apr 15

Hoe zouden bekende kunstwerken uit de renaissance eruit zien als ze moeten voldoen aan de schoonheidsidealen van nu? Met die vraag is de Italiaanse kunstenares Anna Utopia Giordano aan de slag gegaan. Het resultaat is nu te zien in Museum Het Valkhof in Nijmegen. Een dubbele dosis Italiaanse kunst daar dus, want zoals ik gisteren schreef is in hetzelfde museum de tentoonstelling Waarom godinnen zo mooi zijn – liefde en schoonheid in de oudheid te bewonderen.

Anna Utopia Giordano heeft zich laten inspireren door niemand minder dan de godin van de schoonheid, Venus. Ze is op zoek gegaan naar bekende kunstwerken met Venus in de hoofdrol en heeft deze naar de huidige standaard – dat wil zeggen bewerkt door Photoshop – aangepast zodat ze voldoen aan de huidige schoonheidsidealen.

Waar lang geleden nog sprake was van wulpse vrouwen met rondingen op de heupen en (ietwat) bolle buikjes, zijn alle vetrollen en stevige bovenbenen in de door Anna bewerkte versies als sneeuw voor de zon verdwenen. Soms zijn de verschillen overduidelijk, soms moet je echt even goed kijken. De bedoeling van Anna Utopia Giordano mag duidelijk zijn; ze wil iedereen laten nadenken over de invloed van Photoshop op het vrouwbeeld en het huidige slankheidsideaal. De werken zijn voor het eerst te zien in Nederland.

De tentoonstelling omvat replica’s van de originele doeken met Venus in de hoofdrol, met daarnaast de bewerkte versie van Anna. Op Ciao tutti vandaag een digitale weergave van een deel van de expositie:

Wie echter in de gelegenheid is, moet echt naar Nijmegen reizen en er met zijn neus bovenop gaan staan. De tentoonstelling Venus vs Venus is nog tot en met 12 augustus in Museum Het Valkhof te Nijmegen te zien. Klik hier voor het artikel van gisteren over de tentoonstelling Waarom godinnen zo mooi zijn – liefde en schoonheid in de oudheid die eveneens tot en met 12 augustus te bezoeken is.

apr 14

Het is weer Museumweekend! Aan dit feestelijke weekend doen bijna 500 musea mee die vaak verrassende activiteiten organiseren. Thema dit jaar is Laat je verrijken door het museum. Ciao tutti tipt voor een bezoek dit weekend de tentoonstelling Waarom godinnen zo mooi zijn – Liefde en schoonheid in de oudheid in Het Valkhof in Nijmegen.

Parfum en cosmetica, spiegels en kapsels en met edelstenen ingelegde sieraden van goud en zilver. Jezelf mooi maken is niet alleen van deze tijd maar deed men ook al in de oudheid. Veel schoonheidsrituelen zijn zelfs onveranderd gebleven. Tijdens de tentoonstelling opent daar de godin van de liefde en schoonheid, Aphrodite (ook wel bekend als Venus), haar beautycase. Maak kennis met de schoonheidsidealen van de oudheid, ontdek de middelen die vrouwen toen hadden om zichzelf mooi en aantrekkelijk te maken en ervaar waarom godinnen zo mooi zijn.

Venus / Aphrodite

Antieke gezichtscrème
Uit archeologische vondsten en antieke teksten blijkt dat zalven, crèmes, make-up en parfums in alle antieke culturen op grote schaal werden toegepast. Met oogschaduw, rouge en lippoeder werden ogen, wangen en lippen verfraaid en werd indruk gemaakt op potentiële huwelijkspartners. Olie en parfum spelen een belangrijke rol bij de huwelijksrituelen: het verhoogde de verleidingskracht van de jonggehuwden en droeg bij tot de feestsfeer.

Cosmetische producten waren in de oudheid overigens niet alleen bestemd voor de levenden. Wanneer iemand stierf, werd het lichaam verzorgd met olie of zalf en met reukmiddelen, die ook tijdens de begrafenisplechtigheid een belangrijke rol speelden. In Egypte probeerde men zelfs het lichaam door mummificatie voor verval te behoeden. De Grieken gaven de doden vaak parfumvazen mee in het graf.

Romeinse gezichtshelm
Ga je samen met je man op pad en heeft hij Venus’ schoonheidsrituelen snel gezien? Geen nood, hij kan in hetzelfde museum een bijzondere replica van een ijzeren gezichtshelm uit het midden eerste eeuw bewonderen. De nieuwe reconstructie van deze helm geeft een goede indruk van het oorspronkelijke uiterlijk, dat bijzonder fraai en indrukwekkend was. Het is nog niet helemaal duidelijk of de gezichtshelm alleen een kostbaar statussymbool was of dat het ook in de strijd gebruikt werd. Misschien wel beide.

