mei 12

Gisteren wilde ik eigenlijk de grote expositie over Nero in het Colosseum bezoeken met een vriendin die even een paar dagen in Rome was. Bij het zien van de lange rijen voor de ingang zakte de moed ons echter in de schoenen. Niet vanwege de wachttijd, die is prima te omzeilen als je een kaartje koopt bij de ingang van de Palatijn, aan de overkant van het Colosseum (het kaartje is namelijk geldig voor het Colosseum, het Forum Romanum en de Palatijn), maar vanwege het enorme aantal Italiaanse scholieren. De onderwijzers in Italië nemen zo’n schoolreis vaak zeer serieus en bekijken met hun klas vaak ook vitrine per vitrine bij een expositie, hetgeen het voor ons toch wel wat moeilijk zou maken om de expositie op ons gemak en in alle rust te bekijken.

We besloten eerst even koffie te gaan drinken om een alternatief plan te bedenken. Mijn vriendin, die al jarenlang in Italië gidst, vroeg of ik wel eens de villa van Poppeia had gezien, in de buurt van Napels. Op mijn ontkennende antwoord sprong ze enthousiast van haar stoel en trok ze mee de metro in. Binnen no time zaten we in de trein naar Napels. Onderweg vertelt mijn persoonlijke gids me alles wat er te vertellen valt over de villa van Poppeia, Nero’s tweede vrouw, die ook wel bekend staat als Villa Oplontis.

Oplontis was een Romeinse plaats in de buurt van Napels, op de plek van het huidige Torre Annunziata. Bij de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79 werd Oplontis, net als Pompeii, door as, puimsteen en modder bedekt. De naam Oplontis is overigens slechts bewaard gebleven dankzij de zogenaamde Tabula Peutingeriana, een Romeinse wegenkaart uit de derde eeuw na Christus. Veel archeologen vermoeden dat Oplontis geen zelfstandige gemeente was, maar een buitenwijk van Pompeii, waar de rijke inwoners een grote villa lieten bouwen.

Zo ook Nero, die er een villa heeft laten bouwen voor zijn tweede vrouw, Poppeia. Althans, zo gelooft een deel van de geschiedkundigen. Zoals Mary Beard schrijft in haar boek Pompeii – Het dagelijks leven in een Romeinse stad is ‘de verleiding om de resten van Poppeia’s plaatselijke woning te vinden te groot gebleken, zelfs voor moderne archeologen van het no-nonsensetype. De voornaamste kandidaat is de enorme villa in Oplontis. […]

Misschien was zij inderdaad de eigenaar ervan, want het is een bijzonder groot huis, van keizerlijke afmetingen. Maar hoewel het nu regelmatig de ‘Villa Van Poppeia’ wordt genoemd, alsof het om een vaststaand feit gaat, is het bewijsmateriaal uitermate mager en bestaat het slechts uit een paar voor meerderlei uitleg vatbare graffiti, die niet per se iets te maken hebben met Poppeia of Nero.’

Archeologen hebben de villa namelijk aan Poppeia toegeschreven na het vinden van een inscriptie op een amfoor. Deze inscriptie luidt. Secundo Poppaeae (voor Secundus, die van Poppeia is). Maar er kunnen natuurlijk honderdeneen andere verklaringen zijn voor het feit dat deze inscriptie op deze plek is teruggevonden…

Desondanks houden we voor het gemak – en voor de romantiek – vandaag vast aan het idee dat Nero deze villa voor zijn tweede vrouw heeft laten bouwen. De villa was ongekend groot, met niet alleen een thermengedeelte maar zelfs een heus openluchtzwembad. De villa is vooral beroemd om de kleurrijke, verrassend goed bewaard gebleven muurschilderingen.

Eenmaal in de villa ontsnappen ons dan ook regelmatig oh’s an ah’s vanwege de ontdekkingen die in elke kamer te zien zijn. Van taarten die net echt zijn en alleen even staan af te koelen (althans, zo lijkt het) tot schattige vogeltjes. In de zogenaamde tuinkamer waan je je inderdaad buiten, in een stille, schaduwrijke tuin met fonteintjes en kwetterende vogeltjes.

