartje winter met hem mee over de Alpenpas van de Mont Cenis. Je bezoekt het middeleeuwse Rome, ineengeschrompeld binnen de oude muren, waar koeien graasden op het Forum en schapen op het Circus Maximus, en waar tientallen kerken verrezen.

Je maakt kennis met de problemen die het pausdom bezighielden en met de stroperige bureaucratie van Rome en je volgt Emo op zijn terugtocht naar het noorden, via Bologna en Milaan, achter de legerbenden van de ene keizer aan en voor die van de andere keizer uit. Via de bisschopssteden en de kleine joodse gemeenschappen langs de Rijn reis je langs Münster terug naar huis.

Met meer dan 800 illustraties en vele tientallen ‘tekstillustraties’ in de vorm van vertaalde citaten uit heiligenlevens, kronieken, brieven en oorkonden komt de reis die Emo maakte voor je ogen tot leven. Het boek is mooi vormgegeven door Jan Kees Schelvis, die in zijn ontwerpen letterlijk de rode draad van de reis heeft verwerkt tot schematische kaarten per reisetappe. Dankzij dit enorme boekwerk zie je Europa zoals het toentertijd echt was. Een voorproefje:

2 maart 2012
Rome, San Lorenzo in Lucina

‘Al omstreeks 400 stond de San Lorenzo in Lucina op een verhoogd terrein iets bezijden de Via del Corso. Niet ingeklemd tussen hogere bebouwing, zoals nu, maar goed zichtbaar boven wat restte van oudere bebouwing. Die plaats werd door de traditie bepaald. Mogelijk was er op deze plek al aan het begin van de tweede eeuw een ontmoetingsplek van christenen. De oudste naam van de kerk, titulus Lucinae, maakt duidelijk dat een christelijke gastvrouw hier huismissen organiseerde in de begintijd van het christendom.

Emo moet – onder het klokgelui van de campanile die in 1196 was verrezen – de San Lorenzo hebben betreden door de zuilengalerij die ook nu nog voor de kerk staat. Met de vervanging van de klassieke, bijna vierkante porticus door een ondiepe versie in deze kerk door Paschalis werd een nieuwe trend ingezet.

Emo zou het interieur nu niet meer herkennen. In de zeventiende eeuw kreeg het een barokke opfrisbeurt. De zijbeuken werden in zijkapellen veranderd, maar de structuur bleef intact. Toch is in details, zoals de in cosmatisch mozaïekwerk versierde paliotto uit de twaalfde eeuw, achter het hoogaltaar, of de schitterende paaskandelaar zijn tijd nog steeds terug te vinden.

De laatste grote ingreep in de architectuur vond plaats nadat de Normandiërs onder Robert Guiscard in 1084 Rome hadden geplunderd en de wijk van de San Lorenzo grotendeels hadden verwoest. Teruggevonden inscripties vertellen hoe in de loop van de twaalfde eeuw telkens weer nieuwe relieken werden geplaatst in de in nieuwe luister herrezen kerk. Het mooiste stenen document daarvan is de pauselijke zetel van Paschalis II uit 1112. Tot die relieken hoorde ook het rooster waarop Laurentius werd gemarteld.’

 

Emo’s reis
Dick de Boer
ISBN 978 90 330 07 880
€ 29,95
uitgeverij Noordboek

jul 07

De Libreria Piccolomini (Piccolomini-bibliotheek) is zoals ik gisteren al schreef een van de hoogtepunten van een bezoek aan de Duomo van Siena. De bibliotheek werd in 1495 gebouwd in opdracht van kardinaal Francesco Todeschini Piccolomini, die later paus Pius III zou worden. Hij liet de bibliotheek ontwerpen ter nagedachtenis aan zijn oom, paus Pius II, die een waardevolle handschriftverzameling had aangelegd.

De kleurrijke fresco’s die op de wanden van de bibliotheek te zien zijn, zijn geschilderd door de vroege renaissancemeester Pinturicchio. Ze worden wel beschouwd als zijn belangrijkste werk. Pinturicchio heeft zich er dan ook niet zomaar vanaf gemaakt. Zijn schilderingen, die taferelen laten zien uit het leven van de humanist Enea Silvio Piccolomini, de latere paus Pius II, zijn adembenemend mooi.

