dec 02

In het boek Hemelse toetjes van Renée Vonk vind je 50 nagerechten, die allemaal zijn geïnspireerd op de twaalf apostelen en de rijke culinaire kersttradities uit het Middellandse Zeegebied.

Voor elke apostel creëerde Renée Vonk een hartig en een zoet dessert. Daarnaast laat ze de lezer kennismaken met de zuidelijke traditie van les treize desserts: de dertien nagerechten die aan het eind van de kerstmaaltijd allemaal tegelijk worden geserveerd. Dat is voor mij in elk geval een traditie die we in Italië ook wel mogen invoeren! Les treize desserts staan symbool voor Jezus en zijn twaalf apostelen. Ook hiervoor bedacht Renée Vonk een hartige en zoete variant.

Hemelse toetjes is een kookboek met niet al te moeilijke toetjesrecepten, met een knipoog naar de bijbelse traditie. Renee Vonk: ‘Hier in het zuiden van Europa moeten we maar zien hoe we aan ons Sinterklaas-snoepgoed komen. Geen groot probleem trouwens: er zijn internetshops waar je die handel gewoon kunt bestellen. Maar zelf maken is natuurlijk ook een optie, echt moeilijk is het niet. In Hemelse toetjes staat bijvoorbeeld dit recept voor marsepeinbolletjes met honing.

Ingrediënten:

200 gram amandelpoeder
375 gram suiker
4 eiwitten
40 gram honing

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Doe de suiker en het amandelpoeder in een kom, meng door elkaar en voeg er de honing en de eiwitten aan toe. Mix alles tot een glad deeg.

Bedek een bakblik met bakpapier. Vorm stuitergrote bolletjes van het deeg en vul er de bakplaat mee. Zorg voor voldoende tussenruimte. Bak de bolletjes 8 tot 10 minuten in de oven. Is er teveel deeg voor de bakplaat, las dan een tweede ronde in.

Liever geen balletjes? Rol het deeg dan op een met bloem bestoven aanrecht uit tot een dikke plak en steek er met vormpjes leuke dingetjes van. Of modelleer poppetjes, vlechtwerkjes, en wat je zoal te binnen schiet.

Je kunt de bolletjes na het bakken ook nog door de cacao rollen, er gekonfijte vruchtjes insteken, met (vruchten)hagelslag versieren of er andere bakversiersels op loslaten. Kortom: ideaal knoeigoed om kinderen mee zoet te houden.’

Meer hemels lekkers (zoals een heerlijk luchtige tiramisu) vind je in

Hemelse toetjes – De twaalf apostelen als inspiratiebron voor 50 Bijbelse nagerechten
Renée Vonk
ISBN 978 90 435 0634 2
€ 14,90
Uitgeverij Kok

mei 04

Iedereen is het erover eens: tiramisù is absoluut het heerlijkste Italiaanse dessert. De in zachte room gedrenkte laagjes biscuit, koffie en chocola kan niemand weerstaan. Het succes heeft zeker te maken met de grappige naam (tiramisù betekent letterlijk ‘trek me op’), maar vooral ook met het feit dat het zo makkelijk te maken is.

Tiramisù lijkt namelijk een bewerkelijk nagerecht, maar het is eigenlijk heel gemakkelijk te maken! Er hoeft niets gekookt of gebakken te worden. Er zijn slechts savoiardi, lange vingers, voor nodig – gedrenkt in koffie (met eventueel wat likeur), zodat ze zacht worden – die in laagjes worden opgestapeld met daartussen suiker en een mengsel van eieren en mascarpone.

In Tiramisù onthult Laura Zavan alle geheimen van een echte lekkere tiramisù, gevolgd door 29 heel verschillende recepten. Op Ciao tutti vandaag het recept voor de enige echte tiramisù:

Ingrediënten
(Voor 6 personen)

6 eierdooiers
250 gram suiker
500 gram mascarpone
30 savoiardi of lange vingers
30 cl sterke, gezoete koffie
2 eetlepels bittere cacao

Klop het eigeel met de suiker tot een schuimige massa. Voeg de mascarpone toe zodat een soepele room ontstaat. Doop de koekjes in de koffie en leg ze op een rond bord. Verdeel de helft van de room gelijkmatig over de laag biscuits. Leg er vervolgens weer een laag in koffie gedrenkte koekjes op en daarna nog een laag mascarponeroom. Strooi de cacao erover en zet de tiramisù minstens twee uur in de koelkast.

Voor wie de smaak te pakken heeft: Tiramisù bevat zoals gezegd 29 recepten, dus na deze klassieker zijn er nog 28 variaties te maken en te proeven. Met vijgen, met limoncello, met frambozen, met meloen, met groene thee of met karamel… het klinkt allemaal even lekker!

De samenstelster, Laura Zavan, een Italiaanse die al jaren in Parijs woont, heeft elk nagerecht door haar vrienden laten proeven. Pas na hun goedkeuring verscheen het recept in dit boek. De hoeveelheden tiramisù die ze gemaakt heeft, zijn niet bij te houden. Wie doet haar dat na?

Tiramisù
Laura Zavan
ISBN 9789023012283
€ 9,95
uitgeverij Becht

Getagd met:
mrt 05

Gisteren heb ik me de hele dag lopen verheugen op het moment van thuiskomen. Daar wachtte namelijk het nieuwe kookboek van Gordon Ramsay op me, met een heerlijk toetjesrecept dat ik wilde uitproberen. De boodschappen waren al in huis, dus het enige wat ik nog moest doen om een heerlijk Italiaans toetje te kunnen eten was Ramsay’s aanwijzingen volgen.

Nu is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want de aantrekkingskracht om voor het koken toch nog even lekker door het boek te bladeren is groot, te groot misschien wel. Dat komt vooral door de geniale opzet van Ramsay’s boek. Ramsay’s beste menu’s is namelijk een echte mix & match. Letterlijk, want het kookboek bestaat uit in drieën gesneden pagina’s die je los van elkaar kunt omslaan. Een stuk pagina voor de voorgerechten, een voor de hoofdgerechten en een voor de desserts. Samen goed voor 192 recepten en maar liefst 140.000 verschillende combinaties!