Het ijzeren masker van de helm was met een dunne laag zilver bedekt. De drie gaatjes op elke wang stellen waarschijnlijk tatoeages voor. zijn De knoppen van de klinknagels onder de oren zijn ingelegd met niëllo, een mengsel van zilver, lood en zwavel. Uit het onderzoek is gebleken dat het ijzer van het masker uit meerdere lagen bestond. Het gebruikte ijzer is nagemaakt en is o.a. beproefd door middel van schietproeven met een replica van een ballista, een Romeinse kruisboog. Het bleek bijzonder sterk te zijn.

 

© foto Carl Koppeschaar

Op de buitenzijde van de originele helm waren, geconserveerd in de corrosie van het ijzer, restanten van een kunstig vlechtwerk bewaard gebleven. Het bleek om paardenhaar te gaan dat met een soort lijm op het ijzer bevestigd moet zijn geweest. Welke kleur het gebruikte paardenhaar had, was helaas niet meer vast te stellen. In de reconstructie is ervoor gekozen om meer kleuren te gebruiken. Bij het maken van de replica bleek duidelijk hoeveel werk er in de bekleding van de helm ging zitten; waarschijnlijk kostte dit meer dan 150 uur! En dan is het maken van helm en masker zelf nog niet eens meegerekend…

De gezichtshelm van een Romeins soldaat en de gezichtscrème van Romeinse godinnen zijn te bewonderen in Het Valkhof in Nijmegen. De tentoonstelling Waarom godinnen zo mooi zijn – Liefde en schoonheid in de oudheid duurt tot en met 12 augustus. Tijdens het Museumweekend (14 en 15 april 2012) betaalt elke bezoeker slechts het symbolische bedrag van € 1. Daarna gelden de normale tarieven.

sep 08

De enige complete wegenkaart die is overgebleven uit de Romeinse tijd kan dankzij René Voorburg weer worden gebruikt om reizen te plannen – online nog wel! En gezien we op Ciao tutti komende weken over Romeinse wegen reizen, mag dit nieuwtje hier natuurlijk niet ontbreken.

De Nederlandse historicus René Voorburg uit Houten heeft de wereldberoemde wegenkaart Tabula Peutingeriana verwerkt tot een moderne routeplanner. Voorburg heeft zijn Romeinse routeplanner online gezet op de site http://omnesviae.org/nl, zo maakte hij onlangs bekend. De historicus, die in het dagelijks leven als webarchivaris werkzaam is bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, heeft het afgelopen half jaar ongeveer al zijn vrije tijd in het project gestoken.

‘Wetenschappers hebben recent de locaties van alle plaatsen op de Tabula Peutingeriana in kaart weten te brengen,’ vertelt Voorburg. ‘Ik ben toen eens gaan kijken waar ik in het Romeinse Rijk op een reis van de ene plaats naar de andere langs zou komen.’ Uiteindelijk besloot hij alle 2760 plaatsen op de oude kaart en tussenliggende wegen in te gaan voeren.

Voor zover Voorburg weet, is zijn project volstrekt uniek in de wereld. Hij heeft de afgelopen maanden contact gelegd met collega’s in het buitenland, die hem hebben geholpen startpagina’s in andere talen te maken. Het is de bedoeling dat de site uiteindelijk beschikbaar komt in alle landen die op de Tabula Peutingeriana staan. Voorburg zoekt daarvoor nog vertalers, dus wie interesse heeft kan contact met hem opnemen via zijn website.

De Romeinse reiskaart uit de derde en vierde eeuw na Christus beslaat het gebied van het huidige Groot-Brittannië tot aan de rivier de Ganges, die door India en Bangladesh stroomt. De enorme kaart bestond oorspronkelijk uit twaalf bladen perkament. Sinds 2007 staat de kaart op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De voor zover bekend oudste nog bestaande kopie wordt bewaard in de Oostenrijkse Nationale Bibliotheek in Wenen, maar helaas is de kaart daar niet te raadplegen door het publiek.

Op de kaart staat ook een groot aantal Nederlandse steden aangegeven, waaronder Lugdunum Batavorum (Katwijk aan Zee), Matilone (Leiden), Albaniana (Alphen aan den Rijn), Forum Hadriani (Voorburg) en Ulpia Noviomagus Batavorum (Nijmegen).