Boven de ingang van de bibliotheek, aan de linkerzijde van de Duomo, is direct al de eerste prachtige scène te zien, met de kroning van paus Pius III.

De eerste blik die je in deze bibliotheek werpt maakt je werkelijk sprakeloos. Het prachtig versierde plafond, met in het midden het wapen van de familie Piccolomini, de schitterende fresco’s, de gedetailleerd opgetekende manuscripten, de vloer waarin het maantje van het wapen telkens terugkomt… Kijk maar mee!

Eenmaal binnen in de bibliotheek ‘lees’ je de fresco’s vanaf de rechterzijde van de vensters. Op het eerste fresco zie je dan de pas 27-jarige Enea Silvio Piccolomini die op weg is naar het concilie van Basel. Tussen Elba en Corsica komt het schip waarmee hij reist echter terecht in een storm, waardoor het in de richting van de kust van Afrika wordt gedreven.

Op het tweede fresco heeft Piccolomini het concilie achter de rug en is hij verder noordwaarts getrokken, naar koning James I van Schotland, om een verbond met deze vorst te sluiten. Piccolomini is de figuur in het rood, die links van de koning staat.

Het derde fresco toont Piccolomini in Frankfurt, waar hij door keizer Frederik III tot hofdichter wordt benoemd. Hij krijgt een lauwerkrans; een herinnering aan de oude Grieken en Romeinen.

Piccolomini heeft veel gereisd, zo blijkt uit de fresco’s. Op de vierde schildering zien we hem namelijk bij paus Eugenius IV, aan wie hij een boodschap van keizer Frederik III moet overbrengen. Hoewel deze gebeurtenis oorspronkelijk plaats zou hebben gevonden in de slaapkamer van de paus, heeft Pinturicchio gekozen voor een formelere setting.

Op het vijfde fresco bevindt Piccolomini zich in de stad waar wij ons nu ook bevinden, in Siena. Als aartsbisschop van Siena stelt hij keizer Frederik III voor aan zijn latere verloofde Eleonora van Aragon, bij de Porta Camollia. Op de achtergrond is de Duomo van Siena in alle pracht en praal te zien, net als de Torre del Mangia. Het is goed te zien dat de stad vroeger veel meer torens telde, zoals we die nu nog kunnen zien in bijvoorbeeld San Gimignano.

Het zesde fresco laat ons kennismaken met paus Calixtus III, die Piccolomini de rode kardinaalshoed aanreikt. Deze feestelijke gebeurtenis vond plaats in 1456. De aandacht van de kijker wordt echter naar het midden van het fresco getrokken, naar de prachtige Madonna met kind die geflankeerd wordt door de heilige Jakob en de heilige Andreas, de beschermheiligen van de familie Piccolomini.

Het misschien wel belangrijkste fresco is de zevende schildering op rij. Hier wordt Enea Silvio Piccolomini gekroond tot paus Pius II. Deze belangrijke ceremonie vond plaats op 3 september 1458, in de San Giovanni in Laterano in Rome, die toen nog de belangrijkste kerk van het Vaticaan was.

Het achtste fresco toont paus Pius II in vol ornaat. De scène speelt zich af tijdens het concilie van Mantua in 1459, waar Pius II oproept tot een kruistocht tegen de Turken. De oude man in het groen, die links op het fresco knielt en een boek in zijn handen heeft, is de patriarch van Constantinopel.

Op het negende fresco zien we een bekend gezicht, dat eerder deze week al op Ciao tutti voorbij kwam. Deze schildering vertelt namelijk het verhaal van de heiligverklaring van Catharina van Siena. De overleden Catharina ligt aan de voeten van paus Pius II, die op 29 juni 1461 na een lang proces tot heiligverklaring overgaat. Onder het publiek zien we (links onder in de hoek) een portret van een jonge Rafaël en een zelfportret van Pinturicchio (de jongemannen met de zwarte en de rode baret).

Het tiende en laatste fresco toont een zieke en ernstig verzwakte paus Pius II, die in juni 1464 in Ancona het startsein geeft voor de kruistocht tegen de Turken waaraan hij zelf zo graag deel had willen nemen. Op de achtergrond zeilen de schepen van de Venetiaanse vloot de haven binnen.