Om op afstand mee te kunnen genieten een tiental foto’s van de fresco’s – maar als je ze echt in volle glorie wilt zien, is een reis naar het voormalige Oplontis zeker een aanrader. Persoonlijk vind ik Poppeia’s villa vele malen mooier dan de villa’s in Pompeii – en dankzij het handjevol bezoekers kun je hier ook heerlijk in alle rust rondkijken en de sfeer in je opnemen. Daarna wel weer snel terug in de trein naar Rome of Napels, want in het dorpje zelf valt er weinig tot niets te beleven. Maar ach, dat geeft alle tijd om te mijmeren over het leven van Nero en Poppeia…

Getagd met:
mei 11

Onze laatste woorden zijn belangrijk. Ze vormen een aandenken voor latere generaties, maar zijn ook onze laatste kans om aan te geven hoe we onszelf en het leven zien en wat er werkelijk toe doet. Beroemd is de uitspraak die Julius Caesar vlak voor hij zijn laatste adem uitblies deed: ‘Et tu, Brute?’ (‘Ook gij, Brutus?’)

In Onsterfelijke laatste woorden zijn droevige, optimistische, ontroerende, treffende en wijze laatste uitspraken gebundeld. Het zijn woorden van al dan niet bekende personen, woorden die in sommige gevallen inmiddels zijn verworden tot vaste uitdrukkingen en regelmatig geciteerd worden. Ze zijn chronologisch geordend, van ver voor Christus (wat dacht je van de laatste woorden van Socrates of Alexander de Grote) tot nu (van Ronald Reagan tot Michael Jackson). Elke uitspraak is voorzien van een korte biografie van de persoon en van de omstandigheden waaronder de woorden werden gesproken.

Vandaag voor jullie de laatste woorden van Nero:

‘Nero was geadopteerd door zijn oudoom Claudius en aangewezen als diens erfgenaam. Op 13 oktober 54 werd hij tot keizer van Rome uitgeroepen. In de herinnering leeft hij voort als de keizer die tijdens de grote brand van 64 ‘fiedelde terwijl Rome brandde’.

Volgens de overlevering vergiftigde hij in 55 Britannicus, zijn vijftienjarige stiefbroer die de rechtmatige erfgenaam van het Romeinse Rijk was, en gaf hij in 59 opdracht om zijn eigen moeder te vermoorden. Hij liet zijn ex-vrouw Octavia terechtstellen nadat ze met zijn toestemming uit ballingschap was teruggekeerd. Hij schonk haar hoofd aan zijn nieuwe echtgenoot Poppeia, die hij later zou hebben doodgeschopt toen ze zwanger was. In 62-63 liet hij een aantal rivalen terechtstellen. Toen zijn legioenen in opstand kwamen, weigerde de senaat Nero nog te steunen en moest hij onderduiken.’

Suetonius beschrijft Nero’s laatste woorden: ‘Hij weende en herhaalde steeds: ‘Een groot kunstenaar gaat met mij verloren!’ Hij las dat de senaat hem tot een gevaar voor de gemeenschap had uitgeroepen en dat men hem op de klassieke wijze wilde straffen. Hij informeerde wat deze straf inhield. Toen hij hoorde dat de misdadiger geheel ontbloot werd vastgezet met een gaffel op de keel en daarna met roeden werd doodgeslagen, greep hij in doodsangst twee dolken die hij bij zich droeg en probeerde de punten ervan op zichzelf uit.

Hij borg ze echter weer op onder het voorwendsel dat zijn laatste uur nog niet had geslagen. Hij verweet zichzelf meteen daarop weer zijn lafheid. ‘In leven blijven is schandalig en schaamtevol. Dit past Nero niet, past hem niet. Je moet op zulke momenten resoluut zijn. Kom, verman jezelf.’