Zelf een Romeinse route plannen?
Ga naar http://omnesviae.org/nl. Voer zowel onder ‘Iter vestrum’ (Latijn voor ‘Uw reis’) als bij ‘ab’ (van) en ‘ad’ (tot) een plaatsnaam in zoals die te vinden is  op de Peutinger-kaart. Na invoer van enkele tekens zullen alle passende namen getoond worden. Voor sommige steden kan de hedendaagse naam ingevoerd worden. Let op dat dikwijls een ‘v’- in plaats van een ‘u’-teken wordt gebruikt. Idem dito voor de ‘i’ en ‘j’. Klik op ‘Ostendere’ (‘Toon het’) om onder ‘Iter brevissimum’ de kortste route voor je reis getoond te krijgen.

Als je van Nijmegen naar Rome wilt reizen, zien het begin en het einde van de route er dan als volgt uit:

sep 06

Sms’en op zijn Romeins, zelf een stad bouwen, roeien in een Romeinse boot, als militair op oorlogspad gaan: het kan allemaal in de spectaculaire tentoonstelling High Tech Romeinen. Vanaf afgelopen vrijdag kun je in Museum Het Valkhof in Nijmegen op ontdekkingstocht naar de Romeinse tijd. Door zowel te kijken als te doen maak je kennis met onverwacht slimme technische snufjes die de Romeinen al hadden uitgevonden.

De Romeinen gebruikten technieken die wij, anno 2011, in ons dagelijks leven nog steeds gebruiken. Het is ongelofelijk knap wat zij al die tijd geleden konden maken: tempels, aquaducten, vloerverwarming, wegen en katapulten. Romeinen waren net als de mens van nu voortdurend bezig met het verbeteren van de kwaliteit van leven. Voor inspiratie keken ze naar andere culturen, maar ze ontwikkelden zelf ook allerlei nieuwe technologieën.  

In de tentoonstelling High Tech Romeinen kun je voorwerpen uit de Romeinse tijd en spannende animaties bekijken, maar dat is zeker niet alles! Je stapt zo in de wereld van een Romeins architect of legeraanvoerder, je kunt een mozaïekvloer ontwerpen, een aquaduct aanleggen, een hijskraan uitproberen en games spelen om meer te ontdekken over de Romeinse eetgewoontes. Aan de hand van 9 thema’s kom je alles te weten over architectuur, luxe in huis, machines, communicatie, ambachten, meten/rekenen, het leger, water en reizen.

Bij het voorbereiden van de tentoonstelling High Tech Romeinen zijn veel mensen vanuit het museum betrokken, onder andere archeoloog Annelies Koster, conservator archeologie en hoofd collecties en educatie vertelt over de eerste aanzet tot de tentoonstelling:

‘De eerste ideeën voor de tentoonstelling High Tech Romeinen zijn ontwikkeld door onze educatieve afdeling. Ik ben in het project gestapt op het moment dat we gingen denken aan een samenwerkingsproject met meerdere partners uit binnen- en buitenland. Na enkele verkennende gesprekken werd een overeenkomst tussen vier musea gesloten voor de uitvoering van het project.

We hadden in het team dat de tentoonstelling voorbereidde verschillende expertises nodig die gelukkig ook bij de partners aanwezig waren: educatoren voor de vertaalslag naar het publiek, archeologen voor de inhoudelijke kant en voor de selectie van voorwerpen, tentoonstellingsmakers en technici die konden inschatten wat uitvoerbaar was. Vanuit Museum Het Valkhof nam ik als conservator archeologie vooral de inhoudelijke kant voor mijn rekening.

Na enkele bijeenkomsten met deze groep lag er een lange lijst van mogelijke tentoonstellingsstukken en thema’s. Bij elk van de exhibits moesten we ons afvragen of ze wel goed uitvoerbaar waren en of de bezoekers voldoende uitgedaagd zouden worden. Gevleugelde woorden werden niet alleen hands-on, maar ook minds-on. We wilden dat de bezoekers niet alleen worden uitgedaagd om iets te doen in de tentoonstelling, maar ook dat zij aan het denken worden gezet. We wilden met de tentoonstelling de bezoekers een bron van inspiratie bieden voor vernieuwingen in onze tijd, want een heleboel technische verworvenheden uit de Romeinse tijd worden immers nog steeds gebruikt!

Daarom hebben we in de uitvoering en vormgeving van de tentoonstelling vooral moderne materialen en middelen gebruikt. Maar naast interactieve media die de bezoekers de gelegenheid geven meer te weten te komen over Romeinse techniek en technologie, zijn er vele originele voorwerpen te zien uit de collecties van twee van de partners: het LVR-Landesmuseum in Bonn en Museum Het Valkhof. Maar ook zijn er enkele belangrijke bruiklenen te zien uit het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden en van de gemeente Utrecht.