Uiteraard geven de foto’s van vandaag slechts een indruk van hoe mooi de schilderingen van Pinturicchio in het echt zijn. Neem tijdens een bezoek aan de Duomo van Siena dan ook echt de tijd om deze fresco’s tot in detail te bekijken. Je zult versteld staan van wat – en wie – je er allemaal op zult ontdekken.

In de bibliotheek wordt ook vandaag de dag nog steeds een groot deel van de bijzondere en waardevolle manuscripten uit de collectie van de Piccolomini’s tentoongesteld, met miniaturen van onder andere Liberale da Verona en Girolamo da Cremona. Helaas kon ik die wat moeilijk fotograferen achter glas, maar dat is voor jullie een reden om ze met eigen ogen te gaan bewonderen!

mei 27

Precies honderd jaar voor Maffeo Barberini, oftewel Urbanus VIII, was er een Nederlandse paus – de enige die er overigens ooit geweest is. Deze Adrianus VI, die slechts een jaar op de pauselijke troon mocht zitten, werd onlangs door Michiel Verweij geëerd met een biografie.

In Adrianus VI – De tragische paus uit de Nederlanden – de eerste biografie sinds 1980 – wordt de boeiende figuur van Adrianus VI nader voorgesteld en in zijn context geplaatst. Als toonaangevend figuur aan de Leuvense universiteit rond 1500, als leraar van Karel V, als regent van Spanje, als paus… Weinig mensen uit de Lage Landen hebben een zo indrukwekkende carrière gemaakt als deze zoon van een Utrechtse schrijnwerker.

Zijn Romeinse carrière duurde echter maar kort; paus Adrianus VI werd al kort nadat hij tot paus was gekozen ernstig ziek. Uiteindelijk heeft hij nog geen jaar over de katholieke kerk geregeerd.

het graf van Adrianus VI in de Santa Maria dell’Anima in Rome

Het begon allemaal veelbelovend. Toen paus Leo X op 1 december 1521 stierf, was de bodem van de kas van het Vaticaan in zicht. Leo X was een enorme kunstliefhebber en had veel geld gespendeerd aan nieuwe kunstwerken en grootse opdrachten. De kardinalen kwamen op 27 december 1521 in conclaaf bijeen om Leo’s opvolger te kiezen. Er werd geopperd een buitenstaander te kiezen. Daar was iedereen het snel mee eens. Het voorstel om Adrianus tot paus te benoemen, werd eveneens door iedereen verwelkomd. Bij de tweede stemming werd de vereiste twee derde meerderheid van de stemmen dan ook al bereikt. Sterker nog, Adrianus werd met een overweldigende meerderheid tot paus gekozen.

De bevolking van Rome was het hier echter niet mee eens. Hoe konden de kardinalen nu een noorderling tot paus kiezen, een barbaar, iemand die zelfs nog nooit in Rome was geweest! De kardinalen vroegen zich dat zelf overigens ook binnen de kortste keren af. Adrianus verbleef namelijk in Spanje en maakte niet direct aanstalten om naar Rome te komen. Er was echter niets meer aan te doen. Een gezantschap van drie kardinalen ging op weg naar Spanje om de nieuwe paus te vragen zijn verantwoordelijkheid te nemen.

In het noorden viel de benoeming wel in de smaak. Toen het grote nieuws eenmaal tot in de Nederlanden was doorgedrongen, werd er volop feest gevierd. De klokken luidden, mis na mis werd er opgedragen en er werden vreugdevuren ontstoken. Het Utrechtse gemeentebestuur organiseerde een feestelijke receptie ter ere van deze belangrijke benoeming, en iedereen was blij. Iedereen, behalve Adrianus zelf.

Op 22 januari 1522 vernam Adrianus per brief dat hij tot paus was gekozen. Zijn reactie was tekenend: ‘Als dit waar is, heb ik alle reden om bedroefd te zijn.’ De Spanjaarden waren echter door het dolle heen. Hun enthousiasme was misschien nog wel groter dan dat van de Nederlanders. In alle kerken werd het Te Deum gezongen en de Spanjaarden overlaadden de paus – hun paus! – met kostbare geschenken.