Inmiddels naderden de ruiters die opdracht hadden gekregen hem levend af te voeren. Toen hij hen hoorde, bracht hij met bevende stem uit: ‘Luister, nu treft mijn gehoor het getrappel van snelvoetige paarden!’ Hij stak een dolk door zijn hals en blies bijna zijn laatste adem uit toen een toegesnelde centurion een mantel tegen de wond drukte. Nero deed alsof de soldaat hem kwam helpen en bracht haperend uit: ‘Te laat! Maar dit is pas trouw!’ Met die woorden gaf hij de geest. De verschrikte blik in zijn ogen, die verstard in hun oogkassen lagen, deed echter iedereen die hen zag sidderen van afgrijzen.’

In Onsterfelijke laatste woorden – De meest bijzondere uitspraken uit de geschiedenis en de verhalen erachter lees je onder andere de laatste woorden van Cleopatra, keizer Vespasianus, Marcus Aurelius, Karel de Grote, Petrarca, Lorenzo il Magnifico, Leonardo da Vinci, Cesare Borgia, Machiavelli, Rudolph Valentino, Luciano Pavarotti en vele, vele anderen.

Onsterfelijke laatste woorden
Terry Breverton
vertaald door Ruud van der Helm
ISBN 9879021549910
€ 15,00
Kosmos Uitgevers

apr 13

Vandaag wordt voor de vierde keer het startschot gegeven voor de Week van de Klassieken, een week waarin de klassieke schrijvers centraal staan. Het thema van dit jaar is Geld. Ter gelegenheid daarvan presenteren uitgeverij Athenaeum en uitgeverij Ambo een aantal nieuwe titels en nieuwe edities van klassiekers. Verschillende culturele organisaties en instellingen hebben speciale tentoonstellingen, lezingen en andere evenementen op het programma staan.

Klassiekers
Tijdens de Week presenteert uitgeverij Athenaeum enkele bijzondere klassiekers, zoals Van Troje tot Tiberius van Velleius Paterculus, in een prachtige vertaling van Vincent Hunink. Velleius Paterculus vertelt in dit boek het levendige verhaal over de burgeroorlogen en over de keizers Caesar, Augustus en Tiberius. Dankzij zijn vertelkunst wordt de gestage, onomkeerbare verandering van republiek naar keizertijd al die tijd later bijna tastbaar, en is het net of je de ommekeer zelf meemaakt.

Daarnaast verschijnt het Verzameld werk van de stoïsche filosoof Epictetus en het Orakelboek, dat alle vragen – ook die over geld – zal beantwoorden. Ook brengt uitgeverij Athenaeum Vrouwen van Rome, over seks, macht en politiek in het Romeinse Rijk.

Uitgeverij Ambo brengt speciaal voor de Week van de Klassieken Athene, Het oude Egypte en een goedkope editie van Nero & Seneca. Anton van Hooff schetst hoe de levens van de keizer en de filosoof eerst nauw met elkaar verbonden waren, maar gaandeweg verder van elkaar verwijderd raakten. Het roept de vergelijking op met latere terreurregimes waarin intellectuelen voor de gewetensvraag kwamen te staan hoever ze moesten meegaan met hun tirannieke heerser en is nu misschien wel actueler dan ooit. Voor wie nieuwsgierig is: via deze link kun je alvast een fragment lezen.

Parels van Rome
Ambassadeur van de Week van de Klassieken is dit jaar Rosita Steenbeek. Zij schrijft het geschenkboekje met de titel Parels van Rome. Je ontvangt dit boekje bij aankoop van een van de bovengenoemde actietitels. Met het boekje krijg je overigens niet alleen een prachtig reisverhaal zoals we dat van Rosita Steenbeek gewend zijn, het dient tijdens de Week van de Klassieken ook nog eens als toegangskaartje voor het Allard Pierson Museum in Amsterdam, het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, Het Valkhof in Nijmegen, Tresaor in Leeuwarden en het Geldmuseum in Utrecht. Morgen krijgen jullie een voorproefje van Rosita’s reis naar de eilanden!