De recepten zijn zoals we die van Gordon Ramsay gewend zijn, ‘homemade’ dus, met seizoensproducten, en zonder geneuzel, moeilijk verkrijgbare ingrediënten of rare experimenten. Een frisse salade van asperge en spinazie vooraf, gevolgd door een hoofdgerecht van karbonade en zoete aardappelen met appelpudding toe: in Ramsay’s optiek een fantastische, en heerlijk zomerse, combinatie. Dat het voorgerecht uit Frankrijk komt en het toetje uit Engeland maakt helemaal niets uit; het gaat om de tijd van het jaar.

Zo stelde Ramsay 52 basismenu’s samen – voor elke week van het jaar een ander menu dus – ingedeeld naar de seizoenen: een Spaans zomermenu, een Indiaas menu dat je het hele jaar door kunt serveren, een echt Brits wintermenu, een Italiaans herfstmenu… Maar ben je zo eigenwijs om je zomerse menu af te sluiten met een Frans en vooral winters appeltaartje: ach, wie houdt je tegen…

Ramsay zelf verklaart de keuze voor deze opzet als volgt: ‘De seizoenen hebben altijd veel invloed gehad op mijn kookkunst, want ik vind het heerlijk om ingrediënten te gebruiken wanneer ze op hun best zijn. De laatste tien jaar heb ik over de hele wereld gereisd, lokale keukens bestudeerd en restaurants geopend in verre oorden. Ik raak altijd weer geboeid door nieuwe smaken en combinaties van ingrediënten die ik nog niet eerder ben tegengekomen. Net als de seizoenen vormen ze een rijke bron van inspiratie voor onze menu’s.

Ik wilde mijn favoriete menu’s zo presenteren dat de recepten gemakkelijk te combineren zijn, seizoensproducten optimaal tot hun recht komen en diverse verrukkelijke gerechten uit andere landen worden geïntroduceerd. Dit bijzondere kookboek maakt dat mogelijk – op een aantrekkelijke, veelzijdige en overzichtelijke manier. Eet smakelijk!’

Eigenlijk is elke match in dit opzienbarende kookboek een schot in de roos. Het komt immers allemaal uit de koker van een van ’s werelds beste en bekendste chefs, die je, als in drieën gedeelde ‘aankleedpop’, ook zelf even uitlegt hoe je zijn unieke menu’s gebruikt. Links staan de foto’s – om van te watertanden zo mooi – en rechts de recepten, overzichtelijk gerangschikt op nummer en herkenbaar aan verschillende frisse kleuren.

Genoeg uitgewijd nu, ook voor jullie het recept van dit heerlijke Italiaanse toetje uit de keuken van Ramsay, nectarines uit de oven met amarettiroom!

Ingrediënten
(voor 4 personen)

4 rijpe, maar stevige nectarines
olie
3-4 eetlepels poedersuiker
8 klontjes boter

Voor de amarettiroom:
150 ml slagroom
250 g mascarpone
1 eetlepel amaretto (likeur) of melk
50 g amaretti (zachte amandelkoekjes), verkruimeld

Verwarm de oven voor op 200 °C. Halveer de nectarines, verwijder de pitten en leg de nectarinehelften met de gesneden kant omhoog op een licht met olie ingevette bakplaat.

Bestrooi de nectarinehelften met de poedersuiker en leg in de holte waar de pit heeft gezeten een klontje boter. Bak de nectarines 10 tot 12 minuten, of de suiker iets gekaramelliseerd is. Neem 4 ondiepe schaaltjes, leg in elk schaaltje 2 nectarinehelften en laat ze gedurende 5 minuten iets afkoelen.

Maak in de tussentijd de amarettiroom. Klop de slagroom tot zachte pieken. Roer in een andere kom de mascarpone en de amaretto (of de melk) tot een smeuig mengsel. Spatel dit door de slagroom. Schep er twee derde van de verkruimelde amaretti door en schep de room in een schaaltje. Bestrooi met de rest van de verkruimelde amaretti. Serveer de gebakken nectarines met de amarettiroom.

Buon appetito – en niet vergeten je vingers af te likken!

Meer Italiaanse en andere gerechten vind je in

Ramsay’s beste menu’s
Gordon Ramsay
ISBN 9789021539904
€ 24,95
Kosmos Uitgevers

nov 14

Zoals ik jullie gisteren beloofde vandaag een voorproefje uit het kookboek Toscanini venticinque, dat vorige week werd uitgeroepen tot Kookboek van het Jaar 2010 in de categorie Chefs. Aangezien ik bij Toscanini ooit de lekkerste panna cotta kreeg voorgeschoteld, het recept waarmee je dit thuis zou moeten kunnen evenaren:

Ingrediënten
(voor 6 vormpjes)

750 ml slagroom
1 vanillestokje, opengesneden en de zaadjes eruit geschraapt
80 g suiker
1 blaadje gelatine, geweekt in koud water
1 eetlepel bruine rum

‘Onze dolci-maakster uit Azerbeijan, Madina Mamedova, maakt de lekkerste panna cotta. Het enige probleem is dat ze dit volledig op gevoel doet dus als ze op vakantie is, is er geen nauwkeurig recept van de panna cotta. Wat tot gevolg heeft dat zes weken lang de panna cotta soms te hard en soms te zacht is, en iedereen een zucht van verlichting slaakt als ze weer terug is.

Voor dit boek hebben we het wetenschappelijk aangepakt; als je het recept precies volgt kan het niet mislukken. Je hebt wel een digitale weegschaal nodig.