Een paar weken later vertrok Adrianus naar de Spaanse oostkust. Hij wist niet waar hij kijken moest: langs de weg verdrongen de mensen zich om hem te kunnen zien of zelfs even aan te raken. In de havenstad Tarragona ging Adrianus aan boord van een schip dat hem naar de Romeinse havenstad Ostia zou brengen. De reis duurde bijna drie weken en Adrianus was voortdurend zeeziek.

Eind augustus arriveerde Adrianus bij de Sint Paulus-buiten-de-muren, waar hij de nacht in het klooster doorbracht. In Rome heerste op dat moment een pestepidemie en iedereen dacht dat de paus zijn intocht in de stad zou uitstellen, maar daar dacht Adrianus anders over. Op 29 augustus arriveerde hij in het centrum van Rome, waar hij, ondanks alle eerdere protesten, enthousiast werd ontvangen door een uitzinnige menigte. De paus was eindelijk ‘thuis’. Op 31 augustus werd Adrianus in de Sint-Pieter officieel tot paus gekroond.

Het enthousiasme waarmee de paus was ingehaald, duurde echter niet lang. De Romeinen hadden weliswaar lange tijd geklaagd over de pracht en praal van pronkzieke pausen, maar de eenvoud van Adrianus vonden ze misschien nog wel weerzinwekkender. Adrianus zette als paus zijn ascetisch leven gewoon voort. Bovendien verwachtte hij ook van anderen dat ze alle luxe opzij zetten.

Michiel Verweij beschrijft dit als volgt: ‘Adrianus liet de collectie klassieke beelden die Julius II in het Belvedere had laten opstellen (met o.m. de Laocoon, de Apollo van het Belvedere en de Ariadne, toen nog als Cleopatra bekend) min of meer letterlijk achter slot en grendel plaatsen: voor de beelden die in nissen stonden, werden houten schotten gezet en toegang tot de verzameling, die eens de trots van Julius II en Leo X was geweest en die het hele hof en alle kunstenaars en diplomaten tot voor kort vrij hadden kunnen bekijken en bewonderen, werd sterk beperkt.

Nog sterker: tot opvolger van Rafael als conservator van de Vaticaanse oudheden werd niet een Italiaan benoemd, maar de min of meer toevallig in Rome verblijvende schilder Jan van Scorel (1495-1562). Deze was geboren in het (Noord-)Hollandse Schoorl, maar zijn voornaamste plaats van activiteit was Utrecht. Hij had, zoals in de Utrechtse elite wel meer gebruikelijk, een pelgrimstocht naar Jeruzalem gemaakt en zijn terugtocht voerde hem langs Rome. Ook al was de reis van Jan van Scorel dus religieus gemotiveerd, hij zou in Rome natuurlijk wel de nodige bevruchting door de renaissancekunst ondergaan.’

Een andere maatregel van Adrianus, het zogenaamde baardendecreet, viel evenmin in de smaak bij de Romeinen: ‘Adrianus vaardigde een verbod uit op het dragen van lange baarden door hoge geestelijken, aangezien hij dat als een uiting van ijdelheid beschouwde. Het verbod had nauwelijks effect: zelfs zijn steun en toeverlaat, Willem van Enckenvoirt, kennen we enkel met een lange en weelderige baard.

Pasquino (het sprekende standbeeld, zie Ciao tutti van 3 november 2010 – red.) spotte over deze bepaling:

Aan de baardenscheerders, na de publicatie van het edict van paus Adrianus VI waarin hij verbiedt dat clerici baarden dragen.
Juicht, baardenscheerders, juicht: de paus van Rome beslist in uw voordeel. Want hij wil dat de stoppelige kunnen kaalgeschoren zijn en niet geknipt worden en dat mannelijke delen op vrouwelijke wijze worden getooid. Terecht dus zult u tempels bouwen voor zo’n patroon, waarin beelden van eeuwige schoonheid zullen staan.

Rome, nabij de heilige Pasquillus in de maand september van het eerste jaar van het pontificaat van de allerheiligste vader Adrianus VI.

De toon is daarmee wel gezet. Tijdgenoten omschreven de sfeer in het Vaticaans paleis ten tijde van Adrianus, wellicht met enige overdrijving, als die in een klooster.’

Meer weten over de enige paus uit de Nederlanden? In Adrianus VI – De tragische paus uit de Nederlanden vertelt Michiel Verweij over Adrianus’ leven, in de Nederlanden en in Rome, op een scharniermoment in de Europese geschiedenis.