Lezingen, exposities en andere evenementen
Vanavond wordt de Week van de Klassieken feestelijk geopend met de Nacht van het Orakel in het Comedy Theater in de Nes. Tijdens deze avond doen verschillende experts voorspellingen over de toekomst van onder andere Athene, de liefde en vinex-wijken…

In het Allard Pierson Museum is vanaf vandaag de afdeling met Griekse en Romeinse munten weer open. Ook worden er in het museum verschillende lezingen rondom het thema geld gegeven.

Op vrijdagavond 15 april zijn er bijvoorbeeld twee lezingen i.s.m. Labrys Reizen. Drs. Hein L. van Dolen, classicus en byzantinoloog, opent met de lezing ‘Handel en wandel. De markt van het antieke Athene’. Aansluitend zal drs. Andrea Vreede, archeologe en NOS-correspondente in Rome, de lezing ‘Brood en spelen onder Silvio Berlusconi, Caesar van modern Italië’ houden.

Op Witte Donderdag speelt het Allard Pierson Museum in op het verraad van Judas, die tijdens het Laatste Avondmaal Jezus met een kus verraadde – voor 30 zilverlingen. Tijdens de lezing wordt ingegaan op de vraag met welke munten Jezus nu verraden werd en wat Judas er toentertijd voor had kunnen kopen.

Op diezelfde avond vindt in het Rijksmuseum van Oudheden de eerste ‘Ken-Uw-Klassieken Pubquiz’ voor classici plaats. Onder het genot van een drankje vragen docenten, studenten en andere geïnteresseerde classici het uiterste van hun kennis over de Klassieke Oudheid, in de strijd om een fraai prijzenpakket en de onvergankelijke eer.

Op verschillende dagen en locaties vertelt Rosita Steenbeek over de invloed die de Klassieken al vroeg op haar hadden, en over de inspiratie die de klassieke literatuur en de antieke wereld haar nog steeds bieden. Ze zal ook ingaan op het thema van de Week van de Klassieken: geld en luxe in de Oudheid.

Kijk voor meer informatie over bovengenoemde lezingen en evenementen, en voor een volledig overzicht van alle activiteiten tijdens de Week van de Klassieken, op www.weekvandeklassieken.nl Met de quiz op deze site kun je bovendien een reis naar Rome winnen!

okt 12

De Bocca della Verità, de Mond van de Waarheid, siert ook het omslag van Roma Magica – Mysteries en mirakelen van de eeuwige stad. Hoewel deze originele reisgids al zeventien jaar geleden is verschenen, wilde ik jullie deze bijzondere kijk op Rome niet onthouden.

Wim Zaal, de auteur, richt zich op de magische, religieuze, occulte en raadselachtige aspecten van de stad en haar bewoners. Het boek bevat echter geen vage zinspelingen: de Romeinen willen de mysteries en de wonderen van hun stad immers kunnen zien en voelen. Zo vertelt Wim Zaal je waar de zielen in het vagevuur hun brandende afdrukken achterlaten, welk water een magische werking heeft en hoe je aan een wonderdoenende relikwie komt.

De twintig verhalen vormen een unieke reis door vijfentwintig eeuwen magie. Het wonderlijkst is misschien wel het verhaal van de knieën van Petrus:

‘Keizer Nero is maar eenendertig jaar geworden. Veertien jaar heeft zijn bewind geduurd, waarvan de eerste vijf als gelukkig bekend staan; de periode van moordlust, tirannie en grootheidswaan is dus beperkt geweest en heeft het Romeinse Rijk weinig geschaad.