Doe 500 ml room, suiker en vanillestokje in een pan en weeg hem. Zet op het vuur, breng aan de kook, zet het vuur lager en laat inkoken tot lichtgeel en wat ingedikt. Weeg af en toe. Als het geheel 170 gram minder weegt van het vuur halen en het vanillestokje eruit vissen. Het vanillestokje kun je afspoelen en laten drogen, en dan in een pot stoppen met suiker; zo maak je je eigen vanillesuiker. De geweekte gelatine uitknijpen en door de hete room roeren tot het is opgelost. Laat afkoelen, roer af en toe door.

Spoel de vormpjes om met rum. Klop de rest van de slagroom lobbig en meng hem door het slagroom-gelatinemengsel; giet in de vormpjes. Zet minstens 3 uur in de koelkast om op te stijven. Maak de panna cotta los van de vormpjes door een mesje rondom de rand te halen en stort ze op kleine bordjes. Giet er een dun straaltje karamelsaus over.

Voor de karamelsaus heb je het volgende nodig:
100 g suiker
wat citroensap
250 ml slagroom
zout

Maak de saus door de suiker met wat druppels citroensap tot karamel te branden en hier de slagroom en een snuf zout door te roeren.’

Nog meer recepten van Toscanini uitproberen? Toscanini venticinque is te koop via www.toscaninishop.nl

sep 19

Het grote pastakookboek ligt nog maar net een paar dagen in de boekhandel, maar Diane en ik hebben de vertaling van de opvolger, Het grote Italiaanse kookboek, alweer bijna afgerond. Wederom 450 pagina’s vol met recepten, maar dit keer niet alleen pasta maar een compleet Italiaans menu: antipasti, brood, primi (met naast pasta ook couscous, risotto, polenta, gnocchi en soep), secondi (met vlees, vis, kaas en ei), contorni in allerlei varianten en natuurlijk de dolci waar Italië zo om bekend staat.

De recepten komen uit heel Italië, van Valle d’Aosta en Tretino-Alto Adige in het noorden tot Basilicata en Apulië in het diepe zuiden. Uiteraard leveren ook de eilanden Sardinië en Sicilië een belangrijke bijdrage. Je kunt met het nieuwe kookboek dus alle kanten op: je stelt in een handomdraai een Siciliaans of Toscaans menu samen, maar je kunt op één avond ook dwars door Italië reizen, met als voorgerecht bagna cauda uit Piëmonte, vervolgens pasta met bottarga naar Sardijns recept, braadworst met broccoli uit Latium en als toetje Siciliaanse amandelgranita.

Aangezien Ciao tutti deze maand vanuit Venetië bericht een menu met vier gangen vol Venetiaanse specialiteiten! Geniet!

Antipasto
Sint-jakobsschelpen alla veneziana – Sint-jakobsschelpen uit Venetië

Ingrediënten voor 4 personen:
12 sint-jakobsschelpen
citroensap
1 teentje knoflook
een bosje peterselie
6 eetlepels extra vergine olijfolie
versgemalen zwarte peper
zout

Was de sint-jakobsschelpen, wrik de schelpen open en haal de oranje, vlezige gedeeltes eruit. Bak ze kort in de verwarmde olijfolie. Besprenkel ze vervolgens met een beetje citroensap en breng ze op smaak met versgemalen zwarte peper, de fijngehakte knoflook en peterselie. Serveer direct.

Primo
Riso e bisi – Rijst en doperwtjes

Ingrediënten voor 4 personen:
1 ui
50 g rauwe ham
1 kg verse doperwtjes
300 g rijst
2 l bouillon
een bosje peterselie
50 g geraspte Parmezaanse kaas
50 g boter
peper en zout

Smelt de boter in een grote braadpan. Fruit de gesnipperde ui. Voeg na enkele minuten de in reepjes gesneden rauwe ham toe en bak even mee. Voeg vervolgens de doperwtjes en de rijst toe, bak ze even mee en schenk er dan de bouillon bij. Breng op smaak met peper en zout en de fijngehakte peterselie. Laat het geheel ongeveer 20 minuten koken. Roer af en toe goed door. Bestrooi vlak voor het serveren met de geraspte Parmezaanse kaas.

Secondo
Sarde in saor – Sardines in het zuur

Ingrediënten voor 4 personen:
1 kg sardines, schoongemaakt
bloem
40 g rozijnen
2 uien
3 dl wittewijnazijn
40 g pijnboompitten
10 eetlepels extra vergine olijfolie
peper en zout

Bestrooi de sardines met een beetje zout en haal ze door de bloem. Verhit de helft van de olijfolie in een koekenpan en bak de sardines bruin. Laat ze uitlekken op keukenpapier. Week de rozijnen 10 minuten in warm water. Verhit de rest van de olijfolie en een eetlepel water in een koekenpan en fruit de gesnipperde uien. Schenk de wittewijnazijn erbij en laat 1 minuut op hoog vuur meekoken. Draai het vuur dan laag en voeg de geweekte rozijnen en de pijnboompitten toe. Breng op smaak met peper. Besmeer de sardines met de marinade en laat ze enkele uren staan, zodat de smaken goed kunnen intrekken.

Dolce
Tiramisù

Ingrediënten voor 4 personen:
4 kopjes espresso
3 eetlepels rum
100 g suiker
250 g mascarpone
3 eierdooiers
24 savoiardi (Italiaanse lange vingers)
2 eetlepels cacaopoeder

Leuk om te weten:
Er bestaan evenveel verschillende verhalen over de oorsprong van tiramisù als er manieren zijn om het te bereiden. De meest geloofwaardige theorie is dat het toetje aan het eind van de zeventiende eeuw in Siena is ontstaan, met de naam zuppa del duca, ter ere van de groothertog van Toscane Cosimo III de’ Medici. Zijn faam was zo groot dat hij ook buiten de grenzen van zijn rijk bekendheid genoot. In de Veneto werd het toetje dan ook al snel een vast onderdeel van een feestelijke maaltijd. Het werd zo populair aan het hof dat men zich het dessert toe-eigende en het omdoopte tot de naam waarmee het toetje wereldwijd bekend is geworden: tiramisù.