Bij de tentoonstelling wilden we ook graag een boek uitgeven over techniek in de oudheid. Nu wilde het geval dat er net in 2010 een Duitse publicatie was verschenen die ons zeer geschikt leek als boek bij deze tentoonstelling. Ik heb contact gezocht met de uitgever en de auteur, die graag aan een vertaalde uitgave wilden meewerken. Vervolgens heb ik een vertaler gezocht met specialistische technische kennis. Hij heeft de teksten vertaald en ik heb daar weer de redactie van gedaan. Het resultaat is het boek High Tech Romeinen – Techniek in de oudheid, geschreven door Brigitte Cech, vertaald door Robert van der Veen, uitgegeven door Museum Het Valkhof.’

Morgen meer over dit bijzondere boek. Wie de tentoonstelling wil bezoeken kan tot en met 4 maart 2012 terecht bij Museum Het Valkhof te Nijmegen. Van oktober 2012 tot en met augustus 2013 zal de tentoonstelling te zien zijn in het Museon te Den Haag en daarna, van oktober 2013 tot augustus 2014, in Technopolis in het Belgische Mechelen. Reserveer nu dus alvast een dag in je agenda voor deze High Tech expositie, want High Tech Romeinen verrast jong en oud!

Museum Het Valkhof
Kelfkensbos 59, Nijmegen
www.museumhetvalkhof.nl

Openingstijden:
dinsdag tot en met zondag van 11.00 – 17.00 uur
ook open op maandagen tijden de korte vakanties

Entreeprijs:
17 jaar en ouder € 7,00
4 t/m 16 jaar € 3,50
65+ € 5,00
Museumjaarkaart gratis

aug 25

‘Als we nu iets over het leven van vroeger willen weten, lezen we een geschiedenisboek. Maar hoe deden ze dat tweeduizend jaar geleden? Nou, precies zo. Tenminste, in Rome. In het Romeinse Rijk had je ook al geschiedschrijvers die beschreven wat er in een land allemaal gebeurde. […]

Een paar Romeinse schrijvers hebben namelijk over onze streek geschreven. Toch moet je niet zomaar alles wat er in hun boeken staat klakkeloos geloven, want ze zijn lang niet altijd zelf bij de gebeurtenissen geweest waarover ze geschreven hebben. Hoe meer informatiebronnen je hebt, hoe meer je over een gebeurtenis te weten komt. Helaas zijn er maar weinig teksten over ons land van tweeduizend jaar geleden gevonden. Meestal hebben we zelfs maar één informatiebron over een bepaalde gebeurtenis. Je weet dan nooit wat je precies moet geloven.

Maar vaak kan een klein stukje tekst al veel bruikbare informatie opleveren. Door logisch na te denken, kun je met een paar puzzelstukjes al snel de hele puzzel zien. […] Stel dat je over een volk maar één regel kunt vinden, bijvoorbeeld: ‘De Waldaaien zijn tegenwoordig veel heldhaftiger dan vroeger’, dan heb je eigenlijk al verschillende puzzelstukjes. Zo weet je dankzij het woordje ‘tegenwoordig’ dat het volk in de tijd van de schrijver leeft. Het volk moet ook in oorlog zijn, anders had de schrijver niet kunnen weten dat ze heldhaftiger dan vroeger waren. En Waldaai betekent strijder met het zwaard. Je weet dan meteen dat ze met zwaarden vochten. Als je er dan ook nog eens informatiebronnen bij haalt die wat over het volk vertellen, wordt de puzzel steeds completer.

Over de hoofdpersoon van dit hoofdstuk is maar één zinnetje gevonden. Het staat in een boek van de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus: ‘Ze zeggen dat hij enkele gevangenen naar zijn zoon liet brengen, zodat die zijn pijlen en speren op ze kon afvuren.’ Die zin gaat over het jaar 69 na Christus. Die gevangenen zijn de Romeinen. En die hij is Julius Civilis, een beroemde leider van de Bataven; een belangrijke stam in die tijd. De zoon van Julius Civilis is dus een Bataaf die naar hartenlust speren en pijlen mag afvuren op de Romeinen.

Julius de charmante
In het enige zinnetje dat we over de jonge Bataaf hebben gevonden, staat geen naam. We weten daarom niet hoe hij heet. Maar gelukkig is in dit geval de naam van zijn vader bekend: Julius Civilis. Daardoor weten we dat zijn achternaam Julius is. Zijn áchternaam? Ja. Wij kennen de naam Julius alleen als voornaam, maar de Romeinen gebruiken het ook als achternaam. Civilis is een bijnaam. Het betekent charmant. Julius Civilis heet dus eigenlijk Julius de charmante.