Toch wil hij niet uit het geheugen, glijdt hij eeuw na eeuw als een zwarte vlek door de geschiedenis, geeft men zijn naam nog aan gevaarlijke honden. De oorzaak is dat hij voor de christenen hun eerste vervolger was, voor de Romeinen de man die hun stad in brand stak, en later, toen het christendom de overhand kreeg, voor de heidenen het symbool van de verdwenen glorie van het Rijk. Tot ver in de vierde eeuw schonken aanhangers van de oude religie elkaar nieuwjaarsmunten met zijn beeltenis, wat hem in de ogen van de vroege christenen nog demonischer maakte. Het was onmogelijk om hem te vergeten.

Aan de brand van het jaar 64, die negen dagen woedde en twee derde van Rome in de as legde, had Nero echter part noch deel. Zijn schuld ontstond door zijn reactie. Toen het nieuws hem in zijn buitenhuis bereikte, keerde hij niet naar de geteisterde stad terug, maar bleef zich amuseren en droeg in zijn privétheater een op de ramp vervaardigde lierzang voor. Dat werd hem, die toch al bekend stond als lichtzinnig, niet vergeven. Na enige tijd stak het gerucht de kop op, dat hij de brand zelf had gesticht om die op de tinnen van zijn Romeinse paleis te kunnen bezingen, en nog altijd wijst men bij de keizerfora de toren aan waarop dat gebeurd is; de Torre delle Milizie of Torre di Nerone, die overigens uit de middeleeuwen stamt.

Aan die toren zit ook een verhaal vast over de strijd tussen de witte en de zwarte magie, in Nero’s dagen door de twee Simons geleverd.

De witte magie lag in handen van Simon Petrus, een visser uit Galilea en apostel van Christus; zijn tegenspeler Simon Magus was de huistovenaar van de keizer. Deze kon het succes van de prediking van Simon Petrus niet aanzien en daagde hem keer op keer uit. Daar valt iets over te lezen in het Nieuwe Testament (Handelingen 8: 9-25), maar ik volg hier de Romeinse versie. Nu eens toverde de booswicht honden te voorschijn om de apostel te verscheuren, waarop deze broodjes uit zijn mouw schudde die zij smakelijker vonden dan hemzelf, dan weer beproefde zwarte Simon iemand uit de dood op te wekken, wat witte Simon opnieuw veel beter afging.

Tenslotte zei de magiër: ‘Zie je gindse toren? Van daar af zal ik ten hemel varen, net zoals die Jezus van je, en dan zing je wel een toontje lager.’
Simon de Tovenaar beklom de trans en zweefde lustig door de lucht. Bleek van woede gooide Simon Petrus zich op de knieën, roepend: ‘Engelen van Satan die hem draagt, laat af!’ De duivels vluchtten, de tovenaar stortte neer en brak zijn trotse nek.

In de kerk van de Santa Francesca Romana, tegen het Forum gekleefd, zijn bij de trap naar de crypte de plavuizen ingemetseld waarvan het marmer, ontroerd door het gebed van Petrus, zich geplooid heeft naar de afdruk van zijn knieën. Ze waren onverklaarbaar groot.’

De afdruk van Petrus’ knieën is nog steeds te bewonderen in de Santa Francesca Romana – zet deze kerk maar alvast op je lijstje voor je volgende bezoek aan Rome. En neem dan ook Roma Magica mee, voor een heel bijzondere, bij vlagen wonderlijke kijk op Rome!

Roma Magica is een uitgave van uitgeverij Conserve en onder andere verkrijgbaar via www.conserve.nl

aug 19

Op de plek waar nu het Colosseum staat, bevond zich vroeger een kunstmatig meer dat hoorde bij Nero’s Domus Aurea (Gouden Huis). Toen Vespasianus in het jaar 70 na Christus de opdracht gaf te beginnen met de bouw van een enorm amfitheater, werd het meer binnen de kortste keren volgestort met beton. Al gauw verrees er een enorme arena op de plek waar eerst nog vissen zwommen.

Toen keizer Vespasianus nog aan de macht was, vonden er in het amfitheater voornamelijk gevechten tussen mensen en dieren, tussen mensen onderling of tussen dieren onderling plaats. Alleen al tijdens het honderd dagen durende openingsfeest werden duizenden wilde dieren in het Colosseum de dood ingejaagd.