Meng de espresso met de rum en voeg 15 gram suiker toe. Zet even apart. Klop de mascarpone tot een smeuïge crème. Klop de eierdooiers en verwarm deze au bain-marie met de resterende suiker tot een dik en helder geheel. Voeg beetje bij beetje de mascarpone toe en zet de crème in de koelkast. Leg op een platte schaal een laagje in de espresso gesopte savoiardi en bedek deze met een laag crème. Leg er opnieuw een laag savoiardi op, schep hier weer een laag crème op en ga zo door tot alles op is. Bestrooi de tiramisù met cacaopoeder en zet minstens 3 uur in de koelkast.

aug 14

In de Amsterdamse Kerkstraat wijst een knaloranje fiets je de weg naar Galerie Artacasa. Letterlijk is Artacasa Italiaans voor ‘kunst in huis’, maar Galerie Artacasa is veel meer dan dat!

In eerste instantie is Artacasa inderdaad een kunstgalerie, waar je altijd even binnen kunt lopen om te kijken wat er voor moois aan de muren hangt. Het accent ligt vooral op kleurrijke en figuratieve schilderijen en objecten. Allemaal originele en unieke werken die volgens verschillende technieken zijn gemaakt en die bovendien heel betaalbaar zijn. Ideaal als cadeau – al staan de werken vast ook prachtig in je eigen woonkamer of keuken!

Artacasa organiseert elke zes weken een nieuwe expositie. Met de zomer in gedachten en de natuur als uitgangspunt zijn afgelopen maanden tal van kunstenaars aan de slag gegaan voor de expositie ‘Natuurlijk! ARTACASA’, waar voor iedere smaak en elk budget een uniek kunstwerk te vinden is. Daarnaast kun je in het souterrain van het oude winkelpand een doorlopende collectie van kunstwerken van vaste exposanten bekijken.

Maar dat is nog niet alles! Artacasa heeft inmiddels ook twee kookboeken uitgebracht. Het eerste kookboek, Artacucina – Een kijkje in de keuken van Galerie Artacasa verscheen in 2007. Dat ik dat nu al die jaren nooit geweten heb! Het kookboek is meer dan alleen een verzameling recepten; het is een zeer kunstig gemaakt kijkboek met naast elk recept een prachtig kunstwerk. Echt een feestje voor iedereen die van mooie en lekkere dingen houdt (en wie doet dat nu niet?)!

Wiebke van der Scheer, eigenaar van Artacasa en initiatiefneemster van het boek, schrijft in het voorwoord: ‘Liefde voor kunst en koken komen samen in dit boek. Schilderijen en recepten smelten samen tot een kunstwerk… een kunst-kookboek vol schilderijen, gemaakt door kunstenaars van Artacasa. Zonder hen was er geen galerie en geen boek.

De schilderijen zijn kleurrijk, figuratief en hebben allemaal een ontspannen sfeer: mensen aan tafel, een dame slapend op de bank, een glaasje wijn, prachtige landschappen, stillevens en grappige dieren. Kunstwerken die je een goed gevoel geven. Een goed gevoel krijg je ook van een goed gerecht en daarvan staan er genoeg in dit boek. Schenk een glas in, zoek het mooiste schilderij of het lekkerste recept en geniet!’

Na het overweldigende succes van het eerste kookboek kon een vervolg natuurlijk niet uitblijven. September vorig jaar verscheen dan ook Artacucina 2 – Aan tafel met Galerie Artacasa. Opnieuw een prachtige combinatie van kunst en koken.

Zo weet ik niet wat me meer het water in de mond doet lopen: het recept voor panna cotta met ritsbessen (aalbessen) of de vrolijke illustraties van Sanne Kuiper die het recept vergezellen. Oordeel zelf:

Panna cotta met ritsbessen (aalbessen)

voor 4 – 8 personen

voor de panna cotta:
500 ml slagroom
500 ml volle boerenmelk
80 g suiker
schil van een citroen
5 blaadjes gelatine
1 vanillestokje, in de lengte opengesneden

voor de ritsbessensaus:
doosje ritsbessen (= aalbessen),
houd voor elk bord een trosje bessen apart
400 – 500 g frambozen en aardbeien
2 eetlepels suiker
2 eetlepels Cointreau (of andere likeur)
een paar takjes munt

Doe de slagroom, de melk, de suiker, de citroenschil en het vanillestokje in een pannetje en laat een paar minuten trekken. Zet de pan op het vuur en laat zachtjes 1 minuut koken. Neem het mengsel van het vuur en haal de citroenschil en het vanillestokje eruit. Week de gelatineblaadjes in koud water en roer ze één voor één door het slagroommengsel.

Maak 4 of 8 bakjes klaar door ze licht in te vetten met een beetje boter of olijfolie. Schenk het mengsel in de bakjes en dek af met huishoudfolie om velvorming tegen te gaan. Zet de bakjes minimaal 6 uur in de koelkast.

Doe het schoongemaakte fruit, de suiker en de cointreau in een pannetje en laat zachtjes pruttelen totdat het fruit zacht is geworden en een beetje is ingekookt. Haal van het vuur en zeef de saus door het fruit met de bolle kant van een lepel door een zeef te persen.

Neem de panna cotta uit de koelkast en houd het bakje even in heet water. Draai de pudding om op een mooi bord en schenk de saus eromheen. Garneer met een takje munt en een takje ritsbessen.

Kun je maar geen genoeg krijgen van de kunst van Artacasa? Blijf dan slapen tussen de kunstwerken! Artacasa heeft een eigen bed & breakfast boven de winkel. Natuurlijk kun je je hele verblijf tegen je favoriete Artacasa-kunstwerk aankijken – en je mag het nog met 10 % korting mee naar huis nemen ook, zodat je voortaan ook in je eigen slaapkamer, keuken of woonkamer vakantie kunt vieren! Kijk voor meer informatie op www.artacasa.nl.