Adrianus VI – De tragische paus uit de Nederlanden
Michiel Verweij
ISBN 9789044126648
€ 19,00
uitgeverij Garant

Ciao tutti voor de tweede keer genomineerd voor de Travvies Award
Ja, je leest het goed, ik kreeg woensdag 25 mei het heuglijke nieuws dat Ciao tutti voor de tweede keer (!) genomineerd is voor de Travvies Reiswebsite Awards!

De Travvies Awards zijn een nieuwe websiteverkiezing, waarbij 99 geweldige reiswebsites meedingen naar een award. Er zijn zes verschillende categorieën. Ciao tutti is genomineerd in de categorie Reisverslagen. De Travvies Awards worden uitgereikt door StedenTripper.com.

Tot en met 7 juni kun je je stem uitbrengen (liefst op Ciao tutti natuurlijk) via http://www.stedentripper.com/travvies/

Grazie mille enne… zeg het voort!

Saskia

mei 26

Gisteren stond de Ape centraal op Ciao tutti, het bezige bijtje dat de straten van Rome (en heel veel andere steden, dorpen en gehuchten in Italië) bevolkt. Vandaag gaan we wederom op zoek naar bijen in de Eeuwige Stad – maar dan anders…

Wanneer je door Rome wandelt, kunnen de vele bijen je niet ontgaan. Ook hartje winter zie je ze overal opduiken. De bijen die de Romeinse gebouwen en beelden sieren, verwijzen naar de Barberini’s, een belangrijke familie die oorspronkelijk afkomstig was uit Toscane en die in de zeventiende eeuw grote invloed genoot in de stad. De familie Barberini behoorde oorspronkelijk tot de lagere adel van het Toscaanse stadje Barberino Val d’Elsa. Het schijnt dat de familie toen nog Tafani heette (Italiaans voor ‘horzels’), maar veel bewijzen hiervoor zijn er niet.

In de elfde eeuw verhuisde de familie Barberini naar Florence, waar een van de nazaten, Antonio Barberini, veel later (n 1530 om precies te zijn) een belangrijke rol speelde bij de verdediging van de Florentijnse Republiek. Nadat de strijd was gestaakt, de stad door de keizerlijke troepen werd ingenomen en de De’ Medici weer aan de macht kwamen, verliet Antonio Florence en vertrok hij naar Rome. Daar stichtte hij de dynastie der Barberini, die zijn sporen overal in de stad heeft achtergelaten.

Vooral op en rondom het Piazza Barberini zijn veel bijen te vinden. Aan dit plein, dat dus is vernoemd naar de familie Barberini,ligt het Palazzo Barberini. Paus Urbanus VIII, die werd geboren als Maffeo Barberini, liet dit prachtige palazzo bouwen, niet alleen voor zijn familie maar ook voor al zijn kunstschatten.

De leden van de Barberini-familie stegen enorm in aanzien toen Maffeo Barberini in 1623 paus werd, en vaak werden ze ook letterlijk wat hoger in het zadel geholpen. Zo bevorderde paus Urbanus VIII zijn broer en twee neven tot kardinaal, benoemde hij een andere broer tot Hertog van Monterotondo en schonk hij aan een derde neef het prinsdom Palestrina en het bevel over de pauselijke troepen. Ondertussen verzamelde hij de prachtigste schilderijen, die nu voor een groot deel te zien zijn in het Palazzo Barberini.

Het familiewapen van de Barberini’s, dat wordt gekenmerkt door drie grote bijen, duikt op veel plekken op, zowel in als buiten het palazzo. Ook op veel andere plekken in het palazzo, van deuren tot plafonds, van fonteinen tot standbeelden, vind je de bijen terug. Leuk om kinderen op te wijzen en ze de bijen te laten tellen! Vooral in de privévertrekken van de Barberini’s, die je onder leiding van een gids kunt bezoeken, is dat bijna een onbegonnen werk.

De kunstwerken die de familie Barberini in de loop der tijd verzamelde zijn van onder anderen Caravaggio, Filippo Lippi, Rafael en El Greco. Vooral Rafaels La Fornarina (de bakkersdochter), waarschijnlijk een portret van zijn geliefde, trekt elke keer opnieuw veel bezoekers.