Julius Civilis heeft ook nog een voornaam, maar die is onbekend. Wel kennen we de naam van de Romeinse keizerfamilie die heerst als hij geboren wordt: Claudius. Omdat veel mensen hun zoon naar de keizer vernoemen, is het goed mogelijk dat hij ook Claudius is genoemd. Claudius Julius dus. Nu nog een bijnaam, maar die is niet zo moeilijk te bedenken. Hij is immers een boogschutter. In het Latijn, de taal van de Romeinen, is dat sagitarius. Laten we hem dus Claudius Julius Sagitarius noemen.

Bataven in de Betuwe
Het is natuurlijk heel bijzonder dat zo’n jonge jongen een groep Romeinse soldaten als schietschijf mag gebruiken. Het is nog vreemder als je bedenkt dat hij een Bataaf is. De Bataven zijn juist een stam die het al tientallen jaren goed met de Romeinen kan vinden. Ze leven zelfs gezamenlijk in de Betuwe, een gebied dat naar de Bataven is genoemd. De namen Betuwe en Bataven lijken niet voor niets zo op elkaar. De Bataven zijn er niet de baas, maar de Romeinen. Toch is dat de eerste jaren geen enkel probleem voor de Bataven.

De Romeinen geven hun allerlei voorrechten. Zo hoeven ze geen belasting te betalen, net als de Romeinen zelf. Andere stammen moeten dat wel. Claudius hoeft al helemaal niet bang te zijn dat hij als slaaf naar Rome moet, zoals dat bij andere volken gebeurt.

De wereld van Claudius
[…] Claudius leeft in een wereld waar veel mensen kunnen lezen en schrijven, waar je niet hard hoeft te werken voor je dagelijkse brood. Maar het is ook een wereld vol drukte. Er is een markt waar je alles kunt kopen en er zijn tempels, badhuizen en theaters. Er loopt zelfs een waterleiding en er zijn wc’s voor de stadsbewoners. Claudius groeit dan ook niet op in een gehuchtje van vijf dorpen, maar in een stad. De oudste stad van ons land.

Die stad heet Oppidum Batavorum, ‘de stad van de Bataven’, en bevindt zich op de plaats waar nu Nijmegen ligt. Er wonen vooral soldaten. Omdat zij voedsel, kleding en wapens nodig hebben, vind je er ook boeren die hun vee verkopen, kleermakers, schoenmakers, handelaars, herbergen, smeden en andere werklieden. De huizen zijn van hout. […] Claudius is de zoon van een belangrijke leider en daarom woont hij heel luxueus. […] De vloer is helemaal prachtig. Daar liggen versierde tegels op. Zelfs voor koude voeten hebben de Romeinen iets bedacht: vloerverwarming. Het huis heeft ook verschillende kamers, maar dat betekent niet dat Claudius een kamer voor zichzelf alleen heeft. Kinderen slapen in dezelfde ruimte als de bedienden.

Claudius heeft een comfortabel leventje. Hij hoeft niet zo hard te werken en krijgt zelfs onderwijs. Dat is in die tijd wel bijzonder, want lang niet alle kinderen krijgen les. De meeste kinderen, ook Romeinse, moeten gewoon werken. Maar Claudius is nu eenmaal het zoontje van een belangrijke leider. Het is de bedoeling dat hij over een paar jaar naar Rome gaat voor een goede militaire opleiding. […]

Omdat Claudius in een belangrijke plaats woont, is er een voortdurende aanvoer van lekker eten uit andere landen. Olijfolie bijvoorbeeld, maar ook wijn, vijgen en dadels. Bovendien hebben de Romeinen dieren en vruchten meegenomen die het ook in ons land prima doen. Konijnen, kippen, pruimen, peren, walnoten: we hebben ze allemaal aan de Romeinen te danken. Net als sla en andijvie.’

© tekst: Jan Paul Schutten | illustraties: Paul Teng

In Kinderen van Nederland vertelt Jan Paul Schutten het verhaal van een aantal Nederlandse kinderen uit verschillende eeuwen, van de prehistorie tot en met de Tweede Wereldoorlog. Aan de hand van het leven van kinderen die echt bestaan hebben en de spannende avonturen die zij beleefden, brengt hij kinderen van nu in contact met kinderen van toen. Een betere manier om geschiedenis te laten beklijven is er niet!

preload preload preload