A R T A C A S A
Kerkstraat 411-HS
1017 HX Amsterdam

aug 12

Op mijn zoektocht naar het lekkerste Italiaanse ijs in Amsterdam miste ik een smaak die ik tijdens mijn laatste bezoek aan Italië tot de lekkerste ijssmaak heb verkozen: granaatappelijs. Er gaat niks boven dit smaakvolle, helderrode ijs, dat overigens misschien nog wel lekkerder smaakt met een bolletje vanille-ijs erbij voor het contrast. Bewerkelijk is het wel, dus misschien niet zo gek dat geen enkele Amsterdamse ijssalon zich er dagelijks aan waagt.

Ingrediënten:
5 granaatappels
1 citroen
200 g suiker

Haal de pitjes uit de granaatappels. Doe dit wel voorzichtig, want een rijpe granaatappel kan erg spatten en het rode sap maakt vlekken die moeilijk te verwijderen zijn. Doe de pitjes in een pan en pers de citroen erboven uit. Schenk er een half glas water bij en roer de suiker erdoor. Laat het geheel een kwartier zachtjes koken. Wrijf het mengsel door een zeef en laat het goed afkoelen. Draai vervolgens in de ijsmachine van dit granaatappelsap in ongeveer 30 minuten een heerlijke granaatappelsorbet, oftewel gelato melagrano.

Siciliaans testament – Rosita Steenbeek

In Siciliaans testament van Rosita Steenbeek vond ik een fragment waarin het granaatappelijs als toetje wordt opgediend. Het granaatappelijs wordt hier vast niet voor niets opgediend; de vrucht staat symbool voor de melancholie die door het hele boek heen te voelen is.

Siciliaans testament gaat over een Nederlandse vrouw die naar Sicilië terug is gekeerd om haar voormalige geliefde te bezoeken, die stervende is. Waar ze vroeger midden in la dolce vita belandde en de liefde geen grenzen kende, komt ze nu terecht in een duister drama, met een oude verbitterde man, zijn schizofrene zoon en een tirannieke butler. De fysieke en mentale ontluistering van de oude psychiater en man van de wereld staan in schril contrast met de schoonheid van het eiland en de uitbundige feestelijkheden rond de beschermheilige van de stad, Sant’Agata.

Siciliaans testament is een hartstochtelijke ode aan Sicilië en ademt een zoete melancholie om wat was en nooit meer zal zijn. Lees maar een stukje mee:

’s Avonds eten ze op het door kaarsen verlichte terras van Sant’Elena, onder de hoge bomen waarin krekels boven de romantische muziek van de pianobar uit proberen te komen, naast hen het maanverlichte strand en de glanzende zee.

Ze was hier gelukkig geweest. En ongelukkig. Ze hield van hem en hij van haar. Ze leefde in het hier en nu, met hart en ziel en zinnen. Alles wat haar grond vormde, waarmee ze was grootgebracht, het Griekse theater, oude kerken, beeldende kunst en geschiedenis, vond ze hier. In andere opzichten was het jetsetbestaan van strand en nachtclubs, motorboten, luchtig vertier, in strijd geweest met alles wat ze kende en had nagestreefd. Maar de ondergrond was dramatisch, dat had ze altijd gevoeld, zoals hun relatie dramatisch was, want onmogelijk. Omdat ze zo aan hem verslingerd was kon hij haar kwetsen zonder het te willen. Dan had ze het gevoel dat ze een vastgelegde rol moest spelen in het leven dat hij al veertig jaar leidde. Nu raakt hij haar niet meer op die manier en dat is tegelijkertijd droef en bevrijdend. Ze voelt geen drang te vechten om zijn aandacht. Ze vindt het wel erg dat hij somber is en ze betreurt het dat ze daar weinig aan kan doen.

Er staat geen risotto alla zarina meer op de kaart, risotto met kaviaar, die ze hier vroeger altijd namen, wel risotto al nero di seppia, risotto in zwarte inktvisseninkt.
Achter de oleanders ziet ze het huisje met balkon dat ooit speciaal voor Roberto als appartement was ingericht. In de drukste periode van de zomer zaten ze vaak hier omdat Roberto geen zin had om heen en weer te rijden tussen de villa en de zee en ook omdat het hier levendig was en vol zat met artiesten die optraden tijdens het festival. Ze ziet zichzelf daar voor de spiegel staan om zich op te tutten voor een feestdiner en hoe het zweet van haar gezicht bleef druipen. Ook toen woei de scirocco en hield het eiland dagen in zijn gloeiende greep met temperaturen die zelfs ’s nachts niet onder de veertig graden daalden.

‘Beetje bitter,’ zegt Roberto melancholiek, ‘dat de dingen niet meer zijn zoals ze waren.’
Dat zei hij twintig jaar geleden ook en daar had ze vaak om gehuild.
‘Ook mooi,’ zegt hij nadat ze een tijdje zwijgend hebben gegeten. ‘Ieder mens heeft seksuele gevoelens, de laagste mensensoort, de dieren. Ze volgen hun driften en instincten, maar dit wat wij hebben is bijzonderder.’
Ze kijkt naar hem. Hij niet naar haar.
‘Diepe affectie, van hart en ziel.’
Dan ziet ze even een weemoedige glimlach.

Toe nemen ze granaatappelijs, zoet en bloedrood.
‘Ik heb veel fout gedaan, me door instincten laten beheersen. Wat is ervan over? Niks.’ Als hij de kracht zou hebben zou hij zich meteen weer in datzelfde leven storten, daar maakt ze zich geen illusies over.

Na het eten gaan ze zitten aan een tafeltje bij de rand van de dansvloer, een gedeelte van het grote terras dat door een bloemenhaag wordt gescheiden van het restaurant. De pianist speelt ‘Mala femmina’, zoals vroeger als ze hier verschenen. ‘Slechte vrouw, zoet ben je als suiker, je gezicht dat van een engel, en dat alles om mij te misleiden.’ Nadat Roberto dit lied een paar keer als verzoeknummer had laten zingen, zetten de zangers in alle pianobars het in zodra zij binnenstapten.