Vespasianus’ oudste zoon, Titus, hield van nog meer spektakel. Volgens veel Romeinse bronnen vonden er gedurende zijn regeringsperiode zelfs watergevechten (naumachiae) plaats  in het Colosseum! Het hele amfitheater zou onder water gezet zijn om zeeslagen uit de geschiedenis na te kunnen spelen.

De Romeinse dichter Martialis zou geschreven hebben dat de arena in een mum van tijd kon veranderen ‘van droog land naar woeste zee’. De historicus Suetonius heeft zelfs opgetekend dat keizer Domitianus ‘genoeg schepen had laten aanrukken om twee complete armada’s te vormen’.

We weten echter niet precies of het allemaal wel waar is; er zijn helaas niet echt duidelijke bewijzen aangetroffen over de precieze locatie van dit gebeuren. Was het wel het Colosseum waar beide schrijvers de watergevechten hadden gezien?

Zeker is in elk geval dat het – als het inderdaad mogelijk is geweest het Colosseum onder water te zetten – al snel afgelopen was met de nagespeelde zeeslagen. Toen Titus overleed en zijn jongere broer Domitianus de heerschappij over de stad op zich nam, besloot hij het Colosseum uit te breiden met het zogenaamde hypergeum, het netwerk van kamers, kamertjes, tunnels en gangen onder het Colosseum. Vandaag de dag kun je dit gangenstelsel nog steeds zien, onder de ‘vloer’ van de arena. Toen dit gangenstelsel er eenmaal was, kon er geen water meer in het Colosseum worden gepompt en viel het doek voor de zeeslagen en andere watergevechten.

Toen ik vanochtend langs het Colosseum liep, hoorde ik tot mijn grote verbazing echter vrolijk watergespetter. Ik probeerde naar binnen te gluren, maar de dikke muren gaven niks van hun binnenste prijs. In het dichtstbijzijnde koffiebarretje informeerde ik naar de herkomst van het gespat, en wat bleek?

Rome heeft ’s zomers een uniek openluchtzwembad! Op enkele stappen van het Colosseum kun je een duik nemen in een heerlijk zwembad in de buitenlucht, met natuurlijk uitzicht op het Colosseum (zie de foto voor als dit te mooi om waar te zijn lijkt)!

Ik was mijn hele culturele programma voor de dag direct vergeten en ben snel naar mijn logeerhuis gefietst. Popelend van ongeduld wachtte ik tot mijn gastvrouw terug was van Italiaanse les, waarna we heerlijk hebben genoten van het zwemmen in de buitenlucht en van het geweldige uitzicht. Een heel bijzondere ervaring!

Wil je ook een duik nemen met uitzicht op het Colosseum? Het zwembad maakt deel uit van het complex All’Ombra del Colosseo (‘In de schaduw van het Colosseum’). Elke dag kun je er vanaf 9 uur ’s ochtends genieten van het zwembad, de jacuzzi en de ligbedden op de zonneweide. Uiteraard zijn er douches en kleedhokjes en de Romeinen hebben ook de inwendige mens niet vergeten.

  

’s Avonds wordt het hele complex omgetoverd tot een groot festivalterrein; dan drink je een aperitief aan de rand van het zwembad. De hele zomer zijn er allerlei optredens en tot in de late uurtjes draaien de beste dj’s van de stad. De volgende ochtend lonkt het frisse water weer, zodat je kater geen kans krijgt. Of zullen we dan toch maar dat culturele programma afwerken? Ach, eerst nog even wat baantjes zwemmen – al is het maar voor het onbetaalbare uitzicht!

Morgen meer cultureel nieuws uit de Eeuwige Stad, voor ik morgenavond weer terug naar Amsterdam vlieg om daar een dagelijkse portie Italiaans te zoeken…

preload preload preload