Het portret van Beatrice Cenci, dat is opgetekend door Guido Reni, is vooral interessant vanwege het verhaal dat achter het schilderij schuilgaat. Beatrice werd namelijk terechtgesteld voor het feit dat ze van plan was haar vader te doden. Hij had haar verkracht en Beatrice wilde wraak nemen door hem van het leven te beroven. Haar plannen lekten echter uit en ondanks de enorme protesten van de Romeinse bevolking werd het meisje in 1598 toch ter dood veroordeeld.

De liefde van de Barberini voor kunst met een grote K had echter ook een keerzijde. Urbanus VIII liet namelijk grote hoeveelheden brons (zo’n 250.000 kilo!) uit het Pantheon halen zodat Bernini het baldakijn van de Sint-Pieter kon vervaardigen. Dit leidde bij de Romeinen – uiteraard – tot felle kritiek, niet alleen vanwege de schade die het Pantheon leed, maar ook vanwege het theatrale karakter van het baldakijn, dat volgens de inwoners van de stad van slechte smaak getuigde. Het ontlokte aan Pasquino, een van de sprekende beelden in Rome, de uitspraak: ‘Quod non fecerunt i barbari, fecerunt i Barberini’, wat de barbaren niet deden, dat deden de Barberini wel. De paus verdedigde zich door te antwoorden dat hij een kunstwerk had gemaakt van iets dat dat bij lange na niet was. Maar daar was bijna niemand het mee eens, toen niet en nu niet.

Maar terug naar de bijen. Ook buiten, op het Piazza Barberini, zijn namelijk veel bijen neergestreken. Op de achterzijde van de Tritonfontein prijkt het wapen van de Barberini’s, met de drie bijen. De fontein is een van Bernini’s meesterwerken. Bernini was erg geliefd bij de familie Barberini.

Hij tekende ook voor de echte bijenfontein, de Fontana delle Api, die even verderop staat, op de hoek van het Piazza Barberini en de Via Veneto. De bijenfontein was bedoeld als eerbetoon voor paus Urbanus VIII. De oorspronkelijke inscriptie die op de fontein was te lezen, luidde: ‘Paus Urbanus VIII liet deze fontein bouwen in het 22ste jaar van zijn pontificaat’. Dat was echter niet helemaal correct. Toen de fontein werd onthuld, was paus Urbanus VIII namelijk ‘pas’ bezig aan het 21ste jaar van zijn pontificaat. De verkeerde inscriptie leidde tot grote hilariteit onder de Romeinen. Hiervan getuigt onder andere de volgende uitspraak van Pasquino: ‘Havendo li Barbarini succhiato tutto il mondo, ora vogliono succhiare anche il tempo’. Oftewel: ‘Nadat de Barberini eerst de hele wereld hebben leeggezogen, willen ze nu ook de tijd opzuigen.’

Onder druk van deze uitspraak en de commentaren van de Romeinen wijzigde kardinaal Barberini, de neef van paus Urbanus, de XXII in de inscriptie in XXI. Maar ook dat was voor de Romeinen aanleiding tot speculatie: misschien wenste de kardinaal wel dat de paus zijn 22ste jaar niet zou halen… Hoe het ook zij, acht maanden na deze episode overleed Urbanus VIII. Hij heeft de 22ste verjaardag van zijn pontificaat dus inderdaad niet meer mee mogen maken.

De fontein staat er echter nog altijd en voorziet veel mensen – en dieren – van drinkwater. De enorme bijen, die van het water lijken te drinken, lijken de wacht te houden bij het opschrift dat vermeldt dat het water zowel voor de mensen als voor hun dieren is:

VRBANVS VIII PONTIFEX MAXIMVS
FONTI AD PVBLICVM VRBIS ORNAMENTVM
EXSTRVCTO
SINGVLORVM VSIBVS SEORSIM COMMODITATE HAC
CONSVLVIT
ANNO MDCXLIV PONT XXI

Een mooie erfenis zo rondom het Piazza Barberini, van een bijzondere familie. Zeker een bezoekje waard als je in Rome bent!