‘Champagne?’
Even later wordt er met een ingetogen knal een fles ontkurkt.
Ze toasten.
‘Op ons,’ zegt ze, ‘op wat is geweest, en op dat we hier weer zijn.’

© Rosita Steenbeek

aug 10

Ja, je leest het goed! Zes bolletjes ijs is dagelijkse kost voor Roberto Coletti, eigenaar van Roberto Gelato in Utrecht. En ondanks het feit dat hij de keuze heeft uit een hele vitrine vol met de lekkerste smaken, kiest Roberto toch altijd weer voor chocolade en variegato amarena (yoghurtijs met amarena-kersen). Die vindt hij nu eenmaal het lekkerst.

‘IJs verveelt nooit,’ zo vertelt Roberto terwijl we op de ijshoornstoeltjes voor zijn ijssalon een ijsje eten. Hij dus een bolletje chocolade en een bolletje variegato amarena, ik een bolletje yoghurt en een bolletje bloedsinaasappel. ‘IJs is voor mij dan ook niets nieuws, ik ben er echt mee opgegroeid. Mijn overgrootvader, Giuseppe da Forno, had rond 1900 al een ijssalon in Krakau, in Polen. Mijn hele familie heeft wel iets met ijs. En niet alleen mijn familie: ook veel van mijn Italiaanse buren, vrienden en dorpsgenoten hebben van ijs hun werk kunnen maken.’

Roberto’s familie komt namelijk uit Pozzale di Cadore, een klein dorpje midden in de Italiaanse Alpen. Uit deze streek komen de meeste ijsbereiders die in Duitsland, Nederland en Oostenrijk een eigen ijssalon zijn begonnen. Roberto: ‘Met zoveel ijsbereiders in het dorp is het dan ook niet verwonderlijk dat er in de lente niet veel meer te beleven valt. Het hele dorp loopt leeg. In de winter, als de ijssalons dicht zijn, komen de ijsbereiders allemaal weer naar huis en is het er lekker druk. Dan word er over het ijsseizoen gesproken, worden er nieuwe smaken besproken of uitgedacht en worden er wedstrijden gehouden en cursussen gegeven, zodat we allemaal weer helemaal in vorm aan het nieuwe seizoen kunnen beginnen. En natuurlijk eten we ook dan veel ijs, al is het dan wat minder dan in de lente en de zomer hier in Nederland.’

Gelukkig deelt de vrouw van Roberto, Carlina, zijn passie voor ijs. Samen runnen ze Roberto’s Gelato, en samen bedenken ze keer op keer nieuwe smaken en nieuwe smaakcombinaties. Hoewel Carlina is geboren in Nederland, komt ook zij uit een echte Italiaanse ijsfamilie. ‘Mijn grootvader, Guido de Lorenzo, heeft ruim tachtig jaar geleden het woord ijssalon bedacht. Toen hij in 1928 naar Nederland kwam, kon je alleen bij een ijskar ijs kopen. Veel keuze was er niet: men kende alleen maar roomijs. Toen hij in Utrecht een echte ijssalon opende, moesten zijn buurtgenoten dan ook wel even wennen. Een salon waar je meerdere smaken ijs kon kopen, dat was toch iets heel anders dan zo’n ijskar. En al die smaken, wat moest men nu kiezen?’

Carlina’s grootvader besloot dan ook om een flink aantal ijskarretjes door heel Utrecht te verspreiden, zodat mensen aan zijn ijs zouden wennen. Carlina: ‘Hij noemde deze karretjes ‘zijn krukken’. Het ijs van mijn opa viel gelukkig al snel in de smaak. Bij de verkiezing voor de Utrechter van de eeuw, driekwart eeuw later, zat mijn grootvader bij de top 3. Zou elke Utrechter inmiddels verslingerd zijn geraakt aan het ijs van mijn opa?’

Carlina’s eerste bijbaantje was natuurlijk in de ijssalon van haar ouders, op de Oude Gracht. ‘Ik heb er met mijn zusje heel wat uren en zonnige dagen doorgebracht en heb er zelfs mijn eerste vriendje leren kennen. De ijssalon van mijn vader was heel innovatief; hij maakte in de jaren zeventig bijvoorbeeld al drop- en kaneelijs. Naast de ijssalon is mijn vader ook altijd actief geweest. Zo is hij een van de oprichters van de vereniging van Italiaanse ijsbereiders in Nederland, de ITAL. Ook was hij hoofdexaminator voor de vakopleiding tot meester ijsbereider.’

Carlina trad in de voetsporen van haar vader en grootvader. Samen met Roberto maakt ze nu elke dag het lekkerste ijs voor Roberto Gelato. ’s Ochtends vroeg, voordat de eerste mensen hun ijsje komen halen, maken ze samen alle smaken die ze die dag gaan verkopen. Natuurlijk wordt er elke dag wel vanille-, chocolade-, citroen- en aardbeienijs gemaakt (en variegato amarena natuurlijk, niet in het minst voor Roberto zelf), maar Roberto zou Roberto niet zijn als hij er niet voor zorgt dat er steeds ook bijzondere smaken in de vitrine liggen. Wat denk je bijvoorbeeld van wittevrouwen (kwark met honing en krokante sesam), capriccio (roomijs met karamel en gesuikerde pinda’s), frollini (met heerlijke Italiaanse chocoladekoekjes) of Sicilia (ijs van geroosterde amandelen en vijgen)?

Daarnaast maakt Roberto elke week een nieuwe smaak, die hij nog nooit eerder gemaakt heeft en die vaak ook alleen maar die week te proeven is. Roberto noemt deze smaak mai prima, nooit eerder, omdat hij hem dus nog nooit eerder gemaakt heeft. Carlina: ‘Roberto verzint een nieuwe ijssmaak meestal niet in de ijssalon. Hij krijgt de beste ideeën als we ergens anders zijn. Of ’s nachts, maar daar ben ik niet zo blij mee, want meestal maakt hij me dan wakker om zijn idee te delen.’

Gelukkig vallen Roberto’s ideeën meestal goed in de smaak. Al klinken sommige ijssoorten misschien eerst heel raar, Roberto weet er toch iets heel lekkers van te maken. Nooit gedacht bijvoorbeeld dat je van ansjovis ijs kan maken, maar het kan niet alleen: het smaakt ook nog eens heerlijk. Je proeft de zilte smaak van de ansjovis, maar tegelijk ook het romige van het ijs. Heel bijzonder! Roberto maakte zo ook al eens haringijs, bierijs, tomatenijs, kaasijs, sigarenijs en sesamijs. Geloof je niet dat deze ijssmaken lekker zijn? Ga dan zelf maar eens proeven bij Roberto en Carlina! Natuurlijk mag je ook een ‘gewone’ smaak kiezen, al zijn deze ijssmaken hier wel veel lekkerder. Dat komt onder andere door de ingrediënten die gebruikt worden, verklapt Roberto.

‘De mango’s voor ons mangoijs komen uit India, de citroenen worden natuurlijk op Sicilië geplukt en de pistachenoten komen uit het Siciliaanse Bronte. De vanille voor het vanille-ijs komt van Madagaskar, de hazelnoten uit Piëmonte en de chocolade van bij onze zuiderburen. Lekkerder krijg je het echt niet!’

Daar kan ik Roberto na een middag ijs proeven alleen maar gelijk in geven. Ik weet in elk geval dat ik hem vandaag meer dan verslagen heb; ik kan de bolletjes ijs die ik gegeten heb niet eens meer tellen! Het liefst zou ik, net als Roberto, elke dag een bolletje of zes eten, zeker van dit bijzonder lekkere mango, wittevrouwen- of bloedsinaasappelijs. Ik zou er bijna voor naar Utrecht verhuizen…

Wil je deze bijzondere ijservaring niet missen, Roberto en Carlina maken nog tot oktober elke dag opnieuw het lekkerste ijs. Je vindt hen aan de Poortstraat 93, in Utrecht, of op www.lekkerijs.nl. Voor iedereen die na een bezoek aan Roberto en Carlina ook thuis het lekkerste ijs wil maken, schreef Carlina het boekje Lekker! IJs.

Naast allemaal leuke weetjes over de geschiedenis van ijs geeft Carlina natuurlijk ook wat recepten prijs! Voor de lezers van Ciao tutti het recept voor wittevrouwenijs, genoemd naar de Utrechtse wijk waar Roberto en Carlina hun ijssalon hebben.

Wat heb je nodig?

voor ongeveer 12 bollen ijs

weegschaal
kunststof bewaarbak
grote kom
plastic lepel
blender of staafmixer

450 gram volle kwark*
120 gram volle melk*
50 gram slagroom*
80 gram vloeibare honing* (ik vind acaciahoning het lekkerst!)
100 gram sesamzaad

*Carlina heeft alle ingrediënten in grammen gezet, aangezien een weegschaal meestal veel nauwkeuriger is dan een maatbeker!

Meng eerst de kwark met de melk, slagroom en honing.

Als je een ijsmachine hebt, kun je deze mix nu in de machine doen. Als je geen ijsmachine hebt, zet je het mengsel in een plastic bak minstens 2 uur in de diepvries. Het ijs is klaar als het helemaal hard bevroren is. Voel even met een vork.

Als het ijs klaar is, schep je het in de blender om de ijskristallen te breken. Schep het ijs zo snel mogelijk uit de bak, mix het in de blender of met een staafmixer en schep het daarna terug in de bak. Zet de bak weer in de diepvries. Laat het ijs 5 minuten in de diepvries staan.

Strooi net voor je het ijs serveert het sesamzaad over het ijs. Als je geen sesamzaad kunt vinden, kun je ook een sesam-snackreep in stukken breken en die gebruiken.

aug 09

Wanneer ik over de Albert Cuyp loop en de geur van verse aardbeien me naar elke fruitkraam trekt, weet ik dat de zomer niet lang meer op zich laat wachten. Als dan de Italiaanse ijsverkopers terugkeren uit hun dorp in de bergen, waarnaar ze elk jaar in oktober terugreizen, weet ik het zeker: het is zomer!

Inmiddels is het alweer heel wat weken geleden dat ik de eerste aardbeien proefde en dat de rolluiken van de ijscoman om de hoek elke ochtend knarsend omhoog worden getakeld. In de tussentijd zijn er al heel wat bakjes aardbeien verorberd en ijssmaken geproefd. Daarom deze week op Ciao tutti een ijsspecial: elke dag een artikel over ijs.

We beginnen vandaag in het Italiaans (met onderaan dit artikel een verklarend woordenlijstje)! In het zomernummer van Italië Magazine neemt Daniela Ditvoorst-Falsetta een kijkje in de Italiaanse gelaterie.

‘Gli italiani mangiano tantissimo gelato, circa 15 chili all’anno. Per acquistarlo si va nella gelateria più buona in città. Sì, ma quale? Le gelaterie artigianali in Italia sono 32419! Per non parlare del numero dei gusti. Sono ormai oltre 600 gusti di gelato censiti in Italia. Ma nonostante la diversità dell’offerta, secondo un sondaggio, i preferiti restano i gusti classici: cioccolato (27%), nocciola (20%), limone (13%)< fragola (12%), crema (10%), stracciatella (9%) e pistacchio (8%). Io personalmente li preferisco tutti e voi, quale preferite?

L’arte gelatiera influenza acnhe le cucine degli chef più raffinati. Grazie alla collaborazione tra cuochi e gelaterie, il gelato non è più solamente un dessert ma un ingrediente fresco che accompagna carne e pesce. Sostanzialmente può essere abbinato a qualsiasi portata, dall’antipasto al secondo piatto. Per esempio, che ne direste di una tartare di scampi freschi con gelato di gambero o acciughe marinate?