Ciao tutti voor de tweede keer genomineerd voor de Travvies Award
Ja, je leest het goed, ik kreeg woensdag 25 mei het heuglijke nieuws dat Ciao tutti voor de tweede keer (!) genomineerd is voor de Travvies Reiswebsite Awards!

De Travvies Awards zijn een nieuwe websiteverkiezing, waarbij 99 geweldige reiswebsites meedingen naar een award. Er zijn zes verschillende categorieën. Ciao tutti is genomineerd in de categorie Reisverslagen. De Travvies Awards worden uitgereikt door StedenTripper.com.

Tot en met 7 juni kun je je stem uitbrengen (liefst op Ciao tutti natuurlijk) via http://www.stedentripper.com/travvies/

Grazie mille enne… zeg het voort!

Saskia

apr 29

Mijn rondreis door het zuiden van het Italiaanse schiereiland sluit ik af in Napels. Volgens veel inwoners van het noorden van Italië behoort alles ‘onder Rome al tot Afrika’, maar die mening deel ik zeker niet. Het is anders dan het noorden, zeker, primitiever soms, maar ook authentieker, wijzer, natuurlijker misschien.

In Napels sluipt alweer wat ‘noordelijkers’ in het alledaagse leven. Hoewel de koffie er sterker is dan in Rome en hoewel de mensen er luidruchtiger zijn dan waar dan ook, is de stad de afgelopen jaren georganiseerder geworden. Musea zijn gerenoveerd en kennen veel bredere openingstijden, het openbaar vervoer is stukken beter geworden en het aantal goede restaurants groeit elke maand.

Wat niet verandert is in deze geweldige stad, is de devotie van Maria. Niet God, niet Jezus, maar de onschuldige maagd Maria is het middelpunt van het geloof van de gemiddelde Napolitaan. Er zijn maar liefst 250 verschillende namen waarmee Maria in het Napolitaans kan worden aangeduid! De aanbidding van Maria is vaak ook een openbare gelegenheid; de kleine altaartjes die door de hele stad te zien zijn, worden netjes onderhouden en regelmatig voorzien van bloemen, kaarsjes en briefjes met wensen of juist een handgeschreven dankjewel na het vervullen van een wens – of na een gunstige lotto-uitslag. Maria heeft overal de hand in, aldus de Napolitanen. Ze is hier zeker populairder dan de paus, die in het ‘verre’ Rome zit en zich niets van Napels aantrekt. Een paar altaartjes die ik tijdens mijn wandeling door Napels tegenkwam:

Maar Maria is niet de enige die op deze manier geëerd wordt. Voor Napolitaanse mannen is Maradona minstens zo heilig als Maria, zo niet heiliger. Bij zijn komst naar Napoli waren de voetbalfans – en dat zijn in elk geval alle mannelijke inwoners van Napels – al dolblij, maar toen Napoli in 1987 voor de eerste keer in de geschiedenis de titel landskampioen en de bijbehorende scudetto in ontvangst mocht nemen, kreeg Maradona de status van godenzoon.

Maradona was dé ster van het team en leidde zijn team onder andere naar de finale van de UEFA Cup tegen Stuttgart, die ook nog eens gewonnen werd. Napoli telde mee en Diego Maradona groeide uit tot een fenomeen… In 1990 pakte Napoli zijn tweede landstitel. Na afloop van de competitie startte in Italië het WK. Maradona riep de Napolitaanse fans op om voor zijn thuisland Argentinië te supporteren in plaats van voor het Italiaanse elftal, omdat dat voornamelijk bestond uit spelers uit Noord-Italië. Maar hoe geliefd Maradona ook was, dat ging de Napolitanen toch wat ver. Tijdens de laatste wedstrijd van het seizoen ontvouwden de tifosi van Napoli een spandoek waarop stond: Maradona, jij bent onze liefde, maar Italië is ons bloed.

Toch heeft Maradona altijd een bijzonder plekje behouden in de harten van de Napolitanen. Zo bijzonder dat er in de stad verschillende altaartjes aan hem gewijd zijn. Terwijl ik ze voor jullie op de gevoelige plaat vastlegde, knikte een oud Napolitaans mannetje me vriendelijk toe en legt hij zijn hand op zijn hart. Voor Maradona, die hier heiliger is dan de paus en op gelijke voet staat met Maria!

Getagd met:
preload preload preload