Sono all’avanguardia anche il gusto al parmigiano, all’aceto balsamico, al carciofo, ai peperoni, alle olive e alla cipolla rossa. Quest’ultimo l’ho assaggiato personalmente a Tropea, in Calabria. Volete sapere che sapore aveva? Ma di cipolla rossa naturalmente!

Comunque, che sia dolce o salato, il gelato artigianale è sempre buono. E per quest’estate, qualunque sia il vostro gusto preferito: buon gelato a tutti!’

censiti geteld
sondaggio enquête
nocciola hazelnoot
fragola aardbei
gelatieri ijsmakers
abbinato a gecombineerd met
gambero garnaal
acciughe ansjovisjes
sono all’avanguardia ze lopen voorop
carciofo artisjok

 

Nu moet ik eerlijk zeggen dat het water mij nog niet in de mond loopt bij de gedachte aan ijs van rode uien. Ik houd het liever bij onze zomerkoninkjes. Ook deze zijn in het zomerse nummer van Italië Magazine aanwezig:

‘In Nemi, een lieflijk dorpje in de buurt van Rome, worden de eerste aardbeien van het jaar gevierd met een heus aardbeienfeest op de eerste zondag van juni. De fragolare, boerinnen gespecialiseerd in de aardbeienteelt, lopen dan in processie door de straten in hun klederdracht: rode rok, zwart vest, witte blouse, gevouwen hoofddoek. De fragolare waren vroeger ook in Rome aanwezig voor het feest aldaar op 13 juni, een feest waar aardbeien, die gratis onder de aanwezigen werden uitgedeeld, de hoofdrol speelden. In Rome stopte dit feest in 1870, maar in Nemi ging het vrolijk door.

In Sicilië, tussen de dorpen Sciacca e Ribera, heeft men zich gespecialiseerd in een soort bosaardbeitje dat ook door Slow Food wordt beschermd, de fragolina di Ribera. Door het verdwijnen van de seizoenen en het continue aanbod van aardbeien het hele jaar door is deze soort een soort bijproduct van kleine agrarische bedrijven geworden. Hij wordt traditioneel gebruikt om jams, geleien, diksap en natuurlijk ijsjes van te maken. Houd ze in de gaten als je naar Sicilië gaat, want als je ze eenmaal hebt geproefd, wil je niks anders meer,’ aldus Barbara Summa.

Ze geeft ook het recept voor fragole al limone (aardbeien in citroensap), een klassieker in Italië!

Ingrediënten:
aardbeien, gewassen en in stukjes gesneden
suiker naar smaak
citroensap naar smaak

Was de aardbeien, verwijder het kroontje en snijd de grotere aardbeien in kleinere stukjes. Breng de aardbeien op smaak met suiker en citroensap. Laat ze marineren. Als je ze een tijdje laat staan vormt zich vanzelf een zoete siroop, die eigenlijk het lekkerst is. Serveer de aardbeien in citroensap met vanille-ijs.

Heerlijk om van te genieten tijdens het lezen van de andere artikelen in Italië Magazine, onder andere over Pantelleria, het magische eiland tussen Sicilië en Afrika, over de kunst van Botticelli, over de historie van de Ape (het vrachtwagentje op drie wielen dat in Italië op elke hoek van de straat opduikt) en over fietsen langs de Tiber in Umbrië. Genieten!

Getagd met:
mei 30

Van de aardige eigenaar van Perchè no! in Florence kreeg ik speciaal voor alle lezers van Ciao tutti het recept voor gelato di nocciola, oftewel hazelnootijs.

Gelato di nocciola

Ingrediënten
(voor 6-8 porties)

4 eieren
0,5 liter volle melk
2 dl slagroom
50 g zeer fijne kristalsuiker
75 g bruine basterdsuiker
3 eetlepels Frangelico (hazelnootlikeur)
150 g hazelnoten, gepeld en geroosterd
50 g pure chocolade

Klop 2 eieren, 2 eierdooiers, de kristalsuiker en de helft van de basterdsuiker los. Verwarm de melk totdat er luchtbellen naar boven komen. Schenk de melk dan bij het eiersuikermengsel.

Doe het mengsel dan in een pannetje en warm het ongeveer 10 minuten op middelmatig vuur. Roer regelmatig door. Laat het mengsel niet warmer worden dan 70 tot 75 °C, want dan gaat het schiften. Draai na 10 minuten het vuur uit, schenk het mengsel in een kom en meng er de hazelnootlikeur doorheen. Laat afkoelen.

Hak 120 gram van de hazelnoten fijn. Meng er de rest van de basterdsuiker door. Laat even rusten en roer er dan heel snel ongeveer een derde van het afgekoelde mengsel doorheen. Gebruik een keukenmachine voor het fijnste resultaat. Meng er ten slotte ook de rest van het mengsel door en laat ongeveer een uur opstijven in de koelkast.

Giet het mengsel na een uur door een zeef. Klop de slagroom bijna stijf en spatel dit door het gezeefde mengsel. Doe alles in een ijsmachine en laat deze volgens de gebruiksaanwijzing draaien tot het mengsel helemaal is bevroren. Schep het in een ijsdoos, dek af en zet het ijs minimaal 6 uur in de vriezer.

Haal het ijs ongeveer 10 minuten voor het opdienen uit de vriezer en zet het in de koelkast. Smelt de chocolade en laat hem afkoelen tot hij nog net vloeibaar is. Schenk de chocolade over het ijs en garneer met het restant van de hazelnoten.

Met dit recept waan je je even in Florence – ideaal voor een Italiaans tintje aan een Nederlandse zomeravond of zomaar tussendoor. Denk aan het motto van Perchè no! – waarom niet? Geniet!

Getagd met:
preload preload preload